Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202602395/2/A2

Uitspraak 202602395/2/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5383
Datum uitspraak
9 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen de aanvraag van [verzoekster] om een urgentieverklaring afgewezen. De rechtbank heeft het besluit van het college van 31 maart 2026 vernietigd en het college opgedragen om aan [verzoekster] een urgentieverklaring te verstrekken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ten onrechte twee algemene weigeringsgronden tegengeworpen en had het in de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] aanleiding moeten zien om een urgentieverklaring te verlenen. [verzoekster] heeft een urgente therapiebehoefte vanwege traumatische ervaringen binnen gesloten jeugdinstellingen. Een zelfstandige woning waar haar huidige ambulante begeleiding kan worden voortgezet, is de meest passende oplossing voor het urgente huisvestingsprobleem. Een spoedige toekenning van een passende, zelfstandige woonoplossing in Amstelveen is volgens de rechtbank noodzakelijk om zo snel mogelijk verslechtering van de mentale gezondheid, en escalatie van zorg, en op langere termijn verdergaande ontwrichting, te voorkomen.
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202602395/2/A2.
Datum uitspraak: 9 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb)), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], wonend in Amstelveen,
verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (de rechtbank) van 18 juni 2026 in zaak nr. 26/2770 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen.

Procesverloop

Bij besluit van 30 december 2025 heeft het college de aanvraag van [verzoekster] om een urgentieverklaring afgewezen.

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft het college het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 juni 2026 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het besluit van 31 maart 2026 vernietigd, het besluit van 30 december 2025 herroepen en bepaald dat het college aan [verzoekster] een urgentieverklaring moet verstrekken.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoekster] heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

2.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

3.       Bij het beoordelen van het verzoek gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.1.    De rechtbank heeft het besluit van het college van 31 maart 2026 vernietigd en het college opgedragen om aan [verzoekster] een urgentieverklaring te verstrekken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ten onrechte twee algemene weigeringsgronden tegengeworpen en had het in de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] aanleiding moeten zien om een urgentieverklaring te verlenen. [verzoekster] heeft een urgente therapiebehoefte vanwege traumatische ervaringen binnen gesloten jeugdinstellingen. Een zelfstandige woning waar haar huidige ambulante begeleiding kan worden voortgezet, is de meest passende oplossing voor het urgente huisvestingsprobleem. Een spoedige toekenning van een passende, zelfstandige woonoplossing in Amstelveen is volgens de rechtbank noodzakelijk om zo snel mogelijk verslechtering van de mentale gezondheid, en escalatie van zorg, en op langere termijn verdergaande ontwrichting, te voorkomen.

3.2.    In navolging van de uitspraak van de rechtbank heeft het college op 24 juni 2026 aan [verzoekster] een urgentieverklaring verleend. De urgentieverklaring houdt in dat de woningcorporatie, Eigen Haard, binnen haar woningvoorraad voor [verzoekster] een woning gaat zoeken en uiteindelijk een passende woning zal aanbieden. Het college heeft in reactie op vragen van [verzoekster] de werkwijze toegelicht. Hieruit volgt dat het toekennen van een vrijgekomen woning aan woningzoekenden met een urgentieverklaring plaatsvindt aan de hand van een wachtlijst. Dit houdt in dat een vrijgekomen woning wordt aangeboden aan de woningzoekende die het langste op de wachtlijst staat en voor wie de woning past binnen het zoekprofiel. Op het moment dat [verzoekster] op de wachtlijst werd geplaatst, waren er nog 24 woningzoekenden voor haar. Volgens het college is de gemiddelde wachttijd voor een woning voor een alleenstaande ongeveer één jaar, maar dit kan ook korter of langer zijn.

3.3.    Het college heeft geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

Het verzoek en de beoordeling daarvan

4.       [verzoekster] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Haar hoger beroep richt zich niet tegen het inhoudelijke oordeel van de rechtbank. Volgens [verzoekster] heeft de uitspraak van de rechtbank niet geleid tot een effectieve beëindiging van de door de rechtbank vastgestelde onrechtmatige situatie, aangezien zij tot op heden niet kan beschikken over een zelfstandige woonruimte. De door de rechtbank geboden rechtsbescherming is daardoor volgens [verzoekster] niet effectief. De uitspraak bevat geen concrete waarborg binnen welke termijn de noodzakelijke huisvesting daadwerkelijk moet worden gerealiseerd. Volgens [verzoekster] is langer wachten niet verantwoord, gelet op haar persoonlijke situatie. [verzoekster] verzoekt de voorzieningenrechter daarom om het college op te dragen om binnen twee weken een maatwerkbeslissing te nemen en een concreet uitvoeringsvoorstel vast te stellen om ervoor te zorgen dat [verzoekster] in september 2026 nog kan beschikken over (tijdelijke) passende woonruimte.

5.       De voorzieningenrechter zal het verzoek beoordelen aan de hand van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. Dat betekent dat de voorzieningenrechter een inschatting maakt of de uitspraak van de rechtbank in de bodemprocedure in stand zal blijven.

6.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de Afdeling de uitspraak van de rechtbank in de bodemprocedure zal vernietigen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Hij zal dit oordeel hierna toelichten.

6.1.    De voorzieningenrechter stelt vast dat het college met het verstrekken van de urgentieverklaring op 24 juni 2026 uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter begrijpt het betoog in hoger beroep zo dat de rechtbank volgens [verzoekster] op een zodanige wijze in de zaak had moeten voorzien dat zij binnen afzienbare tijd kon beschikken over een woning. Het enkel opdragen om een urgentieverklaring te verstrekken was niet voldoende.

6.2.    Het uitgangspunt bij het verkrijgen van een sociale huurwoning is dat de woningzoekende met de meeste wachtpunten in aanmerking komt voor de eerstvolgende beschikbare woning. Net als in veel andere gemeenten in Nederland, is de vraag naar sociale huurwoningen in de gemeente Amstelveen veel groter dan het aanbod. Dit betekent dat woningzoekenden lang moeten wachten voordat zij in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. De gemiddelde wachttijd in de gemeente Amstelveen is volgens het college op dit moment ongeveer zeventien jaar. In artikel 12 van de Huisvestingswet heeft de wetgever de gemeenteraad de mogelijkheid gegeven om een voorrangsregeling vast te stellen. Dit betekent dat het college bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang kan geven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is (de urgentieverklaring). Deze woningzoekenden krijgen op die manier voorrang op alle andere wachtenden. Van deze mogelijkheid heeft de gemeenteraad gebruik gemaakt en in paragraaf 2.9 van de Huisvestingsverordening Amstelveen 2025 is een urgentieregeling opgenomen.

6.3.    Hoewel de voorzieningenrechter begrip heeft voor de situatie van [verzoekster] en haar wens en die van haar hulpverleners om spoedig over een woning te kunnen beschikken, moet hij tegelijkertijd vaststellen dat de rechtbank in haar uitspraak niet meer heeft kunnen doen dan zij heeft gedaan. Zowel de Huisvestingsverordening als de Uitvoeringregels woonurgentie gemeente Amstelveen 2024 kennen geen verdergaande voorrangsbepaling of een verplichting voor het college om in het kader van de uitvoering van een verstrekte urgentieverklaring het belang van iemand die een urgentieverklaring heeft af te wegen tegen de belangen van andere bezitters van een urgentieverklaring. Het ontbreekt daarom aan een juridische grondslag op grond waarvan de rechtbank het college kon opdragen de door [verzoekster] genoemde handelingen te verrichten of beslissingen te nemen.

6.4.    Met de verleende urgentieverklaring heeft [verzoekster] voorrang op de reguliere woningzoekenden en staat het vast dat zij veel eerder dan anderen in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat het college er alles aan doet om ervoor te zorgen dat [verzoekster] zo spoedig mogelijk een woning krijgt, met inachtneming van de belangen van een rechtvaardige woonruimteverdeling en van de andere wachtenden op wachtlijst voor wie woonruimte ook dringend noodzakelijk is.

7.       Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

8.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.

w.g. Daalder
voorzieningenrechter

w.g. Rietveld
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon