Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.868
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202600313/1/A2

Bij beslissing van 9 december 2025 heeft het College van Bestuur van het ROC Mondriaan de klacht van [appellante] in de brief van 25 augustus 2025 ontvankelijk verklaard, de aanvullende klacht niet-ontvankelijk verklaard, de klacht ongegrond verklaard ten aanzien van het structureel tekortschieten in de zorgplicht en het onbehoorlijk handelen door het ROC Mondriaan en gegrond verklaard voor zover deze betrekking had op het onvolledig informeren van [appellante]. [appellante] volgt sinds augustus 2022 de opleiding MBO-Verpleegkunde aan de School voor Gezondheidszorg van het ROC Mondriaan in Den Haag. Zij kampt met een chronische aandoening die tijdens haar studie is vastgesteld en die haar fysieke belastbaarheid ernstig beperkt. Dit leidt ertoe dat zij haar opleiding en stages uitsluitend kan volgen onder aangepaste omstandigheden en begeleiding. Het CvB heeft, in reactie op het klaagschrift van [appellante] van 25 augustus 2025, het advies van de klachten- en bezwarenadviescommissie van 5 december 2025 overgenomen. [appellante] heeft zich per 1 september 2025 uitgeschreven van haar opleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4271
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600313/1/A2

202600745/1/R4

Bij besluit van 17 december 2025 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Almere zijn beslissing om op 16 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 10 lid 1 van de Afvalstoffenverordening Almere 2024 en Artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Almere 2024 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van bestuursdwang, te weten € 97,83 voor rekening van [appellante] komen. [Appellante] betoogt dat zij haar vuilniszak heeft aangeboden bij de ondergrondse afvalcontainers, maar deze niet in de container kon deponeren, omdat alle containers vol waren. In dat verband voert zij aan dat de containers slechts eens per twee weken worden geleegd. Omdat er geen ruimte was in de containers, stelt [appellante] dat zij uit nood de afvalzak naast de container heeft geplaatst. Verder stelt zij dat het onredelijk is om van bewoners te verlangen dat zij hun afval ver weg brengen. Tot slot betoogt [appellante] dat de gemeente ten onrechte ook ander afval aan haar toerekent, zoals een rode plastic tas en losse zakjes.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4283
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600745/1/R4

202601161/1/A2

Bij beslissing van 14 november 2025 heeft een examinator van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (de UvA) aan [appellant] een 7,5 toegekend voor het door hem afgelegde tentamen voor het vak ‘Strafrecht en Rechtstaat’. [appellant] volgt de master Publiekrecht aan de UvA. Op 21 oktober 2025 heeft hij het tentamen voor het vak ‘Strafrecht en Rechtstaat’ afgelegd. De betrokken examinator heeft het tentamen met een 7,5 beoordeeld. Volgens [appellant] zijn ten onrechte slechts 3 punten toegekend voor zijn antwoord op vraag 2a van het tentamen. Bij die tentamenvraag was een citaat weergegeven en de vraag luidde: "Beargumenteer welke strafrechttheorie dit citaat weergeeft en leg deze strafrechttheorie uit. (7 punten)". Volgens [appellant] had voor zijn antwoord 8 punten, althans ten minste 7 punten, toegekend moeten worden, zodat het tentamen met een 9,0 zou zijn beoordeeld. Hij heeft daarom verzocht om een herbeoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4293
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601161/1/A2

202601376/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft het instellingsbestuur van de School of Business and Economics van de Universiteit van Maastricht (het bestuur) aan [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven. Bij beslissing van 19 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht het door [appellante] daartegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2019/2020 gestart met de bacheloropleiding Economics and Business Economics. Vanwege persoonlijke omstandigheden van [appellante] is aan haar meerdere keren uitstel verleend voor het voldoen aan de norm voor het bindend studieadvies. In het studiejaar 2024/2025 voldeed zij hier nog steeds niet aan. Het bestuur heeft haar daarom op 15 augustus 2025 een bindend negatief studieadvies gegeven, waarbij zij is uitgesloten van het volgen van de opleiding voor een periode van zes jaar. Het CBE heeft die beslissing in stand gelaten. Volgens het CBE heeft het bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de beperkte studieresultaten niet uitsluitend voortkomen uit de persoonlijke omstandigheden van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4296
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601376/1/A2

202601596/1/A2

Bij beslissing van 30 oktober 2025 is de bachelorscriptie van [appellant] met een onvoldoende beoordeeld. [appellant] volgt de bacheloropleiding Theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn bachelorscriptie is op 30 augustus 2025 met een 5,8 beoordeeld. Die beoordeling is gebaseerd op het gemiddelde van de beoordeling van twee beoordelaars, waarbij een 6,0 of hoger als een voldoende geldt. [appellant] is tegen die beoordeling opgekomen, waarna op 1 oktober 2025 een schikkingsgesprek heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van dat gesprek heeft een derde beoordelaar de scriptie beoordeeld. Op 30 oktober 2025 is vastgesteld dat het gemiddelde van de beoordelingen van de drie examinatoren neerkomt op een 5,7, eveneens een onvoldoende. [appellant] voert aan dat de beoordeling van zijn scriptie, dan wel de beslissing van het CBE, geen holistische weergave van zijn scriptie(traject) bevat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4295
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601596/1/A2

202601870/1/A2

Bij e-mailbericht van 6 januari 2026 heeft het college aan [appellant] meegedeeld niet mee te willen werken aan het verzoek om te faciliteren dat zijn collegegeld door The United States Department of Veterans Affairs (USDVA) wordt voldaan. Bij beslissing van 26 mei 2026 heeft het college van bestuur van Tilburg University het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat het bericht van 6 januari 2026 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is. De keuze om geen overeenkomst met USDVA aan te gaan heeft geen publiekrechtelijke grondslag. Het bericht strekt niet tot het vaststellen van een bevoegdheid, recht, verplichting of status. [appellant] is definitief tot de opleiding toegelaten. Met het al dan niet invullen en ondertekenen van de verklaringen wordt zijn recht om zich als student in te schrijven niet ontnomen of beperkt. Het heeft daarnaast ook geen invloed op de verplichting tot het betalen van het collegegeld. Het aangaan van een overeenkomst met een derde voor de betaling van het collegegeld is privaatrechtelijk van aard. Het college wil deze overeenkomst met USDVA niet te sluiten en is daar wettelijk ook niet toe verplicht. De mededeling van 6 januari 2026 ziet op de praktische wijze van het innen respectievelijk betalen van het collegegeld en is daarmee een mededeling van feitelijke aard. De vraag die voorligt is of het e-mailbericht van 6 januari 2026 een besluit is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4306
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601870/1/A2

202602062/2/A2

Bij besluit van 30 april 2026 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bekostiging van de basisschool IKC Cadans Berkel als zelfstandige school met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd. Stichting Onderwijs is het bevoegd gezag van basisschool IKC Cadans Berkel. Bij brief van 10 december 2025 heeft de staatssecretaris Stichting Onderwijs medegedeeld dat IKC Cadans Berkel met ingang van 1 augustus 2026 dient te worden opgeheven dan wel dat de bekostiging dient te worden beëindigd. Dit is een mededeling als bedoeld in artikel 149, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs. De school beschikt vier jaar na de oprichting namelijk niet over de minimale vereiste hoeveelheid leerlingen. Op 1 oktober 2025 zaten 51 leerlingen op IKC Cadans Berkel. Op 30 januari 2026 heeft Stichting Onderwijs de staatssecretaris laten weten dat IKC Cadans Berkel niet wordt voortgezet als zelfstandige school, maar dat zij voornemens is om de school door te laten gaan als nevenvestiging van een andere school. De staatssecretaris heeft de bekostiging van IKC Cadans Berkel met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd. Aan deze beslissing heeft zij ten grondslag gelegd dat zij geen positief besluit kan nemen op de verplichte fusietoets omdat de daarvoor aangeleverde stukken onvolledig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4223
Datum uitspraak
21 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202602062/2/A2

BRS.26.000122

Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4214
Datum uitspraak
21 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000122

BRS.26.001775

Bij besluit van 26 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4204
Datum uitspraak
21 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001775

BRS.26.002577

Bij besluit van 28 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld en de termijn van deze maatregel van bewaring verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4205
Datum uitspraak
21 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002577

BRS.26.003173

Bij besluit van 30 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4198
Datum uitspraak
21 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003173

BRS.26.003301

Bij besluiten van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4229
Datum uitspraak
21 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003301

BRS.26.003321 en BRS.26.003322

Bij besluit van 16 oktober 2025, aangevuld bij besluit van 17 februari 2026, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen, ambtshalve geweigerd hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen en hem opgedragen de Europese Unie te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4212
Datum uitspraak
21 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003321 en BRS.26.003322

202303270/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4227
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303270/1/V1

202406624/4/R2

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Woonlocatie Nobisweg/Hommelsedijk, Heeswijk-Dinther" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 208 woningen in het gebied tussen de straten De Dieppoel, Koffiestraat, Hommelsedijk, Heuvelstraat, Nobisweg en de Zandstraat in Heeswijk-Dinther. [appellant] exploiteert aan de Hommelsedijk een recreatief een agrarisch bedrijf waar gasten in gezins- of groepsverband kunnen verblijven. De gasten kunnen in een groepsaccommodatie of in een appartement overnachten. De gronden waarop dit bedrijf is gevestigd grenzen aan de gronden van het plangebied. In de nabijheid van het bedrijf wordt in het bestemmingsplan een gebouw met maximaal 28 appartementen en een bijgebouw met gemeenschappelijke bergingen mogelijk gemaakt. [appellant] vreest dat de normale voortzetting van zijn bedrijf in gevaar komt door klachten over geur en geluidoverlast van de toekomstige bewoners van het appartementengebouw. Tevens kan voor die toekomstige bewoners geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd door de aanwezigheid van het bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4222
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202406624/4/R2

202505261/2/V1

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van verzoeker achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4226
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202505261/2/V1

202601844/1/A3 en 202601844/3/A3

Bij uitspraak van 18 juni 2026 in zaak nr. 202601844/2/A3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de burgemeester van Venlo opgedragen bij wijze van voorlopige voorziening niet over te gaan tot sluiting van de woning aan de [locatie] in Venlo totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening. Deze zaak gaat over de tijdelijke sluiting van het huis waarin [verzoekster] woont. De burgemeester wil de woning sluiten omdat de politie in de kelder een in werking zijnde hennepkwekerij heeft gevonden. [verzoekster] vindt weliswaar dat de burgemeester om die reden de bevoegdheid heeft om haar woning te sluiten, maar vindt dat de burgemeester daarvan geen gebruik moet maken. De burgemeester is dat niet met haar eens en de rechtbank heeft haar geen gelijk gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4219
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202601844/1/A3 en 202601844/3/A3

BRS.26.000092

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4207
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000092

BRS.26.001951

Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4200
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001951

BRS.26.002228

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4194
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002228

BRS.26.002916

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4189
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002916

BRS.26.002985

Bij besluit van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4197
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002985

BRS.26.003147

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4202
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003147

BRS.26.003165

Bij besluit van 20 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4203
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003165

BRS.26.003400

Bij besluit van 9 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4196
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003400

202502433/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 maart 2025 van de rechtbank Amsterdam. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de afwijzing van zijn verzoek om correctie van de justitiële documentatie ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4255
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202502433/1/A3

202503193/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 15 april 2025 van de rechtbank Den Haag. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] gericht tegen het besluit op zijn verzoek om inzage in persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4254
Datum uitspraak
20 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202503193/1/A3

202400134/1/V3

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4218
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400134/1/V3

202402062/1/V3

Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4217
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402062/1/V3

202404149/1/V3

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4168
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404149/1/V3

202408067/1/V1

Bij besluit van 12 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4216
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408067/1/V1

BRS.25.000536

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4102
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000536

BRS.26.000177

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4177
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000177

BRS.26.000184

Bij besluit van 1 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4180
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000184

BRS.26.000186

Bij besluit van 1 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, haar opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en haar meegedeeld dat zij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4176
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000186

BRS.26.000190

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4181
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000190

BRS.26.000345

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4178
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000345

BRS.26.000352

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4179
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000352

BRS.26.000691

Bij besluiten van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4169
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000691

BRS.26.000974

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4193
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000974

BRS.26.001140

Bij besluit van 11 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4184
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001140

BRS.26.001149

Bij besluit van 21 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4186
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001149

BRS.26.002974

Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Berkel en Rodenrijs, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4185
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002974

BRS.26.003019

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4182
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003019

BRS.26.003225

Bij besluiten van 7 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4195
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003225

BRS.26.003274

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4208
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003274

BRS.26.003319

Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4096
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003319

BRS.26.003344

Bij besluit van 18 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4175
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003344

BRS.26.003371

Bij besluit van 17 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4213
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003371

202200923/6/R2

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Tilburg van 15 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Werklandschap Wijkevoort 2020" en het exploitatieplan "Werklandschap Wijkevoort, fase 1, 2021". De raad heeft de Afdeling vanwege het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Volgens de raad geven de zwartgelakte delen van de koopovereenkomsten inzicht in de onderhandelingsstrategie van de gemeente Tilburg bij de verwerving van stikstofemissieruimte, omdat hieruit kan worden afgeleid hoe de gemeente zich opstelt tijdens onderhandelingen en onder welke voorwaarden zij bereid is om stikstofemissieruimte aan te kopen. Ook bevatten de zwartgelakte delen van de koopovereenkomsten vertrouwelijke persoonsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4187
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200923/6/R2

202306519/1/V1

Bij besluiten van 21 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om appellanten een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4191
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306519/1/V1

202400399/1/V1

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4190
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400399/1/V1

202601582/2/R1

Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [verzoeker A] en verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en de instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel op het perceel F1571 met adres [locatie] in Breukelen. De minister heeft aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaar van het perceel, dat bestaat uit een legakker, en de daarop gelegen recreatiewoning. De omgeving van het perceel kenmerkt zich door verschillende legakkers met recreatiewoningen die omgeven worden door oppervlaktewater. Stedin wil vanaf het perceel een laagspanningskabel aanleggen om een andere legakker, De Plassen Noord 115, aan te sluiten op het stroomnet. Als gevolg van de beschikking moeten [verzoeker A] en [verzoeker B] de aanleg en instandhouding van de kabel gedogen en daar zijn zij het niet mee eens. Zij voeren daarbij onder meer aan dat er alternatieve tracés denkbaar zijn met minder impact.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4192
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202601582/2/R1

BRS.26.002132

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4074
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002132

BRS.26.002340

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4081
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002340

BRS.26.002818

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4076
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002818

BRS.26.002939

Bij besluit van 13 mei 2026 heeft de minister van Asiel en migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4092
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002939

BRS.26.002971

Bij besluiten van 19 maart 2026 en 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4062
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002971

BRS.26.003078

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4073
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003078

BRS.26.003112

Bij besluit van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4083
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003112

BRS.26.003121

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4086
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003121

BRS.26.003177

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4095
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003177

BRS.26.003210

Bij besluit van 2 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4089
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003210

BRS.26.003248

Bij besluit van 21 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond, hem opgedragen om onmiddellijk te vertrekken en terug te keren naar Somalië en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4087
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003248

BRS.26.003363

Bij besluit van 23 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4082
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003363

BRS.26.003376

Bij besluit van 10 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4088
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003376

BRS.26.003500

Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4085
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003500

202502215/1/R3

Bij besluit van 26 oktober 2022, aangevuld bij besluit van 23 november 2022, heeft het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn aan [partij A] en [partij B] een last onder dwangsom opgelegd, waarbij is bepaald dat als niet binnen de begunstigingstermijn aan de last is voldaan, zij een dwangsom verbeuren van € 1.500,- per week dat de overtreding niet is beëindigd met een maximum van € 15.000,- [partij A] en [partij B] wonen aan de [locatie] (het perceel). Het college heeft hen een last onder dwangsom opgelegd, omdat - onder meer - het oppervlak van de op het perceel staande bijbehorende bouwwerken meer bedraagt dan het voor het perceel geldende totale oppervlak van 150 m2. Naar aanleiding van een controle op 20 januari 2023 heeft het college [partij A] en [partij B] bij brief van 17 februari 2023 laten weten dat zij aan de last hebben voldaan en dat zij geen dwangsommen hebben verbeurd. [appellant A] en [appellant B] waren het niet eens met de conclusie dat aan de last was voldaan en hebben het college verzocht om tot invordering van de (volgens hen) verbeurde dwangsom over te gaan. Het college heeft dit verzoek bij besluit van 18 juli 2023 afgewezen. Volgens het college bedraagt het oppervlak van de op het perceel staande bijbehorende bouwwerken bij nader inzien toch meer dan het voor het perceel geldende totale oppervlak van 150 m2, waardoor een dwangsom is verbeurd, maar is het onevenredig om die dwangsom in te vorderen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college heeft kunnen afzien van invordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4225
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502215/1/R3

202407575/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep op 9 juli 2026 ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister van Asiel en Migratie aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4107
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407575/1/V1

202408055/1/V3

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4099
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202408055/1/V3

202500758/1/V3

Bij besluiten van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4098
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500758/1/V3

202601266/1/R1 en 202601266/3/R1

Bij besluiten van 5 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan [verzoeker A] en [verzoeker B] lasten onder dwangsom opgelegd. De lasten houden in dat het gebruik van een aantal recreatiewoningen aan de Westerduinweg 34 in Sint Maartensvlotbrug voor bewoning door seizoenarbeiders moet worden beëindigd en beëindigd moet worden gehouden. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaren van recreatiewoningen op het Park Duinland aan de Westerduinweg 34 in Sint Maartensvlotbrug in de gemeente Schagen. Zij verhuren deze recreatiewoningen aan personen met een Oost-Europese nationaliteit die er wonen, onder wie 28 met de Oekraïense nationaliteit. De meeste van deze personen werken in de omgeving via onder meer uitzendbureaus. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben op de zitting erkend dat de permanente bewoning van hun recreatiewoningen niet is toegestaan, maar zij vrezen dat de Oekraïners dakloos worden als gevolg van de lasten onder dwangsommen. [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat handhavend optreden niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Volgens hen mochten zij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat er niet handhavend zou worden opgetreden tegen de permanente bewoning van Oekraïners in hun recreatiewoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4072
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601266/1/R1 en 202601266/3/R1

BRS.25.000227

Bij besluiten van 1 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4067
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000227

BRS.25.000944

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de moeder om wijziging van de beperking van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4045
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000944

BRS.26.001112

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om appellant een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4066
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001112

BRS.26.002464

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie geweigerd om appellant ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4051
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002464

BRS.26.003101

Bij besluit van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4065
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003101

BRS.26.003133

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4068
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003133

BRS.26.003145

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4174
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003145

BRS.26.003373

Bij besluit van 2 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4080
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003373

BRS.26.003445 en en BRS.26.003475

Bij besluit van 8 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4097
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003445 en en BRS.26.003475

BRS.26.003491

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4063
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003491

202200049/1/R4

Bij besluit van 1 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan [partij] een omgevingsvergunning verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor de uitbreiding van de inpandige opslag van kunststoffen op het perceel [locatie] 1] in Brunssum. Ten tijde van de besluitvorming exploiteerde tpD Recycling B.V. op het perceel [locatie 1] een afvalverwerkingsbedrijf voor de verwerking van kunststoffen. De locatie [locatie 1] vormde ten tijde van het nemen van het besluit van 1 augustus 2019 samen met de locaties [locatie 2] en [locatie] 3] - [locatie 4] in Brunssum één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) waartoe ook één of meer IPPC-installaties behoren. [partij] is eigenaar van die percelen. [partij] beschikte destijds over een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, voor een inrichting voor de op- en overslag en het bewerken van een groot scala aan afvalstoffen op die locaties. De Actiegroep bestaat uit omwonenden die al vele jaren overlast ervaren van de activiteiten die tpD Recycling B.V. ontplooide op het perceel [locatie 1]. Zij hadden onder meer overlast van vliegen, ander ongedierte, stank, lozingen en nachtelijk getril en geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4130
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200049/1/R4

202201346/1/A3

Bij besluit van 17 december 2019 heeft de burgemeester van Utrecht aan Sam Companies twee lasten onder dwangsom opgelegd. Aan het besluit heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de inspecteur van de gemeente Utrecht bij controles op 2 augustus 2019 en 19 oktober 2019 heeft geconstateerd dat het hostel op beide data was geopend voor publiek, terwijl er geen leidinggevende aanwezig was die op het aanhangsel bij de exploitatievergunning staat vermeld dan wel een persoon wiens bijschrijving als leidinggevende is gemeld en de gemeente die melding heeft bevestigd. Tevens heeft de burgemeester aan het besluit ten grondslag gelegd dat de inspecteur op beide data heeft geconstateerd dat er in het hostel zwak-alcoholische dranken aanwezig waren en werden verkocht vanuit een koelmachine, terwijl hiervoor geen Drank- en Horecavergunning is afgegeven. De inspecteur heeft zijn bevindingen van de controles van 2 augustus 2019 en 19 oktober 2019 neergelegd in twee processen-verbaal van 13 november 2019 en 11 december 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3922
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201346/1/A3

202204378/1/R4

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de constructief onveilige situatie vanwege het ontbreken van een stabiele fundering onder het pand [locatie 1] aan de zijde van [locatie 2] afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 2] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 1] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 2] en [locatie 1], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 2]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3938
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204378/1/R4

202204562/1/R3

Bij besluit van 23 februari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke het verzoek om handhaving van [partij B] van 5 april 2016 met betrekking tot het herplanten van zeven iepen op de plaats van de gekapte zeven schietwilgen op het perceel [locatie 1] in Tzummarum (het perceel) afgewezen. De VOF exploiteert een loon- en kraanbedrijf en schapenhouderij op het perceel. [appellant sub 3B] woont op het perceel [locatie 2] in Tzummarum. [partij B] woont op het perceel [locatie 3]. Zij hebben verschillende verzoeken om handhaving ingediend, omdat zij overlast ondervinden van verschillende activiteiten op het perceel. Ook verzetten zij zich tegen het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van sleufsilo's op het perceel, omdat zij vrezen voor een verdere aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4157
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204562/1/R3

202204823/1/A3

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de aanvraag van Stichting Nahuys voor een omgevingsvergunning voor het pand aan de Visserstraat 1a afgewezen. [bestuurder] is enig bestuurder van Stichting Nahuys. Stichting Nahuys is eigenaar van het perceel aan de Visserstraat 1a in Breda. Toezichthouders van het college hebben op 13 juni 2019 in het pand bouwwerkzaamheden waargenomen. Voor deze werkzaamheden was geen omgevingsvergunning verleend en het college heeft de werkzaamheden daarom stilgelegd. Op 11 juli 2019 heeft Stichting Nahuys een omgevingsvergunning aangevraagd voor werkzaamheden aan het pand aan de Visserstraat 1a. Het college heeft de aanvraag aangehouden en een toets op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) laten uitvoeren. Het Landelijk Bureau Bibob (LBB) heeft op 6 december 2019 een Bibob-advies aan het college toegestuurd. Aan het advies van 6 december 2019 is ook een eerder Bibob-advies van 25 oktober 2019 ten grondslag gelegd. In de adviezen concludeert het LBB dat het ernstige vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de omgevingsvergunning valsheid in geschrift is gepleegd en ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen, op geld waardeerbare, voordelen te benutten (artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet Bibob; de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b; de b-grond). Op basis van deze adviezen heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4111
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202204823/1/A3

202205272/1/A3

Bij besluit van 6 november 2020 heeft de burgemeester van Utrecht de exploitatievergunning voor de exploitatie van een hostel aan de Biltstraat 31 in Utrecht ingetrokken. Bij het besluit van 6 november 2020 heeft de burgemeester de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b en f, van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018, omdat de [leidinggevende] volgens de burgemeester niet langer voldoet aan de eis dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, en omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van het bedrijf. Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. Bij besluit van 18 juni 2019 heeft de burgemeester hiervoor aan Sam Companies een exploitatievergunning verleend. De burgemeester heeft de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b en f, van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018, omdat de [leidinggevende] volgens de burgemeester niet langer voldoet aan de eis dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, en omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van het bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3926
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205272/1/A3

202205388/1/R2

Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het verzoek van wijkvereniging De Herven om handhavend op te treden tegen de geluidsoverlast die zij ondervindt van Central Harley Davidson (CHD) afgewezen. Mafraba Motors B.V., mede handelend onder de naam Central Harley Davidson, exploiteert een motorzaak aan de Hervensebaan 13c in ‘s-Hertogenbosch, waar motoren en accessoires worden verkocht en motoren van het merk Harley Davidson worden gerepareerd en onderhouden. Aan de overzijde van de Hervensebaan ligt woonwijk De Herven. Wijkvereniging De Herven komt op voor de belangen van omwonenden. De wijkvereniging heeft het college verzocht om handhavend op te treden omdat de omwonenden geluidsoverlast ervaren van het geluid van motoren en activiteiten die op het terrein van CHD worden georganiseerd. Het college heeft bij het besluit van 31 augustus 2020 geweigerd om handhavend op te treden. Dit besluit is bij het besluit op bezwaar van 3 december 2020 in stand gelaten. De wijkvereniging heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4131
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205388/1/R2

202205777/1/R1

Bij besluit van 12 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Correctieve herziening Landgoed Tongeren 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan "Landgoed Tongeren", dat door de raad was vastgesteld op 14 februari 2013. Gebleken is dat in dat bestemmingsplan uit 2013 onbedoeld bouwvlakken op de verbeelding ontbraken. Op grond van de planregels voor de verschillende bestemmingen mochten gebouwen alleen binnen het bouwvlak worden opgericht. De stichting vreest hierdoor negatieve effecten voor de omliggende Natura 2000-gebieden, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Zij kan zich daarom niet verenigen met het bestemmingsplan en heeft daarom beroep ingesteld tegen de herziening. De gronden van het landgoed zijn in eigendom van Landgoed Tongeren. [partij A] is eigenaar en gebruiker van het perceel [locatie] in Epe, dat in het plangebied ligt. [partij B] en [partij C] zijn eigenaren van [partij A].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4160
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202205777/1/R1

202206323/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om rectificatie van politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft de korpschef verzocht om aanpassing van alle mutaties en rapporten waarin staat dat hij een aanslag op de kinderen van [persoon], de hoofdredacteur van GeenStijl, ‘collateral damage’ zou hebben genoemd. Ook heeft hij verzocht om een afschrift van de oude en nieuwe versie van de mutaties en documenten en kenbaar te maken op basis van welke bronnen deze zijn opgemaakt en wie binnen en buiten Nederland op de hoogte zijn van deze informatie en hen te informeren over de aanpassing. [appellant] heeft, naast zijn verzoek om rectificatie, ook verzocht om inzage in alle mutaties en documenten waarin staat dat hij een aanslag op de kinderen van [persoon] ‘collateral damage’ zou hebben genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4118
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202206323/1/A3

202206980/1/R4, 202300118/1/R4, 202301166/1/R4 en 202301167/1/R4

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Gentrochema met een dwangsom gelast om artikel 9.3.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm), gelezen in samenhang met artikel 5 van de Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH-verordening) niet meer te overtreden. Gentrochema exploiteert een groothandel in chemische stoffen en producten. Op 15 juli 2021 heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de bedrijfslocatie van Gentrochema in Dongen bezocht en vastgesteld dat Gentrochema na 31 mei 2018 de stoffen kaliumnitriet (CAS-nummer 7758-09-0) en thio-ureum (CAS-nummer 62-56-6) in de handel is blijven brengen, terwijl Gentrochema die stoffen niet heeft geregistreerd als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de REACH-verordening. Gentrochema koopt kaliumnitriet in India en thio-ureum in China en brengt deze stoffen vervolgens naar Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4122
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206980/1/R4, 202300118/1/R4, 202301166/1/R4 en 202301167/1/R4

202207014/1/A3

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing om op 16 februari 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen, bestaande uit de ontruiming en sluiting van het pand aan de Biltstraat 29-31 te Utrecht, op schrift gesteld, en aan Sam Companies een last onder bestuursdwang opgelegd om het gebruik van het pand als logiesfunctie te (laten) staken en gestaakt te houden totdat bepaalde herstelmaatregelen zijn uitgevoerd. Sam Companies exploiteert Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 29-31 in Utrecht. Op 16 februari 2021 hebben een toezichthouder van het college en een inspecteur van de Veiligheidsregio Utrecht een controle uitgevoerd naar de brandveiligheid van het pand en verschillende overtredingen geconstateerd. Deze bevindingen zijn vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen van de toezichthouder van 16 februari 2021 en een inspectierapport van de VRU van 16 februari 2021. De toezichthouder heeft namens het college op dezelfde dag Sam Companies mondeling gelast om het gebruik van het hostel per 17 februari 2021 om 12.00 uur te staken, onder de voorwaarde dat tot die tijd op iedere verdieping een brandwacht zou staan. Omdat niet aan deze voorwaarde werd voldaan is de toezichthouder in de avond van 16 februari 2021 alsnog overgegaan tot directe ontruiming en sluiting van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3924
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207014/1/A3

202302463/1/R3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Lemsteraak, Rijnhoek" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de twee percelen Lemsteraak 1-5 en 2 op het bedrijvenpark Rijnhoek in Bodegraven. Op die percelen staan verschillende detailhandelsgebouwen, waarin niet alleen detailhandel in volumineuze goederen is gevestigd, maar onder meer ook detailhandel in huishoudelijke artikelen, speelgoed en bloemen. In de plantoelichting staat dat de assortimenten huishoudelijke artikelen en speelgoed voortkomen uit een historisch gegroeide situatie en dat deze assortimenten uitsluitend als onderdeel van een bouwmarkt zijn toegestaan. De raad streeft er met het voorliggende plan naar om de bestaande mogelijkheden voor bedrijfsactiviteiten en bestaande volumineuze detailhandel te bestendigen. [appellante] en anderen zijn eigenaren en exploitanten van verschillende winkelpanden en winkels in het centrum van Bodegraven. Zij vrezen in het bijzonder dat de detailhandelsmogelijkheden die het plan biedt, zullen leiden tot verlies van klanten en een verslechtering van de leegstandssituatie in het centrum van Bodegraven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4140
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202302463/1/R3

202303066/1/R1

Bij besluit van 22 december 2020, voor zover hier van belang, heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [appellant sub 2] omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken als brood- en ijssalon van het perceel aan de [locatie 1] in Nijmegen. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel waaraan de adressen [locatie 1] en [locatie 2] zijn toegekend. Zijn woning betreft [locatie 2]. Daarnaast staat een gebouw dat in gebruik is geweest als kapsalon, met het adres [locatie 1]. Om daarin een brood- en ijssalon te mogen exploiteren heeft [appellant sub 2] vergunningen aangevraagd. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie 3]. Dat perceel grenst aan het perceel van [appellant sub 2]. Hij is het niet eens met verlening van de omgevingsvergunning en de exploitatievergunning. Hij vreest door het vergunde gebruik voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat in de vorm van onder meer geluidsoverlast, parkeeroverlast en aantasting van zijn privacy. Daarom heeft hij tegen de verleende vergunningen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4161
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303066/1/R1

202303370/1/R2

Bij besluiten van 25 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvragen voor vergunningen op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de bedrijfsactiviteiten van Falk aan de Neonstraat 23 en Neonstraat 33 in Ede afgewezen. Falk exploiteert op het bedrijventerrein Kievitsmeent in Ede een bedrijf dat geïsoleerde sandwichpanelen produceert voor toepassing op daken, wanden en gevels. De productie vindt plaats op de percelen Neonstraat 23 (lijn1) en Neonstraat 33 (lijn 2). De bedrijfslocaties liggen op ongeveer 3,7 en 3,3 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe. Falk heeft op 26 september 2019 afzonderlijke aanvragen gedaan voor een natuurvergunning voor haar bedrijfslocaties. Bij de aanvragen heeft Falk stikstofberekeningen overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat de stikstofdepositie van de bedrijfsactiviteiten niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie ontleent Falk aan het agrarisch grondgebruik van de gronden - het bemesten - dat was toegestaan voordat de gronden een bedrijfsbestemming kregen. Het college stelt zich op het standpunt dat Falk geen referentiesituatie kan ontlenen aan het voormalige agrarische grondgebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4112
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303370/1/R2

202304005/1/R4

Bij besluit van 26 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 30.000,00 gelast om uiterlijk drie maanden na de verzenddatum van het besluit de mandelige keldermuur, grenzend aan huisnummer [locatie 1], in het pand [locatie 2] te Utrecht permanent te (laten) herstellen en hersteld te (laten) houden. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 2] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 1] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 2] en [locatie 1], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 2]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3934
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304005/1/R4

202305234/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtde aanvraag van Sam Companies om een omgevingsvergunning afgewezen. Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. De begane grond van het pand heeft het adres Biltstraat 29. Sam Companies heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om het hostel uit te breiden naar de begane grond en om het restaurant te verkleinen. Het college heeft op grond van artikel 2.20, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang gelezen met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Het college stelt zich op basis van een advies van het Landelijk Bureau Bibob van 7 december 2020 op het standpunt dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3925
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202305234/1/A3

202305454/1/R1

Bij besluit van 21 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe het verzoek om handhaving van de stichting afgewezen. De stichting heeft op 6 maart 2020 een verzoek om handhaving ingediend dat ziet op het gebruik van een bijgebouw op het perceel [locatie] in Epe (het perceel) voor recreatieve bewoning. Ook ziet het verzoek op het overschrijden van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel. [partij] woont op en is eigenaar van het perceel. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep alleen ziet op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar ten aanzien van het gebruik van het bijgebouw. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank kan de stichting niet als belanghebbende worden aangemerkt omdat geen sprake is van feitelijke werkzaamheden die de stichting verricht met het oog op de behartiging van haar doelstelling in de periode voorafgaand aan de indiening van het bezwaarschrift.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4162
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305454/1/R1

202305455/1/R1

Bij besluit van 22 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel [locatie] in Epe. Op 27 januari 2021 is door [partij] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel [locatie] in Epe. Het college heeft in het besluit van 22 maart 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel. Landgoed Tongeren is grondeigenaar van het perceel. Op enig moment is de tenaamstelling van de omgevingsvergunning gewijzigd en op naam van Landgoed Tongeren komen te staan. Het college heeft het door de stichting tegen de verleende omgevingsvergunning gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit omdat de stichting onvoldoende feitelijke werkzaamheden uitvoert om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4163
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305455/1/R1
vorige pagina12345...1.259volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon