Uitspraak BRS.26.001777
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3290
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.
- Voorlopige voorziening / hoofdzaak
- Asiel
Toon inhoud
BRS.26.001777
ECLI:NL:RVS:2026:3290
Datum uitspraak: 10 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 13 februari 2026 in zaak nr. NL24.32125 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.
Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 13 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de minister wordt opgedragen hem als minderjarige te behandelen zolang niet op het hoger beroep is beslist.
2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. De belangen die verzoeker naar voren heeft gebracht, geven de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Prins
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026
987