Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.033
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202202662/2/V3

Bij besluit van 16 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1335
Datum uitspraak
6 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202662/2/V3

202107130/1/V1

Bij besluit van 18 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1324
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107130/1/V1

202200438/2/V2

Bij besluit van 30 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1327
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200438/2/V2

202200556/2/R2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Bergen op Zoom het bestemmingsplan "Buitengebied Oost 2020" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in actualisatie van het oostelijk deel van het buitengebied van Bergen op Zoom. Het plan heeft grotendeels een conserverend karakter, maar daarin zijn wel enkele ontwikkelingen opgenomen. De Stichting en [verzoeker sub 2] betogen dat het plan ten onrechte voorziet in een hondenschool aan [locatie 1] in Bergen op Zoom, door de toekenning van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk-hondenschool". Volgens hen is niet gemotiveerd waarom het mogelijk maken daarvan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ter plaatse is geen sprake van een akoestisch aanvaardbare situatie. [verzoeker sub 2] wijst daarbij op de notitie "Bestemmingsplan Buitengebied Oost 2020: kanttekeningen bij functieaanduiding 'hondenschool' met planregels" van bureau Peutz van 1 februari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1278
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200556/2/R2

202201144/1/R4

Bij besluit van 7 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montferland onder oplegging van een dwangsom gelast dat [verzoeker] de overtreding van artikel 1.1a van de Wet milieubeheer en artikel 1b van de Woningwet in samenhang met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 moet beëindigen en beëindigd moet houden en de overtreding van artikel 10.1 van de Wet milieubeheer moet beëindigen en beëindigd moet houden. [verzoeker] is eigenaar van het pand aan de [locatie A] in Didam. In dit pand werd door derden (met)amfetamine(olie) geproduceerd. Als gevolg hiervan is het pand verontreinigd met kwik(II)chloride. De last onder dwangsom strekt ertoe dat [verzoeker] de in zijn pand aangetroffen kwik(II)chloride, de restanten van actief koolfilters en overige gevaarlijke afvalstoffen moet laten opruimen door een daartoe erkend bedrijf. De kosten van deze sanering zijn geschat op € 45.000. De hoogte van de dwangsom is bepaald op € 25.000. [verzoeker] is het niet eens met dit besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1285
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201144/1/R4

202201931/1/V2 en 202201931/2/V2

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1323
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201931/1/V2 en 202201931/2/V2

202201976/2/R3

Bij besluit van 3 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden [verzoeker] onder oplegging van dwangsom gelast de uitbreiding van de werktuigenberging, de veestalling en de hooiopslag, zoals deze in het rood zijn aangegeven op de bijlage bij het besluit, voor 1 september 2020 te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] heeft op 26 september 2017 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een werktuigberging en een veestalling en het bouwen van een hooiopslag op zijn perceel ingediend. Het college heeft die aanvraag afgewezen. De afwijzing van de aanvraag is met de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1114, in stand gebleven. Bij besluit van 3 juli 2020 heeft het college [verzoeker] gelast om de zonder omgevingsvergunning gerealiseerde uitbreiding van de werktuigberging en de veestalling en de hooiopslag op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1286
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201976/2/R3

202202431/1/V3

Bij besluit van 31 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1322
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202431/1/V3

202202672/2/V2

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1328
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202672/2/V2

201905423/3/R4

Bij tussenuitspraak van 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1118 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de minister van Economische Zaken en Klimaat opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 13 juni 2019 (hierna: het instemmingsbesluit), tot instemming met het door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. ingediende winningsplan Pieterzijl Oost, te herstellen. De Afdeling heeft onder 14.4 van de tussenuitspraak overwogen dat de minister ten tijde van het nemen van het instemmingsbesluit niet beschikte over voldoende gedetailleerde informatie over de voorgenomen hydraulische stimulatie om daaruit de conclusie te kunnen trekken dat uitvoering van de stimulatie mogelijk is zonder onaanvaardbare risico’s. De minister heeft het instemmingsbesluit in zoverre in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1307
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201905423/3/R4

202002592/2/A2

Bij besluit van 27 augustus 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellante sub 2] een tegemoetkoming van € 2.487,00 toegekend voor schade die ganzen hebben toegebracht aan haar percelen. Het college heeft [appellante sub 2] bij zijn bij besluit van 24 juli 2019 gehandhaafde besluit van 27 augustus 2018 een tegemoetkoming van € 2.487,00 toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 3.105,00 en heeft hierop een eigen risico van 20% toegepast. Dit percentage is ontleend aan artikel 1.5 van de Beleidsregel Wet natuurbescherming Fryslân. [appellante sub 2] kon zich niet verenigen met de besluitvorming van het college en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen alleen in geschil is of het college een percentage van 20% heeft mogen inhouden op het vastgestelde schadebedrag. Volgens de rechtbank heeft het college niet goed onderbouwd waarom in het algemeen een eigen risico van 20% passend is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1291
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002592/2/A2

202002593/2/A2

Bij besluit van 26 september 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellante sub 2] een tegemoetkoming van € 57.028,00 toegekend voor schade die ganzen hebben toegebracht aan haar percelen. Het college heeft [appellante sub 2] bij zijn bij besluit van 24 juli 2019 gehandhaafde besluit van 26 september 2018 een tegemoetkoming van € 57.028,00 toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 71.284,00 en heeft hierop een eigen risico van 20% toegepast. Dit percentage is ontleend aan artikel 1.5 van de Beleidsregel Wet natuurbescherming Fryslân. [appellante sub 2] kon zich niet verenigen met de besluitvorming van het college en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen alleen in geschil is of het college een percentage van 20% heeft mogen inhouden op het vastgestelde schadebedrag. Volgens de rechtbank heeft het college niet goed onderbouwd waarom in het algemeen een eigen risico van 20% passend is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1292
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002593/2/A2

202002594/2/A2

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellante sub 2] een tegemoetkoming van € 40.962,00 toegekend voor schade die ganzen hebben toegebracht aan haar percelen. Het college heeft [appellante sub 2] bij zijn bij besluit van 24 juli 2019 gehandhaafde besluit van 10 oktober 2018 een tegemoetkoming van € 40.962,00 toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 51.202,00 en heeft hierop een eigen risico van 20% toegepast. Dit percentage is ontleend aan artikel 1.5 van de Beleidsregel Wet natuurbescherming Fryslân. [appellante sub 2] kon zich niet verenigen met de besluitvorming van het college en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen alleen in geschil is of het college een percentage van 20% heeft mogen inhouden op het vastgestelde schadebedrag. Volgens de rechtbank heeft het college niet goed onderbouwd waarom in het algemeen een eigen risico van 20% passend is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1293
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002594/2/A2

202002596/2/A2

Bij besluit van 26 september 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellante sub 2] een tegemoetkoming van € 2.871,00 toegekend voor schade die ganzen hebben toegebracht aan haar percelen. Het college heeft [appellante sub 2] bij zijn bij besluit van 24 juli 2019 gehandhaafde besluit van 26 september 2018 een tegemoetkoming van € 2.871,00 toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 3.588,00 en heeft hierop een eigen risico van 20% toegepast. Dit percentage is ontleend aan artikel 1.5 van de Beleidsregel Wet natuurbescherming Fryslân. [appellante sub 2] kon zich niet verenigen met de besluitvorming van het college en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen alleen in geschil is of het college een percentage van 20% heeft mogen inhouden op het vastgestelde schadebedrag. Volgens de rechtbank heeft het college niet goed onderbouwd waarom in het algemeen een eigen risico van 20% passend is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1294
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002596/2/A2

202002597/2/A2

Bij besluit van 24 augustus 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellant sub 2] een tegemoetkoming van € 7.480,00 toegekend voor schade die ganzen hebben toegebracht aan zijn percelen. Het college heeft [appellant sub 2] bij zijn bij besluit van 24 juli 2019 gehandhaafde besluit van 24 augustus 2018 een tegemoetkoming van € 7.480,00 toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 9.350,00 en heeft hierop een eigen risico van 20% toegepast. Dit percentage is ontleend aan artikel 1.5 van de Beleidsregel Wet natuurbescherming Fryslân. [appellant sub 2] kon zich niet verenigen met de besluitvorming van het college en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen alleen in geschil is of het college een percentage van 20% heeft mogen inhouden op het vastgestelde schadebedrag. Volgens de rechtbank heeft het college niet goed onderbouwd waarom in het algemeen een eigen risico van 20% passend is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1295
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002597/2/A2

202002598/2/A2

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellante sub 2] een tegemoetkoming van € 8.267,00 toegekend voor schade die ganzen hebben toegebracht aan haar percelen. Het college heeft [appellante sub 2] bij zijn bij besluit van 24 juli 2019 gehandhaafde besluit van 10 oktober 2018 een tegemoetkoming van € 8.267,00 toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 10.333,00 en heeft hierop een eigen risico van 20% toegepast. Dit percentage is ontleend aan artikel 1.5 van de Beleidsregel Wet natuurbescherming Fryslân. [appellante sub 2] kon zich niet verenigen met de besluitvorming van het college en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen alleen in geschil is of het college een percentage van 20% heeft mogen inhouden op het vastgestelde schadebedrag. Volgens de rechtbank heeft het college niet goed onderbouwd waarom in het algemeen een eigen risico van 20% passend is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1296
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002598/2/A2

202004269/1/A2, 202004270/1/A2, 202004272/1/A2, 202004273/1/A2, 202004274/1/A2 en 202004276/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 12 en 29 juni en 20 juli 2017 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [wederpartij] om een vergoeding voor door hem als advocaat aan verschillende cliënten verleende rechtsbijstand afgewezen. Het gaat in deze zes zaken om besluiten van de raad waarbij hij de aanvragen van [wederpartij] om vergoeding van de door hem verleende rechtsbijstand heeft afgewezen. [wederpartij] was tot 2016 ingeschreven advocaat. De aanvragen om vergoeding van verleende rechtsbijstand hebben betrekking op eerder aan [wederpartij] ter zake verleende toevoegingen. De raad heeft de aanvragen om vergoeding van verleende rechtsbijstand afgewezen omdat niet aan de eisen voor inwilliging daarvan is voldaan. [wederpartij] kon zich niet vinden in die afwijzingen van zijn aanvragen om vergoeding en heeft na bezwaar ter zake beroep bij de rechtbank ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1311
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202004269/1/A2, 202004270/1/A2, 202004272/1/A2, 202004273/1/A2, 202004274/1/A2 en 202004276/1/A2

202004950/1/R2

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul besloten het bestemmingsplan "Partiële herziening BP Buitengebied 2012 - uitbreiding [appellante]" niet vast te stellen. [appellante] exploiteert een familiecamping met 142 verblijfsplaatsen in Schin op Geul. Met het oog op de toekomst heeft de eigenaar van de camping een perceel grond (kadastraal bekend gemeente Schin op Geul, sectie C, nummer 199) aangekocht van 4.200 m2, grenzend aan het bestaande kampeerterrein. Op dit perceel bevindt zich een kersenboomgaard. [appellante] heeft op 11 januari 2017 een (informeel) verzoek gedaan om de camping te mogen uitbreiden. Dit heeft geleid tot het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan op 7 augustus 2019. Het ontwerpplan maakt een uitbreiding van de camping met 9 glamping accommodaties, een parkeerplaats voor 15 auto's en de jaarronde exploitatie van de camping mogelijk. Ook wordt voorzien in een landschappelijke inpassing van de camping en de uitbreiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1305
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202004950/1/R2

202006766/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden een verzoek van [appellant] als bedoeld in artikel 2.58, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen tot wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen betreffende zijn voornaam, geboortedatum en geboorteplaats afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [appellant], geboren op [geboortedatum] 1985 te Baishi (China). Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem op 19 februari 2001 afgelegde verklaring onder ede. Die verklaring komt overeen met eerdere verklaringen van [appellant] tegenover de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 16 december 1999 en 22 mei 2000 in het kader van zijn asielprocedure. Hij heeft het college op 20 november 2017 verzocht om zijn gegevens te wijzigen in [naam], geboren op [geboortedatum] 1977 te Qingtian County (China). Daartoe heeft hij volgende documenten overgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1198
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202006766/1/A3

202100075/1/R3

Bij besluit van 22 september 2020 heeft de raad van de gemeente Coevorden het bestemmingsplan "Kernen" vastgesteld. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor het centrumgebied van de stad Coevorden, alsmede voor de woongebieden van de verschillende dorpskernen binnen de gemeente Coevorden, waaronder de kernen Dalen en Dalerveen. Verder omvat het plan delen van het grondgebied van de gemeente Coevorden die niet binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Buitengebied" vallen en gronden die behoren tot bedrijventerreinen in de gemeente Coevorden. Het plan is grotendeels conserverend van aard. [appellant sub 1] woont aan [locatie 1] te Dalen. Hij kan zich niet verenigen met de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied - Molenakkers", voor zover deze aanduiding is toegekend aan de gronden ten westen van zijn perceel. De maatschap exploiteert een melkrundveehouderij op het perceel aan de [locatie 2] te Dalerveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1309
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202100075/1/R3

202100374/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellante] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag voor rechtspersonen afgewezen. [appellante] heeft een VOG aangevraagd. Die heeft zij nodig om vermeld te worden op de lijst voor vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars van afvalstoffen (hierna: VIHB-lijst) bij de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie. Bij de beoordeling van de aanvraag heeft de minister de criteria toegepast die zijn neergelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018 (hierna: de beleidsregels). Daarin is bepaald dat als de aanvrager voorkomt in het Justitieel Documentatie Systeem de minister aan de hand van een objectief en een subjectief criterium bekijkt of de afgifte van een VOG gerechtvaardigd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1299
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202100374/1/A3

202100450/1/A3

Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne een verzoek van [appellante] om wijziging van haar gegevens in de Basisregistratie personen afgewezen. [appellante] is in het jaar 2000 naar Nederland gekomen. Bij een asielaanvraag heeft zij opgegeven dat zij [voornaam A] [appellante] is, geboren op [geboortedatum A] te [plaats A], China. Deze gegevens zijn op basis van een verklaring onder ede als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet brp in de Brp opgenomen. Op 10 oktober 2018 heeft zij het college verzocht deze gegevens te wijzigen. Zij stelt dat zij [voornaam B] [appellante] is, geboren op [geboortedatum B] te [plaats B], China. Deze gegevens die [appellante] wil wijzigen, zijn gegevens over haar burgerlijke staat die vallen onder artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onder a, 1°, van de Wet brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1297
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202100450/1/A3

202100499/1/A3

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer ambtshalve de adresgegevens van [appellant] in de basisregistratie personen gewijzigd. [appellant] was in de brp ingeschreven op het adres [locatie A] in Deventer waar hij een woonwagen had. Het college heeft dat adres per 11 april 2019 gewijzigd in [locatie B] in Deventer, het woonadres van [belanghebbende] en hun twee kinderen. Aan de adreswijziging heeft het college ten grondslag gelegd dat uit in 2018 gestart onderzoek in het kader van internetfraude en uitkeringsfraude, is gebleken dat [appellant] zijn woonadres had op laatstgenoemd adres. [appellant] betoogt dat [locatie A] zijn woonadres was. Tot 15 januari 2019 woonde hij daar en sliep hij af en toe op het adres van [belanghebbende], met wie hij een persoonlijke relatie heeft. Bij het onderzoek zijn daar alleen zijn jas en een doosje medicijnen van hem aangetroffen. Van 16 januari 2019 tot 23 mei 2019 zat hij in detentie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1314
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202100499/1/A3

202100501/1/A3

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer ambtshalve de adresgegevens van [appellant] in de basisregistratie personen gewijzigd. [appellant] was in de brp ingeschreven op het adres [locatie A] te Deventer waar hij een woonwagen huurde. Het college heeft dat adres per 11 april 2019 gewijzigd in [locatie B], het woonadres van zijn echtgenote. Aan de adreswijziging heeft het college ten grondslag gelegd dat uit in het jaar 2018 gestart onderzoek in het kader van internetfraude en uitkeringsfraude is gebleken dat [appellant] zijn woonadres had op laatstgenoemd adres. [appellant] betoogt dat [locatie A] zijn woonadres was. Tot 15 januari 2019 woonde hij daar en sliep hij af en toe op het adres van zijn echtgenote, [locatie B]. Bij het onderzoek, waarvan de politierapporten in het dossier ontbreken, is daar post van hem aangetroffen omdat zijn vrouw de boekhouding deed. Van 16 januari 2019 tot 1 mei 2019 zat hij in detentie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1315
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202100501/1/A3

202100590/1/R3

Bij besluit van 28 oktober 2020 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Vecht- en Beneden Reggegebied deelgebied Eerderhooilanden" vastgesteld. Volgens de plantoelichting werkt de provincie Overijssel samen met partners de komende jaren aan het programma Ontwikkelopgave Natura 2000 van de provincie Overijssel. Met dit programma is beoogd de kwaliteit van het leefgebied van dieren en planten in de Natura 2000-gebieden in de provincie Overijssel te verbeteren. Eén van die Natura 2000-gebieden is het gebied Vecht- en Beneden-Reggebied. Volgens de plantoelichting is het Natura 2000-doel voor dit gebied onder andere het uitbreiden van de stroomdalgraslanden en de beekbegeleidende bossen en het uitbreiden van de leefgebieden van de kamsalamander, de kleine modderkruiper, de rivierdonderpad en de grote modderkruiper. Om de Natura 2000-doelen te halen, zijn voor meerdere deelgebieden binnen dit Natura 2000-gebied inrichtingsplannen vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1303
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202100590/1/R3

202101149/1/A3

Bij besluit van 19 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein het verzoek van [appellante] om haar identiteitsgegevens in de basisregistratie personen te wijzigen, afgewezen. [appellante] is op 27 september 1993 naar Nederland gekomen. Zij is op 28 mei 1995 in de brp geregistreerd als [persoon 1], geboren op [geboortedatum] 1970 te Quang Dong, China. Deze identiteitsgegevens zijn ontleend aan een door [appellante] onder ede afgelegde verklaring als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet brp. Bij brief van 27 mei 2019 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om deze gegevens te wijzigen in [persoon 2], geboren op [geboortedatum] 1972 te Guangzhou, China. Daarnaast heeft zij gevraagd haar oudergegevens te registreren. De gegevens die [appellante] wil wijzigen, vallen onder artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onder a, 1°, van de Wet brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1300
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202101149/1/A3

202101332/1/R1

Bij besluit van 23 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk aan [bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van acht woningen tussen de Rijksstraatweg en de Botter Acker in Heemskerk en het maken van een uitweg. [bedrijf] heeft op 29 december 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteiten bouwen van acht nieuwbouwwoningen waarvan zes rijwoningen en één twee-onder-een-kapwoning, het gebruik van de gronden in strijd met het bestemmingsplan, het maken van een uitweg en het vellen van een houtopstand. De acht woningen worden gerealiseerd op een perceel tussen de Rijksstraatweg en de Botter Acker in Heemskerk. Dit perceel is ongeveer 1.500 m2 groot. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Woongebied II’ rust op het perceel de bestemming ‘Groen’ met de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’. [appellant] en anderen wonen aan de [6 locaties], te Heemskerk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1312
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101332/1/R1

202101407/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft een VOG aangevraagd. Die heeft hij nodig om de functie van ‘Wegvervoerondernemer goederenvervoer’ bij [bedrijf] uit te kunnen oefenen. Bij de beoordeling van de aanvraag heeft de minister de criteria toegepast die zijn neergelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018. Daarin is bepaald dat als de aanvrager voorkomt in het Justitieel Documentatie Systeem de minister aan de hand van een objectief en een subjectief criterium bekijkt of de afgifte van een VOG gerechtvaardigd is. Bij het objectieve criterium bekijkt de minister of de justitiële gegevens, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak of bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1301
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202101407/1/A3

202102141/1/A2

Bij besluiten van 1, 29 en 30 augustus 2018 en 11 oktober 2018 heeft de raad voor rechtsbijstand aan [appellant] voor door hem als advocaat verleende rechtsbijstand vergoedingen toegekend in de toevoegingen met nummers IGF1517 ([persoon A]), 1HJ0967 (Bremen), 1HC1821 ([persoon C]), 1GG1575 ([persoon D]) en 1FA3682 ([persoon E]). De raad heeft daarbij de aanvragen van [appellant] om een vergoeding afgewezen in de toevoegingen met nummers 1GH9692 en 1GK8591 ([persoon A]). Bij besluit van 12 november 2018 heeft de raad alsnog aan [appellant] een vergoeding toegekend in de toevoeging met nummer 1FT4135 ([persoon E]). Bij besluit van 5 november 2019 heeft de raad de door [appellant] ingediende bezwaren ongegrond (lees: niet-ontvankelijk) verklaard. De raad heeft [appellant] tot twee maal toe gevraagd kenbaar te maken of sprake is van een verschoonbare reden voor het niet tijdig ingediend hebben van het bezwaarschrift.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1316
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202102141/1/A2

202103869/1/A3

Bij besluit van 12 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een verzoek van [appellant] om correctie van zijn gegevens in de basisregistratie personen afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om correctie van zijn gegevens in de brp. In het verzoek staat: "Het gaat hier om de datum eerste vestiging Nederland, deze dient niet ingevuld te zijn daar ik mijn gehele leven al in onze gemeente woonachtig ben. Voor zover ik kon nagaan betreft het hier twee hiaten, de eerste beginnend in 2001 tot 2003 en het tweede van 2012 tot 2018." Naar eigen zeggen heeft [appellant] destijds geprobeerd in persoon verhuisaangifte te doen, maar heeft het college geweigerd de adreswijziging in te schrijven in de brp omdat hij geen huurovereenkomst of ander bewijs van bewoning kon overleggen. Aanvankelijk heeft het college het verzoek van [appellant] bij het besluit van 12 september 2019 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1304
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202103869/1/A3

202103925/1/A3

Bij besluit van 7 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden omdat zij last heeft van psychische en lichamelijke klachten, waaronder depressieve klachten en paniekaanvallen. In 2015 is [appellante] geëmigreerd naar Malta. Toen zij in 2017 zwanger was van haar dochter verliet haar partner haar en kreeg zij na de bevalling een postnatale depressie. Op 10 januari 2018 is [appellante] met haar dochter teruggekeerd naar Nederland. Omdat zij geen urgentieverklaring in Almere kon krijgen heeft zij zelf een woning gezocht en is ze in Steenwijk gaan wonen. Door problemen met onder andere de gemeente en haar buurvrouw zijn haar klachten naar eigen zeggen verergerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1319
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202103925/1/A3

202104004/1/R1

Bij besluit van 15 april 2021 heeft de raad van de gemeente Hulst besloten om het bestemmingsplan "Frederik Hendrikstraat ong. Lamswaarde" niet vast te stellen. [appellante] wil op het perceel gelegen ten westen van de [locatie 1] in Lamswaarde een woning bouwen. Voor het perceel geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Hulst". Het perceel heeft de bestemming "Agrarisch", op grond waarvan de bouw van de gewenste woning niet is toegestaan. [appellante] heeft daarom op 17 juni 2019 het voorstel voor het bestemmingsplan "Frederik Hendrikstraat ong., Lamswaarde" ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Dit voorstel voorziet in het wijzigen van de bestemming van het perceel van "Agrarisch" naar "Wonen" met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - landhuizen’, waarbij 50% van het perceel moet bestaan uit opgaand hout. Het voorstel is gebaseerd op de ruimte-voor-ruimteregeling in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 van de Provincie Zeeland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1302
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202104004/1/R1

202104017/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem [appellant] gelast zijn boot uiterlijk 21 januari 2020 uit de inham van de Ringvaart te verwijderen en verwijderd te houden. Als [appellant] dit niet, niet volledig, of niet op tijd doet zal het college de boot verwijderen op kosten van [appellant]. Op 7 januari 2020 zagen toezichthouders van het college dat de boot van [appellant] in een inham van de Ringvaart, in de buurt van het Ringvaartpad in Haarlem lag. Die locatie is niet aangewezen als ligplaats. Het college heeft hem daarom gelast zijn boot te verwijderen. Dit heeft [appellant] niet gedaan, waarna het college de boot verwijderd heeft en de kosten op [appellant] heeft verhaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1318
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202104017/1/A3

202104432/1/A2

Bij besluit van 26 september 2019 heeft de Dienst Wegverkeer de keuringsbevoegdheid van [appellant] voor het uitvoeren van algemene periodieke keuringen voor de categorie voertuigen tot en met 3.500 kg voor twaalf weken ingetrokken. [appellant] exploiteert het bedrijf [bedrijf]. Dit bedrijf is erkend als APK keuringsplaats. Aan [appellant] zelf is de keuringsbevoegdheid toegekend. Op 12 september 2019 heeft de RDW in het kader van de uitvoering van het toezicht op de keuringsbevoegdheid APK een steekproefherkeuring uitgevoerd op het voertuig met kenteken […]. Daarbij is vastgesteld dat het voertuig op drie punten niet aan de APK keuringseisen voldeed. Twee banden vertoonden uitstulpingen en de remslang was beschadigd. [appellant] heeft op grond daarvan drie keer 1,6 strafpunten toegekend gekregen, resulterend in een totaal van 4,8 strafpunten. De steekproefcontoleur heeft geconstateerd dat [appellant] hiermee de maximale toegestane cusumstand van 10 punten heeft overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1320
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104432/1/A2

202104670/1/A3

Bij besluit van 23 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft [appellant] gelast om geen inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben op een openbare plaats in de gemeente Dordrecht onder oplegging van een dwangsom. Op 23 november 2019 is [appellant] aangehouden wegens inbraak. Op bewakingsbeelden was te zien dat werd ingebroken in een vrachtwagen. Twee personen waren gekomen met een Renault bus. [appellant] stond op de uitkijk, de ander pakte een voorwerp uit de Renault en brak daarna in in een oranje container op een vrachtwagen met een grote kniptang. Op basis van deze feiten en omstandigheden heeft het college de aangetroffen voorwerpen terecht als inbrekerswerktuigen aangemerkt en terecht aannemelijk geacht dat [appellant] in strijd met de APV inbrekerswerktuigen op een openbare plaats bij zich had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1310
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202104670/1/A3

202104722/1/A3

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers een verzoek van [appellant] tot herstel van een bijwerking in de Basisregistratie Kadaster afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie A] in Zwolle. Hij heeft op 10 december 1998 van zijn toenmalige buren van [nummer] grond gekocht, die tot dan bij het perceel van [nummer] hoorde. De grootte van het perceel is in een notariële akte van koop en levering van 10 december 1998 omschreven als ongeveer twee aren en vijf centiaren. [appellant] verschilt met zijn [buurman] van mening over de juridische eigendom van een strook grond ter hoogte van de noordwestelijke grens van zijn perceel, die hij in gebruik had en op verzoek van [buurman] in 2020 aan hem in gebruik heeft gegeven. Hij ging er daarbij vanuit dat [buurman] zich terecht op het standpunt stelde dat de kadastrale grens de juridische eigendomsgrens aangaf en dat de strook grond daarom bij het perceel van [buurman] hoorde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1317
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202104722/1/A3

202105072/1/A2

Bij besluit van 30 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel plaatselijk bekend [locatie 1] te Wolfheze. Hij heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 21 december 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Wolfheze 2017" (hierna: het nieuwe bestemmingsplan), omdat dit plan uitbreiding van de bebouwing en het gebruik op het naastgelegen agrarische perceel [locatie 2] mogelijk maakt. Volgens [appellant] is de waarde van zijn perceel hierdoor gedaald, waardoor hij schade lijdt. In zijn reactie op het conceptadvies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken heeft [appellant] vermeld dat hij tevens schade lijdt van drie verleende omgevingsvergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1306
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202105072/1/A2

202105583/1/A3

Op 22 juli 2020 heeft de heffingsambtenaar van het belastingcentrum Tribuut het verzoek van [wederpartij] om informatie en afgifte van documenten afgewezen. [wederpartij] heeft op 14 januari 2020 een e-mail bericht verstuurd aan de heffingsambtenaar en daarin verzocht om informatie. De heffingsambtenaar heeft het verzoek afgewezen, omdat [wederpartij] volgens de heffingsambtenaar niet heeft beoogd om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) een verzoek in te dienen. Volgens de heffingsambtenaar moet het bericht van [wederpartij] worden opgevat als een verzoek om toezending van de stukken in een andere procedure over een legesaanslag, waarbij [wederpartij], de heffingsambtenaar en de gemeente Voorst zijn betrokken. De heffingsambtenaar betoogt dat de rechtbank het beroep van [wederpartij] ten onrechte gegrond heeft verklaard. Er was geen sprake van een Wob-verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1313
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105583/1/A3

202105731/1/R1

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Zuidas-Woonbuurt Ravel" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Zuidas-Woonbuurt Ravel" voorziet in de ontwikkeling van een gemengde buurt met onder meer een aanbod van ongeveer 1.350 woningen verspreid over tien kavels, kantoren en maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Deze ontwikkeling wordt voorzien door de bestemming "Gemengd". Voor de openbare ruimte voorziet het bestemmingsplan tussen de bouwblokken in een autovrije, groene inrichting. Aan de openbare ruimte is de bestemming "Groen" toegekend. Het plangebied wordt aan de westelijke kant begrensd door de Beethovenstraat, aan de zuidkant door de De Boelelaan, aan de oostkant door de Antonio Vivaldistraat en aan de noordkant door de Maurice Ravellaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1321
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202105731/1/R1

202105887/1/A2

Bij besluit van 28 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond, voor zover hier van belang, een aanvraag van [appellant A] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant A] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] te Helmond (hierna: de woning). Op 4 december 2017 heeft hij verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij heeft geleden in verband met de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 11 maart 2014 vastgestelde bestemmingsplan Stiphout-Zuid (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). Dit bestemmingsplan is de planologische basis voor het realiseren van een woonwijk in een ten zuidoosten van de woning gelegen gebied (hierna: het plangebied). Volgens [appellant A] heeft dat tot waardevermindering van de woning geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1290
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202105887/1/A2

202106016/1/A3

Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere het verzoek van [appellante] om een urgentieverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellante] woonde sinds mei 2018 in een instelling voor begeleid wonen. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij zich in de instelling onveilig voelde na een aantal incidenten. Haar huisarts, therapeut en begeleiders zijn met haar eens dat een eigen zelfstandige woonruimte met ambulante begeleiding het beste voor haar is. [appellante] wil in Almere blijven wonen omdat zij alleen met die gemeente binding heeft. Het college heeft in het ingediende nader stuk gesteld dat zij inmiddels niet meer in de instelling woont en in de basisregistratie personen van de gemeente Almere per 20 januari 2022 is ingeschreven op een ander adres. [appellante] stelt in haar nader stuk dat ze nu feitelijk dakloos is en bij vrienden en kennissen slaapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1289
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202106016/1/A3

202106705/1/V6

Bij uitspraak van 31 maart 2021, in zaak nr. 202100189/1/V6 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 januari 2021 in zaak nr. 19/2298 niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep van [verzoekster] is bij uitspraak van 31 maart 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat zij het verschuldigde griffierecht niet had voldaan. Haar verzet is bij uitspraak van 20 april 2021 ongegrond verklaard, omdat zij geen feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1308
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106705/1/V6

202200886/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft de Algerijnse nationaliteit. Volgens de staatssecretaris is de bewaring van de vreemdeling noodzakelijk omdat hij geen gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 31 oktober 2018 , er een risico bestaat dat hij zich zal onttrekken aan het toezicht en hij de voorbereiding van zijn vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2092 , geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn voor Algerije ontbreekt. In deze uitspraak gaat het om de vraag of dat oordeel nog steeds geldt of dat de omstandigheden zo zijn gewijzigd dat er wel weer zicht op uitzetting is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1274
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202200886/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202200886/1/V3

202201232/1/V3

Bij besluit van 6 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft de Algerijnse nationaliteit. Volgens de staatssecretaris is de bewaring van de vreemdeling noodzakelijk omdat hij geen gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 21 november 2020, er een risico bestaat dat hij zich zal onttrekken aan het toezicht en hij de voorbereiding van zijn vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2092 , geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn voor Algerije ontbreekt. In deze uitspraak gaat het om de vraag of dat oordeel nog steeds geldt of dat de omstandigheden zo zijn gewijzigd dat er wel weer zicht op uitzetting is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1275
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201232/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201232/1/V3

202201317/1/V3

Bij besluit van 5 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft de Algerijnse nationaliteit. Volgens de staatssecretaris is de bewaring van de vreemdeling noodzakelijk omdat hij geen gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 6 juli 2020, er een risico bestaat dat hij zich zal onttrekken aan het toezicht en hij de voorbereiding van zijn vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2092 , geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn voor Algerije ontbreekt. In deze uitspraak gaat het om de vraag of dat oordeel nog steeds geldt of dat de omstandigheden zo zijn gewijzigd dat er wel weer zicht op uitzetting is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1276
Datum uitspraak
4 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201317/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201317/1/V3

202102821/1/V1

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1284
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102821/1/V1

202102830/1/V1

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1282
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102830/1/V1

202102832/1/V1

Bij besluit van 26 maart 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1280
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102832/1/V1

202104303/1/V1

Bij besluit van 11 september 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1283
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104303/1/V1

202105111/1/V2

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1281
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105111/1/V2

202105115/1/V2

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1279
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105115/1/V2

202200792/2/R3, 202200796/2/R3 en 202200798/2/R3

Bij besluit van 2 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden geweigerd om aan Aldi Drachten B.V. een omgevingsvergunning te verlenen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het vestigen van een Aldi Supermarkt op het winkelpark De Centrale te Leeuwarden. De door Aldi Drachten B.V. en KBwinkels B.V. aangevraagde, en door het college geweigerde, omgevingsvergunningen zien op de verplaatsing van een Aldi supermarkt van het perceel Cambuurplein 50 naar het perceel De Centrale 32 te Leeuwarden. Verzoekers verzoeken de voorzieningenrechter om bij wijze van voorlopige voorziening toe te staan dat de bewuste uitbreiding van het winkelcomplex op De Centrale te Leeuwarden mag worden aangewend voor detailhandel en/of een verkoopfunctie, en uitsluitend ten behoeve van de exploitatie van een Aldi supermarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1277
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200792/2/R3, 202200796/2/R3 en 202200798/2/R3

202201770/2/A3, 202201799/2/A3 en 202201803/2/A3

Bij besluit van 26 april 2017 heeft college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [bedrijf A] om een exploitatievergunning voor het vervoeren van passagiers met het bedrijfsvaartuig [bedrijfsvaartuig 1] afgewezen. Bij besluit van 12 februari 2018 heeft college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [verzoekster sub 1] om een exploitatievergunning voor het vervoeren van passagiers met het bedrijfsvaartuig [bedrijfsvaartuig 2] afgewezen. Bij besluit van 20 maart 2018 heeft college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [bedrijf B] om een exploitatievergunning voor het vervoeren van passagiers met de bedrijfsvaartuigen [5 bedrijfsvaartuigen] afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1266
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201770/2/A3, 202201799/2/A3 en 202201803/2/A3

202202352/2/V2

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1288
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202352/2/V2

202202652/2/V3

Bij besluit van 9 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1287
Datum uitspraak
3 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202652/2/V3

202100869/1/V3

Bij besluit van 30 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1273
Datum uitspraak
2 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100869/1/V3

202102586/1/V1

Bij besluit van 30 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1272
Datum uitspraak
2 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102586/1/V1

202103415/1/V3

Bij besluit van 17 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, en zijn verzoek om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1269
Datum uitspraak
2 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103415/1/V3

202201619/1/V3

Bij besluit van 14 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1270
Datum uitspraak
2 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201619/1/V3

202201619/2/V3

Bij besluit van 14 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1271
Datum uitspraak
2 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201619/2/V3

202202225/2/V3

Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1268
Datum uitspraak
2 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202225/2/V3

202201444/1/V3

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft de staatssecretaris Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1261
Datum uitspraak
29 april 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202201444/1/V3

202202018/2/A3

Bij besluit van 8 september 2021 heeft de minister de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent het gedrag voor de functie van pedagogisch medewerker afgewezen. [verzoeker] is in juli 2021 als zzp’er aan de slag gegaan bij een uitzendbureau voor de zorg in Nieuwegein. Voor de functie van pedagogisch medewerker moet hij een VOG hebben. De minister heeft de gevraagde VOG geweigerd, omdat in het JDS strafrechtelijke veroordelingen voor meerdere vermogensdelicten en Opiumwetdelicten zijn aangetroffen. Volgens de minister vormen deze feiten een belemmering voor de behoorlijke uitoefening van de functie van pedagogisch medewerker. De minister heeft in de specifieke omstandigheden van het geval geen aanleiding gezien om de VOG alsnog te verstrekken. Het verzoek strekt ertoe om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat [verzoeker] wordt behandeld als ware hij in het bezit van een VOG totdat in de bodemzaak is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1252
Datum uitspraak
29 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202202018/2/A3

202202156/2/V3

Bij uitspraak van 24 maart 2022 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag, gegrond verklaard. Verder heeft de rechtbank het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit op de asielaanvraag moet nemen. De rechtbank heeft daarnaast bepaald dat de staatssecretaris aan de vreemdeling een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1262
Datum uitspraak
29 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202156/2/V3

202202197/2/V2

Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1257
Datum uitspraak
29 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202197/2/V2

202202212/2/A3

Bij besluit van 16 september 2021 heeft de minister de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent het gedrag voor de functie van rijinstructeur WRM afgewezen. [verzoeker] is in maart 2021 gestart met een opleiding tot rijinstructeur. Om zijn certificaat als bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 te behalen moet hij alleen nog een verplichte praktijkstage van in totaal 40 uur lopen. Voor de stage is op grond van artikel 15a, eerste lid, van de WRM een VOG nodig. De minister heeft de VOG geweigerd, omdat binnen de terugkijktermijn van vijf jaar in het JDS als justitieel gegeven is aangetroffen dat [verzoeker] verdacht wordt van (primair) poging tot doodslag en (subsidiair) openlijke geweldpleging, gepleegd op 1 december 2019. [verzoeker] heeft bij de politie bekend dat hij een persoon die zijn broertje heeft aangevallen heeft gestoken met een mes. De minister heeft in de specifieke omstandigheden van het geval geen aanleiding gezien om de VOG alsnog te verstrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1264
Datum uitspraak
29 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202202212/2/A3

202005618/1/V2

Bij besluit van 11 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1263
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005618/1/V2

202100655/1/V2

Bij besluiten van 15 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1253
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100655/1/V2

202101615/1/V2

Bij besluit van 23 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1265
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101615/1/V2

202102370/1/V3

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1260
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102370/1/V3

202103163/1/R2 en 202103163/3/R2 en 202103163/4/R2

Bij uitspraak van 4 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:357, heeft de voorzieningenrechter het besluit van de raad van de gemeente Horst aan de Maas van 23 maart 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Nieuwe Peeldijk 36, fase 3, America" geschorst. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Nieuwe Peeldijk 36, fase 3, America" gewijzigd vastgesteld. De raad heeft op 23 maart 2021 het bestemmingsplan "Nieuwe Peeldijk 36, fase 3, America" vastgesteld. Dat plan maakt de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf [verzoekster B] mogelijk door te voorzien in bouwmogelijkheden voor een kas. De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 4 februari 2022 het plan geschorst. Hierbij heeft de voorzieningenrechter de onomkeerbaarheid van de gevolgen van de realisatie van een mogelijk geurgevoelig object binnen de geurcontour van [verzoekster A] en de omstandigheid dat de raad nieuwe besluitvorming nodig acht, doorslaggevend geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1250
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202103163/1/R2 en 202103163/3/R2 en 202103163/4/R2

202108061/1/V3

Bij besluit van 3 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1259
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202108061/1/V3

202200006/1/V3

Bij besluit van 17 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1245
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200006/1/V3

202201097/2/R2

Bij besluit van 25 november 2021 heeft raad van de gemeente Bergeijk het bestemmingsplan "Voorderstraat-Heiereind ong." vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in twee woningen. Een is voorzien aan de Voorderstraat te Riethoven, gemeente Bergeijk, op perceel kadastraal bekend als gemeente Riethoven, sectie E, nummer 1565. De andere is voorzien aan Heiereind, op het perceel kadastraal bekend als gemeente Riethoven, sectie E, nummer 61, hierna aangeduid als Heiereind 1a. Voor de realisering van deze woning is gebruik gemaakt van de Ruimte-voor-Ruimte-regeling zoals benoemd in artikel 3.80 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. [verzoeker] woont aan [locatie A] te Riethoven, in de nabijheid van beide percelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1251
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202201097/2/R2

202202176/2/V2

Bij besluit van 2 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1258
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202176/2/V2

202202267/1/V3

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1256
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202267/1/V3

202202332/2/V2

Bij besluit van 9 november 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1254
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202332/2/V2

202200812/3/A3

Appellanten 1 en Het bestuur van Stichting Skal hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 20 januari 2022 in zaak nr. 20/2310. Appellanten 1 hebben een lijst met hun namen en vestigingsplaatsen overgelegd en medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1201
Datum uitspraak
28 april 2022
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200812/3/A3

202107285/1/R2 en 202107285/2/R2

Bij besluit van 28 september 2021 heeft de raad van de gemeente Deurne het bestemmingsplan "CPO Kleine Bottel, Deurne" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 10 eengezinswoningen. Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van de Kleine Bottel, aan de zuidzijde van de Helmondseweg en in het verlengde van de Pastoor Jacobsstraat in Deurne. Het plangebied ligt in het noordwesten van de kern van Deurne en heeft een oppervlakte van 5.638 m2. [verzoekers] zijn voornemens om woningen te bouwen op de ten zuiden van het plangebied gelegen percelen, kadastraal bekend gemeente Deurne, sectie B, nummers 2230, 2229 en 2157. Zij vrezen dat het plan de ontwikkelingsmogelijkheden op deze percelen beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1177
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202107285/1/R2 en 202107285/2/R2

202108132/3/V2

De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 21 december 2021 in zaak nr. NL20.22224 en NL20.22225.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1190
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202108132/3/V2

202200146/1/R3 en 202200146/2/R3

Bij besluit van 27 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente aan Lidl Nederland GmbH een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een supermarkt aan de Kerkstraat 2 tot en met 16 in Goor. In dit besluit staat dat de belangrijkste wijziging ten opzichte van de eerdere omgevingsvergunning de verplaatsing van de laad- en loslocatie van de Wheeme naar de Kerkstraat is. De zogeheten footprint van het bouwplan is niet gewijzigd. De vereniging van eigenaars gebouw "De Zon" en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het beoogde aantal van 88 parkeerplaatsen voor de supermarkt onvoldoende is. Volgens hen moet in minimaal 125 parkeerplaatsen worden voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1199
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200146/1/R3 en 202200146/2/R3

202201176/1/R4 en 202201176/2/R4

Bij besluit van 4 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om uiterlijk op 1 augustus 2021 de mantelzorgwoning op het perceel aan de [locatie] in Doornenburg (hierna: het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] heeft de mantelzorgwoning laten bouwen nadat hij in oktober 2019 eigenaar van het perceel is geworden. Op het perceel is het bestemmingsplan "Buitengebied Lingewaard" van toepassing. Het oostelijke gedeelte van het perceel heeft de bestemming "Wonen". Op deze gronden staan een woning en bijgebouwen. Het westelijke gedeelte van het perceel heeft de bestemming "Agrarisch met waarden - Oeverwallen". Dat deel ligt, bezien vanaf de Koffiemolen, achter de gronden met de bestemming "Wonen". De mantelzorgwoning staat op beide gedeelten van het perceel. Op 19 november 2019 heeft [appellant] het college verzocht een huisnummer aan de mantelzorgwoning toe te kennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1200
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201176/1/R4 en 202201176/2/R4

202201250/1/V2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1246
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201250/1/V2

202201787/2/R1

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Ouder-Amstel het bestemmingsplan "De Nieuwe Toekomst, fase 1" vastgesteld. Het plan maakt een herinrichting van het trainingscomplex De Toekomst van AFC Ajax mogelijk. De planbegrenzing volgt de begrenzing van het huidige trainingscomplex. Het plangebied is onderdeel van een groter gebied waarvoor de raad op 25 november 2021 de structuurvisie "De Nieuwe Kern" heeft vastgesteld. Dit gebied ligt tussen station Duivendrecht, de Johan Cruijff Arena, de A2 en het Amstel Business Park. Het voornemen bestaat om in dit gebied een nieuwe stadswijk te realiseren. Bond en Federatie komen - kort gezegd - op voor de belangen van de volkstuinders in het gebied. Zij kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen, omdat zij menen dat de nieuwe stadswijk op de gronden van het trainingscomplex gerealiseerd zou moeten worden en niet op de gronden die in gebruik zijn als volkstuin.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1202
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202201787/2/R1

202201823/1/V3 en 202201823/2/V3

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1248
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201823/1/V3 en 202201823/2/V3

202201891/2/V2

Bij besluiten van 22 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1247
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201891/2/V2

202202513/2/R4

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het college aan Master Pyrotech vergunning verleend als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, aanhef en onder a, van het Vuurwerkbesluit voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk op 27 april 2022 in het Stadspark in Groningen. Op (Koningsdag) 27 april 2022 vindt het festival "Kingsland" plaats in het Stadspark in Groningen. Tijdens het festival wordt vuurwerk tot ontbranding gebracht. De vergunning is verleend voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk op diverse tijdstippen tussen 18:00 en 24:00 uur. De duur van de ontbranding bedraagt blijkens het aanvraagformulier (maximaal) 20 minuten. De vereniging heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Volgens de vereniging is het niet noodzakelijk om tijdens het festival vuurwerk af te steken, althans het ontbreken van het vuurwerk zal geen noemenswaardige (nadelige) gevolgen hebben voor het festival.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1249
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202202513/2/R4

202000128/1/A2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek om schadevergoeding van [appellant] afgewezen. [appellant] is eigenaar van een perceel met bedrijfsbebouwing aan de [locatie] te Utrecht (hierna: de onroerende zaak). Bij besluit van 18 december 2013 heeft het college op vier aangrenzende percelen een aantal gevallen van ernstige verontreiniging vastgesteld, waarbij geen spoedige sanering noodzakelijk is. Bij uitspraak van 8 oktober 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3642) heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 11 april 2018 heeft [appellant] bij het college een verzoek om schadevergoeding ingediend. Aan dat verzoek heeft hij ten grondslag gelegd dat de gemeente eigenaar van de andere percelen is, dat de gemeente niet bereid is tot sanering over te gaan en dat uit een taxatierapport blijkt dat dit een negatieve invloed op de waarde van de onroerende zaak heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1207
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202000128/1/A2

202001047/1/A2

Bij besluit van 24 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. In geschil is of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant] gestelde planschade voor zijn rekening blijft op de grond dat hij het risico van de planologische ontwikkeling heeft aanvaard bij de aankoop van de onroerende zaak. [appellant] is sinds 5 januari 2010 eigenaar van de recreatiewoning aan de [locatie] te Midsland (hierna: de recreatiewoning). Op 29 juli 2015 heeft hij verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de recreatiewoning heeft geleden als gevolg van een besluit van 22 mei 2012, waarbij het college met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunning heeft verleend voor het plaatsen van een telecommunicatiemast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1220
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001047/1/A2

202001431/1/R4

Bij besluit van 30 juni 2017 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel West aan WoonHolland Randstad B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand op het perceel Admiralengracht 40 te Amsterdam. Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. WoonHolland heeft op 22 maart 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van het pand. Het bouwplan voorziet in diverse muurdoorbraken op de begane grond, een aanbouw met dakterras op de begane grond, een dakuitbouw en dakterras op de vierde verdieping, een dakterras en toegangsopbouw op de vijfde verdieping, het wijzigen van de bergingen tot woonfunctie op de vierde verdieping en het samenvoegen van de vierde verdieping met de derde verdieping. [appellant] woont in het naastgelegen pand aan de [locatie A] en kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1240
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001431/1/R4

202002130/1/R2

Bij besluiten van 2 mei 2018 en 7 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht onder oplegging van dwangsommen [appellant A], [appellant B], [appellanten C], [appellant D], [appellant E], [appellanten F] gelast de drijvende objecten, zijnde dekschuiten, in het water bij de percelen aan de Stuwweg 12, 14, 16, 26, 34, 40 en 44 te verwijderen en verwijderd te houden. [appellanten] zijn eigenaar of huurder van een woonboot met een daaraan verbonden dekschuit, gelegen in het water aan de Stuwweg. Omdat deze dekschuiten volgens het college in strijd zijn met het bestemmingsplan, heeft het college bij brief van 18 juli 2016 aan hen medegedeeld dat het voornemens is om lasten onder dwangsom op te leggen strekkende tot de verwijdering van deze dekschuiten. [appellanten] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1241
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002130/1/R2

202003929/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg aan [eigenaar] een ontheffing verleend van het in de Wet natuurbescherming opgenomen verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das opzettelijk te beschadigen of te vernielen. [eigenaar] is eigenaar van een perceel kadastraal bekend sectie […], nr. […] aan de Mauritiussingel in Schin op Geul. Hij heeft in 2020/2021 een woning gebouwd op dit perceel. Voordat de woning werd gebouwd was het perceel in gebruik als schapenwei. Op een naburig perceel dat ten oosten van het perceel van [eigenaar] ligt is een dassenburcht aanwezig. De dassen uit die burcht gebruiken het perceel van [eigenaar] als foerageergebied en als doorgang naar verder weg gelegen foerageergebied. Omdat de bouw van de woning van invloed kan zijn op het gebruik dat de dassen van het perceel maken en daarmee op het gebruik (de functionaliteit) van de dassenburcht, heeft [eigenaar] voor de bouw van de woning een ontheffing aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1237
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202003929/1/R2

202004568/1/R2

Bij besluit van 3 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een keerwand op het perceel [locatie A] te Haelen, afgewezen. [bedrijf] heeft op het perceel een metaalrecyclingbedrijf. Op 7 augustus 2014 is aan [bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het op het buitenterrein van de inrichting plaatsen en naar behoefte verplaatsen van diverse keermuren van legioblokken tot een hoogte van maximaal 8 m. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk. Op basis van deze vergunning heeft [bedrijf] op de perceelgrens een muur van legioblokken met een hoogte van 4 m geplaatst. [appellant] woont op de [locatie B] te Haelen en exploiteert daar een bed & breakfast. Op 16 april 2017 heeft hij het college verzocht handhavend op te treden tegen onder meer de keermuur. Volgens hem is de muur niet in overeenstemming met de omgevingsvergunning van 7 augustus 2014. Het college heeft dit verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1236
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202004568/1/R2

202005419/1/R3, 20205420/1/R3 en 202005421/1/R3

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het college van gedeputeerde staten geweigerd aan het college van burgemeester en wethouders ontheffing te verlenen van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Bij besluit van 3 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders aan Mooimekkerland een last onder dwangsom opgelegd in verband met overtredingen van het bestemmingsplan. Bij besluit van 5 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders aan Mooimekkerland een last onder dwangsom opgelegd tot het terugbrengen van het aantal te houden geiten tot 812. Sinds 2001 is aan de Koolwijkseweg 6 en 6a te Stolwijk melkgeitenbedrijf Mooimekkerland gevestigd. In dat jaar is aan haar milieuvergunning verleend voor het houden van 812 geiten. In de loop der jaren heeft Mooimekkerland het aantal geiten en haar bedrijfsbebouwing uitgebreid. Op 4 december 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders omgevingsvergunning verleend voor een uitbreiding van de geitenstal en een nieuw voedersysteem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1238
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Provinciale verordening
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202005419/1/R3, 20205420/1/R3 en 202005421/1/R3

202005908/1/A3

Bij besluit van 22 februari 2019 heeft de burgemeester van Heerlen autoverhuur in de gemeente Heerlen aangewezen als een bedrijfsmatige activiteit, als bedoeld in artikel 3:48, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen 2012. Dit heeft tot gevolg dat autoverhuurbedrijven een vergunning nodig hebben om hun activiteiten uit te oefenen. In de toelichting op het aanwijzingsbesluit is onder meer vermeld dat uit literatuur en politierapporten blijkt dat de autoverhuurbranche een ernstig gevaar in zich heeft voor ondermijnende criminaliteit. Dat heeft tot gevolg dat de openbare orde, veiligheid en economische ontwikkeling in ernstig mate wordt verstoord. Met het instellen van een vergunningplicht wil de burgemeester de criminaliteit in de gemeente een halt toeroepen. KAV is een autoverhuurbedrijf met onder meer een vestiging in Heerlen. Zij is het niet eens met het aanwijzingsbesluit. Het door KAV gemaakte bezwaar daartegen is door de burgemeester ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1232
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202005908/1/A3

202006547/1/A2

Bij besluit van 1 april 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de definitieve berekening van haar kinderopvangtoeslag over 2016 en 2017 afgewezen en bepaald dat het voorschot kinderopvangtoeslag over 2018 wordt gewijzigd. [appellante] heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om herziening van de definitieve berekening van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2016, 2017 en 2018. In deze zaak gaat het alleen nog om toeslagjaar 2017. [appellante] was in dat jaar als lerares Spaans werkzaam en had een contract voor 9,21 uur (0,25 fte) per week, maar werkte feitelijk veelal twee hele dagen. Haar twee kinderen maakten twee dagen in de week gebruik van kinderopvang. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de kinderopvangtoeslag voor 2017 bij besluit van 31 december 2018 definitief berekend en vastgesteld op € 5.687,00 en € 3.850,00 van [appellante] teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1225
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Uitspraak na conclusie
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202006547/1/A2

202006925/1/R1

Bij besluit van 27 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Schagen het bestemmingsplan "Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog" vastgesteld. Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 17 woningen op de percelen De Kooiker 1 tot en met 17 in Callantsoog. Het plan voorziet in de bouw van zeventien sociale woningen op een stuk grond aan de oostkant van de Duinroosweg te Callantsoog. Dat stuk grond bestaat nu uit gras. Het plangebied omvat naast de gronden waar de woningen zijn voorzien een groenstrook, een bestaande vijver en een bestaande speeltuin. De woningen zullen bestaan uit vijf grondgebonden woningen en een appartementengebouw van twee lagen, met elke laag zes woningen. WoonCompagnie zal de nieuwe woningen bouwen. Verder voorziet het plan in openbaar toegankelijke parkeerplekken op de strook grond langs de Duinroosweg. Deze parkeerplekken bestaan uit de 15 bestaande parkeerplekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1210
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006925/1/R1

202006989/1/A2

Bij besluit van 28 februari 2018 heeft de minister voor Medische Zorg en Sport de aanvraag om subsidie ‘eerstelijnsgezondheidscentra op een grootschalige nieuwbouwlocatie 2018’ van de stichting afgewezen. De stichting biedt eerstelijns gezondheidszorg aan in zeventien gezondheidscentra in Amsterdam. In elk gezondheidscentrum is sprake van een breed aanbod van zorg. De stichting wil ook voor de Sportheldenbuurt en de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland in Amsterdam een gezondheidscentrum realiseren en heeft daarvoor in 2017 subsidie aangevraagd. Het centrum is voorzien op een nieuwbouwlocatie in voorheen onbebouwd gebied. De ontwikkeling van het Zeeburgereiland is nog steeds gaande en het gezondheidscentrum is in november 2020 open gegaan. Volgens de minister komt de stichting niet in aanmerking voor subsidie voor de financiering van het gezondheidscentrum. De stichting is het hiermee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1226
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202006989/1/A2

202100264/1/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 13 november 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant] en [persoon] om paspoorten voor drie minderjarige kinderen niet in behandeling genomen. [appellant] komt uit Mauritanië en heeft op 20 februari 1999 het Nederlanderschap verkregen door naturalisatie. Hij stelt kinderen te hebben met [persoon], die de Senegalese nationaliteit bezit. [appellant] en zij zijn niet met elkaar gehuwd of gehuwd geweest. De minderjarige kinderen waar het om gaat zijn [kind A], [kind B] en [kind C]. Zij wonen bij [persoon] in Senegal. [appellant] en [persoon] hebben voor deze kinderen een Nederlands paspoort aangevraagd en daarvoor een aantal documenten overgelegd. Het gaat om twee kopieën van verlate geboorteaktes van [kind A] en [kind B], opgemaakt op 2 juni 2016 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van Dounga Lao (Senegal), en twee uittreksels van de daaraan ten grondslag liggende gerechtelijke uitspraken van 24 mei 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1217
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202100264/1/A3

202100266/1/A3

Bij besluiten van 13 november 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] om een paspoort niet in behandeling genomen. [partij] komt uit Mauritanië en heeft op 20 februari 1999 het Nederlanderschap verkregen door naturalisatie. Hij stelt kinderen te hebben met [moeder], die de Senegalese nationaliteit bezit. [partij] en zij zijn niet met elkaar gehuwd of gehuwd geweest. [partij] en de moeder hebben voor [appellant A] en [appellant B] een Nederlands paspoort aangevraagd en daarvoor een aantal documenten overgelegd. Het gaat om twee kopieën van verlate geboorteaktes, opgemaakt op 2 juni 2016 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van Dounga Lao (Senegal), en twee uittreksels van de daaraan ten grondslag liggende gerechtelijke uitspraken van 24 mei 2016 van ‘Ie tribunal d’instance de Podor’. [partij] en de moeder worden in de aktes genoemd als ouders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1216
Datum uitspraak
26 april 2022
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202100266/1/A3
vorige pagina1...200201202...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon