Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.25.002235

Uitspraak BRS.25.002235

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5140
Datum uitspraak
4 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.25.002235
ECLI:NL:RVS:2026:5140
Datum uitspraak: 4 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 4 november 2025 in zaak nr. NL24.15660 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 11 maart 2024, aangevuld bij besluit van 11 september 2024, heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Aydin, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Appellant, met de Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige bij [bedrijf]. De minister heeft de aanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant niet in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Er bestaat volgens de minister geen aanleiding om appellant vrij te stellen van het vereiste van een geldige mvv, omdat hij niet voldoet aan alle overige vereisten voor de gevraagde verblijfsvergunning.

2.        In beroep heeft appellant meer dan zestig aanvullende stukken overgelegd. Het betreft jaarrekeningen, btw-aangiften, aangiften inkomstenbelasting, voorlopige aanslagen, bankafschriften en verkoopfacturen over de periode van 1 januari 2022 tot 5 september 2025. In zijn eerste grief betoogt appellant dat de rechtbank over deze stukken ten onrechte heeft geoordeeld dat hij die te laat heeft ingediend en dat deze niet alsnog beoordeeld kunnen worden.

2.1.        Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is het niet zo dat de in beroep overgelegde stukken niet bij de beoordeling kunnen worden betrokken, omdat deze stukken uiterlijk in de bezwaarfase hadden moeten zijn verstrekt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, kunnen ook na afloop van de beroepstermijn nadere argumenten, nadere gegevens of nadere stukken ter onderbouwing van een eerdere beroepsgrond worden ingediend, tenzij dat in strijd is met de goede procesorde. Zie de uitspraak van de Afdeling van 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:379, onder 2.2. De rechtbank had daarom moeten bezien of het meenemen van deze stukken in de procedure in strijd was met de goede procesorde en dat heeft de rechtbank niet gedaan.

2.2.        Hoewel de klacht terecht is voorgedragen, leidt de grief niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Omdat het hier gaat om een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige, moeten de feiten waarover de documenten gaan zich voordoen op het moment van het nemen van het besluit op bezwaar. Vergelijk de uitspraak van 9 februari 2022, onder 2.3. De stukken die zien op feiten die zich hebben voorgedaan ná het nemen van het besluit op bezwaar heeft de rechtbank daarom terecht niet betrokken bij de beoordeling.

De aanvullende stukken die gaan over feiten die zich voordeden tot aan het nemen van het besluit op bezwaar kunnen wel bij de beoordeling worden betrokken. Nog daargelaten in hoeverre het overleggen van deze stukken in strijd was met de goede procesorde zouden deze stukken appellant niet hebben gebaat. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat de minister wordt gevolgd in zijn standpunt dat het ondernemingsplan onvolledig, summier en in algemene bewoordingen is opgesteld. Verder heeft de rechtbank terecht overwogen dat een marktanalyse die ziet op de regio’s waarin de onderneming van appellant actief is, ontbreekt en dat appellant de in het ondernemingsplan gestelde opleiding en ervaring in de stukadoorsbranche onvoldoende heeft onderbouwd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, mag de minister verwachten dat deze gegevens aanwezig zijn. Zie de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:734, onder 5.2 en 5.3. Met de in beroep overgelegde stukken zijn deze gebreken niet hersteld. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag van appellant niet voldoet aan het documentatievereiste.

2.3.        De eerste grief faalt.

3.        In zijn tweede grief betoogt appellant dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij relevant tijdsverloop heeft opgebouwd op grond van het driejarenbeleid vanaf het moment dat hij bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag en een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend, en dat het niet relevant is dat er nog niet op zijn verzoek om een voorlopige voorziening was beslist.

3.1.        Dit betoog faalt. Volgens paragraaf A4/6.22 van de Vc 1994 geldt de periode vanaf het verzoek om een voorlopige voorziening alleen als relevant tijdsverloop mee als de voorlopige voorziening is toegewezen. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen was dat hier niet het geval.

3.2.        De tweede grief faalt.

4.        Wat appellant in zijn overige grieven aanvoert, leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de overige grieven geen vragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Ook roepen de grieven geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 24).

5.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Boom, griffier.

w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boom
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026

1058


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon