Uitspraak 202406781/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5354
- Datum uitspraak
- 9 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo het nummer van het appartement waar [appellant] woont veranderd van 5 in 5A. Bij besluit van 20 juli 2023 heeft het college [appellant] ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo. Op grond van een verleende omgevingsvergunning op 2 augustus 2022 zijn wijzigingen aangebracht aan de gebouwen die voorheen het adres [straatnaam 2] 66, 68 en [straatnaam 1] 1, 3 en 5 hadden. Er is een café met meerdere bovenwoningen omgebouwd tot een appartementencomplex. Op grond van deze wijzigingen ontstonden nieuwe verblijfsobjecten in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Naar aanleiding daarvan heeft het college de bestaande nummering ingetrokken en aan deze nieuwe objecten nieuwe huisnummers toegekend. Hierbij is het oude huisnummer van het appartement waar [appellant] woont, nummer 5, ingetrokken en is het nieuwe nummer 5A toegekend. Op 20 juli 2023 heeft het college [appellant] in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo.
- Hoger beroep
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
202406781/1/A3.
Datum uitspraak: 9 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Venlo,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 30 september 2024 in zaak nr. 23/3540 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Venlo.
Procesverloop
Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft het college het nummer van het appartement waar [appellant] woont veranderd van 5 in 5A.
Bij besluit van 20 juli 2023 heeft het college [appellant] ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo.
Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het college het door [appellant] tegen de besluiten van 2 augustus 2022 en 20 juli 2023 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 30 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] tegen het besluit van 23 oktober 2023 in gestelde beroep ongegrond en tegen een brief van 30 mei 2023 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 12 augustus 2026, waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. Op grond van een verleende omgevingsvergunning op 2 augustus 2022 zijn wijzigingen aangebracht aan de gebouwen die voorheen het adres [straatnaam 2] 66, 68 en [straatnaam 1] 1, 3 en 5 hadden. Er is een café met meerdere bovenwoningen omgebouwd tot een appartementencomplex. Op grond van deze wijzigingen ontstonden nieuwe verblijfsobjecten in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Naar aanleiding daarvan heeft het college de bestaande nummering ingetrokken en aan deze nieuwe objecten nieuwe huisnummers toegekend. Hierbij is het oude huisnummer van het appartement waar [appellant] woont, nummer 5, ingetrokken en is het nieuwe nummer 5A toegekend. Op 20 juli 2023 heeft het college [appellant] in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo.
Het college heeft het bezwaar dat [appellant] tegen het besluit van 20 juli 2023 heeft ingediend aangemerkt als medegericht tegen het besluit van het college tot nummeraanduiding van 2 augustus 2022. Bij het besluit van 23 oktober 2023 is het college bij de besluiten van 2 augustus 2022 en 20 juli 2023 gebleven.
Uitspraak rechtbank
2. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het nummer van het appartement waar [appellant] woont heeft mogen veranderen van nummer 5 in 5A. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het college bevoegd is om het nummer van het appartement van [appellant] in te trekken en een nieuwe toe te kennen. Het college heeft die bevoegdheid mogen gebruiken met als enige doel om een logische nummering te realiseren. Verder heeft het besluit volgens de rechtbank geen onevenredige negatieve gevolgen voor [appellant]. De rechtbank heeft ten slotte overwogen dat, omdat de nummering in stand blijft, de inschrijving ook in stand zal blijven. Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 23 oktober 2023 ongegrond verklaard.
Hoger beroep
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het nummer van zijn appartement heeft mogen veranderen van nummer 5 in 5A en dat het college hem heeft mogen inschrijven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo.
Hiertoe voert hij ten eerste aan dat hij al minstens 29 jaar in het appartement woont en de Afdeling in vergelijkbare gevallen heeft geoordeeld dat vaste bewoning eenzelfde huisnummer rechtvaardigt, onder andere vanwege de identificeerbaarheid. Hij wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 30 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1546.
[appellant] voert ten tweede aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college van zijn bevoegdheid gebruik heeft mogen maken. Volgens [appellant] is, anders dan de rechtbank heeft overwogen, de nummering die het college heeft toegepast niet logisch, omdat de appartementen met nummers 3 en 3A fysiek grenzen aan het appartement met nummer 7.
[appellant] voert ten derde aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van 23 oktober 2023 geen onevenredige negatieve gevolgen voor hem heeft.
3.1. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 13 tot en met 22 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Net als de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de gekozen nummering van het college logisch is. Daar wordt nog het volgende aan toegevoegd. De uitspraak van de Afdeling van 30 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1546, waar [appellant] in zijn hogerberoepschrift naar verwijst, heeft betrekking op de vraag of iemand belanghebbende is bij het besluit tot toekenning van een huisnummer. Maar hier is niet in geschil dat [appellant] belanghebbende is en de rechtbank heeft zijn gronden ook inhoudelijk behandeld. Alleen heeft [appellant] geen gelijk gekregen. Genoemde uitspraak maakt die uitkomst niet anders.
Het betoog slaagt niet.
Slotsom
4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E. de Bakker, griffier.
w.g. Lange
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Bakker
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026
1031