Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202503018/1/A3

Uitspraak 202503018/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4158
Datum uitspraak
15 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 september 2023 heeft de minister het verzoek van [appellante] om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit afgewezen.Een heerlijkheid bestaat uit een aantal rechten die van kracht zijn binnen een specifiek omschreven gebied. [appellante] is eigenaar van de zakelijke rechten van heerlijkheid Baarsdorp. Zij heeft bij brief van 24 februari 2023 een verzoek bij de minister gedaan om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit. Zij heeft daarbij verwezen naar punt 1 van Soeverein Besluit van 24 december 1814. De minister heeft het verzoek voor advies voorgelegd aan de Hoge Raad van Adel. De Hoge Raad van Adel heeft een afwijzend advies gegeven, omdat heerlijkheden een privaatrechtelijk karakter hebben en wapenverlening op grond van de ‘Beleidsregels verlenen, bevestigen, en wijzigen van wapens’ van 12 september 2023 niet mogelijk is. De minister heeft het advies overgenomen en stelt zich op het standpunt dat wapenverlening alleen mogelijk is aan provincies, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202503018/1/A3.
Datum uitspraak: 15 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 1 mei 2025 in zaak nr. 24/1444 in het geding tussen:

[appellante]

en

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Procesverloop

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de minister het verzoek van [appellante] om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit afgewezen.

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 mei 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 april 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. D.H.J. [appellante], en de minister, vertegenwoordigd door mrs. H.H.B. Hartkamp en M.G.T. van Leyenhorst, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Een heerlijkheid bestaat uit een aantal rechten die van kracht zijn binnen een specifiek omschreven gebied. [appellante] is eigenaar van de zakelijke rechten van heerlijkheid Baarsdorp. Zij heeft bij brief van 24 februari 2023 een verzoek bij de minister gedaan om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit. Zij heeft daarbij verwezen naar punt 1 van Soeverein Besluit van 24 december 1814 (SB 1814). De minister heeft het verzoek voor advies voorgelegd aan de Hoge Raad van Adel. De Hoge Raad van Adel heeft een afwijzend advies gegeven, omdat heerlijkheden een privaatrechtelijk karakter hebben en wapenverlening op grond van de ‘Beleidsregels verlenen, bevestigen, en wijzigen van wapens’ van 12 september 2023 niet mogelijk is. De minister heeft het advies overgenomen en stelt zich op het standpunt dat wapenverlening alleen mogelijk is aan provincies, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit SB 1814 niet is af te leiden dat de minister de bevoegdheid heeft om heerlijkheidswapens voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit. In Koninklijk Besluit 1919 (KB 1919) is de bevoegdheid om wapens ter bevestiging voor te dragen wel aan de minister toebedeeld, maar deze bevoegdheid geldt alleen voor wapens van provinciën, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen of instellingen. Omdat heerlijkheden privaatrechtelijk van aard zijn, strekt de bevoegdheid van de minister zich dus niet hierover uit. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister niet gehouden was het verzoek van [appellante] door te sturen naar de Hoge Raad van Adel, omdat de Hoge Raad van Adel alleen maar wettelijke en buitenwettelijke adviestaken heeft en dus ook niet bevoegd was om wapens van heerlijkheden ter bevestiging voor te dragen.

Hoger beroep

3. Wat [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd is zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Daar voegt de Afdeling het volgende aan toe.

4. [appellante] heeft in hoger beroep nog aangevoerd dat uit de tekst van Koninklijk Besluit 1852 (KB 1852) volgt dat de minister bevoegd is tot het voordragen van een heerlijkheidswapen, omdat in KB 1852 staat dat de overige werkzaamheden van de Hoge Raad van Adel, niet zijnde adviezen, zijn overgegaan op de minister. Daargelaten wat deze ‘overige werkzaamheden’ zijn, hebben heerlijkheden met de grondwetswijziging van 1848 hun publiekrechtelijke status verloren. Uit KB 1919 volgt dat de minister alleen bevoegd is om wapens ter bevestiging voor te dragen voor zover deze afkomstig zijn van publiekrechtelijke lichamen of instellingen. Alleen al daarom heeft de minister het verzoek terecht afgewezen.

Slotsom

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.C. Bus, griffier.

w.g. Drop
voorzitter

w.g. Bus
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026

1013


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon