Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202303007/1/R2

Uitspraak 202303007/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5239
Datum uitspraak
9 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best een omgevingsvergunning voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best geweigerd. FCN en [appellant] exploiteren de veehouderij aan de [locatie] in Best. Zij hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij. Het college heeft deze omgevingsvergunning onder andere geweigerd, omdat een hondenfokkerij in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002" (het bestemmingsplan). FCN en [appellant] zijn het niet eens met dit besluit. De rechtbank heeft onder andere overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best in strijd is met het bestemmingsplan. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat die gronden uitsluitend bestemd zijn voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Volgens de rechtbank voldoet een hondenfokkerij niet aan de begripsomschrijving van een grondgebonden agrarisch bedrijf.
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202303007/1/R2.
Datum uitspraak: 9 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Fokkerij Centrum Nederland B.V. (FCN) en [appellant], gevestigd en wonend in Best,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 30 maart 2023 in zaak nr. 21/3340 in het geding tussen:

FCN en [appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Best.

Procesverloop

Bij besluit van 30 november 2021 heeft het college een omgevingsvergunning voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best geweigerd.

Bij uitspraak van 30 maart 2023 heeft de rechtbank het door FCN en [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 november 2021 vernietigd voor zover daarbij niet is beslist op het verzoek van FCN en [appellant] om de vergunning gedeeltelijk te verlenen en het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben FCN en [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

FCN en [appellant] hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak, samen met de zaken met zaaknummers 202303114/1/R2 en 202303115/1/R2, op zitting behandeld op 10 april 2026, waar FCN en [appellant], vertegenwoordigd door [appellant], bijgestaan door mr. J.J.J. de Rooij, advocaat in Tilburg, en C.A.M. Spapens, deskundige, en vergezeld door [persoon], en het college, vertegenwoordigd door L.J.A.M. van der Vleuten en mr. S. Tielemans-Ewalts, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 6 mei 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

2.       FCN en [appellant] exploiteren de veehouderij aan de [locatie] in Best. Zij hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij. Het college heeft deze omgevingsvergunning onder andere geweigerd, omdat een hondenfokkerij in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002" (het bestemmingsplan). FCN en [appellant] zijn het niet eens met dit besluit.

3.       De relevante regels zijn opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

4.       De rechtbank heeft onder andere overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best in strijd is met het bestemmingsplan. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat die gronden uitsluitend bestemd zijn voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Volgens de rechtbank voldoet een hondenfokkerij niet aan de begripsomschrijving van een grondgebonden agrarisch bedrijf.

Daarnaast heeft de rechtbank onder meer overwogen dat het college zijn besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het geen toepassing heeft gegeven aan artikel 2.21 van de Wabo. De aangevraagde activiteiten hangen namelijk niet onlosmakelijk met elkaar samen. De rechtbank heeft het beroep van FCN en [appellant] daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd.

5.       FCN en [appellant] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een hondenfokkerij op hun gronden in strijd is met het bestemmingsplan. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is daar volgens hen niet uitsluitend een grondgebonden agrarisch bedrijf toegelaten. FCN en [appellant] brengen daartoe naar voren dat op grond van de planvoorschriften in ieder geval het gebruik van de bestaande bebouwing voor een hondenfokkerij is toegestaan, waarop de aanvraag volgens hen goeddeels ziet. Dit volgt meer specifiek uit artikel 16, vierde lid, onder g, van de planvoorschriften, zo hebben zij hun betoog op de zitting nader geconcretiseerd.

Verder voeren FCN en [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op wat zij naar voren hebben gebracht over een in 2007 aan hen verleende reguliere omgevingsvergunning voor de bouw van een tweede varkensstal. Met het verlenen van die omgevingsvergunning heeft het college zich volgens hen op het standpunt gesteld dat aan de [locatie] op grond van het bestemmingsplan een intensieve veehouderij is toegestaan. FCN en [appellant] brengen in dit kader naar voren dat zij nooit een grondgebonden bedrijf hebben gehad, maar sinds de jaren ’60 altijd een intensieve veehouderij: eerst een gemengd bedrijf met rundvee en varkens en daarna een bedrijf met dekrijpe fokberen. Ter onderbouwing van hun stelling wijzen FCN en [appellant] op de meitellingen van 1989 tot en met 2019. Gelet hierop moeten de planvoorschriften op grond waarvan op hun gronden alleen een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan, buiten toepassing blijven, zo betogen FCN en [appellant].

6.       Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht overwogen dat de exploitatie van een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best in strijd is met het bestemmingsplan. De Afdeling verwijst in dit verband naar wat de rechtbank in r.o. 6.2 tot en met 6.5 van de aangevallen uitspraak heeft overwogen. Op de zitting hebben FCN en [appellant] te kennen gegeven die uitspraak in zoverre ook niet te bestrijden. Voor zover zij er nog op wijzen dat op grond van artikel 16, vierde lid, onder g, van de planvoorschriften in ieder geval het gebruik van de bestaande bebouwing voor een hondenfokkerij is toegestaan, overweegt de Afdeling als volgt. Uit die bepaling volgt dat bouwwerken voor niet-grondgebonden agrarische activiteiten buiten de GHS (de Groene Hoofdstructuur) niet zijn toegestaan, behoudens ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf binnen de bestemming "Agrarisch gebied". Deze bepaling brengt dan ook mee dat die bouwwerken alleen ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf zijn toegestaan. Omdat aan de [locatie] geen grondgebonden agrarisch bedrijf is gevestigd, brengt die bepaling dus nog niet mee dat zulke bouwwerken voor een hondenfokkerij mogen worden gebruikt.

Verder kan de omstandigheid dat er in 2007 aan FCN en [appellant] een omgevingsvergunning voor de bouw van een tweede varkensstal is verleend er ten aanzien van de hondenfokkerij niet toe leiden dat de planvoorschriften buiten toepassing moeten worden gelaten. Datzelfde geldt voor de door hen gestelde omstandigheid dat op hun gronden feitelijk al heel lang een intensieve veehouderij aanwezig is. Daarbij is van belang dat een bestemmingsregeling alleen buiten toepassing kan worden gelaten, als deze evident in strijd is met een hogere regeling. FCN en [appellant] hebben niet aangevoerd met welke hogere regeling de planvoorschriften in strijd zouden zijn. Op de zitting hebben zij zelfs te kennen gegeven dat de planvoorschriften niet in strijd zijn met hoger recht. Alleen al om deze reden kunnen de planvoorschriften dus niet buiten toepassing worden gelaten.

Het betoog slaagt niet.

7.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van rechtbank, voor zover aangevallen, moet worden bevestigd.

8.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.E.H.J. Vollaers, griffier.

w.g. Gundelach
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vollaers
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026

880-1135

BIJLAGE

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.1

"1.  Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk,

[…]

e. 1°. het oprichten,

2°. het veranderen of veranderen van de werking of

3°. het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk,

[…]."

Artikel 2.10

"1.  Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2. 1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien:

a.  de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 of 120 van de Woningwet;

[…]

c.  de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan, of de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, tenzij de activiteit niet in strijd is met een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12;

[…]."

Artikel 2.21

"Indien een aanvraag betrekking heeft op een project dat uit verschillende activiteiten bestaat en de omgevingsvergunning voor dat project ingevolge de artikelen 2.10 tot en met 2.20a moet worden geweigerd, kan het bevoegd gezag op verzoek van de aanvrager de omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten waarvoor zij niet behoeft te worden geweigerd."

Bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002"

Artikel  1 — Begripsomschrijvingen

"In deze voorschriften wordt verstaan onder:

[…]

4. Agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

5. Agrarisch bedrijf, grondgebonden: een agrarisch bedrijf of bijzonder agrarisch bedrijf, waarvan de productie geheel of overwegend afhankelijk is van het voortbrengingsvermogen van de grond;

6. Agrarisch bedrijf, niet-grondgebonden: een agrarisch bedrijf of een bijzonder agrarisch bedrijf, waarvan de productie geheel of overwegend plaatsvindt in gebouwen;

[…]."

Artikel 3 — Verhouding tussen de bestemmingen

"1. Waar een hoofdbestemming, aangegeven op plankaart 1, samenvalt met de medebestemming Agrarische bedrijfsdoeleinden of Bedrijfsdoeleinden geldt primair het bepaalde ten aanzien van de medebestemming. De bepalingen met betrekking tot de hoofdbestemmingen zijn in dat geval uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de medebestemming.

[…]."

Artikel 8 — Agrarisch gebied

"1. De gronden op plankaart 1 aangewezen voor "Agrarisch gebied" zijn bestemd voor:

a. een duurzame agrarische bedrijfsvoering;

b. extensief recreatief medegebruik."

Artikel 16 — Agrarische bedrijfsdoeleinden -AB-

"1. De gronden, op een detailplankaart, aangewezen voor "Agrarische bedrijfsdoeleinden -AB-" zijn overeenkomstig de aanduidingen op de kaart mede bestemd voor:

a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf;

[…]

4. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de aanwijzingen op de detailplankaarten alsmede de volgende bepalingen:

[…]

g. het oprichten van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van niet-grondgebonden agrarische activiteiten buiten de GHS niet toegestaan, behoudens:

[…]

(2) ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf binnen de bestemming "Agrarisch gebied"

[…]."


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon