Jade Gundelach
Staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak
“In 2019 stond ik eens op het station van Almelo, toen ik een heel bijzonder telefoontje kreeg. Het was Rosa Uylenburg, toen voorzitter van de Omgevingskamer. Of ik wilde solliciteren als staatsraad – rechter dus. Dat verbaasde me: ik was advocaat bij een klein kantoor in het oosten van het land. Bedoelde Rosa niet mijn oudere mannelijke collega? Komen staatsraden niet van grote kantoren in de Randstad aan het eind van hun carrière? Ik was pas 41, had nog nooit over zo’n stap nagedacht maar zag het wel als een mooie kans. De Raad van State kende ik natuurlijk, ik heb als advocaat omgevingsrecht veel zaken bij de Afdeling bestuursrechtspraak gedaan.
Als puber wilde ik later de politiek in. Het is anders gelopen, maar ook als staatsraad heb je maatschappelijk impact. Het idealisme van toen heb ik nog steeds. Het is een dienende functie, uitdagend ook: je bedrijft hier bestuursrecht op het hoogste niveau. Omdat ik geen ervaring had als rechter, dacht ik aan het begin wel eens: hoe ga ik ooit dit vak leren? Het was ook nog eens corona. Een grote ambtelijke organisatie was ook een cultuurschok. Maar het wende snel, dankzij de betrokkenheid van veel collega’s..

Verschillende achtergronden maken rechtspraak inclusief en maatschappelijk relevant
In de Omgevingskamer doe ik grote en kleine zaken. Windparken, luchthavens, woningbouwprojecten, militaire oefeningen op Vlieland, maar ook handhavingszaken over een muur tussen twee percelen die net 20 centimeter te hoog is. Als advocaat was ik vooral nieuwsgierig naar achtergronden van zulke zaken – ook de technische aspecten – en dat komt mij nu goed van pas.
Ik ben geboren in Zuid-Korea, maar als baby geadopteerd. Mijn ouders hebben geen academische achtergrond en ik kom uit een klein dorp. Zoiets bevordert de diversiteit binnen de Raad. Hier werken veel jonge mensen, meer dan buitenstaanders zich realiseren. En die houden allemaal contact met de samenleving, wat hun achtergrond ook is. Juist die verschillende achtergronden zorgen ervoor dat wij ons goed kunnen inleven in partijen die procederen. Zo maak je rechtspraak inclusief en maatschappelijk relevant. Dat maakt de Raad weer aantrekkelijk voor jonge juristen van allerlei snit.
Dat klinkt misschien wat zwaar. Ondertussen hebben we gewoon veel plezier met een heel actieve personeelsvereniging. Daar hadden we eens een hardlooptraining. In maart heb ik met collega’s de City Pier City gelopen, een halve marathon. Sportief, toch?”
