Bedwelming bij rituele slacht: afweging tussen dierenwelzijn en godsdienstvrijheid

Dierenwelzijn zou beter moeten worden verankerd in wetgeving. Met dat doel schreef Esther Ouwehand, Tweede Kamerlid van de Partij van de Dieren, een initiatiefwetsvoorstel. Daarmee beoogt zij een verplichte bedwelming van dieren die worden geslacht en het verbod van transport van hoogzwangere dieren. Botst dit niet met de godsdienstvrijheid en met Europese regels?

Dieren slachten terwijl ze zijn verdoofd of bedwelmd? Volgens islamitische en joodse groeperingen is het vlees dan niet meer halal of koosjer. Tussen zo’n manier van slachten en de vrijheid van godsdienst zit zonder meer een spanning, erkent ook de initiatiefnemer van dit wetsvoorstel. Maar dit grondrecht is niet absoluut.

(Michel Utrecht, ANP)

Godsdienstvrijheid

De godsdienstvrijheid zoals die is beschreven in het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens en in het Handvest van de grondrechten van de EU is breed geformuleerd. Het slachten van dieren volgens religieuze riten (dus onbedwelmd) maakt onderdeel uit van de godsdienstvrijheid. Maar maatschappelijke opvattingen zijn aan het verschuiven, stelt de initiatiefnemer. Ook in joodse en islamitische geloofsgemeenschappen wordt meer belang gehecht aan dierenwelzijn. Daarvoor werden al maatregelen getroffen, ook tijdens de slacht. De initiatiefnemer erkent ook dat een deel van die godsdienstige gemeenschappen bedwelming van dieren voorafgaand aan de slacht onverenigbaar acht met hun religieuze voorschriften. Als dit voorstel wet wordt, betekent dit voor hen dan ook een inperking van hun godsdienstvrijheid. Juridisch is dat mogelijk: een beperking van de godsdienstvrijheid is toegestaan als dit in een wet gebeurt, noodzakelijk is in een democratische samenleving, een legitiem doel dient en in een evenredige verhouding staat tot dit doel. De vraag die de Afdeling advisering hier moest beantwoorden: is aan deze voorwaarden voldaan?

Dierenwelzijn

Dat er steeds meer belang wordt gehecht aan dierenwelzijn komt ook tot uitdrukking in recente wetswijzigingen en in voorgenomen nationale en Europese wetgeving. Zo benoemt de Wet dieren (sinds 1 juli 2024) het belang van een dierwaardige veehouderij. Daarnaast bereidt de Europese Commissie een herziening voor van alle wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn, waaronder wetgeving over het slachten en transporteren van dieren. Die verschuiving in maatschappelijke opvattingen zien we ook terug in de rechtspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Zij erkennen dierenwelzijn als een legitiem doel dat beperkingen van de godsdienstvrijheid kan rechtvaardigen. Dit gaat niet zo ver dat lidstaten verplicht zijn om onbedwelmde rituele slacht te verbieden, wel dat een verbod op onbedwelmde rituele slacht onder bepaalde voorwaarden in overeenstemming kan zijn met de godsdienstvrijheid.

Van belang daarbij is wel dat er wetenschappelijke consensus moet zijn dat bedwelmde slacht het lijden van dieren vermindert. Ook mag de maatregel niet verder gaan dan noodzakelijk is om dierenwelzijn te verbeteren. Als ritueel geslacht vlees uit het buitenland beschikbaar blijft, dan wordt volgens de rechtspraak voldaan aan de voorwaarde dat de maatregel de wezenlijke inhoud van de godsdienstvrijheid eerbiedigt. Wordt overgegaan tot verplicht bedwelming bij rituele slacht, een stap verder dus, dan moeten alle betrokken belangen grondig worden afgewogen: van religieuze groeperingen, dierenartsen en verenigingen die zich inzetten voor dierenbescherming. De Afdeling advisering constateert in haar advies dat recente rechtspraak van de Europese hoven meer ruimte laat dan voorheen om dierenwelzijn zwaarder te laten wegen bij het beperken van de godsdienstvrijheid.

Belangen afwegen

Toch krijgt de initiatiefnemer huiswerk mee. Zij moet beter motiveren dat de voorgestelde maatregelen geschikt en noodzakelijk zijn om het belang van dierenwelzijn te dienen. Zij heeft rondetafelgesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van joodse en islamitische geloofsgemeenschappen, en deze input gebruikt bij het opstellen van haar voorstel. Nu moeten die belangen nog ‘grondig’ worden afgewogen. In de Nederlandse samenleving en rechtsorde spelen pluriformiteit en de bescherming van religieuze minderheden een belangrijke rol. Beperkingen van de godsdienstvrijheid moeten daarom zorgvuldig worden overwogen en goed worden gemotiveerd.

Transport zwangere zoogdieren

Naast de verplichte bedwelming van dieren voor de slacht stelt de initiatiefnemer ook een verbod voor op het verhandelen en slachten van zoogdieren na 40% van de draagtijd. Daarmee kunnen welzijnsproblemen bij moederdieren worden vermeden en wordt de kans verminderd dat hoogzwangere dieren worden geslacht of tijdens het transport of in het slachthuis bevallen. Dat begint met een verplichting voor veehouders. Die moeten nauwkeurig bijhouden hoever de dracht van hun dieren is gevorderd.

Transportverordening

Dit voorstel gaat verder dan de huidige Transportverordening die bepaalt dat het verboden is om drachtige dieren te vervoeren vanaf 90% van de draagtijd. Om die grens te vervroegen is een zorgvuldige uitvoeringsanalyse nodig, en dat is niet gebeurd. Het is daarmee onvoldoende duidelijk hoe kan worden vastgesteld of de draagtijd van een zoogdier 40% of meer is gevorderd. Problematisch is ook dat het aangekondigde verbod zonder overgangstermijn in werking zou treden. Een onmiddellijke inwerkingtreding maakt een effectieve uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van deze maatregel extra kwetsbaar. Dat zou de initiatiefnemer beter moeten onderbouwen.

Verder staat de Transportverordening toe dat lidstaten strengere nationale maatregelen ter verbetering van dierenwelzijn aannemen voor vervoer. Maar dit moet dan wel op het eigen grondgebied plaatsvinden. Het voorgestelde verbod beperkt zich daar niet toe. Het wetsvoorstel lijkt voor het grensoverschrijdend transport strijdig te zijn met de Transportverordening. Met haar voorgestelde verbod wil zij ook voorkomen dat (hoog)zwangere dieren worden geslacht. Het is volgens de Afdeling advisering maar de vraag of de Europese Slachtverordening hiervoor ruimte biedt.

Opzettelijk

Ook ziet de Afdeling advisering haken en ogen bij de strafbaarstelling als het verbod wordt overtreden. Wie dit ‘opzettelijk’ doet, begaat een misdrijf. Maar de initiatiefnemer maakt niet duidelijk hoe het begrip ‘opzet’ moet worden uitgelegd: is het kwade opzet of voorwaardelijk opzet? Als dit niet goed wordt gedefinieerd, kan het wetsvoorstel ertoe leiden dat veehouders disproportioneel worden bestraft bij overtreding van het verbod.

Advies van 20 oktober 2025: W11.25.00148/IV