Verlagen eigen risico klinkt sympathiek maar leidt tot forse problemen

Veel mensen worstelen met het eigen risico dat zij ieder jaar moeten betalen als zij gebruikmaken van gezondheidszorg. De regering stelde voor het bedrag te halveren. Maar dat heeft allerlei negatieve gevolgen die de regering beter in kaart had moeten brengen.

Het eigen risico is voor veel mensen die gebruikmaken van de zorg een tegenvaller: de eerste € 385 van die zorg moeten ze elk jaar zelf betalen. De regering stelde voor dit te verlagen naar € 165 per jaar. Dan zouden minder mensen om financiële redenen noodzakelijke medische zorg uitstellen of hiervan afzien. Lagere kosten voor burgers die minder bang hoeven te zijn dat de dokter of medicijnen voor hen te duur zijn. Het is een sympathieke gedachte.

(Laurens van Putten, ANP)

Zorgverzekeringswet

Het verplichte eigen risico is in 2008 geïntroduceerd in de Zorgverzekeringswet. Het stimuleert mensen om bewust na te denken of een medische behandeling nodig is, het zogenoemde ‘remgeldeffect’. Zo draagt het bij aan de betaalbaarheid van de zorg. Dit versterkt ook het maatschappelijk draagvlak voor risicosolidariteit, één van de uitgangspunten van de Zorgverzekeringswet. De regering schrijft in haar toelichting bij het wetsvoorstel dat in 2023 één op de tien mensen om financiële redenen afzag van medische zorg. Bij de kwetsbare groepen is dit aandeel nog groter: één op zeven tot wel één op de vijf bezocht de dokter niet vanwege de verwachte kosten. Met de verlaging van het eigen risico zou de toegankelijkheid van de zorg kunnen worden vergroot. Op zich begrijpelijk, vindt de Afdeling advisering. Maar toch zitten er veel haken en ogen aan dit wetsvoorstel. De vele, onbedoelde negatieve effecten maken dit plan onhaalbaar.

Kwetsbare groepen

Op dit moment blijkt de betaling van het eigen risico vooral problematisch voor kwetsbare groepen. Dat zijn mensen met een laag inkomen, een slechtere gezondheid en met lage gezondheidsvaardigheden. Dat zijn vaardigheden die mensen nodig hebben om informatie over gezondheid en ziekte te vinden, te begrijpen en toe te passen. Op het eerste gezicht zouden zij dan ook baat hebben bij die verlaging. Maar wat de regering voorstelt is niet specifiek op hen gericht. Ook mensen die het eigen risico goed kunnen en willen betalen, profiteren daarvan.

Financiële gevolgen

Verder klinkt het mooi om het eigen risico met € 220 te verlagen, maar dat leidt naar verwachting tot een verhoging van de nominale premie voor de zorgverzekering voor iedere verzekerde met ongeveer € 200 per jaar. Daar gaat het financiële voordeel. Bepaalde kwetsbare groepen gaan er financieel zelfs op achteruit als het eigen risico wordt verlaagd. Verder wordt, als het eigen risico wordt verlaagd, de zogenoemde Tegemoetkoming arbeidsongeschikten vanaf 2027 afgeschaft. Mensen met lage inkomens en arbeidsongeschikten kunnen op dit moment aanspraak maken op deze tegemoetkoming. Nu zij deze vergoeding dreigen te verliezen, wordt het financiële voordeel dat zij verkrijgen door het verlaagde eigen risico, meer dan tenietgedaan. Zij zullen door deze inkomensachteruitgang onbedoeld juist sneller om financiële redenen afzien van zorg. De regering maakt in haar toelichting bij het wetsvoorstel onvoldoende duidelijk of dit inkomenseffect afdoende wordt opgevangen. Want wie er uiteindelijk financieel op achteruitgaat, zal eerder de dokter mijden. Dan gebeurt het tegenovergestelde dan wordt beoogd. Het advies van de Afdeling advisering aan de regering: ga dieper in op deze financiële gevolgen.

Dat geldt ook voor de vraag in hoeverre de verlaging van het eigen risico een structurele verbetering brengt in de financiële toegankelijkheid van de zorg. Het voorstel zal leiden tot hogere zorgkosten, omdat meer mensen een beroep gaan doen op de zorg. Vanaf 2030 zou het eigen risico weer jaarlijks worden geïndexeerd en dus waarschijnlijk hoger worden. De indexering vindt immers plaats al naar gelang de stijging van de zorguitgaven. Kwetsbare burgers zien dan een nieuwe financiële barrière om van zorg gebruik te maken. Het wetsvoorstel biedt dus geen structurele verbetering van de financiële toegankelijkheid van de zorg.

Vergrijzing

Er komen méér ouderen, die ook nog eens ouder worden. Door deze dubbele vergrijzing in combinatie met economische en technologische ontwikkelingen zullen de zorgkosten in de komende decennia alleen maar verder toenemen: van 12,7% van het bruto binnenlands product in 2015 naar meer dan 20% in 2060. Omgerekend is dat een verdrievoudiging van de zorguitgaven per hoofd van de bevolking. Wordt dit wetsvoorstel uitgevoerd, dan nemen de overheidsinkomsten uit het eigen risico met bijna € 2,3 miljard af. Tegelijk neemt het remgeldeffect af. Daardoor neemt de zorgvraag toe en stijgen de zorgkosten met € 2,3 miljard. Maar de uitgaven aan de zorg als gevolg van de verlaging van het eigen risico nemen met bijna € 4,6 miljard toe – elk jaar opnieuw. Door tekorten op de arbeidsmarkt neemt hierdoor de druk toe op de betaalbaarheid en de personele houdbaarheid van de gezondheidszorg. Dat heeft weer nadelige consequenties voor de wachtlijsten. De regering licht deze gevolgen onvoldoende toe en zegt er ook niet bij wat eventueel aanvullend nodig is om de toenemende zorgvraag als gevolg van de verlaging van het eigen risico aan te kunnen.

Alternatieve maatregelen

De regering wijst erop dat het eigen risico vooral problematisch is voor de portemonnee van kwetsbare groepen, maar verzuimt om die problemen te ondervangen met maatregelen waaraan de genoemde nadelen niet kleven. Wel wijst de regering op regelingen die zijn gericht op financiële ondersteuning voor mensen die hun zorgkosten moeilijk kunnen betalen. Dat zijn bijvoorbeeld de zorgtoeslag, een fiscale aftrek voor specifieke zorgkosten en gemeentelijke instrumenten waarbij via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) soms het eigen risico kan worden verzekerd (‘gemeentepolis’). Maar waarom deze instrumenten de financiële drempels niet wegnemen licht de regering niet toe. Dat was wel belangrijk geweest: zo kan worden voorkomen dat ongerichte collectieve middelen worden ingezet voor verlaging van het eigen risico van de grote groep verzekerden die dat zelf best kunnen en willen betalen. Bovendien blijft daarmee het remgeldeffect beter behouden.

Vanwege al deze bezwaren luidt het advies dan ook om het voorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast.

Advies van 16 juni 2025: W13.25.00075/III