Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202403345/1/A3

Uitspraak 202403345/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4166
Datum uitspraak
15 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij twee onderscheiden besluiten van 1 februari 2022 heeft de burgemeester van Apeldoorn zijn besluiten van 26 januari 2022, om met spoedeisende bestuursdwang de bedrijfshal en de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn te sluiten voor zes maanden, op schrift gesteld. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 26 januari 2022 beide panden doorzocht. In de bedrijfshal zijn goederen en stoffen gevonden die volgens de politie worden gebruikt voor de productie van synthetische (hard)drugs. In de bedrijfswoning is een geladen vuurwapen aangetroffen. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 28 januari 2022. Deze bestuurlijke rapportage is aangevuld op 22 februari 2022.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202403345/1/A3.
Datum uitspraak: 15 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

Compromis Vastgoed B.V., gevestigd in Apeldoorn, en [appellant], wonend in [woonplaats],
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 mei 2024 in zaken nrs. 22/4029 en 23/296 in het geding tussen:

Compromis en [appellant]

en

de burgemeester van Apeldoorn.

Procesverloop

Bij twee onderscheiden besluiten van 1 februari 2022 heeft de burgemeester zijn besluiten van 26 januari 2022, om met spoedeisende bestuursdwang de bedrijfshal en de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn te sluiten voor zes maanden, op schrift gesteld.

Bij twee onderscheiden besluiten van 20 juli 2022 heeft de burgemeester de sluiting van de bedrijfshal en de bedrijfswoning met drie maanden verlengd.

Bij besluit van 25 juli 2022 heeft de burgemeester het door Compromis gemaakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van 1 februari 2022 om de bedrijfshal te sluiten ongegrond verklaard. Ook heeft de burgemeester het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 1 februari 2022 om de bedrijfswoning te sluiten niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 6 januari 2023 heeft de burgemeester de door Compromis en [appellant] gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 20 juli 2022

niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 24 mei 2024 heeft de rechtbank het door Compromis en [appellant] ingestelde beroep tegen het besluit van 25 juli 2022 ongegrond verklaard. Verder heeft de rechtbank het door Compromis en [appellant] ingestelde beroep tegen het besluit van 6 januari 2023 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de burgemeester opgedragen om een nieuw besluit te nemen.

Tegen deze uitspraak hebben Compromis en [appellant] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de burgemeester de bezwaren van Compromis en [appellant] gegrond verklaard voor zover die zien op de verlenging van de sluiting van de panden en de besluiten van 20 juli 2022 herroepen. Een verzoek om vergoeding van de geleden schade ten gevolge van de verlenging heeft hij afgewezen.

Compromis heeft een zienswijze ingediend tegen het besluit van 19 juli 2024.

Compromis en [appellant] en de burgemeester hebben nadere stukken ingediend.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 4 februari 2026, waar Compromis, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat in Twello, en [appellant], bijgestaan door mr. J.H.M. Berenschot, advocaat in Arnhem, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M.B. Jansen en H. Terwel, bijgestaan door mr. F.A. Pommer, advocaat in Nijmegen, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 26 januari 2022 beide panden doorzocht. In de bedrijfshal zijn goederen en stoffen gevonden die volgens de politie worden gebruikt voor de productie van synthetische (hard)drugs. In de bedrijfswoning is een geladen vuurwapen aangetroffen. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 28 januari 2022. Deze bestuurlijke rapportage is aangevuld op 22 februari 2022.

2.       Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage en de aanvulling daarop heeft de burgemeester bij twee onderscheiden besluiten van 1 februari 2022 de bedrijfshal en de bedrijfswoning voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De bedrijfswoning is mede gesloten op grond van artikel 174a van de Gemeentewet. De burgemeester heeft het bezwaar van Compromis tegen de sluiting van de bedrijfshal ongegrond verklaard en het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de woningsluiting wegens het te laat maken van bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het besluit van 25 juli 2022 in stand gelaten.

3.       Bij besluiten van 20 juli 2022 heeft de burgemeester de sluiting van beide panden voor drie maanden verlengd. De daartegen door Compromis en [appellant] ingediende bezwaarschriften heeft de burgemeester bij besluit van 6 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de burgemeester hebben zij geen procesbelang meer, omdat de panden ten tijde van de beslissing op bezwaar niet meer gesloten waren. De rechtbank heeft dat besluit vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Compromis en [appellant] procesbelang, omdat zij tot op zekere hoogte aannemelijk hebben gemaakt dat zij als gevolg van de verlenging van de sluiting schade hebben geleden doordat zij in hun eer en goede naam zijn aangetast. De rechtbank heeft de burgemeester opgedragen inhoudelijk op de bezwaren van Compromis en [appellant] te beslissen.

Hoger beroep

Hoger beroep van Compromis en [appellant]

4.       Compromis en [appellant] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester de bedrijfshal mocht sluiten.

Hiertoe voeren zij in de eerste plaats aan dat de burgemeester niet bevoegd was om de bedrijfshal op grond van de bestuurlijke rapportages te sluiten.

In de tweede plaats voeren zij aan dat er geen noodzaak bestond om de bedrijfshal te sluiten, omdat er geen drugs zijn aangetroffen, er geen handel plaatsvond en er ook geen meldingen van overlast zijn gedaan. Bovendien is er geen hennepplantage aangetroffen.

Compromis en [appellant] voeren in de derde plaats aan dat de besluitvorming van de burgemeester niet evenwichtig is, omdat zij de panden door de sluiting niet konden verkopen of verhuren en zij daardoor inkomsten hebben gemist. Bovendien kan hen geen verwijt worden gemaakt van de aangetroffen grondstoffen en het wapen. Zij hebben de verhuur altijd goed geregeld door de huurovereenkomsten op te laten stellen door makelaars. Verder had de burgemeester mee moeten wegen dat Compromis en [appellant] niet eerder in aanraking zijn geweest met justitie en dat er de afgelopen jaren geen problemen zijn geweest met de panden of de huurders.

Tot slot voeren Compromis en [appellant] aan dat de burgemeester incomplete dossiers heeft overgelegd en in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. Bovendien had de burgemeester bij zijn besluitvorming mee moeten wegen dat de panden beschadigd zijn door de sluiting van de politie. Daar komt bij dat de rechtbank ten onrechte de last onder dwangsom niet heeft beoordeeld, aldus Compromis en [appellant].

Incidenteel hoger beroep van de burgemeester

5.       De burgemeester heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Hij betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat Compromis procesbelang heeft bij de beoordeling van het besluit van 25 juli 2022. Volgens de burgemeester heeft Compromis niet aannemelijk gemaakt dat zij imagoschade heeft geleden door de sluiting van de bedrijfshal. De stelling dat zij meerdere horecapanden heeft en als gevolg van de sluiting in haar eer en goede naam is aangetast heeft Compromis niet onderbouwd, aldus de burgemeester.

6.       Verder betoogt de burgemeester dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat Compromis en [appellant] procesbelang hebben bij de beoordeling van het besluit van 6 januari 2023. Daarbij stelt de burgemeester zich op hetzelfde standpunt als hiervoor onder 5 weergegeven.

Beoordeling incidenteel hoger beroep

7.       De Afdeling zal eerst het incidenteel hoger beroep bespreken.

8.       Of Compromis en [appellant] procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep en hoger beroep is afhankelijk van de vraag of zij daarbij een reëel en actueel belang hebben. Dat belang kan onder meer worden aangenomen, indien wordt gesteld dat ten gevolge van de in geding zijnde besluitvorming schade is geleden die voor vergoeding in aanmerking komt en dit tot op zekere hoogte aannemelijk is gemaakt.

De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank voor Compromis terecht procesbelang heeft aangenomen in het beroep tegen het besluit van 25 juli 2022. Compromis heeft betoogd dat de sluiting van de bedrijfshal invloed heeft of heeft gehad op haar bedrijfsvoering, bijvoorbeeld omdat de bedrijfshal door de sluiting mogelijk minder aantrekkelijk is voor nieuwe huurders. Anders dan de burgmeester lijkt te suggereren behoeft het daadwerkelijk bestaan van die schade niet te worden geconcretiseerd of onderbouwd. De aanwezigheid van schade is tot op zekere hoogte aannemelijk en dat volstaat voor het aannemen van procesbelang. Het voorgaande geldt ook voor het beroep van Compromis en [appellant] tegen het besluit van 6 januari 2023.

Het betoog slaagt niet.

Beoordeling hoger beroep Compromis en [appellant]

9.       In haar uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waar zij van zal uitgaan bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling verwijst voor deze uitgangspunten daarom naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het hoger beroep. Hoewel het in die uitspraak ging om de sluiting van een woning, gelden dezelfde uitgangspunten waar mogelijk ook voor lokalen, zoals bedrijfsruimten. Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:484.

10.     De gronden die Compromis en [appellant] in hoger beroep hebben aangevoerd, zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Compromis en [appellant] hebben weliswaar veel van die gronden in andere bewoordingen opnieuw uitvoerig verwoord, maar in de kern geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 7, 9.1, 9.1.1 en 10.2 tot en met 10.5 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan toe dat ook wat Compromis en [appellant] voor het overige hebben aangevoerd geen grond biedt voor het oordeel dat uitspraak van de rechtbank niet in stand kan blijven.

Het betoog slaagt niet.

Tussenconclusie

11.     Het incidenteel hoger beroep van de burgemeester en de hoger beroepen van Compromis en [appellant] zijn ongegrond. De uitspraak van de rechtbank zal daarom worden bevestigd.

Het besluit van 19 juli 2024

12.     De burgemeester heeft ter uitvoering van de opdracht van de rechtbank op 19 juli 2024 een nieuw besluit genomen op de door Compromis en [appellant] gemaakte bezwaren tegen de verlenging van de sluiting van de panden. Hij heeft de bezwaren gegrond verklaard voor zover die zien op de verlenging van de sluiting en de besluiten tot verlenging herroepen. Een verzoek om vergoeding van de geleden schade ten gevolge van de verlenging van de sluiting heeft hij afgewezen.

13.     Het besluit van 19 juli 2024 wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 6:19 van die wet, geacht voorwerp te zijn van dit geding.

14.     Compromis en [appellant] kunnen zich niet verenigen met het nieuwe besluit op de door hen gemaakte bezwaren, omdat de burgemeester ten onrechte het verzoek om schadevergoeding heeft afgewezen. Verder voeren zij aan dat de burgemeester de proceskostenvergoeding in bezwaar te laag heeft vastgesteld. De burgemeester heeft bij de berekening van de proceskosten één punt toegekend voor het indienen van een bezwaarschrift en de vergoeding vastgesteld op € 624,00. Volgens Compromis en [appellant] had de burgemeester twee punten toe moeten kennen, omdat zij twee bezwaarschriften hebben ingediend.

14.1.  De Afdeling is van oordeel dat de burgemeester het verzoek om schadevergoeding terecht heeft afgewezen. Zoals de burgemeester op de zitting heeft toegelicht, heeft de politie bij de sluiting van de panden de sloten verwisseld en de panden verzegeld. Bij de verlenging heeft de politie deze handelingen niet nogmaals uitgevoerd. Schade die Compromis en [appellant] hebben geleden als gevolg van de sluiting, daargelaten of daarvan sprake is, valt buiten het bereik van de van rechtswege ontstane beroepen tegen het besluit van 19 juli 2024, dat over de verlenging gaat. Verder hebben Compromis en [appellant] geen schadeposten opgevoerd.

Het betoog slaagt niet.

14.2.  Wat betreft de proceskostenvergoeding stelt de Afdeling vast dat mr. Kobossen, die in de bezwaarfase de gemachtigde was van zowel Compromis als [appellant], twee nagenoeg gelijkluidende bezwaarschriften heeft ingediend en dat de zaken gelijktijdig zijn behandeld op een hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie. De Afdeling is daarom van oordeel dat het gaat om samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit betekent dat de zaken voor de vaststelling van de hoogte van de te vergoeden kosten voor rechtsbijstand als één zaak worden beschouwd. De burgemeester heeft de proceskostenvergoeding dan ook conform het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld.

Het betoog slaagt niet.

15.     De beroepen van Compromis en [appellant] zijn ongegrond.

Conclusie

16.     Het incidenteel hoger beroep van de burgemeester en de hoger beroepen van Compromis en [appellant] zijn ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De van rechtswege ontstane beroepen tegen het besluit van 19 juli 2024 zijn ongegrond. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Overschrijding redelijke termijn

17.     Compromis heeft de Afdeling verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn bedraagt in zaken als deze in beginsel vier jaar. De redelijke termijn is begonnen met de ontvangst van het bezwaarschrift op 3 februari 2022 en is geëindigd met de uitspraak van de Afdeling. De procedure heeft dus ongeveer vier jaar en twee maanden geduurd. Compromis heeft daarom recht op een schadevergoeding van € 500,00. Omdat de rechtbank deze schadevergoeding al aan Compromis heeft toegekend, heeft zij geen recht op een aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling zal het verzoek van Compromis daarom afwijzen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart de hoger beroepen van Compromis en [appellant] ongegrond;

II.       verklaart het incidenteel hoger beroep van de burgemeester van Apeldoorn ongegrond;

III.      bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen;

IV.      verklaart het beroep tegen het besluit van de burgemeester van Apeldoorn van 19 juli 2024 ongegrond.

V.       wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. N.H. van den Biggelaar en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier.

w.g. Willems
voorzitter

w.g. Dijkshoorn
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026

735-1146


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon