Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.156
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503537/1/A2

Bij besluit van 17 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel de aanvraag van [appellante] om ruimhartige compensatie afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft bij het college een aanvraag ingediend in het kader van de Beleidsregels ‘ruimhartig compenseren’ Krimpen aan den IJssel 2022. Deze compensatieregeling geeft uitvoering aan artikel 2.21, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Op grond van die bepaling kan het college gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire brede ondersteuning bieden op de leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Deze ondersteuning wordt verleend op basis van een gezamenlijk opgesteld plan van aanpak dat is gericht op het maken van een nieuwe start. De aanvraag is afgewezen omdat het volgens het college een tweede aanvraag betrof die op grond van de toen geldende beleidsregels niet opnieuw werd beoordeeld. Bij het besluit op bezwaar heeft het college alsnog een vergoeding van € 7.610,00 aan [appellante] toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2591
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503537/1/A2

202503539/1/A2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellant] om huurtoeslag voor de periode van 1 september 2022 tot en met 31 december 2022 afgewezen. Deze uitspraak gaat over de vraag of Dienst Toeslagen terecht geen huurtoeslag heeft toegekend aan [appellant] voor de periode van 1 september 2022 tot en met 31 december 2022. Daarbij gaat het in het bijzonder om de vraag of geen recht op huurtoeslag bestaat, omdat de woning op het adres [locatie] te Wergea, een woonboot, geen onroerende zaak is. [appellant] heeft per 1 september 2023 huurtoeslag aangevraagd. De Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat voor het recht op huurtoeslag is vereist dat de woning kwalificeert als onroerende zaak. De woonboot is niet duurzaam met de grond verenigd en daarom geen onroerende zaak zoals bedoeld in artikel 3:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [appellant] wordt daarbij gelijk behandeld als andere aanvragers van huurtoeslag die op een woonboot wonen. Een woning die kwalificeert als onroerende zaak is daarbij geen gelijk geval.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2582
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503539/1/A2

202504282/1/A2

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch twee parkeerplaatsen ter hoogte van de Anthony Fokkerstraat 31 in ’s-Hertogenbosch aangewezen voor het opladen van elektrische personenauto’s. [appellanten] zijn buren en wonen aan de [locatie 1] respectievelijk [locatie 2] in ’s-Hertogenbosch. Zij hebben op 13 juli 2024 en 1 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit van 23 januari 2023 dat op 27 januari 2023 bekend is gemaakt in het Gemeenteblad. Het college heeft in dat verkeersbesluit besloten om ter hoogte van het adres Anthony Fokkerstraat 31 twee parkeervakken te reserveren voor een laadpaal voor elektrisch oplaadbare auto’s. De bezwaren van [appellanten] richtten zich tegen de feitelijke plaatsing, namelijk naast de woning van [appellant A]. [appellanten] betogen dat de parkeervakken naast de woning aan de Anthony Fokkerstraat 31 hadden moeten komen. Het college heeft de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat zij te laat bezwaar hebben gemaakt tegen het verkeersbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2597
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504282/1/A2

202504925/1/A2

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellante] om intrekking van de vergunning voor kamerbewoning aan de [locatie 1], afgewezen. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] te Rotterdam. Zij en [persoon], eigenaar van de woning aan de [locatie 1], zijn de enige twee leden van de VvE. Het college heeft bij besluit van 11 mei 2022 aan [persoon] een vergunning verleend voor het omzetten van zijn appartement in onzelfstandige woonruimten voor kamerbewoning ten behoeve van drie personen. [appellante] heeft verzocht om intrekking van deze vergunning wegens ervaren overlast van de huurders. Zij stelt dit verzoek mede namens de VvE en meerdere omwonenden te hebben gedaan. Het college heeft het verzoek getoetst aan de intrekkingsgronden, genoemd in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021. Er is volgens het college geen sprake van het niet nakomen van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. Verder zijn er geen meldingen van overlast bekend bij de gemeente en de veiligheidscoördinator. Bij de politie is één melding gedaan van overlast, maar de overlast is niet vastgesteld. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat er sprake is van kamerbewoning die leidt tot aantasting van het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt, op grond waarvan de vergunning kan worden ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2590
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202504925/1/A2

202600296/1/A2

Bij beslissing van 9 april 2025 heeft de examencommissie van de faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen (de examencommissie) een door [appellante] afgelegd tentamen Klankleer I beoordeeld met het cijfer 4,9. Naar aanleiding van het schikkingsvoorstel is de beoordeling van tentamen aangepast naar het cijfer 5,0. [appellante] volgt sinds 1 september 2023 de bachelor Nederlandse Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. [appellante] heeft in verband met een functiebeperking tentamenvoorzieningen aangevraagd. De studentendecaan heeft over de tentamenvoorzieningen een advies uitgebracht op 13 januari 2025. Bij beslissing van 27 januari 2025 heeft de examencommissie aan [appellante] vanwege bijzondere omstandigheden drie (tentamen)voorzieningen toegekend: verlenging van de tentamentijd met 10 minuten per uur tentamen, coulance ten aanzien van de aanwezigheidsplicht en coulance ten aanzien van deadlines.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2566
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600296/1/A2

202600301/1/A2

Bij beslissing van 3 juli 2025 heeft de examencommissie van de faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen (de examencommissie) het verzoek van [appellante] om een buitenreguliere tentamenkans voor de vakken Klankleer 1 en Literaire Canon afgewezen. [appellante] volgt sinds 1 september 2023 de bachelor Nederlandse Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. In september 2023 was [appellante] ook ingeschreven voor de bachelor Religiewetenschappen. [appellante] stond van 1 september 2025 tot 1 maart 2026 ook ingeschreven voor de bachelor Filosofie. [appellante] betoogt dat het CBE een onjuiste toepassing en uitleg heeft gegeven aan de OER. Het CBE heeft ten onrechte artikel 7.7, tweede lid, en artikel 7.7, derde lid van de OER als cumulatieve voorwaarden beschouwd. Een buitenreguliere tentamenkans kan niet enkel worden toegekend in het laatste onderdeel van de opleiding. Studievertraging zou niet moeten worden gedefinieerd als overschrijding van de nominale studieduur, maar als feitelijke belemmering van de studievoortgang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2569
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600301/1/A2

202600356/1/A2

Bij beslissing van 11 juli 2025 heeft de examinator de toets ASW-V3JSOCINT-19, Sociaal functioneren integraal niveau 3 (sociaal functioneren niveau 3) beoordeeld met ‘Niet Voldaan’. [appellante] volgt de opleiding Social Work bij de Hogeschool Utrecht. Het derde studiejaar van deze opleiding bevat een stage. [appellante] heeft stage gelopen bij Stichting Asha in Utrecht in het studiejaar 2020-2021. Voor de stage moeten twee portfolio’s worden ingeleverd: een portfolio behorend bij de leeruitkomsten op niveau 2 en een portfolio behorend bij de leeruitkomsten op niveau 3. De beoordeling van het vak sociaal functioneren niveau 3 bestaat ook uit twee onderdelen: het portfolio op niveau 3, en een CriteriumGericht Interview (CGI). [appellante] betoogt dat het te lang heeft geduurd totdat de beoordeling heeft plaatsgevonden. Uit de toepasselijke regeling volgt dat de uitslag van een toets binnen vijftien werkdagen na de datum van de toets aan de student bekend wordt gemaakt. In het geval van [appellante] is pas na zes weken een beoordeling bekend gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2565
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600356/1/A2

202501167/1/V3

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2511
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501167/1/V3

BRS.25.001784

Bij besluit van 20 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2479
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001784

BRS.25.002043

Bij besluit van 22 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2502
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002043

BRS.25.002549

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2489
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002549

BRS.26.000525

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2477
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000525

BRS.26.000770

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van asiel en migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2464
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000770

BRS.26.000995

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2497
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000995

BRS.26.000997

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2498
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000997

BRS.26.001231

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2493
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001231

BRS.26.001503

Bij besluit van 26 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2480
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001503

BRS.26.001518 en BRS.26.001519

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2495
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001518 en BRS.26.001519

BRS.26.001520 en BRS.26.001524

Bij besluiten van 6 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2491
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001520 en BRS.26.001524

BRS.26.001535

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2488
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001535

BRS.26.001648

Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2465
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001648

BRS.26.001668

Bij besluit van 14 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2478
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001668

BRS.26.001710

Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2499
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001710

BRS.26.001757

Bij besluit van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2554
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001757

BRS.26.001939 en BRS.26.001940

Bij besluit van 2 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2494
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001939 en BRS.26.001940

BRS.26.002186

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2521
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002186

BRS.26.002212

Bij besluit van 11 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2552
Datum uitspraak
4 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002212

202404183/1/V1

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2528
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404183/1/V1

202404766/1/V1.

Bij besluit van 4 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2510
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404766/1/V1.

202501967/1/V2

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken en hen opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2525
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501967/1/V2

BRS.24.000425

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2473
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000425

BRS.26.000555

Bij besluit van 12 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2469
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000555

BRS.26.000988

Bij besluit van 26 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2472
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000988

BRS.26.001049

Bij besluit van 7 februari 2024, vervangen door het besluit van 31 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2458
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001049

BRS.26.001060 en BRS26001061

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2461
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001060 en BRS26001061

BRS.26.001234 en BRS.26.001235

Bij besluiten van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2401
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001234 en BRS.26.001235

BRS.26.001368

Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2398
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001368

BRS.26.001446

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2466
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001446

BRS.26.001481 en BRS.26.001482

Bij besluit van 21 juli 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2471
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001481 en BRS.26.001482

BRS.26.001551 en BRS.26.001553

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2468
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001551 en BRS.26.001553

BRS.26.001675 en BRS.26.001677

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2490
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001675 en BRS.26.001677

BRS.26.001692

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2460
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001692

BRS.26.001788 en BRS.26.001853

Bij besluit van 14 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Appellant komt uit Syrië en heeft gelijktijdig met zijn echtgenote, op 29 september 2024, in Nederland een asielaanvraag ingediend. De minister heeft zijn aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat is gebleken dat appellant sinds 14 februari 2023 internationale bescherming geniet in Bulgarije. De echtgenote van appellant heeft voor het eerst in Nederland asiel aangevraagd en is nog in afwachting van een besluit op haar aanvraag. Tijdens de asielprocedure is zij bevallen van een dochter en inmiddels is zij in verwachting van een tweede kind.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2467
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001788 en BRS.26.001853

BRS.26.001810

Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2470
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001810

BRS.26.001823

Bij uitspraak van 7 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2400
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001823

BRS.26.001975

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2492
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001975

BRS.26.002055 en BRS.26.002056

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2519
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002055 en BRS.26.002056

BRS.26.002183

Bij besluit van 20 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2518
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002183

BRS.26.002184

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2515
Datum uitspraak
1 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002184

202403099/1/V2

Bij besluit van 17 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2475
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403099/1/V2

202404988/1/V3

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2512
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404988/1/V3

202407321/1/V2

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2474
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407321/1/V2

202500981/1/V1

Bij besluit van 29 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2370
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500981/1/V1

202501255/1/V3

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2369
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501255/1/V3

BRS.24.000359

Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2392
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000359

BRS.26.000781

Bij besluit van 13 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2375
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000781

BRS.26.000914

Bij besluit van 7 februari 2024, vervangen door het besluit van 13 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2380
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000914

BRS.26.001479 en BRS.26.001480

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2482
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001479 en BRS.26.001480

BRS.26.001655 en BRS.26.001656

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2377
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001655 en BRS.26.001656

BRS.26.001768

Bij besluit van 9 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2459
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001768

BRS.26.001840

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2378
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001840

BRS.26.001985

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2363
Datum uitspraak
30 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001985

202304671/2/R2

Bij besluit van 2 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond aan Gezondheidscentrum Stiphout omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een gezondheidscentrum in combinatie met 19 levensloopbestendige appartementen. Gezondheidscentrum Stiphout is eigenaar van de percelen kadastraal bekend gemeente Stiphout, sectie B, perceelnummers 2280, 3998, 3999, 941 en 3854. Aan de Kloosterstraat op de percelen 3998 en 3999 lag een parkeerterrein. Van dit parkeerterrein werd gebruik gemaakt door de bezoekers van het multifunctioneel centrum en Fanfare de Vooruitgang. Het bouwplan is ten dele voorzien op het parkeerterrein. Ter voorbereiding op dit bouwplan heeft Gezondheidscentrum Stiphout het parkeerterrein afgesloten en de bestrating verwijderd. Onder andere Beheerstichting Multifunctioneel Centrum Stiphout en Fanfare de Vooruitgang zijn het niet eens met de vergunning en hebben daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag. De rechtbank heeft onder meer gebreken geconstateerd op het punt van parkeren, het openbaar karakter van het parkeerterrein en geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2394
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304671/2/R2

202305022/2/R2

Gezondheidscentrum Stiphout is eigenaar van de percelen kadastraal bekend gemeente Stiphout, sectie B, perceelnummers 2280, 3998, 3999, 941 en 3854. Aan de Kloosterstraat op de percelen 3998 en 3999 lag een parkeerterrein. Van dit parkeerterrein werd gebruik gemaakt door de bezoekers van het multifunctioneel centrum en Fanfare de Vooruitgang. Gezondheidscentrum Stiphout heeft op 14 juli 2021 verzocht om een omgevingsvergunning voor de bouw van een gezondheidscentrum met 19 levensloopbestendige appartementen. Het bouwplan is ten dele voorzien op het parkeerterrein. Het college heeft op 2 december 2022 de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Ter voorbereiding op dit bouwplan heeft Gezondheidscentrum Stiphout het parkeerterrein afgesloten en de bestrating verwijderd. Beheerstichting Multifunctioneel Centrum Stiphout en Fanfare de Vooruitgang hebben het college daarop verzocht om handhavend op te treden tegen het afgesloten parkeerterrein. Het college heeft bij de besluiten van 8 maart 2022, zoals gehandhaafd bij de besluiten op bezwaar van 29 november 2022 en 4 oktober 2023, geweigerd om handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2396
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305022/2/R2

202405428/1/V3

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2366
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405428/1/V3

202405684/1/V3

Bij besluit van 5 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2365
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405684/1/V3

202407541/1/V1

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, deze vergunning ingetrokken, geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, bepaald dat appellant de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2364
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407541/1/V1

202502156/3/R3

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten, De Weeme - Klokhuislaan" (het bestemmingsplan) vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2358
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202502156/3/R3

202504787/1/V1

Bij besluit van 17 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe geweigerd [appellant A] en [appellant B] opvang te verlenen in de opvangvoorziening voor ontheemden uit Oekraïne in Zetten, gemeente Overbetuwe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2368
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202504787/1/V1

202600226/1/R4 en 202600226/2/R4

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de raad van de gemeente Beuningen het bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" vastgesteld. Supermarkt Aldi wil een vestiging openen aan de Wilhelminalaan in Beuningen. De bestaande bebouwing aan de Wilhelminalaan 41-45 zal worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuw winkelpand en 17 (starters)appartementen op de verdiepingen. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op grond van de geldende "Beheersverordening Centrum Beuningen". Daarom moet voor het hele plangebied de beheersverordening worden herzien. Het bestemmingsplan voorziet hierin. Ten behoeve van de beoogde nieuwe functies worden onder meer ter plaatse van de te slopen bebouwing aan het Thorbeckeplein 3 en 5 nieuwe openbare parkeerplaatsen op maaiveld aangelegd. [verzoekster] exploiteert de Jumbo supermarkt aan het Thorbeckeplein 14 in Beuningen. Het plangebied ligt tegenover de Jumbo supermarkt, met ertussenin een parkeerterrein dat mede in gebruik is bij bezoekers van de Jumbo supermarkt. [verzoekster] vreest dat de parkeersituatie op het Thorbeckeplein verslechtert als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan en heeft daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2340
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202600226/1/R4 en 202600226/2/R4

202600804/2/A3

Bij besluit van 1 april 2026 heeft de minister aan [verzoekster] een boete opgelegd van € 5.400,00 en besloten tot openbaarmaking van [verzoekster] betreffende inspectiegegevens. Wat [verzoekster] heeft aangevoerd ter motivering van de door haar gestelde spoedeisendheid van haar verzoek betreft uitsluitend de openbaarmaking van de inspectiegegevens. Tot op heden zijn de inspectiegegevens niet openbaar gemaakt. Het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster] strekt ertoe het besluit tot openbaarmaking te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2397
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Boete
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600804/2/A3

202600964/2/A2

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam de uitslag en de zetelverdeling van de verkiezing voor de raad van de gemeente Amsterdam van 18 maart 2026 vastgesteld. Tegen dit besluit heeft de vereniging beroep ingesteld. Ook heeft de vereniging de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2353
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600964/2/A2

BRS.25.001984

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland geweigerd [betrokkene A] en [betrokkene B] opvang te verlenen in een opvangvoorziening voor ontheemden uit Oekraïne binnen de gemeente Het Hogeland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2356
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001984

BRS.26.002019

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2457
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002019

BRS.26.002102

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2462
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002102

202206366/1/R3

Bij besluit van 17 december 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het plan van de eindtoestand voor de groeve in Heerlen en Landgraaf van Sibelco Benelux B.V. goedgekeurd. Deze zaak gaat over het eindplan voor de door Sibelco geëxploiteerde zandwinningsgroeve in Heerlen en Landgraaf. Dat is het plan voor de inrichting van het gebied na het afronden van de zandwinning. Voor de zandwinning zijn verschillende ontgrondingsvergunningen verleend, voor het eerst in 1968. De laatste ontgrondingsvergunning is bij besluit van 18 december 2018 door het college verleend. De Afdeling heeft in een eerdere tussenuitspraak van 21 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2475, en daarop volgende einduitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:311, over dit besluit geoordeeld. Met die einduitspraak is de ontgrondingsvergunning, na aanpassing van een voorschrift door de Afdeling, onherroepelijk geworden. Uit artikel 5 van de voorschriften van de ontgrondingsvergunning volgt dat Sibelco ten behoeve van de inrichting dan wel afwerking van het te ontgronden terrein na afronding van de ontgrondingsactiviteiten een plan voor de eindtoestand moet indienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2410
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202206366/1/R3

202207484/1/R3

Bij besluit van 27 september 2022 heeft het college het wijzigingsplan "Nieuwe Drostendiep" vastgesteld. Het wijzigingsplan wijzigt de bestemming van een aantal verspreid liggende agrarische percelen rond het Nieuwe Drostendiep naar natuur om de natuurontwikkeling en de herinrichting van het stroomgebied Nieuwe Drostendiep planologisch mogelijk te maken. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen in de artikelen 3.8.1, aanhef en onder i, en 4.7.1, aanhef en onder g, van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied". [appellanten] wonen aan de [locatie A] in Benneveld en exploiteren op die locatie een melkveebedrijf. Ook zijn zij eigenaren van een aantal nabij gelegen agrarische gronden die in gebruik zijn als grasland of worden gebruikt om onder meer mais en aardappelen te verbouwen. [appellanten] vrezen schade en nadelige gevolgen voor hun bedrijfsvoering onder andere door vernatting van hun gronden als gevolg van de uitvoering van het wijzigingsplan. Zij hebben daarom beroep ingesteld tegen het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2438
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202207484/1/R3

202301726/1/R2

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Buitengebied Noordoost" vastgesteld. Het plan is een actualisatie van de geldende bestemmingsplannen van het buitengebied ten noordoosten van Breda. Het plan is grotendeels consoliderend, maar maakt ook een aantal individuele ontwikkelingen mogelijk. Zo voorziet het plan aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Teteringen in de mogelijkheid om twee recreatiewoningen te realiseren. Ter plaatse van het [locatie 3] in Teteringen maakt het plan de realisatie van een kinderdagverblijf mogelijk. Aan de [locatie 4]-[locatie 5] in Teteringen voorziet het plan in een uitbreiding van het agrarische bedrijf, en aan de [locatie 6] in Teteringen maakt het plan shiitake-teelt mogelijk. De vereniging en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij vrezen onder meer dat het plan negatieve effecten zal hebben op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2441
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301726/1/R2

202304230/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein een aan [appellante sub 1] verleende omgevingsvergunning ingetrokken. Het college heeft op 11 juli 2018 een omgevingsvergunning verleend aan [appellante sub 1] ten behoeve van de transformatie van een kantoorgebouw aan de [locatie] in Nieuwegein naar 57 appartementen. Het college heeft deze vergunning in 2020 ingetrokken. Volgens het college bestaat een ernstig gevaar dat de vergunning mede wordt gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (de b-grond), als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob. Ook heeft het college zich op het standpunt gesteld dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd. Het college heeft daarom ook 5.19, eerste lid, van de Wabo, in samenhang gelezen met artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob, ten grondslag gelegd aan de intrekking van de omgevingsvergunning. Aan de intrekking heeft het college een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) van 1 november 2019 ten grondslag gelegd, dat is verkregen in een andere procedure. De rechtbank heeft de intrekking van de omgevingsvergunning rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2424
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202304230/1/A3

202305405/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2020 heeft het college van burgermeester en wethouders van Waterland aan [partij] omgevingsvergunning verleend voor het slopen van een bestaande woning en het realiseren van een nieuwe woning met een bijgebouw op het perceel [locatie] in Broek in Waterland. [partij] is eigenaar van het perceel. Hij wil zijn woning met bijbehorend bouwwerk vervangen door een nieuwe woning en heeft daarvoor op 13 januari 2020 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. De nieuw te bouwen woning bestaat uit drie onderdelen: een middendeel met een bouwhoogte van 8,61 meter, een aangebouwd deel aan de noord- en oostzijde met een bouwhoogte van 7,71 meter en een aangebouwd deel aan de zuidzijde met een bouwhoogte van 5,61 meter. Het deel aan de zuidzijde is aan het middendeel verbonden door middel van een verbindingsgang met een plat dak en heeft een bouwhoogte van 2,61 meter. De achtergevel van de nieuwe woning loopt ten opzichte van de huidige woning verder naar achter door op het perceel en de achterzijde van de woning komt dichterbij de watergang Het Dee te liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2411
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305405/1/R1

202305424/5/R3

Bij tussenuitspraak van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:338 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rijswijk opgedragen om binnen 20 weken de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het besluit van 27 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Godfried Bomansstraat" (het bestemmingsplan) te herstellen. Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het herstelbesluit bestemmingsplan "Godfried Bomansstraat" vastgesteld (het herstelbesluit). Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een appartementencomplex met maximaal 34 woningen aan de Godfried Bomansstraat in Rijswijk. Aan de noord- en zuidzijde van het plangebied voorziet het plan in stroken van ongeveer 7 m (noord) en 8 m (zuid) met de bestemming "Groen". In overweging 10.4 van de tussenuitspraak overweegt de Afdeling dat uit de stukken bij de vaststelling van het plan onvoldoende blijkt waarom in afwijking van de Nota Parkeernormen is gekozen voor de parkeernorm van 0,9 parkeerplaatsen per woning. Daarnaast heeft de raad erkend dat hij bij de vaststelling van het plan is uitgegaan van een verkeerde bepaling van de directe omgeving van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2412
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305424/5/R3

202306792/1/R1

Bij besluit van 28 juli 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta onder oplegging van een dwangsom van € 25.000,00 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 50.000,00 [appellante] gelast om de overtredingen van de Waterwet te stoppen en het herhalen van deze overtredingen te voorkomen. [appellante] heeft een agrarisch bedrijf dat verschillende gewassen teelt op het perceel aan de [locatie] in Smilde. De hoofdtak van deze teelt bevat gewassen die een spoelbehandeling nodig hebben. Daarvoor staat op het zuidoostelijke deel van het perceel een spoelbassin. Langs de zuidwestelijke perceelgrens ligt een perceelsloot en aan de westzijde van het perceel ligt de primaire watergang WM-02-08_A, die in beheer van het dagelijks bestuur is. [appellante] is het niet eens met de opgelegde last en de invordering van de dwangsom. Zij kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak, waarin de rechtbank haar beroep tegen het besluit op bezwaar en het invorderingsbesluit ongegrond heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2437
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202306792/1/R1

202306917/1/A2

Bij besluit van 19 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een verkeersbesluit genomen waarbij een ligplaatsverbod is ingesteld voor een steiger aan de Borneokade. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen sinds 1999 op een woonboot aan de [locatie 1] in Amsterdam en exploiteren hierop ook een bed and breakfast. De woonboot ligt nabij een steiger, die onder meer gebruikt wordt om te recreëren en van daar af in het water te gaan. In 2012 is de woonboot verplaatst naar de [locatie 2]. Vanaf die locatie ligt de woonboot op 28 meter afstand van de steiger. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] stellen veel overlast te ervaren van de zwemmers. Om de veiligheid van de zwemmers te vergroten heeft het college een ligplaatsverbod ingesteld (het verkeersbesluit). [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar is door het college ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2430
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306917/1/A2

202307604/1/A3

Bij besluit van 7 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo het verzoek van [appellanten] om een gedeelte van het Bogardeind, gelegen op de percelen van [appellanten], te onttrekken aan het openbaar verkeer in de zin van artikel 11 van de Wegenwet, afgewezen. [appellanten] wonen aan het [locatie 1] in Geldrop. Ze zijn eigenaar van de gronden gelegen aan het [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Een gedeelte van deze gronden, dat in eigendom is van [appellanten], is in gebruik als openbare weg, namelijk als fietspad, trottoir en een klein deel van de rijbaan. Dit gedeelte ligt voor hun woningen. Het Bogardeind is een weg in de bebouwde kom van Geldrop met een snelheidslimiet van 50 km/u. De weg vormt een verbinding tussen het centrum van Geldrop en de nabijgelegen A67. [appellanten] zijn van mening dat het college van B&W hun gronden onrechtvaardig en onrechtmatig gebruikt. Ze ervaren namelijk overlast van geluid, slechte luchtkwaliteit en trillingen. Ook wordt er inbreuk gemaakt op hun eigendomsrecht. Op 2 augustus 2020 hebben [appellanten] de raad daarom verzocht om een gedeelte van het Bogardeind, dat is gelegen op hun percelen, aan het openbaar verkeer te onttrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2408
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202307604/1/A3

202401786/1/R2

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het legaliseren van een bijgebouw, in afwijking van het bestemmingsplan, met opstelplaatsen voor een warmtepomp, twee airco-units en een scherm op perceel [locatie] in Prinsenbeek. [partij B] en [partij A] hebben een bouwwerk gerealiseerd aan de [locatie]. Het college heeft dit bouwwerk aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk en in verband met de overschrijding van de maximaal toegestane oppervlakte met 34 m² en het niet voldoen aan de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de "Beleidsregels voor het afwijken van een bestemmingsplan Breda 2015" (de beleidsregels). Omdat er volgens [appellant A] en [appellant B] met het bouwwerk een tweede zelfstandige woning is gerealiseerd, had volgens hen de omgevingsvergunning niet verleend mogen worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2402
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401786/1/R2

202401930/1/R3

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Weststellingwerf het bestemmingsplan "[locatie]" vastgesteld. Op 29 januari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie]" vastgesteld. Het plan voorziet in de uitbreiding van het akkerbouwbedrijf van [v.o.f.] dat is gevestigd aan de [locatie] in Steggerda. [v.o.f.] heeft het voornemen om een bewaarloods, een spoelplaats en een bietenstortplaats te realiseren. Hiervoor moet het bouwvlak worden vergroot. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de Steggerdaweg en vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de raad geen deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. Zo heeft de raad in 2017 ook een bestemmingsplan voor dit perceel vastgesteld. In dit plan was het niet mogelijk voor [v.o.f.] om het bedrijf verder uit te breiden. Dit is toentertijd bevestigd door een medewerker van de gemeente. De omwonenden hadden er dan ook op mogen vertrouwen dat het agrarische bedrijf niet verder zou uitbreiden in de toekomst. Het nieuwe bestemmingsplan maakt een uitbreiding van het agrarische bedrijf nu toch wel mogelijk, terwijl dit haaks staat op het vorige bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2422
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202401930/1/R3

202402340/1/R3

Bij besluit van 29 augustus 2019 heeft het college de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning te verlenen buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft op 26 juni 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het opdelen van zijn woning aan de [locatie] in Den Haag in vier afzonderlijke studiowoningen. Ook heeft [appellant] zijn toenmalige architect van het bedrijf Nota bene architectuur als gemachtigde opgegeven in de aanvraagprocedure. Het college heeft [appellant] bij brief van 22 juli 2019 in de gelegenheid gesteld om ontbrekende gegevens per activiteit aan te vullen. [appellant] heeft aanvullende gegevens aangeleverd, maar deze waren volgens het college niet volledig. Het college heeft op 29 augustus 2019 de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat er geen aanvraagformulier voor de activiteit ‘handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten’ en geen fotorapportage van het monument met overzichts- en detailfoto’s is ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2409
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402340/1/R3

202402578/1/R1

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Scheldestromen het projectplan "Herinrichting Kruispolder" vastgesteld. In het projectplan staan maatregelen beschreven om het watersysteem in de Kruispolder te verbeteren. De maatregelen bestaan uit het verwijderen en opnieuw aanbrengen van waterlopen en waterkeringen in het projectgebied. De rechtbank heeft beoordeeld of het dagelijks bestuur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij heeft overwogen dat dat het geval is, omdat [appellant] geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In hoger beroep ligt de vraag voor of de rechtbank [appellant] terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2415
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202402578/1/R1

202402639/2/R4

Bij tussenuitspraak van 8 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4811, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Wijchen opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 29 februari 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bergharen, Kerkenweide" te herstellen. Uit wat de Afdeling onder 5.4, 7.3 en 8.2 in de tussenuitspraak heeft overwogen, volgt dat het besluit van 29 februari 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan, voor zover het betreft de artikelen 5.3.4, 4.3.1, onder a, en 5.3.5 van de planregels, niet zorgvuldig is voorbereid en in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling heeft in de bepalingen uiteenlopende gebreken vastgesteld. Het beroep van [appellant sub 1] en anderen is gegrond, zodat dit besluit, voor zover het betreft de genoemde bepalingen, wordt vernietigd. [appellant sub 1] en anderen betogen dat de raad artikel 5.3.4 van de planregels ten onrechte heeft geschrapt. Zij voeren aan dat het plangebied groter is dan het gebied dat is bezien in de Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) van onderzoeks- en adviesbureau BAAC en dat er flexibel kan worden omgegaan met de plaatsing van de 23 grondgebonden woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2421
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402639/2/R4

202403429/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers het door [appellant] tegen de grensconstructie gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij ditzelfde besluit heeft de bewaarder [appellant] te kennen gegeven dat hij ambtshalve gegevens in het kadaster heeft gewijzigd. [appellant] is sinds mei 2005 eigenaar van een perceel gelegen aan de Bredeweg te Geffen, sectie B nummer 1756 (nu 2537). Op 22 maart 2023 is er op verzoek van [appellant] een grensreconstructie uitgevoerd. Tijdens de grensreconstructie is vastgesteld dat de perceelgrenzen zoals weergegeven op de kadastrale kaart niet in overeenstemming zijn met het brondocument. De grootte van het perceel van [appellant] is niet 2315 m2 maar 2130 m2. [appellant] heeft tegen de grensreconstructie bezwaar gemaakt. De grensreconstructie is volgens hem niet goed uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2440
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403429/1/A3

202403530/1/R3

Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfswoning met jongveestal op het perceel [locatie 1] in Oosterwolde. Op 14 mei 2020 heeft [appellante] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bedrijfswoning met jongveestal op het perceel [locatie 1] in Oosterwolde. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning bij besluit van 30 juni 2022 verleend. [partij] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zijn bezwaar ten aanzien van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de bedrijfswoning is gegrond verklaard en de vergunning daarvoor is alsnog geweigerd, omdat het bouwplan volgens het college in strijd is met de regels van het ten tijde van het bestreden besluit ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied, Veegplan 2018". De rechtbank heeft overwogen dat het college de vergunning heeft kunnen weigeren, omdat het beoogde plan onderdeel zou uitmaken van het bestaande agrarische bedrijf op de locatie [locatie 2] en [locatie 3] in Oosterwolde en daarmee zou leiden tot de realisatie van een derde bedrijfswoning van het agrarisch bedrijf. [appellante] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2406
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403530/1/R3

202403981/1/A3

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tank Cleaning Europoort een eis tot naleving gesteld. Toezichthouders hebben op 28 februari 2022 in opdracht van de minister bij Tank Cleaning Europoort gecontroleerd op blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Tijdens deze controle hebben de toezichthouders geconstateerd dat werknemers bij het schoonmaken van tankcontainers en tankopleggers handschoenen gebruikten die van PVC zijn gemaakt. Volgens de minister moet echter gebruik worden gemaakt van handschoenen die zijn gemaakt van polyvinyl alcohol of nitrile rubber. Dat staat in een veiligheidsinformatieblad (vib). Deze handschoenen zijn beter bestand tegen de stof Hydradd M62, waarmee de schoonmaakwerkzaamheden worden uitgevoerd. Van de controle hebben de toezichthouders bij brief van 31 maart 2022 verslag gedaan. Omdat Tank Cleaning Europoort handschoenen van PVC gebruikt, is volgens de minister sprake van een overtreding van artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onder b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Daarom heeft hij op grond van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet een eis tot naleving van de voorschriften gesteld. De rechtbank heeft de besluitvorming van de minister rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2403
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202403981/1/A3

202404267/1/R2

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Bladel het bestemmingsplan "Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022" vastgesteld. De raad heeft de herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Bladel 2014" vastgesteld om een aantal omissies uit het oorspronkelijke plan te herstellen, vergunningen te borgen en een aantal nieuwe bestemmingen in het plangebied mogelijk te maken. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben allebei beroep ingesteld tegen het plan. [appellant sub 1] betoogt dat het besluit tot vaststelling van het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de raad geen bouwvlak voor zijn stal op [locatie] in het plan heeft opgenomen. Hij voert hierover aan dat de vergunning voor de stal weliswaar niet meer te vinden is, maar aangezien de stal er al 93 jaar staat had de raad beter moeten onderbouwen waarom het opnemen van de stal in het bestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2419
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404267/1/R2

202405028/1/R1

Bij besluit van 3 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor een schutting op het perceel aan [locatie 1] in Vlissingen (het perceel). Het college heeft bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 3 december 2020 geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo te verlenen voor een schutting bij zijn woning op het perceel. Vast staat dat de schutting in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Paauwenburg - Groot Lammerenburg" (bestemmingsplan). Het perceel is daarin bestemd tot "Wonen". Op grond van artikel 19.2.4, aanhef en onder b, van de planregels mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste één meter zijn. De schutting op het perceel ligt voor de voorgevel en is meer dan één meter hoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2427
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202405028/1/R1

202405342/1/A3

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden [appellante] per 10 oktober 2023 uitgeschreven uit de basisregistratie personen. Het college heeft [appellante] uitgeschreven uit de brp en opgenomen dat zij is vertrokken uit Nederland, omdat uit adresonderzoek bleek dat zij al twee jaar niet meer op [adres] in Leiden zou wonen. Zij zou hebben verklaard in Breda te verblijven. Volgens [appellante] is het uitgevoerde onderzoek en de reden voor uitschrijving onzorgvuldig. De rechtbank heeft de besluitvorming van het college rechtmatig geacht. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet bereikbaar zou zijn of dat er een ander adres kenbaar zou zijn waarop zij bereikbaar was. Volgens haar is er regelmatig contact geweest tussen haar en medewerkers van de gemeente Leiden. Daarom is niet voldaan aan de eisen van artikel 2.22 van de Wet brp. Het onderzoek is volgens haar onzorgvuldig geweest. Inmiddels staat zij weer ingeschreven op het adres in Leiden. Gezien haar zeer uitzonderlijke situatie had het college op basis van hardheid een ander besluit moeten nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2428
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202405342/1/A3

202405664/1/A3

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft de burgemeester de woning aan de [locatie 1] in Rotterdam (de woning) voor de duur van een maand gesloten op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet. [appellanten] zijn eigenaar van de woning en wonen daar met hun gezin. De burgemeester heeft besloten om de woning op 24 februari 2023 voor de duur van een maand te sluiten op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet. Met het besluit van 28 augustus 2023 is de burgemeester hierbij gebleven. De sluiting van de woning berust op een op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie van 24 februari 2023. In deze bestuurlijke rapportage staat dat op 24 februari 2023 brand is gesticht/een (mislukte) aanslag is gepleegd voor de woning. Daarbij is volgens de brandweer gebruikgemaakt van een fles benzine in combinatie met vuurwerk. Vermoedelijk betrof het vuurwerk een cobra 6 die niet op de juiste wijze is ontploft. Ter plaatse was een brandplek voor de deur van de woning zichtbaar. Ook was er een grijze waas op de gevel van de woning zichtbaar, wat vermoedelijk door de rook is veroorzaakt. De politie vermoedt dat de brandstichting te maken heeft met een familieruzie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2420
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405664/1/A3

202405762/1/R1

Bij besluit van 10 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen van drie ramen en kozijnen van zijn woning aan het [locatie 1] in Haarlem. [appellant] heeft op 20 augustus 2021, nadat hij de ramen en kozijnen heeft laten vervangen, een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de drie nieuwe ramen en kozijnen op de eerste verdieping aan de voorzijde van zijn woning aan het [locatie 1] in Haarlem. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan in strijd is met artikel 18.2, aanhef en onder e, van de regels van het bestemmingsplan. Volgens hem verandert er niets aan de gevelindeling, omdat de aanvraag slechts ziet op het vervangen van de bestaande ramen en kozijnen. De gevelopeningen waarin de oude ramen en kozijnen aanwezig waren zijn namelijk intact gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2432
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405762/1/R1

202406180/1/A3

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de korpschef van politie een toestemming aan [beveiligingsbedrijf] om [appellant sub 1] te laten werken als beveiliger ingetrokken. De korpschef heeft [beveiligingsbedrijf] op 29 oktober 2019 toestemming verleend om [appellant sub 1] te mogen laten werken als beveiliger. Deze toestemming heeft de korpschef ingetrokken, omdat hij twijfels heeft over de betrouwbaarheid van [appellant sub 1]. Over die twijfels heeft de korpschef gesteld dat [appellant sub 1] wordt verdacht van mishandeling en openlijke geweldpleging op 2 november 2018. Deze gebeurtenissen zijn opgenomen in een proces-verbaal van 13 november 2018. Ook heeft de korpschef gesteld dat [appellant sub 1] onder invloed van alcohol heeft gereden en daarbij een ongeval heeft veroorzaakt op 6 februari 2022. Verder heeft [appellant sub 1] volgens de korpschef op 13 maart 2021 niet zijn rijbewijs kunnen tonen nadat hij in een onverzekerde auto reed en heeft hij op 17 augustus 2021 een verkeersboete gehad voor het niet op juiste wijze koppelen van een aanhanger aan een voertuig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2429
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202406180/1/A3

202406914/1/A3

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [appellanten] om een uittreksel historische adressen afgewezen. [appellanten] hebben op 8 december 2023 verzocht om een uittreksel uit de basisregistratie personen van hun historische adressen. Bij besluit van 24 januari 2024 heeft het college geweigerd deze uittreksels te verstrekken. Bij brief van 8 februari 2024 hebben [appellanten] het college in gebreke gesteld. Bij brief van 27 mei 2024 heeft het college de gemachtigde verzocht te onderbouwen dat het verlenen van rechtsbijstand zijn duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte, taakuitoefening is. De uittreksels waar om is verzocht, zijn alsnog aan [appellanten] verstrekt. Bij besluit van 28 mei 2024 heeft het college de bezwaarschriften van [appellanten] niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belang daarbij meer zouden hebben. Voor zover verzocht is om vergoeding van de gemaakte proceskosten, zal het college een apart besluit nemen, omdat meer informatie nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2418
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406914/1/A3

202407341/1/A3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft de burgemeester aan [partij] een exploitatievergunning alcoholverstrekkend horecabedrijf met terras met een looptijd van 3 jaar verleend. Bij besluit van 8 september 2022 (besluit 1) heeft de burgemeester van Amsterdam het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover het de toestemming voor het exploiteren van het terras betreft, de overige bezwaren ongegrond verklaard, het besluit van 7 december 2021 ingetrokken voor wat betreft het terras en dit besluit voor het overige in stand gelaten. Bij besluit van 6 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. Op 7 december 2021 is aan [partij] een exploitatievergunning verleend op het adres [locatie] in Amsterdam. Hierna heeft [partij] de horecagelegenheid [bedrijf] geëxploiteerd op deze locatie. Partijen zijn verdeeld over het karakter van deze horecagelegenheid. Met besluit 1 heeft de burgemeester de exploitatievergunning in stand gelaten met uitzondering van de toestemming voor het exploiteren van het terras. Met besluit 2 heeft college het besluit tot weigering om handhavend op te treden in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2417
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202407341/1/A3
vorige pagina1...91011...1.252volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon