Uitspraak 202600427/2/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5470
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei van 22 december 2025 over het winningsplan "F06-IJssel". De minister heeft de Afdeling vanwege het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. De minister heeft ter motivering van het verzoek aangevoerd dat deze delen van het winningsplan vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten. Het gaat om concurrentiegevoelige informatie over investeringen en operationele kosten. De minister verwijst ter onderbouwing van het verzoek naar de uitspraken van de Afdeling van 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3051 en 30 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2507.
- Geheimhoudingsbeslissing
- Openbaarheid
Toon inhoud
202600427/2/R4.
Datum beslissing: 16 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
1. [appellant sub 1], wonend in [woonplaats],
2. Stichting Advocates for the Future, gevestigd in Amsterdam,
appellanten,
en
de minister van Klimaat en Groene Groei,
verweerder.
Procesverloop
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 22 december 2025 over het winningsplan "F06-IJssel".
De minister heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat alleen de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.
Het stuk betreft het vertrouwelijke deel (appendix A) van het winningsplan van ONE-Dyas B.V.
Stichting Advocates for the Future en ONE-Dyas hebben gereageerd op het verzoek.
Overwegingen
1. De minister heeft de Afdeling vanwege het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. De minister heeft ter motivering van het verzoek aangevoerd dat deze delen van het winningsplan vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten. Het gaat om concurrentiegevoelige informatie over investeringen en operationele kosten. De minister verwijst ter onderbouwing van het verzoek naar de uitspraken van de Afdeling van 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3051 en 30 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2507.
2. Stichting Advocates for the Future stelt zich op het standpunt dat de minister niet goed heeft gemotiveerd welke onderdelen van het stuk vertrouwelijk zijn en waarom. Daarnaast bevat het stuk milieu-informatie in de zin van artikel 19.1a, eerste lid, onder e, van de Wet milieubeheer (Wm) en het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus). De informatie over de investeringskosten en operationele kosten is namelijk relevant voor de vraag op welk moment de investeringen worden terugverdiend, en dat is relevant voor de beoordeling van de duur en intensiteit van de olie- en gaswinning. Daarom hebben appellanten het recht om over deze informatie te beschikken, aldus Stichting Advocates for the Future.
3. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
4. De Afdeling stelt voorop dat het stuk geen milieu-informatie bevat in de zin van artikel 19.1a, eerste lid, onder e, van de Wm. In het stuk is weliswaar een overzicht opgenomen van de verwachte investerings- en operationele kosten voor de uitvoering van het project, maar in het stuk wordt geen afweging gemaakt hoe lang en op welke wijze de olie- en gaswinning moet worden uitgevoerd, bijvoorbeeld aan de hand van een analyse van de te verwachten kosten en baten. In het stuk staan geen gegevens over de toestand van het milieu of de effecten daarop. Voor het stuk geldt geen ruimer openbaarmakingsregime op grond van artikel 5.1, zesde lid, van de Wet open overheid en artikel 4 van het Verdrag van Aarhus. Daarom bestaat er geen aanleiding om bij de beoordeling van het verzoek om geheimhouding van een ander kader dan hiervoor in overweging 3 uit te gaan.
5. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de minister bij geheimhouding van de bedrijfs- en fabricagegegevens van ONE-Dyas zwaarder dan het belang dat partijen daarvan kennisnemen. Het stuk bevat namelijk informatie over de verwachte investerings- en operationele kosten, die bedrijfsvertrouwelijk en concurrentiegevoelig zijn. De bescherming van dat belang weegt zwaarder dan het belang van Stichting Advocates for the Future om van deze gegevens kennis te nemen.
6. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Hoekstra, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Hoekstra
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026
933