Overige onderwerpen

Prejudiciële verwijzingen

In 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in vijf verwijzingsuitspraken prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

In de eerste uitspraak vraagt de Afdeling bestuursrechtspraak of de behandeling van een verzoek om internationale bescherming mag worden opgeschort gedurende de periode dat iemand recht heeft op tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming (ECLI:NL:RVS:2025:1473).

In de tweede uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof de vraag voorgelegd of op grond van bilaterale overeenkomsten in het kader van buitenlandse handelsbetrekkingen voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf een onderscheid naar nationaliteit mag worden gemaakt tussen vreemdelingen die moeten voldoen aan het inburgeringsvereiste in het buitenland en vreemdelingen die daarvan zijn vrijgesteld (ECLI:NL:RVS:2025:2628).

In de derde uitspraak vraagt de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof of een persoon uit het Schengengebied mag worden gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem, omdat hij een potentiële bedreiging voor de openbare orde zou zijn (ECLI:NL:RVS:2025:3254).

In de vierde zaak wil de Afdeling bestuursrechtspraak weten of de minister van Asiel en Migratie een terugkeerbesluit mag nemen als de uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met het beginsel van non-refoulement (ECLI:NL:RVS:2025:4046).

In de laatste prejudiciële vraag van 2025 vraagt de Afdeling bestuursrechtspraak om uitleg van de Geneesmiddelenrichtlijn, in het bijzonder de vergunningsprocedure voor het in de handel brengen van geneesmiddelen (ECLI:NL:RVS:2025:6395).

Samenwerking met Luxemburg en Willemstad

Vanuit de directie Bestuursrechtspraak is in 2025 een jurist gedetacheerd bij de onderzoeksdirectie van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Daarnaast zijn in 2025 een staatsraad en een jurist gedetacheerd bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, gevestigd in Willemstad op Curaçao.

Werkzaamheden van de wrakingskamer

Een procespartij die meent dat een staatsraad vooringenomen is of die schijn heeft gewekt, kan een wrakingsverzoek doen. In de procedure die daarop volgt, onderzoekt de wrakingskamer of er feiten of omstandigheden zijn die, objectief bezien, de conclusie rechtvaardigen dat de staatsraad bevooroordeeld is of de schijn daarvan heeft gewekt. Is dat het geval, dan wordt het wrakingsverzoek toegewezen en wordt de staatsraad vervangen. Bij die beoordeling geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn.

Een wrakingsverzoek leidt niet altijd tot een beslissing van de wrakingskamer. Niet alleen kan een wrakingsverzoek, voordat een beslissing is genomen, worden ingetrokken. Ook kan de staatsraad berusten in de wraking. In de kern geeft de staatsraad daarmee aan dat hij of zij inziet waarom de wrakende procespartij enige vrees heeft voor (de schijn van) partijdigheid. Na een berusting wordt de zaak overgenomen door een andere staatsraad en volgt geen beslissing meer op het verzoek. Dat is dan immers niet meer nodig omdat het doel al is bereikt: vervanging van de staatsraad.

In 2025 heeft de wrakingskamer in vierenveertig zaken een wrakingsverzoek ontvangen. Daarbij is het meermalen voorgekomen dat in één zaak meerdere wrakingsverzoeken zijn gedaan. Zo is in één zaak tot vier keer een verzoek om wraking gedaan. Daarnaast heeft een partij in zeventien afzonderlijke zaken tot twee keer toe een verzoek om wraking gedaan. De wijze van procederen van deze laatste partij, in combinatie met het vertoonde gedrag binnen en buiten de zittingszaal, vormde aanleiding voor de Staat om een kort gedingprocedure te starten, dat heeft geleid tot het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 4 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5569. Hierbij is de desbetreffende partij veroordeeld om gedurende een periode van twee jaar in bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures niet in persoon maar uitsluitend met een advocaat te procederen, zich ter zitting in die procedures te laten vertegenwoordigen door een advocaat en zich in die procedures niet anders dan via een advocaat te richten tot of te communiceren met de rechtspraak.

De ingediende wrakingsverzoeken hebben geleid tot zesentwintig beslissingen, één berusting en twee intrekkingen. In die beslissingen is zestien keer het wrakingsverzoek afgewezen. In diverse gevallen ging het verzoek over een procesbeslissing, zoals het weigeren om getuigen te horen, uitstel te verlenen of een nieuw stuk toe te laten. Wraking vanwege een procesbeslissing is alleen aan de orde als er zeer uitzonderlijke omstandigheden spelen. Daarvan was in deze gevallen niet gebleken. Andere wrakingsverzoeken zijn na een inhoudelijke beoordeling afgewezen, omdat van (de schijn van) vooringenomenheid niet is gebleken. In enkele beslissingen is het verzoek om wraking buiten behandeling gelaten of niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit niet was gericht tegen de behandelend staatsraad of omdat dit te laat is ingediend.

Werkzaamheden van de verschoningskamer

In een verschoningsprocedure wordt een staatsraad, veelal op eigen verzoek, vervangen door een collega, om iedere schijn van partijdigheid op voorhand weg te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak hanteert een ruim verschoningsbeleid waarbij rekening wordt gehouden met de voormalige werkkring en nevenactiviteiten van de staatsraad en die van zijn of haar familieleden.

Naast de verschoningsgronden die al vooraf bij het plannen van de zittingen wordt gehanteerd, is er in 2025 in zeven procedures een beslissing tot verschoning genomen. Hierdoor zijn staatsraden die al waren ingedeeld voor een zitting, alsnog vervangen door een collega.