Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202203699/1/V3

Bij besluit van 24 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:861
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202203699/1/V3

202206669/1/V1

Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:864
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206669/1/V1

202207225/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:789
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207225/1/V3

202207227/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:866
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207227/1/V3

202207232/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:862
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207232/1/V3

202207233/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:865
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207233/1/V3

202207234/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:863
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207234/1/V3

202207240/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:860
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207240/1/V3

202207386/2/R2

Bij besluit van 27 september 2022 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingsplan "Buitengebied 2017, Reparatieplan 2022" vastgesteld. Het reparatieplan is vastgesteld voor het buitengebied van de gemeente Eersel en strekt tot het herstellen van een omissie in het bestemmingsplan "Buitengebied 2017". Die omissie heeft, blijkens de plantoelichting, betrekking op binnenplanse afwijkingsmogelijkheden voor nevenactiviteiten op agrarische gronden die aan het licht is gekomen door een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 9 december 2021. [partij] is eigenaar van gronden, gelegen aan de [locatie] te Eersel en wil een deel van zijn gronden gebruiken voor camperplaatsen. In het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" is aan een deel van deze gronden de bestemming "Agrarisch" en aan het andere deel de bestemming "Wonen" toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:794
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207386/2/R2

202300292/2/R2

Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan [verzoekers] een last onder dwangsom opgelegd, omdat zij in strijd met het geldende bestemmingsplan de recreatiewoning aan de [locatie] te Baarle-Nassau permanent bewonen. Hiertegen hebben [verzoekers] ieder afzonderlijk bezwaar gemaakt. Volgens het college overtreden [verzoekers] artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, omdat het gebruik van de recreatiewoning aan de [locatie] in strijd is met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2008". Het college heeft hen daarom gelast om de permanente bewoning van hun recreatiewoning op te heffen en elders hun hoofdverblijf te kiezen. Doen zij dat niet dan verbeuren zij een dwangsom van € 20.000,00 ineens. Het college heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat [verzoekers] zich met ingang van 10 maart 2020 respectievelijk 14 september 2020 ingeschreven hebben op het adres [locatie] in de Basisregistratie Personen. Met de inschrijving geven zij aan dat de [locatie] hun hoofdverblijf is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:791
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300292/2/R2

202300318/2/A3

Bij besluit van 17 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar op grond van artikel 15, eerste lid, van de Archiefwet 1995 een beperking aan de openbaarheid gesteld van de archiefbescheiden van de gemeente Zevenaar betreffende de correspondentie met de enquêtecommissie uit de periode 2008-2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:897
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300318/2/A3

202300320/2/A3

Bij brief van 25 oktober 2017 heeft de enquêtecommissie van de gemeente Zevenaar met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Archiefwet 1995 geheimhouding opgelegd op onderzoeksdocumenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:896
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300320/2/A3

202300688/2/A2

Bij beslissing van 31 augustus 2022 heeft de examencommissie [verzoekster] meegedeeld dat haar verzoek om dispensatie van de toelatingseisen van de master Economics and Business wordt afgewezen en dat zij daarom niet wordt toegelaten tot de master. [verzoekster] volgt sinds 1 september 2019 de éénjarige pre-master Economics and Business aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De pre-master bedraagt 56 studiepunten en moet binnen twee jaar worden afgerond. Op 1 december 2021 zijn partijen bij wijze van schikking overeengekomen dat [verzoekster] een extra studiejaar krijgt om haar pre-master te behalen. Partijen zijn daarbij overeengekomen dat [verzoekster] in het studiejaar 2022-2023 mocht beginnen aan de master Economics and Business, mits zij de pre-master op 1 september 2022 had afgerond. Op 1 september 2022 had [verzoekster] 44 van de 56 studiepunten van de pre-master behaald. [verzoekster] had op dat moment de vakken Philosophy en Intermediate Accounting nog niet behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:873
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300688/2/A2

202300693/1/V3

Bij besluit van 14 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:867
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202300693/1/V3

202300836/2/V1

Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:868
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300836/2/V1

202300886/2/V3

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:883
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300886/2/V3

202300950/2/V1

Bij besluit van 16 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:869
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300950/2/V1

202300956/2/V1

Bij besluit van 4 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:870
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300956/2/V1

202301039/1/V2 en 202301039/2/V2

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:871
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301039/1/V2 en 202301039/2/V2

202301071/2/V2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:872
Datum uitspraak
2 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301071/2/V2

202203128/1/V1

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers een aanvraag van de vreemdeling om vergoeding van buitengewone kosten afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:800
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202203128/1/V1

202204865/2/R3

Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Herbestemmen sierteelt buiten de contour 2021" vastgesteld. Het vastgestelde bestemmingsplan maakt 12 verschillende ontwikkelingen, verspreid over de gemeente Alphen aan den Rijn mogelijk, alle gelegen buiten het boom- en sierteeltconcentratiegebied van de Greenport Regio Boskoop. Eén van die ontwikkelingen is de bouw van een woning op een nu nog onbebouwd stuk grond tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Benthuizen. In het bestemmingsplan is op een deel van deze grond een woonbestemming gelegd waar voorheen een agrarische bestemming gold. De raad heeft hier de bouw van een woning toegestaan als compensatie voor de sanering van de locatie Noordpolder (naast) 11, die ligt binnen het sierteeltconcentratiegebied. [verzoeker] woont aan [locatie 2]. Hij is het er niet mee eens dat er een woning direct naast zijn perceel mogelijk is gemaakt en is tegen het bestemmingsplan in beroep gegaan. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat op zijn beroep is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:792
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204865/2/R3

202206344/1/V3

Bij besluiten van 29 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:802
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202206344/1/V3

202206435/1/R1 en 202206435/2/R1

Bij besluit van 7 juni 2022 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum locaties voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers aan de Nieuwezijds Voorburgwal (noord) aangewezen. Het besluit voorziet onder meer in de aanwijzing van een locatie voor twee ondergrondse restafvalcontainers, een ondergrondse papiercontainer en een ondergrondse glascontainer ter hoogte van het perceel Nieuwezijds Voorburgwal 102. Deze locatie wordt in het besluit aangeduid als locatie 12SG102. Highland exploiteert een hotel op het perceel Nieuwezijds Voorburgwal 98-100. Zij kan zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen omdat zij vreest dat de komst van de containers overlast en hinder zal veroorzaken voor hotelgasten en -leveranciers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:777
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206435/1/R1 en 202206435/2/R1

202206897/2/R3

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Neder-Betuwe van de gemeente Neder-Betuwe het bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" vastgesteld. Met het project wordt ook beoogd om de hoogwaterveiligheid te verbeteren en natuur en landschap te ontwikkelen. [vergunninghouder] wil het zand- en kleiwinningsproject Willemspolder, fase 1, uitvoeren. Dit is een onderdeel van het project Midden-Waal, dat bestaat uit de herinrichting van de uiterwaarden aan de noordkant van de Waal, globaal tussen Dodewaard en het Amsterdam-Rijnkanaal. In fase 1 gaat het om het ontgronden en herinrichten van een gebied in de uiterwaarden ten zuiden van IJzendoorn. [vergunninghouder] wil hier 7 miljoen ton oppervlaktedelfstoffen winnen die kunnen worden gebruikt als bouwgrondstoffen. Met het project wordt ook beoogd om de hoogwaterveiligheid te verbeteren en natuur en landschap te ontwikkelen. Stichting Milieuwerkgroep Midden Betuwe vindt dat het bouwgrondstoffencentrum niet moet worden toegestaan. Zij komt op tegen de besluiten, omdat die volgens hen al bepaalde voorbereidende werkzaamheden en bepaalde onderdelen van dat bouwgrondstoffencentrum mogelijk maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:790
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206897/2/R3

202300487/1/V3

Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit). Bij besluit van diezelfde datum heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld (hierna: de bewaringsmaatregel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:803
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Terugkeerbesluit
  • uitspraakin de zaak202300487/1/V3

202300818/2/V1

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:804
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300818/2/V1

202300928/2/V1

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:806
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300928/2/V1

202300931/2/V1

Bij besluiten van 29 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:856
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300931/2/V1

202000764/2/A2

Bij besluit van 25 september 2017 heeft de CSG vastgesteld dat [appellant] aanspraak heeft op een uitkering van € 10.000,00 op basis van de Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen. De CSG heeft dit bedrag verrekend met een deel van een eerder aan [appellant] toegekende uitkering en aan [appellant] nu een uitkering van € 5.000,00 gedaan. De CSG heeft in deze stukken aanleiding gezien haar besluit van 6 april 2018 te herzien. Bij haar besluit van 16 december 2022 heeft de CSG vastgesteld dat [appellant] een uitkering toekomt uit categorie 7, een bedrag van € 22.500,00. Bij de vaststelling van de hoogte van de uitkering heeft de CSG de leeftijd van [appellant] ten tijde van het misbruik, de duur, de aard, de ernst en de frequentie van het misbruik meegewogen. De CSG heeft er rekening mee gehouden dat [appellant] ongeveer negen jaar lang - ongeveer vanaf 1988 tot 27 maart 1997 - in het pleeggezin [appellant] is misbruikt door zijn pleegvader en diens vriend. Hierbij was sprake van seksueel binnendringen van het lichaam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:841
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202000764/2/A2

202000927/1/A2

Bij uitspraak van 13 januari 2020 heeft de rechtbank een verzoek van [appellante] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het verzoek van [appellante] om schadevergoeding terecht heeft afgewezen. Op 2 juli 2014 heeft [appellante] een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging in Nederland met [gemachtigde], haar echtgenoot, ingediend. Bij besluit van 30 september 2014 heeft de staatssecretaris deze aanvraag afgewezen. Aan dat besluit is ten grondslag gelegd dat, gelet op een rapport van de Belastingdienst van 24 september 2014, aannemelijk is dat [gemachtigde] onjuiste gegevens over zijn inkomen heeft verstrekt en niet aan het middelenvereiste, als bedoeld in artikel 3.22 van het Vreemdelingenbesluit 2000, voldoet. Bij besluit van 18 november 2014 heeft de staatssecretaris het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 juli 2015 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel aangewend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:842
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202000927/1/A2

202002156/1/A3

Bij besluit van 20 september 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam Marie Heineken onder aanzegging van een dwangsom van € 5.000,00 gelast om de overkappingen van het terras aan het Marie Heinekenplein 33 te Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden. Aan Marie Heineken is vergunning verleend voor het exploiteren van een alcoholschenkend horecabedrijf met terras. Marie Heineken exploiteert dit bedrijf onder de naam De Tulp. Op het terras van de horeca-inrichting stonden in een rechte lijn zes staanders. De staanders stonden in houten kisten, die waren verzwaard met stoeptegels. Aan beide kanten van de staanders waren drie zonneschermen bevestigd. Als de zes zonneschermen uitgeschoven waren, overdekten ze vrijwel het gehele terras. De burgemeester heeft het geheel aangeduid als overkappingen. Volgens de burgemeester zijn dergelijke overkappingen van het terras in strijd met een voorschrift dat aan de vergunning is verbonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:820
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002156/1/A3

202003437/3/R2

Bij tussenuitspraak van 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:491, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Valkenswaard opgedragen om binnen 24 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 30 april 2020 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 16 februari 2022 drie gebreken in het besluit van 30 april 2020 vastgesteld. In de eerste plaats is onder 8.1 vastgesteld dat de raad de door [appellant] en anderen aangedragen alternatieven ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten. Met de enkele stelling dat deze alternatieven voor de initiatiefnemer onaanvaardbaar waren, had de raad geen eigen mening gevormd ten aanzien van de alternatieven die door de omwonenden naar voren zijn gebracht. In de tweede plaats is onder 9.2 vastgesteld dat de raad onvoldoende heeft gereageerd op de door [appellant] en anderen geschetste verkeersproblematiek. Het is niet gebleken wat de huidige verkeersintensiteit is, waardoor niet duidelijk is of de toename van verkeersbewegingen die het gevolg is van het bestemmingsplan aanvaardbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:814
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202003437/3/R2

202003742/1/R2

Bij besluit van 17 juli 2018 heeft het college van Reusel-De Mierden aan Maatschap Dirkx (hierna: de maatschap) een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan toevoegen van een neventak aan het agrarische bedrijf op het perceel [locatie] te Reusel. De maatschap exploiteert op het perceel een akkerbouwbedrijf. Met het houden van varkens op het perceel is de maatschap enige tijd geleden gestopt. De maatschap heeft op 30 mei 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd voor een loon- en grondbedrijf als neventak bij het agrarische bedrijf. Dit gebruik is in strijd met de op grond van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen "Buitengebied 2009" en "Buitengebied 2009, herziening fase 1A" op het perceel rustende bestemmingen "Bedrijf-Agrarisch (B-A)" en "Archeologische verwachtingswaarde". Het college heeft de gevraagde vergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 10.5.1 van de planregels, verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:815
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202003742/1/R2

202004724/1/A2

Bij besluit van 29 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing op schrift gesteld om op dezelfde datum spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellant] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het voertuig stond geparkeerd op een parkeergelegenheid waar op dat moment volgens de bebording parkeren verboden was. Het voertuig is daarop namens het college weggesleept en in bewaring gesteld. Op 29 november 2017 is het voertuig van [appellant] door een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Den Haag bij een parkeercontrole aangetroffen op de Andries Bickerweg ter hoogte van paalnummer 12. Het voertuig stond geparkeerd op een parkeergelegenheid waar op dat moment volgens de bebording parkeren verboden was. Het voertuig is daarop namens het college weggesleept en in bewaring gesteld. Bij besluit van 8 januari 2018 is door het college toestemming gegeven voor vernietiging van het voertuig. De auto is daarna feitelijk op 11 januari 2018 gedemonteerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:832
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202004724/1/A2

202004955/1/R2

Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan E-fiber Deurne B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een glasvezelcentrale op het perceel aan de Heuvel (ongenummerd) te Deurne. Het college heeft aan E-fiber een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een glasvezelcentrale op het perceel. [appellant] en anderen zijn direct omwonenden van het perceel en waren het niet eens met de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is echter ingetrokken op verzoek van E-fiber. De rechtbank heeft naar aanleiding van de intrekking aan [appellant] en anderen gevraagd of zij het beroep nog willen handhaven. Omdat volgens [appellant] en anderen de proceskosten in bezwaar en beroep moeten worden vergoed, hebben zij het beroep niet ingetrokken. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant] en anderen geen belang meer hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit van 7 november 2019 waarbij de vergunning in stand is gelaten, omdat die vergunning is ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:840
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202004955/1/R2

202005188/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Heeze-Leende het bestemmingsplan "Strijperstraat tussen [locatie 1] en [locatie 2]" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een loods voor het grondgebonden sierteeltbedrijf van [partij A]. Het bedrijf is sinds 2010 gevestigd aan de Strijperstraat, tussen nrs. [locatie 1] en [locatie 2]; [partij A] woont elders. In het voorgaande plan was sprake van een agrarische bestemming zonder bebouwingsmogelijkheden. Aan de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden" is in het plan waar het hier om gaat een bouwvlak toegekend en is het mogelijk gemaakt om daar een gebouw op te richten. Het is de bedoeling om een loods van ongeveer 302 m² op te richten met een goot- en bouwhoogte van 3,5 m en 7 m. De sierteelt vindt nu in de openlucht plaats. Het betreft sierteelt van snijheesters die na het snijden (oogsten) naar de veiling worden gebracht. Het is de bedoeling dat in de loods producten van het sierteeltbedrijf worden gesorteerd, klaargemaakt en voor de veiling opgeslagen en dat daarin materialen, beschermingsmiddelen, kunstmest en machines worden opgeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:844
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202005188/1/R2

202006816/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante] over 2017 definitief berekend en vastgesteld. Daarbij is tevens het te veel betaalde voorschot, met rente, van haar teruggevorderd. Deze zaak gaat hoofdzakelijk om de vraag of [appellante] in januari 2018 nog kinderopvangtoeslag kon aanvragen voor de maanden februari tot en met september 2017. Op 4 januari 2018 heeft [appellante] bij de Belastingdienst/Toeslagen kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht over 2017 aangevraagd voor de opvang van haar zoon. Bij besluit van 9 februari 2018 heeft de dienst aan haar een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend van € 4.657,-. Het voorschot is berekend over de maanden oktober tot en met december 2017, waarbij de dienst is uitgegaan van 230 opvanguren per maand tegen een uurtarief van € 7,18. De Belastingdienst/Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat het sinds 1 januari 2014 beperkt mogelijk is om kinderopvangtoeslag aan te vragen met terugwerkende kracht en dat [appellante] alleen kinderopvangtoeslag kan krijgen voor de drie kalendermaanden voorafgaand aan de maand waarin zij de aanvraag heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:772
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Uitspraak na conclusie
  • Uitspraak van de grote kamer
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202006816/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006816/1/A2

202100115/1/A2

Bij besluit van 21 januari 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de kinderopvangtoeslag over 2018 en 2019 afgewezen. Op 31 oktober 2019 heeft [appellante] bij de Belastingdienst/Toeslagen kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht over de periode vanaf 1 juli 2019 aangevraagd voor de opvang van haar dochter. Bij besluit van 21 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan haar een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend van € 3.061,-. Het voorschot is berekend over de maanden juli tot en met december 2019. De Belastingdienst/Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellante] op grond van artikel 1.3, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet kinderopvang alleen kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht kan krijgen over de drie kalendermaanden die zijn gelegen voor 31 oktober 2019, de datum van de aanvraag door [appellante]. Volgens de dienst zijn er wettelijk geen mogelijkheden om van deze aanvraagtermijn af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:852
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Uitspraak na conclusie
  • Uitspraak van de grote kamer
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202100115/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202100115/1/A2

202101262/1/A2

Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor het berekeningsjaar 2018 herzien en (lager) vastgesteld op € 854,00. In geschil is of de rechtbank na ongegrondverklaring van het beroep van [appellant] aan hem terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor 2018 terecht heeft herzien en lager vastgesteld. Volgens de rechtbank heeft [appellant] niet aangetoond dat hij ook in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 voor zorg verzekerd was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:853
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202101262/1/A2

202101667/1/R3

Bij besluit van 13 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Hengelo het bestemmingsplan "Spoorfietsen" vastgesteld. Het plan voorziet in een verlenging van het huidige spoorfietstraject met ongeveer 300 m in zuidelijke richting, tot aan de Bruninksweg in Twekkelo, nabij de Zuivelhoeve. Daarnaast voorziet het plan in plaatsing van twee zoutboortorens, één binnen de bestemming "Natuur" en één binnen de bestemming "Agrarisch met waarden", en de plaatsing van een voormalige zoutwagon binnen de bestemming "Verkeer - Railverkeer". De zoutboortorens en de zoutwagon zullen worden gebruikt als recreatieobjecten voor zeer kortdurend nachtverblijf. Rail Pleasure Holding B.V. is de initiatiefnemer van het plan. [appellant sub 2] en anderen zijn omwonenden van het spoorfietstraject en de recreatieobjecten. Zij vrezen voor overlast en daarmee voor een verslechtering van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:837
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202101667/1/R3

202101715/1/R3

Bij besluit van 20 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal de door Lidl Nederland GmbH (hierna: Lidl) aangevraagde omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een winkelpand en parkeerterrein op het perceel Marktstraat 99 te Musselkanaal geweigerd. Lidl heeft op 18 juni 2018 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het uitbreiden van een winkelpand en parkeerterrein op het perceel Marktstraat 99 te Musselkanaal. De uitbreiding van het parkeerterrein zal worden bewerkstelligd door een bestaande bakkerij op het perceel Marktstraat 98 te slopen. In het primaire besluit heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd vanwege het bestaan van een overeenkomst met Coop, waarbij de gemeente met Coop is overeengekomen niet actief te zullen meewerken aan onder meer uitbreiding van een bestaande winkel voor detailhandel in dagelijkse goederen binnen het kernwinkelgebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:835
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101715/1/R3

202102122/1/A3

Bij besluit van 21 februari 2019, gepubliceerd op 6 maart 2019, heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn op verzoek van de Vereniging van Eigenaren 'De Oude Vuurkring' 18 parkeerplaatsen aan de Vuurlaan in Alphen aan den Rijn onttrokken aan het openbaar verkeer. Aan een gedeelte van de Vuurlaan in Alphen aan den Rijn is een binnenterrein met een toegangsweg en 18 parkeerplaatsen. Dat terrein behoort toe aan de eigenaren van de woningen daaromheen, maar is een openbare weg. Dat betekent dat iedereen er mag parkeren. Buurtgenoten, zoals [appellant], doen dat ook. De eigenaren van de woningen willen dat niet meer. Daarom hebben zij een verzoek ingediend om de parkeerplaatsen aan de openbaarheid te onttrekken. Zij mogen dan zelf bepalen wie gebruik mag maken van de parkeerplaatsen. De raad heeft ingestemd met het verzoek en de rechtbank vindt dat de raad dat mocht doen. [appellant] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:821
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202102122/1/A3

202102131/1/R2

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Schinkelkwadrant-Zuid 2020" vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in maximaal 98 woningen, 1.OOO m2 horeca en 279 m2 centrumfuncties en groen. Het plangebied wordt begrensd door de Schinkelstraat aan de noordzijde, de Honigmannstraat aan de oostzijde, de Promenade aan de zuidzijde en de Geerstraat aan de westzijde. Het plangebied behoort tot het centrum van Heerlen. Er vindt een functiemenging plaats van onder meer wonen, werken, winkelen, uitgaan en recreëren. Het beroepschrift is ingediend namens de VvE, die bestaat uit eigenaars van de woningen van het appartementengebouw Geleenstraat 82 tot en met 146 even, gelegen aan de Geerstraat en Promenade, 6411 HV te Heerlen. Het appartementengebouw ligt ten zuiden van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:851
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202102131/1/R2

202103657/1/A3

Bij besluit van 7 juni 2019 heeft de burgemeester van Gouda de woning van [appellant] voor de duur van 6 maanden gesloten. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De burgemeester heeft bij het besluit van 7 juni 2019 op grond van deze bepaling en overeenkomstig de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Gouda besloten om de woning met ingang van 27 juni 2019 voor zes maanden te sluiten. Daaraan heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de minderjarige zoon van [appellant] op 19 november 2018 werd aangehouden door de politie en in de slaapkamer van de zoon 33 gripzakjes met hennep van in totaal 49 gram, een sealbag met 86 XTC pillen, een zwart vlindermes, een boksbeugel, een zwart mes en een cobra 6 werden aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:823
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202103657/1/A3

202103659/1/R4

Bij besluit van 31 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een boom op het perceel [locatie] in Wageningen. [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Wageningen verschillen van mening over de uitleg van een bepaling uit de Bomenverordening 2010, die het college van burgemeester en wethouders van Wageningen in dit geval van toepassing heeft geacht. De rechtbank heeft het college op dit punt gelijk gegeven. [appellant] is het niet eens met dat oordeel en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:833
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202103659/1/R4

202103672/1/A3

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft de burgemeester van West Betuwe geweigerd aan Bronko een Drank- en Horecavergunning te verlenen. Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast om de club met ingang van 2 april 2019 te sluiten voor de duur van één jaar. Verder heeft de burgemeester de aan Bronko verleende DHW-vergunning ingetrokken wegens geweldsincidenten, incidenten gerelateerd aan overmatig gebruik van drugs en alcohol en drugshandel. Bronko is eigenaar van Club Rodenburg (hierna: de club). Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast om de club met ingang van 2 april 2019 te sluiten voor de duur van één jaar. Verder heeft de burgemeester de aan Bronko verleende DHW-vergunning ingetrokken wegens geweldsincidenten, incidenten gerelateerd aan overmatig gebruik van drugs en alcohol en drugshandel. Bij uitspraak van 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1978, heeft de Afdeling de sluiting van de club en de intrekking van de DWH-vergunning in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:855
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202103672/1/A3

202103904/2/A3

Berkhout is Boos heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Holland van 6 mei 2021 in zaak nr. 19/5546. Deze zaak gaat over een verzoek van Berkhout is Boos op grond van de Wet openbaarheid van bestuur om informatie over de vaststellingsovereenkomst over de schikking met de projectontwikkelaars van het beoogde bedrijventerrein Distriport. Het college heeft een nadere toelichting gegeven en de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de ongeschoonde stukken kennis zal nemen. Het college heeft dit verzoek gedaan omdat de weggelakte passages persoonsgegevens bevatten en omdat de vaststellingsovereenkomst en inhoudelijke informatie daarover onderwerp van het geschil zijn in de bodemzaak. Berkhout is Boos vindt dat er geen gewichtige redenen zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:801
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202103904/2/A3

202103966/1/R3

Bij besluit van 29 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk de aanvraag van Tiberius Vastgoed B.V. voor een omgevingsvergunning voor de bouw van twee supermarkten, kantoorruimte en parkeergelegenheid op het adres Madame Curielaan 1 in Rijswijk buiten behandeling gesteld. Op 22 juni 2018 heeft Tiberius Vastgoed B.V. een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van twee supermarkten, een kantoorruimte, een parkeerkelder en een parkeerdak op het perceel. Bij brief van 13 juli 2018 heeft het college op grond van artikel 4.5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht aan Tiberius Vastgoed B.V. de gelegenheid geboden de aanvraag binnen drie weken na dagtekening van deze brief aan te vullen. In deze brief heeft het college vermeld welke gegevens Tiberius Vastgoed B.V. op grond van het Bouwbesluit 2012 en de Regeling omgevingsrecht moet aanleveren om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:850
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103966/1/R3

202105374/2/R3

Bij tussenuitspraak van 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:946, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van 28 juni 2021 dat strekt tot weigering om een bestemmingsplan vast te stellen voor het perceel [locatie] te Nes, te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. In de tussenuitspraak is onder 6.2 overwogen dat de Afdeling uit het bestreden besluit niet is gebleken dat de raad onderzoek heeft gedaan naar de geschiktheid van het pand van [appellant] voor permanente bewoning. Het had volgens de Afdeling op de weg van de raad gelegen hierover de nodige kennis te vergaren alvorens over te gaan tot het nemen van het bestreden besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:843
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202105374/2/R3

202105385/1/A3

Bij besluit van 22 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [vergunninghouder] een standplaatsvergunning verleend voor onbepaalde tijd voor het verkopen van Aziatische snacks in het winkelcentrum in de wijk Vinkhuizen in Groningen. ALDI Drachten exploiteert een supermarkt aan de Siersteenlaan 466. De supermarkt wil aan de voorzijde uitbreiden. De standplaats van [vergunninghouder] die het college op 22 januari 2020 nabij de ingang van de supermarkt heeft vergund, zit die beoogde uitbreiding in de weg. Volgens ALDI Drachten ligt de standplaats direct voor de beoogde nieuwe entree van de winkel. De kraam zal daar een aanzienlijk obstakel vormen en tot overlast en onveilige situaties leiden. ALDI Drachten heeft daarom bezwaar gemaakt tegen de standplaatsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:845
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105385/1/A3

202105487/1/A3

Bij besluit van 19 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens en de persoonsgegevens van zijn moeder in de basisregistratie personen afgewezen. [appellant] staat in de brp geregistreerd met de gegevens [appellant], geboren op [geboortedatum] 1984 in [plaats], Irak. Deze inschrijving is gebaseerd op de door [appellant] in 2007 afgelegde verklaring onder ede. Op 8 juni 2015 heeft [appellant] het college verzocht zijn geboortedatum te wijzigen naar [geboortedatum] 1980. Bij zijn verzoek heeft [appellant] een Iraakse geboorteakte, afgegeven op [datum] 2015, een Iraaks paspoort, uitgegeven op [datum] 2015, een Iraakse identiteitskaart en een Iraakse nationaliteitsverklaring overgelegd. Dit verzoek is door het college afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:825
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202105487/1/A3

202105688/1/R4

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum het verzoek van de vereniging om handhavend op te treden tegen een bijbehorend bouwwerk op het perceel [locatie 1] in Oosterbeek afgewezen. Op het perceel zijn diverse gebouwen aanwezig waaronder een bedrijfswoning. Deze woning is gekeerd naar de Valkenburglaan. Gekeken vanaf de Valkenburglaan, grenst de rechterzijkant van het perceel voor een deel direct aan de Sonnenberglaan. Verderop grenst de rechterzijkant van het perceel niet direct aan de Sonnenberglaan, maar ligt het achter een woonperceel, namelijk [locatie 2]. Achter dit al bestaande perceel van een ander, waarop een woning staat, heeft [appellant sub 2] op zijn perceel een bijbehorend bouwwerk gebouwd zonder omgevingsvergunning. Ten tijde van de besluitvorming was dit bouwwerk nog in aanbouw. Het college heeft geweigerd handhavend op te treden tegen dit bijbehorend bouwwerk, omdat dit volgens hem op grond van artikel 3, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht zonder omgevingsvergunning mocht worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:818
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105688/1/R4

202106158/1/A2

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort Opportunity onder oplegging van een dwangsom van € 20.000,00 ineens, vermeerderd met € 500,00 per dag dat de overtreding in stand blijft tot een maximum van € 10.000,00, gelast om uiterlijk op 10 juni 2021 de bebording en de slagboom met betaalapparatuur op het perceel aan de Leusderweg 120A tot en met 154 te Amersfoort te verwijderen en de toegang tot het op het perceel gelegen parkeerterrein te herstellen. Het parkeerterrein, met ongeveer 60 parkeerplekken, grenst aan supermarkt Jumbo en een paar kleinere winkels. In de directe omgeving staan woningen en andere winkels. Opportunity is eigenaar van het parkeerterrein en de woningen. Annexum Beheer B.V. is eigenaar van de winkelruimten. Begin december 2020 heeft Opportunity op het parkeerterrein een slagboom met betaalapparatuur en bebording geplaatst waarop staat dat alleen bezoekers van de Jumbo voor maximaal anderhalf uur mogen parkeren. Op 17 december 2020 heeft het college daarvoor een bouwstop opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:807
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106158/1/A2

202107335/1/R1

Bij besluiten van 4 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn Deen en Baetland elk afzonderlijk onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet in het distributiecentrum aan de Neutronweg 7 in Hoorn (hierna: het distributiecentrum) te beëindigen en beëindigd te houden. Het distributiecentrum waarop de lasten zien bestaat uit een hal die is vergund op 17 april 1980 (hierna: hal 1). In 2001 is ten zuiden van hal 1 een tweede hal aangebouwd (hierna: hal 2) die is vergund op 4 januari 2001. In 2016 is hal 1 aan de oostkant uitgebreid met ongeveer 500 m2, door partijen ook wel aangeduid als: hal 3. Ter zitting is toegelicht dat Deen tot aan de overname van het distributiecentrum door Beemster Distributie B.V. in 2021 gebruiker was van het distributiecentrum aan de Neutronweg 7. Baetland is bestuurder en enig aandeelhouder van Baetland Vastgoed Distributie B.V., de eigenaar van het distributiecentrum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:834
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107335/1/R1

202107337/1/R1

Bij besluit van 7 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn geweigerd Baetland een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van een bestaande hal in het distributiecentrum op de locatie Neutronweg 7 te Hoorn. Het distributiecentrum bestaat uit drie hallen; een hal die is gebouwd in 1980 met een grootte van 5.780 m² (hal 1), een aan hal 1 in 2001 aangebouwde hal van 4.681 m² (hal 2) en een in 2016 gerealiseerde uitbreiding aan hal 1 van 492 m². Deze uitbreiding wordt door partijen hal 3 genoemd. Deze procedure heeft betrekking op hal 3. Baetland is eigenaar van het distributiecentrum. Het distributiecentrum bestaat uit drie hallen; een hal die is gebouwd in 1980 met een grootte van 5.780 m² (hal 1), een aan hal 1 in 2001 aangebouwde hal van 4.681 m² (hal 2) en een in 2016 gerealiseerde uitbreiding aan hal 1 van 492 m². Deze uitbreiding wordt door partijen hal 3 genoemd. Deze procedure heeft betrekking op hal 3. Voor hal 3 is bij besluit van 1 maart 2016 aan Baetland een omgevingsvergunning verleend. Hal 3 is daarbij vergund als een apart brandcompartiment met een brandwerende scheidingswand tussen hal 1.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:752
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107337/1/R1

202107519/1/V6

Bij besluit van 25 juli 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 500,00 wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering en bepaald dat hij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. Bij brief van 11 december 2015 (hierna: de kennisgeving) heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is en dat zijn inburgeringstermijn op 14 oktober 2015 is gestart. Bij brief van 14 mei 2019 heeft de minister hem meegedeeld dat hij tot en met 11 mei 2019 de tijd had om aan deze plicht te voldoen, dat hij daarin niet is geslaagd en dat hij daarom een boete krijgt die voorlopig op € 1.250,00 wordt vastgesteld. Bij besluit van 25 juli 2019 heeft de minister hem een boete opgelegd van € 500,00 en bepaald dat hij de lening die hij bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) heeft afgesloten moet terugbetalen, omdat hij niet op tijd is ingeburgerd. Daarbij heeft de minister aangegeven dat hij met het terugbetalen pas begint wanneer hij klaar is met inburgeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:822
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107519/1/V6

202107609/1/V6

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellante] om een factuur alsnog uit haar lening te betalen en haar lening dan kwijt te schelden, afgewezen. Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de minister aan [appellante] meegedeeld dat zij de verblijfsvergunning "asiel bepaalde tijd" heeft en tijdig heeft voldaan aan haar inburgeringsplicht. Zij hoeft de lening daarom niet terug te betalen. Ook heeft de minister meegedeeld dat zij facturen kan opsturen tot 30 januari 2020. De minister heeft op 3 oktober 2019 een factuur van € 900,00 ontvangen van Stichting Vluchtelingenwerk Oost Nederland. Vervolgens heeft de minister aan [appellante] een e-mail van 4 oktober 2019 gestuurd waarin hij haar heeft gevraagd de factuur via Mijn Inburgering te accepteren als zij wil dat hij de factuur uit de lening betaalt. Op 10 februari 2020 heeft [appellante] deze factuur geaccepteerd. De minister heeft de factuur niet uit de lening betaald, omdat zij de factuur te laat heeft geaccepteerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:812
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202107609/1/V6

202108045/2/R4

Bij tussenuitspraak van 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2920, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van 26 mei 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 6.1 en 6.2, overwogen dat het besluit van 26 mei 2021 geen argumenten bevat op grond waarvan de raad heeft geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen. Gelet op het voorgaande is het besluit van 26 mei 2021 om het bestemmingsplan niet vast te stellen, genomen in strijd met de artikelen 3:46 en 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is gegrond, zodat het besluit van 26 mei 2021 moet worden vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:836
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202108045/2/R4

202108148/1/R1

Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Beemster, inmiddels: gemeente Purmerend bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - partiële herziening 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" dat door de raad van de gemeente Beemster bij besluit van 10 juli 2012 is vastgesteld. Het bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (hierna ook: het bestemmingsplan 2012) dat door de raad van de gemeente Beemster bij besluit van 10 juli 2012 is vastgesteld. Dit bestemmingsplan is met de uitspraak van de Afdeling van 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1154, onherroepelijk geworden. Met deze herziening heeft de raad beoogd een aantal fouten in het bestemmingsplan 2012 te herstellen, nadien vastgestelde bestemmingsplannen en wijzigingsplannen en verleende omgevingsvergunningen te verwerken, en de jongste beleidsinzichten te verwerken. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en de Stichtingen kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het bestemmingsplan verenigen. Hun beroepen worden hierna afzonderlijk besproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:838
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202108148/1/R1

202200030/1/A3

Bij besluit van 14 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woonde samen met zijn vrouw en hun twee kinderen in Beverwijk. Sinds zijn echtscheiding in 2019 huurt hij een kamer in het appartement van een bekende in Velsen-Noord. Zijn twee kinderen bleven na de scheiding bij hun moeder in Beverwijk wonen. Daarnaast heeft hij twee kinderen uit een eerder huwelijk, die bij hun moeder in Amsterdam wonen. Er zijn voor de vier kinderen omgangsregelingen getroffen. [appellant] heeft een aanvraag om een urgentieverklaring bij het college ingediend. Hij heeft aangevoerd dat hij een andere woning nodig heeft, omdat hij zijn kinderen in de huidige woning niet kan ontvangen en daardoor geen gezinsleven kan opbouwen. Hij heeft op de zitting gezegd dat dit de belangrijkste reden is voor de aanvraag. Hij ervaart psychische problemen als gevolg hiervan. Daarnaast is hij bang dat hij op straat komt te staan, omdat de verhuurder hem heeft bedreigd en heeft geëist dat hij de woning verlaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:817
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200030/1/A3

202200196/1/R1

Bij besluit van 5 december 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Shell een vergunning verleend als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken voor het wijzigen van de op 24 augustus 2005 verleende vergunning voor het maken, hebben en behouden van een motorbrandstoffenverkooppunt op verzorgingsplaats Bospoort langs de rijksweg A4 in de gemeente Leiderdorp. De vergunning maakt het mogelijk om vier elektrische oplaadpunten te realiseren, behouden en onderhouden als aanvullende voorziening bij het bestaande benzinestation. Verzorgingsplaats Bospoort is gesitueerd aan de westzijde langs de rijksweg A4 nabij Leiderdorp en Hoogmade. Op de verzorgingsplaats is het benzinestation van Shell gevestigd als basisvoorziening. Aan Shell is vergunning verleend voor het realiseren van vier elektrische laadpunten als aanvullende voorziening bij het benzinestation. Twee van de laadpunten zijn voorzien onder de luifel, in het verlengde van de bestaande tankzuilen voor brandstof.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:811
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200196/1/R1

202200456/1/A3

Bij besluit van 15 september 2020 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers een verzoek van [appellanten] tot herstel van een gegeven in de basisregistratie kadaster afgewezen. [appellanten] kochten op 7 september 2004 een bouwkavel in Obdam die deel uitmaakte van het bouwplan Meerweijde fase 3. Na de bouw van hun woning heeft de landmeter van het kadaster de kadastrale grens tussen het perceel van [appellanten] ([locatie A]; kadastraal bekend gemeente Obdam, sectie E, nummer 1689) en dat van hun buren ([locatie B]; kadastraal bekend gemeente Obdam, sectie E, nummer 1688) bepaald en vastgelegd in de basisregistratie kadaster. Vervolgens heeft een landmeter in 2018, naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure, een grensreconstructie uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:827
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200456/1/A3

202200543/1/R1

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad van de gemeente Wijdemeren de aanvraag van JeeGee Vastgoed B.V. om het ontwerpbestemmingsplan "Kortenhoefsedijk 198" vast te stellen als bestemmingsplan, afgewezen. Het ontwerpbestemmingplan "Kortenhoefsedijk 198", dat op verzoek van initiatiefnemer JeeGee Vastgoed B.V. ter vaststelling is voorgelegd aan de raad, voorziet in een juridisch planologisch kader voor de ontwikkeling van een woonschepenhaven met zes woonschepen en twee reguliere woningen in de vorm van ‘twee-onder-een-kapwoningen’ (zie artikel 5.2.1 en artikel 4.2.1 van de regels van het ontwerpplan).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:819
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202200543/1/R1

202200967/1/A3

Bij besluit van 1 februari 2021 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) de urgentieverklaring van [appellant] ingetrokken. Op 29 mei 2009 heeft [appellant] een urgentieverklaring gekregen omdat zijn toenmalige woning niet rolstoelgeschikt was. Een eerdere intrekking van die urgentieverklaring is door SUWR op 13 februari 2019 ongedaan gemaakt, omdat de Afdeling het hoger beroep van [appellant] hiertegen gegrond heeft verklaard. Hierdoor kwam [appellant] weer in de tweede fase van de urgentie, de bemiddelingsperiode, terecht. In november 2020 is hem vervolgens een woning aangeboden aan de [locatie A] in Rotterdam. [appellant] weigerde deze woning na drie bezichtigingen. De SUWR besloot daarop de urgentieverklaring in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:849
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200967/1/A3

202201196/1/R4

Bij besluit van 28 mei 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om per direct te voldoen aan artikel 10.38, gelezen in samenhang met artikel 10.39 van de Wet milieubeheer en artikel 10, tweede lid, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. [appellante] is een afvalverwerkingsbedrijf dat gevestigd is aan de [locatie] in Heerenveen en zich bezighoudt met het exporteren van asfaltgranulaat. Teer bevat polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Teerhoudend asfaltafval wordt bij bepaalde concentraties PAK als een gevaarlijke afvalstof beschouwd, omdat het kankerverwekkende eigenschappen bezit als bedoeld in bijlage III bij de Richtlijn 2008/98/EG. Op 16 april 2021 hebben toezichthouders van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing een controle uitgevoerd in de inrichting van [appellante]. Daarbij hebben toezichthouders geconstateerd dat OBA Bulk Terminal Amsterdam een op 11 maart 2021 van [appellante] afkomstige scheepsvracht teerhoudend asfalt, met Euralcode 17.03.01* uit de Europese afvalstoffenlijst, heeft geweigerd in ontvangst te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:848
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201196/1/R4

202201299/1/R1

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar [appellant] gelast om binnen drie maanden het gebruik van alle woonruimten aan de [locatie] in Alkmaar te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 10.000,00. [appellant A] exploiteert een autogaragebedrijf in het pand op het perceel [locatie] in Alkmaar. Zijn zoon [appellant B] werkt als technicus voor het bedrijf. Samen wonen zij in datzelfde pand op de eerste verdieping. Dit is in strijd met het bestemmingsplan "Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp", waarin het perceel de bestemming "Bedrijf-1" heeft. Bij besluit van 20 februari 2020, verzonden op 5 maart 2020, heeft het college [appellant] gelast binnen drie maanden na verzenddatum van dit besluit het gebruik van alle woonruimten aan de [locatie] te Alkmaar te staken en gestaakt te houden. Aan de last heeft het college een dwangsom verbonden van € 10.000,00 ineens. De begunstigingstermijn is later verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:846
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201299/1/R1

202201594/1/R1

Bij besluit, bekendgemaakt op 5 februari 2021, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam onder meer een locatie ter hoogte van Hoornsingel/Hoge Schiehof 1A-9B aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer en een papiercontainer. Bij brief van 18 november 2020 heeft het college [appellant] geïnformeerd over vervanging van rolcontainers door ondergrondse containers. In de bijlage van deze brief heeft het college een afbeelding bijgevoegd van de voorgenomen locatie waar de ORAC en de papiercontainer worden geplaatst. Het college heeft echter met het aanwijzingsbesluit, bekendgemaakt op 5 februari 2021, een andere locatie ter hoogte van Hoornsingel/Hoge Schiehof 1A-9B aangewezen voor de plaatsing van de ORAC en de papiercontainer. Deze locatie ligt verder weg van het complex De Hoge Schie waar [appellant] woont, namelijk op ongeveer 18 meter afstand van het wooncomplex. In een e-mail van 16 februari 2021 heeft [naam], ambtenaar van de gemeente Rotterdam, een luchtfoto met de plaatsbepaling van de containers aan [appellant] toegestuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:808
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202201594/1/R1

202201730/1/A3

Bij besluit van 14 januari 2022 heeft de burgemeester van Weert aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor een periode van 10 dagen. Het huisverbod omvatte ook een verbod om contact op te nemen met [moeder], de moeder van [appellant]. Aanleiding voor het opleggen van het huisverbod waren incidenten op 12 en 13 januari 2022. De burgemeester heeft aan [appellant] een huisverbod opgelegd van 14 januari 2022 te 09:59 uur tot 24 januari 2022 te 09:59 uur voor de woning aan de [locatie] te Weert. Het huisverbod omvatte ook een verbod om contact op te nemen met [moeder], de moeder van [appellant]. Aanleiding voor het opleggen van het huisverbod waren incidenten op 12 en 13 januari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:826
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202201730/1/A3

202201921/1/R1

Bij brief van 27 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het bouwen en verzwaren van een brug op het perceel [locatie A] in Uithoorn, afgewezen. [appellant] woont op het perceel [locatie B] in Uithoorn. G.A.A. van den Haak Beheer B.V. is eigenaar van het perceel [locatie A]. Zij verhuurt het pand op dit perceel aan [huurder]. In dit pand is "Hotel Lakeside" gevestigd. [appellant] heeft het college verzocht om handhaving ten aanzien van het bouwen en verzwaren van een brug op het perceel [locatie A]. Bij brief van 27 maart 2019 heeft het college het verzoek afgewezen, omdat sprake was van onderhoud aan een al aanwezige brug waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:847
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201921/1/R1

202201925/1/R1

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) het verzoek tot vaststelling van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar afgewezen. Op 9 augustus 2019 heeft het college aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd in verband met het gebruik van haar woning als recreatiewoning. Hiertegen heeft zij op 6 september 2019 bezwaar gemaakt en op 13 september 2019 heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is op 4 oktober 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8303, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland toegewezen. Hierbij is het college veroordeeld de proceskosten aan [appellante] te vergoeden tot een bedrag van € 1.024,00. Op 13 november 2019 heeft [appellante] een verzoek gedaan bij het college om de daadwerkelijk gemaakte proceskosten van € 2.500,00 te vergoeden. Dit verzoek is op 9 december 2019 door het college afgewezen. Hiertegen heeft [appellante] op 12 december 2019 bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:816
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201925/1/R1

202202244/1/R1

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht onder meer de locatie ter hoogte van de Xenophonlaan tegenover Caesarlaan 1 in Utrecht (locatie 5.04) aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. Het college heeft met het aanwijzingsbesluit van 23 juni 2021 een locatie ter hoogte van de Xenophonlaan tegenover Caesarlaan 1 in Utrecht aangewezen voor het plaatsen van een ORAC. Deze locatie wordt in het besluit aangeduid als locatie 5.04. In het besluit op bezwaar van 2 maart 2022 is de aanwijzing van de locatie in stand gelaten. [appellant] woont op de [locatie], ten noordoosten van de aangewezen locatie van de ORAC. [appellant] kan zich niet verenigen met de aangewezen locatie en wijst op alternatieve locaties die volgens hem wel geschikt zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:810
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202202244/1/R1

202202946/1/A2

Bij besluit van 21 december 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de uitkeringskosten van een voormalige werknemer van de Stichting in mindering gebracht op het bekostigingsbedrag voor personeel. Van 1 januari 2014 tot 1 januari 2016 is [werknemer] werkzaam geweest bij de Stichting. Eerder werkte hij bij de Stichting voor Algemeen Bijzonder Basisonderwijs. Na dat dienstverband is hij gedurende de periode van 1 augustus 2012 tot en met 1 januari 2014 werkloos geweest. In die periode ontving hij een werkloosheidsuitkering (hierna: een WW-uitkering) en een bovenwettelijke uitkering. Na het eindigen van het dienstverband bij de Stichting heeft de werknemer opnieuw een uitkering aangevraagd. Het UWV heeft de WW-uitkering toegekend voor de periode van 4 januari 2016 tot en met 3 september 2018. Daarnaast heeft WWplus de werknemer een aanvullende BW-uitkering toegekend van 4 januari 2016 tot en met 3 september 2018, en een aansluitende BW-uitkering van 4 september 2018 tot en met 31 juli 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:831
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202202946/1/A2

202203182/1/A2

Bij twee onderscheiden besluiten van 29 december 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de aanvragen van SKPO voor bijzondere bekostiging "onderwijs aan asielzoekers op basisscholen die een jaar of langer en korter dan twee jaar in Nederland woonachtig zijn" en "eerste opvang asielzoekers en overige vreemdelingen" afgewezen. SKPO heeft op 14 december 2020 twee aanvragen bij de minister ingediend om bekostiging op grond van de Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2019-2020 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2019-2020 (hierna: de Regeling). Het gaat om de bijzondere bekostiging van leerlingen van De Wereldwijzer, een locatie van basisschool De Springplank die is gericht op onderwijs aan leerlingen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar, die rechtstreeks uit het buitenland komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:828
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202203182/1/A2

202203424/1/A2

Bij besluit van 3 december 2020 heeft het het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] vanaf 10 december 2020 ongeldig verklaard. Op 11 december 2019 heeft de officier van justitie aan het CBR mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid die vereist is voor het besturen van de categorieën motorrijtuigen waarvoor aan hem een rijbewijs is afgegeven. In die mededeling en in de bijlagen is vermeld dat [appellant] op 27 november 2019 betrokken was bij een aanrijding met een scooter. [appellant] heeft verklaard dat hij de scooter niet meer kon ontwijken en daardoor tegen hem aan was gereden. Uit de uitgevoerde ademanalyse is naar voren gekomen dat het alcoholgehalte 1000 µg/l (2,3 ‰) betrof. Het rijbewijs is meteen ingenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:809
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202203424/1/A2

202204295/1/A2

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft het CBR het rijbewijs van [appellante] per 3 september 2021 ongeldig verklaard, omdat specialistisch onderzoek door de keurend arts naar het alcoholgebruik van [appellante] heeft geleid tot de conclusie dat sprake is van alcoholmisbruik. Uit dat onderzoek blijkt dat het alcoholmisbruik is gestopt op 13 januari 2021. [appellante] is het oneens met dit besluit, omdat zij haar rijbewijs nodig heeft om te kunnen reizen naar medische behandelingen. Volgens [appellante] is het voor haar, vanwege medische redenen, niet mogelijk om met het openbaar vervoer te reizen naar de behandelingen. [appellante] heeft zich verder op het standpunt gesteld dat haar complexe medische situatie zich niet met de wijze van reguliere afdoening verhoudt als het gaat om het toepassen van de recidiefvrije periode van een jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:830
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202204295/1/A2

202204996/1/R4

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda zijn beslissing om op 24 mei 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Gouda 2011 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Het college heeft daarbij vermeld dat de kosten voor de toepassing van spoedeisende bestuursdwang, te weten € 90,00, voor rekening van [appellant] komen. Bij besluit van 19 augustus 2022 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 13 juni 2022 ingetrokken en een proceskostenvergoeding toegekend van € 135,25. [appellant] betoogt dat het college bij de toekenning van de proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht ten onrechte de wegingsfactor zeer licht (0,25) heeft toegepast voor het indienen van een pro forma bezwaarschrift. Volgens [appellant] had het college gelet op de aard van de zaak de wegingsfactor gemiddeld (1) moeten toepassen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:829
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202204996/1/R4

202300029/1/A2

Bij beslissing van 16 juni 2021 heeft de examencommissie Engelse Taal en Cultuur van de Faculteit der Geesteswetenschappen op verzoek van [appellante] het bachelordiploma en diplomasupplement, die op 21 februari 2021 aan haar zijn uitgereikt, aangepast. Bij beslissing van 16 september 2022 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep gegrond verklaard, de beslissing van 16 juni 2021 vernietigd en de examencommissie opgedragen binnen zes maanden met inachtneming van deze beslissing een aangepast bachelordiploma en diplomasupplement uit te reiken, waarbij de oorspronkelijke examendatum gehandhaafd wordt. [appellante] heeft een vrij onderwijsprogramma binnen de bacheloropleiding Engelse Taal en Cultuur gevolgd. Na afronding hiervan heeft zij op 21 februari 2021 het bachelordiploma en het bijbehorende diplomasupplement ontvangen. Op verzoek van [appellante] heeft de examencommissie daarna een aantal aanpassingen doorgevoerd en de laatste aangepaste versie op 16 juni 2021 aan haar toegezonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:854
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300029/1/A2

202300032/1/A2

Bij beslissing van 13 mei 2022 heeft het college van bestuur van de Universiteit Leiden een verzoek van [appellant] om betaling van het wettelijk collegegeld in plaats van het instellingscollegegeld afgewezen. Voor het volgen van de opleiding is [appellant] collegegeld verschuldigd. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek maakt onderscheid tussen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de overheid vastgesteld en is lager dan het instellingscollegegeld dat door de instelling, in dit geval de Universiteit Leiden, wordt vastgesteld. [appellant] heeft de Amerikaanse nationaliteit. Hij woont in Den Haag en volgt sinds september 2021 de bacheloropleiding International Studies aan de Universiteit Leiden. Deze zaak gaat over het studiejaar 2022-2023. Voor het volgen van de opleiding is [appellant] collegegeld verschuldigd. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek maakt onderscheid tussen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de overheid vastgesteld en is lager dan het instellingscollegegeld dat door de instelling, in dit geval de Universiteit Leiden, wordt vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:839
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300032/1/A2

202300048/1/A2

Bij beslissing van 20 juli 2022 heeft de examencommissie [appellant] namens het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam een bindend negatief studieadvies gegeven voor de opleiding Aviation. [appellant] volgde in het studiejaar 2021-2022 de opleiding Aviation aan de Hogeschool van Amsterdam. De examencommissie had het studieadvies in het studiejaar 2020-2021 in verband met de coronapandemie opgeschort. Uit paragraaf 5.3 van de Onderwijs- en Examenregeling van de opleiding Aviation volgt dat studenten van wie het studieadvies is opgeschort hun propedeuse aan het einde van het tweede jaar van inschrijving moeten hebben behaald. Dat betekent dat [appellant] aan het einde van het studiejaar 2021-2022 zijn propedeuse moest hebben behaald. [appellant] had op dat moment 45 van de 60 studiepunten van de propedeuse behaald. De examencommissie heeft [appellant] daarom bij de beslissing van 20 juli 2022 meegedeeld dat hij een BNSA krijgt voor de opleiding Aviation.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:824
Datum uitspraak
1 maart 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300048/1/A2

202102720/1/V1

Bij besluit van 31 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:751
Datum uitspraak
28 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202102720/1/V1

202108189/1/V1

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:780
Datum uitspraak
28 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202108189/1/V1

202203246/2/R2

Bij besluit van 5 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk het wijzigingsplan "Balbian Versterlaan 4" (hierna: het wijzigingsplan) gewijzigd vastgesteld. LM Real Estate B.V. is eigenaar van het kantoorpand op het perceel aan de Balbian Versterlaan 4/4a/4b in Oisterwijk. Zij is als initiatiefnemer voornemens om op de eerste verdieping van het pand een appartement te realiseren en de tweede verdieping van het pand deels te vergroten en als dakterras bij het appartement te betrekken. Daarnaast wil LM Real Estate B.V. de maximaal toegestane goothoogte van het pand van 7 m naar 8 m verhogen. Het bestaande bijgebouw krijgt een extra bouwlaag in de vorm van een kap en de gevels worden aangepast. Het wijzigingsplan voorziet in deze wijzigingen. [verzoeker] gaat op het perceel aan [locatie 1] in Oisterwijk wonen, dat aan de zuidzijde grenst aan het plangebied. Hij is het niet eens met het vastgestelde wijzigingsplan, omdat het vaststellingsbesluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:756
Datum uitspraak
28 februari 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202203246/2/R2

202206433/1/V3 en 202206433/2/V3

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:788
Datum uitspraak
28 februari 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206433/1/V3 en 202206433/2/V3

202300475/1/V3

Bij besluiten van 15 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:765
Datum uitspraak
28 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300475/1/V3

202300666/2/R4

Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn Algéra Warehousing B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om het met het bestemmingsplan "Wenum Wiesel en buitengebied" strijdige gebruik van de panden en de gronden op het perceel aan de Papegaaiweg 35 te Wenum Wiesel te beëindigen en beëindigd te houden. Algéra Warehousing B.V. is een op- en overslagbedrijf dat is gevestigd op het perceel aan de Papegaaiweg 35 te Wenum Wiesel (hierna: het perceel). Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat de vestiging van het bedrijf in strijd is met het bestemmingsplan "Wenum Wiesel en buitengebied" dat geldt op het perceel. Het perceel is namelijk bestemd voor bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de bij de planregels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen. Algéra Warehousing B.V. valt niet onder een van deze categorieën en het college heeft geweigerd om aan haar een omgevingsvergunning te verlenen om het bedrijf toch op het perceel te kunnen vestigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:753
Datum uitspraak
28 februari 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300666/2/R4

202301204/1/V2 en 202301204/2/V2

Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:857
Datum uitspraak
28 februari 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301204/1/V2 en 202301204/2/V2

202204098/1/V2

Bij brief van 29 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Duitse autoriteiten medegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht met achttien maanden heeft verlengd. Bij brief van 8 februari 2022 heeft de staatssecretaris de Duitse autoriteiten dit nogmaals medegedeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:781
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204098/1/V2

202205586/1/V3

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 26 augustus 2022 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen om binnen acht weken met de algemene asielprocedure aan te vangen en binnen acht weken na die aanvang een besluit op de aanvraag te nemen, bepaald dat hij aan de vreemdelingen een dwangsom van € 100,00 moet betalen voor elke dag dat hij die termijnen overschrijdt, tot een maximum van € 7.500,00 en het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:782
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205586/1/V3

202206872/1/R4 en 202206872/2/R4

Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Ede het bestemmingsplan "Wekerom-Oost" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van 93 grondgebonden woningen. Van deze 93 woningen zijn er 31 bestemd met bouwvlakken en een woonbestemming. De resterende woningen worden mogelijk gemaakt binnen de woonvelden met de bestemming "Woongebied". Aan de overige gronden zijn de bestemmingen "Groen", "Tuin", "Verkeer" en "Water" toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:754
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206872/1/R4 en 202206872/2/R4

202207060/1/V2

Bij besluiten van 3 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:761
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207060/1/V2

202207318/2/V3

Bij besluit van 6 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:783
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207318/2/V3

202300330/1/V3

Bij besluit van 14 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:784
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202300330/1/V3

202300882/1/V2 en 202300882/2/V2

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:785
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300882/1/V2 en 202300882/2/V2

202300914/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:786
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202300914/1/V3

202301089/2/V1

Bij besluit van 19 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:787
Datum uitspraak
27 februari 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301089/2/V1

202102254/1/V1

Bij besluit van 27 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:755
Datum uitspraak
24 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202102254/1/V1

202105705/1/V2

Bij besluit van 26 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:757
Datum uitspraak
24 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105705/1/V2

202204152/1/V1

Bij besluit van 5 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:758
Datum uitspraak
24 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204152/1/V1

202204367/1/V2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:779
Datum uitspraak
24 februari 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204367/1/V2
vorige pagina1...162163164...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon