Uitspraak BRS.26.002662
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3316
- Datum uitspraak
- 11 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van asiel en migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten (terugkeerbesluit).
- Voorlopige voorziening
- Asiel
Toon inhoud
BRS.26.002662
ECLI:NL:RVS:2026:3316
Datum uitspraak: 11 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van onder meer:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 maart 2026 in zaak nr. NL25.46396 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten (terugkeerbesluit).
Bij uitspraak van 31 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard voor zover dit het terugkeerbesluit betreft, dat terugkeerbesluit vernietigd, het beroep voor het overige ongegrond verklaard, en de minister opgedragen om de uitkomst van zijn beoordeling te delen met de Griekse autoriteiten en te beoordelen wat de reactie hierop betekent voor een eventueel te nemen terugkeerbesluit.
Tegen deze uitspraak hebben de minister en verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2. De beoordeling van de grieven vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom en gelet op de belangen die verzoeker naar voren heeft gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Toonen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2026
979