Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.053
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.002368 en BRS.26.002370

Bij besluit van 24 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2979
Datum uitspraak
28 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002368 en BRS.26.002370

BRS.26.002545

Bij besluit van 3 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2989
Datum uitspraak
28 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002545

202502238/3/A3

Tijdens de zitting op 8 mei 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. G.O. van Veldhuizen (de staatsraad) als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202502238/1/A3. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij vreest dat de schijn bestaat dat de staatsraad niet onpartijdig kan oordelen in deze zaak. Op de zitting heeft [verzoeker] zijn wrakingsgrond nader toegelicht. Hij voert aan dat hij en de staatsraad 40 jaar geleden lid waren van dezelfde studentenvereniging. De staatsraad heeft destijds een hamer van hem gekregen bij het afbreken van een lustrumterrein in juli 1984. Die hamer is volgens [verzoeker] vervolgens zoekgeraakt en [verzoeker] en de staatsraad zijn toen een bedrag ter vergoeding overeengekomen en die is ook betaald. [verzoeker] verduidelijkt dat het incident met de hamer niet de kern van zijn verzoek vormt, maar ter illustratie dient. Het wrakingsverzoek is niet persoonlijk gericht naar de staatsraad. Het gaat [verzoeker] erom dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt door het lid zijn geweest van dezelfde studentenvereniging, terwijl deze vereniging volgens hem al eerder negatief in het nieuws is geweest om vriendjespolitiek, en dat zij zelfs jaargenoten van elkaar zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3080
Datum uitspraak
28 mei 2026
  • Wraking
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502238/3/A3

202405921/1/V2

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2973
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405921/1/V2

BRS.25.000694

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ (kennisgeving) van 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van betrokkene te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2943
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000694

BRS.26.002571 en BRS.26.002572

Bij besluit van 13 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2997
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002571 en BRS.26.002572

202106126/2/R3

Bij tussenuitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5254, (tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad van de gemeente Dantumadiel opgedragen om binnen 20 weken na verzending van die uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 5 juli 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Feanwâlden-Súd" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak gebreken geconstateerd in het besluit van 5 juli 2021 voor zover dat besluit gaat over de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.1" op de locatie [locatie 1], over de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - mengvoederfabriek" op de locatie [locatie 2]-[locatie 3] en over artikel 6.1, onder b, van de planregels. Onder 9.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling daarover overwogen dat de richtafstanden in de VNG-brochure weliswaar niet zijn bedoeld voor de toetsing van bestaande situaties en niet voor bedrijfswoningen op bedrijventerreinen, maar dat voor de locaties [locatie 1] en [locatie 2]-[locatie 3] geen sprake is van een bestaande situatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3042
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202106126/2/R3

202200556/1/R2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van Bergen op Zoom het bestemmingsplan “Buitengebied Oost 2020” (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld. Het plan betreft een algehele herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied Oost” dat is vastgesteld in 2003 en daarna drie keer partieel is herzien. Het plan heeft een conserverend karakter. Volgens de plantoelichting is het doel van het plan actualisering van het planologische kader voor het gehele oostelijke deel van het buitengebied. Het plan is ook in overeenstemming gebracht met actuele regelgeving, zoals de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Volgens de plantoelichting zijn in het plan ook een aantal kleinschalige ontwikkelingen meegenomen. Het plangebied omvat het oostelijke gedeelte van het landelijk gebied van de gemeente Bergen op Zoom. Het wordt begrensd door Rijksweg A4/A58, Zuidgeest (de gemeentegrens met Woensdrecht), Zoomvlietweg en Boerenweg, Halstersebaan en Luienhoekweg (de gemeentegrens met Roosendaal). Natuur- en milieuorganisaties, IVN en IVN Groene Zoom, Stichting De Brabantse Wal, Benegora, Natuur- en Milieuvereniging NAMIRO en Stichting tot Behoud van het Halsters Laag en het buitengebied van West Brabant, hebben samen beroep ingesteld tegen een aantal onderdelen van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3058
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200556/1/R2

202201917/1/R4

Bij besluit van 12 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een strandpaviljoen voor de duur van maximaal 10 jaar in het natuurgebied Voorland op het perceel [locatie] (voorheen aangeduid als Stichtseweg, ongenummerd) te Blaricum. De vergunninghoudster heeft op 19 augustus 2019 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van een tijdelijk strandpaviljoen voor de duur van maximaal tien jaar in het gebied. Het Voorland bij de Stichtse Brug, waarin het gebied is gelegen, is een natuurgebied met recreatiestrand en is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Op de locatie geldt volgens de Beheersverordening ‘Voorland Stichtse Brug’ de bestemming "Zone recreatie" met dubbelbestemmingen "Waarde-Archeologie lage verwachting" en "Waarde-EHS". Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de omgevingsvergunning in strijd met de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 19, derde lid, van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2019 is verleend. Daartoe voert het college aan dat het tijdelijke strandpaviljoen niet tot een vermindering van de oppervlakte van het NNN leidt, omdat de grond waarop het strandpaviljoen wordt geplaatst deel blijft uitmaken van het NNN-gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3056
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201917/1/R4

202202093/1/A3

Bij besluit van 18 december 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan Stichting Faunabeheereenheid Zeeland een ontheffing verleend van het verbod om hazen te doden met geweer. Op 29 september 2020 heeft de Faunabeheereenheid verzocht om het vastgestelde Faunabeheerplan Jacht en Schadebestrijding 2021-2026 goed te keuren. In dit plan is het voornemen opgenomen om de haas te bestrijden in verband met schade die de haas aanricht aan gewassen. Hierbij is uitgegaan van de op dat moment geldende vrijstelling van het verbod om hazen te doden. Deze vrijstelling is evenwel op 17 december 2020 ingetrokken. De haas is namelijk op de Rode Lijst Zoogdieren geplaatst, waardoor de haas niet meer voldoet aan de criteria voor de vrijstelling zoals opgenomen in de beleidsnota Natuurwetgeving 2018. Het college heeft het verzoek van de Faunabeheereenheid tot vaststelling van het faunabeheerplan daarom mede opgevat als een verzoek om ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onder a, van de Wet natuurbescherming. De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een concrete dreiging en dat de ontheffing strikt noodzakelijk is. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet voldoende is aangetoond dat er sprake is van belangrijke, dreigende schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3059
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202093/1/A3

202204444/1/A3

Bij besluit van 20 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen het verzoek van [appellant] van 16 april 2020 om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (de Wob) afgewezen. [appellant] was directeur en enig aandeelhouder van Zwembad Tubbergen B.V., welke vennootschap op 28 juni 1995 failliet is verklaard. In deze vennootschap exploiteerde hij een zwembad in de gemeente Tubbergen in samenwerking met de gemeente. Na het faillissement heeft de gemeente Tubbergen het zwembad middels een daartoe opgerichte stichting verworven en voortgezet. Tussen [appellant] en het college speelt al jarenlang een conflict over de gang van zaken en de besluitvorming rondom het zwembad in Tubbergen. Deze zaak gaat over de besluitvorming van het college op verzoeken van [appellant] op grond van de Wob. De rechtbank heeft overwogen dat het college ten aanzien van de negen expliciet beschreven documenten in het verzoek van [appellant] van 16 april 2020 onvoldoende heeft gemotiveerd dat deze documenten niet of niet meer onder het college berusten. De rechtbank is van oordeel dat het college per document had moeten aangeven of dat document al openbaar is, of eerder over de openbaarmaking van dit document is beslist, of het document is vernietigd of dat het document niet kan worden gevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3052
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202204444/1/A3

202207331/5/R2

Bij tussenuitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3197, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Venlo opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen, de daarin onder 27 en 28 omschreven gebreken in het besluit van 19 oktober 2022, waarbij het bestemmingsplan "Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 10.3 geoordeeld dat de raad ten onrechte de functieaanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - resomeercentrum" heeft toegekend aan gronden met de bestemming "Maatschappelijk. Door het toestaan van resomeren maakte het plan het gebruik van gronden mogelijk dat in strijd is met de Wet op de lijkbezorging. De raad had dan ook op voorhand moeten inzien dat het plan in zoverre niet uitvoerbaar is. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.2 geoordeeld dat in de planregels onvoldoende duidelijk geregeld is wat onder "short stay" moet worden verstaan. Daartoe overwoog de Afdeling dat in de planregel geen maximaal toegestane verblijfsduur is opgenomen, en dat ook niet uit de andere planregels volgt wanneer sprake is van tijdelijk verblijf of van permanente bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3041
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202207331/5/R2

202207404/1/R3

Bij besluiten van 13 juli 2020 en 23 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan Azibo, onderscheidenlijk Legado Invest B.V. (Legado) een last onder dwangsom opgelegd wegens handelen in strijd met het bestemmingsplan op het perceel Hendrik ter Kuilestraat 140 in Enschede. Het gaat in deze zaak om het handhavend optreden van het college tegen Azibo en Legado in verband met het gebruik van het pand aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 in Enschede en de in verband daarmee aangebrachte (bouwkundige) voorzieningen. Legado is eigenaar van dit pand. Zij verhuurt dit pand aan Azibo. Azibo is een organisatie in Haaksbergen en Enschede die beschermd en begeleid wonen aanbiedt voor kwetsbare volwassenen met een lichte verstandelijke beperking, psychiatrische problematiek en/of autisme. In het pand aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 wonen cliënten van Azibo. Ook is er 12-uursbegeleiding aanwezig. Dit is volgens het college niet in overeenstemming met het bestemmingsplan en ook is daarvoor geen omgevingsvergunning verleend. Azibo en Legado zijn het niet eens met het handhavend optreden van het college. Azibo heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 november 2022, omdat de rechtbank een aantal van haar beroepsgronden ongegrond heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3025
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207404/1/R3

202303040/1/A3

[appellant] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op zes door hem ingediende verzoeken om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (de Woo). Bij uitspraak van 16 maart 2023 heeft de rechtbank de beroepen gegrond verklaard, de minister opgedragen met inachtneming van haar uitspraak binnen 14 dagen na verzending ervan besluiten op de twee Woo-verzoeken van 5 en 9 augustus 2022 bekend te maken en uiterlijk 31 juli 2023 alsnog besluiten op de vier Woo-verzoeken van 3 oktober 2022 bekend te maken, en bepaald dat de minister aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00 per overschrijding, met dien verstande dat de minister maximaal tweemaal een dwangsom van maximaal € 15.000,00 verbeurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3040
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303040/1/A3

202303538/1/A3

Bij besluit van 16 augustus 2022 heeft de burgemeester van Den Haag aan [appellante] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) een huis- en contactverbod opgelegd van 16 augustus 2022 tot en met 26 augustus 2022. Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de burgemeester het huis- en contactverbod verlengd tot 13 september 2022. [appellante] woonde met haar minderjarige dochter, haar ex-partner [ex-partner] en diens drie minderjarige kinderen in een woning aan de [locatie] in Den Haag. Ook verbleven de meerderjarige zoon van [appellante] en diens vriendin regelmatig in de woning. De burgemeester heeft op 16 augustus 2022 op grond van de Wth een huis- en contactverbod aan [appellante] opgelegd voor de periode van tien dagen, van 16 augustus 2022 tot en met 26 augustus 2022. De rechtbank heeft allereerst geoordeeld dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de aanwezigheid van [appellante] een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van [ex-partner] en zijn kinderen opleverde, dan wel een vermoeden daarvan, waardoor een afkoelingsperiode noodzakelijk was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3008
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202303538/1/A3

202304918/1/R1

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst aan Gemeenschappelijk Nautisch Beheer Scheldegebied een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een radartoren op het perceel [perceel] in Walsoorden (het perceel). Gemeenschappelijk Nautisch Beheer Scheldegebied heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een radartoren met publieksfuncties aan de buitenzijde van de toren op het perceel. De radartoren heeft een hoogte van 50 meter gerekend vanaf het maaiveld met buitenom een trap die bovenin eindigt in een uitkijkpost. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 13 juli 2021 gegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat aan het besluit geen goede ruimtelijke onderbouwing ten grondslag is gelegd. Volgens de rechtbank blijkt onder meer niet dat aan de Omgevingsverordening Zeeland 2018 is getoetst. Ook blijkt niet van een afweging of en waarom de radartoren in de omgeving past en dat bij die beoordeling de landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden zijn meegenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3028
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304918/1/R1

202305617/1/A2

Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing op schrift gesteld om op 23 september 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellante] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen en de kosten hiervan op [appellante] te verhalen. In deze zaak zijn twee procedures door elkaar gaan lopen: de in het procesverloop weergegeven procedure over bestuursdwang en een procedure over een door de directeur Belastingen van de gemeente Rotterdam aan [appellante] op 9 november 2021 opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. [appellante] heeft op 16 november 2021 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 5 oktober 2021 over de bestuursdwang. Dit bezwaar is opgevat als een bezwaar tegen de op 9 november 2021 opgelegde naheffingsaanslag. De directeur heeft bij uitspraak van 14 februari 2022 het bezwaar afgewezen. [appellante] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft [appellante] het college op 15 februari 2022 in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar gericht tegen besluit van 5 oktober 2021 over de bestuursdwang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3038
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305617/1/A2

202305998/2/R3

Bij tussenuitspraak van 17 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4424, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Teylingen opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 1 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Loosterweg 16, Voorhout" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het bouwplan van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en de belangen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] ten onrechte niet heeft meegenomen in de belangenafweging. Ook heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij tot de conclusie is gekomen dat een woonkavel dat groter is dan 1.000 m2, gelet op de doelen uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport, ruimtelijk niet aanvaardbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3054
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305998/2/R3

202306272/1/A3

Bij besluit van 12 augustus 2022 heeft de burgemeester van Tholen het volledige perceel (inclusief de zich daarop bevindende woning en loods) aan de [locatie] in Sint-Maartensdijk, kadastraal bekend als Sint-Maartensdijk H 515, gesloten voor de duur van zes maanden. [appellanten] zijn eigenaar en de bewoners van het perceel gelegen aan de [locatie] in Sint-Maartensdijk. Naar aanleiding van de vondst elders van gedumpte chemicaliën van een vermoedelijk drugsproductieproces heeft de politie op 19 juli 2022 onder meer de woning en de bijbehorende loods van het perceel doorzocht. Over deze doorzoeking is een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin staat dat in de loods een volledig ingerichte, middelgrote tot grote cocaïnewasserij/laboratorium, grote hoeveelheden chemicaliën die nodig zijn voor de productie van amfetamine en cocaïne, chemisch (drugs-)afval en de inrichting van rust- en eetfaciliteiten, zoals slaapplekken, vermoedelijk voor medewerkers van de drugsproductie, zijn aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3026
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202306272/1/A3

202307663/1/R1

Bij besluit van 16 april 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest een watervergunning verleend voor het realiseren van een vaarverbinding vanaf de woningen aan [5 locaties] in Haren naar het Paterswoldsemeer, waarbij nevenvoorzieningen worden aangelegd en verwijderd. De eigenaren van de woningen aan de [5 locaties] in Haren willen een vaarverbinding realiseren naar het Paterswoldsemeer vanaf hun woningen. Het dagelijks bestuur heeft hiervoor een watervergunning verleend. [appellante] is eigenaar van een recreatiewoning aan [locatie 6] in Haren. Die recreatiewoning ligt aan het Paterswoldsemeer en bevindt zich in de directe nabijheid van de vaarverbinding waarvoor de watervergunning is verleend. [appellante] is het niet eens met de verlening van de watervergunning, onder andere omdat zij vreest dat haar perceel door vernatting als gevolg van de nieuwe vaarverbinding moeilijk bereikbaar wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3039
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202307663/1/R1

202307881/1/R1

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Ommeren, Ommerenveldseweg 69-71" vastgesteld. Het plan ligt in het Lingemerengebied en voorziet in de realisatie van een recreatieterrein met een aantal natuurhuisjes en een nieuw horecagebouw. Het overige deel van de ontwikkeling voorziet in de realisatie van nieuwe natuur. Stichting Dijk van een Delta is het niet eens met het plan, omdat zij vreest voor aantasting van de verkeersveiligheid en milieuvervuiling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3051
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307881/1/R1

202400508/1/A3

Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] voor een laissez-passer, oftewel een nooddocument, afgewezen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1979 in Syrië. Zij is Palestijns en is staatloos. Van 5 oktober 2015 tot 5 oktober 2020 beschikte zij in Nederland over een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Ze beschikte ook over een reisdocument voor vluchtelingen geldig van 9 juni 2017 tot 9 juni 2020. In 2017 is zij met haar dochters naar Turkije gereisd op verzoek van haar ex-partner die zijn dochters wilde zien. Volgens [appellante] zijn haar dochters vervolgens door haar ex-partner meegenomen naar Irak. Op 20 april 2018 is [appellante] in Nederland ingeschreven in de registratie Niet-Ingezetenen omdat zij geen woonplaats in Nederland meer heeft. In 2021 heeft zij haar dochters terug kunnen krijgen. Nu verblijven zij in Libanon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3012
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202400508/1/A3

202400622/1/R1

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem aan [persoon] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het dak van de berging op zijn perceel aan de [locatie] in Haarlem. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend aan [persoon] voor het wijzigen van het dak van de bestaande berging bij zijn woning aan de [locatie]. De berging is ontsloten via het dakterras van [persoon] en via een achterliggende steeg. Zowel de woning als het kantoor van de onderneming van [appellanten] grenzen aan de berging van [persoon]. Het bouwplan gaat over de verhoging van de bestaande berging tot 5,58 m. De berging bestaat uit twee verschillende hoogtes en dit wordt met het bouwplan gelijkgetrokken. Daarbij wordt een deel van de berging opgehoogd met 1,20 tot 1,40 m en aan een kant komt een hellend dakvlak. [appellanten] is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning omdat zij vreest voor aantasting van haar woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3036
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400622/1/R1

202400799/1/R3

Bij besluit van 20 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Assen de aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning geweigerd. [appellante] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Assen. Op dit perceel rust op grond van het bestemmingsplan "Stadsbedrijvenpark" de bestemming "Bedrijventerrein" met de aanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3.1" en "specifieke vorm van bedrijventerrein - detailhandel in outletproducten". Op 9 november 2021 heeft [appellante] een omgevingsvergunning aangevraagd om naast een outletwinkel ook een discountsupermarkt op het perceel te vestigen. Het college heeft deze aanvraag geweigerd. Volgens het college is op het perceel alleen detailhandel in outletproducten toegestaan, en zijn overige vormen van detailhandel niet toegestaan. Daarnaast heeft het college uiteengezet dat het geen medewerking wil verlenen aan het verlenen van de vergunning in afwijking van het bestemmingsplan, omdat een supermarkt op het perceel ongewenst wordt geacht. Het college heeft de weigering in bezwaar gehandhaafd onder aanvulling van de motivering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3035
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400799/1/R3

202400939/1/A3

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) een aantal documenten (deels) openbaar gemaakt naar aanleiding van een verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister te beperkt gezocht heeft naar documenten die vallen onder de reikwijdte van het verzoek om openbaarmaking. Zij heeft het ongeloofwaardig geacht dat de minister niet over meer documenten beschikt dan tot nu toe openbaar zijn gemaakt. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank bovendien niet goed gemotiveerd waarom de inhoud van document 4 niet openbaar gemaakt kan worden. De minister moet daarom een nieuwe, uitgebreidere zoekslag verrichten en vervolgens de documenten waarop geen van de wettelijke weigeringsgronden van toepassing zijn, openbaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3037
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400939/1/A3

202401167/1/A3

Bij besluit van 21 juni 2022 heeft de algemene raad het verzoek van [appellant] om vrijstelling van de praktijkeisen bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur (Voda), afgewezen. [appellant] is advocaat bij Bird & Bird, en heeft op 19 juni 2019 de onvoorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ gekregen. Bij brief van 5 mei 2022 heeft [appellant] de algemene raad verzocht om een vrijstelling van de praktijkeisen bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van de Voda, inhoudende de verplichting om in drie jaar ten minste twaalf cassatiezaken te behandelen waarvan er ten minste zes hebben geleid tot een beoordeling door de Hoge Raad. Bij besluit van 21 juni 2022 heeft de algemene raad dat verzoek afgewezen, omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Daartegen hebben [appellant] en Bird & Bird bezwaar gemaakt. Bij besluit van 18 november 2022 heeft de algemene raad het besluit van 21 juni 2022 ingetrokken, en het verzoek van [appellant] primair afgewezen omdat zij het verzoek had ingediend na het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 4.14, derde lid, van de Voda en subsidiair, zoals was neergelegd in het besluit van 21 juni 2022, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3027
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401167/1/A3

202401747/1/R3

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden - appartementengebouw Beukenstraat 1" vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk op het perceel aan de Beukenstraat 1 in Leeuwarden een appartementengebouw met 17 woningen te bouwen. Werkgroep Beukenstraat kan zich niet met het plan verenigen en heeft beroep ingesteld. [appellant A] e.a. betogen dat in paragraaf 6.2 van de plantoelichting ten onrechte staat dat de omgeving is betrokken bij het plan. [appellant A] e.a. hebben een zienswijze naar voren gebracht, maar dat heeft niet geleid tot aanpassingen aan het plan. De raad heeft hun bezwaren van tafel geveegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3024
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202401747/1/R3

202401997/1/R1

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Nederweert het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Aan Veertien 2023" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een actualisering van het planologische regime voor het bedrijventerrein Aan Veertien. Op basis van nieuwe ontwikkelingen op het bedrijventerrein heeft de raad besloten het terrein uit te breiden en gereed te maken voor de toekomst. Het recyclingbedrijf Kargro is gevestigd binnen het plangebied aan de Kanaaldijk 14. Zij kan het om verschillende redenen niet eens zijn met het plan voor zover dit betrekking heeft op haar perceel. Haar perceel behelst de twee kadastrale percelen gemeente Nederweert, sectie M, nummers 1863 en 2172. Kargro voert aan dat de bouwhoogte in strijd met een goede ruimtelijke ordening is. Gelet op artikel 3.2.2, aanhef en onder a, van de planregels in combinatie met de verbeelding is ten onrechte geen maximale bouwhoogte van 15 meter voor haar hele perceel opgenomen. Daardoor wordt zij in de toekomst onnodig in haar bouwmogelijkheden beperkt. In dat verband wijst Kargro erop dat voor onder meer de percelen van Stichting Vergunningen Kanaaldijk 10 Nederweert wel een maximale bouwhoogte van 15 meter geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3053
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202401997/1/R1

202402567/1/V3

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van referent om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Appellant is geboren op [geboortedatum] 2003. Op 30 november 2022 heeft zijn moeder, referent, een mvv-aanvraag ingediend, zodat hij bij zijn moeder in Nederland kan verblijven. Referent woonde tot december 2022 met haar twee minderjarige kinderen, appellant, haar moeder en een nichtje samen in een woning in Suriname. De minister heeft referent een verblijfsvergunning als kennismigrant voor de duur van een jaar, met de ingangsdatum van 1 januari 2023, verleend. Referent verricht werkzaamheden als anesthesiemedewerker in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). De minister heeft de twee minderjarige kinderen van referent een verblijfsvergunning verleend voor verblijf als gezinslid bij hun moeder. Referent is in december 2022 met haar twee minderjarige kinderen naar Nederland verhuisd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3048
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402567/1/V3

202403758/1/R4

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren ongegrond verklaard tegen de omgevingsvergunning voor de huisvesting van 24 arbeidsmigranten in Dronten. Het college van burgemeester en wethouders van Dronten verleende een vergunning voor de huisvesting van de arbeidsmigranten in een bestaande sportzaal aan de Educalaan in Dronten. Onder meer Stichting Heereweegen is het niet eens met de omgevingsvergunning en kwam in hoger beroep. De stichting is eigenaar van een ander pand aan de Educalaan met een indoorspeeltuin, bowlingbaan en squashbaan. De stichting voerde aan dat het college van B&W de negatieve gevolgen voor de sociale veiligheid onvoldoende heeft betrokken bij de belangenafweging om de vergunning te verlenen. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het college van B&W de bezwaren heeft betrokken in zijn besluitvorming, maar daar gelet op zijn beleidsruimte geen doorslaggevend gewicht aan hoefde toe te kennen. Dat betekent dat de vergunning voor de huisvesting van de arbeidsmigranten definitief is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3023
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202403758/1/R4

202405686/1/A3

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat [appellant] op 10 april 2014 het Nederlanderschap is verloren. Op dat moment heeft zijn vader namelijk het Nederlanderschap verloren. De vader van [appellant] heeft op 10 april 2004 Nederland verlaten. Omdat hij hierna tien jaar lang hoofdverblijf heeft gehad in Egypte, en aan hem geen Nederlands reisdocument of een verklaring omtrent het Nederlanderschap is verstrekt, is hij de Nederlandse nationaliteit van rechtswege verloren op 10 april 2014. Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) heeft ook [appellant] toen de Nederlandse nationaliteit verloren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3022
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202405686/1/A3

202406083/1/V3

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van [referent] om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen, afgewezen. Referent is geboren op [geboortedatum] 2002. In 2018 heeft hij Syrië verlaten. De minister heeft hem bij besluit van 17 juni 2021 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Op 7 september 2021 heeft referent mvv-aanvragen ingediend, zodat zijn moeder, minderjarige broers en zus en meerderjarige broer als familie- of gezinslid bij hem in Nederland kunnen verblijven. Referent was 19 jaar oud toen hij de aanvragen indiende. De minister heeft bij de beoordeling of familie- en gezinsleven bestaat, het beoordelingskader voor jongvolwassenen tot uitgangspunt genomen (het jongvolwassenenbeleid). De minister heeft aangenomen dat tussen referent en zijn moeder en minderjarige broers en zus familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM bestaat. Volgens de minister bestaat tussen referent en zijn meerderjarige broer geen familie- en gezinsleven, maar bestaat wel familie- en gezinsleven tussen de meerderjarige broer en de moeder van referent. De minister heeft vervolgens op grond van artikel 8 van het EVRM een belangenafweging verricht en deze in het nadeel van referent en betrokkenen laten uitvallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3046
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406083/1/V3

202406211/1/R1

Op 25 november 2021 heeft het college aan [appellant] bekendgemaakt dat de door hem op 26 augustus 2021 aangevraagde omgevingsvergunning voor het plaatsen van een antennemast in de achtertuin van zijn woning op het adres [locatie] in [plaats] van rechtswege is gegeven. [appellant] heeft op 26 augustus 2021 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een antennemast in de achtertuin van zijn woning op het adres [locatie] in [plaats]. Op dat moment was de antennemast al geplaatst. Op 25 november 2021 heeft het college aan [appellant] bekendgemaakt dat de omgevingsvergunning van rechtswege is gegeven omdat het college niet tijdig op de aanvraag heeft beslist. Het college heeft deze omgevingsvergunning naar aanleiding van het bezwaar van de toenmalige buurvrouw met het besluit van 29 april 2022 herroepen en de gevraagde omgevingsvergunning alsnog geweigerd. Aan deze weigering heeft het college ten grondslag gelegd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en met redelijke eisen van welstand en dat het niet bereid is om daarvan af te wijken. De rechtbank heeft in haar uitspraak overwogen dat het college heeft mogen weigeren om de omgevingsvergunning te verlenen. [appellant] is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3047
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406211/1/R1

202406849/1/A3

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3123
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406849/1/A3

202407536/1/A3

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de korpschef een verzoek van [appellant] op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg) om vernietiging, rectificatie of aanvulling van politie-antecedenten afgewezen. [appellant] is werkzaam als militair. Hij heeft op 22 februari 2020 tijdens carnaval in Breda bij wijze van grap een willekeurige pas uit zijn portemonnee aan een vriend gegeven om te zien of de slagboom van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) open zou gaan. Bij de dienstdoende beveiliger bestond het vermoeden dat de vriend de defensiepas van [appellant] tegen de paslezer had gehouden. Hierop is [appellant] aangehouden op verdenking van het opzettelijk niet volgen van een dienstvoorschrift en/of het ter beschikking stellen van een reisdocument dat aan hem is verstrekt aan een derde met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt. [appellant] heeft daarna een strafbeschikking ontvangen omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan het ter beschikking stellen van een reisdocument aan een derde met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt. Hij heeft hiertegen verzet aangetekend en is vervolgens van het ten laste gelegde feit vrijgesproken. Voor het opzettelijk niet volgen van een dienstvoorschrift is hij niet vervolgd. [appellant] voert aan dat het bewaren van zijn gegevens na de vrijspraak niet langer noodzakelijk is voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak. Zijn gegevens zouden daarom verwijderd moeten worden. Voor zover de gegevens niet verwijderd worden vindt [appellant] dat de gegevens gerectificeerd of aangevuld moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3050
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202407536/1/A3

202407563/1/R4

De vergunning voor de aanpassing van het achterterrein van het Spoorwegmuseum in Utrecht is definitief. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende Stichting Nederlands Spoorwegmuseum een omgevingsvergunning voor het opnieuw inrichten van het achterterrein van het museum, het kappen van twee bomen en het aanleggen van een uitweg aan het Maliebaanstation. Het Spoorwegmuseum wil op het terrein een geluidscherm, een brug en speeltoestellen plaatsen. Ook wil het spoorwegmuseum het spoor van de Jumbo Express verleggen. Enkele omwonenden van het Spoorwegmuseum zijn het niet eens met de omgevingsvergunning en zijn in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Ze zijn bang dat de aanleg van een nieuwe uitweg verkeersonveilige situaties zal veroorzaken. Ook zou het verleggen van het spoor van de Jumbo Express in strijd zijn met het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren van omwonenden ongegrond. Ook de rechtbank Midden-Nederland kwam eerder tot dit oordeel. Het bestemmingsplan staat een aanpassing van het achterterrrein van het museum toe. Ook heeft het college van B&W 'deugdelijk gemotiveerd' dat de nieuwe uitweg niet leidt tot een onaanvaardbare verkeerssituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3013
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407563/1/R4

202500017/1/V3

Appellant is geboren op [geboortedatum] en heeft de Surinaamse nationaliteit. Hij is de meerderjarige zoon van referent, zijn moeder. Hij is geboren in Suriname en heeft daar samen met zijn moeder en twee zusjes gewoond. Referent heeft op 25 augustus 2023 mvv-aanvragen ingediend voor haarzelf, haar twee minderjarige dochters en appellant. De minister heeft referent en haar twee minderjarige dochters de gevraagde mvv verleend, en heeft de aanvraag voor appellant afgewezen. Referent heeft in Nederland een baan als leerkracht gekregen en is met haar twee minderjarige dochters naar Nederland gekomen. Appellant is in Suriname gebleven en verblijft daar bij een goede kennis. Ook volgt hij een mbo-opleiding en heeft hij een bijbaan. De minister heeft bij de beoordeling of familie- en gezinsleven bestaat, het beoordelingskader voor jongvolwassenen tot uitgangspunt genomen (het jongvolwassenenbeleid). De minister heeft aangenomen dat tussen appellant en referent familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM bestaat. De minister heeft vervolgens een belangenafweging verricht en deze in het nadeel van appellant laten uitvallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3049
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500017/1/V3

202500136/1/A3

Bij besluit van 4 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen het verzoek van [appellant] van 29 november 2022 om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) deels toegewezen en deels afgewezen. [appellant] was directeur en enig aandeelhouder van Zwembad Tubbergen B.V., welke vennootschap op 28 juni 1995 failliet is verklaard. In deze vennootschap exploiteerde hij een zwembad in de gemeente Tubbergen in samenwerking met de gemeente. Na het faillissement heeft de gemeente Tubbergen het zwembad middels een daartoe opgerichte stichting verworven en voortgezet. Tussen [appellant] en het college speelt al jarenlang een conflict over de gang van zaken en de besluitvorming rondom het zwembad in Tubbergen. Deze zaak gaat over de besluitvorming van het college op verzoeken van [appellant] op grond van de Wob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2947
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500136/1/A3

202500444/1/A2

Bij uitspraak van 6 december 2024 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om het college van burgemeester en wethouders van Haarlem te veroordelen tot vergoeding van schade toegewezen. Het college heeft bij besluit van 5 maart 2020 de aanvraag van [appellant] om een contingentwoning aangemerkt als een verzoek om indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 10 van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond 2017, in het bijzonder in de urgentiecategorie zoals bedoeld in artikel 9, vierde lid, aanhef en onder d, van die Verordening. Volgens het college voldeed de aanvraag niet aan het vereiste dat de aanvraag moet worden ingediend door de instelling die verantwoordelijk is voor de hulpverlening binnen de maatschappelijke opvang, gericht op het herstel van de bekwaamheden om zelfstandig te kunnen wonen en functioneren. [appellant] heeft op 17 november 2023 verzocht om een schadevergoeding op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Het verzoek om vergoeding van schade bestaat uit drie delen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3033
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500444/1/A2

202500748/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om overneming van een private schuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor het overnemen en betalen van private schulden in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen en wordt nu namens de minister uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). [appellant] is aangemerkt als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. [appellant] heeft een schuldenlijst aan SBN gestuurd, waarop een openstaande schuld staat aan [persoon] van € 5.514,85. [appellant] heeft verzocht om overname van deze schuld. De minister heeft geweigerd de schuld aan [persoon] over te nemen. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat de schuld van [appellant] aan [persoon] een informele schuld is die op grond van artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht moet worden vastgelegd in een notariële akte die is verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3034
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500748/1/A2

202500835/1/A2

Bij besluit van 4 februari 2022 heeft de Dienst Toeslagen [appellante] een compensatiebedrag van € 87.715,00 toegekend na herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2012 en 2015. [appellante] heeft op 6 februari 2020 bij de Dienst Toeslagen een verzoek gedaan tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2012 en 2015. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 4 februari 2022 een compensatiebedrag van € 87.715,00 toegekend. In het besluit van 27 februari 2024 heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat de compensatieberekening op verschillende punten onjuist was en daarom een aanvullende compensatievergoeding toegekend van € 2.253,00. In dat besluit heeft de Dienst Toeslagen zich voor de jaren 2006, 2013 en 2014 op het standpunt gesteld dat [appellante] geen kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd en dus ook geen compensatie krijgt. In hoger beroep betoogt [appellante] dat de Dienst Toeslagen de jaren 2013 en 2014 wel had moeten betrekken in de herbeoordeling. Zij betoogt dat de toeslag in die jaren is gestopt, maar niet door haar en dat de toeslag over die jaren niet is uitbetaald maar verrekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3031
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500835/1/A2

202501049/1/R1

Bij besluit van 18 december 2024 heeft de raad van de gemeente Texel het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Verblijfsrecreatie" vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan wijzigt de bestemmingsplannen die gelden voor Texel. Het paraplubestemmingsplan vult regels aan over het specifieke onderwerp verblijfsrecreatie en vervangt deze regels uit de bestemmingsplannen gedeeltelijk. In het paraplubestemmingsplan worden alle relevante ruimtelijke ontwerpen uit het Toeristisch Toekomstplan (TTP) overgenomen. Het TTP is een nieuwe toeristische visie voor Texel. [appellant] is gevestigd op het perceel [adres] en is het niet eens met de vaststelling van het plan. Zij vreest voor een waardedaling van haar onroerend goed en omzetvermindering van haar bed & breakfast. [appellant] stelt dat het plan leidt tot omzetdaling van haar bed & breakfast en waardevermindering van het onroerend goed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3057
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202501049/1/R1

202501375/1/A2

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering van € 5.000,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven toegekend. [appellante] heeft drie aanvragen ingediend voor uitkeringen uit het schadefonds. De eerste twee aanvragen zien op twee zedenmisdrijven, gepleegd in de jaren ’90. De derde aanvraag ziet op huiselijk geweld in de periode van 2009 tot 2014. Voor de eerste twee aanvragen heeft de CSG in haar besluit van 27 augustus 2021 € 5.000,00 toegekend voor beide misdrijven tezamen. In het besluit van 1 april 2022 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en alsnog per misdrijf € 5.000,00 (letselcategorie 3) toegekend, dus in totaal € 10.000,00. Voor de derde aanvraag heeft de CSG bij besluit van 11 april 2022 € 5.000,00 (letselcategorie 3) aan [appellante] toegekend. Naar aanleiding van het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 11 april 2022 heeft de CSG een medisch adviseur ingeschakeld. De medisch adviseur heeft vastgesteld dat bij [appellante] sprake is van ernstig psychisch letsel met blijvende (gedeeltelijke) afhankelijkheid en beperkingen en heeft geadviseerd letselcategorie 5 toe te kennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3010
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501375/1/A2

202502088/1/R1

Bij besluit van 17 december 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen onder meer de locatie ter hoogte van het adres [locatie] in Vlissingen aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] betoogt dat het college deze locatie niet heeft kunnen aanwijzen. Hij voert aan dat de ORAC geurhinder en, met name in de nacht, geluidhinder veroorzaakt en ongedierte aantrekt. Ook tast de ORAC zijn uitzicht aan en wordt er naast de inwerpzuil afval geplaatst. Op de zitting heeft [appellant] verduidelijkt dat de afstand van de ORAC tot de erfgrens 1,4 m is en dat het daardoor lastig is om met grote voorwerpen langs de ORAC naar de achtertuin te manoeuvreren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3021
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202502088/1/R1

202502137/1/A2

Bij besluit van 21 december 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag om toevoeging van [appellant] afgewezen. [appellant] was toen het besluit van 21 december 2022 werd genomen gedetineerd. Vanwege een incident is hij in afzondering geplaatst. Ook in afzondering hebben gedetineerden het recht om per dag één uur te luchten. Op 6 en 7 november 2022 heeft [appellant] echter twee dagen niet kunnen luchten. Hij heeft een toevoeging aangevraagd voor het indienen van een klacht bij de Commissie van Toezicht. De raad heeft die aanvraag afgewezen op grond van zelfredzaamheid, zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb). In bezwaar heeft de raad die beslissing in stand gelaten. Aan de ongegrondverklaring van het beroep heeft de rechtbank ten grondslag gelegd dat de raad beoordelingsruimte heeft bij de beoordeling of het gaat om een belang waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de rechtzoekende zelf kan worden overgelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3020
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502137/1/A2

202503016/1/A2

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de minister het Maintenance Organisation Approval Certificate NL.145.1356 en het Bewijs van Erkenning met erkenningnummer NL-356 (de Part-145 erkenning) van ATN ingetrokken. ATN hield zich bezig met de reparatie en het onderhoud van (historische) vliegtuigen. Voor die werkzaamheden is op grond van Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB 2014, L 362), zoals nadien gewijzigd, een erkenning van de minister vereist. De eisen waaraan een bedrijf moet voldoen om in aanmerking te komen voor een dergelijke erkenning staan in Bijlage II (Deel 145) van die verordening. Daarom wordt die erkenning ook wel een Part-145 erkenning genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3011
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503016/1/A2

202503170/1/A2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de aanvraag van [appellante] voor ontheffing van het verbod om te parkeren op de noordzijde (brede deel) van het Schelpenpad aan de Dreef in Haarlem onder voorwaarden ingewilligd en daaraan voorschriften verbonden. [appellante] organiseert jaarlijks in de zomerperiode op een aantal zaterdagen antiekmarkten op het Schelpenpad in Haarlem. Het Schelpenpad is een verhard trottoir. Aan de ene kant van het Schelpenpad ligt een grasveld met bomen. Aan de andere kant ligt een strook met gras en bomen, met aansluitend een fietspad, een smalle reep gras en de Dreef. De Dreef is een laan met rijbanen. Omdat er te weinig ruimte is om de voertuigen van de markthandelaren achter de kramen op het Schelpenpad te parkeren, staan de voertuigen aan beide kanten grotendeels op het gras. In deze zaak gaat het om het parkeren op de strook met gras en bomen tussen het Schelpenpad en het fietspad. [appellante] heeft, net als in voorgaande jaren, ontheffing gevraagd om de voertuigen van 50 markthandelaren op de aangegeven marktdata in 2024 te parkeren achter de kramen op de strook met gras en bomen. Zij is het niet eens met de aan de ontheffing verleende voorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3055
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503170/1/A2

202503503/1/R1

Bij besluit van 26 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland besloten tot opheffing en wijziging van locaties voor het aanbieden van afval door middel van minicontainers aan de Lookwatering 3 tot en met 13 in Den Hoorn. Aanbiedlocatie CJ-8 voor de minicontainers van de Lookwatering 8 tot en met 13 ligt aan het einde van een doodlopend gedeelte van de weg Lookwatering. De weg gaat daar over in een fietspad en ligt langs een waterloop. Het voertuig dat het in de containers aangeboden afval inzamelt, moet om terug te kunnen rijden, keren bij de aanbiedlocatie. Daarvoor werd gebruik gemaakt van het perceel aan de [locatie 1]. Maar de eigenaar van dat perceel heeft laten weten dit gebruik niet langer toe te staan en het perceel te zullen afsluiten met een hek. Daardoor kan er niet meer worden gekeerd bij de aanbiedlocatie en zou het inzamelvoertuig achteruit moeten rijden over ongeveer 300 m. [appellant] en anderen wonen aan de [locatie 2] tot en met [locatie 3]. Zij zijn het niet eens met de opheffing van de aanbiedlocatie, omdat zij daardoor worden aangewezen op de verder van hun woningen gelegen aanbiedlocatie aan de Victoria.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3019
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503503/1/R1

202503649/1/V6

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [appellant] vanaf 1 maart 2024 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. [appellant] heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Hij verblijft bij zijn zoon die ook beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Bij brief van 12 december 2016 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is op 21 oktober 2016 gestart en hij had, met verlenging in verband met corona-maatregelen, tot en met 20 september 2024 om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de minister [appellant] ontheven van de inburgeringsplicht, omdat hij genoeg heeft gedaan om in te burgeren. De minister heeft vervolgens bepaald dat zijn schuld € 8.940,68 bedraagt en dat hij maandelijks € 81,33 moet betalen. De minister heeft zich in het besluit van 8 mei 2024 op het standpunt gesteld dat uit de Wet inburgering, zoals deze luidde tot 1 januari 2022 (Wi), volgt dat [appellant] de lening moet terugbetalen en dat hij niet voldoet aan de vereisten om voor kwijtschelding van de lening in aanmerking te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3045
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503649/1/V6

202504123/1/A3

Bij besluit van 20 maart 2024 heeft de burgemeester van Alblasserdam een woning aan de [locatie] in Alblasserdam voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde een woning aan de [locatie] in Alblasserdam. Naar aanleiding van een tip bij Meld Misdaad Anoniem (MMA) heeft de politie op 16 februari 2024 een onderzoek in de woning ingesteld. In de daarover op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van 27 februari 2024 staat dat in de woning een hennepkwekerij werd aangetroffen. De kwekerij bestond uit meerdere kweekruimtes op de bovenverdieping van de woning. Er werden 326 moederhennepplanten en 4.788 hennepstekken aangetroffen. Verder zijn er assimilatielampen, koolstoffilters, tijdklokken, een afzuiginstallatie, verwarming en een waterzak aangetroffen. Ook is vastgesteld dat de elektriciteit voor de kwekerij illegaal werd afgetapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3017
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202504123/1/A3

202504188/1/A2

Bij brief van 21 juli 2023 heeft de minister van Financiën aan [bedrijf]. in Vlissingen medegedeeld dat het daar verblijvende jacht [naam jacht] wordt aangemerkt als een door sancties getroffen goed. De minister van Financiën heeft aan zijn brief van 21 juli 2023 ten grondslag gelegd dat [persoon A] bij Besluit 2022/429 van de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2022 is toegevoegd aan de lijst van personen zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening (EU) 269/2014 van 17 maart 2014, gelezen in samenhang met bijlage I van de Verordening. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van deze Verordening worden alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van alle in deze verordening vermelde natuurlijke personen, of met hen verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, bevroren. De beperkingen van artikel 2 van de Verordening zijn ook van toepassing als op basis van redelijke gronden kan worden aangenomen dat de middelen toebehoren aan of onder controle staan van een gesanctioneerde persoon, zelfs als deze middelen nominaal toebehoren aan iemand anders. Verder is het ingevolge artikel 9 van de Verordening verboden om bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in artikel 2 bedoelde maatregelen worden omzeild.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3032
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504188/1/A2

202504190/1/R3

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop [appellanten], onder oplegging van een dwangsom, gelast het tuinhuis en hekwerk op het perceel [locatie 1] in Nieuwveen (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [appellanten] wonen op het perceel en hebben achter hun woning een tuinhuis gebouwd. Op het perceel is het bestemmingsplan "De Verwondering Noordereiland", vastgesteld op 12 juli 2018, van toepassing. [partij] woont op het perceel [locatie 2] in Nieuwveen, direct naast het perceel van [appellanten]. [partij] heeft een verzoek om handhaving ingediend. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het tuinhuis zonder de benodigde omgevingsvergunning is gebouwd, omdat het niet voldoet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen. Volgens het college is het tuinhuis in strijd met de regels uit het bestemmingsplan. Het college heeft daarom besloten handhavend op te treden en heeft een dwangsom van € 2.000 per maand opgelegd met een maximum van € 20.000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3018
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504190/1/R3

202504491/1/A2

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellante] om zorgtoeslag over de jaren 2020 en 2021 afgewezen. [appellante] heeft op 28 augustus 2023 een aanvraag om zorgtoeslag ingediend voor 2020 en 2021. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen op de grond dat hij deze te laat heeft ontvangen. Volgens de Dienst Toeslagen had [appellante], gelet op artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), de aanvraag voor 2020 vóór 1 september 2021 en de aanvraag voor 2021 vóór 1 september 2022 moeten indienen. In haar bezwaarschrift heeft [appellante] onder meer te kennen gegeven dat zij ook zorgtoeslag voor 2019 wil ontvangen. In het besluit van 21 maart 2024, waarbij het besluit van 17 oktober 2023 is gehandhaafd, heeft de Dienst Toeslagen ook voor dat jaar geweigerd om haar zorgtoeslag toe te kennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3015
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504491/1/A2

202504608/1/A2

Bij besluit van 12 september 2019 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel het verzoek van [appellant] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellant] exploiteert een vruchtboomkwekerij aan [locatie] in Bergeijk. [appellant] pachtte in 2016 twee percelen, kadastraal bekend als gemeente Bergeijk, sectie H, nrs. 1115 en 1116 (de percelen), voorheen sectie H, nr. 916, ten behoeve van het kweken van perenbomen. Op 14 juli 1995 is het Inrichtingsplan ‘Beekherstelproject Keersop Proefstroken, Locatie De Vloeten/Bergeyk’ vastgesteld. Van 1995 tot en met 2015 en in 2017 en 2018 heeft het dagelijks bestuur het Inrichtingsplan uitgevoerd door de Keersop ter hoogte van de Vlieterdijk te laten meanderen. Ook is in 1995 ter uitvoering van het Inrichtingsplan een bypass (met drempel) aangelegd. In het kader van het projectplan ‘Beekherstel Keersop’ is in 2008 een aantal trajecten in de Keersop meanderend gemaakt en is de Keersop met andere profieldimensies ingericht (het project). [appellant] stelt dat de uitvoering van het project, de inrichting van de bypass en het maaibeleid van het dagelijks bestuur ertoe hebben geleid dat de percelen in juni 2016 zijn overstroomd en dat dit drie tot vier dagen heeft voortgeduurd. Daardoor zijn de perenbomen en stammen op de percelen beschadigd geraakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3009
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202504608/1/A2

202505053/1/A2

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de Stichting Scholé voor bekostiging van een basisschool afgewezen. De Stichting heeft op 31 oktober 2024 een aanvraag ingediend om de nieuwe bijzondere basisschool ‘Agora Het Gooi’ met ingang van 1 augustus 2026 in aanmerking te brengen voor bekostiging. De basisschool zal zich volgens de aanvraag vestigen in postcodegebied 1251 in de gemeente Laren. De staatssecretaris heeft bij besluit van 27 mei 2025 de aanvraag afgewezen, omdat uit het advies van de onderwijsinspectie bleek dat de verwachte onderwijskwaliteit onvoldoende was. De basisschool voldeed op grond van de belangstellingsmeting wel aan de stichtingsnorm. In bezwaar heeft de Stichting gewezen op aanvullende documenten die zij eerder al had ingediend. Omdat de documenten in het verkeerde portaal waren ingediend, heeft de onderwijsinspectie de documenten niet meegenomen in haar advies. Naar aanleiding van het bezwaar heeft de onderwijsinspectie de documenten alsnog beoordeeld en een positief advies uitgebracht omdat de verwachte onderwijskwaliteit wel voldeed aan alle eisen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3016
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202505053/1/A2

202505766/1/R4

Bij besluit van 26 juli 2025 heeft het college zijn beslissing om op 17 juli 2025 spoedeisend bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 17 juli 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar wel dat zij die doos verkeerd heeft aangeboden. Zij stelt dat zij de doos in de ORAC heeft gedaan. Zij voert aan dat de doos door een ander uit de ORAC kan zijn gehaald, aangezien dit naar [appellante] stelt vaker op de locatie van de ORAC gebeurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3043
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505766/1/R4

202505841/1/R4

Bij besluit van 22 oktober 2025 heeft het college zijn beslissing om op 13 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10 van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en artikel 6 Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00 voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 13 oktober 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer (ORAC) ter hoogte van [plaats] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is en door haar is aangeboden, maar stelt dat het niet mogelijk was om haar afval op de gebruikelijke juiste wijze te deponeren in de ORAC omdat deze vol zat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3044
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505841/1/R4

202506129/1/R4

Bij besluit van 6 november 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 28 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Rotterdam aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte kartonnen doos die op 28 oktober 2025 door een toezichthouder van de gemeente is aangetroffen. De toezichthouder heeft de doos aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij stelt dat hij niet diegene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3030
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506129/1/R4

202506149/1/R4

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 19 augustus 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Zaanstad aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 210,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 19 augustus 2025 door een toezichthouder is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) op de locatie Vurehout in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat op het afval in de huisvuilzak de adresgegevens van [appellante] zijn gevonden. [appellante] betwist niet dat de huisvuilzak van haar afkomstig is. Zij stelt echter wel dat het voor haar niet mogelijk was om de huisvuilzak in de gebruikelijke ORAC te deponeren, omdat die vol was. [appellante] stelt ook dat zij niet wist dat ze haar afvalpas ook bij andere ORAC’s kon gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3029
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506149/1/R4

202600781/1/A2

Bij beslissing van 12 november 2025 heeft de examinator een door [appellante] gemaakte praktische toets, behorend tot de Lijn Tandheelkundige Vaardigheden 2B, opnieuw met een onvoldoende beoordeeld. In het studiejaar 2024-2025 heeft [appellante] op 26 augustus 2025 deelgenomen aan de vijfde herkansing voor een praktische toets van het vak Lijn Tandheelkundige Vaardigheden 2B. Bij beslissing van diezelfde dag heeft de examinator de toets met toepassing van het zogenoemde knock-outcriterium op het onderdeel outline met een onvoldoende beoordeeld. Het knock-outcriterium houdt in dat, als aan dat criterium is voldaan, meteen een onvoldoende wordt gegeven. Het wordt toegepast omdat het gaat om een vaardigheid die studenten in het derdejaars-kliniek op patiënten moeten toepassen, waarbij de patiëntveiligheid voorop staat. [appellante] heeft volgens de docent op meerdere plekken onnodig te veel gezond weefsel weggeboord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3014
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600781/1/A2

202203982/3/R4

Ten aanzien van zaak nr. 202203982/1/R4, die op 29 mei 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. H.J.M. Besselink, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 26 mei 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat hij in zijn vorige functie als advocaat één van de partijen in het geschil heeft geadviseerd over een rechtsvraag die in het bovengenoemde zaak nr. aan de orde kan komen. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3006
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Verschoning
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203982/3/R4

202403654/1/V1

Verzoekers hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2972
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403654/1/V1

202406821/1/V2

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2962
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406821/1/V2

202407079/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2974
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407079/1/V1

202505251/1/V2

Bij besluit van 26 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2960
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505251/1/V2

202601058/1/A3 en 202601058/2/A3

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen de standplaatsvergunningen van Brabantfruit van 27 oktober 2014 en van 7 maart 2018 ingetrokken. Aan [verzoeker] zijn in 2014 en 2018 vergunningen verleend voor het innemen van een standplaats met een groente- en fruitkraam op de weekmarkt in Assen. De vergunningen golden voor de woensdagen en zaterdagen. In 2018 zijn de werkzaamheden voortgezet door Brabantfruit, waarvan [verzoeker] de bestuurder is en de feitelijke leidinggevende. Het college heeft op grond van het LBB-advies de verleende standplaatsvergunningen ingetrokken op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Brabantfruit en [verzoeker], als feitelijke leidinggever, zijn veroordeeld voor handelen in strijd met de AWR in verband met de aangiften loonbelasting in de jaren 2018-2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2957
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202601058/1/A3 en 202601058/2/A3

BRS.26.000577

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2951
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000577

BRS.26.001923 en BRS.26.001924

Bij brief van 17 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Litouwen heeft verlengd tot achttien maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2969
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001923 en BRS.26.001924

BRS.26.002010 en BRS.26.002011

Bij besluit van 1 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2950
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002010 en BRS.26.002011

BRS.26.002031

Bij besluiten van 18 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2946
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002031

BRS.26.002035

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2958
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002035

BRS.26.002160

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2954
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002160

BRS.26.002252

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2966
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002252

BRS.26.002260

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2967
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002260

BRS.26.002283

Bij besluiten van 15 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2942
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002283

BRS.26.002549

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2970
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002549

BRS.26.002570

Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2991
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002570

202304799/1/R3

De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6:24 van de Awb zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak is bekendgemaakt. Dat betekent dat de termijn afliep op 7 juli 2023. De Afdeling stelt vast dat het hogerberoepschrift is ingediend via het Digitaal loket op 10 juli 2023. Dat is buiten de termijn en dus te laat. De Afdeling heeft [appellant] de mogelijkheid gegeven toe te lichten waarom de termijnoverschrijding volgens hem verschoonbaar is. Wat [appellant] heeft aangevoerd, bevat geen redenen voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, waarbij van belang is dat de door [appellant] genoemde feiten en omstandigheden dateren van na het instellen van het hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3079
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304799/1/R3

202505467/4/A2

Tijdens de zitting op 13 mei 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak belast met de behandeling van de zaak nr. 202505467/2/A2. Het verzoek om wraking is naar zijn strekking gericht tegen alle leden van de Raad van State en daarmee tegen de Afdeling bestuursrechtspraak als zodanig. [verzoeker] heeft dit ook op de zitting bevestigd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:1059) is de ratio van artikel 8:15 van de Awb blijkens de wetsgeschiedenis gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid. Een wrakingsgrond dient dan ook gelegen te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt. Het verzoek kan dan ook niet het rechterlijk college als zodanig betreffen. Nu het verzoek van [verzoeker] is gericht tegen de Raad van State als geheel en daarmee tegen de Afdeling als zodanig, wordt het niet aangemerkt als een verzoek om wraking in de zin van de wet en kan het om die reden niet in behandeling worden genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3092
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505467/4/A2

BRS.25.000864

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2928
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000864

BRS.25.000974

Bij brief van 26 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2878
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000974

BRS.25.001045

Bij besluit van 25 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2859
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001045

BRS.25.002396

Bij besluit van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2873
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002396

BRS.26.000311

Bij besluiten van 3 en 10 december 2024 en 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd of een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2934
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000311

BRS.26.000625

Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2879
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000625

BRS.26.001094

Bij besluit van 15 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 maart 2024 het recht op bescherming is geëindigd dat appellant genoot op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de EU/EER binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2866
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001094

BRS.26.001218

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2858
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001218

BRS.26.001653 en BRS.26.001654

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2926
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001653 en BRS.26.001654

BRS.26.001846

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2929
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001846

BRS.26.002047

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2935
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002047

BRS.26.002065

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2931
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002065

BRS.26.002271

Bij besluit van 10 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2933
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002271

BRS.26.002344

Bij besluit van 3 juli 2024, aangevuld bij besluit van 22 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2932
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002344

BRS.26.002480

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2949
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002480

202305282/4/R2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Buitengebied De Zandleij 2012, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding en herindeling van Recreatiepark Duinhoeve (het recreatiepark) aan de Oude Bosschebaan 4 in Udenhout met een kwaliteitsverbetering van het landschap mogelijk. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Zij hebben hun verzoek toegespitst op de werkzaamheden die op dit moment op het recreatiepark plaatsvinden. Het gaat dan om de bouw van semipermanente recreatieverblijven aan de noordkant van het recreatiepark, op de inrichtingstekening bij het bestemmingsplan aangeduid als "in de duinen", en de aanleg van verharding. Verder hebben zij op de zitting toegelicht dat hun verzoek ook gaat over het plaatsen van speelvoorzieningen ten zuidwesten van de ingang van het recreatiepark. Volgens [verzoekers] veroorzaken deze werkzaamheden veel overlast en zal de ingebruikname van de recreatieverblijven en speelvoorzieningen leiden tot een toename van geluids- en verkeersoverlast bij hun woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2941
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305282/4/R2

202404930/2/R4

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein aan Sport Catering B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van gebouwdelen D en E van het NBC-congrescentrum aan de Blokhoeve 1 in Nieuwegein. Sport Catering B.V. heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen gedaan naar aanleiding van een brand die op 7 september 2022 heeft plaatsgevonden in het NBC-congrescentrum aan de Blokhoeve 1 in Nieuwegein. Door die brand zijn onder meer gebouwdelen D en E onbruikbaar geworden. De aanvraag gaat over de (her)bouw van gebouwdelen D en E van het NBC-congrescentrum, waarbij het bruto-vloeroppervlak van gebouwdeel E gelijk blijft aan de situatie van voor de brand, maar het bruto-vloeroppervlak van gebouwdeel D met 1.735 m2 toeneemt. De Eerste Symfonie en De Woonindustrie zijn eigenaar en exploitant van de bedrijfspanden aan de Symfonielaan 1 en 5 in Nieuwegein, naast het perceel waarover deze zaak gaat. Zij kunnen zich met de vergunningverlening niet verenigen omdat zij vrezen voor parkeerproblemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2923
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404930/2/R4

202407594/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2944
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407594/1/V1

202600224/1/R1 en 202600224/2/R1

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een verzoek van [partij B] om handhavend op te treden tegen een aantal bouwwerken op het perceel [locatie 1] in Westknollendam gedeeltelijk toegewezen en [verzoeker A] en [verzoeker B] onder oplegging van een dwangsom gelast om, voor zover hier van belang, de aan hun woning gebouwde overkapping te verwijderen en verwijderd te houden. Bij uitspraak van 12 december 2025, voor zover hier van belang, heeft de rechtbank de beroepen van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen de besluiten van 30 mei 2023 en 27 februari 2025 ongegrond verklaard. De beroepen van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen de besluiten van 15 april 2025 en 16 juni 2025 heeft de rechtbank gegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit van 15 april 2025 voor zover het de verlengde begunstigingstermijn ten aanzien van de schuur betreft en het besluit van 16 juni 2025 vernietigd en alsnog het einde van de begunstigingstermijn ten aanzien van de schuur bepaald op zes weken na verzending van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2869
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600224/1/R1 en 202600224/2/R1

BRS.24.000100

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2846
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000100

BRS.26.001273

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2850
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001273
vorige pagina1...456...1.251volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon