Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202306639/1/A3

Uitspraak 202306639/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5353
Datum uitspraak
9 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 juli 2022 heeft de burgemeester van Boxtel bij [wederpartij] drie dwangsommen van € 500,00 ingevorderd. Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft de burgemeester op grond van artikel 2.4.14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012, aan [wederpartij] een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor zijn hond, een Kaukasische herder. Hiertoe is de burgemeester overgegaan omdat uit een proces-verbaal van de politie is gebleken dat de hond op 16 juli 2021 een persoon heeft aangevallen en gebeten, waardoor die persoon gewond is geraakt. Tijdens een controle op 5 januari 2022 heeft een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Boxtel waargenomen dat de hond niet was gemuilkorfd, terwijl die in de openbare ruimte verbleef. [wederpartij] heeft in zijn bezwaar- en beroepschrift betwist dat de hond op de genoemde data geen muilkorf droeg. Hij voert aan dat de hond een zwarte muilkorf droeg, maar dat die op de camerabeelden niet goed is te zien, omdat de beelden van grote afstand zijn gemaakt en omdat de zwarte muilkorf niet opvalt op de zwarte snuit van de hond.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202306639/1/A3.
Datum uitspraak: 9 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de burgemeester van Boxtel,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 7 september 2023 in zaak nr. 23/477 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

de burgemeester.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2022 heeft de burgemeester bij [wederpartij] drie dwangsommen van € 500,00 ingevorderd.

Bij besluit van 30 december 2022 heeft de burgemeester het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 september 2023 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 december 2022 gedeeltelijk vernietigd, en het besluit van 20 juli 2022 gedeeltelijk herroepen.

Tegen deze uitspraak heeft de burgemeester hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De burgemeester heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juni 2026, waar de burgemeester van Boxtel, vertegenwoordigd door mr. F.I. Schets en mr. H.P. Wiersema, advocaten in 's-Hertogenbosch, bijgestaan door mr. M. Compter en mr. D. Kuijs, en [wederpartij] zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft de burgemeester op grond van artikel 2.4.14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012, aan [wederpartij] een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor zijn hond, een Kaukasische herder. Hiertoe is de burgemeester overgegaan omdat uit een proces-verbaal van de politie is gebleken dat de hond op 16 juli 2021 een persoon heeft aangevallen en gebeten, waardoor die persoon gewond is geraakt.

Tijdens een controle op 5 januari 2022 heeft een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Boxtel waargenomen dat de hond niet was gemuilkorfd, terwijl die in de openbare ruimte verbleef. Daarom heeft de burgemeester bij besluit van 28 februari 2022 aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat [wederpartij] met onmiddellijke ingang de hond moet (laten) muilkorven als hij verblijft of loopt op of aan de weg of op het terrein van een ander. Als de burgemeester constateert dat niet wordt voldaan aan deze last, verbeurt [wederpartij] direct een dwangsom van € 500,00 per overtreding, met een maximum van € 2.000,00. Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend en dit besluit staat dus in rechte vast.

2.       Bij besluit van 20 juli 2022 heeft de burgemeester bij [wederpartij] drie dwangsommen van € 500,00 ingevorderd, omdat hij volgens de burgemeester op 1 mei 2022, 7 mei 2022 en 26 juni 2022 niet heeft voldaan aan de last. De gemeente beschikt over videobeelden van een omwonende van 1 mei 2022 en 7 mei 2022, waarop is waargenomen dat de hond van [wederpartij] niet was gemuilkorfd, terwijl die zich in de openbare ruimte bevond. Verder volgt uit een proces-verbaal van bevindingen van de politie van 26 juni 2022 dat de politie op die datum heeft geconstateerd dat de hond niet was gemuilkorfd terwijl die zich in de openbare ruimte bevond.

Bij besluit van 30 december 2022 heeft de burgemeester het bezwaar van [wederpartij] tegen het invorderingsbesluit ongegrond verklaard.

3.       [wederpartij] heeft in zijn bezwaar- en beroepschrift betwist dat de hond op de genoemde data geen muilkorf droeg. Hij voert aan dat de hond een zwarte muilkorf droeg, maar dat die op de camerabeelden niet goed is te zien, omdat de beelden van grote afstand zijn gemaakt en omdat de zwarte muilkorf niet opvalt op de zwarte snuit van de hond. Bovendien stelt [wederpartij] dat de burgemeester geen gebruik had mogen maken van deze camerabeelden. Een omwonende heeft hem zonder zijn toestemming met een beveiligingscamera op de openbare weg gefilmd en dat mag niet.

4.       De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bij [wederpartij] een dwangsom van € 500,00 heeft mogen invorderen voor het niet voldoen aan de last onder dwangsom op 26 juni 2022.

Over de invordering van de dwangsommen die op 1 mei 2022 en 7 mei 2022 zouden zijn verbeurd, heeft de rechtbank geoordeeld dat de camerabeelden die de burgemeester als bewijs aan het besluit tot invordering ten grondslag heeft gelegd, in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn verkregen en verwerkt. Volgens de rechtbank is daarom sprake van onrechtmatig verkregen bewijs. Naar het oordeel van de rechtbank had de burgemeester de camerabeelden niet aan het invorderingsbesluit ten grondslag mogen leggen. De rechtbank heeft daarom het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard en het besluit van 30 december 2022 vernietigd en het besluit van 20 juli 2022 herroepen, voor zover deze betrekking hebben op de verbeurte van dwangsommen op 1 mei 2022 en 7 mei 2022.

Hoger beroep

5.       De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de camerabeelden niet aan het invorderingsbesluit ten grondslag mochten worden gelegd. Hiertoe voert de burgemeester aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de camerabeelden in strijd met de AVG zijn verkregen en verwerkt. Bovendien voert de burgemeester aan dat volgens vaste rechtspraak het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in een bestuursrechtelijk geding alleen dan niet is toegestaan, als het bewijs is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. De rechtbank heeft volgens de burgemeester ten onrechte geoordeeld dat aan dit ‘zozeer indruist’-criterium wordt voldaan.

Beoordeling

6.       Niet in geschil is dat de burgemeester voor een overtreding van de last op 26 juni 2022 een dwangsom van € 500,00 heeft mogen invorderen. Ter beoordeling ligt alleen nog voor of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de burgemeester niet mocht invorderen op grond van de camerabeelden van 1 mei 2022 en 7 mei 2022. De Afdeling ziet aanleiding om eerst te beoordelen of de burgemeester zich op grond van de camerabeelden op het standpunt heeft mogen stellen dat [wederpartij] niet heeft voldaan aan de last, voordat eventueel wordt toegekomen aan een beoordeling of het gestelde bewijs onrechtmatig is verkregen. Als uit de camerabeelden zou blijken dat [wederpartij] wel aan de last heeft voldaan, heeft de rechtbank alleen al om die reden terecht geoordeeld dat de burgemeester niet op grond van de camerabeelden heeft mogen overgaan tot invordering van dwangsommen.

7.       In het invorderingsbesluit van 20 juli 2022 heeft de burgemeester verwezen naar twee stilstaande camerabeelden van 1 mei 2022 en 7 mei 2022, waarop volgens de burgemeester is waargenomen dat de hond van [wederpartij] niet was gemuilkorfd. [wederpartij] heeft dit steeds betwist, en heeft onderbouwd gesteld dat de hond een zwarte muilkorf droeg die op de zwarte snuit van de hond niet opvalt, mede doordat de beelden van een grote afstand zijn gemaakt. In het besluit op bezwaar heeft de burgemeester zich subsidiair op het standpunt gesteld dat deze zwarte muilkorf geen deugdelijke muilkorf is. Op de zitting heeft de burgemeester aangegeven dat hij niet langer het standpunt inneemt dat de hond geen muilkorf droeg. De burgemeester stelt zich nu op het standpunt dat de muilkorf die de hond droeg ondeugdelijk was, dan wel ondeugdelijk was bevestigd. Volgens de burgemeester is op de camerabeelden namelijk te zien dat de bek van de hond te ver openstond.

8.       In het besluit van 28 februari 2022 heeft de burgemeester aan [wederpartij] de volgende last onder dwangsom opgelegd: "U dient met onmiddellijke ingang uw hond te (laten) muilkorven als die verblijft of loopt op of aan de weg of op het terrein van een ander. Als ik constateer dat u na het in werking treden van het handhavingsbesluit niet voldoet aan deze last, dan verbeurt u direct:

- een dwangsom van € 500,- per overtreding,

- met een maximum van € 2.000,-"

Uit deze algemene formulering van de last volgt dat [wederpartij] al aan die last voldoet als zijn hond een muilkorf draagt, ongeacht welk type muilkorf. Zoals ook de bezwaarschriftencommissie in haar advies van 7 november 2022 heeft opgemerkt, is in de last immers niet bepaald aan welke eisen de muilkorf moet voldoen en ook niet hoe ver de bek nog geopend mag zijn bij het gebruik daarvan. Het standpunt van de burgemeester dat de muilkorf ondeugdelijk was dan wel ondeugdelijk was bevestigd, kan dan ook niet tot de conclusie leiden dat [wederpartij] niet heeft voldaan aan de last.

9.       Voor zover de gebruikte muilkorf niet voldoet aan de definitie van een muilkorf in de (per 1 januari 2009 vervallen) Regeling agressieve dieren, zoals de burgemeester betoogt, maakt dat het voorgaande niet anders, omdat in de last niet naar die definitie is verwezen.

Nu tussen partijen in hoger beroep niet meer in geschil dat de hond op 1 mei 2022 en 7 mei 2022 een muilkorf droeg, en gelet op wat hiervoor is overwogen, kan de burgemeester niet worden gevolgd in zijn standpunt dat uit de camerabeelden zou blijken dat [wederpartij] niet heeft voldaan aan de last.

10.     Gelet op het voorgaande is de rechtbank, hoewel op andere gronden, terecht tot het oordeel gekomen dat de burgemeester niet op grond van de camerabeelden van 1 mei 2022 en 7 mei 2022 heeft mogen overgaan tot invordering van de dwangsommen. Wat de burgemeester in hoger beroep heeft betoogd kan alleen al daarom niet leiden tot een vernietiging van de uitspraak. De Afdeling laat een beoordeling van die gronden daarom achterwege.

Conclusie hoger beroep

11.     Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

12.     De burgemeester moet de proceskosten vergoeden.

13.     Gelet op artikel 8:109, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt van de burgemeester griffierecht geheven.

Overschrijding redelijke termijn

14.     In beginsel is de bestuursrechter in niet-punitieve zaken niet gehouden te toetsen of de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, is overschreden wanneer in (hoger) beroep niet over de duur van de procedure wordt geklaagd. In dit geval constateert de Afdeling evenwel dat de redelijke termijn is overschreden na de periode van zes weken voor het doen van een uitspraak. Daarom beoordeelt de Afdeling ambtshalve of de redelijke termijn is overschreden en beoordeelt zij ambtshalve of een vergoeding van immateriële schade moet worden toegekend.

15.     De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

16.     De burgemeester heeft het bezwaarschrift van [wederpartij] ontvangen op 29 augustus 2022. De redelijke termijn is in deze procedure dus met één maand overschreden. Deze overschrijding moet aan de Afdeling worden toegerekend.

17.     De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Daarmee wordt de schadevergoeding vastgesteld op € 500,00.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen;

II.       veroordeelt de burgemeester van Boxtel tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten ten bedrage van € 83,25, niet toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.      veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [wederpartij] een schadevergoeding van € 500,00 te betalen;

IV.     bepaalt dat van de burgemeester van Boxtel een griffierecht van € 548,00 wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. M.C. Stoové, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Houtman-van de Meerakker, griffier.

w.g. Drop
voorzitter

w.g. Houtman-van de Meerakker
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026

929

Persaankondiging

Dwangsommen vanwege overtreden muilkorfgebod in Boxtel

Uitspraak over drie dwangsommen die een man moet betalen omdat hij zich niet heeft gehouden aan het muilkorfgebod dat de burgemeester van Boxtel had opgelegd voor de hond van de man. Volgens de burgemeester heeft de man het muilkorfgebod drie keer overtreden en is hij per overtreding € 500 aan dwangsommen verschuldigd. De burgemeester heeft de overtredingen geconstateerd met behulp van camerabeelden van een omwonende. De man is het daar niet mee eens. Volgens de man had de burgemeester geen gebruik mogen maken van deze camerabeelden. Die zou hem zonder zijn toestemming met een beveiligingscamera op de openbare weg gefilmd hebben en dat mag niet. Volgens de rechtbank is sprake van onrechtmatig verkregen bewijs, omdat de camerabeelden in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn gemaakt. Daarom had de burgemeester zijn besluit niet mogen baseren op dit bewijs. De rechtbank ‘herriep’ de invorderingsbesluiten, waardoor de man de man niets hoefde te betalen. De burgemeester is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 23 juni 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon