Woningproject Rotterdamse Rijnhaven mag met kleine aanpassing doorgaan

Enkele omwonenden zagen de bouw van drie hoge woontorens in de Rotterdam Rijnhaven niet zitten. Maar hun bezwaren zijn ongegrond, op één na: de gemeente had meer moeten doen om ‘windgevaar’ te voorkomen.

De gemeente Rotterdam heeft plannen met de Rijnhaven. Deze haven, een van de oudste op de zuidoever van de Nieuwe Maas en in het stadsdeel Feijenoord, moet een woongebied worden met horeca, ruimte voor kantoren en bedrijven, een stadsstrand en een stadspark. In het daarvoor vastgestelde bestemmingsplan staat dat er drie woontorens komen: de laagste wordt 120 meter hoog, de hoogste maximaal 250 meter. Daarin komen 3.000 woningen en verder kantoren, bedrijfsruimtes, commerciële en maatschappelijke voorzieningen en een ondergrondse parkeergarage.

(BarcodeArchitects)

Maar er is ook protest tegen de ambities van de gemeente. Enkele omwonenden vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en vechten het bestemmingsplan aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Met een groot aantal ‘beroepsgronden’ proberen zij de staatsraden ervan te overtuigen dat het bestemmingsplan – en daarmee de bouwplannen voor de woontorens – van tafel moet. Het zijn beroepsgronden die vaker aan de orde komen in procedures bij de Omgevingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak: onvoldoende inspraak, verkeers- en parkeeroverlast en schaduwhinder.

Inspraak

Een veel voorkomende klacht in dit soort rechtszaken is dat belanghebbenden zich niet gehoord voelen. Ook deze omwonenden stellen dat zij hun bezwaren pas tijdens de zogeheten zienswijzenprocedure naar voren konden brengen. Maar volgens de Afdeling bestuursrechtspraak konden omwonenden bij de gemeente hun inbreng leveren op – toen nog – een masterplan voor de omgeving. En toen het plan ter inzage werd gelegd, zijn vier inloopbijeenkomsten georganiseerd en was er een informatiebijeenkomst. Omwonenden hebben voldoende mogelijkheden gehad hun belangen kenbaar te maken. De gemeente heeft het bestemmingsplan dan ook zorgvuldig voorbereid.

Schaduwhinder

Een belangrijk inhoudelijk bezwaar van de omwonenden gaat over de bouwhoogte van de woontorens. Die zouden veel zonlicht wegnemen en daardoor tot schaduwhinder leiden. De gemeente deed een ‘bezonningsonderzoek’. Maar omwonenden vinden het onderzoeksgebied te klein en stellen dat niet goed is onderzocht wat de nieuwbouw betekent voor zonlicht op de nabijgelegen flats. En nu alleen is onderzocht wat de nieuwbouw betekent voor het zonlicht in de zomer, geeft dan geen representatief beeld. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat er geen wettelijke normen bestaan over het minimumaantal zonuren per dag in een woning. Dit mogen bestuursorganen zelf invullen. Wel erkent de Afdeling bestuursrechtspraak dat schaduwhinder een negatieve invloed kan hebben op het woon- en leefklimaat. Al is schaduwhinder van hoogbouw in een stedelijk gebied eerder aanvaardbaar dan in een niet-stedelijke omgeving. Uit de gemeentelijke onderzoeken bleek dat het bestemmingsplan geen onaanvaardbare schaduwhinder veroorzaakt en de Afdeling bestuursrechtspraak schaart zich daarachter.

Andere bezwaren

Ook de andere bezwaren van omwonenden slagen niet. Neem ‘hittestress’, waarbij gezondheidsproblemen kunnen ontstaan als de hitte door hoge temperaturen in binnensteden blijft hangen. Maar in deze zaak is het water van de Rijnhaven in de buurt en worden juist een stadsstrand en een park aangelegd. Voor verkoeling wordt dus gezorgd. Omwonenden hoeven niet bang te zijn dat het strand leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Het aantal evenementen wordt beperkt en er gelden zogenoemde geluidgrenswaarden. Verder worden de gebouwen inderdaad hoog maar de gemeenteraad heeft terecht overwogen dat er een stevige woningbouwopgave ligt: er moeten gewoon veel woningen bij komen. Een ander bezwaar: de nieuwbouw leidt tot meer druk op scholen, kinderopvang en zorginstellingen. Maar de omwonenden maken niet aannemelijk dat hun eigen voorzieningen onder druk komen te staan. Verder komt er in het plan juist ook ruimte voor nieuwe voorzieningen. Extra parkeerdruk? Er komen meer parkeerplaatsen en verbindingen voor openbaar vervoer liggen op loopafstand. Grotere verkeersintensiteit? De gemeente heeft daar voldoende onderzoek naar gedaan. Tot slot vreesden zij dat hun woningen in waarde zou dalen door de ontwikkelingen. Maar die zal niet zo groot zijn dat de gemeenteraad bij de afweging van alle belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

Windhinder

Op één punt worden de omwonenden wel in het gelijk gesteld. Hun vrees voor windoverlast als gevolg van de hoogbouw is terecht. Ook voor windhinder bestaan geen wettelijke normen, net als voor bezonning. Maar bestuursorganen moeten, voor een goede ruimtelijke ordening, wel oog hebben voor de risico’s van windhinder. Uit het ‘windklimaatonderzoek’ dat de gemeente heeft laten uitvoeren blijkt dat het windklimaat rond de geplande nieuwbouw op veel punten slecht is. Bij woontorens van tweehonderd meter zou zelfs ‘windgevaar’ kunnen ontstaan. De gemeenteraad had, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak, daarom niet mogen concluderen dat sprake is van een ‘aanvaardbaar windklimaat’. Op dit punt is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid. Wel stelt de gemeenteraad dat er sinds dit windonderzoek nieuwe inzichten zijn ontstaan. Daarom heeft de gemeente opnieuw onderzoek laten doen. Uit dat onderzoek blijkt dat het windklimaat een stuk gunstiger is als de drie geplande bouwblokken ‘getrapt’ worden vormgegeven.

Zelf in de zaak voorzien

Omdat dit niet in het bestemmingsplan staat, zou de gemeenteraad dit later moeten aanpassen. Dat neemt echter veel tijd in beslag. Daarom heeft de gemeenteraad de Afdeling bestuursrechtspraak gevraagd om ‘zelf in de zaak te voorzien’. Dat betekent dat de hoogste bestuursrechter zelf het plan aanpast. Zo kan op een efficiënte manier het bestemmingsplan definitief worden gemaakt.

De Afdeling bestuursrechtspraak bepaalt in de uitspraak dat er twee nieuwe regels in het bestemmingsplan bij moeten komen. Daarmee wordt vastgelegd dat er alleen een omgevingsvergunning voor de woontorens kan worden verleend als er geen windgevaar optreedt. Zo heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het geschil tussen de omwonenden en de gemeente definitief beslecht.

Uitspraak van 16 april 2025: ECLI:NL:RVS:2025:1726.