Uitspraak 202304856/2/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5309
- Datum uitspraak
- 9 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 23 december 2022 heeft Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming de aan Reym op grond van de Kernenergiewet verleende vergunning (kernenergiewetvergunning) gewijzigd. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 28 juni 2023 niet berust op een deugdelijke motivering. De ANVS heeft op de zitting van de Afdeling erkend dat door de verschillende bewoordingen die zijn gebruikt in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder a enerzijds en voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c anderzijds, uit de tekst van het voorschrift niet duidelijk blijkt dat de ANVS met de verwijzing naar "een stralingsbeschermingsdeskundige" in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c heeft bedoeld te verwijzen naar een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige. De Afdeling heeft de ANVS opgedragen dit gebrek te herstellen en, als zij het noodzakelijk vindt dat de werkzaamheden worden uitgevoerd door een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige, te motiveren waarom.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kernenergie
Toon inhoud
202304856/2/R4.
Datum uitspraak: 9 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Reym B.V., gevestigd in Leusden,
appellante,
en
Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS),
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 23 december 2022 heeft de ANVS de aan Reym op grond van de Kernenergiewet verleende vergunning (kernenergiewetvergunning) gewijzigd.
Bij besluit van 28 juni 2023 heeft de ANVS het door Reym hiertegen gemaakte bezwaar deels gegrond verklaard en het besluit van 23 december 2022 gewijzigd.
Tegen dit besluit heeft Reym beroep ingesteld.
Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2561, heeft de Afdeling de ANVS opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin vastgestelde gebrek in het besluit van de ANVS van 28 juni 2023 te herstellen.
Bij besluit van 18 september 2025 heeft de ANVS voorschrift II, onderdeel 7, aanhef en onder c, van de kernenergiewetvergunning gewijzigd en die wijziging van een motivering voorzien.
Reym heeft daarover een zienswijze naar voren gebracht.
De ANVS en Reym hebben ieder voor zich een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Tussenuitspraak
1. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 28 juni 2023 niet berust op een deugdelijke motivering. De ANVS heeft op de zitting van de Afdeling erkend dat door de verschillende bewoordingen die zijn gebruikt in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder a enerzijds en voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c anderzijds, uit de tekst van het voorschrift niet duidelijk blijkt dat de ANVS met de verwijzing naar "een stralingsbeschermingsdeskundige" in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c heeft bedoeld te verwijzen naar een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige. De Afdeling heeft de ANVS opgedragen dit gebrek te herstellen en, als zij het noodzakelijk vindt dat de werkzaamheden worden uitgevoerd door een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige, te motiveren waarom.
2. Gelet op wat is overwogen in de tussenuitspraak, is het beroep tegen het besluit van 28 juni 2023 gegrond. Dat besluit moet worden vernietigd voor zover het betrekking heeft op voorschrift II, onderdeel 7, aanhef en onder c, van de kernenergiewetvergunning.
3. Bij besluit van 18 september 2025 heeft de ANVS het besluit van 28 juni 2023 gewijzigd. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.
Het besluit van 18 september 2025
4. Op 18 september 2025 heeft de ANVS het bezwaar van Reym tegen het besluit van 23 december 2022 alsnog gegrond verklaard en voorschrift II, onderdeel 7, aanhef en onder c, van de kernenergiewetvergunning aangepast. Het aangepaste voorschrift luidt:
"De ondernemer zorgt ervoor dat:
c. bij niet geplande werkzaamheden buiten de locaties van Reym B.V. (EHBO werk) de werkzaamheden worden verricht door of onder direct toezicht van een persoon die beschikt over een registratie als stralingsbeschermingsdeskundige, op het niveau van algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige."
In haar motivering van deze aanpassing heeft de ANVS zich op het standpunt gesteld dat het verlenen van bijstand in radiologische noodsituaties buiten de locaties van Reym (EHBO-werk) verschilt van andere werkzaamheden omdat de situaties ongepland en daardoor onvoorspelbaar zijn, zodat de risico’s ter plaatse moeten worden ingeschat. Die risico’s kunnen hoog zijn. De eis dat de stralingsbeschermingsdeskundige moet zijn geregistreerd, is volgens de ANVS bedoeld om te borgen dat deze deskundige aantoonbaar blijft voldoen aan de vakbekwaamheidseisen met betrekking tot opleiding, werkervaring en nascholing. In het nadere stuk heeft zij bovendien erop gewezen dat de registratieverplichting volgt uit artikel 5.5, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs).
5. De Afdeling zal aan de hand van de zienswijze van Reym beoordelen of de ANVS het geconstateerde gebrek heeft hersteld.
6. Reym betoogt in haar zienswijze dat de motivering van het besluit van 18 september 2025 feitelijk onjuist is en daardoor niet voldoende is om het gebrek te herstellen. Zij stelt zich op het standpunt dat de werkzaamheden niet ongepland en onvoorspelbaar zijn, omdat zij EHBO-werk pas aanneemt als al duidelijk is dat er sprake is van besmetting met natuurlijke radioactieve stoffen. De risico’s van dat werk kunnen volgens Reym wel vooraf worden ingeschat, want de handelingen die moeten worden uitgevoerd bij EHBO-werkzaamheden zijn bij Reym bekend en opgenomen in risico-inventarisaties. Verder bestrijdt Reym dat de risico’s hoog kunnen zijn, aangezien de stralingsdosis bij dit soort werkzaamheden volgens haar niet hoger wordt dan 0,76 mSv/jaar. Ook stelt Reym dat de stralingsbeschermingsdeskundigen die zij wenst in te zetten weliswaar niet beschikken over een registratie, maar wel degelijk over de benodigde opleiding, werkervaring en nascholing.
6.1. Op grond van artikel 5.4, tweede lid, van het Bbs zorgt de ondernemer die een handeling uitvoert of laat uitvoeren waarvoor een vergunning, registratie of kennisgeving is vereist, ervoor dat een stralingsbeschermingsdeskundige hem adviseert over, dan wel toezicht uitoefent op, de naleving van de bij of krachtens de wet en dit besluit gestelde regels en voorschriften met betrekking tot die handeling, indien deze beroepsmatige blootstelling of blootstelling van een lid van de bevolking met zich brengt of kan brengen.
Op grond van artikel 5.5, eerste lid, van het Bbs worden de door een stralingsbeschermingsdeskundige te verrichten taken uitsluitend uitgevoerd door een persoon die als een zodanige deskundige voor de uitvoering van de betrokken taken is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Kernenergiewet.
6.2. De Afdeling is van oordeel dat in de aangepaste tekst van voorschrift II, onderdeel 7, aanhef en onder c, nu wel consistente terminologie is gebruikt. Dat maakt duidelijk dat daarin de geregistreerde stralingsbeschermingsdeskundige, zoals die is genoemd in bovengenoemde bepalingen, wordt bedoeld. Dat ligt ook in de rede, nu de EHBO-werkzaamheden, gelet op de motivering van de ANVS, handelingen zijn zoals omschreven in artikel 5.4, tweede lid, van het Bbs. Gelet op artikel 5.5, eerste lid, van het Bbs moet de uitvoerend stralingsbeschermingsdeskundige dan zijn geregistreerd.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
7. Gelet op wat onder 2 is overwogen, is het beroep tegen het besluit van 28 juni 2023 gegrond.
8. Gelet op wat onder 6.2 is overwogen, heeft de ANVS voldaan aan de opdracht om het gebrek te herstellen. Het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 18 september 2025 is ongegrond.
9. De ANVS hoeft geen proceskosten te vergoeden. De ANVS moet wel het griffierecht vergoeden dat Reym in beroep heeft betaald.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep tegen het besluit van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming van 28 juni 2023, kenmerk ANVS-2023/8658, gegrond;
II. vernietigt dit besluit voor zover het betrekking heeft op voorschrift II, onderdeel 7, aanhef en onder c, van de kernenergiewetvergunning;
III. verklaart het beroep tegen het besluit van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming van 18 september 2025, kenmerk ANVS-2025/12271, ongegrond;
IV. gelast dat de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming aan Reym B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.C. Hoekstra, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hoekstra
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026
860