Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 127.207
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306679/1/V3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1734
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306679/1/V3

202307853/1/V2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1736
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307853/1/V2

202402082/1/V2 en 202402082/2/V2

Bij besluit van 20 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1737
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402082/1/V2 en 202402082/2/V2

202402131/2/V2

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1739
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402131/2/V2

202402148/2/V2

Bij besluit van 8 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1740
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402148/2/V2

202402165/2/V2

Bij besluit van 28 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 3 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1775
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402165/2/V2

202402168/1/V1 en 202402168/2/V1

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1741
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402168/1/V1 en 202402168/2/V1

202402181/1/V1 en 202402181/2/V1

Bij besluit van 20 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1738
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402181/1/V1 en 202402181/2/V1

202402545/2/V3

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 23 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1772
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402545/2/V3

BRS.24.000099

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1682
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000099

202401901/1/V3, 202402020/1/V3 en 202402066/1/V3

Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De vreemdelingen hebben respectievelijk de Algerijnse, Turkse en Pakistaanse nationaliteit. Zij hadden in Oekraïne een tijdelijke verblijfsvergunning op het moment dat de Russische strijdkrachten op 24 februari 2022 begonnen met een grootschalige invasie van Oekraïne. In de drie hoger beroepen speelt in de kern dezelfde rechtsvraag, namelijk op welk moment de tijdelijke bescherming eindigt van de in artikel 7, eerste lid, van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming bedoelde andere categorieën ontheemden die tijdelijke bescherming volgens de richtlijn is geboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1742
Datum uitspraak
25 april 2024
  • Verwijzingsuitspraak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401901/1/V3, 202402020/1/V3 en 202402066/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401901/1/V3, 202402020/1/V3 en 202402066/1/V3

202202138/1/V1

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 21 april 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1685
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202138/1/V1

202207278/1/V1

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 23 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1686
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202207278/1/V1

202301450/1/V3

Bij besluit van 4 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om wijziging van de beperking van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en deze verblijfsvergunning ingetrokken. Bij besluit van 19 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1687
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202301450/1/V3

202306010/1/R2 en 202306010/2/R2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam het wijzigingsplan "[locatie A]" te Strijbeek vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet, voor een deel van het perceel [locatie A], in wijziging van de bestemming "Agrarisch - Agrarisch Bedrijf" in de bestemming "Wonen". Verder is voorzien in een bouwvlak. [verzoekers] wonen aan de [locatie B] in Strijbeek. Hun perceel grenst direct aan het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met deze ontwikkeling en in het bijzonder niet met de strook grond die wordt bestemd als "Agrarisch met waarden - Landschapswaarden" en die is gelegen ten noorden van hun perceel. Zij vrezen voor overlast, omdat door deze wijziging de agrarische activiteiten geconcentreerd zouden kunnen worden op deze strook, die is gelegen op korte afstand van hun perceel. Op grond van het moederplan kon namelijk het hele plangebied hiervoor worden gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1667
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306010/1/R2 en 202306010/2/R2

202307181/2/R4

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht het bestemmingsplan "Verzamelplan Stichtse Vecht 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op meerdere locaties binnen de gemeente Stichtse Vecht. Het beroep van Vechtland en anderen richt zich uitsluitend tegen het plandeel met de bestemming "Water - De Vecht" ten westen van hun bedrijfsperceel aan de [locatie 2] in Vreeland. Op het adres [locatie 2] in Vreeland is een ligplaats ten behoeve van een woonboot aanwezig. Daar bewonen [gemachtigde B] en [gemachtigde C] een woonboot waarbij zij de aangrenzende oever als tuin gebruiken. Om de woonboot te bereiken maken [gemachtigde B] en [gemachtigde C] gebruik van de entree behorende bij de woning aan de [locatie 3. Wegens het niet verlengen van de huurovereenkomst voor het oevergebruik, zijn [gemachtigde B] en [gemachtigde C] genoodzaakt de huidige ligplaats te verlaten. Er is een alternatieve ligplaats gevonden tussen de herontwikkelingslocatie [locatie 2] en de bestaande ligplaatsenstrook in de Nes, op hemelsbreed 400 meter afstand van de huidige locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1694
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202307181/2/R4

202400141/1/V1

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1688
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400141/1/V1

202400554/2/A3

Bij besluit van 23 november 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [wederpartij] om inzage in zijn gegevens toegekend. De minister is voor het door hem ingestelde verzoek om voorlopige voorziening griffierecht verschuldigd. Een verzoek wordt ingevolge artikel 8:41, vierde, vijfde en zesde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:82, derde lid, van de Awb niet‑ontvankelijk verklaard als betaling van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen twee weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een verzoekschrift is gewezen op het moeten betalen van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1680
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400554/2/A3

202401908/1/V2 en 202401908/2/V2

Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1689
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401908/1/V2 en 202401908/2/V2

202402178/1/V2

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1690
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402178/1/V2

202402234/1/V2

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1691
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402234/1/V2

202402342/1/V2

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1692
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402342/1/V2

202402351/1/V2

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1693
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402351/1/V2

BRS.24.000101

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1673
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000101

BRS.24.000117

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1671
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000117

202002084/1/A2

Bij besluit van 29 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woning aan [locatie] in Nijmegen in zes onzelfstandige woonruimten, te bewonen door zes personen. [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] zijn eigenaar van de zelfstandige woning aan [locatie] in Nijmegen. [vergunninghouder A] heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning om deze zelfstandige woning om te zetten in zes onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door zes personen. In artikel 12, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2017, die gold van 7 november 2017 tot en met 6 februari 2019, is bepaald dat in de hele gemeente Nijmegen het verbod geldt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014. Dat is het verbod om zonder vergunning van het college zelfstandige woonruimte om te zetten in of omgezet te houden als onzelfstandige woonruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1709
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002084/1/A2

202003326/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2 vastgesteld. Het bestemmingsplan "Buitengebied Someren - Deelgebied 2" voorziet in een uniforme regeling voor de functies in één van de zes deelgebieden van het buitengebied van de gemeente Someren. Het plangebied beslaat het buitengebied ten zuiden van de kern Someren, tussen de kernen Someren-Eind en Someren-Heide. Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de raad het parapluplan vastgesteld, waarin onder meer het onderhavige bestemmingsplan is aangepast door daarin nieuwe regels over de huisvesting van arbeidsmigranten op te nemen. [appellante sub 1] en anderen exploiteren een houtverwerkend bedrijf aan de [locatie 1] te Someren. Zij menen dat het bestemmingsplan ten onrechte beperkingen stelt aan hun bedrijfsvoering ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Zij wijzen er daarbij op dat buitenopslag en opslag in containers nu nog maar op een klein gedeelte van het terrein is toegestaan terwijl volgens hen het voorgaande bestemmingsplan dergelijke opslag op het gehele perceel toeliet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1724
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003326/1/R2

202005876/1/R2

Bij besluit van 4 december 2018, kenmerk HZ-OMV-2015-0241, heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray aan [bedrijf] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het wijzigen van het pluimveebedrijf op het perceel [locatie] te Ysselsteyn Bij besluit van 27 augustus 2019, kenmerk HZ-OMV-2015-0241, heeft het college besluit 1 gewijzigd. Bij afzonderlijk besluit van 27 augustus 2019, kenmerk MERA-2019-011, heeft het college een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. Bij besluit van 29 oktober 2019, kenmerk HZ-OMV-2015-0241 heeft het college besluit 1 gewijzigd, door de plattegrondtekening die hoort bij besluit 1, te vervangen door de plattegrondtekening die hoort bij besluit 4. Bij afzonderlijk besluit van 29 oktober 2019, kenmerk MERA-2019-011, heeft het college een herstelbesluit genomen waarbij besluit 3 is aangevuld met een actuele AERIUS-berekening van 22 oktober 2019 en een tekstuele toelichting op het extern salderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1705
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202005876/1/R2

202100270/3/R2

Bij tussenuitspraak van 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3896, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Drimmelen opgedragen om binnen 26 weken na verzending daarvan de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 15 oktober 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Wildestraat 13" te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht. Het plan waarover de Afdeling tussenuitspraak heeft gedaan, biedt een planologisch-juridische basis voor het kinderdagverblijf "Koetje Boe", gevestigd op de Wildestraat 13. In het plan is aan een deel van de gronden de bestemming "Maatschappelijk" toegekend, met de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - kinderdagverblijf". Aan de overige gronden is de bestemming "Groen - Landschappelijke inpassing" dan wel de bestemming "Agrarisch - 2" toegekend. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 7.5 geoordeeld dat het besluit van 15 oktober 2020 in strijd met artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1715
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202100270/3/R2

202105050/1/R4

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen aan Aldi Zaandam B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een supermarkt met parkeervoorziening op de percelen aan [locatie 1] en [locatie 2] in Mijdrecht. Bij besluit van 15 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen naar aanleiding van het door [appellante A] daartegen gemaakte bezwaar het besluit van 28 januari 2020 aangevuld en hersteld.[appellante A] is eigenaar van winkelcentrum De Adelhof in Mijdrecht. In dit winkelcentrum zitten verschillende winkels, waaronder een vestiging van Aldi. Aldi wil graag deze vestiging verplaatsen naar een perceel met een groter winkeloppervlak en heeft daarom een omgevingsvergunning gevraagd voor de bouw van een nieuwe supermarkt en bijbehorende parkeervoorziening op een nabijgelegen bedrijventerrein. Bij besluit van 28 januari 2020 is een vergunning verleend voor bouwen, handelen in strijd met het bestemmingsplan en het uitvoeren van een werk of werkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1719
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105050/1/R4

202105714/1/A3

Op 28 februari 2020 en 6 maart 2020 heeft het Octrooicentrum adviezen uitgebracht. De Dienst Wegverkeer heeft op 18 juli 2019 op grond van artikel 84 van de Rijksoctrooiwet 1995 een verzoek ingediend bij het Octrooicentrum om advies uit te brengen over twee octrooien, NL1042756 en NL1042286. [appellant] was octrooihouder van deze octrooien. Het Octrooicentrum heeft vervolgens twee adviezen uitgebracht en [appellant] heeft hiertegen bezwaar ingesteld. Het Octrooicentrum heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de adviezen volgens hem niet op rechtsgevolg zijn gericht en daarom geen besluiten zijn als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] betoogt dat de adviezen van het Octrooicentrum wel besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb zijn. Het Octrooicentrum heeft zich in een nader stuk van 16 september 2022 op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang heeft, omdat hij een schikking heeft getroffen waarin hij afstand heeft gedaan van zijn octrooien en heeft toegezegd zijn hoger beroep bij de Afdeling te zullen intrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1710
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202105714/1/A3

202106822/1/A3

Bij besluit van 7 november 2019 heeft de burgemeester van Utrecht aan Taphuys een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning verleend voor een horecabedrijf met terras aan de Mariaplaats 3 te Utrecht. De exploitatievergunning voor het terras is verleend voor de duur van twee jaar. Taphuys exploiteert een restaurant, genaamd "t Taphuys", met een terras, aan de Mariaplaats 3 in Utrecht. Zij heeft op 30 juli 2019 een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een vergunning op grond van de Drank-en Horecawet. Na telefonisch contact met de burgemeester heeft Taphuys haar aanvraag gewijzigd van een 6 meter diep terras naar een 4.85 meter diep terras. Met het besluit van 7 november 2019 heeft de burgemeester beide vergunningen verleend voor een terras van 1 meter diep. In het besluit van 26 oktober 2020 heeft de burgemeester toegelicht dat de aangevraagde afmetingen niet mogelijk zijn, omdat sprake is van een zogenoemde shared space-zone waar zich andere verkeersdeelnemers bevinden en de ruimte in het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht (hierna: het OHU) is aangemerkt als looproute. Daarnaast zou een groter terras de looproutes naar de aangrenzende winkels belemmeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1699
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202106822/1/A3

202200732/1/A2

Bij zestien afzonderlijke besluiten van 27 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort aan de eigenaren acht lasten onder dwangsom opgelegd, wegens het met het bestemmingsplan "Middenboulevard 2009" strijdige gebruik van vier appartementen in het [hotel] aan het [locatie 1] te Zandvoort, met nummers [A], [B], [C] en [D], en acht bestuurlijke boetes opgelegd wegens onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. Hierbij heeft het college aan [partij A] en [partij B] beiden afzonderlijk twee lasten onder dwangsom en twee bestuurlijke boetes opgelegd voor appartementen [B] en [C], aan [partij C] en wijlen [partij D] gezamenlijk twee lasten onder dwangsom en twee bestuurlijke boetes opgelegd voor appartementen [B] en [C], aan [partij E] en [partij F] gezamenlijk een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opgelegd voor appartement [A], en aan [appellant sub 2] een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opgelegd voor appartement [D].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1666
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202200732/1/A2

202201881/1/R3

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Zuidplas het bestemmingsplan "150 kV Hoogspanningsleiding Zuidplaspolder" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de aanleg mogelijk van een ondergrondse hoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningsstations in Zevenhuizen en Bleiswijk. De hoogspanningsverbinding is ten behoeve van de leveringszekerheid van elektriciteit in Zuidplas en omgeving. Het bestemmingsplan kent de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanning" toe aan delen van een aantal percelen. Zo rust de dubbelbestemming ook op een deel van de percelen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2]. De dubbelbestemming loopt grotendeels ten noorden van de A12. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn het niet eens met de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Zij hebben daarom beroep tegen het bestemmingsplan ingesteld. [appellant sub 1] is eigenaar van het perceel dat op een deel van het bestemmingsplan ziet. [appellant sub 1] betoogt dat het bestemmingsplan onevenredige gevolgen met zich brengt doordat het bestemmingsplan hem beperkt in de gebruiksmogelijkheden van zijn bedrijfsperceel en leidt tot waardevermindering van zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1725
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201881/1/R3

202202168/1/R4

Bij besluit van 20 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een omgevingsvergunning verleend aan [partij] om een seniorenwoning te realiseren aan de [locatie] te Nunspeet. Het college heeft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een vrijstaande seniorenwoning op het perceel [locatie 1] in Nunspeet. De seniorenwoning is inmiddels gebouwd en het daarbij behorende perceel heeft nu de adresaanduiding [locatie 2]. Omdat het perceel op grond van het bestemmingsplan "Molenbeek" de bestemming "Tuin" heeft, heeft de omgevingsvergunning ook betrekking op het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. In zoverre heeft het college de omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo. Het college heeft het besluit van 20 december 2021 met de uitgebreide voorbereidingsprocedure voorbereid. [appellant] woont aan het einde van de Meelzolder en haar woonperceel grenst aan het perceel. De seniorenwoning is gesitueerd tussen de Molenweg en het woonperceel van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1726
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202168/1/R4

202202990/1/A2

Bij besluit van 27 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.500,00 wegens het zonder vergunning onttrekken of onttrokken houden van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. Op 31 juli 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Zandvoort geconstateerd dat de woning aan het [locatie] te Zandvoort werd gebruikt voor toeristische verhuur. Het college heeft daarop bij het besluit van 27 oktober 2020 aan [wederpartij], eigenaar van de woning, een boete opgelegd van € 12.500,00. Het college heeft bij het besluit van 15 juni 2021 de boeteoplegging gehandhaafd, maar heeft het boetebedrag gewijzigd van € 12.500,00 naar € 6.250,00. Het college heeft de boete opgelegd omdat de woning volgens het college zonder de benodigde vergunning door de toeristische verhuur onttrokken of onttrokken gehouden is aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1721
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202202990/1/A2

202203256/1/A2

Bij besluit van 5 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort aan [wederpartij] twee bestuurlijke boetes opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken of onttrokken houden van twee woonruimten aan de bestemming tot bewoning. Op 9 juli 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Zandvoort geconstateerd dat de woonruimten aan het [locatie 1] en de [locatie 2] in Zandvoort (hierna: de woningen) werden gebruik voor toeristische verhuur. Het college heeft daarop bij het besluit van 5 oktober 2020, gehandhaafd bij het besluit van 19 februari 2021, aan [wederpartij], eigenaar van de woningen, twee boetes opgelegd van ieder € 12.500,00 wegens het zonder vergunning onttrekken of onttrokken houden van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. Het college heeft de boetes opgelegd omdat de woningen volgens het college zonder de benodigde vergunning door de toeristische verhuur onttrokken of onttrokken gehouden zijn aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1720
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202203256/1/A2

202203944/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort aan [wederpartij A] en [wederpartij B] ieder een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.500,00 wegens het zonder vergunning onttrekken of onttrokken houden van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. [wederpartij A] is eigenaar van de woning aan het [locatie 1] te Zandvoort en [wederpartij B] is eigenaar van de woning aan het [locatie 2]. Op 31 juli 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Zandvoort geconstateerd dat de woningen werden gebruikt voor toeristische verhuur. Het college heeft daarop bij de besluiten van 27 oktober 2020 aan [wederpartij A] en aan [wederpartij B] ieder een boete opgelegd van € 12.500,00. Het college heeft bij de besluiten van 15 juni 2021 de oplegging van de boetes gehandhaafd, maar heeft de boetebedragen gewijzigd van € 12.500,00 naar € 6.250,00. Het college heeft de boetes opgelegd omdat de woningen volgens het college zonder de benodigde vergunning door de toeristische verhuur onttrokken of onttrokken gehouden zijn aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1723
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202203944/1/A2

202204498/1/R1

Bij besluit van 24 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan McDonalds omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de gevels, het verbouwen van de begane grond en het plaatsen van handelsreclames op de locatie Gustav Mahlerlaan 9 en 27 in Amsterdam. Bij afzonderlijke besluiten van 28 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de onder meer door [partij A], [partij C], [appellant sub 3] en [appellant sub 2] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. McDonald’s is huurder van de panden Gustav Mahlerlaan 9 en 27 en heeft de aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Gingko Biloba B.V. is de eigenaar van de panden. De panden zijn gelegen in het complex "The Gustav", dat bestaat uit twee gebouwen, Noord en Zuid, met een gemeenschappelijke binnentuin. De panden zijn gelegen op de begane grond van het Noordgebouw. Het bouwplan voorziet in de verbouwing van deze panden ten behoeve van een nieuw McDonald’s restaurant aan de Gustav Mahlerlaan 27 en het gebruik van het pand aan de Gustav Mahlerlaan 9 voor de opslag van voorraad, de koel- en/of vriescellen en vuilnis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1712
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204498/1/R1

202204536/1/R1

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Veghel Win(d)t B.V. een vergunning op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (hierna: Wbr) verleend voor het gebruikmaken van nader aangeduide gronden langs de rijksweg A50 voor het plaatsen, behouden en onderhouden van vier windturbines tussen km 112 en km 114 in de gemeente Meierijstad. Ocean Outdoor en andere verzetten zich tegen de komst van vier windturbines nabij hun locaties, in het bijzonder de komst van windturbine 2. Ocean Outdoor exploiteert langs de A50 een reclamemast naast een tankstation aan De Amert te Veghel. [appellant A] exploiteert aan [locatie 1] een Mercedes garage/showroom/kantoor . [appellant B] houdt kantoor aan [locatie 2] in hetzelfde hoofdgebouw als [appellant A]. Ocean Outdoor en andere wensen dat de reclamemast en hun bedrijven zichtbaar blijven vanaf de A50 en wijzen op het belang van een verkeersveilige A50 ter plaatse.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1704
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204536/1/R1

202205135/1/V6

Bij besluit van 14 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [verzoeker] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [verzoeker] heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft haar verzoek om naturalisatie afgewezen, omdat [verzoeker] op het moment dat zij haar verzoek indiende, niet voldeed aan het vereiste van vijf jaar onafgebroken toelating en hoofdverblijf in het Koninkrijk (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap; hierna: de RWN). [verzoeker] is op 8 juli 2015 voor het eerst in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning, zij is op 16 juli 2015 Nederland ingereisd en op 10 augustus 2015 als ingezetene ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Zij voldeed daarom op 10 augustus 2020 aan het vereiste van vijf jaar hoofdverblijf in Nederland. [verzoeker] heeft het verzoek om naturalisatie op 2 juli 2020, dus ruim een maand voor 10 augustus 2020 ingediend. Volgens de staatssecretaris is geen sprake van bijzondere omstandigheden die hem aanleiding geven om af te wijken van de RWN.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1697
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202205135/1/V6

202205421/1/R2

Bij besluit van 19 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 2.500,00 gelast de roestvrijstalen schoorsteenpijp op het dak van de monumentale woning aan [locatie] te Alphen te verwijderen en verwijderd te houden dan wel een omgevingsvergunning aan te vragen voor de schoorsteenpijp die moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Bij besluit van 8 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam een verbeurde dwangsom van € 2.500,00 ingevorderd bij [appellant]. Bij besluit van 5 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam het door [appellant] tegen het besluit van 8 juli 2019 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is eigenaar van het pand op het perceel. Het pand is een rijksmonument. Het pand wordt door [appellant] gebruikt als woning en slagerij. Naar aanleiding van een melding van een derde over rookoverlast heeft het college geconstateerd dat op het pand een roestvrijstalen schoorsteenpijp met een te laag uitmondingsgebied op het achterdakvlak is geplaatst zonder omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1714
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205421/1/R2

202205804/1/A2

Bij besluit van 6 september 2021 heeft de directie van de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW) de tenaamstelling van het voertuig met kenteken [...] vervallen verklaard, waardoor het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren. Motorrijtuigen en aanhangwagens moeten overeenkomen met de gegevens die daarover zijn opgenomen in het kentekenregister. Ter bevestiging van de inschrijving in het kentekenregister en de tenaamstelling wordt door de RDW een kentekenbewijs afgegeven. Een kentekenbewijs verliest onder andere zijn geldigheid door het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister. Voor de afgifte van het kentekenbewijs en de tenaamstelling is het voertuigidentificatienummer (hierna: VIN) van belang. Bij de productie van een voertuig kent de voertuigfabrikant aan het voertuig als geheel een VIN toe en slaat hij het nummer in onderdelen van het voertuig. Een VIN dient niet ter identificatie van de verschillende onderdelen, maar van het voertuig als geheel. [appellant] is eigenaar van een voertuig met kenteken [...]. Volgens het kentekenregister betreft dit voertuig een Land Rover Discovery van 2 mei 1975. Het voertuig is in februari 2008 geïmporteerd uit Engeland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1700
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205804/1/A2

202206472/1/R1

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verplaatsen van een uitweg op het perceel [locatie 1] in Limmen (hierna: het perceel). [vergunninghouder] woont op het perceel. Op 18 januari 2021 heeft zij een omgevingsvergunning aangevraagd om de bestaande uitrit die vanaf haar perceel uitkomt op de Westerweg te verleggen naar het Lavendellint. Het college heeft met toepassing van artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 2.18 van de Wabo en artikel 2.12 van Algemene plaatselijke verordening 2019 van de gemeente Castricum (hierna: de APV) de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Het heeft hieraan ten grondslag gelegd dat geen van de in de APV opgenomen weigeringsgronden zich voordoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1702
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206472/1/R1

202206751/1/A2

Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is op 2 juli 2022 als bestuurder van een voertuig staande gehouden door de politie tijdens een controle op rijden onder invloed. Volgens de politie is hij wegens sportief rijgedrag opgevallen en is tijdens de controle een lichte hennepgeur, afkomstig uit zijn voertuig, waargenomen. De ter plaatse afgenomen speekseltest gaf een indicatie voor de stof tetrahydrocannabinol. De politie heeft vervolgens bij [appellant] bloed afgenomen. Uit het bloedonderzoek is de aanwezigheid van THC met een waarde van 4,3 microgram per liter bloed gebleken. De grenswaarde voor THC is 3 microgram per liter bloed. Op 22 augustus 2022 heeft de politie een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994 gedaan aan het CBR.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1696
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202206751/1/A2

202300447/1/R1

Bij besluit van 8 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen illegaal geplaatste schuttingen op verschillende percelen op het zogeheten Balkenhaventerrein in Zaandam door North Sea Venue B.V., voor zover ontvankelijk, afgewezen. [appellante] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de rechtbank als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft met dat verzoek ingestemd en het bezwaarschrift met toepassing van artikel 7:1a, vijfde lid, van de Awb doorgezonden naar de rechtbank. [appellante] woont samen met haar ouders [ouder 1] en [ouder 2] aan [locatie] in Zaandam. [ouder 1] is eigenaar van de woning. [ouder 2] exploiteert samen met haar dochter een geneeskundige praktijk aan huis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1701
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300447/1/R1

202300450/1/R1

Op 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een illegaal geplaatst hekwerk op het zogeheten Balkenhaventerrein in Zaandam door North Sea Venue B.V. afgewezen. Bij besluit van 19 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] woont aan [locatie] in Zaandam. [appellant A] is eigenaar van de woning. [appellant B] exploiteert samen met haar dochter [dochter] een geneeskundige praktijk aan huis. De woning is gelegen op perceel 11033 op de kop van het zogeheten Balkenhaventerrein, een bedrijventerrein. [appellant] maakt verder gebruik van het aan de woning grenzende perceel 11031 en deels ook van de percelen 11409 en 11410. NSV organiseert grootschalige (muziek)evenementen. NSV exploiteert een horeca-inrichting in het pand op het adres Hemkade 48, gelegen op perceel 8468. De gronden in gebruik bij NSV bestaan uit de rond de horeca-inrichting gelegen percelen 8480, 8481, 8482, 8467 en 9587.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1703
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300450/1/R1

202300452/1/R1

Bij besluit van 12 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het afsluiten van een openbare weg met twee hekken door North Sea Venue B.V. (hierna: de NSV), afgewezen. Bij besluit van 20 maart 2020, zoals gewijzigd bij besluit van 16 maart 2021, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] woont aan [locatie] in Zaandam. De woning is gelegen op een bedrijventerrein en gesitueerd op de kop van het zogeheten Balkenhaventerrein. De woning kan worden bereikt via de Symon Spierweg en de kadastrale percelen 8480, 8481 en 9567. Deze percelen worden thans aangeduid als de Hemkade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1706
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300452/1/R1

202300454/1/R1

Op 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een illegaal geplaatste hekwerk op het zogeheten Balkenhaventerrein in Zaandam door North Sea Venue B.V. (hierna: NSV), afgewezen. Het hekwerk waarop het verzoek van [appellant] van 30 januari 2020 om handhavend op te treden betrekking heeft, wordt door partijen aangeduid als hekwerk 1B. Dit hekwerk ligt op de percelen 8468, 11411 en 127272. Het college heeft op 24 maart 2020 het verzoek om handhavend op te treden afgewezen, omdat er geen sprake is van een overtreding. Volgens het college is hekwerk 1B omgevingsvergunningsvrij. Bij besluit op bezwaar van 17 februari 2021 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat voor hekwerk 1B bij nader inzien wel een omgevingsvergunning nodig is. Volgens het college wordt met een deel van het hek de dijk afgeschermd in plaats van een erf, zodat aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen niet is voldaan. Daarom is ten onrechte besloten het verzoek om handhaving af te wijzen. Vervolgens heeft het college het besluit op bezwaar van 17 februari 2021 herroepen bij besluit van 17 juni 2021 en het bezwaar van [appellant] alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college is [appellant] geen belanghebbende bij zijn verzoek om handhavend optreden tegen hekwerk 1B, omdat [appellant] geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van hekwerk 1B.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1707
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300454/1/R1

202300455/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [verzoeker A] en [verzoeker B] om handhavend op te treden tegen een illegaal geplaatst hekwerk op het zogeheten Balkenhaventerrein in Zaandam door North Sea Venue B.V. afgewezen. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] woont samen met haar ouders [verzoeker A] en [verzoeker B] aan [locatie] in Zaandam. [verzoeker A] is eigenaar van de woning. [verzoeker B] exploiteert samen met haar dochter een geneeskundige praktijk aan huis. De woning is gelegen op perceel 11033 op de kop van het zogeheten Balkenhaventerrein, een bedrijventerrein. De familie [naam] maakt verder gebruik van het aan de woning grenzende perceel 11031 en deels ook van de percelen 11409 en 11410. NSV organiseert grootschalige (muziek)evenementen. NSV exploiteert een horeca-inrichting in het pand op het adres Hemkade 48, gelegen op perceel 8468. De gronden in gebruik bij NSV bestaan uit de rond de horeca-inrichting gelegen percelen 8480, 8481, 8482, 8467 en 9587.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1708
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300455/1/R1

202300563/1/A2

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] en haar familie zijn in 2016/2017 vanuit Syrië naar Nederland gevlucht. In 2018 zijn zij vanuit het AZC doorgestroomd naar een door het college toegewezen vijfkamer huurwoning met een oppervlakte van 95 m2. Het gezin telde toen tien personen: [appellante], haar vader en moeder, een broer en zes zussen van verschillende leeftijden. [appellante] was toen al meerderjarig. [appellante] heeft op 6 augustus 2021 een urgentieverklaring aangevraagd daags nadat zij is bevallen van een dochter. In haar aanvraag en in bezwaar heeft [appellante] toegelicht dat de woning al vanaf het begin te klein was voor het gezin. De woonsituatie is te druk en niet leefbaar, zeker nu ze is bevallen van een kind. Daarbij ervaren zij en haar familie sociaal-psychische klachten als gevolg van de woonsituatie. Inmiddels is een van de zussen van [appellante] met haar kind verhuisd naar Duitsland en bestaat het gezin nu uit negen personen, waaronder [appellante] en haar kind.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1717
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300563/1/A2

202300756/1/A2

Bij besluit van 8 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellanten] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellanten] wonen samen met hun vijf kinderen in een driekamerwoning op de derde etage. Er is geen lift. In het kader van de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 (hierna: de Wmo) is aan [appellant A] een verhuiskostenvergoeding toegekend voor een gelijkvloerse benedenwoning of een woning met lift. De aanvraag om een traplift is afgewezen. [appellant A] heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor haarzelf en haar gezin omdat zij vanwege haar medische problematiek niet in staat is de trappen naar de woning op te lopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1698
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300756/1/A2

202300773/1/R1

Bij besluit van 28 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van de bovenste verdieping van zijn woning aan [locatie 1] [locatie 2]-[locatie 3] in Amsterdam. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 28 april 2021 in stand gelaten onder aanvulling van de motivering van dat besluit. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan [locatie 1] [locatie 2]-[locatie 3], gelegen op de derde en vierde verdieping. De vierde verdieping is de bovenste verdieping en het gebouw waarvan deze woning deel uitmaakt heeft een plat dak. [wederpartij] heeft in 2018 en 2020 onder meer omgevingsvergunningen verkregen voor het aan de achterzijde van het pand vergroten van de vierde verdieping. Tijdens de bouw is [wederpartij] gebleken dat het vergunde bouwplan bouwtechnisch niet goed realiseerbaar was. Daarom heeft hij op 4 februari 2021 een omgevingsvergunning voor een wat gewijzigd bouwplan aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1716
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300773/1/R1

202301114/1/R1

Bij acht besluiten van 16 oktober 2020, 19 oktober 2020, 22 oktober 2020, 26 oktober 2020 en 4 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen geweigerd aan [appellant A] en anderen een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruik van hun recreatiewoning als beheerderswoning op het Bungalowpark De Horn in Dirkshorn. Bij besluiten van 10 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen de door [appellant A] en anderen daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. [appellant A] en anderen zijn allen eigenaar van een of twee percelen met daarop een recreatiewoning op het bungalowpark De Horn in Dirkshorn. Het college heeft zich in de besluiten op de aanvraag op het standpunt gesteld dat het gebruik van de recreatiewoningen als beheerderswoningen in strijd is met artikel 6.1 van de planregels van het bestemmingsplan. In de besluiten op bezwaar is het college ervan uitgegaan dat dat gebruik in strijd is met artikel 6.1, zoals dat luidt sinds de wijziging door het parapluplan, omdat er slechts één beheerderswoning is toegestaan. Het college is niet bereid om medewerking te verlenen aan het gebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1722
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202301114/1/R1

202301810/1/R1

Bij besluit van 9 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 15.000,00 gelast om het zonder omgevingsvergunning gerealiseerde bouwwerk in de tuin bij het pand op het perceel aan de [locatie] in Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] exploiteert een horecabedrijf aan de [locatie] in Amsterdam. Op 22 februari 2022 hebben toezichthouders van de gemeente het perceel geïnspecteerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in een rapport van bevindingen. In het rapport staat dat aan de achtergevel van het bestaande pand een bouwwerk is opgericht dat bijna de gehele tuin beslaat. Het bouwwerk is op zeer provisorische en amateuristische wijze gebouwd met een combinatie van nieuw materiaal en afvalmateriaal, veelal onbehandeld hout en een rood eerder gebruikt golfplatendak van diverse losse onderdelen, aldus het rapport. Het bouwwerk heeft een buitenzijde die bestaat uit diverse planken, latjes en ander bouwmateriaal, onsamenhangend aangebracht en van diverse maten en kleuren. Het bouwwerk maakte een onprofessionele en rommelige indruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1713
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301810/1/R1

202302872/1/A2

Bij besluit van 22 maart 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een verzoek van [appellante] om extra uren voor rechtsbijstand afgewezen. Bij formulier van 14 augustus 2018 heeft [appellante] de raad verzocht om 40 extra uren toe te kennen voor de toegevoegde rechtsbijstand in een strafzaak. Bij besluit van 11 september 2018, gehandhaafd bij besluit van 12 februari 2019, heeft de raad dit verzoek afgewezen. De raad heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat sprake is van een bijzondere rechtsvraag of van een zodanig omvangrijk juridisch relevant feitencomplex dat de zaak in redelijkheid niet binnen de tijdgrens kan worden afgehandeld. [appellante] heeft geen beroep ingesteld tegen het besluit van 12 februari 2019. Bij formulier van 18 februari 2019 heeft [appellante] opnieuw om 40 extra uren verzocht. Zij heeft daarbij onder meer naar voren gebracht dat zij studie moet verrichten in verband met een bijzondere rechtsvraag, namelijk welke betekenis moet worden gehecht aan getuigenverklaringen als aan de getuigen is meegedeeld dat zij aangetroffen drugs mogen houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1711
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202302872/1/A2

202306672/1/A2

Bij beslissing van 7 september 2023 heeft het ROC Da Vinci College de inschrijving van [appellant] voor de BOL-opleiding Management Retail voor het studiejaar 2023-2024 ongedaan gemaakt. [appellant] heeft zich op 14 december 2022 aangemeld voor de BOL-opleiding Management Retail voor het studiejaar 2023-2024. Het ROC Da Vinci College heeft [appellant] per e-mail van 29 maart 2023 laten weten dat hij voorwaardelijk is geplaatst voor de opleiding. Om de plaatsing definitief te maken, moest [appellant] volgens de e-mail aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder aanwezigheid bij het kennismakingsgesprek en deelname aan het introductieprogramma. [appellant] is aanwezig geweest bij het kennismakingsgesprek, maar heeft niet deelgenomen aan het introductieprogramma. Het ROC Da Vinci College heeft de voorwaardelijke inschrijving van [appellant] daarom bij de beslissing van 7 september 2023 ongedaan gemaakt. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt op 21 september 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1727
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306672/1/A2

202400561/1/V2

Deze uitspraak gaat over het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot het instellen van een besluit- en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit de Palestijnse gebieden. Onder de Palestijnse gebieden verstaat de staatssecretaris Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Het besluitmoratorium betekent dat de termijn waarbinnen asielaanvragen van (staatloze) Palestijnse vreemdelingen door de staatssecretaris moeten worden behandeld, wordt verlengd. Het vertrekmoratorium betekent dat vreemdelingen die moeten terugkeren naar de Palestijnse gebieden, gedurende zes maanden niet hoeven te vertrekken. In die periode hebben zij onder meer recht op opvang. Het beroep van de vreemdeling gaat alleen over het besluitmoratorium. De vraag staat centraal of het besluitmoratorium rechtmatig is. Deze uitspraak is van belang voor alle (staatloze) Palestijnse vreemdelingen die op het moment van het besluitmoratorium een asielaanvraag hebben lopen waarop de staatssecretaris nog niet heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1663
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400561/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400561/1/V2

202400562/1/V2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een zogenoemd besluit- en vertrekmoratorium bekendgemaakt voor vreemdelingen uit de Palestijnse gebieden (Stcrt. 2024, nr. 149). De vreemdeling stelt dat hij afkomstig is uit Gaza. De staatssecretaris bestrijdt dit niet. De vreemdeling heeft in 2022 in Nederland asiel aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1664
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400562/1/V2

202400579/1/V2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een zogenoemd besluit- en vertrekmoratorium bekendgemaakt voor vreemdelingen uit de Palestijnse gebieden (Stcrt. 2024, nr. 149). De vreemdeling stelt dat zij afkomstig is uit Gaza. De staatssecretaris bestrijdt dit niet. De vreemdeling heeft in 2023 in Nederland asiel aangevraagd. Haar echtgenoot en vier minderjarige kinderen verblijven nog in Gaza, aldus de vreemdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1665
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400579/1/V2

202300157/1/V1

Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 10 juni 2021, aangevuld bij besluit van 10 oktober 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1679
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300157/1/V1

202305424/3/R3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Rijswijk het bestemmingsplan "Godfried Bomansstraat" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een appartementencomplex met maximaal 34 woningen. Het plan staat een maximale bouwhoogte van 14 m toe. Aan de noord- en zuidzijde van het plangebied voorziet het plan in stroken van ongeveer 7 m (noord) en 8 m (zuid) met de bestemming "Groen". Voor de gronden van het plangebied was in het voorheen geldende bestemmingsplan "Steenvoorde" voorzien in een bestemming "Maatschappelijk" met een maximale bouwhoogte van 7 m. Hierop stond een gebouw dat gebruikt werd als basisschool. [verzoeker] en anderen zijn een groep bewoners die wonen op verschillende adressen aan de Petronella Voûtestraat, de Albert Schweitzerlaan en de doctor H.J. van Mooklaan. De kortste afstand van de percelen van deze straten tot het plangebied bedraagt respectievelijk 17, 11 en 29 m. [verzoeker] en anderen vrezen onder andere voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat door vermindering van de hoeveelheid bezonning en privacy bij hun woningen en een toename van de parkeerdruk in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1678
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305424/3/R3

202401289/2/A2

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de minister van Financiën geweigerd om de private schulden van [verzoeker] aan [persoon A](€ 330.000,-), [persoon B] (€ 94.000,-) en [persoon C] (€ 23.000,-) over te nemen, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.1, derde lid en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het bezwaar daartegen is ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1943
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401289/2/A2

202401860/1/V3 en 202401860/2/V3

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1735
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401860/1/V3 en 202401860/2/V3

202402274/1/R1 en 202401785/2/R1

Bij besluit van 12 juni 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland ingestemd met het Uitvoeringsplan Bodemsanering 2.0 Bodemsanering, Bouwrijp maken, Verbeterde damwandconstructie, Beheersfase en Nazorg — EMK-terrein te Krimpen aan den IJssel van 15 december 2022. Dit is een saneringsplan als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming. Op het EMK-terrein in Krimpen aan den IJssel waren sinds het einde van de 19e eeuw meerdere industriële bedrijven gevestigd. Als laatste was daar de afvalverwerker Exploitatie Maatschappij Krimpen (EMK) gevestigd, waar het terrein zijn naam aan ontleent. Nadat dit bedrijf in 1980 failliet was gegaan, is ontdekt dat de bodem van het terrein door de bedrijfsactiviteiten op het terrein is verontreinigd. Het gaat daarbij om een grootschalige verontreiniging met olie- en teerproducten. De bodem van het terrein is vervolgens eind jaren tachtig van de vorige eeuw gesaneerd volgens de IBC-methode: isoleren, beheersen en controleren. In het kader daarvan is het terrein opgehoogd door zogeheten AVI-slakken te storten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1681
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202402274/1/R1 en 202401785/2/R1

202402437/1/V3 en 202402437/2/V3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1695
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402437/1/V3 en 202402437/2/V3

BRS.24.000063

Bij besluit van 20 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1647
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000063

202300305/1/V1

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1674
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300305/1/V1

202304613/1/V2

Bij besluiten van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd met ingang van 22 januari 2020. Bij besluiten van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de besluiten van 28 februari 2023 ingetrokken en de aanvragen van de vreemdelingen ingewilligd met ingang van 23 december 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1675
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304613/1/V2

202400140/1/V3

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1677
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400140/1/V3

202400683/1/R3 en 202400683/2/R3

Bij besluit van 13 december 2023 hebben Provinciale staten van Zuid-Holland het inpassingsplan "HOV Leiden-Katwijk" vastgesteld. In de toelichting bij het inpassingsplan staat dat de belangrijkste ontsluitingsroute van Katwijk de N206 is, die tot één van drukkere wegen in de regio behoort. Met infrastructurele maatregelen, zoals de Rijnlandroute, wordt gewerkt aan een robuuster netwerk en betere bereikbaarheid. Verbeterde doorstroming moet ook leiden tot verbetering van de leefbaarheid langs de ontsluitingswegen. Het tracé van de met het inpassingsplan mogelijk gemaakte busbaan loopt parallel aan de N206, van Valkenhorst-Oost tot de Zeeweg in Katwijk aan den Rijn. [verzoeker A] en anderen wonen in Katwijk aan den Rijn in de omgeving van de toekomstige busbaan. Zij vrezen voornamelijk voor problemen met de verkeersafwikkeling op en rond de N206. De problemen zijn volgens hen al groot en worden met de aanleg van de busbaan niet opgelost, maar alleen maar groter. Een integrale gebiedsvisie waarin rekening wordt gehouden met alle aspecten die invloed hebben op de leefomgeving van de bewoners van de gemeente ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1660
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202400683/1/R3 en 202400683/2/R3

202400724/1/V3

Bij besluit van 24 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1650
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400724/1/V3

202401102/1/V3

Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1651
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401102/1/V3

202401382/1/V3

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1676
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401382/1/V3

202200996/1/V3

Bij besluit van 21 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1648
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200996/1/V3

202301552/1/V3

Bij besluit van 23 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1649
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301552/1/V3

202308003/2/R4

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad van de gemeente Scherpenzeel het bestemmingsplan "Holevoetplein 282" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het perceel Holevoetplein 282 in Scherpenzeel. Op het perceel bevindt zich een voormalig hotel/restaurant dat in 2019/2020 is herontwikkeld tot Herbergier, een woonzorg-complex voor ouderen met geheugenproblemen. De eigenaar wil achter op het perceel appartementen realiseren voor starters en herstarters op de woningmarkt. Het realiseren van een appartementengebouw past niet in het geldende bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd het appartementengebouw planologisch in te passen. [verzoeker] is eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie]. [verzoeker] betoogt dat het ontwerpbestemmingsplan, dat uitging van de realisatie van een Thomashuis met een woon-zorgfunctie, zodanig verschilt van het uiteindelijk vastgestelde bestemmingsplan, dat de raad opnieuw een ontwerpbestemmingsplan voor het perceel ter inzage had moeten leggen. Volgens [verzoeker] heeft onvoldoende overleg plaatsgevonden met de omwonenden over de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1635
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202308003/2/R4

202401391/1/V1 en 202401391/2/V1

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1669
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401391/1/V1 en 202401391/2/V1

202401408/1/V3 en 202401408/2/V3

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1653
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401408/1/V3 en 202401408/2/V3

202401507/2/V2

Bij besluit van 26 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1655
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401507/2/V2

202401991/1/V2 en 202401991/2/V2

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1656
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401991/1/V2 en 202401991/2/V2

202402072/2/A3

Bij besluiten van 4 januari 2022 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit de aanvragen van JVH voor vergunningen voor het organiseren van de instantloterij, voor sportweddenschappen en van de lotto afgewezen. De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit heeft de gevraagde vergunningen voor het organiseren van de instantloterij, voor sportweddenschappen en van de lotto geweigerd, omdat op grond van de artikelen 14b, eerste lid, 16, eerste lid, en 27b, eerste lid, van de Wet op de kansspelen (hierna: Wok) maar aan één rechtspersoon een vergunning voor het organiseren van de drie kansspelen kan worden verleend. Bij besluiten van 23 november 2021 zijn al aan Lotto B.V. vergunningen verleend met een looptijd tot en met 31 december 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1654
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402072/2/A3

202402158/1/V1 en 202402158/2/V1

Bij besluit van 18 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 2 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1670
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402158/1/V1 en 202402158/2/V1

202402223/1/V3

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1657
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402223/1/V3

202402224/1/V3 en 202402224/2/V3

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1658
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402224/1/V3 en 202402224/2/V3

202202737/1/V1

Bij besluit van 23 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1636
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202737/1/V1

202304452/1/V3

Bij besluit van 5 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1637
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304452/1/V3

202306742/1/V3

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1638
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306742/1/V3

202400837/1/V2 en 202400837/2/V2

Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1639
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400837/1/V2 en 202400837/2/V2

202401177/1/V2

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1640
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401177/1/V2

202401321/2/A3

Op 22 april 2023 heeft Blije Buren de woonboot [naam woonboot] afgemeerd op de locatie tegenover Wittenburgergracht 12 in Amsterdam zonder dat zij een ligplaatsvergunning had. De woonboot ligt naast de sluis/noodkering Nieuwe vaart. De beheerder van die sluis heeft op 25 april 2023 aan Nautisch Toezicht laten weten dat de woonboot hinder veroorzaakt omdat die te dichtbij ligt. De zogenoemde schaag van de sluisdeur zou de woonboot (kunnen) raken als die dichtgaat. Daardoor is de situatie niet meer veilig. Omdat Blije Buren de woonboot niet heeft verplaatst terwijl het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam daar wel om heeft verzocht, heeft het college dat op 17 mei 2023 alsnog laten doen. Sindsdien ligt de boot in de bewaarhaven van de gemeente Amsterdam. De kosten voor het bewaren zijn inmiddels zodanig opgelopen dat het college de woonboot wil laten vernietigen. Blije Buren heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en verzocht om als voorlopige voorziening de boot te kunnen terugplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1646
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401321/2/A3

202401532/1/V3

Bij besluit van 13 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1641
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401532/1/V3

202401974/3/V1

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft de vreemdeling aangezegd dat het hem vanaf 25 maart 2024 niet langer als alleenstaande minderjarige vreemdeling zal opvangen, maar als meerderjarige.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1642
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401974/3/V1

202402006/1/V2 en 202402006/2/V2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1643
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402006/1/V2 en 202402006/2/V2

202402063/1/V3 en 202402063/2/V3

Bij besluiten van 17 januari 2024 en 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1668
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402063/1/V3 en 202402063/2/V3

202204804/1/V3

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1571
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204804/1/V3

202205283/1/V3

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1573
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205283/1/V3

202206043/1/V3

Bij besluiten van 12 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 oktober 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1576
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206043/1/V3

202300592/2/R1

Bij besluit van 24 november 2022 heeft de raad van de gemeente Hollands Kroon het bestemmingsplan "Mientweg 46" gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1545
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300592/2/R1

202306802/1/V3

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1548
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306802/1/V3
vorige pagina1...140141142...1.273volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon