Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202305606/3/R3

Uitspraak 202305606/3/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4159
Datum uitspraak
15 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2716, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Leiden opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 4 juli 2023, waarbij het bestemmingsplan "Watergeuskade" is vastgesteld, te herstellen. Het plan voorziet in de realisatie van een woonwerkgebied langs de Trekvliet, met maximaal 350 woningen en 7.000 m2 bedrijvigheid. Daartoe behoort ook de mogelijkheid tot realisatie van een sportschool van maximaal 2.500 m2. Appellanten wonen allen tegenover het plangebied. [appellanten sub 3] wonen op het adres [locatie 1], op de hoek van de Tomatenstraat en de Zoeterwoudseweg. [appellant sub 1] woont op het adres [locatie 2]. [appellanten sub 2] wonen op het adres [locatie 3].
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202305606/3/R3.
Datum uitspraak: 15 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]), beiden wonend in Leiden,
2.       [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], beiden wonend in Leiden,
3.       [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], beiden wonend in Leiden,
appellanten,

en

de raad van de gemeente Leiden,
verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2716, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 4 juli 2023, waarbij het bestemmingsplan "Watergeuskade" is vastgesteld, te herstellen.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad een nadere motivering voor het bestreden besluit gegeven en bij besluit van 11 november 2025 (hierna: het herstelbesluit) artikel 9.4 van de planregels gewijzigd.

Appellanten zijn in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. [appellanten sub 3] hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht

1.       Zoals in de tussenuitspraak is overwogen, blijft op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

Inleiding

2.       Het plan voorziet in de realisatie van een woonwerkgebied langs de Trekvliet, met maximaal 350 woningen en 7.000 m2 bedrijvigheid. Daartoe behoort ook de mogelijkheid tot realisatie van een sportschool van maximaal 2.500 m2.

Appellanten wonen allen tegenover het plangebied. [appellanten sub 3] wonen op het adres [locatie 1], op de hoek van de Tomatenstraat en de Zoeterwoudseweg. [appellant sub 1] woont op het adres [locatie 2]. [appellanten sub 2] wonen op het adres [locatie 3].

2.1.    Artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt:

"Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

Het herstelbesluit houdt een wijziging in van het oorspronkelijke besluit en is op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb onderdeel van dit geding.

Parkeren

3.       In de tussenuitspraak, onder 7.3, heeft de Afdeling overwogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in dit geval, gelet op de omvang die de sportruimte binnen het plangebied maximaal mag hebben, moet worden uitgegaan van de parkeerkencijfers voor een sportschool en niet van die voor een fitnesscentrum.

3.1.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad een aanvullende parkeerberekening laten maken door Spark B.V. Daarbij is voor de sportaccommodatie nu rekening gehouden met een parkeernorm van 3,9 parkeerplekken per 100 m2 BVO. In dat geval zijn er 184 parkeerplekken nodig op het maatgevende moment, namelijk de zaterdagavond. Uit de berekening volgt volgens de raad dat de parkeervraag kan worden opgevangen in de binnen het plangebied te realiseren parkeergarage, waarin 196 parkeerplekken kunnen worden aangelegd.

3.2.    Geen van de appellanten heeft naar aanleiding van deze aanvullende motivering van de raad een zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat zij hiertegen geen bezwaren hebben. Daarom bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de aanvullende motivering op dit punt niet toereikend is.

Windhinder

4.       In de tussenuitspraak, onder 10.3, heeft de Afdeling overwogen dat de raad onvoldoende heeft geborgd dat de specifieke inrichting van het gebied die nodig is om de minimaal vereiste windklasse C bij het toegangspad en de tuin aan de zijkant van de woning van [appellanten sub 3] te bereiken, wordt gerealiseerd en in stand gehouden. De raad heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak het herstelbesluit genomen. Dat besluit is een besluit als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb. De beroepen hebben daar van rechtswege betrekking op. Reeds omdat [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] geen zienswijzen naar voren hebben gebracht tegen het herstelbesluit, zijn hun beroepen tegen het herstelbesluit ongegrond. De Afdeling zal aan de hand van de door [appellanten sub 3] tegen het herstelbesluit naar voren gebrachte zienswijze beoordelen of de raad heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak.

Verschil herstelbesluit van 11 november 2025 en digitaal raadpleegbare versie

5.       [appellanten sub 3] betogen dat in het herstelbesluit is vermeld bij artikel 9.4, eerste lid, onder a, onder 1, van de planregels dat er bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning een windhinderonderzoek wordt aangeleverd waarbij windtunnelonderzoek is uitgevoerd. In de digitaal raadpleegbare versie van het bestemmingsplan is echter de zinsnede "waarbij windtunnelonderzoek is uitgevoerd" niet opgenomen in dit artikellid.

5.1.    In het herstelbesluit van 11 november 2025 is bepaald dat artikel 9.4 aldus moet komen te luiden:

"a.  Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt slechts verleend indien: 1.  er bij de aanvraag omgevingsvergunning een windhinderonderzoek wordt aangeleverd waarbij windtunnelonderzoek is uitgevoerd en;

2.  uit dit onderzoek blijkt dat het windklimaat in de omgeving van het plangebied niet onevenredig verslechtert. Onder onevenredige verslechtering wordt in dit geval verstaan;

i.  Het windklimaat in de openbare ruimte minimaal te voldoen aan windklasse B, voor zover het verblijfsgebied en gebied voor langzaam verkeer betreft;

b.  De inrichting van het plangebied moet binnen 12 maanden na het in gebruik nemen van de eerste woning conform het bepaalde in het inrichtingsplan, dat als bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan is gevoegd, zijn gerealiseerd en vervolgens in stand worden gehouden.

c.  Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 9.4, lid a, onder 2, voor het toestaan van 1 klasse slechter windklimaat in de betreffende zone indien redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist van de aanvrager om omgevingsvergunning in verhouding tot het doel dat met het verbod wordt gediend.

d.  Het bevoegd gezag kan afwijken van het inrichtingsplan zoals bedoeld in artikel 9.4, lid b, voor zover met een windhinderonderzoek wordt aangetoond dat een alternatieve inrichting van het plangebied niet leidt tot een onevenredige verslechtering van het windklimaat, zoals bedoeld in artikel 9.4 lid a, onder 2."

5.2.    Niet in geschil is dat het elektronisch vastgestelde plan de juiste planregel bevat. Er bestaat daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het herstelbesluit in strijd met het recht tot stand is gekomen. Voor zover op de landelijke voorziening de onjuiste versie van artikel 9.4 heeft gestaan, heeft het college de versie van artikel 9.4, zoals de raad die heeft vastgesteld in het herstelbesluit, alsnog beschikbaar gesteld op de landelijke voorziening. Het betoog slaagt niet.

Onvoldoende borging acceptabel windklimaat

5.3.    [appellanten sub 3] hebben in hun zienswijze aangevoerd dat artikel 9.4, lid a, onder 2, onderdeel i, betrekking heeft op het windklimaat in de openbare ruimte. Zij stellen dat hun betoog over windhinder ging over het windklimaat in hun tuin en bij de toegang tot hun woning. Uitgaande van windklasse B zou dit betekenen dat er gedurende 219 tot 438 uren per jaar kans is op overschrijding waardoor een matig windklimaat zou ontstaan voor langdurig zitten. In het eerder aangeleverde windhinderonderzoek zou (zonder extra maatregelen) volgens hen windhinderklasse D in de tuin ontstaan, wat zou betekenen dat er gedurende 885 tot 1752 uur per jaar een slecht windklimaat zou ontstaan. Zij kunnen zich daarom niet verenigen met het bepaalde onder lid c, op grond waarvan het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 9.4, lid a, onder 2, en een 1 klasse slechter windklimaat kan toestaan indien redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist van de aanvrager om omgevingsvergunning in verhouding tot het doel dat met het verbod wordt gediend. Zij wijzen er daarbij op dat het begrip 'redelijkerwijs' rekbaar en niet objectief bepaald is.

5.4.    De raad heeft ter voldoening aan de tussenuitspraak een nieuw windhinderonderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek is bij de plantoelichting gevoegd. Het inrichtingsplan, dat als bijlage 2 onderdeel uitmaakt van de planregels is als uitgangspunt genomen voor het onderzoek, zo leidt de Afdeling af uit figuur 9 in paragraaf 4.5 van het windhinderonderzoek. In paragraaf 5.4 van het onderzoek is te zien dat klasse A optreedt bij de zijgevel van de woning van [appellanten sub 3]. Het voorgaande betekent, zoals de raad ook heeft gesteld, dat de regeling in artikel 9.4, onder a, daarom voor [appellanten sub 3] niet een slechter windklimaat oplevert, aangezien de bescherming tegen windhinder ter plaatse van hun perceel naast de zijgevel al voortvloeit uit het bepaalde in artikel 9.4, onder b, van de planregels. Nu in artikel 9.4, onder b, van de planregels is geborgd dat de inrichting van het plangebied conform het inrichtingsplan moet worden uitgevoerd en met een uitvoering van die inrichting windklasse A kan worden bereikt bij de tuin en het toegangspad van [appellanten sub 3], heeft de raad voldoende gewaarborgd dat daar een aanvaardbaar windklimaat optreedt.

Het betoog slaagt niet.

6.       [appellanten sub 3] betogen dat de termijn die in artikel 9.4, lid b, is genoemd voor het realiseren van het inrichtingsplan te kort is.

6.1.    In wat [appellanten sub 3] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad redelijkerwijs niet voor een termijn van twaalf maanden heeft kunnen kiezen. Dit betoog slaagt niet.

Conclusie

7.       Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, zijn de beroepen tegen het besluit van 4 juli 2023 gegrond. Het besluit van 4 juli 2023 moet worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Omdat de raad de motivering van het besluit van 4 juli 2023 heeft aangevuld en het herstelbesluit heeft genomen, zijn de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken op dit punt hersteld. De Afdeling ziet aanleiding te bepalen dat de rechtsgevolgen van dat besluit in zoverre in stand blijven, met uitzondering van artikel 9.4 van de planregels van het bestemmingsplan van 4 juli 2023, aangezien artikel 9.4 van dat plan is vervangen met het herstelbesluit.

De beroepen van rechtswege tegen het herstelbesluit zijn ongegrond. Het voorgaande betekent dat het bestemmingsplan blijft gelden waarbij het oude artikel 9.4 is vervangen door het nieuwe artikel 9.4, zoals vermeld in het herstelbesluit.

8.       De raad moet de proceskosten die [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] hebben gemaakt vergoeden. De Afdeling ziet aanleiding de beroepen van [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] te behandelen als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hierbij betrekt de Afdeling dat [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] op de zitting zijn bijgestaan door dezelfde rechtsbijstandsverlener, en dat de door deze rechtsbijstandverlener namens hen ingediende beroepschriften nagenoeg identiek zijn. Gelet op het voorgaande worden de beroepen van [appellant sub 1] en [appellanten sub 2], wat betreft de vergoeding van kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, als één zaak beschouwd. Daarom zal de veroordeling van de proceskosten ten behoeve van hen, ieder voor de helft, worden uitgesproken.

De raad hoeft aan [appellanten sub 3] geen proceskosten te vergoeden, nu van dergelijke kosten niet is gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart de beroepen tegen het besluit van de raad van de gemeente Leiden van 4 juli 2023, waarbij het bestemmingsplan "Watergeuskade" is vastgesteld, gegrond;

II.       vernietigt het onder I. vermelde besluit;

III.      verklaart de beroepen tegen het besluit van 11 november 2025, waarbij de raad van de gemeente Leiden artikel 9.4 van de planregels van het bestemmingsplan "Watergeuskade" gewijzigd heeft vastgesteld, ongegrond;

IV.      bepaalt dat de rechtsgevolgen van het onder I. genoemde besluit, behoudens artikel 9.4 van de planregels van het besluit van 4 juli 2023, in stand blijven;

V.       veroordeelt de raad van de gemeente Leiden tot vergoeding van bij:

- [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

-  [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VI.      gelast dat de raad van de gemeente Leiden aan:

- [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

- [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

- [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzitter, en mr. C.H. Bangma en mr. J.F. de Groot, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier.

w.g. Ten Veen
voorzitter

w.g. Van Helvoort
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026

361

Persaankondiging

Bestemmingsplan ‘Watergeuskade’ van de gemeente Leiden

Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Watergeuskade’ dat de gemeenteraad van Leiden heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een woonwerkgebied mogelijk langs de Trekvliet, met maximaal 350 woningen en 7000 m² aan bedrijvigheid. Dertig procent van de woningen worden sociale huurwoningen. De nieuwbouw bestaat uit vier gebouwen in een parkachtige omgeving, met een openbare, groene kade langs de Trekvliet. De bestaande bedrijfsgebouwen op het terrein worden gesloopt. Enkele omwonenden zijn het niet eens met het bestemmingsplan en zijn in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij zijn bang voor verlies van hun woongenot. Volgens hen zorgt de nieuwbouw voor windhinder in hun tuin en voor minder zon in hun huis. In juni 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak al een zogenoemde tussenuitspraak gedaan in deze zaak. Naar haar oordeel had de gemeenteraad onder meer onvoldoende gemotiveerd waarom in dit geval moet worden uitgegaan van de parkeerkencijfers voor een sportschool en niet van die voor een fitnesscentrum. Ook oordeelde zij dat de gemeenteraad onvoldoende had geborgd dat er in het gebied geen onaanvaardbare windhinder ontstaat. De Afdeling bestuursrechtspraak droeg de gemeenteraad op om de tekortkomingen in het bestemmingsplan binnen twintig weken te herstellen. In november 2025 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan hierop aangepast. De omwonenden zijn het ook niet eens met dit aangepaste bestemmingsplan. In de uitspraak van 15 juli 2026 beoordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak of de gemeenteraad de eerdere gebreken in het bestemmingsplan heeft hersteld en of daarmee aan de opdracht van de tussenuitspraak is voldaan of niet.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon