Uitspraak BRS.26.003941
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5433
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
- Voorlopige voorziening
- Regulier
Toon inhoud
BRS.26.003941
ECLI:NL:RVS:2026:5433
Datum uitspraak: 16 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 8 mei 2026 in zaken nrs. 24/8407 en 24/11409 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.
Bij besluit van 16 april 2024 heeft de staatssecretaris het tegen het besluit van 8 februari 2024 door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de staatssecretaris het tegen het besluit van 19 juli 2023 door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 11 mei 2026 heeft de rechtbank de tegen de besluiten door verzoeker ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Koelman, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Koelman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026
1021