Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202107102/1/A3

Bij besluit van 26 mei 2020 heeft de minister voor Medische Zorg aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 16.750,- wegens overtreding van voorschriften voor het bewaren van recepten van opiumwetmiddelen. [appellante] was als apotheker werkzaam bij [apotheek] te [plaats]. Op 29 januari 2019 heeft een inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd onder verantwoordelijkheid van de minister een bezoek gebracht aan de apotheek. Daarbij heeft de inspecteur onderzocht of recepten op de voorgeschreven wijze worden bewaard. De inspecteur heeft gevraagd of hij opiumwetrecepten kon inzien, gesorteerd op naam van de voorschrijver, het middel en de datum van aflevering. Dat overzicht kon [appellante] niet tonen. Zij bewaarde de recepten gesorteerd op naam van het ziekenhuis of instelling. Tussen die recepten werden ook andere dan opiumwetrecepten bewaard. De inspecteur heeft daarom in zijn op 3 februari 2020 opgemaakte boeterapport opgenomen dat [appellante] artikel 3c, tweede lid, van de Opiumwet, in samenhang gelezen met artikel 5, eerste lid, van het Opiumwetbesluit, heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3702
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107102/1/A3

202107150/1/R2

Bij besluit van 28 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond aan de gemeente Roermond een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van 12 bomen op het perceel aan de Minister Bongaertsstraat. De omgevingsvergunning gaat over het kappen van 9 bomen, waaronder een moeraseik, het verplaatsen van 2 bomen en het snoeien van 1 boom, te weten de rode esdoorn. Deze bomen worden geveld om uitvoering te kunnen geven aan het bestemmingsplan "Herontwikkeling Minister Bongaertsstraat". Het college heeft aan Stichting Wonen Zuid een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met het bestemmingsplan. Tegen deze twee besluiten hebben onder meer [appellant sub 1] en anderen en [appellanten sub 2] beroep ingesteld. Naar aanleiding daarvan heeft de Afdeling op 12 april 2023 een einduitspraak voor onder meer [appellant sub 1] en een tussenuitspraak voor [appellanten sub 2] gedaan, ECLI:NL:RVS:2023:1445. Na de tussenuitspraak hebben [appellanten sub 2] hun beroep ingetrokken. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning zijn dus inmiddels onherroepelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3685
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202107150/1/R2

202107672/1/A3

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college de kosten van de toepassing van de (spoed)bestuursdwang, bestaande uit het in beslag nemen van de hond van [appellant sub 2], vastgesteld op € 4.854,74 en bij [appellant sub 2] in rekening gebracht. Op 28 augustus 2018 heeft het college [hond] in beslag genomen na een aantal bijtincidenten. Bij besluit van 27 december 2018 heeft college het bezwaar van [appellant sub 2] tegen de schriftelijke vastlegging van het besluit tot inbeslagname ongegrond verklaard en dat besluit gehandhaafd. Bij uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:514, zijn deze besluiten onherroepelijk geworden. De periode waarin [hond] werd bewaard en waarvan de kosten in rekening zijn gebracht is van 28 augustus 2018 tot 24 mei 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3697
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107672/1/A3

202200778/1/A2

Bij besluit van 4 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen de aanvraag van [appellant] om een persoonsgebonden parkeervoorziening in de Mgr. Brulsstraat te Hulsberg te realiseren afgewezen. [appellant] woont in de Mgr. Brulsstraat te Hulsberg, op [locatie 1], en is vanaf 2016 in gesprek met de gemeente Beekdaelen en haar rechtsvoorgangster, de gemeente Nuth, om een oplossing te vinden voor parkeerproblemen die er volgens hem in en rondom die straat bestaan. De gemeente heeft ook overleg gevoerd met andere bewoners van de Mgr. Brulsstraat. In 2019 heeft de gemeente een langparkeerstrook met drie parkeerplaatsen in de Mgr. Brulsstraat gerealiseerd met drie parkeerborden met de tekst "gereserveerd voor huisnummers [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 1]". Naar aanleiding van een gesprek op het gemeentehuis met een aantal bewoners heeft de gemeente ervoor gekozen de parkeerborden te verwijderen en aan het begin van de straat één parkeerbord te plaatsen met een onderbord met de tekst "gereserveerd voor bewoners Mgr. Brulsstraat".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3688
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200778/1/A2

202200952/2/A2

Op 8 februari 2023 deed de Afdeling een tussenuitspraak (ECLI:NL:RVS:2023:493) in deze zaak. In die uitspraak is geoordeeld dat [appellant] aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden en kreeg [appellant] acht weken de tijd om zijn schade te onderbouwen met bewijzen. Voor het procesverloop tot dan wordt naar de tussenuitspraak verwezen. [appellant] heeft eerder tot en met de Afdeling geprocedeerd over het besluit van 16 november 2015. Daarbij had het college zijn parkeervergunning ingetrokken per 1 maart 2016. De Afdeling heeft in een uitspraak van 2 mei 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1330) geoordeeld dat de rechtbank dit besluit terecht had vernietigd. Het college heeft [appellant] daarom met ingang van 1 augustus 2018 opnieuw een parkeervergunning toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3680
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200952/2/A2

202201157/1/R1

Bij besluit van 11 november 2021 heeft de raad van de gemeente Tholen het bestemmingsplan "Buitengebied - Kastelijnsweg, Sint Maartensdijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen aan de Kastelijnsweg [nummer A], [nummer B], [nummer C] en [nummer D] te Sint-Maartensdijk. Het plan heeft tot doel de herontwikkeling van de locatie aan de Kastelijnsweg [nummer B] mogelijk te maken en tegelijkertijd de bestemming van een aantal voormalige agrarische bedrijven om te zetten in de bestemming wonen, zodat de bestemming van deze percelen aan zal sluiten bij het daadwerkelijke gebruik. Het onderhavige bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Tholen". [belanghebbende] en anderen zijn de initiatiefnemers van het plan. [appellant] is de eigenaar van de gronden aan de Kastelijnsweg [nummer E] te Sint-Maartensdijk (kadastrale percelen 1513 en 1514). Hij kan zich niet met de ontwikkeling verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3710
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202201157/1/R1

202202044/1/R4

Bij besluit van 19 september 2021 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat krachtens de artikelen 9 en 12 van de Verordening (EG) nr. 1013/2006, betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB 2006, L 190; EVOA) bezwaar gemaakt tegen de overbrenging van 50.000 ton teerhoudend asfaltgranulaat vanuit België naar Nederland. Op grond van de EVOA zijn vier algemene kennisgevingen gedaan van voorgenomen overbrengingen van TAG vanuit België, Luxemburg en Frankrijk en van afgewerkte bleekaarde vanuit België naar de afvalverwerkingsinrichting van ATM in Moerdijk. ATM beoogt het TAG en de bleekaarde samen te voegen met verontreinigde grond en vervolgens thermisch te reinigen en te zeven, waarbij deelfracties zand, grind en puin ontstaan. Deze deelfracties worden vervolgens elders afgezet. Het zand wordt toegepast bij civiele werken, bij de productie van vormgegeven bouwstoffen of als toeslagmateriaal in de asfaltindustrie. Het grind wordt toegepast als toeslagstof in beton, betonwaren en de asfaltindustrie. Het puin wordt afgezet naar een puinbreker, waarna het wordt toegepast als fundatiemateriaal in de wegenbouw of als secundaire grondstof in de beton- en asfaltindustrie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3690
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202202044/1/R4

202202514/1/R4

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Oudewater het bestemmingsplan "Westkade ten noorden van 2 en 3, Hekendorp" vastgesteld. Het plangebied grenst aan de woningen van [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en [belanghebbende]. [belanghebbende] wil in het plangebied drie woningen realiseren. Op dit moment rust de bestemming "Wonen" zonder bouwvlak op de grond. Om de bouw van de drie woningen mogelijk te maken, is dit plan opgesteld. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] kunnen zich niet verenigen met het plan en komen daarom op tegen de vaststelling hiervan. Volgens hen is het plan niet passend in de omgeving en doet het afbreuk aan hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3696
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202514/1/R4

202202628/1/A2

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de algemeen directeur van bestuurs- en concernondersteuning van de gemeente Rotterdam een verzoek van [appellant] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellant] is huurder van een bedrijfspand aan de [locatie] te Rotterdam en exploitant van de avondwinkel in dat pand. Op 28 oktober 2016, omstreeks 00:37 uur, heeft in en nabij de avondwinkel een geweldsincident plaatsgevonden, waarbij slag- en vuurwapens zijn gebruikt. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester bij besluit van 28 oktober 2016 op grond van artikel 2.35, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 en in lijn met de Horecanota Rotterdam 2012-2016 en het daarin opgenomen handhavingsarrangement de spoedsluiting bevolen van de avondwinkel voor de duur van maximaal twee weken (hierna: de spoedsluiting). Bij besluit van 10 november 2016 heeft de burgemeester de sluiting van de avondwinkel bevolen voor de duur van drie maanden. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester het verzoek om nadeelcompensatie terecht heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3707
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202202628/1/A2

202202955/1/R2

Bij besluit van 6 april 2020 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor huisvesting van 16 arbeidsmigranten en het aanleggen van een in- en uitrit aan de [locatie] in Echt. Het college heeft [vergunninghouder] op 6 april 2022 een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan verleend voor de huisvesting van 16 arbeidsmigranten en het aanleggen van een in- en uitrit. Voorheen zat er in het pand een hotel met bar en restaurant en een bedrijfswoning. De VvE is eigenaar van een aangrenzend appartementencomplex, waar [appellant sub 1] woont. Beide zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning, omdat zij voor geluidsoverlast, schendingen van de privacy en parkeerproblemen vrezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3698
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202955/1/R2

202203503/1/A3

Bij besluit van 19 april 2021 heeft de burgemeester van Rotterdam besloten de woning aan de [woonplaats] te Rotterdam met toepassing van een last onder bestuursdwang te sluiten voor de duur van zes maanden. Op 12 januari 2021 heeft de politie in het kader van een onderzoek dat zich richtte op een crimineel samenwerkingsverband dat zich nationaal en internationaal bezighield met de handel en productie van verdovende middelen, de woning aan de [woonplaats] te Rotterdam doorzocht. Bij die doorzoeking heeft de politie 1,42 g methamfetamine, een jerrycan met 4 L tolueen, een geldtelmachine, een doorgeladen handpistool, een deels met patronen geladen revolver en 49 vuurwapenpatronen aangetroffen. Methamfetamine is een harddrug en staat op lijst I van de Opiumwet. Tolueen is een middel dat wordt gebruikt voor de productie van methamfetamine. Van deze doorzoeking heeft de politie op 3 februari 2021 een op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage naar de burgemeester toegezonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3705
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203503/1/A3

202203794/1/R2

Bij besluit van 18 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [veehouderij] voor het in werking hebben van een varkenshouderij aan de [locatie 1] in Olst. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. In 1982 is aan de veehouderij een Hinderwetvergunning verleend voor het in werking hebben van een melkvee- en varkenshouderij met een veebestand van 15 opfokkalveren, 57 melkkoeien en 325 vleesvarkens. Op 10 maart 2000 is aan de veehouderij een revisievergunning verleend voor het houden van 30 melkkoeien, 22 stuks jongvee en 934 vleesvarkens. In die revisievergunning is vastgesteld dat een deel van de Hinderwetvergunning is vervallen. Daarnaast zijn productierechten aangekocht van twee varkenshouderijen ten behoeve van de revisievergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3699
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203794/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203794/1/R2

202203795/1/R2

Bij besluit van 18 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [melkveebedrijf] voor het wijzigen van een melkveehouderij aan de [locatie] in Almelo. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan een melding op grond van het Besluit rundveehouderijen Wet milieubeheer van 21 oktober 1998. Volgens het college is dit de kleinste toestemming sinds de referentiedatum 10 juni 1994. Op grond van die melding was het veebestand 42 melkkoeien en 53 stuks jongvee. Al deze dieren werden gehuisvest in reguliere stallen. Het college heeft de omvang van de emissie in de referentiesituatie en beoogde situatie berekend met behulp van de emissiefactoren die voor de aangevraagde stalsystemen zijn opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3694
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203795/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203795/1/R2

202203796/1/R2

Bij besluit van 18 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [maatschap] aan de [locatie] in Hasselt voor het wijzigen van een melkveehouderij. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan een vergunning op grond van de Hinderwet van 26 september 1989. Op grond van de Hinderwetvergunning waren 59 melk- en kalfkoeien toegestaan en 41 stuks vrouwelijk jongvee. Al deze dieren werden gehuisvest in reguliere stallen. Het college heeft de omvang van de emissie in de referentiesituatie en beoogde situatie berekend met behulp van de emissiefactoren die voor de aangevraagde stalsystemen zijn opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3691
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203796/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203796/1/R2

202203797/1/R2

Bij besluit van 18 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [maatschap] voor het wijzigen van een melkveehouderij aan [locatie] in Rouveen. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan een vergunning die op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 op 9 december 2014 is verleend. Op grond van deze vergunning waren 170 melk- en kalfkoeien in reguliere stallen en 91 stuks vrouwelijk jongvee in bestaande reguliere stallen toegestaan. Het college heeft de omvang van de emissie berekend met behulp van de emissiefactoren die voor de aangevraagde stalsystemen zijn opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3692
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203797/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203797/1/R2

202203799/1/R2

Bij besluit van 16 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [veehouderij] voor het wijzigen van een melkveehouderij aan de [locatie] in Balkbrug. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan de Hinderwetvergunning van 2 maart 1982. Deze vergunning ziet op het houden van maximaal 100 stuks rundvee. In de Hinderwetvergunning is geen onderscheid gemaakt tussen soorten rundvee. Het college is er vanuit gegaan dat er 80 melkkoeien en 20 stuks jongvee werden gehouden. Het college heeft de omvang van de emissie berekend met behulp van de emissiefactoren die voor de aangevraagde stalsystemen zijn opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3693
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203799/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203799/1/R2

202203800/1/R2

Bij besluit van 29 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [maatschap] voor het wijzigen van een melkveehouderij aan de [locatie] in Mastenbroek. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan de Hinderwetvergunning van 7 mei 1991. Deze vergunning ziet op het houden van maximaal 73 melkkoeien in een regulier stalsysteem, 62 stuks vrouwelijk jongvee in reguliere stallen, 11 vleeskalveren en 1 vleesstier. Het college heeft de omvang van de emissie berekend met behulp van de emissiefactoren die voor de aangevraagde stalsystemen zijn opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3687
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203800/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203800/1/R2

202203801/1/R2

Bij besluit van 29 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [landbouwbedrijf] voor het wijzigen van een pluim- en melkveehouderij aan de [locatie] in Zuthem. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend, omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 van 18 maart 2013. Die vergunning is verleend voor het houden van 168 melkkoeien en 10 stuks vrouwelijk jongvee in de bestaande stallen A en B met een regulier stalsysteem, het houden van 123 stuks jongvee in de nieuw te bouwen stal V, met een regulier stalsysteem, het houden van 36.700 vleeskuikens in de bestaande stal J met een emissiearm stalsysteem (E5.5) en het houden van 138.200 vleeskuikens in de bestaande stallen K, L en M.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3695
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203801/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203801/1/R2

202203803/1/R2

Bij besluit van 29 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [appellant sub 1] voor het wijzigen van een pluimveehouderij aan de [locatie] in Geesteren. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. Op 11 april 2014 is aan de veehouderij een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het houden van 12.000 vleeskuikens in een stal met een regulier stalsysteem en 107.500 vleeskuikens in stallen twee tot en met vijf die zijn uitgerust met het emissiearme stalsysteem E5.10. Aan deze vergunning is de referentiesituatie ontleend. Het college heeft de omvang van de emissie berekend met behulp van de emissiefactoren die voor de aangevraagde stalsystemen zijn opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3689
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203803/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203803/1/R2

202203805/1/R2

Bij besluit van 29 september 2020 heeft het college een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend aan [maatschap] voor het wijzigen van een melkveehouderij aan de [locatie] in Beuningen. Het college heeft de natuurvergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De natuurvergunning is verleend omdat de aangevraagde situatie leidt tot een gelijkblijvende of afnemende depositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan een melding op grond van het Besluit rundveehouderijen milieubeheer van 27 oktober 2006. Volgens het college is dit de kleinste toestemming sinds de referentiedatum 10 juni 1994. Op grond van die melding was het veebestand 75 melk- en kalfkoeien, 50 stuks vrouwelijk jongvee, 1 vleesstier, 3 vleeskalveren, 2 paarden, 4 pony’s en 20 legkippen. Al deze dieren werden gehuisvest in reguliere stallen. Het college heeft de omvang van de emissie berekend met behulp van de emissiefactoren die voor de aangevraagde stalsystemen zijn opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3700
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203805/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203805/1/R2

202204369/1/R2

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout het verzoek van Thema Park B.V. om handhavend op te treden tegen diverse gestelde overtredingen op het perceel Meerpaal 20 in Oosterhout afgewezen. Thema Park B.V. is een projectontwikkelaar gevestigd op een bedrijventerrein waar ook Ahmet Yesevi Moskee een pand gebruikt. Thema Park B.V. neemt in dat pand diverse maatschappelijke activiteiten waar en heeft daarom het college gevraagd handhavend op te treden wegens handelen in strijd met het bestemmingsplan omdat voor het perceel een bedrijfsbestemming geldt. Handhavers hebben bij een controle geconstateerd dat er ongeveer vier keer per week bijeenkomsten plaatsvinden die zijn verbonden met de moskee die gevestigd is op een andere plek in Oosterhout. Daarnaast wordt het pand vanwege ruimtegebrek in de moskee soms gebruikt voor tijdelijke opslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3701
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204369/1/R2

202204379/1/R1

Bij besluit van 24 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Zeewolde het bestemmingsplan "Noorderwold deelgebied 3" gewijzigd vastgesteld. Het project Noorderwold-Eemvallei is onderdeel van het provinciale Programma Nieuwe Natuur. Dit project wordt gefaseerd aangelegd. Eerst wordt Noorderwold fase 1 voorzien met een totale oppervlakte van 185 ha. Het plangebied van het voorliggende plan omvat een deel van Noorderwold fase 1, namelijk deelgebied 3 met een oppervlakte van 37 ha. Het plangebied ligt nabij de Ibisweg en grenst aan de Wulptocht. In deelgebied 3 wordt op voorheen agrarische gronden voor een gedeelte een (compensatie) bos aangeplant. In de zuidwesthoek van het gebied wordt alleen beplanting aangebracht zonder diepgaande wortels, zoals bloemenblokken of wintervoedselstroken. In het oostelijke deel tussen de twee windmolens vindt natuurlandbouw plaats. Het perceel wordt aan de randen omzoomd met een grasstrook als bufferzone en overgang naar de naastliggende kavels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3683
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202204379/1/R1

202204697/1/R1

Bij besluit van 10 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "Schijndel Centrum 2009, herziening Hoofdstraat 152-154" vastgesteld. Het plan voorziet in de uitbreiding van een Aldi-supermarkt aan de Hoofdstraat 154 in Schijndel met een inpandige laad- en losruimte, een magazijn, een kantine en inpandige parkeerplaatsen. Beoogd is het winkelvloeroppervlak van de supermarkt te vergroten van 588 m² wvo naar 1.082 m² wvo. Om de uitbreiding mogelijk te maken moet de naastgelegen woning aan de Hoofdstraat 152 gesloopt worden. Ter plaatse van die woning zal een nieuw gebouw worden gerealiseerd dat ruimte biedt voor de uitbreiding van de supermarkt, commerciële ruimten, twee appartementen en de tweede entree van de Aldi-supermarkt. Het beroep van [appellant] en anderen is mede ingesteld namens [appellant B] en [appellant A]. [appellant] en anderen wonen in de directe nabijheid van het plangebied aan de Sint Servatiusstraat. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van de uitbreiding van de Aldi-supermarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3684
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204697/1/R1

202206484/1/A2

Bij besluit van 9 juli 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek van Katerberg om nadeelcompensatie afgewezen. [appellante sub 2] is exploitant van een akkerbouwbedrijf aan de [locatie] te Zuidwolde. De bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen bevinden zich aan de westelijke zijde van de rijksweg N48. De bedrijfsgronden liggen deels aan de westelijke zijde en voor het overige aan de oostelijke zijde van de rijksweg. Ten behoeve van haar bedrijfsactiviteiten aan de oostelijke zijde van de rijksweg heeft [appellante sub 2] een oversteekplaats op de rijksweg in gebruik gehad ter hoogte van de Zuiderweg in het buurtschap Schuttershuizen tussen hectometerpaal 110,1 en hectometerpaal 110,2. De oversteekplaats lag op het perceel, kadastraal bekend gemeente Zuidwolde, sectie L, nr. 482. 2. Rijkswaterstaat heeft in samenwerking met onder meer de provincie Drenthe en de gemeente De Wolden een project opgezet om de verkeersveiligheid op de rijksweg N48 te verbeteren. [appellante sub 2] kan daardoor niet langer gebruik maken van de oversteekplaats ter hoogte van de Zuiderweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3711
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202206484/1/A2

202206680/1/R4

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Buitengebied, [locatie 1], Wijchen" vastgesteld. Het plan voorziet met de bestemming "Wonen - 1" en een bouwvlak in de mogelijkheid van een extra woning op de plek van een bestaand bijgebouw (een voormalige paardenstal) op het perceel [locatie 1] in Wijchen. [partijen] willen hier voorzien in huisvesting voor hun (schoon-)ouders en op termijn voor hun kinderen. [appellant] woont op het perceel [locatie 2] en vreest voor overlast van het gebruik van de mogelijk gemaakte woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3681
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206680/1/R4

202207151/1/V6

Bij besluit van 14 mei 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 350,00 wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering en bepaald dat hij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. De minister heeft [appellant] bij brief van 24 april 2015 meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is op 25 februari 2015 gestart en hij had, met twee verlengingen wegens verblijf in een asielzoekerscentrum, tot en met 23 november 2018 de tijd om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht. De minister heeft de inburgeringstermijn opnieuw verlengd tot en met 24 oktober 2019 wegens medische redenen. [appellant] heeft namelijk op 14 juni 2018 een operatie ondergaan aan zijn rechteronderbeen waarop een revalidatieproces is gevolgd. Omdat [appellant] niet op 24 oktober 2019 aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister hem bij brief van 29 oktober 2019 een vooraankondiging gestuurd met daarin het voornemen hem een boete van € 525,00 op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3686
Datum uitspraak
4 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202207151/1/V6

202200888/1/V2

Bij besluiten van 29 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3660
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200888/1/V2

202206402/1/V2

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 21 oktober 2022 in zaak nr. NL20.8963.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3653
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202206402/1/V2

202301171/1/V3

Bij besluit van 28 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3666
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301171/1/V3

202302890/2/R1

Bij besluit van 1 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aan MVJ Ontwikkelingen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het herontwikkelen van het voormalige klooster Calvariënberg aan de Abtstraat 2 te Maastricht. Het voormalige klooster Calveriënberg is een rijksmonumentaal gebouwencomplex in het centrum van Maastricht. Het is gelegen in het Kommelkwartier op de hoek Abstraat/Calvariestraat. Op 3 november 2021 heeft het college een aanvraag ontvangen van de initiatiefnemer voor een omgevingsvergunning voor het herontwikkelen van dit voormalige klooster. De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van 123 zelfstandige woningen (47 woningen voor senioren en 76 woningen voor internationale werknemers, afgestudeerden, starters en zorghulpen) en enkele gezamenlijke ruimtes in het voormalige klooster. Trinket B.V. is (mede)eigenaar van het klooster en investeerder in de beoogde herontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3669
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302890/2/R1

202304726/2/R2

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Vught het bestemmingsplan ‘Molenhof’ vastgesteld. Het bestemmingsplan Molenhof maakt de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk. De omwonenden maken zich zorgen over de omvang van de woningen in combinatie met het effect van de reflectie van het geluid van het spoor dat aan de andere kant van hun huizen loopt. Zij hebben daarom beroep ingesteld en gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat daar geen bouwactiviteiten mogen plaatsvinden en het daar verboden is bomen te kappen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3642
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304726/2/R2

202305068/2/R2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een omgevingsvergunning verleend aan de gemeente Tilburg voor het vellen van zes bomen aan de Bodehof. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend aan de gemeente Tilburg voor het vellen van zes bomen op een parkeerterrein aan de Bodehof in Tilburg. De bomen worden geveld omdat de gemeente het parkeerterrein wil herinrichten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de bomen een stamomtrek hebben van minder dan 40 cm en daardoor niet vallen onder het velverbod in artikel 3 van de Bomenverordening Tilburg 2021. Er is dan ook geen vergunningplicht op grond van artikel 4 van de Bomenverordening Tilburg 2021 voor het vellen van de bomen. Om deze reden heeft de rechtbank het besluit op bezwaar vernietigd en het besluit tot het verlenen van de kapvergunning herroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3659
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202305068/2/R2

202305148/1/V3

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3661
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305148/1/V3

202305467/1/V3

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3662
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305467/1/V3

202305744/2/A2

Bij ongedateerde brief heeft [verzoeker] een negatief bindend studieadvies gekregen voor de mbo 4-opleiding Music Production Lab aan de school Summa Artiest van het Summa College in Eindhoven. [verzoeker] is in het schooljaar 2022-2023 gestart als student aan de opleiding Music Production Lab van het Summa College in Eindhoven. [verzoeker] heeft op of omstreeks 29 juni 2023 een ongedateerde brief van het bevoegd gezag van de school gekregen met een negatief bindend studieadvies. Aan dat advies is ten grondslag gelegd dat [verzoeker] drie van de in totaal 57 in het eerste jaar te behalen studiepunten heeft behaald en dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de ondersteuning die hem is aangeboden. Het CBE heeft het beroep tegen het negatief bindend studieadvies ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3658
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305744/2/A2

202305839/1/V3

Bij besluit van 3 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3664
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305839/1/V3

202305929/2/V2

Bij besluit van 11 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3665
Datum uitspraak
3 oktober 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305929/2/V2

202300724/1/V3

Bij besluit van 5 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3644
Datum uitspraak
2 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300724/1/V3

202302215/1/V3

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3645
Datum uitspraak
2 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302215/1/V3

202305725/1/V3

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3656
Datum uitspraak
2 oktober 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305725/1/V3

202306046/1/V2 en 202306046/2/V2

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3655
Datum uitspraak
2 oktober 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306046/1/V2 en 202306046/2/V2

202306134/1/V2 en 202306134/2/V2

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3654
Datum uitspraak
2 oktober 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306134/1/V2 en 202306134/2/V2

202103114/1/R2

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 11 maart 2021, waarbij het bestemmingsplan "Partiële Herziening 2 Kom Geffen - 2016" is vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet onder meer in de bouw van vier vrijstaande woningen aan de Groenstraat te Geffen, gemeente Oss.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3795
Datum uitspraak
2 oktober 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202103114/1/R2

202301003/1/V1

De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 februari 2023 in zaken nrs. NL22.25073, NL22.25074, NL22.25076 en NL22.25078. De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3649
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301003/1/V1

202303235/2/R1

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Maasbreeseweg 55/57" gewijzigd vastgesteld.". Bij besluit van 21 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een loods aan de Maasbreeseweg 55/57 te Helden. Bij uitspraak van 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:892, heeft de Afdeling het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Maasbreeseweg 55 te Helden" en de daarbij gecoördineerd verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwbedrijf vernietigd. Met het nu voorliggende plan is beoogd om de door de Afdeling geconstateerde gebreken te herstellen. Het plan is ook op andere onderdelen aangepast. Het plan maakt een kleinschalig bedrijventerrein mogelijk en biedt planologische ruimte voor diverse bedrijvigheid in de milieucategorieën 1, 2 en 3 op het perceel van een voormalige glastuinbouwlocatie met bedrijfswoning. Het plangebied ligt naast het bestaande bedrijventerrein "Panningen" en vormt een uitbreiding van dat bedrijventerrein. De locatie van de bedrijfswoning heeft in het plan een woonbestemming gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3632
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202303235/2/R1

202303593/2/R2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand besloten over te gaan tot invordering van de door [verzoeker] verbeurde dwangsommen van € 150.000,00. Bij besluit van 28 september 2017 heeft het college [verzoeker] onder oplegging van dwangsommen gelast om binnen 12 weken na verzending van het besluit op het perceel aan de [locatie] in Loon op Zand, voor zover nog van belang, bouwwerken 1, 3 tot en met 11, 13 tot en met 15, 18, 20 en 22 te verwijderen en verwijderd te houden, bouwwerken 12 en 16 in overeenstemming met de verleende vergunning te brengen en te houden en het meerdere te verwijderen en verwijderd te houden en de hoogte van bouwwerken 24 naar 2 meter terug te brengen en te houden, op straffe van een dwangsom. Tijdens de controles op 9, 16, 23 en 30 juni en 15, 22 en 29 juli 2021 is geconstateerd dat bouwwerk 14 nog aanwezig is. Volgens het college is daarmee de maximale dwangsom van € 25.000,00 voor dit bouwwerk volgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3631
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303593/2/R2

202304490/2/R3

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Bruggelaan 62 te Appelscha" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om 15 camperplaatsen met bijbehorende voorzieningen (binnen de bestaande bebouwing) te realiseren op het perceel Bruggelaan 62 te Appelscha. Daarnaast voorziet het plan in de mogelijkheid om binnen de bestaande bedrijfsbebouwing een kampeerwinkel en een werkplaats voor onderhoud en reparatie van caravans en campers te vestigen, elk met een vloeroppervlak van maximaal 150 m2, en een caravanstalling. [verzoekster] kan zich niet verenigen met de in het plan voorziene ontwikkelmogelijkheden omdat zij vreest hiervan overlast te ondervinden, in het bijzonder als gevolg van geluidhinder, verstoring van het uitzicht, verkeershinder en geurhinder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3641
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202304490/2/R3

202304594/1/V3 en 202304594/2/V3

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3646
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304594/1/V3 en 202304594/2/V3

202305798/2/V2

Bij besluit van 19 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3647
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305798/2/V2

202305851/1/V2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3648
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305851/1/V2

202305915/1/V2

De vreemdeling heeft tegen het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. van 9 juni 2022 beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3650
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305915/1/V2

202305937/2/A3

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [verzoekster] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om uiterlijk op 31 maart 2023 de woonarken, althans vaartuigen, het drijvende terras, de drijvende vlonder en de motorboot uit de Industriehaven te verwijderen en verwijderd te houden uit Utrechts openbaar vaarwater. [verzoekster] is eigenaar van zes arken. Haar plan was om daarmee in het Merwedekanaal in Vianen een drijvend roei- en trainingscentrum op te zetten. De provincie Utrecht en Rijkswaterstaat hebben in 2020 laten weten hieraan geen medewerking te verlenen. De arken hebben met toestemming van de gemeente Vijfheerenlanden tot medio juni 2020 in de passantenhaven van Vianen gelegen. Het college heeft aan [verzoekster] toestemming gegeven om de arken naar de locatie in de Industriehaven in Utrecht te verslepen. [verzoekster] heeft vervolgens de arken, een drijvend terras, een drijvende vlonder en een motorboot in de Industriehaven afgemeerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3640
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305937/2/A3

202306176/2/V3

Bij besluit van 3 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3663
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306176/2/V3

202201357/3/A3

Bij uitspraak van 6 juli 2022, in zaak nr. 202201357/2/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep van [opposant] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, in zaak nr. 21/594, van 23 februari 2022 kennis te nemen. De Afdeling kan zich alleen zonder zitting onbevoegd verklaren om van een hoger beroep kennis te nemen als dat ‘kennelijk’ het geval is (artikel 8:54 van de Awb). Die term ‘kennelijk’ betekent dat er geen twijfel mogelijk is dat de Afdeling niet mag beslissen op het hoger beroep, omdat zij niet de bevoegde rechter is. Als tegen zo’n ‘kennelijk’-uitspraak verzet wordt ingesteld, moet de rechter die op dat verzet beslist beoordelen: (a) of de Afdeling terecht heeft geoordeeld dat zij niet de bevoegde rechter is, en (b) of daar geen twijfel over mogelijk is. Daarbij neemt de rechter alle argumenten van de indiener mee die te maken hebben met die onbevoegdverklaring. Dat kunnen ook nieuwe feiten of nieuwe argumenten zijn die daar over gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3918
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202201357/3/A3

202204548/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. [appellant] heeft een groothandel in onder meer tuinartikelen. De politie heeft daar een groot aantal goederen gevonden die ook worden gebruikt voor de teelt van hennep. Dat is volgens de burgemeester in strijd met de Opiumwet. Daarom heeft de burgemeester van Zwolle [appellant] gelast daarmee te stoppen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3667
Datum uitspraak
29 september 2023
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202204548/2/A3

202203570/1/V3

Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3633
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203570/1/V3

202203870/1/V2

Bij besluit van 24 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3634
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203870/1/V2

202304177/1/V3 en 202304177/2/V3

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3636
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304177/1/V3 en 202304177/2/V3

202305175/1/V3

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3635
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305175/1/V3

202305671/1/V2 en 202305671/2/V2

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3637
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305671/1/V2 en 202305671/2/V2

202305797/2/V1

Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3638
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305797/2/V1

202305902/2/R2

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 23 cabins ten behoeve van een maatschappelijke zorgvoorziening aan de Nieuwe Dijk 3 in ’s-Hertogenbosch voor de duur van 10 jaar. Bij besluiten op bezwaar van 15 juni 2021 heeft het college de bezwaren van verzoekers tegen dat besluit niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3643
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305902/2/R2

202305938/1/V3

Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3639
Datum uitspraak
28 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305938/1/V3

202107262/1/V3

Op 30 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd en haar in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3609
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107262/1/V3

202205938/1/V2

Bij besluit van 21 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3606
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202205938/1/V2

202301646/2/R2 en 202301646/1/R2

Bij besluit van 17 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad aan Stichting Area een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 16 woningen op het perceel aan de Iepenlaan 2 tot en met 4G in Veghel. Het college heeft op 17 november 2021 een omgevingsvergunning verleend aan Stichting Area voor het bouwen van 16 woningen in de vorm van twee appartementencomplexen en een bergingenblok dat bestaat uit 29 bergingen op het perceel aan de Iepenlaan. 15 van deze bergingen horen bij de 16 woningen. De overige 14 bergingen zijn bedoeld voor de 15 woningen van het appartementencomplex dat Stichting Area beoogt te ontwikkelen op het aangrenzende perceel aan de [locatie]. Beide percelen zijn in de bestaande situatie braakliggend.[verzoeker] woont tegenover het perceel aan de Iepenlaan en vreest voor overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3584
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301646/2/R2 en 202301646/1/R2

202304764/1/R1 en 202304764/2/R1

Bij besluit van 30 september 2021 heeft het college [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om het bouwwerk aan de [locatie] in Amsterdam in overeenstemming te brengen met de bij besluit van 13 april 2021 verleende omgevingsvergunning. [verzoeker] is eigenaar van het pand [locatie]. Op 12 maart 2021 heeft een toezichthouder van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat [verzoeker] zonder omgevingsvergunning op de derde en vierde verdieping van het pand twee dakopbouwen bovenop elkaar heeft gebouwd. Het college heeft toen een bouwstop opgelegd. Vervolgens heeft het college bij besluit van 13 april 2021 aan [verzoeker] een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het plaatsen van één dakuitbouw op de derde verdieping aan de achterzijde van het pand met daarop een dakterras en een uitbreiding aan de voor- en achterzijde van de bestaande kap. De toezichthouder heeft tijdens een controle op 21 mei 2021 geconstateerd dat de gerealiseerde uitbreiding van het pand afwijkt van wat het college bij besluit van 13 april 2021 heeft vergund.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3604
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304764/1/R1 en 202304764/2/R1

202305134/1/V3

Bij besluiten van 30 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3607
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305134/1/V3

202305178/1/R1 en 202305178/2/R1

Bij besluit van 16 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen [appellant], onder oplegging van een last onder dwangsom, gelast om het door hem gebouwde bouwwerk op het perceel met het adres [locatie] te Schagen te verwijderen en verwijderd te houden. Het college heeft bij besluit van 1 april 2016 een omgevingsvergunning aan [appellant] verleend om in afwijking van het bestemmingsplan een bedrijfspand met woning te realiseren. Eind 2018 is [appellant] begonnen met de werkzaamheden voor de bouw. Op 4 november 2020 heeft een toezichthouder van de gemeente Schagen bij een controle geconstateerd dat [appellant] in afwijking van de omgevingsvergunning heeft gebouwd. Uit het opnamerapport van dezelfde datum volgt dat er onder meer wat betreft de maatvoering, het aantal gevelopeningen, de maten daarvan en de trap aan de buitengevel van de omgevingsvergunning aanzienlijk is afgeweken. Verder blijkt uit het opnamerapport dat een veiligheidsplan en constructietekeningen die zien op de stabiliteit van het pand ontbreken en in zoverre niet aan de voorschriften van de omgevingsvergunning is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3605
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305178/1/R1 en 202305178/2/R1

202305767/1/V3 en 202305767/2/V3

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3608
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305767/1/V3 en 202305767/2/V3

202101268/3/R3

Bij tussenuitspraak van 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2755, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Westerwolde opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak de in de overwegingen 5.3 en 15.2 geconstateerde gebreken te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 5.3 onder meer overwogen dat de raad aan het plan geen verkeersonderzoek ten grondslag heeft gelegd. Hoewel de raad zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de toename van het verkeer als gevolg van het plan gering zal zijn ten opzichte van het plan uit 2013, heeft de raad niet inzichtelijk gemaakt of de Rundezoom verkeersveilig blijft. De enkele stelling van de raad dat bij de uitvoering van het plan toepassing zal worden gegeven aan de CROW-richtlijnen, acht de Afdeling onvoldoende. Niet duidelijk is aan welke CROW-richtlijnen is getoetst en op welke wijze daaraan kan worden voldaan. Ook heeft de Afdeling onder 5.3 overwogen dat aan het plan geen parkeeronderzoek ten grondslag is gelegd. In dat verband heeft de Afdeling overwogen dat de aanleg van parkeerplaatsen op het eigen terrein niet publiekrechtelijk is geborgd in het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3610
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202101268/3/R3

202104776/1/R2

Bij besluit van 3 december 2020 heeft Het college van burgemeester en wethouders van Goirle aan Zonnepark Beeksedijk B.V. (hierna: Zonnepark Beeksedijk) een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een zonnepark op de percelen nabij de Beeksedijk, kadastraal bekend gemeente Goirle, sectie I, nummers 137, 141, 214, 215, 255 en 257, met een instandhoudingstermijn van 25 jaar. Volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Goirle" hebben de gronden waar het project is gepland, de bestemmingen "Agrarisch Landschapswaarden" en "Agrarisch Landschaps- en Natuurwaarden", met de functieaanduidingen "hydrologisch waardevolle buffer (hwb)", "archeologische verwachtingswaarde (av)", "cultuurhistorisch waardevol gebied (cwg)" en "kwetsbare soorten (ks)". Volgens het ook geldende "Parapluplan gemeente Goirle" rusten op het projectgebied verder de dubbelbestemming "Waarde - Buitengebied Goirle" en de gebiedsaanduiding "overige zone - Buitengebied Goirle".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3624
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104776/1/R2

202105183/1/R4

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Putten het bestemmingsplan "Veluwse Hoevegaerde 2020" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 50 extra recreatiewoningen op het recreatiepark De Veluwse Hoevegaerde mogelijk. Op het park zijn momenteel 164 recreatiewoningen aanwezig. Veluwse Hoevegaerde Beheer is voornemens voornamelijk zes- en achtpersoonsbungalows te realiseren. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] bezitten beiden een recreatiewoning op het recreatiepark en vrezen door de voorziene ontwikkeling een beperking van hun verblijfsgenot op het park. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:880, de mogelijkheid van de bouw van 80 nieuwe recreatiewoningen in het op 9 mei 2019 vastgestelde bestemmingsplan "Veluwse Hoevegaerde" vernietigd, omdat de raad de behoefte aan de uitbreiding van het recreatiepark onvoldoende had onderbouwd en onvoldoende had geborgd dat negatieve effecten in het Natura 2000-gebied Veluwe voorkomen konden worden. Voor het overige is met die uitspraak de planologische regeling voor het terrein in stand gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3616
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202105183/1/R4

202105529/1/R4

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest meerdere dwangsommen van in totaal € 100.000,00 ingevorderd. Op het perceel [locatie 1] en [locatie 2] is bebouwing aanwezig die door [appellante] is gebruikt als woning. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om te bouwen of om gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. Bij besluit van 18 maart 2019 heeft het college [appellante] onder oplegging van een dwangsom van € 50.000,00 gelast om voor 20 juni 2019 de bewoning van de bebouwing op het perceel [locatie 1] en [locatie 2] te staken, omdat het gebruik daarvan in strijd is met het bestemmingsplan "Landelijk gebied". Daarnaast is onder oplegging van een dwangsom van € 50.000,00 gelast de zonder omgevingsvergunning gebouwde woning op het perceel in zijn geheel te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3627
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105529/1/R4

202105550/1/R4

Bij besluit van 27 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein [appellant sub 1] onder oplegging van een dwangsom gelast om de verhuur van zijn woning te staken en gestaakt te houden. [appellant sub 1] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te IJsselstein. Naar aanleiding van verschillende meldingen, klachten en een verzoek om handhaving hebben toezichthouders van de Omgevingsdienst regio Utrecht op 29 augustus, 9 september, 31 oktober en 27 november 2019 controles uitgevoerd naar de vermeende verhuur van het pand door [appellant sub 1]. Op 23 april 2020 en op 16 juni 2020 hebben toezichthouders hercontroles uitgevoerd en vastgesteld dat de aan [appellant sub 1] opgelegde last is overtreden. Op basis hiervan heeft het college besloten over te gaan tot invordering van een bedrag van in totaal € 10.000,00. [appellant sub 1] kan zich niet vinden in de aangevallen uitspraak. Volgens [appellant sub 1] heeft hij geen overtreding begaan, omdat in het ter plaatse geldende bestemmingsplan geen bepaling is opgenomen over wat onder het begrip "wonen" dient te worden verstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3625
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105550/1/R4

202105659/1/R4

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [appellant sub 3] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel [locatie] in Putten en om het perceel te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan "Kom Noord en Zuidoost". [appellant sub 3] is eigenaar van het perceel. Op het perceel is het bestemmingsplan "Kom Noord en Zuidoost" van toepassing. Het perceel heeft de enkelbestemming "Wonen - Wonen in het bos" en een bouwvlak. Het college heeft aan [appellant sub 3] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe, vrijstaande woning op het perceel, alsmede om het perceel te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. De toestemming heeft betrekking op de balustrade van het dakterras, de overschrijding van de maximum goothoogte en de overschrijding van het bouwvlak. Het perceel grenst aan de achterzijde aan het woonperceel van [appellant sub 1]. De afstand tussen de vergunde woning en de woning van [appellant sub 1] is ruim 50 meter. Tussen deze woningen liggen bosrijke achtertuinen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3611
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105659/1/R4

202107261/1/R3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Noordzijde ten oosten van [locatie 1], Bodegraven" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een woning mogelijk op het perceel ten oosten van het perceel [locatie 1] in Bodegraven. Het perceel grenst aan de rivier de Oude Rijn. Het plan kent aan het perceel de bestemming "Wonen" toe. Het perceel wordt volgens de plantoelichting nu gebruikt als buitenopslag voor een timmerfabriek. [appellant] woont aan [locatie 2], op een afstand van ongeveer 60 m van het plangebied. Tussen zijn woning en het plangebied ligt een weiland dat in eigendom is van [appellant]. [appellant] is het niet eens met het plan. Hij vindt dat de woning te dicht op zijn weiland en woning kan worden gebouwd en dat het plan te veel bebouwing mogelijk maakt. Dat past niet in het bestaande bebouwingslint en daardoor zullen zichtlijnen naar de Oude Rijn vrijwel verdwijnen. Verder vindt hij dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar de parkeerbehoefte en vreest hij dat het plan gevolgen heeft voor de verkeersafwikkeling en -veiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3622
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202107261/1/R3

202108214/1/R1

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Raadhuisstraat ong., Moergestel" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 15 appartementen voor senioren, met bijbehorende parkeerplaatsen op het perceel aan de Raadhuisstraat ongenummerd in Moergestel in de gemeente Oisterwijk. Daartoe is aan het perceel de bestemming "Wonen - Woningen" toegekend. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door een uitbreiding van Moergestel en het buitengebied en aan de westzijde door centrumfuncties. Om het perceel heen zijn diverse maatschappelijke functies en woningen gelegen. In het vorige plan was aan de gronden de bestemming "Gemengd - voorzieningen" toegekend. Het perceel is momenteel onbebouwd. [appellanten sub 2] wonen in de omgeving van het plangebied en kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat. De Stichting verzet zich met name tegen de omvang van het complex, omdat het plan zal leiden tot een aantasting van het cultureel erfgoed en het groen in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3629
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202108214/1/R1

202200630/1/R3 en 202200631/1/R3

Bij besluit van 22 december 2021 heeft de raad van de gemeente Haaksbergen de bestemmingsplannen "Industrie-West" en "Geluidzonering Industrie-West" vastgesteld. Het plan "Industrie-West" voorziet in een actueel planologisch kader voor het bestaande gezoneerde industrieterrein Industrie-West ten zuidwesten van de kern Haaksbergen. Tegelijkertijd met de vaststelling van dit plan is het bestemmingsplan "Geluidzonering Industrie-West" vastgesteld, dat voorziet in een aanpassing van de bestaande geluidzone die rondom het industrieterrein ligt. [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] wonen in het plangebied van het plan "Industrie-West", en [appellant sub 1] ook in het plangebied van het plan "Geluidzonering Industrie-West". Zij kunnen zich niet verenigen met de bestemmingsplannen omdat zij vrezen voor een verslechtering van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3626
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202200630/1/R3 en 202200631/1/R3

202201135/1/A3

Bij besluiten van 22 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellant] uitgeschreven uit de basisregistratie personen en hem een boete van €325,00 opgelegd. Het college heeft [appellant] bij besluit van 22 januari 2021 uitgeschreven uit de brp, omdat hij geen aangifte van adreswijziging heeft gedaan en er na een onderzoek geen feitelijke verblijfplaats van hem bekend is. Bij afzonderlijk besluit van dezelfde datum heeft het college [appellant] daarvoor een bestuurlijke boete opgelegd van € 325,00. [appellant] heeft op 4 maart 2021 een pro forma bezwaarschrift ingediend met de volgende tekst: "Bij brief van 22 Januari Jl. heeft u cliënt, de heer [appellant], bericht dat hem een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Cliënt maakt hierbij bezwaar tegen de bestuurlijke boete."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3619
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202201135/1/A3

202201911/1/R3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Waelpolder" vastgesteld. Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern ’s-Gravenzande. Het bestemmingsplan "Waelpolder" maakt 720 woningen met bijbehorende voorzieningen, een basisschool, zorg en een ecologische verbindingszone mogelijk. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan en hebben daarom beroep ingesteld. [appellant sub 1] betoogt dat niet is onderbouwd waarom in het plan een woontoren is voorzien in de zuidwestelijke hoek van het plangebied. Volgens [appellant sub 1] is de bouwhoogte van de woontoren van 50 m onvoldoende geborgd in de verbeelding en de planregels. Dit betekent dat een hoger gebouw kan worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3630
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201911/1/R3

202201980/1/A2

Bij besluit van 13 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo het verzoek van [appellant] om compensatie van nadeel afgewezen. Het college heeft onder verwijzing naar het advies van Thorbecke van 15 juni 2018 aan de afwijzing van het verzoek ten grondslag gelegd dat niet was voldaan aan het vereiste van de speciale last. Bij besluit van 22 januari 2019 is de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank Overijssel heeft bij uitspraak van 16 augustus 2019 het hiertegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] exploiteerde, onder de naam [bedrijf], aan de [locatie] te Almelo een banketbakkerij, die zich toelegde op de productie en verkoop van vlaaien. [appellant] heeft op 27 december 2017 het college verzocht om nadeelcompensatie voor schade die voortvloeit uit omzetderving door (weg)werkzaamheden in het kader van de herontwikkeling van het centrum van Almelo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3623
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201980/1/A2

202203363/1/R1

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de raad van de gemeente Venlo het bestemmingsplan "Martinushof" vastgesteld. Bij besluit van 20 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo aan Martinushof B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van twee supermarkten en 21 appartementen en het maken van inritten/uitwegen aan de Gasthuisstraat en de Raadhuislaan in Tegelen. Met het plan vervalt de supermarktfunctie van de locatie Kerkstraat 42. Met het plan beoogt de raad te voorzien in de verplaatsing en uitbreiding van supermarkt Jan Linders en de vestiging van een zogenoemde discountsupermarkt. [appellant C], [appellant D] en [appellant E] zijn eigenaren van winkelpanden aan de [locatie 1] en [locatie 2] en [locatie 3] in Tegelen. Deze winkelpanden bevinden zich op een afstand van ongeveer 32 m en 75 m van het plangebied. De [familie appellant C, D en E] vreest dat het plan zal leiden tot een toename van leegstand en tot parkeeroverlast in het centrum van Tegelen. [appellante A] exploiteert een supermarkt aan de [locatie 4] in de wijk Op de Heide in Tegelen. Plus Vastgoed is eigenaar van het gebouw aan de [locatie 4].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3614
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202203363/1/R1

202203561/1/A2

Bij besluit van 30 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aangevraagde omzettingsvergunning voor kamerverhuur door [appellante] voor het pand aan de [locatie] te Tilburg geweigerd. [appellante] heeft op 4 september 2020 een omzettingsvergunning voor kamerverhuur aangevraagd voor het pand aan de [locatie] te Tilburg (hierna: het pand). Het pand is tussen 2009 en 2018 bewoond door medewerkers van het bedrijf Cofco BBCA Chemical. De woning is hierbij aangemerkt als bedrijfswoning. Vanaf medio februari 2018 tot eind mei 2020 is het pand verhuurd en gebruikt als woning, niet zijnde bedrijfswoning. Het pand is vanaf 26 mei 2021 wederom verhuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3628
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203561/1/A2

202203972/1/R3

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Hof van Twente het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Herziening [locatie 1] Markelo" vastgesteld. [partij] is eigenaar van het perceel [locatie 1] in Markelo. Het bestemmingsplan maakt het op zijn initiatief mogelijk op dit perceel een camping te realiseren met daarop ten hoogste 25 kampeermiddelen. [appellant] woont aan de [locatie 2]. Hij woont op ongeveer 75 m afstand van de in het plangebied voorziene camping. [appellant] kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat dit volgens hem in strijd met de Omgevingsverordening Overijssel 2017 (hierna: de Omgevingsverordening) is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3615
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202203972/1/R3

202205034/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2020 heeft het college van het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort aan Circuit Park Zandvoort Beheer B.V een omgevingsvergunning verleend voor het ten behoeve van het Circuit Park Zandvoort in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van gronden en het maken van een uitweg. CPZB voert beheer over het Circuit Park Zandvoort. In december 2019 heeft CPZB een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een uitweg tussen een aan de noordwestzijde van het circuitterrein gelegen parkeerplaats enerzijds en de provinciale weg N200, Boulevard Barnaart, ter hoogte van km 25,3 anderzijds. Deze uitweg is volgens CPZB nodig naast de al bestaande uitweg voor gemotoriseerd verkeer aan de zuidzijde van het circuitterrein aan de Burgemeester van Alphenstraat; de hoofdingang. De aanvraag, die is onderbouwd met diverse rapporten, heeft betrekking op het gebruik van de uitweg ten tijde van de Dutch Grand Prix (Formule 1) en de daarvoor benodigde aanpassingen op provinciaal terrein, het gebruik van deze uitweg buiten de Dutch Grand Prix voor hulpdiensten bij calamiteiten op het circuit(terrein) en het gebruik van de uitweg buiten de Dutch Grand Prix (gedurende het hele jaar) voor het parkeren tijdens maximaal 50 overige evenementendagen voor maximaal 550 voertuigen per evenementdag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3618
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205034/1/R1

202206507/1/A2 en 202303941/1/A2

Deze uitspraak gaat over de door [appellante] gevraagde compensatie en aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. [appellante] heeft in de jaren 2006 tot en met 2010 gebruik gemaakt van kinderopvang voor haar zoon. De Belastingdienst/Toeslagen heeft hiervoor de voorschotten kinderopvangtoeslag in eerste instantie vastgesteld op in totaal € 38.334,00. Later heeft de dienst de hoogte van de (voorschotten) kinderopvangtoeslag lager vastgesteld, omdat volgens de Belastingdienst/Toeslagen de opvangorganisatie waarvan [appellante] gebruik maakte niet geregistreerd was in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Voor het toeslagjaar 2006 heeft de dienst het recht op kinderopvangtoeslag op € 5.544,00 vastgesteld en voor de jaren 2007 tot en met 2010 heeft de dienst besloten dat [appellante] in het geheel geen recht op kinderopvangtoeslag heeft. De eerder betaalde voorschotten heeft de Belastingdienst/Toeslagen teruggevorderd en ingevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3620
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202206507/1/A2 en 202303941/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202206507/1/A2 en 202303941/1/A2

202206770/1/R4

[verzoeker] was sinds 2015 eigenaar van [recreatiepark] en de daarop gelegen recreatiewoningen aan de [locatie] te Soesterberg. Jachthuis Exploitatie B.V. (hierna: Jachthuis) exploiteerde vanaf die tijd het recreatiepark. Op het perceel stonden ten tijde van de uitspraak van de Afdeling van 17 februari 2021 ongeveer 40 recreatiewoningen. De recreatiewoningen werden verhuurd aan onder meer personen die afkomstig waren uit het buitenland en in Nederland werk hadden. Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het college aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet-recreatieve gebruik van de recreatiewoningen, waarbij is gelast dat gebruik te staken en gestaakt te houden. [verzoeker] en Jachthuis hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt, beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van hun bezwaar en vervolgens hoger beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van hun beroep. Tot in hoger beroep is de opgelegde last in stand gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3621
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206770/1/R4

202300217/1/A2

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best aan [belanghebbende A] en [belanghebbende B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [belanghebbende A]) een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 31.250.00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2019 tot de dag van uitbetaling, en bepaald dat het door [belanghebbende A] betaalde behandelrecht van € 500,00 wordt teruggestort. Bij dat besluit heeft het college ook bepaald dat de schade wordt verhaald op Kapelbeemd op grond van de met Kapelbeemd gesloten exploitatieovereenkomst. [belanghebbende A] is sinds 25 juni 1979 eigenaar van de woning op het perceel aan de Veldweg 3 te Best (hierna: de woning). Hij heeft bij brief van 2 september 2019, ontvangen op 3 september 2019, een aanvraag om tegemoetkoming in planschade ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3613
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300217/1/A2

202300221/1/A2

Bij besluit van 27 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best aan [partij] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 36.400.00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2019 tot de dag van uitbetaling, en bepaald dat het door [partij] betaalde behandelrecht van € 500,00 wordt teruggestort. Bij dat besluit heeft het college ook bepaald dat de schade wordt verhaald op Kapelbeemd op grond van de met Kapelbeemd gesloten exploitatieovereenkomst. [partij] is sinds 11 april 1994 eigenaar van de woning op het perceel aan de [locatie 1] te Best. Hij heeft bij brief van 19 augustus 2019, ontvangen op 20 augustus 2019, een aanvraag om tegemoetkoming in planschade ingediend. Aan deze aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Gezondheidscentrum en maatschappelijke voorzieningen Veldweg van 17 juni 2019 het mogelijk heeft gemaakt om op het tegenover de woning gelegen plangebied een gezondheidscentrum en maatschappelijke voorzieningen te realiseren en dat dit tot waardevermindering van de woning heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3612
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300221/1/A2

202302840/2/A2

Bij tussenuitspraak van 28 april 2023, in zaak nr. 22/2463T, heeft de rechtbank Noord-Nederland op grond van art. 16 van de Tijdelijke wet Groningen prejudiciële vragen aan de Afdeling gesteld. De zaak bij de rechtbank Noord-Nederland, waarin de prejudiciële vragen zijn gesteld, gaat over de intrekking van een begunstigend besluit door het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Het besluit betreft de toekenning aan [appellant] van een vergoeding wegens schade aan een woning als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld. [appellant] was tot 22 april 2021 eigenaar van de woning aan de Wiedbosweg 5 te Yde. Vanaf die datum zijn [partij A] en [partij B] eigenaar van de woning. De koopovereenkomst tussen enerzijds [appellant] en anderzijds [partij A] en [partij B] is gesloten op 19 augustus 2020. In de overeenkomst is vermeld dat de akte van levering gepasseerd zal worden op 1 mei 2021 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3617
Datum uitspraak
27 september 2023
  • Prejudiciële beslissing
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302840/2/A2

202203846/1/V1

Bij besluit van 1 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3594
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202203846/1/V1

202207458/1/V1

Op 29 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn voor de overdracht van de vreemdeling aan Italië met achttien maanden verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3595
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207458/1/V1

202300180/1/V1

Op 1 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn voor de overdracht van de vreemdeling aan Italië met achttien maanden verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3596
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300180/1/V1

202305159/3/V1

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3597
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305159/3/V1

202305440/1/V3

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3599
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305440/1/V3

202305447/1/V3

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3600
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305447/1/V3

202305560/1/V3

Bij besluit van 5 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3601
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305560/1/V3

202305573/1/V3 en 202305573/2/V3

Bij besluit van 5 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3587
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305573/1/V3 en 202305573/2/V3

202305758/1/V2 en 202305758/2/V2

Bij besluit van 26 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3602
Datum uitspraak
26 september 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305758/1/V2 en 202305758/2/V2
vorige pagina1...136137138...1.240volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon