Uitspraak 202501930/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3485
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen auto’s aan de Jos van Aalderenlaan afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Hoogeveen. Bij brief van 16 maart 2023 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen auto’s die geparkeerd staan op het verharde deel van de groenstrook voor de oprit aan de [locatie 2] in Hoogeveen. Daarnaast heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen het door zijn buren met hoge snelheid rijden over het trottoir en het fietspad voor de oprit. Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens het college bestaat er in dit geval geen bestuursrechtelijke bevoegdheid om tegen de gestelde overtredingen op te treden. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.
- Hoger beroep
- Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
- Wegenverkeerswet
Toon inhoud
202501930/1/A3.
Datum uitspraak: 17 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Hoogeveen,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 27 februari 2025 in zaak nr. 23/5176 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen.
Procesverloop
Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen auto’s aan de Jos van Aalderenlaan afgewezen.
Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 27 februari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:838, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om dwangsommen afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 mei 2026, waar [appellant], vergezeld door [persoon], en het college, vertegenwoordigd door M.L. Ruessink, zijn verschenen.
Overwegingen
Wettelijk kader
1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.
Inleiding
2. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Hoogeveen. Bij brief van 16 maart 2023 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen auto’s die geparkeerd staan op het verharde deel van de groenstrook voor de oprit aan de [locatie 2] in Hoogeveen. Daarnaast heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen het door zijn buren met hoge snelheid rijden over het trottoir en het fietspad voor de oprit. Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens het college bestaat er in dit geval geen bestuursrechtelijke bevoegdheid om tegen de gestelde overtredingen op te treden. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.
Hoger beroep
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zijn handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen. Volgens [appellant] heeft het college, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, wel een bevoegdheid om handhavend op te treden. Daarbij wijst [appellant] op artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994). Over het trottoir en het fietspad rijden is namelijk een verkeersovertreding, net als parkeren voor een oprit. Dat staat in de artikelen 10 en 24, eerste lid, aanhef en onder b, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Die overtredingen leiden volgens [appellant] tot gevaarlijke situaties, waardoor het noodzakelijk is dat het college de auto’s verwijdert.
Beoordeling van het hoger beroep
4. Artikel 170 van de Wvw 1994 biedt geen bevoegdheid om handhavend op te treden tegen auto’s die rijden over het trottoir en het fietspad en daarmee verkeersregels overtreden, omdat dat artikel bedoeld is voor het verwijderen van stilstaande voertuigen. Het college gaat verder niet over de strafrechtelijke handhaving van verkeersovertredingen.
4.1. Over de bevoegdheid om handhavend op te treden tegen het parkeren voor een oprit oordeelt de Afdeling als volgt. Het college is alleen bevoegd om met toepassing van artikel 170 van de Wegenverkeerswet een auto weg te laten slepen als dit, voor zover relevant, voor de veiligheid op de weg noodzakelijk is. [appellant] heeft met de door hem overgelegde foto’s en het gestelde ter zitting niet aannemelijk gemaakt dat wanneer zijn buren een auto parkeren op het verharde deel van de groenstrook voor hun oprit de veiligheid op de weg zodanig in het geding komt dat het noodzakelijk is om het voertuig te verwijderen. Artikel 170 van de Wvw 1994 geeft het college in dit geval dus geen bevoegdheid om handhavend op te treden.
4.2. De rechtbank heeft verder terecht geoordeeld dat artikel 19 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2007 van Hoogeveen ook geen grondslag biedt voor de bevoegdheid om handhavend op te treden, alleen al omdat van een belemmering van het uitzicht van het wegverkeer onvoldoende is gebleken.
4.3. Het voorgaande betekent dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen grond was om handhavend op te treden tegen de gestelde overtredingen. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.
Het betoog slaagt niet.
5. De gronden over het gelijkheidsbeginsel en de dwangsommen die
[appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 9 en 10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.
6. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.
7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Soffner
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026
818-1114
BIJLAGE
WETTELIJK KADER
Wegenverkeerswet 1994
Artikel 170
Tot de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, behoort de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig, indien met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met
a. Het belang van de veiligheid op de weg, of
b. Het belang van de vrijheid van het verkeer, of
c. Het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.
Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990
Artikel 10
Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 gebruiken de rijbaan. Deze bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen voortbewegen die kennelijk bestemd is om door een motorvoertuig te worden voortbewogen, mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
Artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b
De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
[…]
b. voor een inrit of een uitrit;
Algemene Plaatselijke Verordening van Hoogeveen
Artikel 19. Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp
Het is verboden langs de weg een voorwerp aan te brengen, te plaatsen of te hebben dat aan het wegverkeer het uitzicht belemmert.