Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202301694/2/V1

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1381
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301694/2/V1

202301872/1/V3

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1320
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301872/1/V3

202301885/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1322
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301885/2/V3

202302087/2/V1

Bij besluit van 24 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1390
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302087/2/V1

202302130/2/V1

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1383
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302130/2/V1

201702813/17/R3

Bij uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:105 heeft de Afdeling de minister van Infrastructuur en Waterstaat opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de daarin genoemde gebreken in het tracébesluit A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) en het tracébesluit A12/A15 Ressen-Oudbroeken (2019), wijziging van het tracébesluit A12/A15 Ressen-Oudbroeken (2017) te herstellen met inachtneming van wat over die gebreken in deze tussenuitspraak is overwogen. In deze uitspraak wordt een oordeel gegeven over de rekenafstand van 25 km voor de berekening van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en over het gebruik van het rekenmodel SRM2+ voor depositieberekeningen voor wegverkeer. De rekenafstand is vanaf 20 januari 2022 ook geïmplementeerd in AERIUS Calculator 2021. Dat is het rekenmodel dat bij tracébesluiten en natuurvergunningen voor projecten die stikstofdepositie kunnen veroorzaken moet en bij bestemmingsplannen kan worden gebruikt. Het oordeel van de Afdeling over de rekenafstand is daarom niet alleen van belang voor het TB2021, maar ook voor veel andere projecten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1299
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Tracé en wegverbreding
  • uitspraakin de zaak201702813/17/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201702813/17/R3

201908108/4/R3

Bij uitspraak van 9 november 2022, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] voert aan dat de redelijke termijn is overschreden, omdat de gehele procedure langer duurt dan twee jaar. [appellant] wijst daarbij op de voorgeschiedenis van de totstandkoming van het bestemmingsplan "Motorcrossterrein De Prikkedam", dat door de raad opnieuw en gewijzigd is vastgesteld op 8 maart 2022. Volgens [appellant] zou schadevergoeding moeten volgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1331
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201908108/4/R3

202001234/1/R2

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [partij] is eigenaar van het perceel [locatie 1] in Reusel. Zij heeft op dat perceel een overkapping gebouwd in strijd met het bestemmingsplan zonder een geldige omgevingsvergunning, terwijl zij die wel nodig had. Het gaat om een overkapping met een lengte van ongeveer 21 meter en een breedte van 10 meter. Het college heeft [partij] in een besluit van 30 november 2017 opgedragen om de overkapping op het perceel binnen twee maanden te verwijderen en verwijderd te houden. Als zij dat niet doet, moet zij een dwangsom van € 8.000,00 per week met een maximum van € 24.000,00 betalen. Dat is een zogenoemde 'last onder dwangsom' en deze last staat in rechte vast. In een brief van 14 mei 2018 heeft het college aan [partij] medegedeeld dat aan de last is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1351
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001234/1/R2

202003310/1/R4, 202006049/1/R4 en 202200101/1/R4

Bij vier afzonderlijke besluiten van 30 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat krachtens de Verordening (EG) nr. 1013/2006, betreffende de overbrenging van afvalstoffen bezwaar gemaakt tegen de overbrenging van afvalstoffen ((glas van) kathodestraalbuizen) van de Verenigde Staten van Amerika naar Nederland. Deze zaken gaan over de geplande overbrengingen van (glas van) kathodestraalbuizen (Cathode Ray Tubes) vanuit het buitenland naar de inrichting van [appellante] in Son. Deze afvalstoffen zijn afkomstig van beeldbuizen van onder meer afgedankte televisietoestellen. In de inrichting van [appellante] in Son wordt het CRT-glas gebroken en met een stangenzeef gescheiden in een grove fractie (het schermglas) en een fijne fractie (het trechterglas). Het schermglas heeft een relatief laag loodgehalte, het trechterglas een relatief hoog loodgehalte. Gedurende het breken en zeven van het CRT-glas wordt het fluorescentiepoeder van het glas afgezogen. Het schermglas wordt in de inrichting van [appellante] in Helmond gebruikt als toeslagmateriaal (vervanger van zand en grind) in betonblokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1336
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Afval
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202003310/1/R4, 202006049/1/R4 en 202200101/1/R4

202003734/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 10 december 1999 eigenaar van het perceel, kadastraal bekend gemeente Woensel, sectie A, nr. 4422 te Eindhoven. Onder het planologische regime van het bij raadsbesluit van 4 september 1997 vastgestelde bestemmingsplan Goederendistributiecentrum Acht had het perceel, dat een oppervlakte van 13.096 m² heeft, een uit te werken bestemming voor bedrijfsdoeleinden. Onder het planologische regime van het bij raadsbesluit van 21 oktober 2008 vastgestelde bestemmingsplan Bedrijventerrein GDC-Noord had het perceel voor een deel een bestemming voor groendoeleinden, voor een ander deel een bestemming voor verkeersdoeleinden en voor het resterende deel een uit te werken bestemming voor bedrijfsdoeleinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1337
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202003734/1/A2

202005427/1/R2

Bij besluit van 2 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Akkerlanen" en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld. Het plan maakt maximaal 210 woningen mogelijk aan de Akkerlaan in Waalwijk, aan de zuidoostrand van Waalwijk. Het plangebied ligt ten noordwesten van het Hoefsvengebied; een recreatiegebied. [appellant] en 2. Stichting Hoefsvengebied zijn het niet eens met het plan vanwege de gevolgen die het heeft voor het recreatiegebied en de omliggende natuur. [appellant sub 1] woont aan [locatie] in Waalwijk. Hij betoogt dat het plan in strijd is met de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Volgens hem gaat als gevolg van het plan het leefgebied van de in het nabijgelegen Natura 2000-gebied "Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen" voorkomende beschermde soorten verloren en heeft het plan negatieve gevolgen voor dit Natura 2000-gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1354
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202005427/1/R2

202006605/1/R2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft de raad van de gemeente Oosterhout het bestemmingsplan "Oosterhout-Zuid 2020 ([locatie 1])" vastgesteld. Bij uitspraak van 5 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2904, heeft de Afdeling het besluit van de raad van 16 mei 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oosterhout-Zuid 2017", voor zover het betreft de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Bedrijf" ter plaatse van de oostelijke zijde van het pand van [appellante] aan de [locatie 1] in Oosterhout, vernietigd. De raad heeft bij besluit van 22 september 2020 het plan vastgesteld voor het gehele perceel [locatie 1] en [locatie 2] in Oosterhout. Het plan maakt met een functiewijziging nader gedefinieerde grootschalige detailhandel mogelijk in het bestaande bedrijfsgebouw in het plangebied, waar een autoshowroom was gevestigd. Bij de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - opslag lpg & vulstation’ is de bestaande functie van verkooppunt voor motorbrandstoffen met LPG behouden. Het bouwvlak is aangepast aan de bestaande situatie. De locaties waar de LPG-voorzieningen zijn toegestaan, zijn op de verbeelding van het plan vastgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1352
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006605/1/R2

202007156/2/R2

Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019 vastgesteld. Het reparatieplan 2019 is vastgesteld voor onder meer het herstellen van fouten van zowel het bestemmingsplan "Buitengebied" uit 2014 als van het bestemmingsplan "Buitengebied Hilvarenbeek 2014 reparatieplan" uit 2017. [appellant] exploiteert een agrarisch bedrijf op de percelen aan de [locatie 1] in Esbeek en [locatie 2] in Hilvarenbeek. [appellant] gebruikte voorheen de gronden aan de overzijde van het perceel [locatie 1] feitelijk voor zijn voeropslag. In het reparatieplan 2019 is op het perceel in de richting van het zandpad aan de noordzijde van het perceel, een differentiatievlak van ongeveer 1.178 m² voor de voeropslag van [appellant] opgenomen, met de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1355
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202007156/2/R2

202100255/1/A2

Bij uitspraak van 23 augustus 2017, in zaak nr. 201601112/1/A2, ECLI:NL:RVS:2017:2222, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 januari 2016 in zaak nr. 15/1383 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft op of omstreeks 28 juni 2004 een schaduwboekhouding van [bouwbedrijf] aan de Belastingdienst overgelegd. Bij brief van 16 september 2014 heeft [verzoeker] de staatssecretaris verzocht om toekenning van tipgeld voor de door hem verstrekte informatie. De staatssecretaris heeft dit verzoek afgewezen. In het geschil dat heeft geleid tot de uitspraak van 23 augustus 2017, waarvan [verzoeker] nu herziening vraagt, heeft de Afdeling geoordeeld dat de beslissing van de staatssecretaris tot afwijzing van zijn verzoek geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De beslissing is geen publiekrechtelijke rechtshandeling, omdat een wettelijke grondslag voor het verrichten van een dergelijke rechtshandeling ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1363
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100255/1/A2

202100734/1/A2

Bij uitspraak van 23 augustus 2017, in zaak nr. 201509320/1/A2, ECLI:NL:RVS:2017:2221 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 november 2015 in zaak nr. 15/1278 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft als tipgever informatie aangeleverd over fraude in de Nederlandse bouwsector. Bij brief van 31 oktober 2014, aangevuld bij brief van 29 november 2014, heeft [verzoeker] de staatssecretaris om een vergoeding verzocht voor de eerder door hem aangeleverde informatie. Bij brief van 16 december 2014 heeft de staatssecretaris hem bericht niet met hem in overleg te treden over toekenning van tipgeld voor de aangeleverde informatie. In het geschil dat heeft geleid tot de uitspraak van 23 augustus 2017, waarvan [verzoeker] nu herziening vraagt, heeft de Afdeling, onder verwijzing naar de motivering in de uitspraak van dezelfde datum, ECLI:NL:RVS:2017:2222, geoordeeld dat de beslissing van de staatssecretaris tot afwijzing van zijn verzoek geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1362
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100734/1/A2

202102422/1/R4

Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem aan [bedrijf]. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een biologische pluimveehouderij op het perceel [locatie 1] te Wehl. [overledene] heeft hoger beroep ingesteld met een pro forma hoger beroepschrift van 13 april 2021. Daarin is vermeld dat het hoger beroep mede wordt ingesteld namens ‘een aantal medeburgers’. Uit het hogerberoepschrift blijkt de identiteit van deze medeburgers niet. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in onder meer haar uitspraak van 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1064, kan de omstandigheid dat beroep wordt ingesteld namens een persoon of personen van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is, niet worden beschouwd als een vormverzuim dat op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden hersteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1356
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102422/1/R4

202102509/1/R4

Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem aan [appellante sub 2]. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een biologische pluimveehouderij op het perceel [locatie 1] te Wehl. [appellante sub 2]. heeft op 16 december 2016 een aanvraag ingediend voor de realisatie van een biologische pluimveehouderij op het perceel [locatie 1] te Wehl. Het bouwplan voorziet in 13 ronde pluimveestallen met elk een goothoogte van 3 m, een bouwhoogte van 6,5 m en een oppervlakte van 503 m2, met in het midden van de ronde stal een luchtuitlaat. In elke stal zullen 4.800 kippen worden gehouden en elke stal beschikt over een uitloop van ongeveer 2 hectare. Van deze stallen zullen er 10 doorlopend bezet zijn, één stal zal deels leeg zijn in verband met het uitladen van een deel van de dieren, en twee stallen zullen volledig leeg zijn om te reinigen, ontsmetten en gereed te maken voor ontvangst van nieuwe eendagskuikens. Daarom is een maximaal aantal van 52.800 stuks pluimvee aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1357
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202102509/1/R4

202102704/1/R3

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Dijkweg nabij [locatie] te Naaldwijk" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een complex met appartementen en maatschappelijke voorzieningen mogelijk op het perceel Dijkweg 8 bij de hoek met de Verdilaan in het centrum van de kern Naaldwijk. Daarvoor zijn aan de desbetreffende gronden vooral de bestemming "Gemengd", een bouwvlak en de aanduiding "maximaal aantal bouwlagen: 5" toegekend. De vereniging kan zich niet verenigen met het plan vanwege strijd met de Welstandsnota "Westland 2016" van 26 januari 2016. [appellant sub 2], die woont op het noordwestelijker gelegen perceel [locatie], kan zich niet verenigen met het plan, omdat het complex te massaal is, mogelijk niet in de parkeerbehoefte wordt voorzien en een inrichting als openbaar groen niet is bezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1325
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202102704/1/R3

202104298/1/R1

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft het college vastgesteld dat op het bedrijfsterrein gelegen aan de [locatie], kadastraal bekend gemeente Helmond, sectie R, nr. 187, ernstige bodemverontreiniging met PFAS aanwezig is, waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Het college heeft voorts besloten dat uiterlijk binnen 6 maanden na inwerkingtreding van het besluit het saneringsplan moet zijn ingediend en uiterlijk binnen 1 jaar na inwerkingtreding van het besluit met de sanering moet worden begonnen. In 2017 zijn door waterkwaliteitsbeheerders verhoogde concentraties GenX-stoffen gemeten in oppervlaktewateren, waaronder de Zuid-Willemsvaart, en in rioolwaterzuiveringsinstallaties. GenX behoort tot de groep poly- en perfluoralkylverbindingen die worden aangeduid als PFAS. Naar aanleiding hiervan is door waterkwaliteitsbeheerders een onderzoek gestart naar de bron ervan. Custom Powders heeft toen bij de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant gemeld dat zij een potentiële bronlocatie is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1359
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202104298/1/R1

202104335/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft de raad van de gemeente Zwijndrecht het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" vastgesteld. Het plan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor het centrum van het dorp Heerjansdam en het bedrijventerrein Gors in de gemeente Zwijndrecht. [appellanten] wonen aan de [locatie] te Heerjansdam. Hun woning is gesitueerd in het dijklint. Zij zijn het er onder meer niet mee eens dat aan de percelen in het dijklint de bestemming "Centrum" is toegekend en niet enkel een woonbestemming, terwijl de gebouwen volgens hen al langere tijd als woning worden gebruikt. Ook zijn [appellanten] het niet eens met verschillende andere planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1347
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202104335/1/R3

202104750/1/R3

Bij besluit van 29 april 2021 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Driemanssteeweg 15" vastgesteld. Bij besluit van 7 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Hornbach Holding B.V. omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een (éénlaags) bouwmarkt, een tuincentrum en een drive-in met bijbehorende parkeerplaatsen en voor het aanleggen van een uitrit. Het voornemen bestaat om op het perceel Driemanssteeweg 15 een bouw- en tuinmarkt met drive-in en parkeerplaatsen te realiseren. Het perceel ligt op het bedrijventerrein Charloisse Poort. Het heeft in het geldende bestemmingsplan "Charloisse Lagedijk" een bedrijfsbestemming. Deze bestemming staat zo'n perifere detailhandelsfunctie niet toe. Het college heeft vervolgens aan Hornbach een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bouwmarkt, met daarop een parkeerdek, een tuincentrum, een drive-in en parkeerplaatsen op maaiveldniveau, en voor het aanleggen van een uitrit. Intergamma en andere en Praxis zijn het niet eens met de vaststelling van het bestemmingsplan en de verlening van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1372
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202104750/1/R3

202105016/1/R3

Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee het bestemmingsplan "Achterweg 1a Sommelsdijk" vastgesteld. De raad heeft het bestemmingsplan "Achterweg 1a Sommelsdijk" (hierna: het plan) vastgesteld om de bouw van twee vrijstaande woningen op het perceel aan de Achterweg 1a te Sommelsdijk mogelijk te maken. Wonen op Flakkee B.V. is de initiatiefnemer van deze ontwikkeling. Het voorgaande bestemmingsplan kende een agrarische bestemming toe aan de gronden in het plangebied. [appellant] woont aan de [locatie A] te Sommelsdijk, direct naast het plangebied. Hij kan zich om verschillende redenen niet met het plan verenigen. [appellant] betoogt dat het plan op basis van gelegenheidsplanologie is vastgesteld en dat ruimtelijke motieven ontbreken. Een onderbouwing voor het toestaan van woningbouw in het open buitengebied ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1365
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202105016/1/R3

202105440/1/A3

Bij besluit van 4 december 2020 heeft de burgemeester van Heerlen aan RTTG een vergunning verleend voor de exploitatie van een speelautomatenhal op de locatie Beitel 90 in Heerlen. De Afdeling heeft in de uitspraak van 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2924 geoordeeld dat de exploitatievergunningen voor speelautomatenhallen schaarse vergunningen zijn, omdat er voor maximaal vier speelautomatenhallen een vergunning kan worden verleend. De burgemeester is daarom gehouden om bij verlening van nieuwe vergunningen andere gegadigden de ruimte te bieden mee te dingen naar de vergunningen. Dit heeft de burgemeester ten onrechte nagelaten. Op 10 februari 2020 heeft de burgemeester bekendgemaakt dat gegadigden vanaf 14 april 2020 tot en met 8 juni 2020 een aanvraag kunnen indienen voor een exploitatievergunning. Zowel FPC als RTTG hebben tijdig een ontvankelijke aanvraag ingediend. In totaal zijn er 37 ontvankelijke aanvragen ingediend. Op 9 juli 2020 heeft de loting plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1265
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105440/1/A3

202105442/1/A3

Bij besluit van 4 december 2020 heeft de burgemeester van Heerlen een aanvraag van FPC voor een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal op de locatie Bautscherweg 26 in Heerlen afgewezen. In Heerlen is in de Verordening kansspelautomaten Heerlen 2017 geregeld dat er maximaal vier exploitatievergunningen verleend kunnen worden voor speelautomatenhallen. Deze vergunningen zijn verdeeld door middel van loting en vervolgens een inhoudelijke toets van de vier aanvragen die als laagste waren geëindigd in de loting. RTTG heeft een exploitatievergunning gekregen en FPC niet, omdat zij te hoog was geëindigd in de loting. FPC betoogt dat de aanvraag van RTTG niet ingewilligd had mogen worden en dat de rechtbank daarom ten onrechte heeft geoordeeld dat haar aanvraag terecht is afgewezen. De burgemeester betoogt dat ten tijde van het besluit op het bezwaar van FPC tegen de afwijzing van haar eigen aanvraag, ook een besluit op het bezwaar van FPC tegen de vergunningverlening aan RTTG was genomen. Die vergunning was in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1266
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105442/1/A3

202105765/1/A3

Bij besluit van 11 juni 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam aan Five Brothers Fat Grande V.O.F. een exploitatievergunning verleend voor een alcoholschenkend horecabedrijf met terras op de locatie Hobbemakade 64 in Amsterdam. Op grond van het bestemmingsplan ‘Museumkwartier Valeriusbuurt’ rust op het pand de bestemming ‘Gemengd-2’ en is alleen horeca van categorie IV toegestaan. Dat betekent kort gezegd dat een restaurant wel is toegestaan en een café niet. Op het aanvraagformulier heeft FGFG aangegeven dat het horecabedrijf een restaurant is. Dat is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Ook is er geen andere reden om de aanvraag af te wijzen. Daarom heeft de burgemeester de vergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1345
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202105765/1/A3

202106046/1/R1

Bij besluit van 6 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het perceel [locatie 1] te Zandvoort afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 2], ten zuiden van het perceel dat in eigendom is van [partij]. [appellant] heeft een verzoek om handhaving bij het college ingediend vanwege het gebruik van het perceel voor (recreatieve) bewoning, waarvan hij stelt overlast te ervaren. Het gebruik van het perceel als (recreatie)woning is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft het handhavingsverzoek voor zover het gaat om permanente bewoning afgewezen omdat op het perceel niet permanent wordt gewoond. In geschil is de afwijzing van het verzoek in verband met recreatieve bewoning. Het college heeft zich wat betreft het recreatieve gebruik op het standpunt gesteld dat het van handhavend optreden heeft mogen afzien omdat handhavend optreden gelet op de gedane toezeggingen aan [partij] onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1368
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106046/1/R1

202106833/1/A2

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] gemaakte bezwaar over haar voorschot kinderopvangtoeslag voor het jaar 2020 kennelijk ongegrond verklaard. [appellante] heeft op 17 januari 2021 kinderopvangtoeslag aangevraagd. Zij heeft vervolgens bij brief van 27 januari 2021 aan de Belastingdienst/Toeslagen kenbaar gemaakt dat haar recent is gebleken dat kinderopvangtoeslag niet automatisch voor haar wordt aangevraagd, zoals het geval is bij zorgtoeslag, en dat zij de kinderopvangtoeslag voor slechts drie maanden met terugwerkende kracht kan aanvragen. [appellante] heeft aangevoerd dat zij vanaf 1 februari 2020 gebruikt maakt van kinderopvang voor haar zoon en dat zij de kosten hiervoor heeft voldaan. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen daarom verzocht om de kinderopvangtoeslag toe te kennen vanaf die datum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1369
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202106833/1/A2

202106862/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de minister de aanvraag om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 21 april 2020 de minister verzocht om afgifte van een VOG voor de functie van ambulancechauffeur basiszorg. Een ambulancechauffeur basiszorg wordt ingezet bij gepland vervoer van patiënten die op dat moment geen acute medische zorg nodig hebben. [appellant] heeft op 21 april 2020 de minister verzocht om afgifte van een VOG voor de functie van ambulancechauffeur basiszorg. Een ambulancechauffeur basiszorg wordt ingezet bij gepland vervoer van patiënten die op dat moment geen acute medische zorg nodig hebben. Op het aanvraagformulier is het screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ door de werkgever aangekruist. Uit dit screeningsprofiel volgt dat functionarissen in dit profiel zijn belast met de zorg voor personen en in een één-op-één relatie kunnen komen te verkeren met degenen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. In deze relatie kan sprake zijn van een (tijdelijke) afhankelijkheid. Het risico bestaat dat misbruik wordt gemaakt van de (tijdelijke) afhankelijkheid waardoor het risico van onder andere zeden- en geweldsdelicten aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1360
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202106862/1/A3

202107767/1/R1

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland besloten de raad van de gemeente Purmerend een zogenoemde reactieve aanwijzing te geven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Deze reactieve aanwijzing strekt ertoe dat 1) de bestemming "Horeca" zoals opgenomen op de verbeelding en in de planregels in artikel 3 en 2) de gronden aangeduid als aanwijzingsgebied geen deel blijven uitmaken van het bestemmingsplan "Purmerend - Hotel Kom A7", zoals vastgesteld op 23 september 2021. De reactieve aanwijzing strekt ertoe dat dit plandeel en de gronden van het plangebied geen deel blijven uitmaken van het plan. Het college heeft ten eerste aan de aanwijzing ten grondslag gelegd dat het plandeel is vastgesteld in strijd met artikel 6.59 van de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Volgens het college heeft de gemeente bij de voorbereiding van het plan ten onrechte buiten beschouwing gelaten dat het plangebied ligt in het werkingsgebied landelijk gebied van de Omgevingsverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1353
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202107767/1/R1

202107822/1/R4

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan "Chalonhof" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Chalonhof" maakt de bouw van vier woningen mogelijk. Twee vrijstaande woningen en een twee-onder-één-kap-woning. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van de vier geplande woningen en vrezen door de bouw van de vier woningen aangetast te worden in hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1333
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202107822/1/R4

202200072/1/R2

Bij besluit van 6 oktober 2021 heeft de raad Bij besluit van 6 oktober 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Woningbouw De Kleine Aarde" vastgesteld. het bestemmingsplan "Woningbouw De Kleine Aarde" vastgesteld. De Kleine Aarde is een terrein, gelegen binnen de bebouwde kom van Boxtel, waar initiatieven worden ontplooid gericht op duurzaam leven. Het bestemmingsplan voorziet voor een deel van dit terrein in een nieuwe invulling en maakt de bouw mogelijk van 22 gestapelde woningen. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Munselse Hoeve en wordt aan de westzijde begrensd door het Planckpad. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een bestaand parkeerterrein en een bezoekerscentrum van De Kleine Aarde. Het Groene Hart Brabant is een Brabantse natuur- en milieuvereniging. Volgens Het Groene Hart Brabant leidt het bestemmingsplan tot onnodig verlies van onbebouwde ruimte, een toename van verstening en tot ruimtelijke versnippering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1334
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200072/1/R2

202200077/1/R1

Bij besluit van 10 november 2021 heeft de raad van de gemeente Middelburg het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Trekdijk" vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van een nieuw bedrijventerrein aan de Trekdijk in Middelburg mogelijk. Het plangebied ligt ten zuidoosten van de stad Middelburg, ten zuiden van de A58 en ten zuidwesten van Nieuw- en Sint Joosland. In het plan is aan ongeveer 7,9 ha de bestemming "Bedrijventerrein" toegekend, waarvan ongeveer 2,9 ha specifiek is bestemd voor een zonnepark. Ongeveer 5 ha is bestemd voor bedrijven uit ten hoogste categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Daarnaast bevat het plan een wijzigingsbevoegdheid om aanvullend ongeveer 9,3 ha van een agrarische bestemming in een bedrijfsbestemming te wijzigen. In het oostelijke deel van het plangebied is een boomgaard voorzien. De gronden zijn in eigendom van de gemeente Middelburg. [appellant sub 3] woont tegenover het plangebied. De Dorpsvereniging heeft als doelstelling onder meer het bevorderen en in stand houden van de leefbaarheid van de kern Nieuw- en Sint Joosland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1350
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202200077/1/R1

202200287/1/A3

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum de aanvraag van [appellante] voor urgentie bij woningtoewijzing afgewezen. [appellante] is op minderjarige leeftijd naar Nederland gekomen en heeft bij een pleegouder gewoond in Castricum. Zij had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Op het moment dat zij meerderjarig werd, kwam aan de pleegoudersituatie een eind. Het was op dat moment door omstandigheden niet meer wenselijk dat zij bij haar pleegouder bleef wonen. [appellante] heeft daarom een aanvraag voor urgentie ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1361
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200287/1/A3

202200532/1/V6

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om naturalisatie afgewezen. [wederpartij] is staatloos en afkomstig uit Syrië. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat ernstige vermoedens bestaan dat zij een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat er ten tijde van de besluiten van 6 augustus 2020 en 5 november 2020 tegen haar een strafzaak over een misdrijf openstond. Volgens de staatssecretaris bestaan geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van het beleid in de Handleiding RWN voor artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het niet onevenredig was om de uitkomst van de strafzaak niet af te wachten en het verzoek van [wederpartij] om aanhouding van het bezwaar niet in te willigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1370
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202200532/1/V6

202200734/1/R1

Bij besluit van 27 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan RailInsight voor het plaatsen van een extra slaaprijtuig voor hotel Train Lodge aan de Changiweg 121 in Amsterdam. RailInsight heeft voor onbepaalde tijd een recht van erfpacht op de gronden van de locatie. Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan "Sloterdijk" rust op de gronden van de locatie de enkelbestemming "Groen" met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca - hoteltrein’. Op de locatie exploiteert RailInsight het hotel Train Lodge, bestaande uit vier slaaprijtuigen en één bistrorijtuig, die een aaneengesloten geheel vormen. Deze voormalige treinrijtuigen zijn omgebouwd tot hotel. Voor de plaatsing van deze rijtuigen heeft het college op 17 maart 2015 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de periode 1 juli 2015 tot en met 31 mei 2030. RailInsight heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen en het gebruiken van een extra slaaprijtuig ter uitbreiding van het hotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1340
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200734/1/R1

202200760/1/R3

Bij besluit van 14 december 2021 heeft het college het wijzigingsplan "Zuideinde 144 Roelofarendsveen" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt het mogelijk dat op het perceel Zuideinde 144 te Roelofarendsveen een multifunctionele ruimte, maximaal 7 vakantiewoningen, een botenstalling, een groepsaccommodatie, toiletvoorzieningen, een toerkampeerveldje en enkele aanlegsteigers worden gerealiseerd. [appellant] woont op het perceel [locatie] te Roelofarendsveen. Hij vreest dat de ontwikkeling die bij het wijzigingsplan mogelijk is gemaakt, negatieve gevolgen zal hebben voor de weidevogels in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1358
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200760/1/R3

202201217/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard een aanvraag van [overledene] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [overledene] was ten tijde van de inwerkingtreding van de bij raadsbesluit van 9 april 2013 vastgestelde eerste partiële herziening van het bestemmingsplan Wonen, [locatie], eigenaar van een bedrijfsperceel met autogaragebedrijf aan de [locatie] te Oud-Beijerland. Bij aanvraagformulier van 4 juni 2018, bij de gemeente binnengekomen op 7 juni 2018, heeft hij verzocht om tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van inkomensderving en waardevermindering van de onroerende zaak heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan. Aan de aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat het onder het planologische regime van het nieuwe bestemmingsplan, anders dan onder het daaraan voorafgaande planologische regime van de bij raadsbesluit van 28 september 1987 vastgestelde eerste partiële herziening van het bestemmingsplan Langeweg I, niet meer is toegestaan om de onroerende zaak voor detailhandel, waaronder een onbemand tankstation en wasstraten, te gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1342
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201217/1/A2

202201252/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waterland aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend voor het slopen van een bestaande woning en het realiseren van een nieuwe woning met bijgebouw op het perceel [locatie] in Broek in Waterland (hierna: het perceel). De nieuw te bouwen woning bestaat uit drie onderdelen: een middendeel met een bouwhoogte van 8,61 meter, een aangebouwd deel aan de noord- en oostzijde met een bouwhoogte van 7,71 meter en een aangebouwd deel aan de zuidzijde met een bouwhoogte van 5,61 meter. Het deel aan de zuidzijde is aan het middendeel verbonden door middel van een verbindingsgang met een plat dak en een bouwhoogte van 2,61 meter. De achtergevel van de nieuwe woning met de aanbouwen loopt ten opzichte van de huidige woning verder naar achter door op het perceel en de achterzijde komt dichterbij de achterliggende watergang Het Dee te liggen. In de aanvraag heeft [vergunninghouder] het middendeel aangemerkt als het hoofdgebouw en de twee bouwwerken aan de noord- en zuidzijde als bijbehorende bouwwerken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1341
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201252/1/R1

202201329/1/R3

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met een bestemmingsplan ten behoeve van een dakopbouw op de woning [locatie A] te Voorburg. De verleende vergunning heeft betrekking op een dakopbouw op de woning [locatie A] te Voorburg. [appellant] woont schuin achter deze woning, op het adres [locatie B]. [appellant] heeft met name bezwaar tegen de dakopbouw vanwege de schaduwhinder in zijn tuin en op de achtergevel van zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1364
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201329/1/R3

202201383/1/R4

Bij besluit van 2 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal [appellante] gelast om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ongedaan te maken door de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Maasbommel te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaar van het perceel [locatie] in Maasbommel en de daarop aanwezige (recreatie)woning. Op het perceel is het bestemmingsplan "Gouden Ham/De Schans" (hierna: het bestemmingsplan) van toepassing. Het perceel heeft de bestemming "Recreatie - Recreatiewoningen". Op grond van deze bestemming is bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsrecreatie in de vorm van recreatiewoningen toegestaan. Het bestemmingsplan staat volgens het college bewoning van de woning door personen die hun hoofdverblijf niet elders hebben niet toe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1344
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201383/1/R4

202201384/1/R4

Bij besluit van 2 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal [wederpartij] gelast om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ongedaan te maken door de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Maasbommel te beëindigen en beëindigd te houden. NSI is eigenaar van het perceel [locatie] in Maasbommel en de daarop aanwezige (recreatie)woning. Op het perceel is het bestemmingsplan "Gouden Ham/De Schans" van toepassing. Het perceel heeft de bestemming "Recreatie - Recreatiewoningen". Op grond van deze bestemming is bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsrecreatie in de vorm van recreatiewoningen toegestaan. Het bestemmingsplan staat volgens het college bewoning van de woning door personen die hun hoofdverblijf niet elders hebben niet toe. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving hebben toezichthouders van het college op 28 maart 2018 en 3 april 2019 controles uitgevoerd bij de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1346
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201384/1/R4

202202036/1/R1

Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie [locatie A], kadastraal bekend voormalig gemeente Itteren (thans: Maastricht), sectie […], nummer […], (hierna: de locatie), vastgesteld dat spoedige sanering niet noodzakelijk is en ingestemd met een door [belanghebbende] ten aanzien daarvan ingediend (deel)saneringsplan. [belanghebbende] is voornemens op het perceel [locatie A] een woning te herbouwen en uit te breiden. Daartoe is op 21 januari 2020 aan hem een omgevingsvergunning verleend. In het kader van die omgevingsvergunning is een verkennend bodemonderzoek verricht waaruit bleek dat de locatie sterk verontreinigd is met zink veroorzaakt door historische activiteiten die binnen dit deel van de gemeente Maastricht hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft [belanghebbende] een melding gedaan als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming vanwege zijn voornemen om de bodem ter plaatse van de woning te saneren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1366
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202202036/1/R1

202202038/1/R1

Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie [locatie A], vastgesteld dat spoedige sanering niet noodzakelijk is en ingestemd met een door [belanghebbende] ten aanzien daarvan ingediend (deel)saneringsplan. [belanghebbende] is voornemens op het perceel [locatie A] een woning te herbouwen en uit te breiden. Daartoe is op 21 januari 2020 aan hem een omgevingsvergunning verleend. In het kader van die omgevingsvergunning is een verkennend bodemonderzoek verricht waaruit bleek dat de locatie sterk verontreinigd is met zink veroorzaakt door historische activiteiten die binnen dit deel van de gemeente Maastricht hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft [belanghebbende] een melding gedaan als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming vanwege zijn voornemen om de bodem ter plaatse van de woning te saneren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1298
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202202038/1/R1

202202258/1/R2

Bij besluit van 15 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw besloten tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 32.000,00. Bij besluit van 12 september 2017 heeft het college vastgesteld dat [appellant] de recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan "Heel - Panheel" gebruikt voor permanente bewoning en dat [appellant] daarmee artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht overtreedt, omdat [appellant] niet beschikt over een voor dat gebruik vereiste omgevingsvergunning. Bij dat besluit heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast die overtreding binnen twee jaar na de bekendmaking van dit besluit te beëindigen en beëindigd te houden. Bij overtreding van deze last verbeurt [appellant] een dwangsom van € 4.000,00 per kalendermaand dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 48.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1348
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202258/1/R2

202202318/1/R1

Bij besluit van 9 november 2021 heeft het dagelijks bestuur het projectplan “Dijkverbetering Nieuw Bergen” vastgesteld. Bij besluit van 9 november 2021 heeft het dagelijks bestuur de legger van Waterschap Limburg gewijzigd in verband met de in het projectplan beschreven dijkverbetering. Bij besluit van 21 december 2021 heeft het college het projectplan goedgekeurd. Het dijktraject van Nieuw Bergen is een van de dijktrajecten langs de Maas die zijn opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei. Het dijktraject voldoet niet aan de huidige wettelijke norm voor hoogwaterveiligheid en moet daarom versterkt worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1371
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202202318/1/R1

202202328/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot aan Onroerend Goed Maatschappij Veteka B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een hekwerk rondom het perceel Wit Hollandweg 3 te Oost-, West- en Middelbeers. Bij besluit van 16 december 2020 heeft het college het door de Werkgroep Natuur en Landschap Oost-, West- Middelbeers en omgeving daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 1 maart 2022 heeft de rechtbank het door de Werkgroep daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de Werkgroep hoger beroep ingesteld. Veteka heeft op 26 maart 2018 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een 2 meter hoog hekwerk met twee poorten op het perceel kadastraal bekend gemeente Oirschot sectie E, nummer 2495.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1373
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202328/1/R2

202202386/1/R1

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Borsele het bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de kern Heinkenszand, aan de rand van de wijk "Over de Dijk" en naast de uitvalsweg de Drieweg. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een brandweerpost op de locatie Guldenroedestraat 33, die dient ter vervanging van de voormalige brandweerpost aan de Stenevate 6A en 8 in Heinkenszand. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de kern Heinkenszand, aan de rand van de wijk "Over de Dijk" en naast de uitvalsweg de Drieweg. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen wonen in de directe nabijheid van het plangebied en kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen. Zij stellen dat de bouw van de brandweerpost tot onomkeerbare gevolgen zal leiden en vrezen vooral voor geluidhinder en mede daardoor voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1349
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202202386/1/R1

202203777/1/R2

Bij besluit van 24 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Lichthoven fase 1 (kavels C en D)" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om twee woongebouwen met commerciële voorzieningen in de plint te realiseren. Binnen de gebouwen worden in totaal maximaal 242 woningen en 1.000 m2 bvo aan commerciële voorzieningen mogelijk gemaakt. Het plangebied wordt begrensd door de Stationsweg, The Student Hotel en het spoorwegcomplex van het centraal station van Eindhoven. Het plan voorziet in de mogelijkheid om twee woongebouwen met commerciële voorzieningen in de plint te realiseren. Binnen de gebouwen worden in totaal maximaal 242 woningen en 1.000 m2 bvo aan commerciële voorzieningen mogelijk gemaakt. Het plangebied wordt begrensd door de Stationsweg, The Student Hotel en het spoorwegcomplex van het centraal station van Eindhoven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1335
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202203777/1/R2

202204467/1/A2

Bij uitspraak van 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:257, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 25 januari 2021 in zaak nr. 19/4040 vernietigd, voor zover het beroep tegen het besluit van 3 juli 2019 ongegrond is verklaard. Ook heeft de Afdeling dat beroep gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van 3 juli 2019 vernietigd, het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen en bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. Bij het verkeersbesluit van 11 januari 2018 heeft het college zes parkeerplaatsen op het plein op de hoek van de Burgemeester van Hasseltlaan en de Pater Wijnterlaan in Naarden aangewezen als betaalde parkeerplaatsen. Volgens dat besluit zijn de betaalde parkeerplaatsen gewenst voor bezoekers van [bedrijf]. Bij het besluit van 3 juli 2019 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 26 januari 2022 overwogen dat het college bij het verkeersbesluit de zes parkeerplaatsen heeft kunnen aanwijzen als betaalde parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1338
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202204467/1/A2

202205212/1/R3

Deze conclusie gaat over de hoger beroepen van [appellant], BRECOD Den Haag Maanplein II B.V. en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Centraal staat het besluit van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een woontoren van ruim 73 meter hoog met hierin 183 woningen, 300 m² detailhandel, 299 m² maatschappelijke dienstverlening en een parkeergarage aan het Maanplein 110 te Den Haag. De bezwaren die in deze procedure zijn aangevoerd hebben de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak aanleiding gegeven om staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer een conclusie te vragen. Aan hem is gevraagd om na te gaan op welke wijze de rechter regels van het omgevingsplan kan toetsen in een vergunningprocedure. Deze conclusie draagt bij aan de rechtsontwikkeling. Dit is ook van belang voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1367
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Conclusie
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205212/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205212/1/R3

202206451/1/R4

Bij besluit van 7 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 28 januari 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 200,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 28 januari 2022 in Den Haag is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening op de Groenezijde, ter hoogte van lichtmast 14. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat op de doos een adreslabel is aangetroffen met daarop zijn naam en adresgegevens. [appellant] betoogt dat de doos tijdens een storm van zijn dak is gewaaid. Hij vermoedt dat iemand anders de doos bij de inzamelvoorziening heeft neergezet. Volgens [appellant] kan hem dat niet worden aangerekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1332
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206451/1/R4

202206843/1/R4

Bij besluit van 4 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 25 augustus 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 200,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 25 augustus 2022 is aangetroffen naast de aangewezen inzamelvoorziening op de Kepplerstraat in Den Haag ter hoogte van huisnummer 225. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden omdat daarop een adreslabel is aangetroffen met haar naam en adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1343
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206843/1/R4

202207402/1/R4

Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 29 juli 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 29 juli 2022 is aangetroffen naast de inzamelvoorziening ter hoogte van de Volendamlaan 660 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden omdat daarop een adreslabel is aangetroffen met haar naam en adres erop. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is. Zij geeft echter aan dat zij de doos dubbelgevouwen, wellicht gedeeltelijk uitstekend, in de container heeft achtergelaten. [appellante] betwist dat zij de doos naast de container heeft geplaatst. Dit blijkt volgens haar ook niet uit de foto’s die bij de rapportage over de toepassing van spoedeisende bestuursdwang zijn gevoegd. Volgens [appellante] heeft het college niet bewezen dat zij de doos naast de container heeft geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1339
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202207402/1/R4

202300058/1/A2

Bij beslissing van 18 juli 2022 heeft de examencommissie van de Hogeschool van Amsterdam [appellant] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de voltijds bacheloropleiding Social Work. [appellant] heeft aan het einde van het tweede jaar van inschrijving 40 studiepunten uit de propedeutische fase behaald. Haar studieresultaten voldoen daarmee niet aan de minimumeis dat de propedeuse moet zijn behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1330
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300058/1/A2

202300059/1/A2

Bij beslissing van 19 februari 2022 heeft de Commissie voor de examens aan [appellant] het cijfer 5,5 toegekend voor de schrijfopdracht van de cursus Bachelor essay publiekrecht (RB2502). Bij de beslissing van 19 februari 2022 heeft de examencommissie [appellant] meegedeeld dat zij op 6 februari 2022 in voldoende mate heeft voldaan aan de vereisten die worden gesteld aan de schrijfopdracht van de cursus Bachelor essay publiekrecht. Bij de beslissing van 19 februari 2022 heeft de examencommissie [appellant] meegedeeld dat zij op 6 februari 2022 in voldoende mate heeft voldaan aan de vereisten die worden gesteld aan de schrijfopdracht van de cursus Bachelor essay publiekrecht (hierna: het essay). [appellant] heeft hiervoor het cijfer 5,5 gekregen. [appellant] is het niet eens met de beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1223
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300059/1/A2

202300062/1/A2

Bij beslissing van 18 juli 2022 heeft de examencommissie van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: HvA) [appellant] een bindend negatief studieadvies (hierna: BNSA) gegeven voor de voltijds bacheloropleiding Finance, Tax and Advice. [appellant] heeft aan het einde van het tweede jaar van inschrijving 51 studiepunten uit de propedeutische fase behaald. De studieresultaten van [appellant] voldoen daarmee niet aan de minimumeis dat de propedeuse moet zijn behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1328
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300062/1/A2

202300066/1/A2

Bij beslissing van 21 juli 2022 heeft de directeur van de Rotterdam Academy aan [appellante] per 31 augustus 2022 een bindend negatief studieadvies gegeven voor de opleiding Associate degree Sociaal Financiële Dienstverlening. [appellante] heeft per 31 augustus 2022 een BNSA gekregen, omdat zij niet voldoet aan de studievoortgangsnorm van 48 studiepunten of meer. Naar aanleiding van het ingediende beroep bij het college heeft de directeur bij e-mail van 12 oktober 2022 aan [appellante] een schikkingsvoorstel voorgelegd. De directeur heeft uit coulance aangeboden het BNSA in te trekken. [appellante] heeft het administratief beroep per e-mail van 12 oktober 2022 ingetrokken en aangegeven dat het college over de hoofdzaak geen uitspraak meer hoeft te doen. [appellante] heeft daarbij aangegeven dat het verzoek om toekenning van de proceskostenvergoeding gehandhaafd blijft. De e-mail van 31 oktober 2022, waarin het college heeft aangegeven geen uitspraak te doen, omdat de zaak is geschikt, heeft [appellante] opgevat als een weigering om een beslissing op het administratief beroep te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1327
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300066/1/A2

202300069/1/A2

Bij beslissing van 15 juli 2022 heeft het Hoofd studentzaken van het Instituut voor de Gebouwde Omgeving (hierna: het Hoofd studentzaken), namens de directeur, [appellante] per 31 augustus 2022 een bindend negatief studieadvies (hierna: BNSA) gegeven voor de voltijds bacheloropleiding Ruimtelijke Ontwikkeling/Ruimtelijke Ordening en Planologie. [appellante] heeft per 31 augustus 2022 een BNSA gekregen, omdat zij niet voldoet aan de studievoortgangsnorm van 48 studiepunten of meer. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden geconstateerd die verklaren dat [appellante] niet aan de minimumeis heeft voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1329
Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300069/1/A2

202300337/1/A2

Bij beslissing van 8 mei 2022 heeft het hoofd van het International Office, namens het College van Bestuur van Tilburg, aan [appellant] laten weten dat zijn toelatingsaanvraag voor de voltijd bacheloropleiding Global Law aan Tilburg University voor het academiejaar 2022-2023 is afgewezen. [appellant] heeft een toelatingsaanvraag ingediend voor de voltijd bacheloropleiding Global Law aan Tilburg University voor het academiejaar 2022-2023. Omdat [appellant] niet beschikt over een diploma dat gelijk is aan het Nederlandse vwo-diploma, heeft het hoofd van het International Office de aanvraag bij de beslissing van 8 mei 2022 afgewezen.

Datum uitspraak
5 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300337/1/A2

202107500/1/V2

Bij besluiten van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1305
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107500/1/V2

202206692/1/V3

Bij besluit van 3 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1307
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202206692/1/V3

202300975/1/V3

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1311
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300975/1/V3

202300975/2/V3

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1384
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300975/2/V3

202301357/2/V3

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1391
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301357/2/V3

202301383/1/V3

Bij besluit van 8 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1308
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301383/1/V3

202301595/2/V3.

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1312
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301595/2/V3.

202301617/2/V2

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, met ingang van 8 september 2020 ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1309
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301617/2/V2

202301834/2/V3

Bij besluit van 23 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan van de vreemdeling ingetrokken en vastgesteld dat zij geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1310
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301834/2/V3

202301971/2/V1

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1387
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301971/2/V1

202302005/1/V3 en 202302005/2/V3

Bij besluit van 27 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1386
Datum uitspraak
4 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302005/1/V3 en 202302005/2/V3

202102054/1/V1

Bij besluiten van 26 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdeling 1 om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld en eenzelfde aanvraag van vreemdeling 2 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1301
Datum uitspraak
3 april 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102054/1/V1

202301179/1/V3

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1304
Datum uitspraak
3 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301179/1/V3

202301340/1/V3

Bij besluit van 8 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1291
Datum uitspraak
3 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301340/1/V3

202301481/1/V2 en 202301481/2/V2

Bij besluit van 3 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1303
Datum uitspraak
3 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301481/1/V2 en 202301481/2/V2

202301846/1/V3

Bij besluit van 9 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1302
Datum uitspraak
3 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301846/1/V3

202301905/2/V3

Bij besluit van 5 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1300
Datum uitspraak
3 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301905/2/V3

202302009/2/V3

Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1306
Datum uitspraak
3 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302009/2/V3

202104059/1/V1

Bij besluit van 17 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 (hierna: een artikel 9-document), waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1272
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104059/1/V1

202106014/1/V2

Bij besluit van 9 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1276
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202106014/1/V2

202107747/1/V2

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1294
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107747/1/V2

202201155/1/V1

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1279
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201155/1/V1

202201238/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1270
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201238/1/V3

202202674/1/V1

Bij besluit van 10 april 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1292
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202674/1/V1

202206259/1/V1

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1204
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202206259/1/V1

202207414/1/V3

Bij besluit van 23 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1286
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207414/1/V3

202301482/1/V2

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1288
Datum uitspraak
31 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301482/1/V2

202005132/1/V2

Bij besluit van 25 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1269
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005132/1/V2

202204654/1/V2

Bij besluit van 5 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1284
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204654/1/V2

202207438/1/V3

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1285
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207438/1/V3

202207439/1/V3

Bij besluit van 5 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1280
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207439/1/V3

202207440/1/V3

Bij besluit van 5 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1273
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207440/1/V3

202300484/1/V3

Bij besluit van 10 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1275
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300484/1/V3

202300606/1/V2

Bij besluit van 30 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1271
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300606/1/V2

202300622/1/V3

Bij besluit van 1 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1277
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300622/1/V3

202301539/1/V3

Bij besluit van 19 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1274
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301539/1/V3

202301552/2/V3

Bij besluit van 23 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1281
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301552/2/V3

202301597/2/V1

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1278
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301597/2/V1

202301647/2/V1

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1282
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301647/2/V1

202301754/2/V1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1283
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301754/2/V1

202301792/2/V1

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1287
Datum uitspraak
30 maart 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301792/2/V1
vorige pagina1...157158159...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon