Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202602111/1/R1 en 202602111/2/R1

Uitspraak 202602111/1/R1 en 202602111/2/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5276
Datum uitspraak
3 september 2026
Inhoudsindicatie
Het beroep richt zich tegen het besluit van 26 mei 2026, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam twee parkeerplaatsen ter hoogte van [locatie] in Weesp heeft aangewezen als locatie voor twee bovengrondse restafvalcontainers. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dat het woongenot van [verzoekster] enigszins kan worden aangetast door de containers, terwijl de containers zijn bedoeld voor bewoners van een appartementencomplex aan de Amstellandlaan, maakt het besluit niet onevenredig. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling hoeven geur- en geluidshinder door een restafvalcontainer onder normale omstandigheden niet aan een aanwijzing van een locatie in de weg te staan. Niet is gebleken van bijzondere of locatie specifieke omstandigheden op grond waarvan het college de locatie om die reden niet mocht aanwijzen. Dat in de praktijk overtredingen plaatsvinden, is een kwestie van handhaving. Het college heeft in het besluit, anders dan [verzoekster] betoogt, de geschiktheid van de aangewezen locatie beoordeeld zonder de beperkte duur daarbij te betrekken. Gelet hierop, maakt het ontbreken van een einddatum van de aanwezigheid van de containers het besluit niet rechtsonzeker.
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202602111/1/R1 en 202602111/2/R1.
Datum uitspraak: 3 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, op het beroep van:

[verzoekster], wonend in Weesp, gemeente Amsterdam,
verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
verweerder.

Openbare zitting gehouden op 3 september 2026 om 11:00 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N.H. van den Biggelaar, voorzieningenrechter
griffier: mr. L.A. van Heusden

Verschenen:

[verzoekster], bijgestaan door [persoon];

Het college, vertegenwoordigd door mr. D.R. van Ee, bijgestaan door M.  van der Heide en L. van Raaij.

Het beroep richt zich tegen het besluit van 26 mei 2026, waarbij het college twee parkeerplaatsen ter hoogte van [locatie] in Weesp heeft aangewezen als locatie voor twee bovengrondse restafvalcontainers. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter:

I.        verklaart het beroep ongegrond;

II.       wijst het verzoek af.

Gronden:

Over de geschiktheid van de locatie overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Dat het woongenot van [verzoekster] enigszins kan worden aangetast door de containers, terwijl de containers zijn bedoeld voor bewoners van een appartementencomplex aan de Amstellandlaan, maakt het besluit niet onevenredig. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling hoeven geur- en geluidshinder door een restafvalcontainer onder normale omstandigheden niet aan een aanwijzing van een locatie in de weg te staan. Niet is gebleken van bijzondere of locatie specifieke omstandigheden op grond waarvan het college de locatie om die reden niet mocht aanwijzen. Dat in de praktijk overtredingen plaatsvinden, is een kwestie van handhaving.

Het college heeft in het besluit, anders dan [verzoekster] betoogt, de geschiktheid van de aangewezen locatie beoordeeld zonder de beperkte duur daarbij te betrekken. Gelet hierop, maakt het ontbreken van een einddatum van de aanwezigheid van de containers het besluit niet rechtsonzeker.

Wat betreft de verkeersveiligheid heeft het college een zichtlijnentekening overgelegd waaruit volgt dat de containers niet leiden tot een belemmering van het zicht op de Amstellandlaan. Gelet daarop en de maximumsnelheid van 30 km/h en lage verkeersintensiteit is er geen reden om te locatie vanwege de verkeersveiligheid niet aan te wijzen.

Het college heeft toegelicht dat de parkeerdruk op doordeweekse avonden in de Aquamarin weliswaar hoger is dan 90%, maar de parkeerdruk in de omliggende straten niet zo hoog is dat er niet twee parkeerplekken kunnen vervallen. Wat [verzoekster] heeft aangevoerd geeft geen aanleiding te oordelen dat het college de locatie vanwege de bestaande parkeerdruk niet geschikt heeft mogen achten.

Dat betekent dat de locatie op zichzelf geschikt is.

Als een locatie op zich geschikt is, hoeft het college alleen voor een alternatief te kiezen als dat alternatief zo veel beter is dat het college niet kan vasthouden aan de aangewezen locatie. Dat is hier niet het geval. Het college heeft aan de hand van een overzicht d.d. 18 november 2025 toegelicht welke alternatieven zijn onderzocht. Daaruit volgt onder andere dat de alternatieve locatie aan de parkeerplaats bij het appartementencomplex aan Amstellandlaan 84 - 86 zich niet bevindt op (openbaar toegankelijke) gronden die kadastraal in eigendom van de gemeente zijn, terwijl dit wel het uitgangspunt is in het beleid van het college. De alternatieve locatie op de hoek van de Pampuslaan en Amstellandlaan is niet toegankelijk, omdat deze kavel zal worden afgezet met bouwhekken wegens de werkzaamheden die daarop zullen plaatsvinden. Het college heeft deze alternatieven dan ook niet dusdanig geschikter hoeven achten. Voor het tussen [verzoekster] en het college besproken alternatief aan de Flevolaan 4 is op basis van het verhandelde op de zitting van belang dat dit niet voldoende voorziet in de behoefte en daarom geen geschikter alternatief is.

Omdat met dit oordeel op het beroep is beslist, komt het verzoek om voorlopige voorziening niet voor inwilliging in aanmerking. Het college hoeft de proceskosten niet te vergoeden.

w.g. Van den Biggelaar
voorzieningenrechter

w.g. Van Heusden
griffier

647-1099


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon