Bij besluit van 28 september 2001 heeft verweerder appellant een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op ƒ 10.000,00 (€ 4.537,80), ƒ 5.000,00 (€ 2.268,90) en ƒ 5.000,00 (€ 2.268,90) per overtreding van respectievelijk de voorschriften 3.2.5, 3.2.26 en 3.2.17 en op ƒ 20.000,00 (€ 9.075,60) per week dat voorschrift 3.2.8 wordt overtreden van de bij besluit van 23 juli 1996 verleende vergunning krachtens de Wet milieubeheer voor het oprichten en in werking hebben van een vleesvarkenshouderij op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Steenbergen. De maxima waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd wegens de overtreding van de voorschriften 3.2.5, 3.2.26, 3.2.17 en 3.2.8 zijn vastgesteld op respectievelijk ƒ 100.000,00 (€ 45.378,02), ƒ 50.000,00 (€ 22.689,00), ƒ 50.000,00 (€ 22.689,00) en ƒ 200.000,00 (€ 90.756,04).