Burgemeester mag demonstraties direct voor de deur van abortuskliniek verbieden

Mogen demonstranten bij abortusklinieken bezoekers aanspreken om hen te overtuigen om een abortus te heroverwegen? In meerdere gemeenten – Amsterdam, Heemstede en Groningen – hadden burgemeesters beperkingen gesteld aan deze demonstraties. Pro life-actievoerders zijn het daar niet mee eens. De vraag was of burgemeesters beperkingen mogen stellen aan demonstraties bij abortusklinieken, en zo ja, welke? Daarover bestond veel onduidelijkheid. Eind 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in vier gelijksoortige zaken.

Een van die zaken werd aangespannen door Stichting Schreeuw om Leven, die regelmatig bij een Groningse abortuskliniek demonstreert. Op enig moment verbond de burgemeester van Groningen hieraan voorschriften: demonsteren voor de ingang van de kliniek is niet meer toegestaan, wel aan de overkant van de straat. De wettelijke basis van het demonstratierecht is te vinden in de Grondwet en in de Wet openbare manifestaties. In de Grondwet staat dat het demonstratierecht mag worden beperkt om de gezondheid te beschermen, in het belang van het verkeer en/of om wanordelijkheden te voorkomen. In de Wet openbare manifestaties staat dat de burgemeester steeds een inschatting moet maken of aan een demonstratie beperkingen en voorschriften moeten worden gesteld en welke dat dan zijn. De rechter bepaalt of deze inschatting redelijk is.

(Koen van Weel, ANP)

Demonstratie

In deze uitspraak begint de Afdeling bestuursrechtspraak met enkele algemene overwegingen. Zoals: is hier wel sprake van een ‘demonstratie’? Velen denken daarbij aan grote groepen mensen die met protestborden de straat opgaan. Maar mensen aanspreken of een flyer geven valt ook onder het demonstratiebegrip, oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak. Deze demonstraties zijn gericht op het uiten van een visie op politiek en maatschappelijk gebied, de demonstranten willen een maatschappelijke verandering bewerkstelligen.

Wanordelijkheden

De Afdeling bestuursrechtspraak boog zich ook over de vraag: wanneer spreken we van ‘wanordelijkheden’, een van de gronden om demonstraties te kunnen beperken? Daarvoor moet onder meer worden gekeken naar de plaats waar de demonstratie wordt gehouden, oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak. Bij een demonstratie bij een abortuskliniek is sneller sprake van wanordelijkheden dan bij een andere demonstratie. Dat heeft te maken met de locatie en de kwetsbaarheid van de bezoekers van abortusklinieken. Rond een abortuskliniek hoort een bepaalde mate van orde en rust te heersen, net als bij een ziekenhuis. Het is een plek waar mensen komen die hun eigen grondwettelijke rechten uitoefenen en recht hebben op en behoefte hebben aan zorg. Deze mensen bevinden zich in een kwetsbare positie waardoor de aanwezigheid van demonstranten hen eerder, sterker en persoonlijker zal raken en daardoor voor hen veel indringender zal zijn dan in de meeste andere gevallen.

Om wanordelijkheden te voorkomen kan de burgemeester voor de demonstratie een andere locatie aanwijzen, zolang maar aan de eis van zicht- en gehoorafstand is voldaan. Want iedereen heeft het recht om te demonstreren, óók bij een abortuskliniek. Maar bezoekers van een abortuskliniek moeten wel zelf kunnen beslissen of zij een directe confrontatie met de demonstranten willen aangaan of dat zij zich hieraan willen onttrekken. Zelfs als demonstranten bij de ingang van een abortuskliniek hen niet toeroepen, aandringen op een gesprek of folders aanbieden, kan hun aanwezigheid dusdanig indringend zijn dat dit onder ‘wanordelijkheden’ valt.

Ruimtelijke beperkingen en vrijheid van demonstratie

Wat betekenen deze algemene overwegingen voor de demonstranten in Groningen? Omdat bezoekers van de abortuskliniek op een kwetsbaar moment direct langs de demonstranten moeten lopen, mag de burgemeester vrezen voor wanordelijkheden. Stichting Schreeuw om Leven vindt de beperking echter in strijd met het recht op demonstratie zoals dit is verwoord in het Europees mensenrechtenverdrag (EVRM). Demonstranten hebben immers het recht om zelf tijdstip, plaats en vorm van de demonstratie te kiezen, vindt de stichting. Nu is het onmogelijk om bezoekers aan te spreken of flyers uit te delen, wat juist de kern van de demonstratie van de stichting vormt. Demonstraties mogen nu eenmaal enig ongemak veroorzaken, aldus de stichting. De Afdeling bestuursrechtspraak ziet dit anders. Zij overweegt – net als de rechtbank – dat het voorschrift geen beperkingen aan de inhoud van de demonstratie stelt. De beperkingen zijn slechts ‘ruimtelijk’ van aard: de demonstranten mogen aan de overzijde van de kliniek wel staan. Het is voor hen nog steeds mogelijk om binnen zicht- en gehoorafstand hun mening kenbaar te maken. Kliniekbezoekers kunnen vervolgens zelf bepalen of zij zich daaraan onttrekken of dat zij naar de demonstranten toelopen om het gesprek aan te gaan of een flyer aan te nemen. Het voorschrift maakt het demonstratierecht dus niet illusoir. Het beperken van de locatie waar mag worden gedemonstreerd is dus niet in strijd met het EVRM, zo oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak.

Vrijheid van meningsuiting

Maar wél met het recht op vrijheid van meningsuiting, vindt de stichting. Het geven van informatie in de nabijheid van een abortuskliniek behoeft immers speciale bescherming omdat het om een gevoelige kwestie gaat. Maar ook dit betoog slaagt niet. De Afdeling bestuursrechtspraak wijst er in de uitspraak op dat de beperking ‘bij wet is voorzien’, een legitiem doel dient en noodzakelijk kan worden geacht in een democratische samenleving. De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot de slotsom dat de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat de burgemeester alleen al ter voorkoming van wanordelijkheden mocht besluiten dat er niet mag worden gedemonstreerd op de stoep voor de abortuskliniek.

Uitspraak van 3 december 2025: ECLI:NL:RVS:2025:5683.