De Raad als begrotingstoezichthouder

De Afdeling advisering is belast met het onafhankelijk begrotingstoezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels en met het jaarlijkse advies bij de Miljoenennota. In dit kader zijn in 2025 de voorjaarsrapportage, het advies bij de Miljoenennota 2026 en septemberrapportage uitgebracht. Het begrotingstoezicht gebeurt tegen de achtergrond van toegenomen geopolitieke spanningen en daarmee samenhangende onzekerheid. Nationaal werd de behandeling van de begroting 2026 bemoeilijkt door de samenloop van verkiezingen en kabinetsformatie. Daarnaast stond 2025 in het teken van de verdere implementatie van het vernieuwde Europese begrotingsraamwerk. De Afdeling advisering vraagt in haar rapportages aandacht voor de betekenis van het nationale begrotingsbeleid.

Voorjaarsrapportage 2025

In de Voorjaarsrapportage 2025 (W06.25.00069/III) beoordeelt de Afdeling advisering de naleving van de nationale en Europese begrotingsregels. Zij concludeert dat Nederland voldoet aan de eisen van de correctieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact: het EMU-saldo blijft in de relevante jaren boven de grens van -3% bbp en de overheidsschuld onder de referentiewaarde van 60% bbp. Daartegenover staat dat niet wordt voldaan aan de vereisten van de preventieve arm. De groei van de netto-overheidsuitgaven ligt boven het uitgavenpad dat nodig is om de overheidsfinanciën op de middellange termijn houdbaar te houden.

De nationale begrotingsregels zijn in de Voorjaarsnota overwegend nageleefd. De Afdeling advisering constateert dat ramingen van het EMU-saldo in recente jaren vaak pessimistischer uitvielen dan de uiteindelijke realisaties, maar ziet hierin geen aanleiding om het trendmatig begrotingsbeleid te herzien. Daarnaast reflecteert zij in de rapportage op het eerste jaar dat de nieuwe Europese begrotingsregels gelden en op de aanvullende flexibiliteit voor defensie-uitgaven. Hierbij benadrukt ze dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën leidend moet blijven.

Miljoenennota-advies 2026 en Septemberrapportage 2025

In deze rapportages (W06.25.00214/III) beoordeelt de Afdeling advisering het begrotingsbeleid in de context van een demissionair kabinet en een wisselende samenstelling van de Tweede Kamer. Zij benadrukt dat nieuw beleid in deze fase budgettair neutraal moet zijn, om beleidsruimte voor een nieuw kabinet te behouden.

De Afdeling advisering spreekt waardering uit voor de aanzet tot een economische structuuranalyse, maar benadrukt het belang van een geïntegreerd analysekader waarin maatschappelijke opgaven en budgettaire grenzen expliciet worden gemaakt. Gegeven de toenemende schaarste aan arbeid, kapitaal en ruimte zijn keuzes onvermijdelijk. De Afdeling advisering wijst op het belang van het stimuleren van de productiviteitsgroei, de kwaliteit van de overheidsuitgaven en de noodzaak om verder te kijken dan één kabinetsperiode.

Bij de toetsing aan de Europese begrotingsregels concludeert de Afdeling advisering, in lijn met de Voorjaarsrapportage 2025, dat Nederland voldoet aan de eisen van de correctieve arm, maar niet aan die van de preventieve arm. Ook stelt zij vast dat het kabinet de regels van het trendmatig begrotingsbeleid niet volledig heeft nageleefd. Financiële dekking voor uitgaven wordt deels gevonden via maatregelen die over meerdere jaren en posten zijn gespreid. Dat vermindert de transparantie en de jaarconsistentie van het inkomsten- en uitgavenkader. Tot slot wijst de Afdeling advisering op risico’s voor de kwaliteit van de overheidsfinanciën door het gebruik van kasschuiven en het inhouden van prijsbijstellingen, die op termijn de dienstverlening van de overheid kunnen raken.