Internationale samenwerking
In elk land ter wereld bestaat wel een vorm van administratieve rechtspraak. Hoewel de precieze organisatie daarvan van land tot land kan verschillen, lopen vele bestuursrechtscolleges inhoudelijk tegen vergelijkbare vragen aan: werving en selectie van rechters, competentievraagstukken, toetsingswijzen, externe oriëntatie, onafhankelijkheid. Datzelfde geldt voor de instellingen die wereldwijd aan onafhankelijke wetgevingsadvisering doen. De Raad van State onderhoudt mede daarom met diverse zusterinstellingen goede contacten.
De meeste van die contacten zijn binnen Europa (binnen de Europese Unie, maar ook met de Raad van Europa), al was het maar omdat binnen Europa de overeenkomsten wat rollen en functies betreft, het grootst zijn. Ook speelt een vergelijkbare invloed van het Europees recht een rol. Daarbinnen bestaan er goede en frequente bilaterale contacten met onder meer de Raad van State van België, het Bundesverwaltungsgericht in Duitsland, de Raad van State van Frankrijk en de Raad van State en het Administratieve Hof van Luxemburg.
Daarnaast zijn twee multilaterale gremia in het bijzonder van belang: het tweejaarlijkse overleg in Beneluxverband en de contacten via de Europese Vereniging van Raden van State en hoogste administratieve rechtscolleges (ACA-Europe). Binnen ACA-Europe worden jaarlijks meerdere symposia georganiseerd, zijn er personele uitwisselingen en worden diverse kennisbanken gevoed met relevante jurisprudentie en andere informatie die voor Europese bestuursrechters en wetgevingsadviseurs van belang zijn.
Onder auspiciën van het Finse ACA-voorzitterschap organiseerde de Raad van State samen met onze Belgische collega’s medio maart een tweedaagse bijeenkomst in Den Haag over de bijdrage aan de kwaliteit van wetgeving van adviseurs en rechters. Dit seminar volgde op een seminar onder het Nederlandse ACA-voorzitterschap in 2017 over de instrumenten en mechanismen in verschillende landen die kunnen bijdragen aan de kwaliteit van wetgeving. Vertegenwoordigers van dertig Europese landen en instituties, waaronder het Hof van Justitie van de Europese Unie, spraken over de bijdragen aan betere wetgeving van onafhankelijke wetgevingsadviseurs als de Raden van State. Daarnaast ging het ook over de terugkoppeling door hoogste bestuursrechters aan de wetgever van in de rechtspraktijk gebleken feilen en gebreken in wetgeving, in het bijzonder over de vraag op welke wijze en in welke vorm die terugkoppeling het best kan gebeuren.
Finland zelf was in mei 2025 gastheer van een bijeenkomst over de dialoog van de deelnemende landen met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), met in het bijzonder ook aandacht voor de adviesfunctie van dat Hof. In de marge van de bijeenkomst vond ook de jaarvergadering van ACA-Europe plaats, waarbij Finland het (tweejaarlijkse) voorzitterschap van de vereniging overdroeg aan Griekenland.
In november 2025 organiseerde de Griekse Raad van State een seminar over de gevolgen voor wetgeving en bestuursrechtspraak van klimaatverandering en over-toerisme. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak hield daar een inleiding over de Nederlandse benadering van het onderwerp.
Nederlandse staatsraden leren van de aanpak elders in Europa, waarbij het Europees recht een gemeenschappelijke deler vormt. Medio 2025 ontving de Raad van State de Belgische staatsraad dr. Toon Moonen, die als onderdeel van het ACA-uitwisselingsprogramma gedurende twee weken kennismaakte met de beide Afdelingen van de Raad en de ondersteunende directies. Staatsraad Kees Borman bezocht de Raad van State in Madrid en verschillende bestuursrechters.
In september 2025 was een delegatie van de Raad van State bij een bijeenkomst in Luxemburg, dat gezamenlijk was georganiseerd door de Raad van State en het Administratief Hof van Luxemburg naar aanleiding van de dertigste verjaardag van het zogenoemde Procola-arrest van het EHRM. Dat arrest ging over de vraag of de Luxemburgse Raad van State wel gezien kon worden als een onafhankelijke rechter in de zin van artikel 6 EVRM. Als gevolg van dit arrest werd in Luxemburg een apart Administratief Hof gevormd, dat niet langer onderdeel uitmaakte van de Raad van State. Het Procola-arrest was behalve voor Luxemburg ook voor België, Frankrijk, Italië en Nederland van belang, omdat de Raden van State in die landen ook twee functies uitoefenen. Tijdens de bijeenkomst is besproken hoe het vereiste van onafhankelijke bestuursrechtspraak in deze landen sinds Procola wordt gegarandeerd.
In oktober 2025 was een vertegenwoordiger van de Raad, net als vertegenwoordigers van andere Europese Raden van State, aanwezig bij een conferentie van de Raad van State van Colombia waar is gesproken over de onafhankelijke adviesfunctie. Hier is ook aandacht gevraagd voor de unieke structuur van het Koninkrijk der Nederlanden, waarvan Colombia één van de buurlanden is.
Ook in oktober was de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak vertegenwoordigd in Madrid op een periodieke bijeenkomst van de World Conference on Constitutional Justice, waar een groot aantal constitutionele rechtscolleges samenkwam.
In december 2025 vond in Brussel het tweejaarlijkse Benelux-overleg plaats met de Raden van State van België en Luxemburg en met het Administratief Hof van Luxemburg. Gespreksthema’s vormden onder meer de externe relaties en publieke communicatie, en ook mechanismen van de bestuursrechter om een vastgestelde onrechtmatigheid te herstellen of te compenseren.
De Raad van State is behalve van het Europese ACA-verband ook lid van de International Association of Supreme Administrative Jurisdictions (AIHJA/IASAJ). Ook bij deze internationale vereniging staat kennisoverdracht centraal. Het secretariaat van deze vereniging berust bij de Franse Raad van State.
