Uitspraak 202504654/2/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3423
- Datum uitspraak
- 15 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Ommen het bestemmingsplan "Wonen Ommen, herziening [perceel]" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om het bestaande 110/10 kV-transformatorstation aan [perceel] uit te breiden. Dit transformatorstation is in beheer bij Enexis Netbeheerder B.V. Het transformatorstation moet worden uitgebreid om de huidige en toekomstige energievoorziening te kunnen garanderen en het toenemend aantal duurzame energieprojecten nu en in de toekomst aan te kunnen sluiten op het energienet. De uitbreiding is voorzien buiten de grenzen van het bestaande transformatorstation, direct ten noorden daarvan, op gronden die onder het vorige bestemmingsplan een groenbestemming hadden. Op het uitbreidingsperceel zijn twee modulaire gebouwen met daarin een middenspanningsinstallatie voorzien. In het kader van de uitbreiding wordt binnen het al aanwezige transformatorstation voorzien in de vervanging van drie bestaande 20, 20 en 16,5 MVA-transformatoren door drie nieuwe transformatoren van elk 50 MVA. [verzoekers] wonen in de omgeving van het transformatorstation en zijn het niet eens met de uitbreiding daarvan. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.
- Voorlopige voorziening
- RO - Overijssel
Toon inhoud
202504654/2/R3.
Datum uitspraak: 15 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], beiden wonend in Ommen,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Ommen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Wonen Ommen, herziening [perceel]" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] beroep ingesteld.
Ook hebben [verzoekers] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 2 juni 2026, waar [verzoekers], bijgestaan door mr. D.J. Meijer, advocaat in Groningen, en de raad, vertegenwoordigd door A. van Ginkel en G. Wassink, zijn verschenen. Verder is op de zitting Enexis B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr. M. Wignand, advocaat in Zwolle, als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter is een voorlopig oordeel en niet bindend in de bodemprocedure.
3. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om het bestaande 110/10 kV-transformatorstation aan [perceel] uit te breiden. Dit transformatorstation is in beheer bij Enexis Netbeheerder B.V. Het transformatorstation moet worden uitgebreid om de huidige en toekomstige energievoorziening te kunnen garanderen en het toenemend aantal duurzame energieprojecten nu en in de toekomst aan te kunnen sluiten op het energienet. De uitbreiding is voorzien buiten de grenzen van het bestaande transformatorstation, direct ten noorden daarvan, op gronden die onder het vorige bestemmingsplan een groenbestemming hadden. Op het uitbreidingsperceel zijn twee modulaire gebouwen met daarin een middenspanningsinstallatie voorzien. In het kader van de uitbreiding wordt binnen het al aanwezige transformatorstation voorzien in de vervanging van drie bestaande 20, 20 en 16,5 MVA-transformatoren door drie nieuwe transformatoren van elk 50 MVA.
4. [verzoekers] wonen in de omgeving van het transformatorstation en zijn het niet eens met de uitbreiding daarvan. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.
Beoordeling van het verzoek
5. Het verzoek wordt afgewezen. De voorzieningenrechter verwacht namelijk dat wat [verzoekers] hebben aangevoerd, er niet toe zal leiden dat het bestemmingsplan niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter licht dat hieronder toe, waarbij alleen wordt ingegaan op de belangrijkste beroepsgronden die schorsing van het bestemmingsplan mogelijk kunnen rechtvaardigen.
Geluid
6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad zich op het standpunt mogen stellen dat de uitbreiding van het transformatorstation niet zal leiden tot onaanvaardbare geluidhinder bij de woning van [verzoekers]. Op het perceel wordt een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van maximaal 100 MVA (milieucategorie 3.1) toegestaan. Artikel 3.4 van de planregels biedt de mogelijkheid om door middel van een afwijkingsvergunning een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van maximaal 200 MVA (milieucategorie 3.2) mogelijk te maken, als de aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden gelijk kunnen worden gesteld met een elektriciteitsdistributiebedrijf in milieucategorie 3.1.
6.1. De raad mag bij het onderzoek naar geluid uitgaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. In het rapport "Onderzoek naar de geluidniveaus in de omgeving ten gevolge van het transformatorstation van Enexis aan [perceel]" van Peutz van 16 mei 2024 is de geluidbelasting van de uitbreiding van het transformatorstation bij onder meer de woning van [verzoekers] beoordeeld. In paragraaf 2.4 van het akoestisch onderzoek staat dat als representatieve bedrijfssituatie is aangemerkt de bedrijfssituatie waarbij maximaal twee van de drie 50 MVA-transformatoren operationeel zijn. De raad heeft hierover onbetwist toegelicht dat een 110/10 kV-transformatorstation zodanig is aangelegd dat transport van elektriciteit ook verzekerd is als zich een uitvalsituatie voordoet (ook wel: N-1 criterium). De Afdeling constateert dat dit publiekrechtelijk is verzekerd in artikel 16, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en vanaf 1 januari 2026 in artikel 3.26 van de Energiewet. Zoals hiervoor onder 6 is vastgesteld, is een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van 200 MVA slechts toegestaan met een afwijkingsvergunning als de aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden gelijk kunnen worden gesteld met een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van 100 MVA. De voorzieningenrechter ziet daarom vooralsnog niet in dat niet van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden uit is gegaan en dat de raad om die reden niet van het akoestisch onderzoek heeft mogen uitgaan. Nu uit het akoestisch onderzoek naar voren komt dat de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer niet worden overschreden, is de voorzieningenrechter vooralsnog van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de uitbreiding van het transformatorstation niet zal leiden tot onaanvaardbare geluidhinder bij de woning van [verzoekers].
Elektromagnetische velden
7. Wat betreft het gestelde gezondheidsrisico overweegt de voorzieningenrechter dat in dit geval het internationale referentieniveau van de Europese Unie van 100 microtesla geldt. Uit het rapport "Enexis - Hoogspanningsstation Ommen Dante, Onderzoek elektromagnetische velden na uitbreiding" van Peutz van 29 april 2024 volgt dat aan deze waarde wordt voldaan omdat de contour van 0,4 microtesla in de representatieve bedrijfssituatie binnen de begrenzing van het transformatorstation blijft. Daarbij heeft de raad naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijkerwijs kunnen uitgaan van de jaargemiddelde belasting van het transformatorstation. Hiermee wordt blijkens het rapport van Peutz aansluiting gezocht bij de berekeningsmethode opgenomen in de "Handreiking voor het berekenen van de magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen" van het RIVM van 21 april 2023. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat de uitbreiding van het transformatorstation niet zal leiden tot gezondheidsrisico's in de directe nabijheid daarvan.
Conclusie
8. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
9. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.R. Mosterd, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
voorzieningenrechter
w.g. Mosterd
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026
1091