Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202504955/1/A3

Uitspraak 202504955/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3765
Datum uitspraak
17 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellant] om zijn burgerlijke staat in de Basisregistratie Personen (Brp) te wijzigen, afgewezen. [appellant] heeft op 26 juni 2024 het college verzocht om zijn burgerlijke staat in de Brp te wijzigen van alleenstaande naar weduwnaar. Hij stelt namelijk dat hij op 26 juli 2007 in Amsterdam een geregistreerd partnerschap is aangegaan met [overledene]. [overledene] is op [...] 2013 overleden. Bij dit verzoek heeft hij de volgende bewijsstukken overgelegd: Beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 6 september 2007 over zijn aanvraag verblijfsdocument; Zijn schriftelijke verklaring die hij van de Belastingdienst informatie heeft ontvangen dat [overledene] zijn toeslagenpartner is, omdat hij getrouwd of geregistreerde partners is. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen bewijsstukken zijn overgelegd als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet basisregistratie personen waaruit blijkt dat er sprake is geweest van een geregistreerd partnerschap. Bij besluit van 5 november 2024 heeft het college dat besluit gehandhaafd.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Basisregistratie

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202504955/1/A3.
Datum uitspraak: 17 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Holland van 7 augustus 2025 in zaak nr. 24/8057 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.

Openbare zitting gehouden op 17 juni 2026 om 11:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer

griffier: mr. C.D. Westerbaan

Verschenen:

[appellant];

het college, vertegenwoordigd door mr. R.E. Laman en T.C. Greebe;

Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft het college het verzoek van [appellant] om zijn burgerlijke staat in de Basisregistratie Personen (Brp) te wijzigen, afgewezen. Bij besluit van 5 november 2024 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 augustus 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Holland van 7 augustus 2025. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

1.       [appellant] heeft op 26 juni 2024 het college verzocht om zijn burgerlijke staat in de Brp te wijzigen van alleenstaande naar weduwnaar. Hij stelt namelijk dat hij op 26 juli 2007 in Amsterdam een geregistreerd partnerschap is aangegaan met [overledene]. [overledene] is op [...] 2013 overleden. Bij dit verzoek heeft hij de volgende bewijsstukken overgelegd:

-         Beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 6 september 2007 over zijn aanvraag verblijfsdocument;

-         Zijn schriftelijke verklaring die hij van de Belastingdienst informatie heeft ontvangen dat [overledene] zijn toeslagenpartner is, omdat hij getrouwd of geregistreerde partners is.

2.       Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen bewijsstukken zijn overgelegd als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet basisregistratie personen waaruit blijkt dat er sprake is geweest van een geregistreerd partnerschap. Bij besluit van 5 november 2024 heeft het college dat besluit gehandhaafd.

3.       De rechtbank heeft overwogen dat het college de gegevens dat [appellant] de weduwnaar is van [overledene] alleen kan ontlenen aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen. De stukken die hij heeft ingediend zijn dat niet, zodat het college het verzoek moest afwijzen. Daarbij heeft zij nog overwogen dat het partnerschap zoals door de IND en de Dienst Toeslagen is aangenomen niet betekent dat sprake was van een geregistreerd partnerschap en dat dit ook niet kan worden afgeleid uit het feit dat [overledene] door de Dienst Toeslagen werd aangeduid als echtgenoot of geregistreerd partner van [appellant].

4.       De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 8 tot en met 10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen het college de gegevens over de burgerlijke staat ontleent aan een akte, een besluit, een onherroepelijke rechterlijke uitspraak of een notariële akte van het desbetreffende feit. Dergelijke gegevens zijn er in dit geval niet. Het college heeft verder toegelicht dat het navraag heeft gedaan bij de gemeente Amsterdam en gevraagd heeft om de akte van partnerschapsregistratie. De gemeente Amsterdam heeft desgevraagd verklaard geen akte van geregistreerd partnerschap te hebben gevonden in de gemeentelijke systemen. De enkele stelling van [appellant] op de zitting dat hij het stuk zelf bij de gemeente Amsterdam heeft gezien, is onvoldoende om zijn burgerlijke staat in de brp te wijzigen. Hij heeft niet kunnen verduidelijken welk stuk hij heeft gezien en wanneer en waarom hem dat stuk op zijn verzoek dan niet is verstrekt. Er is ook geen reden om aan te nemen dat de gemeente Amsterdam dit stuk voor hem zou achterhouden.

5.       Het hoger beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Westerbaan
griffier

1050


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon