Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202406514/1/A2

Uitspraak 202406514/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4148
Datum uitspraak
15 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd. Op 13 januari 2023 heeft [appellant] zich bij de Sociale Dienst Drechtsteden aangemeld om hulp te krijgen met zijn schulden. Hij is hierop toegelaten tot de schuldhulpverlening en er is een plan van aanpak opgesteld. Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur de schuldhulpverlening beëindigd omdat [appellant] onvoldoende meewerkt, zo zou hij de gevraagde stukken niet aanleveren. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van een gesprek tussen medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden en [appellant], heeft het dagelijks bestuur op 21 juni 2023 geconcludeerd dat het belang van [appellant] bij een oplossing voor zijn schuldenproblematiek dermate zwaar weegt dat het besluit van 1 mei 2023 moet worden ingetrokken. Omdat met het besluit van 21 juni 2023 de schuldhulpverlening is hervat, heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van [appellant] tegen het stopzetten niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van dit bezwaar.
  • Hoger beroep
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202406514/1/A2.
Datum uitspraak: 15 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024 in zaak nr. 23/4672 in het geding tussen:

[appellant]

en

het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden.

Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd.

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft het dagelijks bestuur het besluit van 1 mei 2023 ingetrokken en de schuldhulpverlening hervat.

Bij besluit van 23 juni 2023 heeft dagelijks bestuur het door [appellant] tegen het besluit van 1 mei 2023 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 10 oktober 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

Voorafgaand aan de oorspronkelijke zittingsdatum van 29 april 2026 heeft [appellant] de leden van de zittingskamer gewraakt. Bij beslissing van 8 mei 2026 heeft de wrakingskamer dit verzoek afgewezen (ECLI:NL:RVS:2026:2656).

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 21 mei 2026, waar [appellant] is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Op 13 januari 2023 heeft [appellant] zich bij de Sociale Dienst Drechtsteden aangemeld om hulp te krijgen met zijn schulden. Hij is hierop toegelaten tot de schuldhulpverlening en er is een plan van aanpak opgesteld. Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur de schuldhulpverlening beëindigd omdat [appellant] onvoldoende meewerkt, zo zou hij de gevraagde stukken niet aanleveren. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt.

2.       Naar aanleiding van een gesprek tussen medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden en [appellant], heeft het dagelijks bestuur op 21 juni 2023 geconcludeerd dat het belang van [appellant] bij een oplossing voor zijn schuldenproblematiek dermate zwaar weegt dat het besluit van 1 mei 2023 moet worden ingetrokken. Omdat met het besluit van 21 juni 2023 de schuldhulpverlening is hervat, heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van [appellant] tegen het stopzetten niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van dit bezwaar.

De uitspraak van de rechtbank

3.       [appellant] heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Hierbij heeft hij volgens de uitspraak van de rechtbank vermeld dat hij in beroep kwam tegen een besluit van het dagelijks bestuur van 6 juli 2023 en daarbij heeft hij het besluit van 1 mei 2023 overgelegd. Omdat [appellant] niet heeft gereageerd op de schriftelijke vragen van de rechtbank, heeft de rechtbank het beroep aangemerkt als zijnde gericht tegen het besluit van 23 juni 2023. Omdat de schuldhulpverlening met het besluit van 21 juni 2023 weer is hervat, heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Het hoger beroep van [appellant]

4.       [appellant] betoogt allereerst dat de rechtbank hem ten onrechte niet heeft gehoord. Het dagelijks bestuur heeft volgens [appellant] geen bewijs overgelegd dat hij de uitnodiging voor de zitting heeft ontvangen. Hierbij wijst [appellant] erop dat hij een briefadres heeft en dat het voor hem onmogelijk is om een aangetekende brief te ontvangen. Daarnaast voert [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen procesbelang heeft. [appellant] wijst er allereerst op dat de schuldhulpverlening niet is hervat en dat het dagelijks bestuur de wettelijke kaders overtreedt. Ook stelt [appellant] schade te hebben geleden als gevolg van de onrechtmatige beëindiging van het schuldhulpverleningstraject en dat hij daarom belang heeft bij een rechtmatigheidsoordeel van de bestuursrechter.

Beoordeling van het hoger beroep

De uitnodiging voor de zitting bij de rechtbank

5.       Het versturen van de uitnodiging voor de zitting is de verantwoordelijkheid van de rechtbank, niet van de verwerende partij. Het is dus niet aan het dagelijks bestuur om in dit geval te bewijzen dat de uitnodiging voor de zitting [appellant] heeft bereikt. Uit de aangevallen uitspraak blijkt dat de rechtbank op 11 juni 2023 de uitnodiging voor de zitting per aangetekende post naar [appellant] heeft gestuurd. Deze brief is op 1 juli 2024 om 13:39 uur bij hem bezorgd. De Afdeling ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Er zijn dus geen redenen om aan te nemen dat [appellant] niet is uitgenodigd voor de zitting bij de rechtbank.

Het betoog slaagt niet.

Procesbelang

6.       Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

7.       Als een bestuursorgaan een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaart wegens het ontbreken van procesbelang, heeft een appellant in beginsel belang bij een inhoudelijk oordeel van de bestuursrechter of dat besluit juist is. Als de bestuursrechter tot het oordeel komt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, dan is het beroep ongegrond. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank ten onrechte het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken aan procesbelang. Het beroep van [appellant] is daarom gegrond en de uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd.

8.       Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Afdeling het beroep van [appellant] ongegrond verklaren. Het dagelijks bestuur heeft naar het oordeel van de Afdeling namelijk terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken aan procesbelang. Ook in wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen redenen om aan te nemen dat hij wel procesbelang heeft. Zij zal dit oordeel hierna toelichten.

8.1.    Met het intrekken van het besluit van 1 mei 2023 is de schuldhulpverlening in juridische zin hervat. Dat er op dit moment geen feitelijke handelingen worden uitgevoerd in het kader van het schuldhulpverleningstraject, zoals [appellant] op de zitting bij de Afdeling heeft gesteld, maakt dit niet anders. Het dagelijks bestuur heeft op de zitting bij de rechtbank bevestigd dat [appellant] is toegelaten tot de schuldhulpverlening en dat dit traject kan worden voortgezet als [appellant] dit wenst en bereid is de nodige medewerking te verlenen. De beëindiging van de schuldhulpverlening was ten tijde van de beslissing op bezwaar dus al ingetrokken en [appellant] kon op dat moment weer schuldhulpverlening krijgen. Dat betekent dat [appellant] geen belang meer had bij een beoordeling van zijn bezwaar.

8.2.    In hoger beroep betoogt [appellant] dat hij nog belang had bij een inhoudelijke beslissing op zijn bewaar, omdat hij als gevolg van het besluit van 1 mei 2023 schade heeft geleden. Een mogelijk recht op vergoeding van schade door het bestreden besluit levert belang op bij de uitkomst van een bezwaar of beroep tegen dat besluit. [appellant] heeft echter zowel bij de rechtbank als bij de Afdeling geen begin van bewijs geleverd dat hij als gevolg van het besluit schade heeft geleden. Onder die omstandigheden ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat [appellant] wel nog wel belang had bij een inhoudelijk beoordeling van zijn bezwaar.

Conclusie

9.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellant] tegen het besluit van 23 juni 2023 ingestelde beroep ongegrond verklaren.

10.     Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken. Het dagelijks bestuur moet aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht in hoger beroep vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024 in zaak nr. 23/4672;

III.      verklaart het beroep ongegrond;

IV.      gelast dat het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 279,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. P.H.A. Knol en mr. J.J.W.P. van Gastel, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.

w.g. Den Ouden
voorzitter

w.g. Rietveld
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026

1064


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon