Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.868
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202305456/1/R1

Bij brief van 24 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe een verzoek om handhaving van de stichting tegen diverse overtredingen op het perceel [locatie] in Epe buiten behandeling gelaten. De stichting heeft verzocht om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel [locatie] in Epe. Op dit perceel is [partij A] gevestigd. [partij B] en [partij C] zijn eigenaar van [partij A]. Bij brief van 24 november 2021 heeft het college het verzoek om handhaving van de stichting tegen diverse overtredingen buiten behandeling gelaten. Het college heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat de stichting geen belanghebbende is. In het besluit van 20 juni 2022 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4164
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305456/1/R1

202305606/3/R3

De gemeenteraad van Leiden heeft de tekortkomingen in het bestemmingsplan ‘Watergeuskade’ succesvol hersteld. Dat volgt uit deze uitspraak. Dat betekent dat het bestemmingsplan dat een woonwerkgebied met maximaal 350 woningen en 7000 m² aan bedrijvigheid mogelijk maakt langs de Trekvliet, nu definitief is. Enkele omwonenden waren tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij zijn bang voor verlies van hun woongenot. In juni 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak al een zogenoemde tussenuitspraak in deze zaak, waarin zij de omwonenden gedeeltelijk gelijk gaf. In die tussenuitspraak droeg zij de gemeenteraad op om binnen twintig weken de geconstateerde tekortkomingen in het bestemmingsplan te herstellen. Zo moest de gemeenteraad motiveren waarom voor de sportvoorzieningen in het gebied voldoende parkeerplekken zijn en in het plan borgen dat in het gebied geen onaanvaardbare windhinder ontstaat. In de einduitspraak van vandaag oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeenteraad erin is geslaagd om de tekortkomingen in het plan te herstellen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het zogenoemde 'herstelbesluit' dan ook ongegrond. Dit betekent dat de gemeente Leiden door kan met de plannen voor dit gebied langs de Trekvliet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4159
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305606/3/R3

202305714/1/R4

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de begunstigingstermijn als bepaald in het besluit van 4 december 2019 verlengd tot 1 augustus 2020. Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college het verzoek van [appellant] om een invorderingsbeschikking afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4023
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305714/1/R4

202306123/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie" vastgesteld. In het bestemmingsplan "Buitengebied, tweede actualisatie" uit 2018 is de mogelijkheid opgenomen voor de oprichting van parapluhooibergen. In de tussenuitspraak van 30 januari 20202, ECLI:NL:RVS:2020:317, heeft de Afdeling met toepassing van de bestuurlijke lus de raad de opdracht gegeven om te motiveren waarom het aantal parapluhooibergen uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is en waarom geen gebruiksregels in het plan zijn opgenomen voor parapluhooibergen. Hierop heeft de raad met het besluit van 24 september 2020 ter uitvoering van de tussenuitspraak het plan gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisatie voor het buitengebied van de gemeente Sint-Michielsgestel. Beoogd wordt om een aantal concrete, nieuwe ontwikkelingen planologisch in te passen en een aantal gebreken in de verbeelding van concrete bestemmingen te herstellen. De plantoelichting vermeldt dat er 30 concrete bouwinitiatieven in het buitengebied zijn opgenomen in dit plan. De raad heeft er bewust voor gekozen om deze los van elkaar staande, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van verschillende initiatiefnemers te verzamelen in één nieuw bestemmingsplan. Hierdoor kan het bestemmingsplanproces efficiënter worden doorlopen en worden de kosten per initiatiefnemer beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4129
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306123/1/R2

202306418/1/R4

Bij besluiten van 30 april 2019 en 23 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de verzoeken van [appellant sub 1] om handhavend op te treden afgewezen. Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden toegewezen. [appellant sub 1] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant sub 1] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant sub 1] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3935
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306418/1/R4

202306737/1/R4

[wederpartij] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe op zijn verzoek om handhavend op te treden van 19 december 2022 tegen de aanwezigheid van een woonwagen op het adres [locatie] in IJzendoorn. [wederpartij] heeft beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op zijn handhavingsverzoek van 19 december 2022. Volgens [wederpartij] heeft het college de brief van 9 februari 2023 (de verdagingsbrief), waarin het college [wederpartij] heeft laten weten dat hij de beslissing met twaalf weken uitstelt en uiterlijk 9 mei 2023 een besluit zal nemen, niet tijdig verzonden en de beslistermijn daarom niet verlengd. [wederpartij] heeft verklaard de verdagingsbrief op 17 februari 2023, na het verstrijken van de beslistermijn, te hebben ontvangen. Het college heeft met de brief van 9 mei 2023 gereageerd op het handhavingsverzoek. De rechtbank heeft overwogen dat het college de verzending van de verdagingsbrief niet aannemelijk heeft gemaakt en dat het ook niet aannemelijk heeft gemaakt naar welk adres het college de brief heeft verstuurd. Zij twijfelt niet aan de verklaring van [wederpartij] dat hij de verdagingsbrief op 17 februari 2023 heeft ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4115
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306737/1/R4

202306942/2/R1

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2530, heeft de Afdeling het college van gedeputeerde staten van Utrecht opgedragen om binnen zes maanden na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overwegingen 5.3 en 5.4 de daar omschreven gebreken in het besluit van 19 september 2023 tot goedkeuring van het projectplan "Dijkversterking Wijk bij Duurstede - Amerongen" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft geconcludeerd dat het hoogheemraadschap de gevolgen van het projectplan met betrekking tot perceel F587 onvoldoende heeft onderzocht en daarbij is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten. Hierdoor heeft het onvoldoende zicht gekregen op de gevolgen voor de waterhuishouding op het perceel van [appellant]. [appellant] betoogt dat de door de Afdeling in de tussenuitspraak onder 5.3 geconstateerde gebreken niet zijn hersteld. Hij voert aan dat de hydrologische gevolgen nog steeds niet voldoende deugdelijk in kaart zijn gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4124
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202306942/2/R1

202307116/1/R3

Bij besluit van 23 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning bouwen van een aanbouw op het perceel [locatie 1] in Capelle aan den IJssel door [partij], afgewezen. [appellant sub 2] woont op [locatie 2] in Capelle aan den IJssel, naast [partij]. [appellant sub 2] heeft het college bij brief van 1 oktober 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo en artikel 21.2.2, aanhef en onder a, van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Middelwatering", omdat het maximaal toegestane oppervlak aan bijbehorende bouwwerken op het perceel van [partij] zou worden overschreden. Bij besluit van 23 november 2020 heeft het college het verzoek van [appellant sub 2] afgewezen. Het college heeft later geconstateerd dat de veranda, in strijd met het bestemmingsplan, deels buiten het bouwvlak is gebouwd. Bij besluit van 26 mei 2021 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van de veranda en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4150
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307116/1/R3

202307854/1/R3

Het bestemmingsplan ‘Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust’ van de gemeente Losser is definitief. Dat volgt uit deze uitspraak. Dit betekent dat de aanleg van de natuurbegraafplaats in het Lutterzand in Losser door mag gaan. Het gaat om een natuurbegraafplaats van ruim elf hectare in een bosgebied van ongeveer achttien hectare in het Lutterzand. Natuurbegraven houdt in dat overledenen op een organische manier worden begraven, wat onder meer betekent dat de overledene wordt begraven met uitsluitend duurzame materialen, die zonder problemen worden opgenomen door de natuur, en dat het graf niet wordt geruimd. Camping Dennenlust ligt in de buurt van de beoogde natuurbegraafplaats. De camping is bang dat door de komst van een natuurbegraafplaats minder gasten de camping zullen boeken. Zij vindt het niet wenselijk dat bezoekers tijdens hun verblijf worden geconfronteerd met een rouwstoet of begrafenisceremonie. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak geeft de camping geen gelijk. Naar haar oordeel heeft de gemeenteraad bij zijn besluit de belangen van de camping voldoende meegewogen. De ruimtelijke gevolgen die de bezoekers van de camping ondervinden door de natuurbegraafplaats zullen beperkt blijven, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. De bezwaren van de camping zijn dan ook ongegrond. Daarmee kan de aanleg van de natuurbegraafplaats doorgaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4125
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202307854/1/R3

202400173/1/A3

Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing om op 2 augustus 2022 mondeling een bouwstop op te leggen met betrekking tot de bouwwerkzaamheden in het pand aan de Biltstraat 29-31 te Utrecht, op schrift gesteld, en aan Sam Companies een last onder dwangsom opgelegd. Sam Companies exploiteert Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. Op 2 augustus 2022 heeft een toezichthouder van het college naar aanleiding van een gesprek met de aannemer geconstateerd dat er in het hostel bouwwerkzaamheden plaatsvonden zonder omgevingsvergunning. Hierop heeft de toezichthouder namens het college mondeling een bouwstop opgelegd met ingang van 3 augustus 2022. Op 4 augustus 2022 hebben toezichthouders het pand van binnen geïnspecteerd. Aan het besluit van 5 augustus 2022 heeft het college ten grondslag gelegd dat de toezichthouder op 2 augustus 2022 met de aannemer heeft gesproken en dat die verklaarde dat hij al werkzaamheden had uitgevoerd en de komende periode werkzaamheden zou gaan uitvoeren, onder andere aan de wanden, plafonds en deuren, ten behoeve van de brandveiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3923
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400173/1/A3

202400249/1/R4

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het ontbreken van een constructief veilige fundering onder de keldermuur van het pand aan de [locatie A] aan de zijde van [locatie B] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie C] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie A] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie C] en [locatie A], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie C]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4144
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400249/1/R4

202400930/3/R4

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2287, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Ermelo opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 13 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hamburgerweg 149-151" te herstellen. Uit wat de Afdeling onder 4.2, 6.2 en 10 in de tussenuitspraak heeft overwogen, volgt dat het besluit van 13 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan niet zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. De Afdeling heeft uiteenlopende gebreken vastgesteld. [appellant] en anderen willen geen ontsluiting voor de nieuwe woningen via de Wethouder Paulushof. Zij betogen dat het herstelbesluit uitgaat van een verouderde civieltechnische tekening voor de haakse bocht tussen de Wethouder Paulushof en de woningbouwlocatie. Daarbij is ook onduidelijk welk civieltechnisch ontwerp de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en Goudappel hebben getoetst. De voorziene bocht is volgens hen onveilig en verkeerskundig niet aanvaardbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4151
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400930/3/R4

202401101/1/R4

Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden met betrekking tot de door de gemeente verrichte werkzaamheden aan de mandelige keldermuur in het pand [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4145
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401101/1/R4

202402392/1/R1

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray geweigerd aan KS NL17 een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark op het perceel Spurkt 21 in Smakt, gemeente Venray. KS NL17 heeft het voornemen om langs de Rijksweg A73 een zonnepark te realiseren op enkele aaneengesloten percelen aan de Spurkt 21 in Smakt. Daarom heeft zij op 9 mei 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd. Bij de aanvraag behoort een stuk "Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Venray". Daarin staat dat het gaat om een zonnepark van ongeveer 20 ha. [partij A] en [partij B] wonen in de buurt van de beoogde locatie. Ook ligt camping De Oude Barrier in de directe omgeving daarvan. Zij hebben een zienswijze ingediend bij het college over het ontwerpbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4135
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402392/1/R1

202402966/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de korpschef een verzoek van [wederpartij] om inzage op grond van de Wet politiegegevens afgewezen. [wederpartij] heeft op 3 oktober 2022 verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens op grond van artikel 25 van de Wpg. Volgens [wederpartij] heeft de politie zijn gegevens in de basisregistratie personen (brp) in de periode van 2018 tot en met 19 mei 2022 meer dan achthonderd keer geraadpleegd. [wederpartij] verzoekt om uitleg waarom op zijn naam en op de namen van zijn dochters, ouders en ex-partner is gezocht. Ook wil [wederpartij] weten wie binnen de politie de brp heeft geraadpleegd, wat de redenen daarvoor waren en waar die gegevens voor worden gebruikt en verwerkt. [wederpartij] gaat ervan uit dat van de verwerkingen ook schriftelijke documenten, bijvoorbeeld processen-verbaal, zijn opgemaakt en wenst inzage in die documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4141
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202402966/1/A3

202403329/1/R2

Bij besluit van 29 april 2022 heeft Bij besluit van 29 april 2022 heeft het college de aanvraag van [appellant] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de melkveehouderij aan de [locatie] in Kolderwolde afgewezen. [appellant] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Kolderwolde. [appellant] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor het houden van 110 melkkoeien en 40 stuks jongvee. In de aanvraag is aangegeven dat de aangevraagde situatie na intern salderen met de referentiesituatie niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden leidt. De referentiesituatie is in de aanvraag ontleend aan de melding die [appellant] op 28 juli 2013 op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) heeft gedaan voor het houden van 100 melkkoeien en 50 stuks jongvee. Het college heeft de vergunning geweigerd. De referentiesituatie moet volgens het college ontleend worden aan de melding die in 1992 op grond van het Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet is gedaan voor het houden van 69 melkkoeien en 36 stuks jongvee.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4116
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202403329/1/R2

202403334/1/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4153
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403334/1/A3

202403345/1/A3

Bij twee onderscheiden besluiten van 1 februari 2022 heeft de burgemeester van Apeldoorn zijn besluiten van 26 januari 2022, om met spoedeisende bestuursdwang de bedrijfshal en de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn te sluiten voor zes maanden, op schrift gesteld. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 26 januari 2022 beide panden doorzocht. In de bedrijfshal zijn goederen en stoffen gevonden die volgens de politie worden gebruikt voor de productie van synthetische (hard)drugs. In de bedrijfswoning is een geladen vuurwapen aangetroffen. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 28 januari 2022. Deze bestuurlijke rapportage is aangevuld op 22 februari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4166
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403345/1/A3

202403604/1/R3

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om aan [appellanten] een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het veranderen en vergroten van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 12 oktober 2020 hebben [appellanten] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen en vergroten van hun woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 13 november 2020, 27 november 2020, 31 december 2020 en 17 februari 2021 hebben [appellanten] de aanvraag op onderdelen gewijzigd. Na de wijziging van 17 februari 2021 betreft de aanvraag, voor zover in hoger beroep van belang, het maken van een aanbouw aan de achterzijde van de woning en het maken van een kelder met lichtstraten aan de zijkant en de achterzijde. Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan "Vogelwijk". Het college is niet bereid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo af te wijken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4154
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403604/1/R3

202403770/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een uitbouw aan de woning op het perceel [locatie] in Zwolle. [appellant] woont aan de [locatie] in Zwolle. Op zijn perceel staan een woning en een schuur. De woning bestaat uit twee delen, een monumentaal tolhuis aan de straatzijde met daarachter een aangebouwde schuurwoning. Op 11 april 2022 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een uitbouw aan de van de dijk af gezien rechterzijde van de schuurwoning. Het college heeft de vergunning bij besluit van 5 juli 2022 geweigerd. Aan die weigering heeft het college twee weigeringsgronden uit artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, ten grondslag gelegd. Het bouwplan is volgens het college in strijd met redelijke eisen van welstand en met de regels van het bestemmingsplan "Stadshagen I". [appellant] is tegen het besluit van 5 juli 2022 in bezwaar gegaan. Het college heeft het bezwaar bij besluit van 23 november 2022 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4137
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403770/1/R3

202404131/1/R4

In het besluit van 23 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe het wijzigingsplan "Broeksteeg 7 Tricht" vastgesteld. Veehouderij De Rottenburg is eigenaar van het perceel aan de Broeksteeg 7 in Tricht. Het perceel had op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden veehouderij". Het plan verandert de bestemming in "Bedrijf" met de functieaanduiding "opslag". [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de vaststelling van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4136
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404131/1/R4

202405078/1/R2

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan "Routje 1 te Budel-Dorplein" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van twee nieuwe twee-aaneengebouwde patiowoningen op het woonperceel aan Het Routje 1 in Budel-Dorplein. Op grond van het bestemmingsplan "Budel en Budel-Dorplein" was daar slechts één wooneenheid toegestaan en hadden de gronden deels de bestemming "Tuin". [appellant] woont aan [locatie 1], tegenover het plangebied. Hij is het niet eens met de beoogde ontwikkeling. [appellant] betoogt dat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat. Volgens [appellant] zorgt de ontwikkeling niet voor behoud van het open en bosrijke karakter en is de conclusie dat geen verblijf- of broedmogelijkheden verdwijnen onjuist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4121
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405078/1/R2

202405118/1/R2

Bij besluit van 1 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van grond in strijd met het bestemmingsplan en het realiseren van bouwwerken zonder vergunning. Het college heeft aan zowel [appellant] als [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd omdat het perceel aan de [locatie] deels in strijd met de bestemming "Natuur" werd gebruikt voor houtopslag en houthandel en er bouwwerken waren gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Daarnaast moest de aangebrachte verharding worden verwijderd. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat het college handhavend mocht optreden. Volgens [appellant] heeft de rechtbank op drie punten ten onrechte geoordeeld dat het overgangsrecht niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4139
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405118/1/R2

202405136/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Gulpen-Wittem het bestemmingsplan "Fietsverbinding en reconstructie N595" vastgesteld. De raad heeft het plan vastgesteld om de reconstructie van de provinciale weg N595 tussen Kapolder en Wittem deels mogelijk te maken. Het plan maakt een nieuwe vrijliggende fietsverbinding mogelijk tussen Wittem en Kapolder ten noorden van de N595. Verder hebben enkele percelen ten noorden van In het Diepe Broek in Gulpen de bestemming "Natuur" gekregen. De Fietsersbond is het om verschillende redenen niet eens met de vaststelling van plan. Het beroep van de Fietsersbond is met name gericht tegen de inrichting van de N595 tussen Kapolder en Wittem en specifiek tegen de inrichtingstekeningen bij de voorkeursontwerpen in de plantoelichting. De Fietsersbond verzet zich bijvoorbeeld tegen het voorkeursontwerp voor de inrichting van de weg en parkeerplaats tussen Wittem en de N278.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4167
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202405136/1/R1

202405223/1/A3

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 12.750,00 opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. [appellante] is een bedrijf dat onder meer aardbeien, asperges en frambozen verpakt en sorteert. Op 29 januari 2020 hebben arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie een inspectie uitgevoerd bij [appellante]. Ook is een nader administratief onderzoek gedaan over de periode 1 juli tot en met 31 december 2019. Hiervan is op 26 februari 2021 een boeterapport opgemaakt. Volgens de minister is sprake van bruto onderbetaling van het minimumloon van een aantal werknemers, waarmee [appellante] artikel 7, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 13a van de Wmm heeft overtreden. Ook is sprake van netto onderbetaling van het minimumloon van werknemers. Dit laatste is in strijd met artikel 13 van de Wmm. De minister heeft [appellante] daarom een boete opgelegd van € 9.750,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister aan [appellante] een boete mocht opleggen voor overtreding van artikel 13 van de Wmm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4138
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405223/1/A3

202405700/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)" vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat over het perceel aan de [locatie 1] in Schoonebeek en de daarbij behorende grond op de hoek van de Europaweg en de Hankenhofweg. Het plan maakt de wijziging van de agrarische bestemming in een woonbestemming mogelijk van de bestaande bebouwing. Daarnaast voorziet het plan in de bouw van een woning op het gedeelte van het perceel dat ligt op de hoek tussen de Hankenhofweg en de Europaweg. Initiatiefnemers van het bestemmingsplan zijn [partij A] en [partij B]. [appellanten] wonen aan de [locatie 2]. Hun perceel grenst aan het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, voor zover daarin de bouw van de woning op het hoekperceel mogelijk wordt gemaakt. Zij vinden dat de bouw van de woning hun privacy en uitzicht aantast. Daarnaast is het plan volgens hen in strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid en tast het cultuurhistorische waarden aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4117
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405700/1/R3

202405945/1/R4

Bij brief van 17 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] te kennen gegeven dat het geen besluit neemt op zijn verzoek om omgevingsvergunning. Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft het college opnieuw op het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de brief van 17 september 2020 beslist en de aanvraag buiten behandeling gesteld. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4146
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405945/1/R4

202406276/1/A3

Bij besluiten van 27 juni 2023 en 3 juli 2023 heeft de minister van Defensie het verzoek van [appellant] om inzage in op hem betrekking hebbende mutaties toegewezen. appellant] heeft de minister op 5 mei 2023 - kort samengevat - verzocht om hem te laten weten of er een mutatie is opgemaakt van zijn staandehoudingen die volgens hem op 28 februari 2020 en 22 januari 2023 hebben plaatsgevonden. Daarnaast wil hij graag weten of er nog andere mutaties zijn opgemaakt naast die over zijn staandehoudingen op 29 juli 2019 en 2 juni 2020. Verder wil hij graag geïnformeerd worden over alle andere mogelijke informatie die over hem wordt verwerkt. Ten slotte heeft hij verzocht om een afschrift van de mutatie van 2 juni 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4134
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406276/1/A3

202406514/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd. Op 13 januari 2023 heeft [appellant] zich bij de Sociale Dienst Drechtsteden aangemeld om hulp te krijgen met zijn schulden. Hij is hierop toegelaten tot de schuldhulpverlening en er is een plan van aanpak opgesteld. Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur de schuldhulpverlening beëindigd omdat [appellant] onvoldoende meewerkt, zo zou hij de gevraagde stukken niet aanleveren. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van een gesprek tussen medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden en [appellant], heeft het dagelijks bestuur op 21 juni 2023 geconcludeerd dat het belang van [appellant] bij een oplossing voor zijn schuldenproblematiek dermate zwaar weegt dat het besluit van 1 mei 2023 moet worden ingetrokken. Omdat met het besluit van 21 juni 2023 de schuldhulpverlening is hervat, heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van [appellant] tegen het stopzetten niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van dit bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4148
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406514/1/A2

202406744/1/R4

Bij brief van 22 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] te kennen gegeven dat het geen besluit neemt op zijn verzoek van 5 augustus 2019 om een omgevingsvergunning. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4142
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406744/1/R4

202407090/1/R4

Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woerden aan [partij] bekendgemaakt dat de door hem op 11 september 2020 aangevraagde omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bestemming van het perceel aan de [locatie] in Woerden van ‘maatschappelijk’ naar ‘wonen’ van rechtswege is verleend. [partij] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Woerden. De woning is eind jaren ’80 gelijk met het kerkgebouw van de Evangeliegemeente met het adres Minkemalaan 78 gebouwd. De woning en het kerkgebouw staan tegen elkaar aan en waren via twee tussendeuren met elkaar verbonden. De voorganger van de Evangeliegemeente was samen met zijn gezin na de bouw in de woning gaan wonen. De woning diende als pastorie. [partij] is de zoon van de voorganger. Hij is na het overlijden van zijn vader eigenaar van de woning geworden en bewoont de woning zonder dat hij een functie heeft bij de Evangeliegemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4109
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202407090/1/R4

202407291/1/A3

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de burgemeester van Schiedam de woning aan de [locatie] in Schiedam voor negen maanden gesloten. [appellant] woonde in de woning aan de [locatie] in Schiedam. De woning huurde hij van Woonplus. Uit een op 27 september 2023 opgestelde politierapportage volgt dat bij het onderzoek van de woning verschillende soorten hard- en softdrugs zijn aangetroffen die de handelshoeveelheid ruim overschrijden. Daarnaast zijn er een stroomstootwapen en een bedrag van € 817,20 aan contant geld aangetroffen. Verder volgt uit de rapportage dat onderzoek naar de telefoon van [appellant] laat zien dat er in augustus 2023 veelvuldig contact is gezocht met [appellant] over het aankopen van verdovende middelen. Hierbij heeft [appellant] meerdere keren het adres van zijn woning opgegeven als ophaaladres. Ook is gebleken dat [appellant] onder meer antecedenten heeft op het gebied van rijden onder invloed van verdovende middelen/geneesmiddelen, al dan niet in combinatie met alcohol, en dat er 262 registraties over hem zijn opgenomen. In de registraties van 25 mei 2023, 1 juni 2023 en 17 augustus 2023 spreken de melders van verkoop van drugs aan jongeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4123
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407291/1/A3

202408066/1/A3

Het college van gedeputeerde staten van Overijssel heeft terecht niet handhavend opgetreden tegen het doden van een haas in een jachtveld door een drijver met een drijfstok. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak in deze uitspraak. Stichting Animal Rights had het college van GS hierom verzocht. Aanleiding voor het handhavingsverzoek was een door een getuige gemaakt filmpje van een drijver in het jachtveld. Op het filmpje is te zien hoe de drijver een aangeschoten haas met een drijfstok slaat. De haas was door een jager in het jachtveld aangeschoten. De jager was in de veronderstelling dat de haas dodelijk was getroffen. Op het moment dat de drijver bij een controle constateerde dat de haas nog leefde, heeft hij de haas met een drijfstok gedood. Volgens Animal Rights is het gebruik van een slagwapen in de jacht illegaal en is hiermee de zorgplicht van de Wet natuurbescherming geschonden, omdat de haas op deze manier onnodig zou hebben geleden. Volgens het college van GS is de wet niet overtreden. In de uitspraak van vandaag buigt de Afdeling bestuursrechtspraak zich eerst over de vraag of het doden van een aangeschoten haas onder het begrip ‘jacht’ valt. Ja, zegt Animal Rights. Nee, zegt de provincie. In de Wet natuurbescherming staat precies opgesomd met welke middelen je mag jagen. De drijfstok staat daar niet bij. Net als de rechtbank Overijssel eerder, oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak nu dat het doden van aangeschoten wild niet valt onder ‘uitoefening van de jacht’. Er was geen sprake meer van ‘jacht’ op de haas, wat betekent dat de lijst met verboden middelen in de wet niet van toepassing is en dat de wet dus niet is overtreden. De wet verplicht verder dat ‘een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt, voorkomt dat het dier onnodig lijdt’. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak ziet deze verplichting ook op het handelen van een drijver als hij direct na de jacht een aangeschoten dier aantreft en dit afmaakt. De wet regelt niet met welke middelen dat moet gebeuren. Maar het gebruik van een drijfstok levert in dit geval geen overtreding op van de wettelijke zorgplicht, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. Het alternatief waarbij de jager erbij moet komen met zijn geweer, zou de haas naar alle waarschijnlijk juist langer hebben doen lijden, gelet op de afstand die de jager moet afleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4127
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202408066/1/A3

202500274/1/R4

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om een invorderingsbeschikking te nemen afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3936
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500274/1/R4

202500556/1/A3

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard het verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen afgewezen. Op 16 en 21 juli 2020 heeft [appellant] zich onder de naam [naam] tegenover een ambtenaar van De Dienst Regionale Recherche, afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) geïdentificeerd met een Nigeriaans paspoort. De AVIM heeft met dactyloscopisch onderzoek aan de hand van gegevens in de landelijke dactyloscopische datatbank voor vreemdelingen vastgesteld dat de persoon die zich bij hen identificeerde als [naam] in de brp ingeschreven stond als [appellant]. De AVIM heeft het college daarop verzocht de naamswijziging in de administratie door te voeren. Het college heeft daar geen vervolg aan gegeven. [appellant] heeft op 18 juli 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn voornamen en geslachtnaam van [appellant] naar [naam], zijn geboortedatum van 1985 naar [geboortedatum] 1982 en zijn geboorteplaats en -land van Ganta, Liberia naar Aba, Nigeria.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4165
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202500556/1/A3

202501509/1/A2

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellanten] om overname van een private schuld afgewezen. [appellanten] zijn erkende gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben de minister verzocht om overname van een schuld van € 97.001,00 aan Pensioenfonds Vervoer. Dit bedrag is samengesteld uit premienota’s over de pensioenpremies die niet zijn afgedragen door de eenmanszaak van [appellant A] [bedrijf], een koeriersbedrijf. De minister heeft de aanvraag om overname van de schuld afgewezen op de grond dat de schuld niet opeisbaar is geworden vóór 1 juni 2021 en daardoor niet aan het in artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht genoemde vereiste voldoet. Een aantal premienota’s dateert weliswaar van 26 mei 2021, maar die hebben als vervaldatum 9 juni 2021. De schuld is volgens de minister pas opeisbaar na verloop van de vervaldatum. De andere premienota’s dateren van na 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4133
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501509/1/A2

202502058/1/A2

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een alcoholvergunning en exploitatievergunning verleend. [appellante] exploiteert [café] aan de [locatie 1] in Almelo. Met een besluit van 17 november 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders aan haar een alcoholvergunning en exploitatievergunning verleend. Bij brief van 1 mei 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] medegedeeld dat uit gegevens blijkt dat zij een terras exploiteert voor haar café, zonder dat zij beschikt over een vergunning voor een terras. De burgemeester heeft [appellante] daarbij in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken een exploitatievergunning voor het terras aan te vragen. Op 17 mei 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om wijziging van de alcoholvergunning en exploitatievergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4132
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202502058/1/A2

202502477/1/A2

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00 wegens het overtreden van de Huisvestigingsverordening Den Haag 2023. Tijdens een controle op 3 oktober 2023 hebben inspecteurs geconstateerd dat [appellant] een woning aan de [locatie] in gebruik heeft gegeven zonder huisvestingsvergunning. Het college heeft hiervoor bij het besluit van 12 februari 2024 een bestuurlijke boete opgelegd. Dit besluit heeft het college aangetekend aan [appellant] verzonden. Na ontvangst van een aanmaning op 28 mei 2024 heeft [appellant] contact opgenomen met het college en vernam toen dat deze boete was opgelegd. Op 10 juni 2024 heeft [appellant] bezwaar gemaakt, dat het college niet-ontvankelijk heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4120
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502477/1/A2

202502500/1/R4

Bij besluit van 16 november 2023 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen.[appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij] en [persoon E]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4155
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502500/1/R4

202502669/1/A2

Bij besluit van 20 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn de aanvraag van de stichting tot toekenning van privatiseringswachtgeld aan negen van haar voormalige werknemers niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 27 januari 2020 heeft college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Op 25 mei 2000 heeft de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn besloten om de taken van de afdeling sport en recreatie te privatiseren. Vanwege deze privatisering heeft het college de ambtenaren van deze afdeling met ingang van 1 juli 2001 eervol ontslag verleend en zijn zij aansluitend op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij de stichting. In het kader van deze overgang is het Sociaal Plan Sport en Recreatie Alphen aan den Rijn opgesteld. Op 1 januari 2016 zijn deze medewerkers ontslagen bij de stichting vanwege het door de gemeente stopzetten van de subsidie na een nieuwe openbare aanbesteding. Het college heeft de aanvraag van de stichting om wachtgeld niet-ontvankelijk verklaard omdat de stichting geen belanghebbende is bij de vraag haar of voormalige werknemers aanspraak hebben op privatiseringswachtgeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4126
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502669/1/A2

202503018/1/A3

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de minister het verzoek van [appellante] om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit afgewezen.Een heerlijkheid bestaat uit een aantal rechten die van kracht zijn binnen een specifiek omschreven gebied. [appellante] is eigenaar van de zakelijke rechten van heerlijkheid Baarsdorp. Zij heeft bij brief van 24 februari 2023 een verzoek bij de minister gedaan om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit. Zij heeft daarbij verwezen naar punt 1 van Soeverein Besluit van 24 december 1814. De minister heeft het verzoek voor advies voorgelegd aan de Hoge Raad van Adel. De Hoge Raad van Adel heeft een afwijzend advies gegeven, omdat heerlijkheden een privaatrechtelijk karakter hebben en wapenverlening op grond van de ‘Beleidsregels verlenen, bevestigen, en wijzigen van wapens’ van 12 september 2023 niet mogelijk is. De minister heeft het advies overgenomen en stelt zich op het standpunt dat wapenverlening alleen mogelijk is aan provincies, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4158
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503018/1/A3

202503372/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 14 april 2008 respectievelijk 1 september 2008 voor 50% eigenaar van de panden aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Groningen. [appellant] heeft op 7 maart 2016 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het vergroten en samenvoegen van de panden om twintig zelfstandige woningen te realiseren en voor het toevoegen van een extra bouwlaag. Het college heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 7 november 2017 heeft de rechtbank Noord-Nederland het beroep daartegen gegrond verklaard en het college opdracht gegeven de aanvraag alsnog inhoudelijk te beoordelen. Bij besluit van 21 december 2018 heeft het college de omgevingsvergunning alsnog geweigerd. Volgens het college was het bouwplan in strijd met het op 28 juni 2017 in werking getreden bestemmingsplan Herziening Bestemmingsregels Wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4114
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503372/1/A2

202503463/1/A2

Bij brief van 11 juli 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College aan [appellant] een schriftelijke waarschuwing gegeven. [appellant] is in augustus 2023 begonnen aan een opleiding Pedagogisch Werk aan het Da Vinci College. Het college heeft [appellant] op 11 april 2024 een schriftelijke waarschuwing gegeven wegens overtredingen van artikel 13 van het Studentenstatuut en artikel 8.2 van de Gedragscode ICT-faciliteiten. Aan de waarschuwing heeft het college ten grondslag gelegd dat het gedrag van [appellant] als grensoverschrijdend wordt ervaren en dat hij op het internet negatieve en onjuiste uitlatingen heeft gedaan over het bestuur, de medewerkers en studenten van het Da Vinci College. [appellant] heeft op 26 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen de schriftelijke waarschuwing van 11 juli 2024. Bij beslissing van 4 september 2024 heeft het college dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Aan deze beslissing heeft het college ten grondslag gelegd dat de waarschuwing geen beslissing is waartegen bezwaar openstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4005
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503463/1/A2

202503587/1/A2

Bij uitspraak van 11 juni 2025, in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2025:2510 heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van het college van bestuur van het ROC Da Vinci College ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [verzoeker] zich schuldig maakt aan misbruik van procesrecht en heeft daarom verzocht om hem te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft er in dit kader op gewezen dat [verzoeker] meerdere procedures aanhangig heeft gemaakt tegen het Da Vinci college, zowel bij de Afdeling als bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4006
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503587/1/A2

202504303/1/A2

Bij besluit van 26 september 2022 heeft de CSG de aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellante] heeft op 27 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds. Zij stelt dat zij slachtoffer is geworden van mensenhandel en (seksuele) uitbuiting. Daar heeft zij op 12 juni 2020 ook aangifte van gedaan. [appellante] heeft verklaard dat zij op 10 juli 2019 vanuit Uganda is vertrokken naar Nairobi. In Nairobi heeft zij contact gekregen met een vrouw genaamd [persoon C]. De moeder van [appellante] heeft [persoon C] betaald om [appellante] naar Saudi-Arabië te brengen, zodat zij daar als werkster kon gaan werken. [appellante] is met [persoon C] en een andere vrouw in een vliegtuig gestapt. Na een tussenstop is zij geland op een locatie waar zij in een restaurant moest wachten. Zij is daar door twee mannen opgehaald. Na een lange autorit is zij naar een woning gebracht. Vanaf 3 oktober 2019 verbleef zij in die woning. In die woning is zij mishandeld en door ongeveer zes mannen seksueel misbruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4156
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504303/1/A2

202504853/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar en haar zoon het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Zuid-Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1981. Zij heeft op 1 maart 1997 een asielaanvraag ingediend en zij heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. [appellante] heeft de minister op 17 januari 2022 verzocht om haar het Nederlanderschap te verlenen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan haar identiteit en nationaliteit. Hij heeft deze twijfel gebaseerd op een rapport taalanalyse van 13 juli 2006 die het Bureau Land en Taal van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal) heeft opgesteld in een eerdere door [appellante] gevoerde asielprocedure. Uit het rapport taalanalyse volgt dat [appellante] eenduidig te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Oeganda. Ook heeft de minister het ‘Age Assessment Certificate’, dat [appellante] bij de gemeente Schiedam heeft overgelegd, aan zijn twijfel ten grondslag gelegd. Uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 6 januari 2022 volgt dat het document hoogstwaarschijnlijk niet in deze staat is opgemaakt en afgegeven. Verder heeft de minister gewezen op een verklaring van de Soedanese ambassade in Den Haag van 14 maart 2006 waaruit volgt dat de ambassade de Soedanese herkomst en/of nationaliteit van [appellante] niet kon bevestigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4149
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202504853/1/V6

202504926/1/R2

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan het Waterschap Rijn en IJssel de aangevraagde ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming verleend. Het waterschap heeft een projectplan vastgesteld dat als doel heeft het verbeteren van de natuurkwaliteit en klimaatrobuustheid van het natuurgebied ‘Hagenbeek’. De concrete maatregelen bestaan onder meer uit het verondiepen en dempen van watergangen rondom het natuurgebied Hagenbeek. In de te dempen watergangen zijn poelkikkers aangetroffen. Ook kan de aanwezigheid van waterspitsmuizen niet worden uitgesloten. Het waterschap heeft voor beide soorten een Wnb-ontheffing aangevraagd. Het college heeft de ontheffing verleend, in eerste instantie voor de periode tot 30 juni 2025 en vervolgens, met het besluit van 10 juni 2025, tot en met 30 juni 2027.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4152
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202504926/1/R2

202504996/1/A2

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 5 augustus 2025, waarbij het door hem gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 januari 2025 ongegrond is verklaard. De uitspraak van de rechtbank van 26 november 2024 op het door [appellant] gedane verzet is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen kan, gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep worden ingesteld. Dit is het zogeheten appelverbod. Er kan alleen aan deze bepaling voorbij worden gegaan wanneer er sprake is van zodanige schending van beginselen van goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat moet worden geoordeeld dat er geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden. [appellant] betoogt dat een dergelijke situatie aan de orde is. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank fundamentele procedurele voorschriften en waarborgen heeft geschonden. Zo heeft zowel hij als zijn gemachtigde geen uitnodiging ontvangen voor de zitting, heeft hij geen toegang gehad tot het procesdossier en was de rechter ogenschijnlijk partijdig, gelet op zijn nevenfunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4007
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504996/1/A2

202505267/1/R4

Bij besluit van 17 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een stuk karton dat op 10 april 2025 is aangetroffen op de stoep ter hoogte van de Herman Costerstraat 363 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] het stuk karton verkeerd heeft aangeboden omdat daarop een adreslabel zat met daarop zijn naam- en adresgegevens. [appellant] betwist dat hij het stuk karton onjuist heeft aangeboden. Hij stelt dat hij het stuk karton, samen met ander karton en papier, op de avond van 6 april 2025 op de aangewezen plaats en tijd op straat heeft neergezet, zodat het de volgende dag kon worden meegenomen op de papierophaaldag van de gemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4128
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505267/1/R4

202505502/1/R4

Bij besluit van 18 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 9 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van de bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die is aangetroffen in de vulopening van een ondergrondse container ter hoogte van de Clemensstraat 64 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist dat de aangetroffen kartonnen doos leidt tot vervuiling. [appellante] voert daarbij aan dat de aangetroffen kartonnen doos bestaat uit schoon karton, karton door de gemeente doorgaans apart wordt ingezameld en karton ook recyclebaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4147
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505502/1/R4

202505580/1/V6

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de minister van Werk en Participatie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht (de aanvraag) afgewezen. [appellant] is een 37-jarige man uit Libië. Hij is asielstatushouder en is sinds 2017 inburgeringsplichtig. Wegens zijn psychische problematiek heeft [appellant] om ontheffing van zijn inburgeringsplicht gevraagd. Hij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis, heeft depressieve klachten, paniekaanvallen en problemen met concentreren, slapen, sociaal contact, informatieverwerking en omgaan met druk. In het besluit van 18 december 2023 heeft de minister de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] volgens het medisch advies van Argonaut van 13 november 2023 in staat is binnen een termijn van vijf jaar het inburgeringsexamen te halen. In de bezwaarfase heeft de medisch adviseur in zijn aanvullend medisch advies van 2 september 2024 opnieuw geconcludeerd dat [appellant] in staat is binnen een termijn van vijf jaar het inburgeringsexamen te halen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4110
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202505580/1/V6

202505788/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 28 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen twee verzoeken van [appellant] tot openbaarmaking van documenten buiten behandeling gelaten vanwege misbruik van recht. [appellant] heeft op 25 september 2022 en 4 oktober 2022 het college op grond van artikel 4.1, eerste lid, van de Wet open overheid (Woo) verzocht om informatie te verstrekken. De gevraagde informatie ziet op contacten door twee met naam genoemde ambtenaren (medewerker 1 en medewerker 2), beiden werkzaam bij de gemeente met medewerkers van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) en/of met andere ambtenaren van de gemeente over de omleiding Rucphen-Sprundel-St. Willebrord. Bij afzonderlijke besluiten van 20 maart 2024 heeft het college inhoudelijk op de bezwaren beslist. In het besluit over de SAOZ en medewerker 1 heeft het college aangegeven slechts één e-mail in het bezit te hebben die onder de reikwijdte van het verzoek valt en in het besluit over de SAOZ en medewerker 2 heeft het college vastgesteld dat er geen documenten zijn die binnen de reikwijdte vallen. Tijdens de beroepsprocedure werd duidelijk dat het verzoek breder is dan het college in eerste instantie had opgevat. Daarom heeft het college bij besluit van 13 maart 2025 het besluit van 20 maart 2024 gewijzigd, de bezwaren gegrond verklaard en aanvullende documenten openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4113
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202505788/1/A3

202505816/1/R1

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn locaties aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) en bovengrondse containers voor groente-, fruit- en etensresten ("GFE-cocons"). Het gaat onder meer om de locatie BH43R ter hoogte van Achter de Vest 56 in Hoorn. [appellant] en anderen wonen vlakbij de aangewezen containerlocatie BH43R, die is gesitueerd aan de rand van de binnenstad van Hoorn. Volgens hen is de locatie niet geschikt, onder meer omdat er geen behoefte is aan de afvalcontainers en omdat er meerdere geschiktere alternatieve locaties zijn. Ook vrezen zij voor overlast. [appellant] en anderen stellen zich op het standpunt dat er geen behoefte is aan de afvalcontainers op deze locatie. Volgens [appellant] en anderen zijn er voldoende andere containers aanwezig binnen de loopafstand die de gemeente hanteert. In hun nader stuk hebben [appellant] en anderen hier een eigen analyse over gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4119
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505816/1/R1

202505917/1/R2

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heusden het wijzigingsplan "De Oosters, Oudheusden" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met maximaal 126 woningen mogelijk. Op deze locatie gold eerst op grond van het bestemmingsplan "Oudheusen" de bestemming "Agrarisch". In dat bestemmingsplan is voor deze locatie ook de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1" opgenomen. Deze gebiedsaanduiding bepaalt dat het college onder voorwaarden de bestemming mag wijzigen om bijvoorbeeld woningbouw mogelijk te maken. [appellant] exploiteert een agrarisch bedrijf op [locatie] in Elshout. [appellant] kan zich niet vinden in het wijzigingsplan. Hij vreest dat de woningen die mogelijk worden gemaakt, zijn huidige en toekomstige bedrijfsvoering kunnen belemmeren. De Oosters Wonen B.V. is de initiatiefnemer van het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4143
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505917/1/R2

BRS.26.002131

Bij besluit van 9 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4050
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002131

BRS.26.002485

Bij uitspraak van 12 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2657, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 16 april 2026 in zaak nr. NL25.47539 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4032
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Verzet
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002485

BRS.26.002651

Bij besluit van 2 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4041
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002651

BRS.26.002699

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4053
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002699

BRS.26.002758

Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4042
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002758

BRS.26.002859

Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4043
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002859

BRS.26.002901

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4061
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002901

BRS.26.003022 en BRS.26.003023

Bij besluit van 24 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4035
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003022 en BRS.26.003023

BRS.26.003058

Bij uitspraak van 12 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4034
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003058

BRS.26.003077

Bij besluit van 3 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4031
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003077

BRS.26.003196

Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4037
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003196

BRS.26.003229

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de ministervan Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4040
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003229

BRS.26.003419

Bij besluit van 30 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4077
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003419

202405128/1/R2

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland het verzoek van [appellant A] geweigerd om een bij besluit van 2 juni 2022 verleende omgevingsvergunning voor de bouw van acht gestapelde appartementen op het perceel [locatie], waarvan vier recreatief, te Kamperland, te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4224
Datum uitspraak
14 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405128/1/R2

202406290/1/V1

Het betreft een om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4046
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406290/1/V1

BRS.26.002439

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van asiel en migratie een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4020
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002439

BRS.26.002856

Bij besluit van 6 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4033
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002856

BRS.26.002875

Bij besluit van 11 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4008
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002875

BRS.26.002993

Bij besluit van 30 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4025
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002993

BRS.26.003118 en BRS.26.003119

Bij besluit van 19 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4015
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003118 en BRS.26.003119

BRS.26.003141

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4014
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003141

BRS.26.003197

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4019
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003197

BRS.26.003247

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4016
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003247

BRS.26.003279

Bij besluit van 14 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4011
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003279

BRS.26.003327

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4010
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003327

BRS.26.003332

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4017
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003332

BRS.26.003349

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4058
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003349

BRS.26.003359

Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4055
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003359

BRS.26.003507

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4064
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003507

202503459/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een tegemoetkoming van € 5.000 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven toegekend. Bij besluit van 4 november 2023 (lees: 2024) heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4070
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503459/1/A2

202504801/1/A2

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4103
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504801/1/A2

202505793/1/A2

Bij besluit van 23 december 2024 heeft Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4105
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202505793/1/A2

202505794/1/A2

Bij besluit van 18 december 2024 heeft Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) voor zijn minderjarige zoon afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4101
Datum uitspraak
13 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202505794/1/A2

202402135/3/R2

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte "Omgevingsplan Laar— Nieuw Laar" gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4004
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402135/3/R2

202405357/1/V1

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4029
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405357/1/V1

202501011/1/V3

Bij besluit van 31 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de verplichting die op basis van de removal order op de luchtvaartmaatschappij rust om betrokkene terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland, voldoende is om Turkije op grond van artikel 3, derde lid, tweede streepje, van de Terugkeerrichtlijn aan te merken als land van doorreis en bijgevolg als land van terugkeer in het aanvullend terugkeerbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4028
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501011/1/V3

202504768/1/V2

Bij brief van 26 februari 2024 heeft verzoeker de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om herziening van de uitspraak van 26 januari 2023 in zaak nr. 202204586/1/V2, ECLI:NL:RVS:2023:336.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4027
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Herziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504768/1/V2

BRS.26.002601

Bij besluit van 1 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3990
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002601

BRS.26.002984 en BRS.26.003028

Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4002
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002984 en BRS.26.003028

BRS.26.003014

Bij besluit van 30 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3988
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003014

BRS.26.003115

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3992
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003115

BRS.26.003117

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3993
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003117

BRS.26.003124

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3994
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003124

BRS.26.003143

Bij besluit van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3943
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003143

BRS.26.003201

Bij besluiten van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4000
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003201

BRS.26.003489

Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4044
Datum uitspraak
10 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003489
vorige pagina1...456...1.259volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon