Dries van de Voort
Jurist bij de directie Bestuursrechtspraak
“In Leiden studeerde ik encyclopedie en filosofie van het recht en staats- en bestuursrecht. Scripties schreef ik over rechtsvinding, rechtsvorming en wetgevingsleer. Vrij abstract, ik had ook behoefte aan concrete toepassingen. Dat vond ik bij de Raad van State in de kennisunit van de directie Bestuursrechtspraak, zeg maar het wetenschappelijk bureau. Daar ben je een soort vraagbaak voor de griffiers, je beziet onderwerpen vanuit een perspectief dat de concrete rechtszaak overstijgt. Wat is het toepassingsbereik van een wetsartikel? Hoe kunnen we anticiperen op wetgeving? Wat zijn handvatten bij het toepassen van algemene rechtsbeginselen? Als een kwestie zich voordoet in de Algemene kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak, welke impact kan dat hebben op de Omgevingskamer? Daarover schrijven we notities.
Zo heb ik eens een stuk geschreven over hoe om te gaan met appellanten die in hun beroepschrift onbehoorlijke taal gebruiken. De wet biedt daarvoor geen concrete aanknopingspunten. Welke instrumenten heeft de rechter dan? Uiteindelijk is er een uitspraak gedaan waarin de appellant niet‑ontvankelijk is verklaard, dus zijn bezwaren zijn niet inhoudelijk behandeld.

In de raadkamer vragen ze ook jonge juristen naar hun oordeel
Tegenwoordig doe ik meer het juridische handwerk: uitspraken voorbereiden en uitwerken. De eerste juridische puzzelstukjes leggen. Wat is de toepasselijke regelgeving, welke rechtspraak is er over vergelijkbare gevallen, welke informatie hebben we nog nodig van procespartijen. In feite zet ik de uitspraak zoveel mogelijk in de steigers. Na de behandeling op de zitting bespreken we het in de raadkamer, waar ik als griffier bij ben. Ook mijn kijk op de zaak wordt dan gevraagd. Op dit moment doe ik vooral subsidie-, toeslagen- en onderwijszaken, waaronder studentenzaken.
Het is veel denkwerk, en daarom is het zo leuk dat we bij de Raad van State ook goed kunnen ontspannen. Zo zit ik als toetsenist in de RvS-huisband. We treden alleen binnen deze muren op. Twee uur bij de kerstborrel, zo’n twintig liedjes, als het maar swingt. Zelfs de vice-president zingt dan mee met een nummer van The Beatles waar hij groot fan van is. Daarnaast ben ik lid van de barcommissie, maandelijks organiseren we een borrel voor alle collega’s.
Hoe graag ik hier ook werk, toch ga ik er drie maanden tussenuit. Dan loop ik naar Santiago de Compostella, een fysieke en mentale uitdaging. Heel fijn dat ik hier die kans krijg.”
