In onze democratische rechtsstaat bestaan diverse mogelijkheden om de belangen van volgende generaties mee te wegen in de politieke besluitvorming. Dat kan door meer uit te gaan van het langetermijnperspectief in de formulering van beleid, al dan niet vastgelegd in wet- en regelgeving en kaderstellende nota’s. Maar de toekomstige generaties kunnen ook op andere wijze een ‘stem’ in het debat verkrijgen.

Politiek en democratie

Jongeren hebben weinig tot geen invloed op politiek-bestuurlijke besluitvorming die hen raakt of in de toekomst zal raken. Uiteraard geldt dat al helemaal voor volgende generaties die nog niet of slechts kort geleden zijn geboren. Zij moeten er zonder eigen betrokkenheid op kunnen vertrouwen dat wederzijdse solidariteit en intergenerationele rechtvaardigheid in de besluitvorming van vandaag relevante factoren zijn. Onder huidige jongeren is er nog geen aanwijzing dat hun bereidheid om bij te dragen aan beleid dat vooral ouderen ten goede komt, sterk afneemt.39 Dat zou echter wel het geval kunnen zijn als zij het gevoel krijgen dat de gevraagde solidariteit niet wederzijds is.40 Het vertrouwen dat de rechtvaardigheid over de grenzen van de generaties heen op de lange termijn geborgd wordt, is essentieel en voor overheidsbeleid onmisbaar. Voor dat vertrouwen vormt een stabiele, betrouwbare overheid, die democratisch gelegitimeerd is en zich aan het recht gebonden weet, de beste garantie. Voor de overheid is het niet eenvoudig over de grenzen van vandaag heen te kijken. Het is immers lastig om effecten van beleid en wetgeving voor de (zeer) lange termijn in te schatten. Bovendien bestaat de al eerder genoemde politieke vooringenomenheid (‘bias’) om voorrang te geven aan de korte termijn en de wensen van de burgers van nu. Daarom is het zinvol om instrumenten te ontwikkelen die de intergenerationele rechtvaardigheid inzichtelijk maken, stimuleren en waarborgen.

Om jongeren bij het beleid voor de toekomst te betrekken, kan worden gedacht aan het instellen van burgerberaden. Daarmee wordt in ons land voorzichtig enige ervaring opgedaan op lokaal en op landelijk niveau, zoals recent het Nationaal Burgerberaad Klimaat.41 Pleitbezorgers voeren aan dat zulke beraden, mits goed doordacht, effectief kunnen zijn en draagvlak kunnen vergroten, ondanks de inherente beperkingen van representativiteit en de onzekerheid of aanbevelingen ook daadwerkelijk zullen worden geïmplementeerd. Als een beraad wordt ingesteld, zal er een duidelijk beeld moeten bestaan van doel, opzet en opvolging.42 Het instrument van het burgerberaad verdient nader onderzoek en evaluatie omdat het kan bijdragen aan participatie en het vertrouwen in democratische besluitvorming. Daarbij zullen ook nadrukkelijk de nadelen moeten worden gewogen, zoals opgewekte verwachtingen die uiteindelijk tot teleurstelling en zelfs wantrouwen kunnen leiden.43

Bij rechtvaardigheid over de grenzen van de generaties heen, zijn meerdere varianten van deze beraden denkbaar. Specifieke jongerenberaden, waarmee op lokaal niveau ervaring wordt opgedaan, en beraden met vertegenwoordigers van alle leeftijdscohorten die zich over een vraagstuk van langetermijnbeleid buigen. Jongerenberaden lijken aangewezen als een vraagstuk specifiek jongeren raakt en hun stem nog onderbelicht is gebleven. Breder samengestelde beraden zijn passend wanneer solidariteitsvragen aan de orde zijn. Een variant op dit laatste is het zogeheten future design, waarin een denkbeeldige toekomstige generatie aanschuift bij een burgerberaad. Een deel van het beraad krijgt de opdracht de belangen van de toekomstige generatie in te beelden en te representeren, een ander deel redeneert juist vanuit het hier en nu. Zo kunnen de belangen van huidige en volgende generaties in evenwicht worden beschouwd en praat de toekomst ‘terug naar het heden’. Met future design bestaat nog weinig ervaring, maar aan de hand van een pilot komt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) tot de conclusie dat ondanks methodologische uitdagingen er alle reden is om deze vorm verder te verkennen en ter hand te nemen.44 Een evident voordeel van future design is dat ruimte wordt gecreëerd voor de afweging van (veronderstelde) belangen van nog ongeboren generaties die naar hun aard nooit zelf aan participatietrajecten kunnen deelnemen.

Naast burgerberaden in hun verschillende vormen zijn ook andere methoden van participatie mogelijk, zoals het betrekken van belangengroepen of jeugdvertegenwoordigingen zoals het jongerenplatform van de Sociaal-Economische Raad (SER) en de Nationale Jeugdraad. In het Nationaal Deltaprogramma wordt ook aansluiting met jongeren gezocht door middel van ‘generatiegesprekken’, meeloop- en onderwijstrajecten en de aanstelling van een Toekomstambassadeur.45 Op institutioneel niveau zijn innovaties gesuggereerd zoals een parlementaire commissie voor de toekomst, een speciale toekomstvertegenwoordiger46 of een ombudsman voor toekomstige generaties.47 De Nationale ombudsman heeft zich bereid verklaard om hiervoor als kwartiermaker te fungeren,48 in lijn met de verklaring van de internationale bijeenkomst van ombudsinstituties: “future generations cannot speak out on their own behalf and (…) therefore the ombuds institutions should be their voice.” 49

Wetgeving en beleid

Structurele aandacht voor gevolgen van beleid en wetgeving voor de lange termijn is in het algemeen wenselijk, zeker wanneer de belangen van toekomstige generaties in het geding kunnen zijn. In de beleids- en wetgevingsprocessen kan dit worden ingebed. Recent is een toekomst- of generatietoets ingevoerd die een verdiepende en gestructureerde analyse biedt van de intergenerationele en langetermijngevolgen van beleid en regelgeving.50 Die toets hoeft natuurlijk niet bij elk voorstel te worden toegepast, maar wel als zulke gevolgen te verwachten zijn.51 Bijvoorbeeld als de verwachte effecten kunnen leiden tot aanzienlijke herverdeling van lusten en lasten tussen generaties, onomkeerbaar of slechts met grote moeite terug te draaien zijn of de keuzes van volgende generaties sterk beperken.

Voor beleidsmakers en wetgevers is sinds kort in relatie met deze toets ook een Leidraad Toekomstgericht Beleid beschikbaar.52 Daarin wordt de zogeheten Toekomst aan Tafel-methode genoemd. Deze methode beoogt eraan bij te dragen dat inzichtelijk en bespreekbaar wordt in hoeverre de keuzes van vandaag de toekomst belasten en in hoeverre dat aanvaardbaar is. Het is een van de weinige methoden op dit vlak die binnen de rijksoverheid al daadwerkelijk en effectief worden toegepast. Er komt dus meer aandacht voor toekomsteffecten van beleid en regelgeving, waardoor op den duur een cultuur ontstaat waarin intergenerationeel beleid vanzelfsprekend verankerd is in alle fasen van beleidsontwikkeling en besluitvorming. De introductie in de water- en klimaatadaptatie-sector van de eerdergenoemde Toekomstambassadeur die het belang van toekomstdenken op de werkvloer aanjaagt en inbedt, is daarvan een veelbelovend voorbeeld.

Ook bij de totstandkoming van beleid en wetgeving op Europees niveau is de aandacht voor toekomstige generaties vanzelfsprekend relevant. Het belang daarvan komt al tot uitdrukking in het EU-Verdrag en in het EU-Handvest van de grondrechten. De Europese Commissie maakt gebruik van zogeheten strategic foresights, strategische toekomstverkenningen om zo de toekomst een rol te geven in de totstandkoming van beleid en regelgeving.53 Een speciale Eurocommissaris voor Intergenerationele Rechtvaardigheid, Jeugd, Cultuur en Sport heeft als opdracht ervoor te zorgen dat het werk van de Commissie toekomstgericht is en om trends en ontwikkelingen op het gebied van onderzoek en technologie te identificeren “die de economieën en de samenlevingen zullen vormgeven en een impact zullen hebben op toekomstige generaties”.54 Hiertoe bestaat ook een EU-breed Foresight Network, waarin de door alle lidstaten aangewezen ‘ministers voor de toekomst’ minstens één keer per jaar informeel samenkomen om over voor de toekomst van Europa belangrijke kwesties te spreken. Hoewel dit in de praktijk de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten zijn die toch al regelmatig bijeenzijn, heeft dit Foresight Network een belangrijke symbolische betekenis.

In 2025 werd ook een Europees burgerberaad over intergenerationele rechtvaardigheid ingesteld dat in november van dat jaar aanbevelingen op een reeks van beleidsterreinen presenteerde. Mede als vervolg hierop heeft de Europese Commissie zeer recent, in maart 2026, haar eerste strategie over intergenerationele rechtvaardigheid vastgesteld om het langetermijndenken in de beleidsvorming verder te ontwikkelen en meer gewicht te geven aan de standpunten en zorgen van jongeren.55 Daarin wordt onder meer een intergenerationele ‘billijkheidsindex’ geïntroduceerd om kansen en lacunes in kaart te brengen, beleidsbeslissingen te onderbouwen en rechtvaardigheid tussen generaties te bevorderen.

Politiek-bestuurlijk instrumentarium

Voor de verdere versterking van toekomstgericht bestuur en beleid kan geput worden aan een arsenaal van instrumenten die al in praktijk op verschillende beleidsterreinen zijn ontwikkeld. Met name in het ruimtelijk domein is veel ervaring opgebouwd met langjarige beleidsprogramma’s, zoals het Nationaal Deltaprogramma waarin is vastgelegd hoe de overheid nu en in de toekomst Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en een klimaatbestendige inrichting van ons land. Een ander voorbeeld is het Programma Energiehoofdstructuur, dat onder meer inzichtelijk maakt welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar die geplaatst kan worden.

Voor ontwikkeling van toekomstgericht beleid zijn kennisinstellingen en planbureaus onontbeerlijk. Zij doen onderzoek naar langetermijnopgaven. Zo kan gewezen worden op de belangrijke verkenningen van de WRR van de laatste jaren met betrekking tot nieuwe systeemtechnologie, rechtvaardigheid in klimaatbeleid en een deskundige overheid,56 en van de SER het perspectief op brede welvaart.57 Interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO) dragen ook bij aan het langetermijndenken, zoals bijvoorbeeld het IBO Vereenvoudiging sociale zekerheid of het IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur, net als rapporten van adviesraden in de verschillende sectoren en de rapportages en bevindingen van de te onderscheiden Hoge Colleges van Staat. Regelmatig worden ook onafhankelijke ad hoc-commissies ingesteld om ontwikkelingen voor de lange termijn in kaart te brengen en daarover beleidsaanbevelingen te doen. Zo heeft bijvoorbeeld de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 onderzocht wat de komende tientallen jaren de maatschappelijke gevolgen zijn van veranderingen in de bevolking tegen de achtergrond van de brede welvaartsbenadering.58 Op grond daarvan heeft de Staatscommissie enkele handelingsperspectieven geïdentificeerd.

‘Brede welvaart’ staat voor het uitgangspunt dat niet alleen de stand van de economie belangrijk is als graadmeter voor hoe het met de samenleving gaat, maar ook ecologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, in het besef dat beleid van nu gevolgen heeft voor zowel latere generaties als voor andere landen. De brede welvaartsbenadering maakt het mogelijk om beleidsuitkomsten in hun samenhang te bezien: keuzes op het ene beleidsterrein hebben gevolgen voor andere beleidsterreinen.59 Sinds 2024 geven de planbureaus een gezamenlijke reflectie op de rijksbegroting: wat betekenen de beleidsvoornemens voor de brede welvaart van Nederland?

Brede welvaart is ook een kernelement in de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State aan de regering om een brede sociaaleconomische structuuranalyse te maken.60 Schaarste aan financiële middelen, arbeidskracht en ruimte vereist keuzes over de inrichting van de Nederlandse economie, de arbeidsmarkt en de overheidscapaciteit. Een analyse van de sociaaleconomische structuur van ons land maakt het mogelijk integrale afwegingen te maken met een juiste prioritering. Hierin moet ook de duurzaamheid van welvaart voor toekomstige generaties en de welvaart in andere landen worden meegewogen.

Wetgeving met een langetermijnhorizon kan eveneens bijdragen aan de belangen van volgende generaties. In de Klimaatwet 2017 staan langetermijndoelen als wettelijke verplichtingen. Voor 2050 is de doelstelling om 95% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. De elektriciteitsproductie moet in 2050 volledig CO₂-neutraal zijn. De Klimaatwet voorziet in een vijfjaarlijks Klimaatplan dat de hoofdlijnen voor de komende tien jaar vastlegt, en een jaarlijkse klimaatnota waarin verantwoording wordt afgelegd over de voortgang van de realisatie. De Afdeling advisering van de Raad van State geeft krachtens de Klimaatwet jaarlijks een oordeel over de stand van zaken. De Wetenschappelijke Klimaatraad heeft hieraan aansluitend voorgesteld om een toekomstvisie op te stellen om het klimaatbeleid consistenter, voorspelbaarder en toekomstgerichter te maken.