Uitspraak 202504238/1/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3500
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 22 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 11 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een blauwe huisvuilzak die op 11 april 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: de container) ter hoogte van de [locatie], in Rotterdam. Het is niet in geschil dat [appellante] de huisvuilzak daar heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellante] vindt het echter niet terecht dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor haar rekening komen. Zij voert aan dat zij geen mogelijkheid had om de huisvuilzak op de juiste wijze aan te bieden, doordat de container te vol was. Volgens [appellante] komt het in haar buurt regelmatig voor dat inwoners s hun afval vanwege volle containers niet kwijt kunnen.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Afval
Toon inhoud
202504238/1/R4.
Datum uitspraak: 17 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend in Rotterdam,
appellante,
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 22 april 2025 heeft het college zijn beslissing om op 11 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellante] komen.
Bij besluit van 6 juni 2025 heeft het college het door [appellante] daartegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 12 december 2025. Geen van de partijen is verschenen.
Overwegingen
1. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een blauwe huisvuilzak die op 11 april 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: de container) ter hoogte van de [locatie], in Rotterdam. Het is niet in geschil dat [appellante] de huisvuilzak daar heeft aangeboden door hem naast de container te zetten.
2. [appellante] vindt het echter niet terecht dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor haar rekening komen. Zij voert aan dat zij geen mogelijkheid had om de huisvuilzak op de juiste wijze aan te bieden, doordat de container te vol was. Volgens [appellante] komt het in haar buurt regelmatig voor dat inwoners s hun afval vanwege volle containers niet kwijt kunnen.
2.1. Deze procedure gaat over de rechtmatigheid van het besluit van het college om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en de kosten daarvan in rekening te brengen bij [appellante]. Doordat [appellante] haar huisvuilzak in strijd met de voorschriften naast de container heeft geplaatst, heeft het college kosten moeten maken voor het verwijderen daarvan. De door [appellante] gestelde en niet verder onderbouwde omstandigheden maken, wat daar ook van zij, dan ook niet dat de door het college gemaakte kosten redelijkerwijze niet of niet geheel voor haar rekening behoren te komen.
het betoog slaagt niet.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. G.O. van Veldhuizen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmidt, griffier.
w.g. Van Veldhuizen
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schmidt
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026
1133