Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.853
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500507/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten. [appellant] heeft - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van informatie over schades aan werfkelders in het centrum van Utrecht. De drie zaken gaan over rapportages van het bedrijf Crux en schademeldingen sinds 2010 (UTR 22/5930), inspectierapporten over gebreken en lekkages (UTR 23/49) en schetsen, tekeningen en plattegronden van werfkelders vanaf het jaar 2000 (UTR 23/89). Het college heeft de informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rechtbank heeft die besluiten in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3267
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500507/1/A3

202501930/1/A3

Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen auto’s aan de Jos van Aalderenlaan afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Hoogeveen. Bij brief van 16 maart 2023 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen auto’s die geparkeerd staan op het verharde deel van de groenstrook voor de oprit aan de [locatie 2] in Hoogeveen. Daarnaast heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen het door zijn buren met hoge snelheid rijden over het trottoir en het fietspad voor de oprit. Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens het college bestaat er in dit geval geen bestuursrechtelijke bevoegdheid om tegen de gestelde overtredingen op te treden. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3485
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501930/1/A3

202502256/1/A2.

Bij besluiten van 16 en 18 mei 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2011, 2013 en 2014 in het kader van de hersteloperatie toeslagen. [appellante] heeft in de jaren 2011, 2013 en 2014 gebruikgemaakt van een gastouderbureau voor kinderopvang. Zij heeft daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen. Die voorschotten zijn later deels teruggevorderd. In het kader van de zogenoemde integrale beoordeling op de voet van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) heeft de Dienst Toeslagen geconcludeerd dat [appellante] bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2011, 2013 en 2014 vooringenomen is behandeld. Volgens de Dienst Toeslagen heeft [appellante] echter geen recht op compensatie, omdat zij in die jaren evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. Uit een rapport van een arbeidsdeskundige van het UWV van 20 november 2006 volgt dat [appellante] toen 80-100% arbeidsongeschikt was en dat het volgen van een re-integratietraject niet aan de orde was, omdat zij daartoe niet in staat was. Niet gebleken is dat [appellante] daarna wel een re-integratietraject heeft gevolgd of inkomsten uit werk heeft gehad. Gelet op het destijds geldende artikel 1.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen had zij volgens de Dienst Toeslagen daarom geen recht op kinderopvangtoeslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3477
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502256/1/A2.

202502428/1/A3

Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [ouder] om de geslachtsnaam van het kind [kind] , kind van haar en [appellant] en geboren op [geboortedatum] 2009, te wijzigen in [naam 2], toegewezen. Op 18 augustus 2022 heeft [ouder] een verzoek ingediend voor de wijziging van de achternaam van het kind van [naam 1], de achternaam van de vader, naar [naam 2], de achternaam van de moeder. [ouder] heeft het eenhoofdig gezag over het kind en is de enige wettelijke vertegenwoordiger. Het kind heeft de instemmingsverklaring "Instemmingsverklaring kind 12 jaar en ouder" ondertekend. [appellant] heeft desgevraagd laten weten het hiermee niet eens te zijn. Het kind heeft in de verklaring van 8 februari 2023 aangegeven de reactie van de vader te hebben gelezen en bij het standpunt te blijven dat het zijn achternaam wil wijzigen. Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris dit verzoek toegewezen, omdat aan de voorwaarden voor wijziging van de achternaam uit artikel 3 van het Besluit geslachtsnaamwijziging is voldaan. Bij besluit van 6 september 2023 is de staatssecretaris bij de toewijzing gebleven. Bij Koninklijk Besluit van 21 november 2023 is de achternaam van het kind gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3764
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202502428/1/A3

202503153/1/R1

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw, in afwijking van de geldende bestemmingsplannen, van 37 nieuwbouwwoningen, inclusief parkeer- en perceelvoorzieningen in het kader van het project Weespersluis, deelplan 2B3-2 (E), op de locaties Fort Nieuwersluisstraat 35 tot en met 45 (oneven), Fort Veldhuissingel 72 tot en met 78 (even), Veldhuishof Noord 2 tot en met 22 (even) en Veldhuishof Zuid 1 tot en met 27 (oneven) in Weesp. De initiatiefnemer herontwikkelt een landbouwgebied tussen Weesp en Muiden in de Bloemendalerpolder tot een nieuwe woonwijk, genaamd "Weespersluis", met 2.750 woningen met bijbehorende commerciële en maatschappelijke voorzieningen, groen- en recreatiegebied en ontsluitingen. Het project is verdeeld in een aantal gebiedsdelen en fasen. Het voorliggende bouwplan heeft betrekking op deelplan 2B3-2 (E). Het gaat om 37 nieuwbouwwoningen. Stichting Flora & Faunabescherming komt op voor de natuurbelangen en kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank. Zij vreest als gevolg van het realiseren van het bouwplan aantasting van de natuur, de leefomgeving, het milieu en de landschappelijke waarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3505
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503153/1/R1

202504032/1/R3

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo geweigerd om aan Holland Steen een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van 22 short stay-appartementen in het kantoorgebouw aan het Stationsplein 20 in Almelo. Holland Steen is eigenaar van het kantoorgebouw. De studio’s hebben een oppervlakte van maximaal 20 m2, met een aantal grotere appartementen, voornamelijk bedoeld voor expats. Nadat medewerkers van de gemeente negatief hebben geadviseerd over dat bouwplan, heeft Holland Steen in juni 2023 tekeningen voor een gewijzigd bouwplan laten opstellen en ingediend bij het college. Dit gewijzigde bouwplan betreft het realiseren van elf appartementen met een oppervlakte van 43 tot 60 m2. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd. Het college wil niet meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan "Centrum", omdat het college aan het behoud van een kantoorfunctie in het gebouw de voorkeur geeft, en omdat niet is voldaan aan de voorwaarden over de gebruiksoppervlakte uit de Beleidsregels "Kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing, herbestemmen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en verkleining oppervlaktemaat voor woningen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3499
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504032/1/R3

202504238/1/R4

Bij besluit van 22 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 11 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een blauwe huisvuilzak die op 11 april 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: de container) ter hoogte van de [locatie], in Rotterdam. Het is niet in geschil dat [appellante] de huisvuilzak daar heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellante] vindt het echter niet terecht dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor haar rekening komen. Zij voert aan dat zij geen mogelijkheid had om de huisvuilzak op de juiste wijze aan te bieden, doordat de container te vol was. Volgens [appellante] komt het in haar buurt regelmatig voor dat inwoners s hun afval vanwege volle containers niet kwijt kunnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3500
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504238/1/R4

202504474/1/V6

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek) afgewezen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (artikel 1F) op [appellant] van toepassing is. Hieraan ligt ten grondslag dat [appellant] tussen 1981 en 1992 in hoge functies voor de Afghaanse veiligheidsdienst KhAD/WAD heeft gewerkt. Dit maakt dat er ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daarnaast heeft [appellant] een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verblijfsrecht een tijdelijk karakter heeft. Daarom bestaan er bedenkingen tegen zijn verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de RWN. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van [appellant] op het actualiteitsvereiste uit het arrest van het Hof van Justitie van 9 februari 2023, S, E en C, ECLI:EU:C:2023:77, niet slaagt, omdat de verlening van het Nederlanderschap niet onder de reikwijdte van het Unierecht valt, maar geregeld is in het nationale recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3481
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202504474/1/V6

202504955/1/A3

Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellant] om zijn burgerlijke staat in de Basisregistratie Personen (Brp) te wijzigen, afgewezen. [appellant] heeft op 26 juni 2024 het college verzocht om zijn burgerlijke staat in de Brp te wijzigen van alleenstaande naar weduwnaar. Hij stelt namelijk dat hij op 26 juli 2007 in Amsterdam een geregistreerd partnerschap is aangegaan met [overledene]. [overledene] is op [...] 2013 overleden. Bij dit verzoek heeft hij de volgende bewijsstukken overgelegd: Beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 6 september 2007 over zijn aanvraag verblijfsdocument; Zijn schriftelijke verklaring die hij van de Belastingdienst informatie heeft ontvangen dat [overledene] zijn toeslagenpartner is, omdat hij getrouwd of geregistreerde partners is. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen bewijsstukken zijn overgelegd als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet basisregistratie personen waaruit blijkt dat er sprake is geweest van een geregistreerd partnerschap. Bij besluit van 5 november 2024 heeft het college dat besluit gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3765
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202504955/1/A3

202506156/1/A2

Bij besluiten van 16 oktober 2024 en 14 januari 2025 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven respectievelijk aan [appellante] en haar dochter ieder een uitkering van € 2.500,00 toegekend. [appellante] heeft op 27 mei 2024 voor zichzelf en op 23 december 2024 voor haar dochter, geboren op [geboortedatum] 2022, een uitkering bij het Schadefonds aangevraagd, omdat zij vanaf maart 2023 tot en met begin 2024 slachtoffer is geworden van meerdere mishandelingen en bedreigingen met geweld door haar ex-partner en haar dochter hierbij steeds aanwezig was. Het Schadefonds heeft bij besluit van 16 oktober 2024 [appellante] aangemerkt als slachtoffer van stelselmatig huiselijk geweld en bij besluit van 14 januari 2025 haar dochter aangemerkt als slachtoffer van de waarneming hiervan. Beiden hebben daarom op grond van letselcategorie 2 een uitkering van € 2.500,00 gekregen vanwege psychisch letsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3475
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202506156/1/A2

202600564/2/A3

Deze uitspraak heeft betrekking op dertien hogerberoepszaken waarin [appellant] appellant is. Het gaat om uitspraken van de rechtbank Rotterdam in geschillen met verschillende bestuursorganen over diverse onderwerpen. Voor het verdere procesverloop in de zaken wordt verwezen naar de aangevallen uitspraken. Op 29 januari 2026 heeft de Afdeling een brief ontvangen waarin staat vermeld dat voor [appellant] hoger beroep wordt ingesteld tegen de genoemde rechtbankuitspraken. De brief sluit af met "De gemachtigde". Een naam en handtekening ontbreken. De Afdeling heeft in een brief van 30 januari 2026 gevraagd de naam van de indiener bekend te maken, onder verwijzing naar het vonnis in kort geding van 4 september 2025, zaak nr. C/01/414141/KG ZA 25-151 (ECLI:NL:RBOBR:2025:5569).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5720
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202600564/2/A3

202600852/1/A2

Bij beslissing van 28 november 2025 heeft de directeur onderwijs en student support aan [appellante] meegedeeld dat zij zal worden afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). [appellante] is een studente uit Irak. Sinds september 2023 volgt zij de masteropleiding Business Administration, die Saxion Hogeschool aanbiedt in samenwerking met Greenwich University. Omdat zij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel "studie" moet zij elk studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid (de Momi-norm). Deze norm bedraagt 50% van het in dat jaar te halen aantal studiepunten. Indien een student niet voldoet aan de Momi-norm, moet het college dit aan de IND melden, tenzij sprake is van persoonlijke omstandigheden als gevolg waarvan onvoldoende studievoortgang kon worden geboekt. Aan de beslissing van 28 november 2025 ligt ten grondslag dat [appellante] in het studiejaar 2024-2025 de Momi-norm niet heeft gehaald. [appellante] heeft hier geen verschoonbare reden voor. Dat zij in Irak door haar oma is opgevoed en na het overlijden van haar oma naar Nederland is gekomen om bij haar familieleden in Nederland te zijn, valt niet onder de bijzondere familieomstandigheden, zoals bedoeld in artikel 7.51 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (de Whw) en artikel 6.5 van de Gedragscode Internationale Student.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3482
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600852/1/A2

202600881/1/A2

Bij beslissing van 1 juli 2025 heeft de examencommissie van Scalda (de examencommissie) het cijfer voor het centraal examen Wiskunde B havo 2025, tweede tijdvak (het CE), vastgesteld. Dit is op 2 juli 2025 aan [appellant] bekendgemaakt. Bij beslissing van 7 juli 2025 heeft de examencommissie het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft de Commissie van Beroep voor de Examens van Scalda het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het schooljaar 2024-2025 een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Scalda gevolgd. Hij heeft op 19 juni 2025 het CE afgelegd. [appellant] komt op tegen de vaststelling van het cijfer voor het CE. De CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat de examencommissie bij de vaststelling van het cijfer van het CE niet in strijd met het recht heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3508
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600881/1/A2

202503690/1/V1

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.183,62. Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3442
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503690/1/V1

BRS.25.002660

Bij besluit van 3 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3412
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002660

BRS.25.002750

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3422
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002750

BRS.26.001501

Bij besluiten van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3260
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001501

BRS.26.002049

Bij besluit van 26 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3417
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002049

BRS.26.002578

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3415
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002578

BRS.26.002597

Bij besluit van 4 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3421
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002597

BRS.26.002683

Bij besluit van 10 april 2026 heeft de minister vanAsiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3429
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002683

BRS.26.002857

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3414
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002857

BRS.26.002925

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3462
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002925

202304224/6/A2

Bij brief van 4 juni 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. E.J. Daalder als lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, belast met de behandeling van de zaak nr. 202304224/5/A2. [verzoeker] heeft in zijn verzoek geen gronden vermeld, waarom de staatsraad volgens hem de indruk heeft gewekt vooringenomen of partijdig te zijn. Hij heeft verzocht om een termijn van zes maanden voor het indienen van de gronden. Het verzoek om wraking is dus niet gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3469
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304224/6/A2

202407299/1/V1.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3436
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407299/1/V1.

202504654/2/R3

Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Ommen het bestemmingsplan "Wonen Ommen, herziening [perceel]" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om het bestaande 110/10 kV-transformatorstation aan [perceel] uit te breiden. Dit transformatorstation is in beheer bij Enexis Netbeheerder B.V. Het transformatorstation moet worden uitgebreid om de huidige en toekomstige energievoorziening te kunnen garanderen en het toenemend aantal duurzame energieprojecten nu en in de toekomst aan te kunnen sluiten op het energienet. De uitbreiding is voorzien buiten de grenzen van het bestaande transformatorstation, direct ten noorden daarvan, op gronden die onder het vorige bestemmingsplan een groenbestemming hadden. Op het uitbreidingsperceel zijn twee modulaire gebouwen met daarin een middenspanningsinstallatie voorzien. In het kader van de uitbreiding wordt binnen het al aanwezige transformatorstation voorzien in de vervanging van drie bestaande 20, 20 en 16,5 MVA-transformatoren door drie nieuwe transformatoren van elk 50 MVA. [verzoekers] wonen in de omgeving van het transformatorstation en zijn het niet eens met de uitbreiding daarvan. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3423
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202504654/2/R3

202505249/1/V2.

Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3435
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505249/1/V2.

202505250/1/V2.

Bij besluit van 23 april 2025, aangevuld bij besluit van 29 april 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3434
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505250/1/V2.

202505648/2/R3

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan Over Vastgoed Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een supermarkt met daarboven 20 appartementen op het perceel [locatie] in Ter Apel. Over Vastgoed Ontwikkeling B.V. is eigenaar van het perceel. Met de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan "Ter Apel Dorp". Door deze nieuwe ontwikkeling neemt op zichzelf beschouwd de parkeerbehoefte toe. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie] in Ter Apel, waar nu een PLUS supermarkt is gevestigd. Dit perceel ligt ten zuiden van het perceel waarop het bouwplan betrekking heeft. Daar tussenin ligt op het Molenplein een parkeerterrein dat mede in gebruik is bij bezoekers van de PLUS supermarkt. [verzoeker] vreest dat de parkeersituatie op het Molenplein verslechtert als gevolg van de verlening van de omgevingsvergunning en heeft daarom beroep ingesteld tegen het besluit van 5 maart 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3420
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505648/2/R3

202600049/2/R3

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de raad van de gemeente Twenterand het bestemmingsplan "Vriezenveen Woongebied en Bedrijven PH Wilhelminastraat M656 en M657" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een twee-onder-een-kapwoning met een bouwhoogte van maximaal 9,5 m en een goothoogte van 6 m op het perceel M657 aan de Wilhelminastraat in Vriezenveen mogelijk. [partij] is de initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie] in Vriezenveen. Hun achtertuin is gericht naar het plangebied. Zij komen op tegen het bestemmingsplan vanwege de gevolgen van de twee-onder-een-kapwoning voor hun woonsituatie. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3424
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202600049/2/R3

BRS.24.000477

Bij mondelinge uitspraak van 3 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3392
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000477

BRS.26.001357

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3409
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001357

BRS.26.002100

Bij besluit van 5 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3402
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002100

BRS.26.002216

Bij besluit van 31 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3401
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002216

BRS.26.002624

Bij besluit van 11 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migrtie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3400
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002624

BRS.26.002653

Bij besluiten van 26 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3391
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002653

BRS.26.002670

Bij besluit van 3 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3410
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002670

BRS.26.002877

Bij besluiten van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3432
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002877

202501498/1/V1

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3425
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501498/1/V1

202600984/2/R4

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de raad van de gemeente Barneveld het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22I Diverse locaties LBV+I als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld (het wijzigingsbesluit) gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsbesluit ziet op de locaties [locatie 1] in Barneveld en de [locatie 2] in Stroe. Het verzoek om voorlopige voorziening ziet uitsluitend op de locatie [locatie 1]. Het wijzigingsbesluit houdt in zoverre in dat er een functieverandering plaatsvindt van agrarisch bedrijf naar meerdere woonfuncties. De aanwezige bedrijfswoning wordt een reguliere woning, waarbij een agrarische nevenactiviteit wordt toegestaan. [Verzoeker A] woont aan de [locatie 3] en [verzoeker B] woont aan de [locatie 4], alwaar ook [verzoekster] gevestigd is. Het verzoek strekt tot schorsing van het wijzigingsbesluit voor zover betrekking hebbend op de locatie [locatie 1] in Barneveld. Verzoekers stellen dat zij spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening. Zij voeren hiertoe aan dat rechtstreekse en onomkeerbare schade ontstaat door inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3407
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202600984/2/R4

BRS.25.001087

Bij besluiten van 19 mei 2023 en 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 (artikel 9-document), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3317
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001087

BRS.26.000509

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3385
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000509

BRS.26.001164

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratiebetrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3387
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001164

BRS.26.002097

Bij besluit van 30 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3388
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002097

BRS.26.002428

Bij besluit van 29 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3379
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002428

BRS.26.002518

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij binnen vier weken de Europese Unie moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3321
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002518

BRS.26.002866

Bij besluit van 13 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3413
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002866

BRS.26.002898

Bij besluit van 5 november 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3418
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002898

202601264/3/R1

Bij besluit van 17 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert het verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het parkeerterrein aan de Parallelweg in Weert als tijdelijk busstation afgewezen. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Weert. Tegenover zijn woning ligt aan de andere zijde van de Parallelweg een parkeerterrein. De gronden van het parkeerterrein liggen in het plangebied van de bestemmingsplannen "Woongebieden 2019" en "Binnenstad 2017". In beide bestemmingsplannen is aan de gronden van het parkeerterrein een verkeersbestemming toegekend. In het verzoek om handhaving waarmee deze procedure begonnen is, stelt [verzoeker] dat de NS sinds enige jaren het parkeerterrein inricht als een tijdelijk busstation als er door werkzaamheden aan het spoor geen personenvervoer per trein door Weert mogelijk is. Volgens [verzoeker] ondervindt hij ernstige milieuhinder om zijn woning door dit gebruik, met name geluidhinder en een afname van de luchtkwaliteit door fijnstof afkomstig van de dieselmotoren van de bussen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3389
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601264/3/R1

202601389/2/A3

Bij besluit van 8 december 2023 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van [wederpartij] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) deels toegewezen. [wederpartij] heeft de minister op 29 augustus 2023 verzocht om informatie openbaar te maken op grond van de Woo. Het verzoek gaat over alle documenten die betrekking hebben op het onderzoek dat door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is uitgevoerd naar een incident op een varkensbedrijf op of nabij 24 augustus 2021 waar veel varkens bij zijn omgekomen. Het Openbaar Ministerie heeft een zienswijze gegeven over de voorgenomen openbaarmaking door de minister. De minister heeft besloten om de gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3319
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202601389/2/A3

202601475/2/A3

Bij besluit van 9 december 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek van elf gemeenten ingewilligd en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee op grond van artikel 99 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) de aanwijzing gegeven binnen twee maanden een gemeenschappelijke regeling te treffen. Alle twaalf in het procesverloop genoemde gemeenten werkten sinds 2015 in het kader van de regionale volkshuisvesting samen in het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam. Een aantal jaar geleden heeft de gemeente Ridderkerk geconstateerd dat de samenwerking leidde (en nog altijd leidt) tot een disproportionele druk op de (sociale) woningmarkt in haar gemeente. Zij is voornemens om een eigen, lokaal woonruimtebemiddelingssysteem te gaan gebruiken, om de positie van de Ridderkerkse woningzoekenden te versterken. Het gemeentebestuur heeft daarom in 2025 geweigerd een nieuwe bestuursovereenkomst voor het samenwerkingsverband te ondertekenen en het is ook niet overgegaan tot vaststelling van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3320
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202601475/2/A3

BRS.25.000156

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3293
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000156

BRS.25.001230

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3313
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001230

BRS.26.001432

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3308
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001432

BRS.26.001683

Bij besluit van 29 december 2025 heeft het COA de vreemdeling overgeplaatst naar een Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3285
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001683

BRS.26.002342

Bij besluiten van 19 mei 2023 en 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 (artikel 9-document), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3314
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002342

BRS.26.002390

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3251
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002390

BRS.26.002575

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3309
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002575

BRS.26.002654

Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3380
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002654

BRS.26.002662

Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van asiel en migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3316
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002662

202600920/2/A2

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen de aanvraag van [verzoekster] om een urgentieverklaring afgewezen. [verzoekster] woont samen met haar vier minderjarige kinderen in een appartement in Vlaardingen. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd wegens geweld en bedreiging. [verzoekster] heeft aangegeven dat zij wegens psychisch geweld is gevlucht voor haar vader. Haar vader is volgens [verzoekster] nog steeds naar haar op zoek en is in de buurt van haar woning gezien. Zij voelt zich hierdoor niet meer veilig. Daarnaast wijst [verzoekster] erop dat de huidige woning te klein is voor het gezin en dat er sprake is van lichamelijke en psychische klachten die samenhangen met haar woonsituatie. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag mocht afwijzen omdat [verzoekster] niet voldoet aan de voorwaarden die in artikel 3.4.6 van de verordening worden genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3299
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600920/2/A2

BRS.26.001004

Bij besluit van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3275
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001004

BRS.26.001777

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3290
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001777

BRS.26.002194

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3298
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002194

BRS.26.002205

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3288
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002205

BRS.26.002404

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3278
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002404

BRS.26.002532

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3296
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002532

BRS.26.002633

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3297
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002633

BRS.26.002682

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3273
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002682

202203584/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2149, heeft de Afdeling de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 27 augustus 2021 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellante] zo anders is dan de situatie die naar voren komt in de verklaring van haar toenmalige zwager.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3326
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203584/3/A3

202300780/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2148, heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 16 mei 2022 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellant] zo anders is dan de situatie die naar voren komt in de verklaring van zijn toenmalige zwager. Daarmee is ook niet voldoende gemotiveerd dat hieruit volgt dat er gezien het samenstel van omstandigheden onvoldoende waarborgen zijn dat [appellant] onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen vanwege het risico van ongewenste beïnvloeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3329
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300780/3/A3

202300902/1/R4

In het besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de verdieping gelegen op het [perceel] in Blaricum. Het college heeft op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Kom Beschermd Dorpsgezicht" bouwen van een aan- en opbouw aan de achterzijde van de woning aan het [perceel] in Blaricum. [wederpartij] was tot aan zijn overlijden eigenaar van de naastgelegen woning aan de [locatie 1] in Blaricum. [wederpartij] was het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een zeer onredelijke of ongewenste situatie als bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregels Planologische Afwijking Blaricum 2011 (beleidsregels), zodat geen vergunning kon worden verleend met de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3358
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300902/1/R4

202301184/1/A3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten de aanvraag van [appellante] van een omgevingsvergunning afgewezen. [appellante] heeft op 13 november 2020 een vergunning aangevraagd op grond van de destijds geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk, het verrichten van werk of werkzaamheden, het handelen in strijd met het bestemmingsplan en het veranderen van een inrichting en handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart als bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies gevraagd. Het LBB heeft een advies uitgebracht op 31 januari 2022. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond). De rechtbank is het college hierin gevolgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3347
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202301184/1/A3

202303496/1/R4

Bij besluiten van 13 augustus 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg, voor zover van belang, aan [appellant A] als drijver van de inrichtingen aan de [locatie 1] in Brunssum en de [locatie 2] in Roermond (de inrichtingen), onder aanzegging van kostenverhaal een aantal lasten onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft deze besluiten ook aan [appellant B] als eigenaar van de inrichtingen bekend gemaakt. De inrichtingen worden gedreven door [appellant A] op grond van omgevingsvergunningen die bij besluiten van 27 mei 2008 aan een andere drijfster zijn verleend (de vergunningen). [appellant B] is eigenaar van de inrichtingen. In de inrichtingen vindt onder andere opslag plaats van PMD-afval. Dit afval behoort tot de categorie gemengde verpakkingen die in de Europese afvalstoffenlijst (Eural) wordt aangeduid met Euralcode 15 01 06. Volgens het college is binnen de inrichtingen alleen de acceptatie en opslag van niet-geuremitterende afvalstoffen met Euralcode 15 01 06 vergund.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3331
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303496/1/R4

202304239/1/R3

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens gelast de op kadastraal perceel 112, sectie E, aan de Laan van Heemstede in Puttershoek (het perceel) geplante bomen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel nr. 112, sectie E aan de Laan van Heemstede in Puttershoek. Dit perceel wordt gebruikt door [partij C] en [partij D]. Zij hebben op het perceel 17 bomen geplant. [partijen] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het planten van deze bomen, omdat volgens hen de bomen afbreuk doen aan het open polderlandschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3335
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304239/1/R3

202304430/1/A3

Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht een verzoek van [naam A] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen en haar persoonsgegevens ambtshalve gewijzigd. [appellante] stond ingeschreven in de brp als [naam A], geboren op [geboortedatum A] 1985 in Sihai, China, op basis van een verklaring die zij onder ede heeft afgelegd. Zij heeft het college op 22 mei 2021 verzocht haar persoonsgegevens in de brp te wijzen naar [naam B], geboren op [geboortedatum B] 1979 in Fuzhou, China.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3337
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202304430/1/A3

202304583/1/R1

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Ruimer Leven B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het herstellen van de fundering, het intern verbouwen en het maken van een uitbouw aan de achterzijde van het pand op de begane grond, het maken van een kelder onder het gebouw en de uitbouw en het maken van een koekoek aan de voor- en achterzijde op het adres [locatie] in Amsterdam. Het bouwplan voorziet onder meer in de bouw van een kelder onder de woning op het perceel. Op de kelder zal aan de achterkant op de begane grond een uitbouw met een diepte van 2,5 m worden gebouwd. Het bouwplan is op meerdere onderdelen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Stadion- en Beethovenbuurt 2012". In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vergunde uitbouw aan de achterzijde van de woning op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3334
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304583/1/R1

202304866/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2147, heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 19 januari 2022 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellant] zo anders is dan de situaties die naar voren komen in de overgelegde verklaringen van de zus, de ex-zwager van [partij B] en een luitenant-kolonel buiten dienst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3328
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304866/3/A3

202305128/3/R2

Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4756 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Heeze-Leende opgedragen om: - binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat is overwogen onder 11, de daar omschreven gebreken in het besluit van 22 mei 2023 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Langstraat 15a, 17 en 17a Leende" te herstellen, en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij het herstelbesluit een nieuw gewijzigd bestemmingsplan vastgesteld. De raad heeft enkele planregels aangepast, de verbeelding gewijzigd en de plantoelichting aangevuld. Het herstelbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onderdeel van dit geding. De beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] zijn van rechtswege mede gericht tegen het herstelbesluit. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] hebben zienswijzen over het herstelbesluit naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3359
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305128/3/R2

202305179/2/R2

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:786 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het onder 11.7 omschreven gebrek in het besluit van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "’t Hout - De Hoefkens" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.7 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of ter plaatse van de woningen in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd zonder dat [appellante] onevenredig wordt beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Gelet op wat de Afdeling in overweging 11.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad het geconstateerde gebrek zou kunnen herstellen door bijvoorbeeld op basis van een akoestisch onderzoek alsnog deugdelijk te motiveren dat [appellante] niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt door de woningbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3345
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305179/2/R2

202306156/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellant A] en [appellant B] niet versterkt hoeft te worden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de vrijstaande woning met schuur aan de [locatie] in [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant A] en [appellant B] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3351
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202306156/1/A2

202306245/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om tien geconstateerde overtredingen op het perceel [adres] in Bunde te beëindigen. Daarbij heeft het college vermeld dat, als [appellant] de last niet tijdig uitvoert, het college de last zal uitvoeren en de kosten daarvan op hem zal verhalen. appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] in Bunde. Dit pand is een gemeentelijk monument. Naar aanleiding van de bevindingen van een toezichthouder van de gemeente bij een inspectie van de woning op 10 maart 2021 heeft het college op 16 maart 2021 aan [appellant] laten weten dat het van plan is om handhavend op te treden vanwege achterstallig onderhoud aan het pand. Op 3 september 2021 heeft een controlebezoek plaatsgevonden waarbij de toezichthouder van de gemeente, de politie Eenheid Limburg, de GGD, Bureau Trajekt en een door de gemeente ingeschakelde constructeur de woning zijn binnengetreden. Naast de constatering dat [appellant] geen werkzaamheden aan het dak had verricht, is bij de controle gebleken dat over de oppervlakte van de gehele woning veel spullen waren opgeslagen en de woning ernstig was vervuild door onder meer dierenuitwerpselen. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een inspectierapport van 7 september 2021, voorzien van fotomateriaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3352
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306245/1/R1

202306460/1/R2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het exploitatieplan "Haven VIII Oost afronding" vastgesteld. Het exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "BP Haven 8 Oost-afronding", dat ook is vastgesteld bij besluit van 22 juni 2023. Het bestemmingsplan maakt bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding planologisch mogelijk. De raad heeft het exploitatieplan vastgesteld om de noodzakelijke juridische basis te leggen voor het kostenverhaal. Daarnaast wil de raad met het exploitatieplan het tijdvak en de fasering bepalen en eisen en regels stellen. [appellante] is eigenaar van een perceel in het exploitatieplangebied. [appellante] betoogt dat een zonnepark een bouwwerk van algemeen nut is in de zin van artikel 4.1, aanhef en onder g van de planregels van het bestemmingsplan en dat de raad daarom rekening had moeten houden met de opbrengsten uit een zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3353
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306460/1/R2

202307079/2/R2

Bij tussenuitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3382, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft in het kader van de Dienstenrichtlijn een onderzoek laten uitvoeren naar de geschiktheid en evenredigheid van artikel 10.1 van de planregels. De resultaten zijn neergelegd in de Deskundigennotitie [locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3] Helmond van 15 oktober 2025 van Ginder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3330
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307079/2/R2

202307942/1/R4

Bij besluit van 26 oktober 2020 hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellant A] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2017 vastgesteld op € 15.531,20. [appellant A] en anderen exploiteren een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellant A] en anderen drijven daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3344
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202307942/1/R4

202402010/1/A3

Bij besluit van 28 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats], Irak. Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem afgelegde verklaring onder ede bij zijn vestiging in Nederland op 18 augustus 2004. [appellant] heeft op 11 januari 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp naar [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1983 in [plaats], Irak. Ook heeft [appellant] verzocht om wijziging van de gegevens van zijn vader en moeder en opneming van gegevens van zijn partner. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] overgelegde documenten brondocumenten zijn. [appellant] heeft alleen geen consistente verklaringen afgelegd over hoe hij de documenten in Irak heeft verkregen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de openbare orde zich verzet tegen het verwerken van de door hem gewenste gegevens in de brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3364
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402010/1/A3

202402256/1/R4

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellante] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 16.124,75. [appellante] exploiteert een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellante] drijft daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3343
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202402256/1/R4

202402447/1/R3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente het wijzigingsplan "Buitengebied Hof van Twente, wijziging Zomerweg 3 Ambt Delden" (het wijzigingsplan) vastgesteld. Het perceel aan de Zomerweg 3 in Ambt Delden had in het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (het bestemmingsplan) de bestemming "Agrarisch" met een agrarisch bouwvlak en de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied". Deze aanduiding maakte een intensieve veehouderij mogelijk. De agrarische activiteiten zijn ter plaatse beëindigd. Het college heeft op verzoek van de initiatiefnemer gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020" en het wijzigingsplan vastgesteld. De initiatiefnemer is voornemens om een groepsaccommodatie te realiseren. [appellanten] wonen aan de [locatie B] in Ambt Delden en zijn het niet eens met het wijzigingsplan omdat zij vrezen voor geluidsoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3365
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202402447/1/R3

202403109/1/R3

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee het bestemmingsplan "Veegplan 2022" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt de geldende bestemming op delen van de percelen Kelderweg 17 en 18 in Ouddorp gewijzigd van "Tuin" naar "Natuur - 1" ter bescherming van de ter plaatse aanwezige bomen. [appellant] woont aan de [locatie A] en is het niet eens met het plan. Omdat de bomen een beschermde status krijgen, vreest hij voor beperkingen van de onderhoudsmogelijkheden. In het geval van de aan zijn perceel grenzende boom zal dit leiden tot nog meer overlast bij zijn woning en voor de tegenover zijn perceel staande bomen tot gevaar voor de omgeving. [appellant] betoogt dat het toekennen van een beschermde planologische status aan de aanwezige bomen niet noodzakelijk is. Hij voert aan dat de rij lindenbomen op het perceel aan de Kelderweg 18 reeds is opgenomen op de Bomenlijst Goeree-Overflakkee (de Bomenlijst) en dat die bomen daarmee al een beschermde status hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3366
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202403109/1/R3

202403136/1/R3

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad geweigerd het bestemmingsplan "[locatie] te [plaats]" vast te stellen. Het plangebied is gelegen aan [locatie] in [plaats] en ligt in het buitengebied op ongeveer 80 m van het stedelijk gebied van [woonplaats]. Momenteel geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Drenthe", zoals gewijzigd door het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied Midden-Drenthe 2022". Het grootste gedeelte van de gronden heeft de bestemmingen "Bedrijf -Openbaar Nut" en "Waarde - Archeologie 2" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - rioolwaterzuiveringsinstallatie". Een strook grond aan de westkant van het perceel is bestemd voor "Agrarisch met waarden - 2" en "Waarde -Archeologie 2". Deze bestemmingen staan geen woningbouw toe. [appellant 1] en anderen zijn de initiatiefnemers van het plan en zijn voornemens om het perceel te herontwikkelen door de voormalige rioolwaterzuivering te vervangen door woningen. Het plan voorziet daarom onder andere in de toekenning van een woonbestemming aan een gedeelte van het perceel om twee vrijstaande woningen te kunnen realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3354
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202403136/1/R3

202403464/1/R2

Het bestemmingsplan ‘Ontplofbare Oorlogsresten’ van de gemeenteraad van Altena blijft in stand. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de bezwaren van een inwoner van de gemeente ongegrond verklaard. Daarmee is het bestemmingsplan definitief geworden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in het Land van Heusden en Altena veel gevochten. Een deel van de munitie bleef in de bodem achter. Met het bestemmingsplan wil de gemeente de veiligheid vergroten en risico’s met ontplofbare oorlogsresten verminderen. Voordat dit plan werd vastgesteld, heeft de gemeente een onderzoek gedaan. Op een risicokaart zijn gebieden aangegeven waar mogelijk oorlogsresten in de grond zouden kunnen zitten. In het plan staan regels voor graafwerkzaamheden op en rond deze risicogebieden. Voor graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter is een vergunning nodig. Gaat het om een risicogebied, dan wordt er een extra onderzoek naar explosieven uitgevoerd. De bezwaarmaker is eigenaar van een perceel in het gebied. Hij vindt het besluit van de gemeente overdreven, vanuit veiligheidsperspectief onnodig en te belastend voor bouwplannen vanwege bureaucratie en hogere kosten. Maar naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad met het bestemmingsplan een evenwichtige afweging gemaakt en dit goed gemotiveerd. In de gemeente Altena worden nog regelmatig ontplofbare oorlogsresten aangetroffen. De gemeenteraad heeft het risico op ontplofbare oorlogsresten zo groot mogen vinden dat hij zich op het standpunt mocht stellen dat inwoners van de gemeente moeten worden beschermd tegen dit risico. Verder heeft de gemeenteraad een proportionele afweging gemaakt van de risico’s door niet het hele grondgebied van de gemeente aan te wijzen, maar alleen de gebieden die na het historisch bronnenonderzoek als verdacht zijn aangemerkt, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. De bezwaarmaker wijst er terecht op dat het bestemmingsplan extra regels, moeite en kosten met zich brengt, maar de gemeenteraad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak op het standpunt mogen stellen dat deze kosten niet buitensporig zijn, vergeleken met kosten die over het algemeen zijn gemoeid met ruimtelijke ingrepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3327
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403464/1/R2

202403583/1/R1

Bij besluit van 16 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van het gebouw op het [perceel] te Amsterdam (het perceel). [appellant] is eigenaar van het gebouw op het perceel dat hij gebruikt als woning. Het gebouw ligt aan de achterzijde van het historische grachtenpand "De Dolphijn", dat ligt aan [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam. Het gebouw van [appellant] bestaat uit twee te onderscheiden delen: een hoger deel en een daaraan grenzend lager deel. Dat lagere deel wordt door [appellant] aangeduid als keukenaanbouw en door het college als zijaanbouw (hierna: de zijaanbouw). Beide delen van het gebouw bestaan uit een kelderverdieping en een daarboven gelegen verdieping. De zijaanbouw ligt op minder dan 6 meter van de achtergevel van het grachtenpand "De Dolphijn".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3325
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403583/1/R1

202404770/1/R3

Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Ring 18a Simonshaven" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 44 woningen mogelijk op gronden gelegen aan de Ring 18a in Simonshaven. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Simonshaven" had een gedeelte van de gronden de bestemming "Agrarisch met waarden - Weidevogelgebied" en een gedeelte van de gronden de bestemming "Bedrijf". De gronden aan de zuidwestzijde van het plangebied hadden de bestemming "Sport". [appellant A] en anderen wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Simonshaven. Hun percelen grenzen aan het plangebied. Zij komen op tegen de vaststelling van het plan omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en omdat zij investeringen hebben gedaan in en rondom hun woningen in de veronderstelling dat het vrije uitzicht behouden zou blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3348
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404770/1/R3

202405070/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een baan voor het trainen van paarden op het [perceel], ter hoogte van het perceel achter [locatie] in Haelen. [appellante] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Het gaat om de aanleg van een baan voor het trainen van paarden op het perceel. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Aan deze weigering heeft het college ten grondslag gelegd dat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden volgens het college de aanwezige waarden (ernstig) aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3341
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405070/1/R1

202405094/1/R3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Hoofdstraat 212 Epe" vastgesteld. Woonstichting Triada wil aan de Hoofdstraat 212 in Epe een appartementengebouw met 32 sociale huurwoningen realiseren. Het bestemmingsplan maakt dit mogelijk. Het plangebied ligt in de zuidoostelijke hoek van nieuwbouwwijk Klaarbeek. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] wonen eveneens in deze nieuwbouwwijk aan de rand van het plangebied. Zij vrezen vooral voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat er bij de totstandkoming van het bestemmingsplan onvoldoende mogelijkheden zijn geweest voor inspraak en participatie en dat onvoldoende naar hen is geluisterd. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat het plan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening omdat de toegestane bouwhoogtes niet in de omgeving passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3355
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405094/1/R3

202406191/1/A3

Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de burgemeester Sax te kennen gegeven haar aanvraag om een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning niet in behandeling te nemen. Sax heeft op 4 augustus 2022 een aanvraag gedaan voor een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning voor een café aan [adres] in Rotterdam. De politie heeft geadviseerd de vergunningen te verlenen omdat er geen aanleiding is negatief te adviseren over de beheerders en leidinggevenden. De politie adviseerde wel een onderzoek uit te voeren op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) vanwege de geldstromen en het hoge bedrag dat gemoeid is met de overname van de horeca-inrichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3346
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202406191/1/A3

202406364/1/R1

De gemeenteraad van Roerdalen mocht weigeren om mee te werken aan de komst van een stiltecentrum voor vrouwen aan de Paarloweg in Sint Odiliënberg. Stichting Maharishi Vedic University (MVU) wil op voormalige agrarische gronden aan de Paarloweg een stiltecentrum voor vrouwen bouwen. Het bestaande bestemmingsplan stond dat niet toe en dus verzocht MVU de gemeente om een nieuw bestemmingsplan, 'Paarloweg 3, Sint Odiliënberg', vast te stellen dat het Women's International Center of Inner Happiness mogelijk zou maken. De gemeenteraad weigerde dat en de stichting kwam tegen de weigering in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die oordeelt in de uitspraak van vandaag dat het stiltecentrum op deze locatie in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling bestuursrechtspraak is het eens met de gemeenteraad dat het stiltecentrum in aard en omvang niet passend is op de locatie aan de Paarloweg en dat er andere locaties denkbaar zijn waar het stiltecentrum kan worden gebouwd, bijvoorbeeld op het terrein van de zusterorganisatie Maharishi European Research University. De gemeenteraad had dus goede redenen om niet mee te werken aan de vaststelling van het bestemmingsplan voor het stiltecentrum, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3357
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202406364/1/R1

202407154/1/R1

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college aan [vergunninghouders] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van de agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning op [locatie] in Assendelft. De Taurushoeve exploiteert een melkveehouderij aan de Akere 7 in Assendelft. Het bestaande bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij dit bedrijf horen twee bedrijfswoningen. De verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op de tweede (voormalige) bedrijfswoning, gelegen aan de [locatie], waarvan [vergunninghouders] eigenaar zijn en die in planologisch opzicht deel uitmaakt van de melkveehouderij. De Taurushoeve vreest in haar uitbreidingsmogelijkheden te worden beperkt als gevolg van de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van deze bedrijfswoning als plattelandswoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3356
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202407154/1/R1

202407386/1/R2

Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan "Rubenslaan 1, Budel" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementencomplex mogelijk op de gronden aan de Rubenslaan 1 in Budel. Het complex bestaat uit 3 bouwlagen voor in totaal 12 appartementen (sociale huurwoningen), bedoeld voor starters en senioren. De woningbouwcorporatie Stichting WoCom is initiatiefnemer van deze ontwikkeling en zal de woningen gaan verhuren. [appellant] woont direct ten westen van het plangebied op de gronden aan de Cranendoncklaan 62 in Budel. Hij vreest onder meer voor een "parkeerstraat" en voor aantasting van zijn privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3363
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407386/1/R2

202407682/1/A3

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de burgemeester van Landgraaf besloten dat een schuur aan de [locatie] in Landgraaf op 6 juni 2024 voor zes maanden wordt gesloten. [appellant] is eigenaar van de schuur en de bijbehorende erven gelegen aan de [locatie] in Landgraaf. Naar aanleiding van een positieve netwerkmeting en een afstandsberekening door Enexis B.V. is de politie op 18 april 2024 de schuur binnengetreden. In een deel van de schuur werden 500 hennepplanten en verschillende materialen voor de kweek van hennep aangetroffen. De bevindingen van de politie zijn neergelegd in twee processen-verbaal van bevindingen van 18 april 2024 en een bestuurlijke rapportage van 23 april 2024. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat de politie heeft geconstateerd dat sprake is van een in werking zijnde hennepkwekerij en dat omstandigheden zijn aangetroffen die wijzen op een of meerdere oogsten. Volgens de burgemeester gaat het om een ernstige overtreding van de Opiumwet, omdat de hoeveelheid hennepplanten die in de schuur is aangetroffen de toegestane gebruikershoeveelheid van vijf hennepplanten ruimschoots overschrijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3368
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407682/1/A3
vorige pagina1...192021...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon