Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.673
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.004451

Bij besluit van 11 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5458
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004451

BRS.26.004678

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5464
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004678

BRS.26.004842

Bij besluit van 18 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5547
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004842

BRS.26.004930

Bij besluit van 7 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5566
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004930

202601757/1/A3

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1386. In die uitspraak heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, vernietigd en de besluiten van 13 november 2020 en 1 juni 2022 vernietigd. Ook heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5569
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202601757/1/A3

202400475/2/R2

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Asten het bestemmingsplan "Asten, Prins Bernhardstraat 1, 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een appartementencomplex bestaande uit maximaal 21 appartementen en winkelruimte op de begane grond aan de Prins Bernhardstraat 1. Tegen de vaststelling van dit bestemmingsplan bij besluit van 31 oktober 2023 zijn bij de Afdeling twee beroepen ingesteld. Naar aanleiding van deze beroepen heeft de raad het bestemmingsplan bij herstelbesluit van 23 september 2025 gewijzigd vastgesteld. Deze aanpassing heeft onder meer betrekking op het toevoegen en aanpassen van diverse onderzoeken, het bijwerken, toevoegen en verwijderen van planregels, het aanpassen van de verbeelding en het uitsluiten van de functie wonen op de begane grond van het gebouw, met uitzondering van ondergeschikte functies ten behoeve van de functie wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5453
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400475/2/R2

202407316/2/R3

In het besluit van 10 september 2024 heeft de raad van de gemeente Steenwijkerland het bestemmingsplan "Steenwijk, Gedempte Steenwijkerdiep 2023" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5471
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202407316/2/R3

202601588/2/R2

Bij besluit van 6 januari 2022 heeft Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van MOB en anderen van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming door aan Eindhoven Airport N.V. een verplichting op te leggen om maatregelen te treffen, afgewezen. De minister heeft het verzoek van MOB en anderen om toepassing te geven aan de aanschrijvingsbevoegdheid door Eindhoven Airport N.V. te verplichten om maatregelen te treffen op grond van artikel 2.4, eerste lid, van de Wnb, afgewezen en het daartegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard. Deze zaak hangt samen met twee andere zaken die gaan over een handhavingsverzoek van MOB en anderen tegen Eindhoven Airport N.V. wegens het zonder natuurvergunning exploiteren van de luchthaven "Eindhoven Airport" en de zaak over de aanvraag voor een natuurvergunning door Eindhoven Airport N.V voor de exploitatie van de luchthaven. Het verzoek om voorlopige voorziening van de minister in deze zaak over Eindhoven Airport is samen behandeld op een zitting met een gelijkluidend verzoek van de minister in de zaak over Rotterdam The Hague Airport, zie daarvoor de uitspraak in de zaak met zaaknummer 202601587/2/R2. Ook zijn op dezelfde zitting de beroepen niet tijdig beslissen van MOB en andere(n) in bovengenoemde zaken over de aanschrijvingsbevoegdheid behandeld, zie daarvoor de uitspraken met zaaknummers 202601848/1/R2 en 202601850/1/R2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5299
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Luchtvaart
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202601588/2/R2

202601979/1/A2 en 202601979/2/A2

Bij besluit van 16 januari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft bij het college om een urgentieverklaring gevraagd omdat haar huidige woonsituatie niet passend is. Zij woonde ten tijde van de aanvraag samen met haar moeder, zus en minderjarige zoon in een vierkamerwoning. De woonsituatie is volgens [appellante] instabiel en zorgt voor veel spanning. Zij wijst erop dat haar zus een drugsverslaving heeft, zij en haar zus regelmatig ruzie hebben en haar minderjarige zoon hieraan wordt blootgesteld. [appellante] heeft in de woning geen mogelijkheid om zich terug te trekken. Zij slaapt samen met haar zoon op de bank in de woonkamer. In december 2025 heeft [appellante] een dochter gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5422
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202601979/1/A2 en 202601979/2/A2

202602337/2/R2

Bij besluit van 8 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen de bewoning van een bedrijfswoning aan de [locatie] in Bakel en tegen het gebruik van dat perceel in strijd met de bestemming 'Agrarisch -Agrarisch bedrijf' afgewezen. Bij besluit van 13 mei 2025 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 8 november 2024 herroepen en alsnog [verzoeker] opgedragen zijn [bedrijf] van de locatie [locatie] in Bakel te verwijderen en verwijderd te houden en het illegaal bewonen van de bedrijfswoning te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5452
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202602337/2/R2

BRS.26.000353

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5417
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000353

BRS.26.000780

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5448
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000780

BRS.26.001104

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (gvva) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5431
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001104

BRS.26.003282

Bij besluit van 12 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5445
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003282

BRS.26.003501

Bij besluit van 22 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5455
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003501

BRS.26.003675

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5447
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003675

BRS.26.003941

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5433
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003941

BRS.26.004363

Bij besluit van 10 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5450
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004363

BRS.26.004398

Bij besluit van 30 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5446
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004398

BRS.26.004649

Bij besluit van 16 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5449
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004649

BRS.26.004665

Bij besluit van 13 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5538
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004665

BRS.26.004670

Bij besluit van 13 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5539
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004670

BRS.26.004812

Bij besluit van 14 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld en de duur van de bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5537
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004812

202200497/2/R4

Bij tussenuitspraak van 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2855, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Beuningen en het college van burgemeester en wethouders van Beuningen opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 28 februari 2023, waarbij de raad het bestemmingsplan "Windpark Beuningen" heeft gewijzigd en opnieuw heeft vastgesteld, en het besluit van 13 december 2021, waarbij het college van B en W een omgevingsvergunning heeft verleend voor de bouw en het oprichten en in werking hebben van een windpark met vijf windturbines, te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5486
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202200497/2/R4

202201713/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Poolse nationaliteit. De minister heeft bij besluit van 24 april 2019 zijn verblijfsrecht in Nederland beëindigd, bepaald dat hij Nederland meteen moet verlaten en hem ongewenst verklaard. Appellant is op 14 september 2021 vanuit bewaring verwijderd naar Polen. Na korte tijd is hij weer teruggekeerd naar Nederland. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 27 februari 2022, die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 19 februari 2022 en 27 februari 2022 op strafrechtelijke titels vastgezeten. De bewaring is met ingang van 11 maart 2022 opgeheven in verband met de uitzetting van appellant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5411
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201713/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201713/1/V3

