Uitspraak 202505788/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4113
- Datum uitspraak
- 15 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij afzonderlijke besluiten van 28 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen twee verzoeken van [appellant] tot openbaarmaking van documenten buiten behandeling gelaten vanwege misbruik van recht. [appellant] heeft op 25 september 2022 en 4 oktober 2022 het college op grond van artikel 4.1, eerste lid, van de Wet open overheid (Woo) verzocht om informatie te verstrekken. De gevraagde informatie ziet op contacten door twee met naam genoemde ambtenaren (medewerker 1 en medewerker 2), beiden werkzaam bij de gemeente met medewerkers van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) en/of met andere ambtenaren van de gemeente over de omleiding Rucphen-Sprundel-St. Willebrord. Bij afzonderlijke besluiten van 20 maart 2024 heeft het college inhoudelijk op de bezwaren beslist. In het besluit over de SAOZ en medewerker 1 heeft het college aangegeven slechts één e-mail in het bezit te hebben die onder de reikwijdte van het verzoek valt en in het besluit over de SAOZ en medewerker 2 heeft het college vastgesteld dat er geen documenten zijn die binnen de reikwijdte vallen. Tijdens de beroepsprocedure werd duidelijk dat het verzoek breder is dan het college in eerste instantie had opgevat. Daarom heeft het college bij besluit van 13 maart 2025 het besluit van 20 maart 2024 gewijzigd, de bezwaren gegrond verklaard en aanvullende documenten openbaar gemaakt.
- Hoger beroep
- Openbaarheid
Toon inhoud
202505788/1/A3.
Datum uitspraak: 15 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
[appellant], gevestigd in Sprundel, gemeente Rucphen,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 oktober 2025 in zaken nrs. 24/4018 en 24/4019 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Rucphen.
Procesverloop
Bij afzonderlijke besluiten van 28 oktober 2022 heeft het college twee verzoeken van [appellant] tot openbaarmaking van documenten buiten behandeling gelaten vanwege misbruik van recht.
Bij afzonderlijke besluiten van 20 maart 2024 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar gegrond verklaard en alsnog inhoudelijk beslist op de bezwaren.
Bij besluit van 13 maart 2025 heeft het college het besluit van 20 maart 2024 gewijzigd en de bezwaren gegrond verklaard.
Bij uitspraak van 2 oktober 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door [appellant] ingestelde beroep tegen het besluit van 13 maart 2025 ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft een nader stuk ingediend.
Het college heeft stukken ingediend en verzocht om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:29, zesde lid, van de Awb is van rechtswege toestemming verleend om mede op grondslag van de vertrouwelijke stukken uitspraak te doen. De Afdeling heeft kennisgenomen van de stukken.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 juni 2026, waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [appellant] heeft op 25 september 2022 en 4 oktober 2022 het college op grond van artikel 4.1, eerste lid, van de Wet open overheid (Woo) verzocht om informatie te verstrekken. De gevraagde informatie ziet op contacten door twee met naam genoemde ambtenaren (medewerker 1 en medewerker 2), beiden werkzaam bij de gemeente met medewerkers van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) en/of met andere ambtenaren van de gemeente over de omleiding Rucphen-Sprundel-St. Willebrord. Bij afzonderlijke besluiten van 20 maart 2024 heeft het college inhoudelijk op de bezwaren beslist. In het besluit over de SAOZ en medewerker 1 heeft het college aangegeven slechts één e-mail in het bezit te hebben die onder de reikwijdte van het verzoek valt en in het besluit over de SAOZ en medewerker 2 heeft het college vastgesteld dat er geen documenten zijn die binnen de reikwijdte vallen. Tijdens de beroepsprocedure werd duidelijk dat het verzoek breder is dan het college in eerste instantie had opgevat. Daarom heeft het college bij besluit van 13 maart 2025 het besluit van 20 maart 2024 gewijzigd, de bezwaren gegrond verklaard en aanvullende documenten openbaar gemaakt.
Hoger beroep
2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de door het college overgelegde informatie compleet is. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de zoekslag van het college onvolledig was. Gelet op de vaststaande overlegmomenten en actieve documentverstrekking zouden er namelijk meer documenten onder het college moeten berusten. Op de zitting bij de Afdeling heeft [appellant] aangevoerd dat de definitieve versie van het advies van de SAOZ aangepast is naar aanleiding van de reacties van het college op de conceptversie. Die correspondentie van het college ontbreekt. . Verder heeft het college volgens [appellant] onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke informatiesystemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gebruikt, welke functionarissen zijn betrokken en welke perioden zijn onderzocht. Op de zitting bij de Afdeling heeft [appellant] nog aangevoerd dat de stelling van het college dat de mailbox van de voormalig medewerker niet meer kan worden doorzocht onjuist is. Volgens [appellant] is een mailbox van een voormalig medewerker namelijk altijd, bij elk bedrijf, te openen. Dit weet hij, omdat hij sinds 1976 automatiseringsdeskundige is.
2.1. Volgens [appellant] moeten er meer documenten zijn die onder zijn verzoek vallen, dan het college openbaar heeft gemaakt. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een document toch onder het bestuursorgaan berust (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4850). Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan de Afdeling niet ongeloofwaardig voorkomt, zal worden betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1743).
2.2. Het college heeft in het besluit van 13 maart 2025 een toelichting gegeven op de uitgevoerde zoekslagen. Eerst is in het Document Management Systeem (JOIN) gezocht op de termen "plan schadevergoedingen" en "Verlengde Vosdonkseweg". Ook is gezocht naar documenten op een gezamenlijke netwerkschijf. Daarbij hebben huidige en voormalige behandelaars, die nog steeds werken bij de gemeente Rucphen, hun mailboxen doorzocht met de trefwoorden "planschadevergoedingen", "Verlengde Vosdonkseweg" en "SAOZ". De mailbox van de voormalige medewerker kon niet meer worden doorzocht, maar de opgeslagen e-mails in JOIN en op de gezamenlijke netwerkschijf zijn wel meegenomen. Tot slot is nog navraag gedaan bij de SAOZ over relevante e-mails. Over de periode waarin is gezocht, heeft het college in de schriftelijke uiteenzetting toegelicht dat alle aanvragen tot tegemoetkoming in planschade over de periode vanaf de terinzagelegging van het bestemmingsplan op 14 augustus 2013 tot en met 4 oktober 2022, de datum van één van de twee Woo-verzoeken van [appellant], in de zoekslag zijn betrokken.
2.3. Met de beschreven zoekslagen heeft het college naar het oordeel van de Afdeling op zorgvuldige wijze uitvoering gegeven aan het verzoek van [appellant]. Zij vindt de mededeling van het college dat er niet meer documenten zijn daarom geloofwaardig. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het college en de SAOZ over de conceptversie van het advies hebben gecorrespondeerd. Met de genoemde passages heeft [appellant] ook niet aannemelijk gemaakt dat er meer of anders schriftelijk is vastgelegd dan wat het college openbaar heeft gemaakt. [appellant] heeft daarvoor geen, voldoende concrete, aanknopingspunten aangereikt. De enkele verwijzing naar de stapel wel openbaar gemaakte documenten, waarin volgens hem die aanknopingspunten kunnen worden gevonden, volstaat daarvoor niet. Het college heeft verder toegelicht dat de mailbox van de voormalig medewerker niet meer kon worden doorzocht. De Afdeling twijfelt niet aan deze toelichting. [appellant] heeft verder ook niet aannemelijk gemaakt dat er documenten zijn geweest, die gewist zouden zijn, nog daargelaten dat gewiste documenten niet openbaar gemaakt kunnen worden. De Afdeling is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er meer documenten waar het verzoek betrekking op heeft bij het college berusten.
2.4. Het betoog slaagt niet.
3. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college heeft voldaan aan de criteria voor ordening van de informatie in het kader van de Woo. Hij voert daartoe aan dat door het ontbreken van een samenhangende, chronologisch opgebouwde openbaarmaking inzicht in de causaliteit van de besluitvorming en toetsbaarheid van de handelswijze van het college ontbreekt. Op de zitting bij de Afdeling heeft [appellant] hierover nog aangevoerd dat het voor hem moeilijk is om de openbaargemaakte stukken te overzien, omdat de stukken niet chronologisch zijn geordend. Het college had de stukken daarom voor hem moeten printen, zodat hij de stukken naast elkaar had kunnen leggen.
3.1. De gronden die [appellant] in hoger beroep hierover heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Zij heeft overwogen dat de wijze van ordening aan het college is en dat de door het college openbaar gemaakte stukken zich in goede, geordende en toegankelijke staat bevonden nu de informatie was geordend per planschadeverzoek met daaronder de overige, algemene stukken die voor alle planschadedossiers gelden met bijvoeging van een inventarislijst. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 9.1 opgenomen overweging, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan nog het volgende toe. [appellant] heeft verzoeken gedaan die hebben geleid tot een grote hoeveelheid openbaargemaakte stukken. Het college heeft er als gezegd voor gekozen de aangetroffen documenten per planschadeverzoek te ordenen. Dat [appellant] dat geen overzichtelijke wijze van ordening vindt, omdat voor hem de tijdlijn van belang is, betekent niet dat het college de documenten niet in goede, geordende en toegankelijke staat openbaar heeft gemaakt. Hij was niet gehouden de documenten aan [appellant] te verstrekken op de wijze waarop [appellant] dat wenste.
4. Wat [appellant] voor het overige heeft aangevoerd, kan niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
Conclusie
5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen.
6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.D. Westerbaan, griffier.
w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Westerbaan
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026
1050