Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.675
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404034/1/R3

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van een voormalig schoolgebouw aan de Zeezwaluwstraat 4 in Den Haag (het perceel) in 16 appartementen, en voor het realiseren van een in- of uitrit. Op het perceel staat een voormalig schoolgebouw. [appellant] woont direct naast het perceel, aan de [locatie]. Hij vreest dat het gebruik van het perceel voor het parkeren ten behoeve van wonen geluidsoverlast zal veroorzaken in de avond en de nacht. KHW is eigenaar van het perceel en de initiatiefnemer van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5342
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404034/1/R3

202404238/1/R1

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Urk het bestemmingsplan "Wonen en Bijzondere Woonvormen" vastgesteld. Het plan is een zogenoemd paraplubestemmingsplan voor het gehele gemeentelijk grondgebied van Urk. Het plan bevat een verbod op woningsplitsing, woningomzetting, woninguitbreiding en kamerverhuur-/bewoning. Van dit verbod kan onder voorwaarden (tijdelijk) worden afgeweken. De Werckpost-groep, bestaande uit Werckpost B.V., Werckpost Beheer B.V. en Werckpost Service B.V., is een uitzendorganisatie die onder andere 150 arbeidsmigranten huisvest op Urk. Vastpost B.V. is de eigenaar van de huisvestingslocaties aan de Industrierondweg 26A en 26B en Pyramideweg 2 op Urk. [bedrijf A] is de eigenaar van de huisvestingslocatie aan de Lijkant 10 op Urk. Zij hebben gezamenlijk beroep ingesteld tegen het plan, omdat het plan volgens hen leidt tot verminderde mogelijkheden om arbeidsmigranten te huisvesten op Urk. Vastpost B.V. en anderen stellen dat de in artikel 5.2, onder b, van de planregels opgenomen afwijkingsbepaling om arbeidsmigranten te huisvesten een te hoge drempel opwerpt, zodat geen sprake is van een reële mogelijkheid daartoe. Volgens hen is de afwijkingsbepaling in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, onder meer omdat de voorwaarden hiervoor niet-limitatief zijn en als open normen zijn geformuleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5360
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202404238/1/R1

202404419/1/A3

Bij besluit van 24 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie afgewezen. [appellant] heeft op 14 april 2023 een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) bij het college ingediend naar aanleiding van een eerdere procedure op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van het bestuur van Follow the Money (FTM). FTM had in die procedure verzocht om openbaarmaking van documenten over vakantieaanbieder Roompot. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van document ‘2012-05-15 Reactie op brief Justion MAILbericht_Geredigeerd.pdf’. Ook heeft hij verzocht om alle andere niet of gedeeltelijk openbaar gemaakte documenten naar aanleiding van het Wob-verzoek van FTM nogmaals kritisch te beoordelen en te bepalen of het onleesbaar maken van namen en delen tekst in deze documenten voldoet aan de jurisprudentie en geldende regelgeving. Het college heeft het verzoek afgewezen en het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5343
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202404419/1/A3

202405086/1/R4

Bij besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst de kosten voor de toepassing van bestuursdwang, door het verwijderen van zaken op een perceel aan de Lindeseweg in Vorden, vastgesteld op € 22.615,80 en deze kosten op [appellant] verhaald. Tussen [appellant] en de gemeente Bronckhorst heeft zich een lange voorgeschiedenis afgespeeld. Over de jaren heen is er veel gebeurd en er zijn meerdere procedures over en weer gevoerd. Over deze voorgeschiedenis is op de zitting gesproken met partijen. Maar, zoals ook op de zitting is besproken, kan deze procedure alleen gaan over het kostenverhaalsbesluit. Andere zaken bespreekt de Afdeling daarom niet in deze uitspraak. [appellant] heeft een kwekerij op een perceel aan de Lindeseweg in Vorden. Het college heeft met het besluit van 8 februari 2021 een last onder bestuursdwang aan hem opgelegd. De last houdt in dat [appellant] vóór 7 maart 2021 de op het perceel aanwezige caravan, containers, opgeslagen materialen, puin, bedrijfsafval, bestrating, waterreservoir en tegels/klinkers (de zaken) moet verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5356
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405086/1/R4

202406781/1/A3

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo het nummer van het appartement waar [appellant] woont veranderd van 5 in 5A. Bij besluit van 20 juli 2023 heeft het college [appellant] ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo. Op grond van een verleende omgevingsvergunning op 2 augustus 2022 zijn wijzigingen aangebracht aan de gebouwen die voorheen het adres [straatnaam 2] 66, 68 en [straatnaam 1] 1, 3 en 5 hadden. Er is een café met meerdere bovenwoningen omgebouwd tot een appartementencomplex. Op grond van deze wijzigingen ontstonden nieuwe verblijfsobjecten in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Naar aanleiding daarvan heeft het college de bestaande nummering ingetrokken en aan deze nieuwe objecten nieuwe huisnummers toegekend. Hierbij is het oude huisnummer van het appartement waar [appellant] woont, nummer 5, ingetrokken en is het nieuwe nummer 5A toegekend. Op 20 juli 2023 heeft het college [appellant] in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5354
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406781/1/A3

202407409/1/A2

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd. [appellante] is eigenaar en verhuurder van een woning aan de [locatie] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben op 8 november 2021 geconstateerd dat er in de woning acht personen wonen die geen duurzaam, gemeenschappelijk huishouden vormen. De inspecteurs hebben geconcludeerd dat sprake is van overbewoning en dat de woonruimte zonder vergunning is omgezet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. Het college heeft [appellante] wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 op grond van artikel 35 van die wet, gelezen in samenhang met artikel 7:2 en bijlage II van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd, uitgaande van het boetetarief voor bedrijfsmatige exploitatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5314
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202407409/1/A2

202407414/1/A2

Bij besluit van 24 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd wegens onzelfstandige bewoning zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. [appellante] is eigenaar en verhuurder van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben op 16 mei 2022 geconstateerd dat in de woning vijf personen wonen die geen duurzaam, gemeenschappelijk huishouden vormen. De inspecteurs hebben geconcludeerd dat de woonruimte zonder vergunning is omgezet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. Bij besluit van 24 mei 2022 heeft het college aan [appellante], wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014, een last onder dwangsom opgelegd om deze overtreding te beëindigen en beëindigd te houden per 5 juli 2022. Bij een nadere controle op 7 juni 2022 is geconstateerd dat de woning leeg is, maar bij een hercontrole op 22 september 2022 is geconstateerd dat zeven personen in de woning wonen. Het college heeft daarom bij besluit van 29 november 2022 op grond van artikel 5:37 van de Algemene wet bestuursrecht de dwangsom van € 5.000,00 ingevorderd. Het college heeft daarnaast bij besluit van 19 oktober 2022 een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd wegens onzelfstandige bewoning zonder dat daarvoor een vergunning is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5313
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407414/1/A2

202407693/1/R2

Bij besluit van 8 december 2022 heeft het college van burgemeesters en wethouders en Tilburg geweigerd om handhavend op te treden tegen het organiseren van feesten in Brasserie Valentijn aan de Molenhoefstraat 44 in Udenhout. Brasserie Valentijn bevindt zich aan de Molenhoefstraat 44 in Udenhout. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied De Zandleij 2012" heeft dit perceel de bestemming "Horeca" met de functieaanduidingen "horeca tot en met horecacategorie 2" en "feestzaal uitgesloten". Brasserie Valentijn wordt geëxploiteerd als eetgelegenheid. Daarnaast biedt de brasserie groepsarrangementen aan voor bijeenkomsten, zoals bruiloften en vergaderingen. Hiervoor kunnen diverse ruimtes op het terrein van de brasserie worden gehuurd. [appellant] woont aan de [locatie] in [woonplaats]. Volgens [appellant] is het gebruik van de brasserie als feestlocatie in strijd met de functieaanduiding "feestzaal uitgesloten". Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5345
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407693/1/R2

202500255/2/R4

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Lienden, Marktplein tussen 2 en 4 en Marktplein 10" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5236
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202500255/2/R4

202500255/3/R4

Bij tussenuitspraak van 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2829, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Buren opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 19 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Lienden, [locatie 1] en [locatie 2]" te herstellen. Daarbij heeft de Afdeling geen aanleiding gezien om een voorlopige voorziening te treffen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak de raad opgedragen om te motiveren of het vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is om de legale, bestaande bedrijfsactiviteiten op het bedrijfsperceel aan het [locatie 2] in Lienden als zodanig te bestemmen en in ieder geval een gewijzigd besluit te nemen zodat duidelijk is welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan binnen de bestemming "Bedrijf".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5229
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202500255/3/R4

202500668/1/A2

Bij besluit van 3 november 2022 heeft het college aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd, wegens onvergunde onzelfstandige bewoning door meer dan twee bewoners. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben op 20 mei 2022 geconstateerd dat er in de woning zes personen wonen die geen duurzaam, gemeenschappelijk huishouden vormen. De inspecteurs hebben geconcludeerd dat sprake is van onvergunde onzelfstandige bewoning door meer dan twee personen. Bij besluit van 30 juni 2022 heeft het college [appellante] wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 een last onder dwangsom ter hoogte van € 5.000,00 opgelegd. [appellante] kreeg tot 18 augustus 2022 de tijd om de overtreding te beëindigen en diende de overtreding vervolgens beëindigd te houden. Op 12 juli 2022 hebben de inspecteurs vastgesteld dat de woning leeg is. Bij een hercontrole op 27 september 2022 constateerden de inspecteurs zeven slaapplaatsen in de woning en hebben zij zes personen in de woning aangetroffen. Het college heeft bij besluit van 15 december 2022 vastgesteld dat de op 30 juni 2022 opgelegde last onder dwangsom is verbeurd. Met een invorderingsbeschikking van 15 december 2022 heeft het college de dwangsom ingevorderd. Omdat de overtreding nog niet was beëindigd, heeft het college op 3 november 2022 een tweede last onder dwangsom opgelegd, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00. [appellante] kreeg tot 22 december 2022 de tijd om de overtreding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5312
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500668/1/A2

202500974/1/R3

In het besluit van 19 december 2024 heeft de raad van de gemeente Meppel het bestemmingsplan "Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterweg 25" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van acht woningen in een landhuis mogelijk op de Schiphorsterweg 25 in De Schiphorst. De Schiphorst is een buurtschap in de gemeente Meppel. Op de gronden waaraan de woonbestemming is toegekend, rustte onder het vorige bestemmingsplan een horecabestemming. De te realiseren woningen zijn volgens de plantoelichting bedoeld voor een specifieke doelgroep, zogenoemde ‘empty-nesters’. Het beoogde doel van het plan is dat zij in zelfstandige wooneenheden binnen het landhuis gaan wonen en gezamenlijk zorg zullen dragen voor het landhuis en de bijbehorende gronden. [appellant] woont op ongeveer 300 meter afstand op het [locatie 1]/[locatie 2], ten oosten van het plangebied. [appellant] is het niet eens met de mogelijkheid voor woningen op deze locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5339
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202500974/1/R3

202501262/1/A2

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat vastgesteld dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. [appellant] is eigenaar van de vrijstaande woning uit 1960 aan de [locatie] in Wirdum, een gebied waar aardbevingen voorkomen. De woning is na een brand in 1968 herbouwd op een fundering op staal uit de periode 1910-1930. In 2015 heeft de NAM in samenwerking met Arcadis de veranda van de woning versterkt en zijn de schoorsteen en de fundering onder de overkapping vervangen. Op 12 november 2020 heeft Archipunt in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de woning opgenomen. De bevindingen zijn neergelegd in het opnamerapport van 15 maart 2021. Archipunt komt in het beoordelingsrapport van 31 augustus 2021 tot de conclusie dat de woning van [appellant] niet aan een typologie kan worden toebedeeld en dat nader onderzoek nodig is voor de beoordeling van de vraag of de woning moet worden versterkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5321
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501262/1/A2

202502160/1/A3

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft de korpschef van politie het door [appellante] ingediende verzoek om inzage in de haar betreffende persoonsgegevens deels afgewezen. [appellante] heeft bij de politie een verzoek ingediend om inzage te krijgen in haar persoonsgegevens. De korpschef heeft dit verzoek voor een deel geweigerd omdat dit nadelige gevolgen kan hebben voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Daarnaast is een deel geweigerd ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. [appellante] is het hier niet mee eens en is tegen dit besluit opgekomen. De korpschef heeft het verzoek om inzage van persoonsgegevens deels geweigerd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonsgegevens waarvan inzage is geweigerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de belangen genoemd in artikel 27, eerste lid, aanhef en onder b en d van de Wpg in het geding zijn en daarom betrokken konden worden bij de vraag of het verzoek van [appellante] moet worden ingewilligd. Daarbij is de belangenafweging die de korpschef heeft gemaakt volgens de rechtbank deugdelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat de korpschef terecht geen volledige inzage heeft verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5338
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202502160/1/A3

202502338/1/A3

Bij besluit van 3 april 2023 heeft de burgemeester van Kerkrade de woning aan de [locatie A] in Kerkrade voor 20 weken gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellante] was eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Kerkrade. Op 17 februari 2023 heeft de politie een hennepkwekerij in de woning aangetroffen. Naar aanleiding daarvan heeft de burgemeester besloten om de woning voor 20 weken te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig de door haar vastgestelde Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Kerkrade 2020 (Beleidsregel). De sluiting is ingegaan op 12 april 2023 om 11:00 uur en is geëindigd op 30 augustus 2023 om 11:00 uur. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] niet-ontvankelijk verklaard, omdat procesbelang ontbreekt. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen procesbelang heeft. Hiertoe voert ze aan dat zij als gevolg van de woningsluiting schade heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5318
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502338/1/A3

202502523/1/A3

Bij besluit van 5 december 2024 heeft de korpschef vijf toestemmingen dat [wederpartij] werkzaamheden mag verrichten voor meerdere beveiligingsorganisaties en/of recherchebureaus in de regio Rotterdam, ingetrokken. De korpschef heeft [wederpartij] op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) toestemmingen verleend om voor MSV beveiliging, ProWatch Security B.V., Black Total Security B.V., Wulf Security en MCM Security werkzaamheden te verrichten. De korpschef heeft deze toestemmingen bij besluit van 5 december 2024 ingetrokken omdat hem ambtshalve feiten en omstandigheden bekend zijn geworden op grond waarvan hij [wederpartij] onvoldoende betrouwbaar acht. Aan [wederpartij] is namelijk een strafbeschikking opgelegd voor mishandeling. Uit het verslag hoorgesprek bij de strafbeschikking volgt dat [wederpartij] de feiten waarvan hij werd verdacht niet heeft betwist. De korpschef heeft zijn besluit na bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5322
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202502523/1/A3

202502613/1/R1

Eerste uitspraak over een instructiebesluit zoals is bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet. Het college van gedeputeerde staten van Flevoland heeft de gemeenteraad van Noordoostpolder de instructie gegeven om – kort gezegd – geen regels op te nemen in het omgevingsplan die het testen van of het oefenen met (on)bemande luchtvaartuigen onevenredig belemmeren. Aanleiding voor deze instructie was het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)' van de gemeente Noordoostpolder. Met dit plan wil de gemeenteraad de uitbreiding van recreatieterrein Netl in Kraggenburg mogelijk maken. In de uitspraak gaat de Afdeling bestuursrechtspraak in op: - het toetsingskader (overweging 6); - het voeren van overleg voorafgaand aan het geven van een instructie op grond van artikel 10.6 van het Omgevingsbesluit (overweging 7); - het verbod op herhaalde uitvoering zoals is bepaald in artikel 2.35, eerste lid, van de Omgevingswet (overweging 8); - het provinciale belang (overweging 9); - de reikwijdte van het instructiebesluit (overweging 10). Uiteindelijk heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het instructiebesluit vernietigd, omdat het in strijd is met de rechtszekerheid, mede omdat rechtsonzeker is onder welke omstandigheden een verplichting tot het aanvragen van het advies bestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5216
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202502613/1/R1

202502830/1/A3

Bij besluit van 29 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] medegedeeld dat zijn ingebrekestelling niet in behandeling wordt genomen en dat zijn verzoek om een dwangsom wordt afgewezen. [appellante] heeft bij de Dienst Toeslagen verzoeken om inzage op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ingediend. Op 16 maart 2022 hij de Dienst Toeslagen in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken. Bij besluit van 29 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat zijn ingebrekestelling niet in behandeling wordt genomen omdat hij de Dienst Toeslagen eerder in gebreke heeft gesteld en al een toewijzende beschikking heeft gekregen. De Dienst Toeslagen heeft zijn verzoek om het toekennen van een dwangsom daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5362
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502830/1/A3

202503104/1/R1

De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt ook het bestemmingsplan omdat, kort samengevat, de gemeenteraad niet heeft onderkend dat NLR wordt belemmerd bij het kunnen uitvoeren van testvluchten met drones boven het recreatieterrein. De gemeenteraad heeft dit belang onvoldoende meegewogen. De uitspraak heeft tot gevolg dat de uitbreiding van recreatieterrein Netl niet door mag gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5241
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202503104/1/R1

202503177/1/R1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het vervangen van een woonark door een nieuw te bouwen woonark met drie zelfstandige woningen, waarbij de bestaande steiger wordt verkleind en een tweede toegangssteiger en twee afmeerpalen worden geplaatst op de locatie [locatie 1] in Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5361
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503177/1/R1

202503332/1/A3

Bij besluit van 15 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellante] is eigenaar van het varend woonschip ‘[naam]’ (woonschip) dat ligt aan de Noorderhaven in Groningen. Een omwonende heeft bij de gemeente zorgen geuit over de kwaliteit van de mast van het woonschip. Naar aanleiding daarvan heeft een toezichthouder van het college op 30 juni 2022 vanaf de kade de mast bekeken. De toezichthouder heeft een kromming van de mast en zichtbare scheuren in het hout van de mast waargenomen. Een dag later heeft een deskundige vanaf de kade geoordeeld dat er diepe scheurvorming in de mast aanwezig is, alsmede een kromming en tordering van de mast. Volgens de deskundige is voor een deugdelijke beoordeling van de staat van de mast een complete mastinspectie noodzakelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5317
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503332/1/A3

202503670/1/A2

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Nunspeet een Lijst Monumentale Bomen vastgesteld. In artikel 2, eerste lid, van de Bomenverordening van de gemeente Nunspeet 2021 is bepaald dat de raad een Lijst vaststelt en dat deze Lijst elke vijf jaar wordt herzien en een samenhangend geheel bevat van monumentale bomen in gemeentelijk en particulier eigendom. De raad heeft beoordelingsruimte bij de toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Bomenverordening. De raad heeft hieraan invulling gegeven in de Criteria monumentale bomen (de Criteria). Volgens de Criteria is voor plaatsing op de Lijst vereist dat in ieder geval wordt voldaan aan vier dwingende criteria, waaronder dat de desbetreffende boom een minimale toekomstwaarde van tien jaar heeft, en dat bovendien wordt voldaan aan één van vijf andere criteria, waaronder dat de desbetreffende boom beeldbepalend voor de omgeving is. In het besluit van 21 december 2023 heeft de raad, voor zover hier van belang, geweigerd om een boom op het perceel Jonkvrouw van Eysingahof 6 in Elspeet (boom 5) in de Lijst op te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5344
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503670/1/A2

202504077/1/R1

Bij besluit van 12 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een "Bed & Breakfast" (B&B) aan de [locatie] in Ohé en Laak. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor een B&B met daarbij in totaal vijf parkeerplekken op eigen terrein. De B&B bestaat uit drie slaapkamers met maximaal zes slaapplekken. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Ohé en Laak." De B&B bevindt zich op gronden met onder meer de bestemming "Wonen." Omdat ter plaatse van de woning geen aanduiding ‘bed & breakfast’ in het bestemmingsplan is opgenomen, is de B&B in strijd met het bestemmingsplan. Verder is parkeren in de voortuin niet toegestaan op de locatie. [appellante] woont twee huizen bij [partij] vandaan. De achtertuin van [appellante] grenst voor het achterste gedeelte aan de achtertuin van [partij]. [appellante] is het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning en voert aan dat de rechtbank haar onvoldoende tegemoet is gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5363
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504077/1/R1

202504523/1/R3

In het besluit van 12 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Waadhoeke het bestemmingsplan "St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 71 woningen mogelijk op voorheen agrarische percelen ten zuiden van de dorpskern van St.-Annaparochie. Het plangebied wordt begrensd door de Hemmemaweg aan de oostkant, door woonbebouwing aan de west- en noordkant en agrarische gronden aan de zuidkant. Het gebied zal worden ontsloten op de Hemmemaweg. [appellant] woont ten noorden van het plangebied en is het niet eens met de mogelijkheid voor woningbouw op deze locatie. Hij vreest in het bijzonder voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat binnen St.-Annaparochie nog ruimschoots ruimte is voor woningbouw. [appellant] wijst daarbij op de locatie naast de Spoorbaan, de locatie van de ijsbaan en het gebied tussen de wijken Fogelsang en Kroanenburg. Deze drie locaties bieden volgens [appellant] geschikte alternatieve locaties voor woningbouw binnen St.-Annaparochie en moeten daarom voorgaan op de gekozen locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5357
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202504523/1/R3

202504583/1/A2

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover hier van belang, de hoogte van de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2020 definitief berekend op € 3.275,00 en € 393,00 van [appellant] teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 27 december 2019 het voorschot voor de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2020 op € 3.229,00 vastgesteld. Op 14 april 2020 heeft de woningcorporatie, waarvan [appellant] de woning aan de [locatie 1] had gehuurd, hem in kennis gesteld van het voornemen om de basishuur van deze woning te verhogen naar € 657,02 per maand. Op 19 juli 2020 heeft de Dienst Toeslagen een melding ontvangen van deze huurverhoging en dienovereenkomstig op 21 augustus 2020 het voorschot voor de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2020 op € 3.626,00 vastgesteld. [appellant] woonde echter sinds 25 juni 2019 in de woning aan de [locatie 2]. Vanaf 1 juli 2020 was de rekenhuur voor die woning € 552,46. De Dienst Toeslagen heeft daarvan op 20 augustus 2020 een melding ontvangen van de verhuurder van die woning. Nadat een inspecteur van de Belastingdienst op 22 april 2024 had bepaald dat [appellant] niet aangifteplichtig is voor de inkomstenbelasting over het jaar 2020, heeft de Dienst Toeslagen het in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluit van 28 juni 2024 genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5336
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504583/1/A2

202504685/1/A2

Bij besluiten van 6 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011. [appellante] heeft voor de jaren 2009 tot en met 2011 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen. Omdat [appellante] hier geen recht op had, heeft de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag voor die jaren definitief vastgesteld op nihil, waardoor [appellante] te maken kreeg met terugvorderingen van in totaal € 26.000,00. Op 22 december 2020 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5337
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504685/1/A2

202504828/1/A2

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft op 7 augustus 2023 verzocht om een uitkering uit het schadefonds omdat hij als beschermingsbewindvoerder het slachtoffer van arbeidsuitbuiting is geworden. [appellant] heeft toegelicht dat hij vanaf 2011 werkzaam is geweest als bewindvoerder en door de gewijzigde wet- en regelgeving zijn werkzaamheden moest uitvoeren tegen een vastgesteld aantal uren (17 uur per cliënt per jaar) en een daarbij behorend tarief. Dit was ontoereikend, vooral omdat zijn cliënten vaak meerdere zware problemen hadden. Hierdoor heeft hij meer uren gewerkt dan hij vergoed kreeg, waardoor zijn gemiddelde uurloon onder het wettelijk minimumloon kwam te liggen. Daarbij kwam dat hij geen opstartkosten in rekening mocht brengen als hij dossiers van andere bewindvoerders overnam. Ook was het voor hem onduidelijk wanneer hij als bewindvoerder aansprakelijk kon worden gesteld, omdat een concrete taakomschrijving ontbreekt in de wet. [appellant] wil ook een vergoeding voor de psychische klachten, die veroorzaakt zijn door bedreigingen door cliënten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5358
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504828/1/A2

202505081/1/A2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen de schuldhulpverlening aan [appellant A] en [appellant B] beëindigd. Aan het besluit van 4 november 2024 heeft het college ten grondslag dat [appellant A] en [appellant B] niet hebben meegewerkt aan het zogenoemde plan van aanpak. In dat plan van aanpak, dat aan hen bij besluit van 17 april 2024 is toegezonden, staan verplichtingen die bedoeld zijn om de inkomsten en uitgaven te stabiliseren. Het gaat onder meer om de verplichtingen om te solliciteren naar betaalde arbeid voor de duur van 36 uur per week en, als dat in verband met medische redenen niet haalbaar zou zijn, om een aanvullende bijstandsuitkering aan te vragen. [appellant A] en [appellant B] zijn meerdere malen in de gelegenheid gesteld om akkoord te gaan met het plan van aanpak. Zij hebben van deze mogelijkheid geen gebruikt gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5334
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202505081/1/A2

202505318/1/A2

Bij drie afzonderlijke besluiten van 19 juli 2022, kenmerk UHT-DC-I-A, kenmerk UHT-DH-A en kenmerk UHT-DH5 A, heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellante] om compensatie voor het jaar 2008, de periode van januari 2012 tot en met mei 2012, de periode van september 2013 tot en met december 2013, voor het jaar 2016 en voor het jaar 2019 afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 29 maart 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2019. Op 23 juni 2021 heeft [appellante] een brief ontvangen, waarin is vermeld dat zij in het kader van de Catshuisregeling een bedrag van € 30.000 ontvangt. Op 19 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatie van € 66.621 toegekend. Omdat het bedrag hoger is dan het eerder toegekende bedrag van € 30.000, zal zij nog een bedrag van € 36.621 ontvangen. Op 28 november 2024 heeft de Dienst Toeslagen onder verwijzing naar een advies van de bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen van 11 november 2024 de compensatie aan [appellante] onder meer vanwege foutieve renteberekeningen verhoogd naar een totaalbedrag van € 72.856 voor 2009, 2010, 2011, de periode van juni 2012 tot en met december 2012, januari 2013 tot en met augustus 2013, 2014, 2015, 2017 en 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5310
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202505318/1/A2

202505339/1/R3

Bij besluit van 9 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Warten - Oer de Barten" vastgesteld. Het plan maakt (onder andere) de bouw van 32 woningen mogelijk ten noordwesten van het dorp Warten. De nieuwe woningen worden met de bestaande bebouwing verbonden door de weg Oer de Barten te verlengen en door een loop- en fietsbrug te maken tussen de [locatie 1] en [locatie 2]. [appellanten sub 1] wonen op het perceel [locatie 2] in Warten, direct ten oosten van het plangebied. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie 3] in Warten, ook direct ten oosten van het plangebied. Zij hebben geen bezwaar tegen de woningbouw, maar kunnen zich niet verenigen met de (locatie en vorm van de) beoogde loop- en fietsbrug.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5326
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202505339/1/R3

202505450/1/A2

Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [persoon] om verlening van een exploitatievergunning voor een coffeeshop aan de [locatie] afgewezen. Ook heeft de burgemeester geweigerd aan [persoon] een gedoogverklaring af te geven. Op 9 februari 2023 heeft [persoon] een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor een nieuwe coffeeshop op de [locatie] (het adres). [appellant] is eigenaar en verhuurder van het pand op het adres. In 2016 is coffeeshop [naam], die voorheen gevestigd was op het adres, meerdere keren beschoten. Als gevolg van deze schietincidenten is de coffeeshop gesloten en het adres van de gedooglijst geschrapt. In 2017 is het adres terug op de gedooglijst geplaatst. Op 3 juni 2025 heeft [appellant] het pand verkocht aan [persoon] onder de ontbindende voorwaarde dat de vergunningen uiterlijk augustus 2027 zijn verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5125
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505450/1/A2

202505460/1/A3

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit aan Bingoal een definitieve aanslag kansspelheffing van € 71.027,75 voor het jaar 2022 opgelegd. De rechtbank heeft het beroep van Bingoal niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De rechtbank heeft overwogen dat Bingoal wordt bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener en dat het handelen van de rechtsbijstandsverlener in beginsel voor risico van Bingoal komt. Van de rechtsbijstandsverlener mag worden verwacht dat deze de termijnen bewaakt en eventueel gebruik maakt van de mogelijkheid om een pro-forma beroepschrift in te dienen. Een termijnoverschrijding zal om die reden doorgaans niet verschoonbaar zijn. Uitzonderingen op dit uitgangspunt kunnen zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden aan de zijde van de professionele rechtshulpverlener zelf. De door Bingoal gestelde omstandigheden, zoals het wettelijk bestel, de wijze waarop de Belastingdienst omgaat met eventuele termijnoverschrijdingen, dat er sprake is van een geringe termijnoverschrijding, dat er geen belangen van derden betrokken zijn bij het bestreden besluit en dat de raad niet in zijn belangen wordt geschaad, zijn niet aan te merken als dergelijke persoonlijke omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Bingoal is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5333
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202505460/1/A3

202505509/1/A2

Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen een verzoek van [appellante] om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2009 en 2010 afgewezen. [appellante] heeft voor de jaren 2009 en 2010 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen. Omdat [appellante] geen kinderopvang heeft afgenomen in die jaren, heeft de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag definitief vastgesteld op nihil, waardoor [appellante] te maken kreeg met een terugvordering van € 15.175,00. Op 29 april 2021 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over die jaren. Volgens [appellante] is zij opgelicht door ene [persoon] die haar heeft overgehaald om haar DigiD aan hem af te staan, zodat hij daarmee een subsidie voor haar kon aanvragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5311
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202505509/1/A2

202505528/1/A2

Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om verlening van een exploitatievergunning voor een coffeeshop aan de [locatie] afgewezen. Ook heeft de burgemeester geweigerd aan [appellante] een gedoogverklaring af te geven. Op 9 februari 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor een nieuwe coffeeshop op de [locatie] (het adres). [persoon] is eigenaar en verhuurder van het pand op het adres. In 2016 is coffeeshop [naam], die voorheen gevestigd was op het adres, meerdere keren beschoten. Als gevolg van deze schietincidenten is de coffeeshop gesloten en het adres van de gedooglijst geschrapt. In 2017 is het adres terug op de gedooglijst geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5323
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505528/1/A2

202505765/1/A2

Bij beslissing van 4 juni 2025 heeft de opleidingsdirecteur geneeskunde namens de toelatingscommissie geneeskunde het verzoek van [appellant] om te worden toegelaten tot de bacheloropleiding geneeskunde afgewezen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1973 en oud-student van de bacheloropleiding geneeskunde aan de faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen van het Erasmus Medisch Centrum. Hij is in het studiejaar 1997-1998 met de opleiding geneeskunde gestart en heeft in dat studiejaar het propedeutisch examen van deze opleiding gehaald. Bij beslissing van 27 augustus 2014 heeft de decaan van de bacheloropleiding geneeskunde aan [appellant] een negatief bindend studieadvies gegeven. [appellant] had op uiterlijk 31 augustus 2014 60 studiepunten behaald moeten hebben, maar hij heeft 24 studiepunten behaald. In de beslissing staat verder dat [appellant], als hij zich na drie jaar opnieuw wil inschrijven voor de bacheloropleiding geneeskunde, contact kan opnemen met het Erasmus studenten service centrum en dat hij niet opnieuw mee hoeft te doen met de centrale loting, die op dat moment bij de toelating van studenten tot deze opleiding werd gehanteerd. Hij moet dan wel opnieuw beginnen in het eerste jaar van de bacheloropleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5364
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505765/1/A2

202600027/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellant] om huurtoeslag afgewezen. [appellant] woont sinds 2015 in een chalet op de camping De Tachtig Morgen aan de Vinkenkade 75-[…] in Vinkeveen. De rechtbank heeft onder meer de volgende overwegingen aan haar beslissing ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag (Wht) wordt in deze wet en de bepalingen die daarop berusten onder huurder verstaan: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in een door hem gehuurde woning, daaronder begrepen een woonwagen, tenzij de woning onderdeel uitmaakt van een vakantiebestedingsbedrijf, ongeacht de duur van de huurovereenkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5331
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600027/1/A2

202600316/1/A2

Bij besluit van 6 september 2024 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover hier van belang, de hoogte van de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2021 definitief berekend op nihil. De Dienst Toeslagen heeft aan het besluit van 6 september 2024 ten grondslag gelegd dat [appellant] op de peildatum van 1 januari 2021 een geregistreerd vermogen van € 84.117,00 had en dat dit hoger is dan de vermogensgrens van € 31.340,00 voor het recht op huurtoeslag in het jaar 2021. Met het besluit van 16 december 2024 heeft de Dienst Toeslagen daaraan toegevoegd dat hij moet uitgaan van de vermogensvaststelling door de inspecteur van de Belastingdienst en dat de vermogensgrens dwingend recht is. Van de vermogensgrens mag enkel worden afgeweken bij omstandigheden die niet of niet volledig zijn meegenomen bij het vaststellen van de wet en die zo erg in strijd komen met het evenredigheidsbeginsel dat de toepassing van de regels achterwege moet blijven. Van dit soort omstandigheden is volgens de Dienst Toeslagen in dit geval niet gebleken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5329
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600316/1/A2

202600650/1/V6

Bij e-mail van 8 december 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om hem consulaire bijstand te verlenen om Gaza te verlaten, afgewezen. Op het moment van het verzoek verbleef [appellant] in Gaza. Hij wil in Nederland een masteropleiding volgen aan een Nederlandse universiteit. De universiteit heeft hem toegelaten tot deze masteropleiding en de minister van Asiel en Migratie heeft hem eerder laten weten geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zodat [appellant] in Nederland kan verblijven met een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘studie’. [appellant] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij deze mvv moet ophalen bij de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië, en dat het volgens hem niet mogelijk is om zonder hulp van de minister de grens van Gaza over te steken. Hij heeft de minister daarom verzocht om consulaire bijstand. Die consulaire bijstand houdt in dit geval in dat de minister zich langs diplomatieke weg inspant om ervoor te zorgen dat [appellant] de grens over mag steken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5234
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202600650/1/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202600650/1/V6

202600651/1/V6

Bij e-mail van 17 november 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om haar consulaire bijstand te verlenen om Gaza te verlaten, afgewezen. Op het moment van het verzoek verbleef [appellant] in Gaza. Zij wil in Nederland een masteropleiding volgen aan een Nederlandse universiteit. De universiteit heeft haar toegelaten tot deze masteropleiding en de minister van Asiel en Migratie heeft haar eerder laten weten geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zodat [appellant] in Nederland kan verblijven met een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘studie’. [appellant] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij deze mvv moet ophalen bij de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië, en dat het volgens haar niet mogelijk is om zonder hulp van de minister de grens van Gaza over te steken. Zij heeft de minister daarom verzocht om consulaire bijstand. Die consulaire bijstand houdt in dit geval in dat de minister zich langs diplomatieke weg inspant om ervoor te zorgen dat [appellant] de grens over mag steken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5359
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202600651/1/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202600651/1/V6

202600808/1/A2

Bij beslissing van 4 juni 2025 heeft de examencommissie van de opleiding Leraar Gezondheidszorg en Welzijn Tweedegraads deeltijd geconcludeerd dat [appellante] in het door haar ingeleverde verslag voor Beroepsopdracht 7 (BO7) fraude, waaronder plagiaat heeft gepleegd. De examencommissie heeft de opdracht ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan de tweede toetsgelegenheid van de opdracht in studiejaar 2024/25. [appellante] volgt de bacheloropleiding Leraar Gezondheidszorg en Welzijn Tweedegraads deeltijd aan de Hogeschool van Amsterdam. Op 15 april 2025 heeft zij voor de onderwijseenheid Beroepsopdracht 7 een verslag ingeleverd. De examinator heeft geconstateerd dat delen van het verslag met generatieve artificiële intelligentie (Al) zijn opgesteld. Daarom heeft de examinator op 9 mei 2025 een melding van vermoeden van fraude bij de examencommissie gedaan. Naar aanleiding hiervan heeft de examencommissie [appellante] op 21 mei 2025 gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5307
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600808/1/A2

202600884/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft de examinator de Klinische stage (SOW-MPSGP80) van [appellante] beoordeeld met het cijfer 4,5. [appellante] volgt de masteropleiding Gezondheidszorgpsychologie aan de Radboud Universiteit. Zij heeft deelgenomen aan de Klinische stage in de periode van 3 februari 2025 tot 1 juli 2025. Tijdens deze stage vonden twee evaluatiemomenten plaats waarop zij positieve feedback heeft ontvangen. In de laatste fase van de stage is spanning ontstaan tussen de begeleiders en [appellante]. De feedback van de laatste fase van de stage is daardoor minder positief. Aan het eind van de stageperiode heeft de examinator het stageverslag beoordeeld met het cijfer 4,5.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5320
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600884/1/A2

202601274/1/A2

Bij besluit van 31 december 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen een verzoek van [appellant sub 2] om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2017 afgewezen. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de Catshuisregeling aan [appellant sub 2] een forfaitaire vergoeding van € 30.000,00 toegekend. Naar aanleiding van de daaropvolgende integrale beoordeling heeft de Dienst Toeslagen zich in het besluit van 31 december 2021 op het standpunt gesteld dat hij geen fouten heeft gemaakt bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2017 en dat [appellant sub 2] daarom geen (aanvullende) compensatie krijgt. In het besluit op bezwaar van 18 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen dit standpunt gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5306
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601274/1/A2

202601506/1/A2

Bij e-mail van 10 november 2025 heeft een medewerkster Tentamineren en certificeren van de Open Universiteit aan [appellant] meegedeeld dat voor het vak Bestuursrecht I geen tentamenmogelijkheid meer beschikbaar is. Bij beslissing van 2 april 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Open Universiteit het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft zich aangemeld voor een tentamen voor het vak Bestuursrecht I (de cursus). Met de e-mail van 10 november 2025 is aan hem meegedeeld dat voor hem geen tentamensessie meer beschikbaar is. Als hij het tentamen alsnog wil afleggen, dan zal hij de cursus opnieuw moeten aanschaffen. [appellant] betoogt dat het CBE ten onrechte heeft overwogen dat de e-mail van 10 november 2025 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Volgens hem zijn de regels niet zonder meer duidelijk. Zo heeft het CBE, hoewel het zich op het standpunt stelt dat de e-mail geen besluit is, verwezen naar een aanbod uit coulance om hem alsnog de gelegenheid te bieden om het tentamen af te leggen. Het CBE had dit aanbod niet kunnen doen als geen tentamenmogelijkheid meer beschikbaar was binnen de inschrijfduur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5305
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601506/1/A2

202600715/2/R4

Bij besluit van 18 december 2025 heeft de raad van de gemeente Montferland het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, woningbouw Sint Jansgildestraat-Arnhemseweg, Beek" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Montferland vastgesteld. [verzoekster] woont aan de [locatie]. Haar percelen grenzen aan de zuidzijde van de locatie waar het wijzigingsbesluit op ziet (locatie). [verzoekster] vreest voor aantasting van haar woon- en leefklimaat als gevolg van het wijzigingsbesluit, onder meer vanwege de verwijdering van een aanwezige groenstrook in combinatie met de komst van parkeer- en verkeersvoorzieningen langs haar percelen. [verzoekster] verzoekt het wijzigingsbesluit geheel of gedeeltelijk te schorsen totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. [verzoekster] vreest voor onomkeerbare gevolgen en wijst er in dat kader op dat op 8 april 2026 een omgevingsvergunning aan de gemeente is verleend voor de omgevingsplanactiviteit ‘aanleggen’ voor het bouwrijp maken van de locatie (de omgevingsvergunning).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5250
Datum uitspraak
8 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Omgevingsplan
  • uitspraakin de zaak202600715/2/R4

BRS.26.004364

Bij besluit van 5 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5243
Datum uitspraak
8 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004364

BRS.26.004387

Bij besluit van 31 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5248
Datum uitspraak
8 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004387

BRS.26.004729

Bij besluit van 11 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5293
Datum uitspraak
8 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004729

BRS.26.003495

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5230
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003495

BRS.26.003644

Bij besluiten van 1 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellanten een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5210
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003644

BRS.26.003666

Bij besluit van 1 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5226
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003666

BRS.26.003763

Bij besluit van 8 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5223
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003763

BRS.26.003784

Bij besluit van 6 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5221
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003784

BRS.26.004146

Bij besluit van 19 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5217
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004146

BRS.26.004147

Bij besluit van 19 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5225
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004147

BRS.26.004264

Bij besluit van 16 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat appellant de beslissing op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in Nederland mag afwachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5249
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Hoger beroep
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004264

BRS.26.004320

Bij besluit van 10 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5219
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004320

BRS.26.004532

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5224
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004532

BRS.26.004568

Bij besluit van 15 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5251
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004568

BRS.26.004687

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5260
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004687

BRS.26.004688

Bij besluit van 6 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5266
Datum uitspraak
7 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004688

202501212/2/R1

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de raad van de gemeente Veere het bestemmingsplan "Kernen Veere Plus" vastgesteld. Het plan is conserverend van aard en voorziet in een planologische regeling voor alle dertien kernen van Veere. De raad heeft met het herstelbesluit beoogd het tweede woninggebruik weer toe te staan. Volgens de raad is dat gebruik met het plan onbedoeld niet meer planologisch toegestaan. Om het tweede woninggebruik weer mogelijk te maken heeft de raad in het herstelbesluit de definitie van "woning" in artikel 1.83 van de planregels gewijzigd. Een tweede woning is volgens paragraaf 2.5 van de plantoelichting een woning die bedoeld is voor permanente bewoning, maar door de eigenaar (die ergens anders het hoofdverblijf heeft) voor eigen recreatief gebruik wordt ingezet. Een tweede woning mag wel permanent worden bewoond, maar mag niet recreatief verhuurd worden, zo staat in de plantoelichting. SLKD heeft volgens haar statuten als doel het leef- en woonklimaat in de kom Domburg en in de nabijheid daarvan te behouden en waar mogelijk te verbeteren, waarbij als voor dat woon- en leefklimaat medebepalende factoren onder andere worden beschouwd: het in voldoende mate beschikbaar zijn van woonruimte voor de inwoners van Domburg in Veere.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5237
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202501212/2/R1

202601798/1/R3 en 202601798/2/R3

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd (de last onder dwangsom). Daarin is [appellant] gelast om overtredingen van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c en e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te beëindigen en vervolgens beëindigd te houden. [appellant] woont op de [locatie A] in Noordwijkerhout (het perceel). Naar aanleiding van een handhavingsverzoek van [persoon] zijn controles uitgevoerd op het perceel. Daaruit is gebleken dat op het perceel een schuur staat met daarin zeven paardenboxen. [appellant] verhuurde op het moment van de controles zes paardenboxen aan derden, die daarin een paard hielden. De zevende paardenbox was niet in gebruik. Op het perceel waren daarnaast een paardenbak, een weide en een mestopslag aanwezig. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het standpunt mogen innemen dat sprake is van bedrijfsmatig gebruik van de gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5235
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601798/1/R3 en 202601798/2/R3

202602605/3/A3

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een verzoek om handhaving van de stichting afgewezen. De stichting heeft zich het bestrijden van een overdaad aan reclame-uitingen die gericht zijn op, of zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, alsmede het zich inzetten voor een reclameregelgeving passend bij de schoonheid van onze steden en landschappen ten doel gesteld. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen digitale wisselende reclamebeelden in abri’s die JCDecaux Nederland commercieel exploiteert. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat er geen overtreding is. De rechtbank is het daarmee eens. De stichting heeft de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat in de abri’s geen periodiek wisselende, maar alleen statische reclamebeelden worden vertoond, totdat op het hoger beroep is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5238
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202602605/3/A3

BRS.25.000370

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingetrokken, een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen, betrokkene laten weten dat op hem een vertrekplicht rust en hem in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd (besluit tot signalering).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5198
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000370

BRS.25.002235

Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5140
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002235

BRS.26.004100

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5205
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004100

BRS.26.004126

Bij besluit van 13 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5197
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004126

BRS.26.004148

Bij besluit van 15 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5202
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004148

BRS.26.004223

Bij besluit van 1 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5200
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004223

BRS.26.004234

Bij besluit van 29 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5242
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004234

BRS.26.004250

Bij besluit van 29 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5231
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004250

BRS.26.004294

Bij besluit van 5 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5196
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004294

BRS.26.004331

Bij besluit van 14 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5215
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004331

BRS.26.004468

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5207
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004468

BRS.26.004471

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5208
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004471

202400680/2/A3

[appellant sub 1] en de minister voor Rechtsbescherming hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-­West-Brabant van 14 december 2023 in zaak nr. 22/5639. LET JB en LJ&R hebben de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5252
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400680/2/A3

202501630/1/A2

[appellant] is voor het ingestelde hoger beroep griffierecht verschuldigd. Hij is bij brief van 21 april 2025 hierop gewezen. Nadat is gebleken dat [appellant] het griffierecht niet heeft betaald is bij brief van 22 januari 2026 een termijn gesteld tot 19 februari 2026 om het griffierecht te betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5393
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501630/1/A2

202506204/1/A2

[appellant] is voor het ingestelde hoger beroep griffierecht verschuldigd. Bij brief van 30 december 2025 is een termijn gesteld tot 27 januari 2026 om het griffierecht te betalen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5394
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202506204/1/A2

202601288/1/A2

[appellant] is voor het ingestelde hoger beroep griffierecht verschuldigd. Bij brief van 29 april 2026 is een termijn gesteld tot 27 mei 2026 om het griffierecht te betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5395
Datum uitspraak
4 september 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202601288/1/A2

202602111/1/R1 en 202602111/2/R1

Het beroep richt zich tegen het besluit van 26 mei 2026, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam twee parkeerplaatsen ter hoogte van [locatie] in Weesp heeft aangewezen als locatie voor twee bovengrondse restafvalcontainers. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dat het woongenot van [verzoekster] enigszins kan worden aangetast door de containers, terwijl de containers zijn bedoeld voor bewoners van een appartementencomplex aan de Amstellandlaan, maakt het besluit niet onevenredig. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling hoeven geur- en geluidshinder door een restafvalcontainer onder normale omstandigheden niet aan een aanwijzing van een locatie in de weg te staan. Niet is gebleken van bijzondere of locatie specifieke omstandigheden op grond waarvan het college de locatie om die reden niet mocht aanwijzen. Dat in de praktijk overtredingen plaatsvinden, is een kwestie van handhaving. Het college heeft in het besluit, anders dan [verzoekster] betoogt, de geschiktheid van de aangewezen locatie beoordeeld zonder de beperkte duur daarbij te betrekken. Gelet hierop, maakt het ontbreken van een einddatum van de aanwezigheid van de containers het besluit niet rechtsonzeker.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5276
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202602111/1/R1 en 202602111/2/R1

202602127/2/R1

Het verzoek richt zich tegen het besluit van 19 mei 2026, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam onder meer locatie […] ter hoogte van de [locatie] heeft aangewezen voor het aanbieden van grof afval. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft op de zitting te kennen gegeven dat de markeringen voor de aanbiedlocatie […] niet worden aangebracht en de aanbiedlocatie […] niet in gebruik wordt genomen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Alleen al daarom ontbreekt in dit geval een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5274
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202602127/2/R1

BRS.26.003851

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5127
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003851

BRS.26.003921

Bij besluit van 15 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld. Betrokkene heeft op 25 juni 2026 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend. Bij besluit van 13 juli 2026 heeft de minister deze aanvraag na behandeling in de versnelde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit besluit is ook een terugkeerbesluit. Betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening verzocht. Op 15 juli 2026 heeft de minister betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Deze uitspraak gaat over de vraag of betrokkene na de afwijzing van de asielaanvraag rechtmatig verblijf had tijdens de beroepstermijn en tijdens de behandeling van zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Het antwoord is bepalend voor de vraag of hij op de juiste grondslag in bewaring is gesteld. Anders dan de rechtbank komt de Afdeling in deze uitspraak tot de conclusie dat betrokkene na de afwijzing van zijn asielaanvraag geen rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, aanhef en onder h, onder 2°, van de Vw 2000 tijdens de beroepstermijn en tijdens de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening. Dit volgt uit artikel 68, derde lid, aanhef en onder a, gelezen in samenhang met artikel 68, vijfde lid, onder d, van de Procedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348). Dit betekent dat de minister betrokkene terecht op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring heeft gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5134
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003921

BRS.26.003943

Bij besluit van 9 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5092
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003943

BRS.26.003946

Bij besluit van 9 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5096
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003946

BRS.26.004058

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5126
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004058

BRS.26.004419

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5132
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004419

BRS.26.004509

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5131
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004509

202601423/2/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van bestuur van de Hogeschool Rotterdam op het verzoek van [appellant] om zijn verzoek om termijnverlenging van zijn diploma. [appellant] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. [appellant] wil mede met deze stukken aantonen dat hij wegens een mantelzorgtaak voor zijn vader studievertraging heeft opgelopen. In de stukken is medische, privacygevoelige informatie opgenomen. Hij wil niet dat het CvB daarvan kennisneemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5124
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601423/2/A2

BRS.26.000192

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5106
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000192

BRS.26.000200

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5084
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000200

BRS.26.000339

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5120
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000339

BRS.26.000342

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5093
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000342

BRS.26.001417

Bij besluiten van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5073
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001417

BRS.26.002605

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5121
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002605

BRS.26.003777

Bij besluit van 6 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Betrokkene is een staatloze Palestijn. Hij is op 6 juli 2026 per vliegtuig vanuit Turkije op Schiphol aangekomen, waar hij asiel heeft aangevraagd. De minister heeft hem in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000. Op 13 juli 2026 heeft de minister betrokkene gehoord over zijn asielmotieven. Op 15 juli 2026 heeft betrokkene correcties en aanvullingen ingediend. Op 17 juli 2026 heeft de minister de asielaanvraag ingewilligd, de grensdetentie uit eigen beweging opgeheven en betrokkene toegang tot Nederland verleend. De minister heeft de werkwijze die hij hanteert in een geval als dat van betrokkene opgenomen in werkinstructie (WI) 2026/23. Daarin staat dat het uitgangspunt is dat de asielaanvraag van iedere vreemdeling die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden uit de Schengengrenscode aanvankelijk in de asielgrensprocedure wordt behandeld, tenzij een van de genoemde uitzonderingen van toepassing is. Gedurende de behandeling van de aanvraag wordt de vreemdeling in grensdetentie geplaatst. Wanneer de minister concludeert dat de aanvraag niet verder kan worden behandeld in de asielgrensprocedure, wordt de vreemdeling toegang tot Nederland verleend en wordt de grensdetentie opgeheven. De Afdeling constateert dat deze werkwijze in feite ongewijzigd is gebleven bij het van toepassing worden van het Asiel- en migratiepact op 12 juni 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5077
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003777
  • persberichtbij de uitspraak in de zaakBRS.26.003777

BRS.26.004089

Bij besluit van 3 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen,

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5118
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004089

BRS.26.004214

Bij besluit van 30 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5117
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004214

BRS.26.004220

Bij besluit van 3 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5112
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004220

BRS.26.004291

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5099
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004291
vorige pagina12345...1.267volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon