Een veranderend landschap

Wie aan democratie denkt, denkt aan verkiezingen. Verkiezingen vormen dan ook een cruciaal onderdeel van de democratie. Dat is al lange tijd het geval. Het revolutionaire Frankrijk en de onafhankelijk geworden Verenigde Staten organiseerden aan het einde van de achttiende eeuw voor het eerst landelijke verkiezingen.

In Nederland vond in 1796 verkiezing plaats van een Nationale Vergadering. Algemeen (passief en actief) kiesrecht voor iedereen was weliswaar nog ver weg, maar hier en ook elders op de wereld eisten (gegoede en mondige) burgers steeds vaker hun plek in het staatsbestel op. De ontwikkeling naar een volwaardige democratie kwam vervolgens in een aantal golven tot stand. Historische kantelmomenten zoals de revolutionaire onrust in Europa in het midden van de negentiende eeuw, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, de dekolonisatie van Afrika en Azië en nog later het einde van de Koude Oorlog, vormden evenzovele ijkmomenten in deze ontwikkeling.

In een democratie hebben burgers zeggenschap over de richting van het te voeren beleid. Die zeggenschap oefenen zij doorgaans uit door het kiezen van volksvertegenwoordigers en/of bestuurders die over dat beleid moeten beslissen. Afgemeten aan het aantal verkiezingen dat in 2024 werd gehouden, zou de conclusie gewettigd kunnen zijn dat de democratische staatsvorm ongekend populair is. Niet eerder gingen in één jaar wereldwijd zoveel mensen naar de stembus. Van de meest bevolkte (India) en machtigste (Verenigde Staten) landen van de wereld tot de kleinste (Tuvalu en San Marino). In ten minste 64 landen vonden nationale verkiezingen plaats,[1] waaronder de Europese landen België, Frankrijk, Oostenrijk, Roemenië en het Verenigd Koninkrijk. Eind 2023 was Nederland al aan de beurt geweest.

[1] V-Dem Institute, Democracy Report 2025, 25 Years of Autocratization – Democracy Trumped? (V-dem.net), p. 41-43.

Het aantal verkiezingen in een jaar zegt evenwel nog weinig over de daadwerkelijke staat van de democratie. Het democratisch model kan wereldwijd helaas niet worden beschouwd als het eind- en het hoogtepunt van de beschavingsontwikkeling, zoals Francis Fukuyama ruim dertig jaar geleden nog hoopte.[2] Integendeel, meer dan de helft van het aantal landen wereldwijd lijkt juist te zijn beland in een periode van democratisch verval.[3] In die landen zijn processen gaande die de democratie een meer autocratische invulling geven. Autocratie kan worden omschreven als een staatsvorm waarin de macht in belangrijke mate geconcentreerd is bij één persoon of college en geen sprake is, of slechts in sterk verminderde mate, van open en vrije verkiezingen, bescherming van fundamentele rechten en onafhankelijke, onpartijdige rechtspraak.

Het gaat natuurlijk altijd om een glijdende schaal, met aan de ene kant een volwaardige democratische rechtsstaat (ook wel liberale democratie genoemd) en aan de uiterste andere kant een gesloten autocratie waarin open en vrije verkiezingen geheel ontbreken en grondrechten niet worden geëerbiedigd en beschermd.[4] Tussen deze polen bestaan vele mengvormen. Vooral de mate waarin grondrechten en de openheid van het politieke proces de facto worden gerespecteerd, bepaalt of er eerder sprake is van een democratie dan van een autocratie.

Uitgaande van dit onderscheid leeft volgens onderzoek slechts 29% van de wereldbevolking (2,3 miljard mensen) in een democratie en 72% (5,8 miljard mensen) in een autocratie.[5] Het aantal autocratieën is fors gestegen ten opzichte van tien jaar geleden. En die tendens zet door. Democratisering vindt plaats in negentien landen die minder dan 6% van de wereldbevolking omvatten (452 miljoen mensen), terwijl autocratisering zichtbaar is in liefst 45 landen die gezamenlijk 3,1 miljard mensen herbergen, 38% van de wereldbevolking.[6]

[2] Francis Fukuyama, The End of History and the Last Man, Free Press, New York 1992.
[3] V-Dem Institute, Democracy Report 2025, p. 9-12.
[4] A. Lührmann, M. Tannenberg, S.I. Lindberg, ‘Regimes of the World: Opening new Avenues for the Comparative Study of Political Regimes’, Politics and Governance, 2018 6-1, p. 66-77.
[5] V-Dem Institute, Democracy Report 2025, p. 12-13.
[6] Zie ook: Democracy Index 2024, Trend of global democratic decline and strengthening authoritarianism continues through 2024, Economist Intelligence Unit, The Economist.

Na een bemoedigende, zelfs spectaculaire stijging in de tweede helft van de twintigste eeuw, vlakt de democratiseringscurve dus af. Het enthousiasme voor de democratie dat zo kenmerkend was voor die periode, lijkt geluwd. In veel van de verkiezingen die in de vanouds democratische westerse wereld (Noord-Amerika, Europa) in 2024 werden gehouden, boekten radicale en populistische politici forse winst. Velen van hen herkennen zich in de ideologie van de ‘illiberale democratie’ van Victor Orbán in Hongarije.

Voor de opkomst van radicale bewegingen die haaks lijken te staan op de rechtsstatelijke democratie zoals wij die kennen, zijn vele verklaringen aangedragen. Die gelden niet onverkort voor alle landen en zeker niet in gelijke mate. Niettemin is er een aantal factoren aan te wijzen die in meer of minder mate een rol spelen.

Veel inwoners van voormalig Oost-Duitsland en sommige Midden-Europese landen raakten teleurgesteld in hun verwachtingen na de val van de Muur in 1989. Die kwamen vaak niet uit, ondanks het profijt van de toetreding tot de Europese Unie. Veel bedrijven in de voormalige Oostbloklanden konden de concurrentieslag op de vrije markt niet aan. Overdonderend was de confrontatie met de Westerse cultuur die gekarakteriseerd wordt door individualisering, autonomie, emancipatie, postmoderne fragmentarisering en relativering, niet zelden ook uitmondend in wat wel woke genoemd wordt.[7] Ver doorgevoerde vormen hiervan zouden ook in de westerse landen bij velen voor ongemak en onvrede zorgen. De welvaartskloof tussen rijk en arm groeide in veel landen eerder dan dat deze afnam.

Financiële, sociaaleconomische en culturele factoren spelen dus een prominente rol bij de legitimiteit van een democratie. Hoewel het misschien meer de werking van de markteconomie was die tot teleurstellingen leidde, voelden velen het toch vooral als democracy fails to deliver: de democratie levert niet wat ze beloofde.

[7] Y. Mounk, The Identity Trap, A story of ideals and power in our time, Penguin Press 2023; S. Neiman, Links is niet woke, Rotterdam: Lemniscaat 2023.

Voor de westerse wereld zijn er ook andere katalysatoren van onvrede en onzekerheid aan te wijzen: de financiële crisis van 2008, de migratiegolven sinds 2015, de terrorismedreigingen en aanslagen sinds 9/11 en natuurlijk de coronapandemie die de wereld op slot zette met alle gevolgen van dien. Deze omstandigheden hebben bijgedragen aan een verminderd vertrouwen in het functioneren van de democratie en een vergrote aantrekkingskracht van leiderschap zonder tegenkrachten. Dat het appèl van de democratie aan kracht inboet, heeft tot slot ook te maken met het aanhoudende onvermogen om uit te leggen en vooral in de praktijk te laten zien wat haar waarde is.

In deze vereenvoudigd weergegeven cocktail van ideeënstrijd en economische, sociale en culturele omstandigheden van burgerlijke onvrede[8] ontstond binnen (westerse) democratieën ruimte voor bewegingen en partijen met enkele of meer autocratische kenmerken. De verschillen tussen die bewegingen en partijen zijn soms aanzienlijk, maar toch kunnen enkele algemene delers worden onderscheiden: een zekere rancune en revanchisme jegens het ‘traditionele’ bestuur, een streng tot onverbiddelijk migratie- en integratiebeleid waarbij een relatie wordt gelegd met economische malaise en criminaliteit, het vooropstellen van nationale soevereiniteit boven de internationale rechtsorde of Europese regelgeving en het laten prevaleren van traditionele familie- en gezinswaarden boven andere verbanden, geaardheden en voorkeuren. Opmerkelijk is ook een vaak openlijk beleden sympathie voor het huidige Rusland en voor Poetin.

Autocratische staten kenmerken zich door onderlinge samenwerking en ondersteuning, vaak verweven met persoonlijke rijkdom en macht en gericht op het beperken of ontnemen van reële zeggenschap en invloed van burgers. Zij ontwijken veelal elke vorm van transparantie of verantwoordingsplicht en maken oppositie(leiders) monddood, soms in letterlijke zin.[9] Autocratische leiders bezitten een krachtig geloof dat zij aan de winnende hand zijn, omdat zij beter dan anderen in staat zijn aan te voelen wat er speelt onder het volgens hen homogeen samengestelde volk. Karakteristiek is de routekaart van veel van deze leiders om hun doelen te bereiken: het opzetten en normaliseren van stigmatiserende tegenstellingen, de inperking van de mogelijkheden van media en de onafhankelijkheid van rechters en de beknotting van hoger onderwijs en wetenschap. Desinformatie, (gestuurde) sociale media en buitenlandse beïnvloeding spelen daarbij een niet te onderschatten rol.

[8] Vgl. Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), De wil van het volk? Erosie van de democratische rechtsstaat in Europa, 2017, p. 23-34; M. Kruk, Opstand. De populistische revolte en de strijd om de ziel van het Westen, Amsterdam: Prometheus 2024.

[9] A. Applebaum, Autocratie B.V. Over dictators en de redding van de democratie, Amsterdam: Ambo Anthos 2024.

Deze autocratische tendensen gelden niet onverkort of in dezelfde mate ook voor ons land. Gelukkig niet. Maar ook in Nederland is de democratie niet immuun voor autocratische invloeden. De Nederlandse democratie kent een aantal belangrijke institutionele en constitutionele waarborgen die democratische erosie bemoeilijken, maar dat wil niet zeggen dat er daartoe geen pogingen kunnen worden ondernomen. De waarborgen tegen ondermijning zouden in het licht daarvan moeten worden versterkt.[10]

Dat het democratisch normbesef in Nederland niet vanzelfsprekend is, blijkt onder meer uit het Nationaal Kiezersonderzoek van 2024. Een derde van de kiezers zou het land aan een ‘sterke leider’ toevertrouwen, ook als die soms de regels naar zijn hand zou zetten.[11] Deze bevinding sluit aan bij een studie uit 2021 die concludeerde dat “een aanzienlijk aantal Nederlanders vindt dat voor de aanpak van urgente problemen de democratie soms opzijgeschoven mag worden.”[12] Kennelijk nemen ook in ons land veel mensen aan dat de democratie onvoldoende in staat is om urgente kwesties aan te pakken en dat een benadering van sterk leiderschap zonder belemmeringen meer oplevert. Het is in dit verband leerzaam om kennis te nemen van recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, waaruit blijkt dat een meerderheid van de Nederlanders wil dat de regering zich minder richt op het buitenland (dit was overigens voordat de geopolitieke ontwikkelingen in de eerste maanden van dit jaar in versnelling raakten). Kiezers klagen bovendien steeds meer over het landsbestuur, mede door de hoge verwachtingen die men van de politiek heeft.[13]

Op het eerste gezicht is er nog steeds volop steun onder de bevolking voor de democratie als ‘ideaal bestuurssysteem’. Die steun is vergelijkbaar met die in andere Europese landen en geldt voor alle groepen, van jong tot oud, van praktisch tot hoger opgeleid en van arm tot rijk. Maar dan gaat het om democratie als abstract begrip. Nader bezien blijkt onder significante groepen van het electoraat een eenzijdige winner-takes-all-opvatting van de democratie dominant. De algemene steun voor de democratie moet ook gerelativeerd worden als wordt doorgevraagd naar concrete beleidsmaatregelen.[14] In september 2024 waren bijvoorbeeld veel kiezers die op de coalitiepartijen hadden gestemd, bereid te accepteren dat het parlement buitenspel zou worden gezet als dat nodig zou zijn om vergaande asielmaatregelen te kunnen doorvoeren.[15] De steun voor het democratisch bestel is dus ook in Nederland niet vanzelfsprekend en in zekere zin fragiel.

[10] M. Honingh, C. van Ham e.a., Verkenning en verdieping democratische erosie en respons in Nederland. Rapport Kennisbank Openbaar Bestuur 2024.
[11] Nationaal Kiezersonderzoek 2024, De verkiezingen van 2023 ‘Van Onderstroom naar Doorbraak: Onvrede en Migratie’, p. 19, 59, 103.
[12] R. van Wonderen, Democratisch bewustzijn in Nederland. Over de ontvankelijkheid voor illiberaal en antidemocratisch gedachtegoed en de weerbaarheid daartegen, Utrecht: Verweij-Jonker Instituut 2021, p. 12-13, 63.
[13] Burgerperspectieven 2024, Bericht 3, Sociaal en Cultureel Planbureau.
[14] Global Trends, Ipsos I&O, 2024, aangehaald in: M. van de Koppel en S. van Heck, Opinie: Anti-immigratiesentiment zet democratie onder druk - Ipsos I&O Publiek, tevens gepubliceerd in de Volkskrant van 27 november 2024.
[15] Ipsos I&O politieke peiling van 23 september 2024, zie: P. Kanne en A. van der Schelde, Immigratie blijft electorale verhoudingen bepalen; ten faveure van de PVV - Ipsos I&O Publiek.