Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202402135/3/R2

Uitspraak 202402135/3/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4004
Datum uitspraak
10 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte "Omgevingsplan Laar— Nieuw Laar" gewijzigd vastgesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202402135/3/R2.
Datum uitspraak: 10 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:

[verzoeker] en [verzoekster], wonend dan wel gevestigd in Berlicum, gemeente Sint-Michielsgestel,

verzoekers,

om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de bij uitspraak van 16 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3707, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:

1.       [partij A], [partij B], [partij C] en [partij D] ([partij A]), allen wonend in Berlicum, gemeente Sint-Michelsgestel,

2.       het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

en

de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte "Omgevingsplan Laar— Nieuw Laar" gewijzigd vastgesteld.

[partij A] en het college hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

[partij A] en het college hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 16 september 2024 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 21 december 2023 geschorst voor zover het betrekking heeft op de plandelen met de bestemming "Agrarisch" aan de Nieuw Laar 5a en de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11 in Berlicum.

Bij besluit van 4 februari 2026 heeft de raad het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte "Omgevingsplan Laar— Nieuw Laar" opnieuw, zij het gewijzigd, vastgesteld (het herstelbesluit).

[verzoeker] en [verzoekster] hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening op te heffen voor zover deze betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Agrarisch" aan de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11 in Berlicum.

Het college, [verzoeker] en [verzoekster] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 7 juli 2026, waar [verzoeker] en [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. J. van Groningen, advocaat in Middelharnis, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. Benhadi, advocaat in Nijmegen, mr. M.A. Koopman en P.J.J. Claassen, zijn verschenen. Voorts zijn op de zitting [partij A], in de persoon van [partij B] en [partij C], bijgestaan door mr. J.W.C. van Eekeren, advocaat in Woerden, en het college, vertegenwoordigd door E.A.L.J.C. van Lieshout, als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 23 december 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

2.       Het herstelbesluit wordt, gelet op artikel 8:81, vierde lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174, onder 25.4, blijft het vóór 1 januari 2024 geldende recht ook van toepassing op het herstelbesluit.

Inleiding

3.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

4.       De voor de zaak relevante regelgeving is opgenomen als bijlage bij deze uitspraak.

5.       In haar uitspraak van 16 september 2024 heeft de voorzieningenrechter specifiek over het plandeel aan de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11 overwogen dat zij verwachtte "dat bij een nauwkeuriger vaststelling van de omvang van het bouwperceel zoals bedoeld in de IOV [Interim omgevingsverordening Noord-Brabant], zal blijken dat dit aan Laar 31 groter is dan 2,5 hectare. Omdat de IOV geen uitbreiding van een veehouderij toestaat met zo’n omvang, dient het plandeel waar de uitbreiding aan Laar 31 mogelijk wordt gemaakt alleen al daarom te worden geschorst. De voorzieningenrechter verwacht niet dat het plan in zoverre stand houdt."

6.       Verder heeft de voorzieningenrechter over het plandeel Nieuw Laar 5a onder meer het volgende overwogen, dat ook opgaat voor het plandeel aan de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11: "Of [naast de eis dat het bouwperceel na uitbreiding ten hoogste 2,5 hectare bedraagt] ook aan de andere in die bepaling [artikel 3.53, eerste lid, onder b, van de IOV] gestelde eisen is voldaan, onder meer dat een overbelaste situatie wordt opgeheven, vergt nader onderzoek in de bodemprocedure, waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent. Dit laatste geldt ook voor het betoog van Wijnen dat de behaalde milieu- en kwaliteitswinst van de stoppende veehouderijen ten onrechte dubbel wordt ingezet, voor zowel de ruimte‑voor‑ruimtewoningen als de uitbreidingen van de twee overgebleven veehouderijen waarin het plan voorziet. […] Voor zover de raad het standpunt inneemt dat met de geurnorm van artikel 8.1 van de planregels een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is geborgd, merkt de voorzieningenrechter op dat Wijnen dit gemotiveerd bestrijdt. Of de bepaling onduidelijk en onuitvoerbaar is en de naleving ervan niet valt te controleren, zoals Wijnen aanvoert, moet eveneens onderzocht worden in de bodemprocedure. […] Volgens de raad vormt deze bepaling [artikel 8.3.1 van de planregels] een extra waarborg omdat uit onderzoek is gebleken dat de uitbreidingen ruimtelijk aanvaardbaar zijn. De voorzieningenrechter twijfelt aan dit standpunt van de raad en vraagt zich af of de systematiek van artikel 8.3.1 van de planregels voldoende rechtszekerheid biedt aan omwonenden. Ook dit moet onderzocht worden in de bodemprocedure."

7.       Met het herstelbesluit van 4 februari 2026 heeft het college beoogd hangende het beroep de door de voorzieningenrechter geconstateerde gebreken in voormeld besluit van 21 december 2023 te herstellen.

8.       Nu het besluit van 4 februari 2026 dezelfde strekking heeft als het besluit van 21 december 2023, strekt de door de voorzieningenrechter ten aanzien van het besluit van 21 december 2023 uitgesproken schorsing zich mede uit tot het besluit van 4 februari 2026 (vergelijk de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling van 31 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4794, en de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 23 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2364).

9.       [verzoeker] en [verzoekster] hebben verzocht om opheffing van de schorsing, voor zover deze betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Agrarisch" aan de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11. Zij hebben daarbij gesteld dat de bij uitspraak van 16 september 2024 geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan zijn hersteld met het besluit van 4 februari 2026.

Beoordeling van het verzoek

10.     [verzoeker] en [verzoekster] hebben hun verzoek, onder verwijzing naar het herstelbesluit, onderbouwd met de volgende gronden. In de eerste plaats is er volgens hen, doordat de planregeling voor het bouwvlak en de bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - bouwperceel" van het perceel Laar 31-33-35 is gewijzigd, geen strijd meer met de artikelen 3.49, eerste lid, onder b, en 3.53, eerste lid, onder b, van de IOV. Daarnaast is er volgens hen, doordat de maximale capaciteit van de mestbewerking in de planregels is vastgelegd, in zoverre geen strijd meer met een goede ruimtelijke ordening. Ten slotte betogen zij dat, doordat in artikel 8.4.1, tweede lid, van de planregels het maximum aantal varkens en een maximum per diercategorie en per stal is vastgelegd, dit artikel rechtszekerheid aan omwonenden biedt dat bij uitbreiding een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is geborgd.

11.     In de uitspraak van 16 september 2024 heeft de voorzieningenrechter spoedeisend belang aanwezig geacht voor [partij A] en het college, omdat de omgevingsvergunning voor de uitbreiding op 30 december 2023 is aangevraagd en zij met een schorsing kunnen voorkomen dat het plan het toetsingskader voor de besluiten op de aanvragen vormt. De voorzieningenrechter overweegt dat dit, ook al begrijpt zij het verzoek van [verzoeker] en [verzoekster], nu niet anders is, en dat [verzoeker] en [verzoekster] niet concreet hebben onderbouwd waarom zij spoedeisend belang hebben bij de gevraagde opheffing van de schorsing.

12.     Nog afgezien daarvan, blijkt uit de uitspraak van 16 september 2024 dat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat verschillende vragen nader onderzoek in de bodemprocedure vergen, waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent. Daarbij gaat het onder meer om de vragen of wordt voldaan aan de in artikel 3.53, eerste lid, onder b, van de IOV gestelde eis dat een overbelaste situatie wordt opgeheven, of de behaalde milieu- en kwaliteitswinst van de stoppende veehouderijen ten onrechte dubbel wordt ingezet voor onder meer de uitbreidingen van de twee overgebleven veehouderijen, of artikel 8.1 van de planregels onduidelijk en onuitvoerbaar is en de naleving ervan niet valt te controleren, en of de systematiek van artikel 8.3.1 (nu artikel 8.4.1) van de planregels voldoende rechtszekerheid biedt aan omwonenden. De voorzieningenrechter ziet in wat [verzoeker] en [verzoekster] hebben aangevoerd geen aanleiding om daar nu anders over te oordelen, omdat de aard van deze vragen niet veranderd is.

Daar komt nog bij dat [partij A] in het verzoek dat ten grondslag ligt aan de uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 september 2024 mede hebben aangevoerd dat in het plan ten onrechte toepassing is gegeven aan de zogeheten 50%-regeling, waarbij zij hebben verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 16 juni 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:2931. Zoals de Afdeling aan partijen heeft laten weten zal zij vanwege overlappende rechtsvragen in ieder geval wachten met een zitting in de bodemprocedure, tot de zittingsdatum die wordt gepland in het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant van 16 juni 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:2931 en ECLI:NL:RBOBR:2023:2933. Ook in zoverre is sprake van een vraag waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent.

13.     De uitkomst van het onderzoek in de bodemprocedure is ongewis. De twijfels die de voorzieningenrechter in de uitspraak van 16 september 2024 heeft geuit die er mede op zien of het plandeel met de bestemming "Agrarisch" aan de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11 in de bodemprocedure in stand zal blijven, zijn niet weggenomen. Het plan dient daarom in zoverre geschorst te blijven.

Conclusie

14.     De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opheffing af. De bij uitspraak van 16 september 2024 getroffen voorlopige voorziening, voor zover om opheffing daarvan is verzocht, blijft gehandhaafd. Dit betekent dat de besluiten van 21 december 2023 en 4 februari 2026 geschorst blijven.

15.     De raad moet de proceskosten van [partij A] vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        wijst het verzoek af;

II.       veroordeelt de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel tot vergoeding van bij [partij A], [partij B], [partij C] en [partij D] in verband met het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, griffier.

w.g. Jurgens
voorzitter

w.g. Kuipers
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026

271-1150

BIJLAGE

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Artikel 3.49 Veehouderij in Landelijk gebied

Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in een uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar een veehouderij, als:

a. is geborgd dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan;

b. het bouwperceel ten hoogste 1,5 hectare bedraagt;

(….)

Artikel 3.53 Afwijkende omvang veehouderij

Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan de uitbreiding van een zorgvuldige veehouderij boven de 1,5 hectare mogelijk maken in één of meer van de volgende situaties:

a. de veehouderij beschikt blijvend over voldoende grond voor een veebezetting van 2 GVE per hectare grond of minder;

b. er sprake is van het opheffen van een overbelaste situatie waarbij:

1. er elders feitelijk en juridisch een bouwperceel voor een veehouderij        wordt opgeheven en de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt;

2. de eenmalige uitbreiding van het bouwperceel ten hoogste de       oppervlakte van het opgeheven bouwperceel bedraagt;

3. het bouwperceel na uitbreiding ten hoogste 2,5 hectare bedraagt.

(…)

Lid 2 Er is sprake van een overbelaste situatie als bedoeld in het eerste lid onder b indien:

a. er vanwege de cumulatieve uitstoot van milieubelastende stoffen een aanzienlijke overschrijding bestaat van vastgestelde normen in landelijke regelgeving of in deze verordening, gericht op het borgen van een goed woon- en leefklimaat, of

b. er vanwege de cumulatieve uitstoot van milieubelastende stoffen een aantasting van in de nabijheid gelegen ecologische waarden plaatsvindt.

Planregels

Besluit van 21 december 2023

Artikel 8.1 Agrarisch

8.1 Toegestane functies en gebruik

Binnen de locatie "Agrarisch" zijn de volgende functies en gebruik toegestaan:

(…)

Hoofdfunctie(s)

Functies die passend zijn in het gebied ‘Agrarisch’ en hierin gelegen bedrijfslocatie(s), waaronder in ieder geval wordt begrepen:

(…)

t. mestbewerking;

Nadere uitleg of voorwaarden

Mestbewerking is uitsluitend toegestaan onder de navolgende voorwaarden:

- de mestbewerking vindt plaats voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest;

- onder de voorwaarde dat de hedonisch gewogen geurimmissie vanwege de mestbewerking ter plaatse van geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij in het buitengebied maximaal 0,5 ouE(H)/m³ bedraagt (98-percentielwaarde).

(…)

8.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit toegestane functies en gebruik

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.1 Toegestane functies en gebruik, op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden:

8.3.1 Uitbreiding intensieve veehouderijactiviteiten

Uitbreiding van de veehouderijactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' binnen de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend in de vorm van een varkenshouderij en onder navolgende voorwaarden mogelijk:

a. Het maximum aantal varkens in het plangebied bedraagt niet meer dan 12.878 dieren, waarbij geldt dat:

1. het maximumaantal varkens ter plaatse van Nieuw Laar 5a niet    meer bedraagt dan 3.878; en

2. het maximumaantal varkens ter plaatse van Laar 31 niet meer      bedraagt dan 9.000.

b. De best beschikbare techniek voor het gehele bedrijf worden toegepast, waaronder mede begrepen een gecombineerd luchtwassersysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of hiermee gelijkwaardige technologie;

c. Bij de toepassing van een gecombineerd luchtwassersysteem wordt tenminste voldaan aan het navolgende:

(…)

Besluit van 4 februari 2026

In artikel 8.1, kolom 1.1, onder t, van de regels van het herstelbesluit is bepaald dat mestbewerking uitsluitend is toegestaan binnen de locatie "Agrarisch" ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' op het perceel aan Laar 31/33/35 te Berlicum (met in achtneming van de overige bepalingen uit dit artikel, waaronder begrepen kolom 1.2 uit artikel 8.1).

In kolom 1.2 van dit artikel is bepaald dat Mestbewerking binnen het bouwvlak aan Laar 31/33/35 uitsluitend is toegestaan onder de navolgende cumulatieve voorwaarden:

- mestbewerking is uitsluitend toegestaan indien dit inpandig plaatsvindt in een ruimte die is aangesloten op een chemische luchtwasser met biobed en een uittredesnelheid van minimaal 5 m/s naar de buitenlucht.

- uitsluitend de mest die op het eigen bedrijf aan Laar 31/33/35 wordt geproduceerd, mag voor de mestbewerking worden gebruikt (ook wel: 'bedrijfseigen mest');

- de hedonisch gewogen geurimmissie vanwege de mestbewerking en verband houdende activiteiten (in de vorm van onder andere laden en lossen, verladen en mengen) ter plaatse van geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij in het buitengebied maximaal 0,5 ouE(H)/m3 bedraagt (98-percentielwaarde).

- de maximaal toegestane capaciteit van de mestbewerking de in bijlage 8 bij de planregels genoemde hoeveelheden niet overschrijdt en geen andere producten of stoffen worden gebruikt dan genoemd in deze bijlage 8 bij de planregels. Uit deze bijlage volgt onder meer dat

- jaarlijks maximaal 15.000 ton bedrijfseigen mest mag worden gescheiden (als onderdeel van de mestbewerking);

- jaarlijks maximaal 14.864 ton biomassa mag worden vergist (als onderdeel van de mestbewerking), uitsluitend bestaande uit (1) maximaal 3.750 ton/jaar dikke fractie (die tot stand is gekomen uit de voornoemde scheiding van bedrijfseigen mest), (2) maximaal 1.000 ton/jaar glycerine, met dien verstande dat andere co-producten niet zijn toegestaan en (3) aangevuld met water.

Op grond van artikel 8.7.2 van de regels van het herstelbesluit is het plaatsen van een mestvergistingsinstallatie binnen de aanduiding bouwvlak aan het Laar 31/33/35 toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. de hoogte van de silo's ten behoeve van een mestvergistingsinstallatie mag maximaal 10 meter bedragen en de doorsnede maximaal 25 meter;

2. de maximale capaciteit van een vergistingsinstallatie bedraagt 14.864 ton/jaar biomassa, bestaande uit 3.750 ton/jaar dikke fractie na mestscheiding, 1.000 ton/jaar glycerine en aangevuld met water.

3. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast;

4. uitsluitend de mest die op het eigen bedrijf aan Laar 31/33/35 wordt geproduceerd mag worden verwerkt;

5. de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het

landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.

In artikel 8.4.1 van de regels van het herstelbesluit is bepaald dat uitbreiding van de varkenshouderij ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij" binnen de aanduiding "bouwvlak" uitsluitend is toegestaan als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. De omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. het maximum aantal varkens ter plaatse van Laar 31/33/35 niet meer bedraagt dan 6.000 en zulks met een maximum per diercategorie en per stal zoals vermeld in onderstaande tabel en zoals nader geduid in de afbeelding die is opgenomen in bijlage 12. (…)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon