In december 2024 werd het zeventigjarig bestaan van het Statuut voor het Koninkrijk herdacht. Het spontaan advies dat de Afdeling advisering in oktober 2024 had uitgebracht riep op tot betere en meer pragmatische verhoudingen binnen het Koninkrijk, waarbij samenwerking op basis van wederzijds begrip centraal moet staan. Het advies werd in de verschillende landen van het Koninkrijk redelijk positief ontvangen, maar een gezamenlijk standpunt dat tot uiting moet komen in een nader rapport van de rijksministerraad, bleef in 2025 achterwege.

In drie van de vier koninkrijkslanden waren het afgelopen jaar parlementsverkiezingen. Politieke stabiliteit is in alle landen een punt van zorg en aandacht. In Nederland traden de afgelopen vier jaar vier Nederlandse bewindslieden voor koninkrijksrelaties aan, in drie verschillende kabinetten. Consistentie en continuïteit van beleid raakten hierdoor in het gedrang.

De Raad van State van het Koninkrijk, dus niet alleen van of voor Nederland, heeft als adviseur de ambitie om zuurstof te geven aan nieuwe ideeën, betere verhoudingen en vooral goede samenwerking binnen het Koninkrijk. Waar mogelijk vervult de Raad van State hierbij de rol van ‘honest broker’ tussen de verschillende belangen en inzichten. De Raad onderhoudt daarvoor goede contacten in Europees Nederland en op alle zes eilanden, zowel in de publieke sector als in de private en niet te vergeten in de civil society. De drie staatsraden van het Koninkrijk dragen hieraan in belangrijke mate bij. De Raad kon in oktober 2025 in de persoon van mr. Randolf Duggins een nieuwe staatsraad van het Koninkrijk voor Sint Maarten verwelkomen.

De viering van Koninkrijksdag 2025 was op 15 december op de Haagse Hogeschool in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Raad van State. In zijn inleiding ging vice-president Thom de Graaf expliciet in op de zorgen over de koninkrijksrelaties die binnen de Raad leven:

“Maar juist ook omdat we voldoende zien, lezen en horen, maken we ons soms wat zorgen. Het Koninkrijk doet het vaak goed en al helemaal als je er met een regionale Caribische bril naar kijkt. Maar dat Koninkrijk kan nog zoveel beter. En de mensen die het Koninkrijk samen vormen – allemaal met de Nederlandse nationaliteit – verdienen dat alle overheden dagelijks hun uiterste best doen om prangende vraagstukken zoals armoede, beter onderwijs, veiligheid, aan te pakken. Natuurlijk autonoom, dat wil zeggen ieder zijn eigen taken en verantwoordelijkheden, maar als het even kan in intensieve samenwerking. Sint Maartenaren, Curaçaoënaars of Arubanen hebben niets aan competentiegevechten of hoogdravende woorden over het eigen gelijk; ze hebben wel iets aan lands- en rijksbesturen die de handen ineenslaan, kennis delen en over de grenzen van de eigen bevoegdheid zo goed mogelijk samenwerken. Ook als dat geld kost.”

Tijdens het verslagjaar hebben diverse Caribische delegaties de Raad van State bezocht voor gesprekken met vice-president of staatsraden. Daarbij gaat het om gouverneurs, ministers-president, gezaghebbers en volksvertegenwoordigers. In maart 2025 heeft de vice-president een werkbezoek gebracht aan Sint Maarten en aansluitend aan Sint Eustatius. Hij hield tijdens het werkbezoek onder meer een lezing op de University of Sint Maarten, waarbij hij uitgebreid inging op het advies over 70 jaar Statuut.