202207346/1/V3

Bij besluit van 12 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. De minister heeft hem in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000, omdat er volgens hem een significant risico op onderduiken bestaat en omdat er concrete aanwijzingen bestaan dat appellant onder de werkingssfeer van de Dublinverordening valt. Deze aanwijzingen zijn gebaseerd op vier hits in de resultaten van een Eurodac-bevraging. Daaruit blijkt dat appellant in andere lidstaten van de EU geregistreerd staat met een asielverzoek. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 12 december 2022 die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 14 september 2022 en 12 december 2022 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Uit het uittreksel van de Justitiële Informatiedienst blijkt dat de politierechter van de rechtbank Rotterdam appellant op 29 september 2022 heeft veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Appellant heeft na de strafrechtelijke detentie tot 9 januari 2023 in vreemdelingenbewaring gezeten en is toen overgedragen aan de Duitse autoriteiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5412
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202207346/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207346/1/V3

202300511/1/V3

Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. De minister heeft appellant in bewaring gesteld, omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft, er volgens de minister een risico bestaat dat appellant zich aan het toezicht zal onttrekken en hij de voorbereiding van het vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 2 januari 2023 die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 1 september 2022 en 2 januari 2023 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Op de zitting bij de Afdeling is gebleken dat appellant op 7 april 2023 is uitgezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5413
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202300511/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300511/1/V3

202300965/1/R4

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de raad van de gemeente Apeldoorn het bestemmingsplan "[locatie] Wenum Wiesel" vastgesteld. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5497
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300965/1/R4

202302891/1/A3

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de ministervan Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties een verzoek van [appellant] op grond van de Wet inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv) deels ingewilligd. [appellant] heeft verzocht om een afschrift van een advies met betrekking tot proactieve vervolging van leden van de Nederlandse politiek activistische Beweging (‘Bewegers’) en van alle documenten die zien op de totstandkoming van dit advies en documenten over wat er met dit advies is gebeurd. Met het besluit van 21 oktober 2021 heeft de minister het verzoek van [appellant] ingewilligd, voor zover het gaat om gegevens die voor de werkwijze van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) niet meer actueel zijn. Het overige deel, de gegevens over de actuele werkwijze AIVD en persoonsgegevens van derden, heeft de minister geweigerd. Met het besluit van 26 januari 2022 heeft de minister alsnog inzage gegeven in delen van een van de documenten, omdat hij de weigeringsgrond dat de informatie gaat over actuele werkwijzen te ruim heeft toegepast. De minister heeft zijn standpunt dat hij geen mededelingen kan doen over het actuele kennisniveau over de Bewegers van de AIVD gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5494
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202302891/1/A3

202306464/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 8 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland de verzoeken van [appellanten sub 1] en van [appellanten sub 2] om handhavend op te treden tegen geluidsoverlast van het bedrijf [bedrijf] gedeeltelijk afgewezen. [bedrijf] exploiteert op het adres [locatie 1] in Colijnsplaat een onderneming. Zij ontwerpt, vervaardigt en verwerkt betonwapening. Bij haar werkzaamheden maakt zij onder meer gebruik van een in de buitenlucht geplaatste stavencarrousel. Daarin liggen op maat gesorteerde staven, waarbij door het draaien van de carrousel de gewenste staven bereikbaar zijn om uit de carrousel te kunnen halen. Ook wordt gebruik gemaakt van een hydraulische knipper voor het op maat maken van stalen staven. [appellanten sub 1] wonen op het adres [locatie 2] en [appellanten sub 2] wonen op het adres [locatie 3] in Colijnsplaat. Dit is in de directe nabijheid van [bedrijf]. Zij ervaren geluidsoverlast van onder meer het gebruik van de stavencarrousel en zijn van mening dat het bedrijf volgens het bestemmingsplan niet op die locatie gevestigd mag zijn. Daarom hebben ze beiden een handhavingsverzoek ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5521
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306464/1/R4

202307785/1/R1

Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het verzoek van [wederpartij sub 1] om handhavend optreden tegen het voorgenomen gebruik van het landhuis aan de [locatie], gemeente Veere, afgewezen. [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] zijn eigenaar van het perceel [locatie]. Het college heeft op 21 april 2022 een zogeheten principeverzoek voor recreatieve exploitatie van het landgoed afgewezen. Om een besluit over de rechtmatigheid van het voorgenomen gebruik uit te lokken heeft [wederpartij sub 1] het college op 13 mei 2022 gevraagd om handhavend op te treden tegen de recreatieve verhuur van het hoofdhuis op het perceel en het gebruik van een bijgebouw als dienstwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5522
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307785/1/R1

202400568/1/A3

Bij brief van 28 september 2023 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek van 17 augustus 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5527
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400568/1/A3

202400769/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad [appellant] gelast binnen twee maanden na dagtekening van het besluit de volgende overtredingen op het perceel [locatie 1] in Zaandam te beëindigen en beëindigd te houden. Op 5 mei 1934 is een omgevingsvergunning verleend voor de verbouw van het pand naar een woon- en winkelhuis met garage (begane grond) en twee bovenwoningen (eerste verdieping). In 1970 is een vergunning verleend voor een gevelwijziging. Op de begane grond is een kantoor aanwezig in plaats van een woonkamer en winkel. Bij controles op 21 september 2021, 7 december 2021, 19 januari 2022 en 24 februari 2022 is door toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat in het toilet op de begane grond van [locatie 1] de ventilatie ontbreekt, dat er een gat in het plafond zit en elektriciteitsdraden loshangen. Verder is geconstateerd dat in het pand [locatie 3] een woon- en slaapkamer, een keuken, badkamer en toilet aanwezig zijn en de toegangsdeur is voorzien van een slot. [appellant] heeft aangegeven dat ook nummer [locatie 2] op dezelfde wijze is ingericht. Verder is geconstateerd dat in het bijgebouw een woon- en slaapkamer, keuken, badkamer en toilet aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5485
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400769/1/R1

202401295/1/R3

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden onder oplegging van een last onder dwangsom T.I.V. Beheer B.V. gelast om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, en artikel 2.3a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ongedaan te maken door de tweede zelfstandige woonruimte in het pand op het perceel [locatie] in Hoornaar (het perceel) op te heffen, door de sanitaire voorzieningen en de keuken uit het appartement op de verdieping in dat pand te verwijderen en verwijderd te houden. Het perceel is op 20 oktober 2019 en 23 november 2020 door een toezichthouder van de gemeente Molenlanden bezocht, waarbij is geconstateerd dat er twee woningen aanwezig zijn. Er is slechts voor één bedrijfswoning een omgevingsvergunning verleend. Daarnaast is het gebruik van een tweede woning in strijd met artikel 4.1, aanhef en onder m, van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Dorpskern Hoornaar". Dat betekent volgens het college dat sprake is van een overtreding van artikel 2.1, aanhef en onder a en c, en artikel 2.3a van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5501
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401295/1/R3

202402072/1/A3

De Kansspelautoriteit (KSA) mag een zogenoemd éénvergunningstelsel hanteren bij het verlenen van de vergunning voor het organiseren van de fysieke instantloterij (krasloten), sportweddenschappen en de lotto. De KSA mocht om die reden de vergunningaanvragen van een andere kansspelaanbieder afwijzen, omdat de vergunningen al aan Lotto B.V. zijn verleend. In de Wet op de kansspelen is bepaald dat er voor het organiseren van de fysieke instantloterij, sportweddenschappen en de lotto in Nederland maar één vergunning wordt verleend. Op grond van de Wet kansspelen op afstand geldt voor online kansspelen een open stelsel, waarbij meerdere kansspelaanbieders een vergunning kunnen aanvragen bij de KSA. Volgens een kansspelaanbieder zou dit open stelsel ook moeten gelden voor de fysieke instantloterij, sportweddenschappen en de lotto. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde eerder dat het éénvergunningstelsel voor de drie fysieke kansspelen niet gerechtvaardigd is, omdat de beperking onevenredig is. De vraag of een éénvergunningstelsel voor de lotto mag, kwam al eerder aan de orde in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van maart 2021, maar toen was de Wet kansspelen op afstand nog niet in werking getreden. De vraag waar de Afdeling bestuursrechtspraak zich in deze zaak over boog, is of het éénvergunningstelsel voor de drie fysieke kansspelen onder de Wet kansspelen op afstand nog steeds gerechtvaardigd is. Dat is het geval. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak rechtvaardigen de verschillen tussen de drie fysieke kansspelen en de online kansspelen het duale vergunningstelsel nog steeds in het licht van de Nederlandse beleidsdoelstellingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5496
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402072/1/A3

202402170/1/A3

Bij besluit van 4 april 2022 heeft de korpschef van de politie een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie deels ingewilligd. Op 13 juli 2021 heeft [appellant] de korpschef verzocht om openbaarmaking van informatie over een protest dat heeft plaatsgevonden op 8 juli 2020 in [locatie]. Met het besluit van 4 april 2022 heeft de korpschef het verzoek deels ingewilligd en daarbij 25 documenten deels openbaar gemaakt. De korpschef heeft het bezwaar van [appellant] gegrond verklaard, omdat in de deels openbaar gemaakte documenten niet herkenbaar was op welke grond de niet openbaar gemaakte passages zijn geweigerd. Daarom heeft de korpschef een nieuwe inventarislijst gemaakt en in de documenten per niet openbaar gemaakte passage kenbaar gemaakt op grond van welke uitzondering van hoofdstuk 5 van de Wet open overheid (Woo) openbaarmaking is geweigerd. [appellant] is het daarmee niet eens en heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5495
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402170/1/A3

202402634/1/R1

Bij besluit van 31 augustus 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Hunze en Aa aan Prolander een vergunning verleend voor het aanpassen van de waterhuishouding als onderdeel van het Inrichtingsplan Geelbroek. Bij besluit van 17 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het Inrichtingsplan voor Geelbroek vastgesteld. Het Inrichtingsplan heeft betrekking op een gebied van 404 hectare dat deel uitmaakt van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en voor een deel in het Natura 2000-gebied Drentsche Aa ligt. Voor het gebied gelden verschillende beleidsdoelen, waaronder het verbeteren van de kwaliteit en het vergroten van de oppervlakte van het habitattype Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) en het "bovenstrooms" vasthouden van 180.000 kubieke meter water in natte perioden, wat bijdraagt aan het voorkomen en afwentelen van wateroverlast "benedenstrooms". De belangrijkste voorwaarde om de doelen te kunnen realiseren is herstel van de natuurlijke waterhuishouding met hogere (grond)waterstanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5489
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Water
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202402634/1/R1

202402872/1/R3

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Groningen het bestemmingsplan "Gebouwd Erfgoed Groningen" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Gebouwd Erfgoed Groningen" is een facetbestemmingsplan, dat in aanvulling op de geldende bestemmingsplannen in de gemeente Groningen geldt. In de plantoelichting staat dat dit bestemmingsplan het vastleggen, behoud en de instandhouding van karakteristieke en beeldondersteunende gebouwen en objecten binnen de voormalige grenzen van de gemeente Groningen regelt. Volgens de plantoelichting houdt dat in dat de verschijningsvorm van de geselecteerde gebouwen en objecten wordt vastgelegd en dat het plan regelt dat voor de (gedeeltelijke) sloop of transformatie van die gebouwen of objecten een omgevingsvergunning vereist is. [appellant sub 1] is de eigenaar van het gebouw op het perceel [locatie 1] en het gebouw op het perceel locatie 2] in Groningen. Stadshoeve B.V., waarvan Leosé Beheer B.V. een van de bestuurders is, is eigenaar van het pand op het perceel Peizerweg 172 in Groningen. [appellant sub 1] en Stadshoeve B.V. en Leosé Beheer B.V. kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat hun gebouwen volgens hen ten onrechte als beeldondersteunend of karakteristiek gebouw zijn bestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5474
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Omgevingsplan
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202402872/1/R3

202403531/1/R1

Bij besluit van 5 april 2024 hebben provinciale staten het inpassingsplan "Veegplan Buitenring Parkstad Limburg 2023" (PIP 2023) vastgesteld. Bij de vaststelling van een PIP moeten provinciale staten bestemmingen aanwijzen en regels geven die provinciale staten uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig achten. Provinciale staten hebben daarbij beleidsruimte en moeten de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het PIP in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het PIP in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het PIP te dienen doelen. Het PIP 2023 is een veegplan voor de 26 km lange ringweg Buitenring Parkstad Limburg (BPL) in het gebied van de Stadsregio Parkstad Limburg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5526
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202403531/1/R1

202403828/1/R3

Bij besluit van 16 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld. geweigerd om aan [appellant A] en [appellante B] een omgevingsvergunning voor het planten van diverse fruitbomen en een rododendronhaag op het perceel [locatie] in Peize te verlenen. [appellant A] en [appellante B] zijn eigenaren en bewoners van de woning op het perceel [locatie] in Peize. Zij hebben op de gronden ten noorden van de woning 19 fruitbomen en een rododendronhaag geplant. Op 13 oktober 2022 hebben zij een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend om de bestaande situatie te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5504
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403828/1/R3

202404981/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Brassem het bestemmingsplan "[locatie 1] Leimuiden" vastgesteld. [partij] is de bewoonster en voormalige eigenaresse van de bestaande bedrijfswoning op het perceel [locatie 1] in Leimuiden. Het plan is opgesteld naar aanleiding van het verzoek van [partij] om de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Het plan voorziet daarom in een functiewijziging van de bestemming "Detailhandel" naar "Wonen". VOF Groeipassie exploiteert een tuincentrum en kwekerij op het perceel [locatie 2] in Leimuiden. Dit perceel grenst direct ten zuiden van het perceel [locatie 1] in Leimuiden. In het plan is aan een deel van het perceel [locatie 2] de bestemming "Detailhandel" en de aanduiding "wonen uitgesloten" toegekend. VOF Groeipassie is het niet eens met het plan, met name omdat zij vreest voor een beperking van haar bedrijfsactiviteiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5525
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404981/1/R3

202405110/1/R3

Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Visserijstraat 3-5A" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de transformatie van het kantoorgebouw op de percelen Visserijstraat 3, 5 en 5a in Enschede. In de plantoelichting bij het oorspronkelijke besluit staat dat de initiatiefnemer het voornemen had om het kantoorgebouw te transformeren naar een wooncomplex met zes woningen, namelijk vier appartementen en twee maisonnettes. Daarbij maakte het plan op het pand een vierde verdieping mogelijk, die volgens de plantoelichting bestemd was voor een kantoorruimte. Ook voorzag het plan in de mogelijkheid om het pand ter plaatse van het parkeerterrein aan de zuidzijde uit te breiden. Dat plan is met het herstelbesluit gewijzigd. De kantoorfunctie is komen te vervallen en in plaats daarvan maakt het gewijzigde plan een extra woning mogelijk op de bovenste bouwlaag. In de plantoelichting bij het herstelbesluit staat dat het herstelbesluit daarnaast voorziet in een nadere motivering op het gebied van schaduwwerking en parkeren en het repareren van enkele planregels. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] wonen allen in de directe omgeving van het plangebied. Zij vrezen dat het plan leidt tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5484
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202405110/1/R3

202405363/1/R2

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Recreatiegebied [camping]" gewijzigd vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] zijn gevestigd of wonend aan de noordwestzijde van het plangebied en zijn eigenaren en exploitanten van de akkerbouwgronden aan de [locatie], kadastraal bekend, gemeente [woonplaats], sectie R, nummers 134, 278 en 280. Deze percelen grenzen direct aan de westzijde van het plangebied. [appellant A] en [appellant B] kunnen zich niet verenigen met het plan voor zover het betrekking heeft op de gronden van Paardensportcentrum en vrezen onder meer voor een beperking in de bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5524
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405363/1/R2

202405515/1/R3

Bij besluit van 4 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Hockey Club Ypenburg (HCY) een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een opblaasbare hal op veld 2 van het hockeycomplex aan de Oeverwallaan 150 in Den Haag in de maanden december tot en met februari, voor een periode van 10 jaar na ingang van 1 december 2019. [appellant] woont in de nabijheid van het hockeycomplex aan de [locatie] in Den Haag en vreest dat het gebruik van de opblaasbare hal met een ventilatie-unit zal leiden tot onaanvaardbare geluidhinder ter plaatse van zijn woning. [appellant] heeft eerder bezwaar gemaakt tegen de verlening van de omgevingsvergunning en daarna beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5528
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405515/1/R3

202405944/1/A

Bij onderscheiden besluiten van 21 oktober 2021 heeft de de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit aan de loterijen een vergunning verleend als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen. De Ksa heeft aan de loterijen een vergunning verleend voor niet-incidentele artikel-3-loterijen voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026. Aan deze vergunning is het voorschrift verbonden dat zij ieder maximaal 69 trekkingen per jaar mogen organiseren. De loterijen hebben bezwaar tegen dat voorschrift. Zij willen dat voorschrift graag geschrapt hebben of gewijzigd in een maximum aantal toegestane trekkingen van 379.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5531
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405944/1/A

202406197/1/R2

Bij brief van 24 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de activiteiten en de bebouwing op het perceel aan De Run 7000 in Veldhoven afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] in Veldhoven en heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de bouw en bebouwing op het ASML-terrein aan De Run 7000 nabij zijn woning. ASML gebruikt die locatie namelijk als bouwplaatsinrichting voor de bouwwerkzaamheden aan De Run 6553 en 7190. Volgens [appellant] wordt op dat bouwterrein zonder omgevingsvergunning gebouwd en bebouwing in de vorm van bouwketen neergezet. Hij heeft daar naar eigen zeggen last van. Het college heeft het verzoek om handhaving in eerste instantie inhoudelijk beoordeeld en afgewezen. Vervolgens heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij volgens het college geen belanghebbende bij het handhavingsverzoek is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5475
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406197/1/R2

202406270/1/R3

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in de herontwikkeling van woonzorglocatie Hergerborch ten behoeve van de bouw van maximaal 80 woningen. Daarnaast maakt het plan de aanleg van een nieuwe wegverbinding tussen de bestaande Raadhuishof en de Raadhuislaan mogelijk. De raad beoogt met deze ontwikkeling de verkeersdruk rondom het centrum van Berkel en Rodenrijs te verminderen. De nieuwe wegverbinding is voorzien aan de noordwestzijde van het perceel van [appellant] en anderen aan de [locatie] in Bergschenhoek. Zij verzetten zich niet tegen de herontwikkeling van de Hergerborch, maar wel tegen de aanleg van de nieuwe wegverbinding. Deze is voorzien op zo'n 14 m afstand van hun perceel. Zij vrezen hiervan vooral geluidhinder en trillingsschade te zullen ondervinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5478
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406270/1/R3

202406916/1/A3

Bij besluit van 26 april 2023 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van gegevens afgewezen. [appellant] heeft inzage gehad in zijn persoonsgegevens in AIVD-dossiers. Hij stelt dat hij daarbij een proces-verbaal tegenkwam van een project "Dierenrechtactivisme" van de Unit Terrorismebestrijding en Bijzondere Taken van de Dienst Rechercheonderzoeken van de politie. Volgens [appellant] is dit project in opdracht van het College van procureurs-generaal gestart. Het was een onderzoek naar "de aard, ernst, omvang en impact van acties gevoerd onder de naam van dierenrechtenactivisme". Dit dossier heeft waarschijnlijk nummer RL 8017. [appellant] heeft met een beroep op de Wet open overheid (Woo) aan de korpschef verzocht om hem een afschrift te sturen van alle documenten die op dit project en onderzoek betrekking hebben. Ook wil hij een afschrift van het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen met nummer 28-831310 en van alle stukken die hebben geleid tot dit proces-verbaal en die naar aanleiding van dit proces-verbaal zijn opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5481
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406916/1/A3

202407973/1/A3

Bij besluit van 10 maart 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de horeca-inrichting van [wederpartij] voor de duur van drie maanden gesloten. [wederpartij] exploiteert [café] aan de [locatie] in Rotterdam (hierna: het café). Op 25 februari 2023 heeft een schietincident plaatsgevonden bij het café waarbij twee personen ernstig gewond zijn geraak. Eén bezoeker van het café is in zijn rug is geschoten en een andere bezoeker is op het terras in zijn hoofd geschoten. Tijdens het incident waren veel bezoekers in het café aanwezig en waren er veel omstanders op straat. Naar aanleiding van dit incident heeft de burgemeester het café op 26 februari 2023 met spoed voor twee weken gesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5482
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407973/1/A3

202500697/1/A3

Bij besluit van 8 december 2020 heeft de burgemeester van Leudal de loods bij het erf aan het [locatie] in Heythuysen gesloten voor de duur van twaalf maanden. Naar aanleiding van een anonieme tip die op 8 juli 2020 was ontvangen heeft de politie op 12 augustus 2020 in een kelder van een loods aan het [locatie] in Heythuysen een in werking zijnde hennepplantage met ongeveer 520 planten aangetroffen. Deze kelder was toegankelijk via een verborgen trap, die was geplaatst achter een kast waarin ordners waren geplaatst. De kast kon alleen weggehaald worden met behulp van een palletwagen, zodat niet zichtbaar was dat daar een trap naar de hennepplantage was geplaatst. Bovendien was deze kelder illegaal geplaatst en bleek na onderzoek van toezichthouders van de gemeente Leudal dat de constructie van de loods gevaarlijk was aangetast. Deze bevindingen heeft de politie in een bestuurlijke rapportage van 12 september 2020 opgenomen en aan de burgemeester toegezonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5487
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202500697/1/A3

202501561/1/A3

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [wederpartij] om een verklaring omtrent gedrag politiegegevens (hierna: VOG P) afgewezen. [wederpartij] heeft op 9 juni 2024 een aanvraag ingediend voor een VOG P in verband met zijn werk als begeleider speciale zorgdoelgroepen in de functie inrichtingswerker bij de Dienst Justitiële inrichtingen (DJI). De staatssecretaris heeft deze afgewezen omdat aan [wederpartij] bij strafbeschikking van 14 augustus 2024 een taakstraf van 40 uren is opgelegd wegens gebruik van een vals geschrift. De rechtbank heeft geoordeeld dat, alle omstandigheden afwegende, de belangenafweging in het voordeel van [wederpartij] had moeten uitvallen. Hiertoe heeft de rechtbank van belang geacht dat uit de hoogte van de opgelegde straf kan worden afgeleid dat het strafbare feit niet als dermate ernstig is gezien dat een hoge straf aangewezen was. Voorts heeft de rechtbank van belang geacht dat weliswaar de strafbeschikking van 14 augustus 2024 dateert, maar dat de pleegdatum 2 juli 2021 is, omdat dat uit de strafbeschikking volgt. [wederpartij] is daarna niet in aanraking met politie of justitie geweest. Verder hebben de direct leidinggevenden van [wederpartij] een zeer positieve referentie gegeven, zien zij hem graag terug als inrichtingswerker en mocht hij tijdens de bezwaarfase blijven werken terwijl hij van aanvang af open kaart heeft gespeeld over de strafprocedure waarin hij was verwikkeld. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de staatssecretaris binnen 4 weken een VOG P aan [wederpartij] moet verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5488
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202501561/1/A3

202502129/1/A2

Bij besluit van 24 juni 2024 heeft de Dienst Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de definitieve berekening van haar kindgebonden budget over 2021 afgewezen. Bij besluit van 6 mei 2023 heeft de Belastingdienst het kindgebonden budget van [appellante] over 2021 definitief berekend en vastgesteld op nihil. De reden daarvoor was dat het vermogen over 2021 uitkwam boven de vermogensgrens om in aanmerking te komen voor het kindgebonden budget. Daarbij is een bedrag van € 3.887,00 aan betaalde voorschotten (inclusief € 127,00 aan rente) teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5493
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502129/1/A2

202502470/1/R2

Bij besluit van 29 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen het laden en lossen bij [tuincentrum] aan de [locatie] in Tilburg afgewezen. Tegenover de woning van [wederpartij] is enkele jaren geleden een nieuw tuincentrum gebouwd. [wederpartij] ervaart overlast van het tuincentrum door het laden en lossen tegenover zijn woning. Hij heeft het college gevraagd op te treden tegen het laden en lossen aan deze kant, omdat bij de vaststelling van het bestemmingsplan is afgesproken dat het laden en lossen aan de andere kant van het tuincentrum plaatsvindt. Volgens [wederpartij] mag hij op die afspraak vertrouwen. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of het college bevoegd is om te handhaven op de plek van het laden en lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5498
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502470/1/R2

202502636/1/A2

Bij eerste besluit van 7 december 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [bedrijf] bestuurlijke boetes van € 4.050,00, € 10.800,00 en € 2.700,00 opgelegd. Bij tweede besluit van 7 december 2023 heeft de minister [bedrijf] een schriftelijke waarschuwing preventieve stillegging van werk gegeven. [bedrijf] is exploitant van een bedrijf voor asbestsanering. Zij heeft op 25 januari 2023 op een perceel in [locatie], asbestsaneringswerkzaamheden uitgevoerd. De werkzaamheden bestonden uit het saneren van asbesthoudende golfplaten van twee geschakelde schuren. Tijdens de werkzaamheden heeft een inspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie overtredingen van artikel 3.17, eerste lid, artikel 7.4, derde lid, en artikel 7.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) vastgesteld. Naar aanleiding daarvan heeft de minister de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluiten van 7 december 2023 genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5515
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502636/1/A2

202502650/1/A2

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam een exploitatievergunning verleend aan Toeda B.V. voor het exploiteren van coffeeshop Tuda Fruta aan de Admiraliteitskade 17A in Rotterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5529
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202502650/1/A2

202502688/1/R4

Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege gebruik van gemeentegrond in strijd met de Algemene plaatselijke verordening Almere 2011. Het college heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege gebruik van gemeentegrond in strijd met de Algemene plaatselijke verordening Almere 2011. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt bij e-mail van 29 september 2022. Op 7 augustus 2023 heeft [appellant] een ingebrekestelling gestuurd omdat niet was beslist op zijn bezwaar. Vervolgens heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank wegens niet tijdig beslissen op het bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5518
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502688/1/R4

202502936/1/V6

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft de minister van Defensie een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. Appellanten zijn [appellant], haar echtgenoot en acht gestelde familieleden. Zij hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Op 9 december 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om haar en haar gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. Zij heeft dit gevraagd, omdat haar in 2010 overleden echtgenoot, [persoon], in de periode 2008 tot 2010 als tolk heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht in Kamp Hadrian in Uruzgan, Afghanistan. [persoon] is op [datum] 2010 tijdens een patrouille omgekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5523
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502936/1/V6

202503029/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft het UWV het verzoek van [appellante] om inzage in haar persoonsgegevens afgewezen.Op 22 oktober 2023 heeft [appellante] het UWV om inzage verzocht in haar persoonsgegevens. Het UWV heeft op 6 februari 2024 het verzoek afgewezen omdat de door haar opgevraagde rapportage(s) van medisch onderzoek niet zijn aangetroffen in het elektronisch archief. In andere stukken die het UWV wel in zijn bezit heeft wordt er weliswaar gerefereerd aan die rapportages, maar deze zijn door het UWV niet in haar dossier aangetroffen. In het besluit op bezwaar heeft het UWV de afwijzing van het inzageverzoek gehandhaafd. Het UWV heeft in de bezwaarprocedure wel het volledige medische en niet-medische dossier van [appellante] aan haar verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5516
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503029/1/A3

202503162/1/R2

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch aan [appellante] opgedragen om de illegale woning aan de [locatie] in ’s-Hertogenbosch te ontmantelen door alle voor bewoning noodzakelijke voorzieningen te verwijderen en verwijderd te houden. Daarnaast mag zij de woning alleen nog gebruiken voor de huisvesting van één huishouden. Als zij dit niet doet, moet zij een dwangsom van €5.000,00 per week met een maximum van €25.000,00 betalen. [appellante] is eigenaar van een woning die zij verhuurt aan derden. Tijdens controles hebben inspecteurs van de gemeente vastgesteld dat [appellante] heeft gebouwd zonder de benodigde omgevingsvergunning, omdat de woning is gesplitst in, en verbouwd tot, twee zelfstandige woningen. Het college heeft hiertegen opgetreden door een zogenoemde last onder dwangsom op te leggen. Deze opgelegde last hield eerst in dat alle voorzieningen die voor zelfstandige bewoning noodzakelijk zijn uit de illegale woning moeten worden verwijderd en dat nog maximaal één huishouden op het adres mag wonen. Later heeft het college besloten dat de verplichting dat de woning alleen mag worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden, niet langer deel uitmaakt van de last. Hierdoor houdt de last alleen nog in dat [appellante] de voor zelfstandige bewoning noodzakelijke voorzieningen uit de illegale tweede woning moet verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5500
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503162/1/R2

202503264/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd. Op 2 september 2022 is een werknemer van [appellant] tijdens werkzaamheden geraakt door de bijtende stof natronloog. Als gevolg hiervan heeft deze werknemer derdegraadsbrandwonden opgelopen in zijn gezicht en mond, heeft hij blijvende schade aan zijn smaakpapillen en is zijn gebit beschadigd. Hij is gedurende drie nachten opgenomen geweest in het ziekenhuis. De minister heeft een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onderdeel f, onder 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Deze boete is opgelegd omdat de werknemer tijdens de werkzaamheden niet alle doelmatige beschermingsmiddelen ter voorkoming van mogelijke blootstelling droeg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5490
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202503264/1/A3

202504382/1/A3

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Rogplus naar aanleiding van een verzoek van [appellante] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten verstrekt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het, anders dan [appellante] heeft aangevoerd, aannemelijk is dat Rogplus niet over meer documenten beschikt. Volgens de rechtbank heeft Rogplus op goede gronden besloten informatie niet te verstrekken wegens de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Rogplus heeft volgens de rechtbank evenwel niet ook het belang van het goede functioneren van de overheid ten grondslag mogen leggen aan het weigeren van de informatie. De rechtbank heeft dit motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd, omdat Rogplus diezelfde informatie wel onleesbaar mocht maken wegens eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5519
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202504382/1/A3

202504755/1/A2

Bij besluit van 17 januari 2024 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst Toeslagen (nu: de minister van Financiën) geweigerd twee private schulden over te nemen. [appellant] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister gevraagd om twee schulden over te nemen van in totaal € 10.000,00 die voortkomen uit leningen aangegaan bij zijn boekhouder, [persoon], en [bedrijf]. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de leningen informele schulden zijn die niet zijn vastgelegd in een notariële akte en ook niet blijken uit een rechterlijke uitspraak. De minister heeft geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen, omdat de aangeleverde stukken geen authentieke documenten zijn op grond waarvan redelijkerwijs niet valt te twijfelen aan het bestaan van de informele schulden en de daarover gemaakte betalingsafspraken. Daarnaast heeft [appellant] geen stukken overgelegd, waaruit blijkt dat de schulden opeisbaar zijn geweest vóór 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5513
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504755/1/A2

202504837/1/A2

Bij besluit van 22 mei 2024 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst Toeslagen (nu: de minister van Financiën) geweigerd een afgeloste private schuld van [appellante] te compenseren. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister gevraagd om een afgeloste schuld ter grootte van € 15.000,00 te compenseren. Deze schuld komt voort uit een lening die zij is aangegaan bij een kennis genaamd [persoon]. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de afgeloste schuld bij [persoon] een informele schuld is die niet is vastgelegd in een notariële akte en ook niet blijkt uit een rechterlijke uitspraak. De informele schuld voldoet daarmee niet aan artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht. Verder heeft [appellante] geen officiële stukken overgelegd, waaruit blijkt dat de schuld aan [persoon] opeisbaar is geweest voor 1 juni 2021, waardoor er ook niet wordt voldaan aan artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5509
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504837/1/A2

202505174/1/A3

Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van in totaal € 18.900,- opgelegd aan [appellante] wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het ongeval is op 12 april 2022 door een derde bij de Arbeidsinspectie gemeld, waarna een onderzoek is ingesteld. De inspecteur heeft in een boeterapport van 14 oktober 2022 en een aanvullend boeterapport van 6 maart 2023 overtredingen van de Arbowet geconstateerd. Het gaat om overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbowet, in samenhang met artikel 7:26, eerste lid, van het Arbobesluit, omdat de stuwwerkzaamheden verband houdende met het laden van staalplaten op een schip niet op veilige en ordelijke wijze zijn uitgevoerd. Hiervoor is een boete van € 16.200,- opgelegd. Daarnaast gaat het om overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Arbowet, omdat [appellante] het ongeval niet heeft gemeld bij de Arbeidsinspectie. Hiervoor is een boete van € 2.700,- opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5491
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202505174/1/A3

202505565/1/A2

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek van [appellant] om herziening van het besluit van 20 juni 2018, waarin het CBR het bezwaar van [appellant] tegen de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs ongegrond heeft verklaard, afgewezen. Deze zaak gaat over de vraag of het CBR het verzoek om herziening terecht heeft afgewezen en zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderende omstandigheden zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5480
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202505565/1/A2

202505618/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] vanaf 24 juli 2024 ongeldig verklaard, omdat zij niet over de vereiste rijvaardigheid beschikt. Op 8 december 2023 is [appellant] links afgeslagen op een plaats waar zij alleen rechts mocht afslaan. Daardoor reed zij tegen de verplichte rijrichting in. Daarom heeft de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant aan het CBR het vermoeden medegedeeld dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid voor het besturen van een personenauto. Het CBR heeft bij besluit van 15 februari 2024 een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd aan [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5511
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202505618/1/A2

202505719/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Huisvestingsverordening gemeente Uithoorn 2017 (Hvv). Daarin staat dat het college de urgentieverklaring weigert indien de aanvrager het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen of het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze kan oplossen. Volgens het college heeft [appellante] niet zo vaak als mogelijk gereageerd op het regulier aanbod voor een passende woonruimte, althans niet al het mogelijke gedaan om een woonruimte te vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5479
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505719/1/A2

202506173/1/V6

Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 7 oktober 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2006 tot en met 2009 in dienst was van het bedrijf "RA International". Hij heeft binnen het kamp Tarin Kowt als automonteur gewerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5520
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202506173/1/V6

202506175/1/V6

Bij besluit van 8 januari 2024 heeft de minister van Defensie een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 1 juli 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2007 tot 2010 in dienst van het bedrijf "Global Peace and Logistics Services" (GPLS) heeft gewerkt binnen de kampen in Tarin Kowt en Deh Rawod, Afghanistan. Hij verrichtte onderhoudswerkzaamheden aan voertuigen voor de Nederlandse strijdmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5514
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202506175/1/V6

202506226/1/V6

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de minister van Defensie een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 27 juli 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 in dienst van het bedrijf "Global Peace and Logistics Services" (GPLS) heeft gewerkt in kamp Holland en kamp Hadrian, in Uruzgan, Afghanistan. Hij hield zich bezig met logistieke en bevoorradingswerkzaamheden voor de Nederlandse strijdmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5517
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202506226/1/V6

202506227/1/V6

Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister van Defensie een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 12 november 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in dienst van het bedrijf "Rasheed Millat Construction Company" (RMCC) heeft gewerkt in kamp Holland en kamp Hadrian, in Uruzgan, Afghanistan. Hij heeft als veiligheidsmanager transportactiviteiten tussen kamp Holland en kamp Hadrian overzien die het bedrijf verrichtte voor de Nederlandse strijdmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5512
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202506227/1/V6

202506228/1/V6

Bij besluit van 9 januari 2024 heeft de minister van Defensie een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 2 september 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2007 tot 2010 in dienst van het bedrijf "Global Peace and Logistics Services" (GPLS) heeft gewerkt in kamp Holland, in Uruzgan, Afghanistan. Hij heeft als schoonmaker en assistent chauffeur voor de Nederlandse strijdmacht gewerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5510
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202506228/1/V6

202600427/2/R4

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei van 22 december 2025 over het winningsplan "F06-IJssel". De minister heeft de Afdeling vanwege het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. De minister heeft ter motivering van het verzoek aangevoerd dat deze delen van het winningsplan vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten. Het gaat om concurrentiegevoelige informatie over investeringen en operationele kosten. De minister verwijst ter onderbouwing van het verzoek naar de uitspraken van de Afdeling van 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3051 en 30 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2507.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5470
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600427/2/R4

202600733/1/A2

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellant] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [appellant] heeft op 1 augustus 2024 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag zonder een inhoudelijke beoordeling afgewezen, omdat de aanvraag na afloop van de wettelijke termijn op 1 januari 2024 is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)) en er geen bijzondere omstandigheden zijn om een uitzondering te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5508
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600733/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202600733/1/A2

202600737/1/A2

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [wederpartij] heeft op 12 augustus 2024 een zogenaamde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag zonder een inhoudelijke beoordeling afgewezen, omdat de aanvraag na afloop van de wettelijke termijn op 1 januari 2024 is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)) en er geen bijzondere omstandigheden zijn om een uitzondering te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5507
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600737/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202600737/1/A2

202600842/1/A2

Bij beslissing van 30 juni 2025 hebben examinatoren van de masteropleiding Rechtsgeleerdheid (afdeling Civiel Recht) van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden de masterscriptie van [appellant] beoordeeld met het cijfer 8,0. [appellant] heeft aan het voorjaarstraject van de masterscriptie Civiel Recht 2024-2025 deelgenomen. Deze scriptie moest uiterlijk op 6 juni 2025, om 12:00 uur, zijn ingeleverd. [appellant] heeft op die dag een voorlopige scriptie ingeleverd en daarbij te kennen gegeven dat hij verder zal werken aan de definitieve scriptie en die vóór het einde van het Pinksterweekend zal inleveren. De eerste lezer van de scriptie heeft op diezelfde dag in reactie daarop per e-mail medegedeeld dat hij ertoe is geneigd om [appellant] de scriptie tijdens het Pinksterweekend te laten afmaken en vervolgens de definitieve versie te beoordelen. [appellant] heeft de definitieve versie ingeleverd op 9 juni 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5477
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600842/1/A2

202600912/1/R4

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft het college zijn beslissing om op 13 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 van de Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijk afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 13 oktober 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5502
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600912/1/R4

202600974/1/A2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [wederpartij] heeft op 23 april 2024, na afloop van de geldende wettelijke termijn op 1 januari 2024, een zogenaamde herbeoordeling kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag vanwege de termijnoverschrijding zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen. [wederpartij] heeft aangevoerd dat zij eerder niet op de hoogte was van de mogelijkheid om een herbeoordeling aan te vragen. Zij spreekt niet goed Nederlands, en heeft afgelopen jaren fysieke, mentale, en financiële problemen gehad. Volgens de Dienst Toeslagen vormen die omstandigheden geen grond om de te laat ingediende aanvraag van [wederpartij], in afwijking van de wettelijke termijn, inhoudelijk te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5506
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600974/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202600974/1/A2

202601008/1/R4

Bij besluit van 30 december 2025 heeft het college zijn beslissing om op 23 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10. eerste lid, onder b, van de Afvalstoffenverordening Groningen en artikel 11, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Groningen 2025 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 212,10 voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 23 december 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Savorin Lohmanlaan in Groningen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met haar naam- en adresgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5503
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601008/1/R4

202601038/1/A2

Bij besluit van 24 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellant] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [appellant] heeft op 6 februari 2025 een aanvraag om herbeoordeling van kinderopvangtoeslag in het kader van de hersteloperatie toeslagen ingediend. Aan de afwijzing hiervan, bij besluit van 24 maart 2025, heeft de Dienst Toeslagen ten grondslag gelegd dat de aanvraag is ingediend na het verstrijken van de uiterste aanvraagdatum op 2 januari 2024 (artikel 6.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht)) en er geen bijzondere omstandigheden zijn om een uitzondering te maken. [appellant] heeft in beroep aangevoerd dat hij te laat kennis heeft genomen van het bestaan van een termijn voor het indienen van de aanvraag. Verder heeft hij een toelichting gegeven op zijn persoonlijke situatie in de afgelopen jaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5492
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601038/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202601038/1/A2

202601587/2/R2

Bij besluit van 6 januari 2022 heeft Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van MOB en andere van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) door een verplichting op te leggen aan Rotterdam Airport B.V. om maatregelen te treffen, afgewezen. De minister heeft het verzoek van MOB en andere om toepassing te geven aan de aanschrijvingsbevoegdheid door Rotterdam Airport B.V. te verplichten om maatregelen te treffen op grond van artikel 2.4, eerste lid, van de Wnb, afgewezen en het daartegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard. Deze zaak hangt samen met twee andere zaken die gaan over een handhavingsverzoek van MOB en andere tegen Rotterdam Airport B.V. wegens het zonder natuurvergunning exploiteren van de luchthaven "Rotterdam The Hague Airport" en de zaak over de aanvraag voor een natuurvergunning door Rotterdam Airport B.V voor de exploitatie van de luchthaven. Het verzoek om voorlopige voorziening van de minister in deze zaak over Rotterdam Airport is samen behandeld op een zitting met het gelijkluidende verzoek van de minister in de zaak over Eindhoven Airport, zie daarvoor de uitspraak in de zaak met zaaknummer 202601588/2/R2. Ook zijn op dezelfde zitting de beroepen niet tijdig beslissen van MOB en andere(n) in bovengenoemde zaken over de aanschrijvingsbevoegdheid behandeld, zie daarvoor de uitspraken met zaaknummers 202601848/1/R2 en 202601850/1/R2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5298
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Luchtvaart
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202601587/2/R2

202601641/1/R4

De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een afvalzak met daarin een papierstuk, die op 2 februari 2026 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de afvalzak met daarin een papierstuk verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het papierstuk staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5499
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601641/1/R4

202601848/1/R2

Bij besluit van 6 januari 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van MOB en andere van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) door een verplichting op te leggen aan Rotterdam Airport B.V. om maatregelen te treffen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5530
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202601848/1/R2

202601850/1/R2

Bij besluit van 6 januari 2022 heeft Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van MOB en anderen van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) door aan Eindhoven Airport N.V. een verplichting op te leggen om maatregelen te treffen, afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank het beroep van MOB en anderen gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit op bezwaar van de minister van 8 januari 2025 vernietigd en opgedragen om met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. De minister stelt dat hij nog geen besluit heeft genomen, omdat het onhaalbaar is om aan de opdracht van de rechtbank te voldoen binnen acht weken. Om deze reden heeft de minister een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de uitspraak van de rechtbank te schorsen voor zover daarin een opdracht is gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5483
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Luchtvaart
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202601850/1/R2

202601882/1/A2

Bij beslissing van 9 februari 2026 heeft de Examencommissie van het Instituut Bestuurskunde de door [appellant] ingeleverde masterscriptie ongeldig verklaard en [appellant] uitgesloten van een herkansing om zijn scriptie te repareren.[appellant] volgt de masteropleiding Public Management and Leadership en heeft in het kader van deze opleiding het scriptietraject gevolgd. Op 9 februari 2026 heeft de examencommissie vastgesteld dat [appellant] bij het schrijven van zijn scriptie fraude heeft gepleegd. De examencommissie heeft de scriptie ongeldig verklaard en [appellant] uitgesloten van de herstelmogelijkheid. Het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden heeft die beslissing in stand gelaten. Het CBE heeft zich in de beslissing van 12 mei 2026 op het standpunt gesteld dat de examencommissie terecht heeft geconcludeerd dat [appellant] heeft gefraudeerd door niet-bestaande referenties op te nemen in de scriptie. Daarmee is de herkomst van de gebruikte informatie niet controleerbaar en kan het werk niet worden beschouwd als een origineel, controleerbaar academisch product. Het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden is [appellant] niet gevolgd in zijn betoog dat het gaat om een menselijke fout die is begaan onder tijdsdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5476
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601882/1/A2

202602080/2/R2

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bred aan Sabbia Dent B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit "wijzigen van gebruik" ten behoeve van de vestiging van een zelfstandige tandartsenpraktijk en voor de omgevingsplanactiviteit "het aanleggen van een uitweg/uitrit" op het perceel aan de Bremhorst 9 in Teteringen. Sabbia Dent B.V. heeft een tandartsenpraktijk aan de Bremhorst 9 in Teteringen. De praktijk is sinds de jaren ’70 ter plaatse aanwezig en verbonden met de woning op het perceel. Op 5 januari 2024 heeft Sabbia Dent B.V. een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit "wijzigen van gebruik" ten behoeve van de vestiging van een zelfstandige tandartsenpraktijk en voor de omgevingsplanactiviteit "aanleggen van een uitweg/uitrit". Sabbia Dent B.V. wil het kadastrale perceel splitsen in twee percelen, waardoor een nieuw bouwperceel ontstaat met daarop een eigen hoofdgebouw, de tandartsenpraktijk. De praktijk wordt dan losgekoppeld van de woning. Uit de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Teteringen" volgt dat aan het perceel de bestemming "Wonen" en de aanduiding "waarde-archeologie" is toegekend. Dit bestemmingsplan maakt op grond van artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Breda als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet. Een zelfstandige tandartsenpraktijk is ter plaatse niet toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5425
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202602080/2/R2

BRS.26.003415

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5414
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003415

BRS.26.004106

Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5404
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004106

BRS.26.004338

Bij besluit van 31 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5403
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004338

BRS.26.004487

Bij besluit van 21 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5439
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004487

BRS.26.004544

Bij besluit van 14 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5428
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004544

BRS.26.004550

Bij besluit van 3 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5427
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004550

BRS.26.004571

Bij besluit van 28 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5438
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004571

BRS.26.004580

Bij besluiten van 10 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5429
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004580

BRS.26.004850

Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5460
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004850

BRS.26.004866

Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5467
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004866

BRS.26.004873

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5468
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004873

BRS.26.004876

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5469
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004876

202307408/2/A3

Ten aanzien van zaak nr. 202307408/1/A3, die op 23 september 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Daalder, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 11 september 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Staatsraad Daalder heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat mr. M.L. Batting zich namens verweerder als gemachtigde heeft gesteld. Mr. Batting is werkzaam op het kantoor Pels Rijcken, waar hij in het verleden ook aan verbonden is geweest. Hoewel hij sinds 1 januari 2016 niet meer aan dat kantoor is verbonden, heeft hij sindsdien met mr. Batting nauwe persoonlijke contacten onderhouden die tot op heden voortduren. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het hoger beroep te voorkomen, heeft staatsraad Daalder verzocht om verschoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5451
Datum uitspraak
15 september 2026
  • Verschoning
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307408/2/A3

202401755/1/V2

Bij besluiten van 29 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5441
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401755/1/V2
vorige pagina123...1.267volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon