Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 127.076
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202303484/1/V1

Bij besluit van 6 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdeling om hem een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De staatssecretaris heeft de vreemdeling daarnaast opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft vanaf zijn geboorte op [geboortedatum] 1997 in Amsterdam de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit gehad. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap ingetrokken, omdat hij onherroepelijk veroordeeld is voor het voorbereiden en bevorderen van het plegen van terroristische misdrijven en poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. De staatssecretaris heeft hiervoor verwezen naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2017. Het gerechtshof heeft de vreemdeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar wegens het plegen van meerdere terroristische misdrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2591
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202303484/1/V1

202303747/1/V6

Bij besluit van 6 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat zijn beroep op het ne-bis-in-idembeginsel niet slaagt. Hij voert aan dat de staatssecretaris de handelingen die ten grondslag hebben gelegen aan zijn strafrechtelijke veroordeling, nu ook ten grondslag heeft gelegd aan de intrekking van het Nederlanderschap. Dat maakt volgens hem dat sprake is van een dubbele bestraffing. Volgens [appellant] had de rechtbank niet mogen volstaan met een verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045, omdat het door de Afdeling gehanteerde toetsingskader in die uitspraak onvolledig is. De rechtbank had volgens hem zelf moeten toetsen aan de criteria uit het arrest van het EHRM van 8 juni 1976, Engel en anderen tegen Nederland, ECLI:CE:EHCR:1976:0608JUD000510071. Volgens [appellant] is sprake van een punitieve sanctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2458
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303747/1/V6

202303753/1/V6

Bij besluit van 13 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1996 geboren in Helmond en volgens de staatssecretaris heeft hij bij geboorte van rechtswege de Nederlandse en Turkse nationaliteit verkregen. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. [appellant] is namelijk bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, wegens het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Ook heeft de strafrechter bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder reclasseringstoezicht, een contactverbod met enkele in het vonnis genoemde personen en een verbod op het gebruik van Facebook en Telegram. Het vonnis is op 29 januari 2019 onherroepelijk geworden. De strafrechter heeft bewezen verklaard dat [appellant] de strafbare feiten in de periode van 1 januari 2017 tot en met 25 december 2017 heeft gepleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2518
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303753/1/V6

202304012/1/V6

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [wederpartij] vanaf 1 december 2022 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 1.166,99 en zij moet maandelijks € 15,00 betalen. Bij brief van 1 november 2013 heeft de minister [wederpartij] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is op 31 mei 2013 gestart en zij had, met verlenging in verband met onder andere medische omstandigheden en corona-maatregelen, tot en met 27 mei 2022 om te voldoen aan haar inburgeringsplicht. Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de minister [wederpartij] ontheven van de inburgeringsplicht, omdat het door een samenloop van bijzondere individuele omstandigheden, waaronder psychische problemen, voor haar onmogelijk is om in te burgeren. Bij besluit van 17 juni 2022 met het opschrift "terugbetalen lening" heeft de minister haar vervolgens meegedeeld dat haar schuld € 1.166,99 bedraagt en dat zij maandelijks € 15,00 moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2598
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304012/1/V6

202307434/1/A2

Bij besluit van 11 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand van [appellante] de eerder door de raad betaalde kosten gevorderd voor de bijstand van [partij] in een echtscheidingsprocedure. Dit betreft een bedrag van € 12.514,14. [appellante] is in haar echtscheiding bijgestaan door [partij]. De raad heeft daarvoor verschillende toevoegingen verleend. Voor de echtscheidingsprocedure inclusief afwikkeling huwelijkse voorwaarden heeft de raad een toevoeging verleend met het kenmerk 3JG8578. Deze toevoeging is door de raad op 7 november 2019 ingetrokken in verband met behaald resultaat, zoals bedoeld in artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand. [appellante] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Dit betekent dat de intrekking van dit besluit in rechte vaststaat en er moet worden uitgegaan van de juistheid van dit besluit. De raad heeft de aan [partij] betaalde vergoeding voor rechtsbijstand onder de toevoeging met kenmerk 3JG8578 van [appellante] gevorderd bij besluit van 11 januari 2020. Het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar is door de raad bij besluit van 14 september 2020 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2582
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202307434/1/A2

202400342/1/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2023 heeft de Dean van het Instituut voor Rechtenstudies aan [appellant] een negatief bindend studieadvies uitgebracht. Bij beslissing van 22 september 2023 heeft de Examencommissie van het Instituut voor Rechtenstudies negatief besloten op het verzoek van [appellant] tot een herbeoordeling van het onderdeel Verweerschrift van het vak Recht en Overheid. Op 27 november 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Hanzehogeschool Groningen het ingestelde administratief beroep tegen de beslissing van 30 augustus 2023 ongegrond verklaard en overwogen dat het niet bevoegd is te oordelen over de afwijzing van het verzoek om een herbeoordeling. [appellant] heeft in het propedeusejaar deelgenomen aan de ‘Basismodule’ en de opleidingsmodule ‘Recht en Overheid’. Omdat [appellant] daarmee niet voor alle onderdelen een voldoende heeft gehaald, heeft hij geen studiepunten ontvangen voor de ‘casus Meerstad’. Op 19 juli 2023 heeft de Dean [appellant] op de hoogte gesteld van het voornemen om een negatief BSA uit te brengen. De Dean heeft op 30 augustus 2023 een negatief BSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2611
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400342/1/A2

202401469/1/A2

Bij beslissing van 19 december 2023 heeft het Centre of International Affairs namens het CvB medegedeeld dat [appellante] zal worden afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst vanwege het niet voldoen aan de studiepuntennorm in het kader van de verblijfsvergunning met verblijfsdoel studie. [appellante] is een Chinese studente die sinds studiejaar 2015-2016 de opleiding International Business & Management Studies volgt aan de Hogeschool Rotterdam. Omdat zij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel ‘studie’ moet zij ieder studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid. Deze norm bedraagt 50% van de nominale studielast per studiejaar. Voor [appellante] geldt daarom een norm van 30 ECTS. In het studiejaar 2022-2023 heeft [appellante] geen studiepunten behaald. Omdat haar studievoortgang onvoldoende was, heeft het CoIA [appellante] op 19 december 2023 bericht dat zij zal worden afgemeld bij de IND. Tegen deze beslissing heeft [appellante] bezwaar gemaakt en, nadat haar bezwaar ongegrond was verklaard, beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2612
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401469/1/A2

202401695/1/A2

Bij beslissing van 2 februari 2023 heeft het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft [appellant] van 1 februari 2023 tot en met woensdag 26 april 2023 een gebouwverbod opgelegd. [appellant] volgde in studiejaar 2022-2023 de Master Elektrotechniek aan de TU Delft. Aan hem is voor de periode van 1 februari 2023 tot en met 26 april 2023 vanwege ongepast gedrag op de faculteit een gebouwverbod opgelegd voor het gebouw aan de Van Mourik Broekmanweg 6 en het gebouw aan de Mekelweg 4 te Delft. Het verbod is later opgelegd voor de periode van 1 februari 2023 tot en met 19 juli 2023. Aan de beslissing, waarbij het bezwaar onder overneming van het advies van de commissie bezwaarschriften voor studenten van 31 januari 2024 niet-ontvankelijk is verklaard, heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellant] het bezwaar buiten de wettelijke termijn van zes weken heeft ingediend. Volgens het CvB is [appellant] voldoende in de gelegenheid gesteld om tijdig bezwaar te maken, maar heeft hij daarvan afgezien. [appellant] heeft daarbij geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2607
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401695/1/A2

202402672/1/A2

Bij beslissing van 5 november 2023 heeft de examencommissie van de faculteit Religie, Cultuur en Maatschappij geconcludeerd dat [appellante] bij het inleveren van de herkansing van de bachelorscriptie voor de bacheloropleiding Religiewetenschappen, plagiaat heeft gepleegd. De examencommissie heeft daarom de bachelorscriptie ongeldig verklaard en [appellante] uitgesloten van het inleveren van de bachelorscriptie voor het studiejaar 2023-2024. [appellante] heeft in juni 2023 voor de bacheloropleiding Religiewetenschappen een eindwerkstuk, de bachelorscriptie, ingeleverd. Nadat zij voor de eerste kans een onvoldoende had gehaald, heeft zij in augustus 2023 als herkansing opnieuw de bachelorscriptie ingeleverd. Tijdens de beoordeling heeft de examinator geconstateerd dat [appellante] het vertalen van de door haar gebruikte bronnen, dan wel het gebruik ervan niet volgens de academische standaarden heeft gedaan. De examinator heeft daarvan melding gedaan bij de examencommissie. De examencommissie heeft naar aanleiding hiervan onderzoek verricht en op 12 oktober 2023 is [appellante] over de melding gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2551
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402672/1/A2

202403201/1/A2

Bij beslissing van 11 januari 2024 is [appellant] uitgesloten van deelname aan de decentrale selectie van de bacheloropleiding geneeskunde voor het collegejaar 2024-2025. [appellant] heeft voor het collegejaar 2023-2024 deelgenomen aan de decentrale selectie voor de studie geneeskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Aan haar is toen rangnummer 627 toegekend en geen opleidingsplek aangeboden. Voor de decentrale selectie van dat jaar en de jaren daarvoor gold de voorwaarde dat een kandidaat slechts één keer aan de selectie mocht deelnemen. Daarom is [appellant] uitgesloten van deelname aan de decentrale selectie voor het daaropvolgende collegejaar 2024-2025. Het CvB heeft in de beslissing op bezwaar van 3 mei 2024, op basis van het overgenomen advies van de Geschillenadviescommissie Studenten, geconcludeerd dat [appellant] ten onrechte is uitgesloten van de decentrale selectie geneeskunde voor het collegejaar 2024-2025. Aan deze beslissing heeft het CvB ten grondslag gelegd dat de voorwaarde van één deelname aan de decentrale selectie niet langer geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2615
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403201/1/A2

202306414/2/R3

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân geweigerd om aan [verzoeker A] een omgevingsvergunning voor het legaliseren van de bedrijfswoning op het perceel [locatie A] en [locatie B] te Oosternijkerk te verlenen. Het perceel ligt op het bedrijventerrein 't Oogh. [verzoeker A] is eigenaar van het perceel. Hij verhuurt dit aan [verzoeker B]. Zij exploiteert daar een wolspinnerij en woont daar. [partij] en anderen zijn ondernemers op het bedrijventerrein 't Oogh. Zij hebben het college in maart 2022 verzocht handhavend op te treden tegen de volgens hen illegale woonsituatie op het perceel. Volgens hen leidt de bewoning van de woning tot belemmeringen van hun bedrijfsvoering. [verzoeker A] heeft in april 2022 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend om de bedrijfswoning te legaliseren. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Het heeft daarnaast handhavend opgetreden tegen het zonder de benodigde omgevingsvergunning bouwen en gebruiken van een bedrijfswoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2557
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306414/2/R3

202306609/1/R3 en 202306609/2/R3

Bij besluit van 14 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan de gemeente Rotterdam een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een kunstwerk in een watergang nabij de Raadhuisstraat 47 te Rotterdam. De gemeente heeft een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van een kunstwerk. Het gaat om het kunstwerk 'Water' van de inmiddels overleden kunstenaar Leo van Oudheusden. Het kunstwerk, een tegeltableau, is gemaakt voor het zwembad 'de Zeehond' in de voormalige gemeente Rozenburg. Dat zwembad is gesloopt in oktober 2016. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het kunstwerk te behouden in de openbare ruimte of op een binnenlocatie. Er is voor gekozen om het kunstwerk buiten in een watergang te plaatsen. [verzoeker], de broer van de kunstenaar, is het niet eens met de vergunningverlening. Hij vindt de gekozen locatie in de openbare ruimte niet geschikt. Hij heeft gewezen op de kwetsbaarheid van het materiaal. Het kunstwerk moet volgens hem niet in de buitenlucht worden geplaatst, omdat het daardoor onherstelbaar zal worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2556
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306609/1/R3 en 202306609/2/R3

202402904/3/V1

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft gewijzigde identiteitsgegevens van de vreemdelingen opgenomen in kennisgevingen van 28 september 2023, 28 juli 2023 en 5 januari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2564
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402904/3/V1

202403124/1/V2 en 202403124/2/V2

Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2554
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403124/1/V2 en 202403124/2/V2

202403462/1/R4 en 202403462/2/R4

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [verzoeker] een last onder bestuursdwang opgelegd wegens verschillende overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 in de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. De last houdt, kort weergegeven, in dat de woningen schoon en brandveilig moeten worden gemaakt door de grote hoeveelheid spullen en papier te verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2753
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403462/1/R4 en 202403462/2/R4

202403600/1/V3 en 202403600/2/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2552
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403600/1/V3 en 202403600/2/V3

202303701/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 juni 2023, waarbij het door [appellante] tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 17 mei 2022 ingestelde beroep ongegrond is verklaard. [appellante] heeft aan de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een persoonlijke betalingsregeling van € 300,00 per maand. Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek toegewezen en de persoonlijke betalingsregeling vastgesteld op € 506,00 per maand. Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het besluit van 23 februari 2022 herzien en bepaald dat [appellante] € 497,00 per maand moet betalen. [appellante] betoogt in hoger beroep dat zij het bedrag van € 497,00 per maand niet kan betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2578
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303701/1/A2

202400920/1/R4

[verzoekers] hebben de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om haar uitspraken van 6 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1832, en 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1334, te herzien. Bij de uitspraak van 31 mei 2017 is een eerder verzoek om herziening van de uitspraak van 6 november 2013 afgewezen. Het verzoek wordt daarom opgevat als verzoek om herziening van enkel de oorspronkelijke uitspraak van 6 november 2013. In die uitspraak is het hoger beroep van [verzoeker A] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 21 januari 2013 in zaak nr. 12/2239 ongegrond verklaard. De rechtbank had het beroep van [verzoeker A] tegen het besluit van 15 mei 2012, waarbij aan hem een omgevingsvergunning was verleend, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2758
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Herziening
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400920/1/R4

202401694/4/A3

Ten aanzien van zaak nr. 202401694/3/A3, die op 25 juni 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 24 juni 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Deze zaak betreft een wrakingsverzoek in zaak nr. 202401694/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2558
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401694/4/A3

202204621/1/V2

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen en haar opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2541
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204621/1/V2

202302884/1/V2

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2542
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302884/1/V2

202304855/1/V2

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2544
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304855/1/V2

202403092/1/V3

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2545
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403092/1/V3

202403215/2/V2

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2546
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403215/2/V2

202403332/1/V3

Bij besluiten van 16 en 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2532
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403332/1/V3

202403416/1/V1

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2547
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403416/1/V1

202403497/1/V2 en 202403497/2/V2

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2548
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403497/1/V2 en 202403497/2/V2

202403537/2/V1

Bij besluit van 20 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2549
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403537/2/V1

202403712/2/V2

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2562
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403712/2/V2

202207244/1/V3

De vreemdeling heeft zijn hoger beroep in reactie op de schriftelijke uiteenzetting van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen (artikel 8:75 van de Awb). Daarvoor kan aanleiding bestaan als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoet is gekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2536
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207244/1/V3

202307191/1/V2

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2534
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307191/1/V2

202401225/2/R2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Bergen op Zoom het bestemmingsplan "Poortgebied Bergsche heide 2022" vastgesteld. Het plan maakt de ontwikkeling van het Poortgebied van het Landschapspark Bergsche Heide mogelijk. Het Poortgebied wordt ontwikkeld aan de oostelijke rand van Bergen op Zoom direct aan de A4. Het plan maakt onder meer de ontwikkeling mogelijk van een hotel, twee fastfoodrestaurant en een energyhub, waar onder meer LNG wordt aangeboden. Bovendien wordt er voorzien in de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg naar het achterliggende landschapspark met parkeervoorziening. Verder wordt er geïnvesteerd in natuur- en landschapsontwikkeling. Bovendien wordt het voormalige campingterrein getransformeerd tot een camping met 150 recreatiewoningen en 65 chalets/stacaravans. [verzoeker sub 2] woont op korte afstand van het plangebied aan de [locatie] in Bergen op Zoom. [verzoeker sub 1] heeft een agrarisch teeltbedrijf. Een deel van zijn agrarische percelen grenst aan het plangebied, namelijk aan de Vredenburg, en een ander deel van de gronden liggen op korte afstand van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2529
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401225/2/R2

202402306/1/V3

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2535
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402306/1/V3

202402979/2/R4

Bij besluit van 1 juni 2022 heeft de staatssecretaris aan ONE-Dyas B.V. een vergunning verleend op grond van artikel 94 in samenhang bezien met artikel 105 van het Mijnbouwbesluit voor het aanleggen en in stand houden van een pijpleiding tussen het nog op te richten platform N05-A en de bestaande verzamelleiding NGT van Noordgastransport B.V., een 33kV elektriciteitskabel met 20 Mw vermogen tot aan de mediaanlijn met Duitsland en deze elektriciteitskabel aangewezen als bedoeld in artikel 92 van het Mbb. Bij besluit van 1 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat aan ONE-Dyas een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten het oprichten en in gebruik nemen van een mijnbouwinrichting, het aanleggen van boorgaten, handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Bij uitspraak van 4 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2289 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening getroffen dat het herstelbesluit wordt geschorst. Deze uitspraak gaat over de vraag of deze schorsing moet worden opgeheven of worden voortgezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2533
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Milieu - Overige
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202402979/2/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402979/2/R4

202403766/1/V3 en 202403766/2/V3

Bij besluit van 29 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2543
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403766/1/V3 en 202403766/2/V3

BRS.24.000017

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2476
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000017

BRS.24.000168

Bij besluit van 10 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2491
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000168

202202412/1/V1

Bij besluit van 27 september 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2488
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202412/1/V1

202207199/1/V3

Bij besluiten van 12 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2524
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202207199/1/V3

202300478/3/R4

Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Apeldoorn van 1 december 2022, waarbij het bestemmingsplan "Laan van Osseveld - hoek Deventerstraat" is vastgesteld. Het plan maakt mogelijk dat een 32 m hoog woongebouw wordt gerealiseerd met daarin 63 sociale huurappartementen voor één- en tweepersoonshuishoudens. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, om te voorkomen dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor de bouw van het woongebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2755
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300478/3/R4

202302825/1/V3

Bij besluit van 11 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2526
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302825/1/V3

202304742/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoet is gekomen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2525
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304742/1/V1

202400112/1/V1

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2527
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400112/1/V1

202401819/2/R4

Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Maasdriel van 8 februari 2024, waarbij het bestemmingsplan "Hedel bedrijventerrein De Kampen herziening 2022, Baronieweg 15" is vastgesteld. De aanleiding voor dit plan was een concreet bouwplan van de bakkerij aan de Baronieweg 15 voor het uitbreiden van haar bedrijfsbebouwing. Het bestemmingsplan maakt dit bouwplan planologisch mogelijk. Kartonnage Hedel heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, om te voorkomen dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2754
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202401819/2/R4

202401975/1/V3

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2487
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401975/1/V3

202402316/1/V3 en 202402316/2/V3

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, waaruit zijn duurzaam verblijfsrecht blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2523
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402316/1/V3 en 202402316/2/V3

202402502/3/V2

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2522
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402502/3/V2

202402699/1/V2

Bij besluit van 13 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2521
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402699/1/V2

202403418/1/V2 en 202403418/2/V2

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2520
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403418/1/V2 en 202403418/2/V2

202403578/2/R2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 16 mei 2024 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-­West­-Brabant (hierna: de rechtbank). Bij die uitspraak heeft de rechtbank voor zover hier van belang het door Milieuvereniging De Groene Koepel en andere ingestelde beroep tegen het besluit van 8 december 2023 ongegrond verklaard. Bij dit besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [partij A] omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning en bijbehorend bijgebouw in afwijking van het bestemmingsplan en het ophogen en vergraven van de bodem en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen op het perceel [locatie] in Bavel. Vergunninghouder heeft toegelicht dat de werkzaamheden met betrekking tot de bouw van het hoofdgebouw en de kelder zijn begonnen en dat in de tweede helft van oktober 2024 de werkzaamheden met betrekking tot de bouwwerken die zijn voorzien in de nog in te richten ecologische verbindingszone zullen plaatsvinden. Dit betekent dat met het verzoek een spoedeisend belang is gemoeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2553
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403578/2/R2

202400522/2/A3

[appellant] heeft de minister van Justitie en Veiligheid verzocht om openbaarmaking van documenten over de vuurwerkrampen in Enschede en Culemborg op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Er vallen veel documenten onder dit verzoek. In de uitspraak van 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1984, heeft de Afdeling het besluit op bezwaar van 26 augustus 2020 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Dat besluit moet niet meer op grond van de Wob, maar op grond van de Wet open overheid worden genomen. [appellant] heeft, omdat de minister geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2022, eerder beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op zijn bezwaar. In de uitspraak van 19 juli 2023 heeft de Afdeling dat beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen om uiterlijk op 16 augustus 2023 een nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft bepaald dat de minister een dwangsom van € 100,00 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2530
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400522/2/A3

202306293/3/R4

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de raad van de gemeente Ede het bestemmingsplan "Lunteren, uitbreiding bedrijventerrein De Stroet" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van De Stroet aan de oostzijde mogelijk, waardoor het bedrijventerrein bij de kern van Lunteren zal aansluiten. Hiervoor worden de gronden van twee voormalige agrarische bedrijven benut. Verder is een extra verkeersontsluiting van het bedrijventerrein voorzien op de Postweg en Westzoom. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van ongeveer 19,13 hectare. Ongeveer 10,4 hectare bestaat uit gronden die als bedrijventerrein zullen worden bestemd. Ongeveer 1,95 hectare is bestemd voor verkeersdoeleinden en ongeveer 6,78 hectare is bestemd voor openbaar groen en water. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] willen met hun verzoeken bereiken dat de bouwvoorbereidingen worden opgeschort totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Zij willen hiermee bewerkstelligen dat de natuurwaarden van het gebied, waaronder dassen en andere beschermde diersoorten, worden beschermd en dat de grond geschikt wordt gehouden voor duurzame of biologische landbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2480
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202306293/3/R4

202401611/1/V2

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Ook heeft hij een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2485
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401611/1/V2

202401647/1/V3

Bij besluit van 2 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2484
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401647/1/V3

202402406/1/V3

Bij besluit van 31 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2486
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402406/1/V3

202403703/1/V3 en 202403703/2/V3

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2531
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403703/1/V3 en 202403703/2/V3

BRS.24.000156

Bij besluit van 12 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2456
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000156

202105296/1/R4

Bij besluit van 7 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk [appellant] gelast, onder oplegging van een dwangsom, om een paardenbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden, en om twee verhardingen, een romneyloods, twee werktuigloodsen en een stal te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] exploiteert een runder- en paardenbedrijf aan de [locatie 1] in Nijkerk (hierna: het perceel). Op het perceel staan verschillende bouwwerken. [partij] woont op het aangrenzende perceel [locatie 2] in Nijkerk en heeft een verzoek om handhaving ingediend. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de begunstigingstermijn voor het verwijderen van de gebouwen niet onredelijk kort is. [partij] betoogt dat het besluit van 20 januari 2022 onvoldoende is gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2514
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105296/1/R4

202106714/1/R2

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen € 30.000,00 aan verbeurde dwangsommen bij [appellant sub 2] ingevorderd. Het college heeft in een eerder besluit van 20 september 2018 geconstateerd dat [appellant sub 2] in strijd met het bestemmingsplan haar hoofdverblijf had in een recreatiewoning op [kampeercentrum]. Daarom heeft het college [appellant sub 2] opgedragen haar permanente bewoning van een recreatiewoning op het kampeercentrum te staken en gestaakt te houden. Als zij dat niet doet, dan moet ze een dwangsom van € 30.000,00 betalen. Dit besluit is in rechte onaantastbaar. [appellant sub 2] heeft aan deze last onder dwangsom voldaan door te verhuizen en zich in te schrijven op een ander adres. Daarna heeft zij zich opnieuw ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres van het kampeercentrum. Bij controle van 9 april 2020 heeft het college geconstateerd dat [appellant sub 2] haar hoofdverblijf opnieuw op het kampeercentrum had. [appellant sub 2] heeft bij deze controle verklaard zes maanden op het kampeercentrum te verblijven en de overige zes maanden op een vakantiepark in IJsselstein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2501
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106714/1/R2

202107261/2/R3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Noordzijde ten oosten van [locatie], Bodegraven" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een woning mogelijk op het perceel ten oosten van het perceel [locatie 1] in Bodegraven. Het plan kent aan het perceel de bestemming "Wonen" toe. Er mag op grond van het plan één woning worden gebouwd. Initiatiefnemer van het plan is [partij]. [appellant] woont aan [locatie 2], op een afstand van ongeveer 60 m van het plangebied. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak naar aanleiding van het beroep van [appellant] een gebrek geconstateerd in artikel 3.1, lid b, onder 3 en onder 4, van de planregels. [appellant] betoogt dat de raad de door de Afdeling in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken niet heeft hersteld en wijst erop dat de raad het herstelbesluit ook niet heeft gemotiveerd. Hij voert aan dat de raad artikel 3.1, lid b, onder 3, van de planregels heeft gehandhaafd, waarmee de door Afdeling geconstateerde rechtsonzekerheid in deze bepaling is blijven bestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2504
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202107261/2/R3

202108096/1/R2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Bie de Roo Baek 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor de herinrichting van het woonwagencentrum aan de Tudderenderweg in Sittard. Het plan biedt een planologisch-juridische basis voor 24 standplaatsen, de vervanging van de gemeenschapsaccommodatie en de aanleg van vier bezigheidsterreinen. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] wonen op het woonwagencentrum aan de [locatie]. Zij en Woonwagenbelangen kunnen zich niet met het plan verenigen. Volgens hen had de raad 30 standplaatsen, die tot midden 2018 op het woonwagenkamp hebben bestaan en sindsdien ontruimd zijn, opnieuw moeten opnemen in het plan. Deze gronden krijgen volgens hen ten onrechte de bestemming "Natuur". [appellant] en anderen betogen dat de raad bij de vaststelling van het plan de belangen van de woonwagengemeenschap ter plaatse en de daartoe behorende cultuur onvoldoende heeft meegewogen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2507
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202108096/1/R2

202200451/1/A2

Bij besluit van 9 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 18.000,- voor het zonder vergunning omzetten van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. [appellant] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam. De woning bestaat uit twee bouwlagen en heeft een vloeroppervlak van 210 m2. De woning heeft zes kamers, een kantoor, een woonkeuken, twee badkamers en twee toiletten. Op 29 januari 2019 hebben twee toezichthouders van de gemeente Amsterdam in het kader van het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dit bezoek is opgemaakt blijkt dat op het adres acht personen staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen, onder wie [appellant]. Het college heeft [appellant] een boete opgelegd van € 18.000,-. Volgens het college blijkt uit het onderzoek van de toezichthouders dat [appellant] artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2510
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200451/1/A2

202200591/1/R2

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad van de gemeente Oss het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" voorzag in een juridisch planologisch kader voor de realisatie van het windpark. Het voorzag voor zover van belang bij recht in vier windturbines met een maximale tiphoogte van 210 m en in twee windturbines door middel van een wijzigingsbevoegheid. Ter uitvoering van het plan waren bij besluiten van 1 augustus 2019 tijdelijke omgevingsvergunningen voor een periode van 25 jaar verleend. Bij uitspraak van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1681, heeft de Afdeling onder meer hun beroep gegrond verklaard en het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" vernietigd, kort gezegd omdat de raad: - niet had gemotiveerd waarom de geluidbronnen afkomstig van het vaarverkeer, landbouwverkeer en vliegverkeer ten gevolge van het laagvlieggebied niet waren betrokken in het onderzoek naar de cumulatieve effecten van het geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2496
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200591/1/R2

202201347/1/R2

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [appellanten] om handhavend op te treden afgewezen. Strabeko exploiteert een straalbedrijf aan de Albionstraat 24 in Tilburg. Het bedrijf is gelegen op de kadastrale percelen AE315, AE316 en AE317. Strabeko voert oppervlaktebehandelingen van metalen uit, zoals cabinestralen, metalliseren, poedercoaten, natlakken, glasparelstralen en thermisch reinigen. [appellanten] wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Tilburg nabij het straalbedrijf. Op grond van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Vossenberg 2008" heeft het terrein van Strabeko de bestemming "bedrijventerrein" met de functieaanduidingen "bedrijf van categorie 3.2" voor de percelen AE315 en AE317 en "bedrijf van categorie 4.1" voor perceel AE316. Volgens de in bijlage 1 bij het bestemmingsplan opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten vallen straalactiviteiten onder milieucategorie 4.1. Strabeko heeft op perceel AE317 twee straalcabines. Eén is daar sinds 2003 aanwezig (hierna: straalcabine 2003) en één is sinds 2011 aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2423
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201347/1/R2

202201348/1/R2

Bij besluit van 16 maart 2020 heeft het college aan B.V. Staalstraal en Metalliseerbedrijf Strabeko, Strabeko Beheer B.V. en [partij] (hierna: Strabeko) een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een straalcabine op het perceel Albionstraat 24 in Tilburg. Strabeko exploiteert een straalbedrijf aan de Albionstraat 24 in Tilburg. Het bedrijf is gelegen op de kadastrale percelen AE315, AE316 en AE317. Strabeko voert oppervlaktebehandelingen van metalen uit, zoals cabinestralen, metalliseren, poedercoaten, natlakken, glasparelstralen en thermisch reinigen. [appellanten sub 1] wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Tilburg nabij het straalbedrijf. [appellant sub 2] is eigenaar van het nabij gelegen perceel [locatie 3]-[locatie 4]. Hij woonde daar in een woonwagen. Op 5 februari 2020 heeft het college hem, onder oplegging van een dwangsom, gelast om dit gebruik te beëindigen en beëindigd te houden en de woonwagen te verwijderen en verwijderd te houden. Het door [appellant sub 2] daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1440, geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2424
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202201348/1/R2

202201986/1/R2

Bij besluit van 2 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert aan Stichting Eduquaat een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van "KindcentrumAltweerterheide" aan de Herenvennenweg 2 in Weert. Op 16 oktober 2020 heeft het college van Stichting Eduquaat een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor de bouw. Het college heeft bij de vergunningverlening overwogen dat het bouwplan op een aantal punten afwijkt van het bestemmingsplan "Altweerterheide, Laar, Stramproy, Swartbroek en Tungelroy". Zo is de goothoogte van het bouwplan hoger dan de maximaal toegestane goothoogte van 6 meter, wordt buiten de grenzen van het bouwvlak gebouwd en wordt de voorgevel niet opgericht in of achter de naar de weg gekeerde bouwgrens. Deze afwijkingen vallen volgens het college onder artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Bor, omdat het gaat om uitbreidingen van het hoofdgebouw en daarmee om bijbehorende bouwwerken, die (ook overigens) aan de vereisten van dat artikel voldoen. [appellant] woont naast de gronden waarop het bouwplan is voorzien, aan de [locatie], en is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2511
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201986/1/R2

202202024/1/A3

Bij besluit van 12 november 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam het bedrijfspand van [buurtwinkel], gevestigd aan de [locatie], in Rotterdam, gesloten voor onbepaalde tijd. Op 30 oktober 2019 is het bedrijfspand van [buurtwinkel] beschoten. Hierop heeft de burgemeester op dezelfde dag het bedrijfspand met spoed gesloten voor een periode van maximaal twee weken. Op 6 november 2019 heeft de burgemeester een aanvullende rapportage van de politie ontvangen. De burgemeester heeft de bevindingen uit die rapportage, de bijbehorende ambtsberichten en een zienswijzengesprek van 8 november 2019 ten grondslag gelegd aan het besluit van 12 november 2019. Met dat besluit heeft de burgemeester het bedrijfspand gesloten voor onbepaalde tijd op grond van artikel 2:35, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012. Daarbij heeft de burgemeester van belang geacht dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijfspand op onaanvaardbare wijze zijn aangetast, terwijl het gaat om een kwetsbaar gebied dat is aangewezen als veiligheidsrisicogebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2494
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202024/1/A3

202202310/1/R3

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Assen het bestemmingsplan "Binnenstad Noordoost" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het noordoostelijke deel van de binnenstad van Assen. In de plantoelichting staat hierover dat het noordelijke deel van de binnenstad rommelig is geworden en dat de inrichting van de openbare ruimte onsamenhangend is. Er heeft een wildgroei van uitstallingen, reclame-uitingen en luifels plaatsgevonden. Al met al oogt dit deel van de binnenstad wat sleets. Omdat "kopen" minder belangrijk wordt en consumentenvoorkeuren verschuiven naar sfeer en beleving, vraagt dat om kwaliteit, identiteit en eigenheid die in het noordelijke deel van de binnenstad momenteel niet meer herkenbaar is, zo staat in de plantoelichting. Om deze redenen heeft de raad ervoor gekozen een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor het noordoostelijke gedeelte van de binnenstad van Assen, waarbij de Binnenstadvisie Assen leidend is voor de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt. Adelaarspoot B.V. is eigenaar van een aantal percelen gelegen binnen het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2506
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202202310/1/R3

202203741/1/R2

Bij besluit van 21 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda geweigerd handhavend op te treden tegen de aanwezigheid en het gebruik van een acculaadstation voor elektrische auto’s op het terrein van Hotel Princeville. Princeville exploiteert een hotel aan de Princenhagelaan 5 in Breda. Op het terrein stonden aanvankelijk 12 laadpalen, 1 transformator en 6 omvormers voor elektrische auto’s van het merk Tesla. Eind 2020 is dat aantal uitgebreid tot 16 laadpalen en 8 omvormers: het acculaadstation. Het acculaadstation is gebouwd op het terrein van Princeville, maar is eigendom van Tesla. Vanaf 2022 kunnen ook elektrische auto’s van andere merken gebruik maken van de laadpalen. [appellant sub 3] woont aan de [locatie] in Breda, in de directe nabijheid van het acculaadstation. Op 15 juni 2018 heeft [appellant sub 3] het college verzocht handhavend op te treden tegen het acculaadstation, omdat daarvoor geen omgevings- of milieuvergunning is verleend en hij vreest voor geluidsoverlast van het acculaadstation. Het college heeft dit verzoek tot handhaving afgewezen, omdat volgens het college het acculaadstation vergunningvrij is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2505
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203741/1/R2

202204715/1/A2

Bij besluit van 27 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij A] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vier personen op het adres [locatie] in Rotterdam. [partij A] was eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Rotterdam. Zij heeft op 2 juli 2020 een aanvraag ingediend voor kamerbewoning voor maximaal vier personen in de woning. Bij het besluit van 27 juli 2020 heeft het college de gevraagde vergunning verleend onder de voorwaarde dat het gebruik van de woning niet leidt tot aantasting van het woonmilieu en de leefbaarheid van de buurt. De eigendom van de woning is op 1 oktober 2020 overgegaan op SLP B.V. De rechtbank heeft geoordeeld dat hoofdstuk 3 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019, zoals die luidde ten tijde van de aanvraag, buiten toepassing moet worden gelaten. Dit betekent dat het college SLP B.V. geen vergunningplicht voor kamerbewoning kon tegenwerpen. De rechtbank heeft daarom het besluit op bezwaar van 8 februari 2022 vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2492
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204715/1/A2

202204724/1/R1

Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan Waardse Nistelrode B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van bedrijfsruimten aan de Dostalstraat 64-01 tot en met 64-18 in Tilburg. Bij besluiten van 16 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de door onder meer [appellant sub 1] en [appellant sub 2A] en anderen daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Waardse Nistelrode B.V. heeft op 14 juli 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van 18 bedrijfsunits aan de Dostalstraat 64-01 tot en met 64-18 in Tilburg. Het bouwplan is in strijd met de onder meer voor het perceel geldende bestemming "BB2 - Binnenwijkse Bedrijventerreinen" van het bestemmingsplan "Heikant 2007". Onder meer wordt de maximale goothoogte van 3 m overschreden, als ook de maximale bouwhoogte van 4,5 m. De goot- en bouwhoogte aan de noordzijde van het bouwplan is 4,95 m. Verder is aan de achterkant van de bedrijfsgebouwen geen onbebouwd terrein van 2 m diep aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2498
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204724/1/R1

202204978/1/A3

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft de burgemeester van Rotterdam geweigerd een exploitatievergunning en een Drank- en Horecawetvergunning te verlenen aan [appellante]. [appellante] heeft tot 22 februari 2018 een horecabedrijf, te weten een snookercentrum, geëxploiteerd op de [locatie] in Rotterdam. Zij had daarvoor een exploitatievergunning voor de duur van vijf jaren. Op 16 februari 2018 heeft [appellante] zowel een voorlopige, als een reguliere exploitatievergunning aangevraagd. Op 23 februari 2018 heeft de burgemeester de aanvraag voor een nieuwe, voorlopige exploitatievergunning afgewezen, vanwege een lopend onderzoek in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De aanvraag om een reguliere exploitatievergunning heeft [appellante] ingetrokken op 11 december 2018. De exploitatie van het snookercentrum is vervolgens gestaakt. De burgemeester heeft de Drank- en Horecawetvergunning geweigerd op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder b, van de Drank- en Horecawet. Gelet op de weigering van de exploitatievergunning kan het horecabedrijf feitelijk niet als bedoeld in artikel 3 van de DHW worden uitgeoefend, aldus de burgemeester.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2499
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204978/1/A3

202205802/1/A3

Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen het door [appellant] gemaakte bezwaar gericht tegen het niet beslissen op het verzoek om informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur van 16 november 2020 niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft op 16 november 2020 een Wob-verzoek ingediend bij het college. Het college heeft niet tijdig op dit verzoek beslist. [appellant] heeft bezwaar ingediend wegens het uitblijven van een beslissing op zijn Wob-verzoek. Na het indienen van dit bezwaar heeft [appellant] het Wob-verzoek ingetrokken. Het college heeft hierop het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] het Wob-verzoek heeft ingetrokken en daarom geen procesbelang meer heeft. Het college voelt zich hierin gesteund door de rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld haar uitspraak van 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:291. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. In beroep heeft [appellant] zich op het standpunt gesteld dat hij wel procesbelang heeft bij een vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2508
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205802/1/A3

202206449/1/A3

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de korpschef het verzoek van [appellant] om correctie en verwijdering van gegevens afgewezen. [appellant] is op 10 december 2021 door twee hoofdagenten van de politie, Eenheid Midden-Nederland, op de Zuiderloswal te Hilversum gecontroleerd op de naleving van de Wegenverkeerswet 1994, omdat hij twijfelend rijgedrag vertoonde. De agenten roken bij [appellant] een cannabisgeur, namen waar dat hij trilde en dat hij bloeddoorlopen ogen en een vergrote pupil had. Een afgenomen speekseltest gaf een indicatie aan voor cannabis. [appellant] is hierna aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8 van de WVW 1994. Deze informatie is opgenomen in het proces-verbaal dat onder registratienummer [...] is opgemaakt. Het proces-verbaal is op grond van artikel 130 van de WVW 1994 aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen verstrekt, omdat de hoofdagenten een vermoeden hadden dat [appellant] niet langer beschikte over de vereiste rijvaardigheid of lichamelijke of geestelijke geschiktheid. Uit een nader bloedonderzoek is gebleken dat het bloed een gehalte van 5,7 microgram/liter THC bevatte, bijna twee keer zo hoog als is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2509
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202206449/1/A3

202207011/1/R4

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de aanleg van een moestuin en de aanplant van bomen op het perceel [locatie] te Amerongen afgewezen. [partij] heeft op 20 juli 2019 een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van een veldopstelling zonnepanelen langs de schutting en het vellen van één paardenkastanje en 13 populieren. Op het perceel rust op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Overberg, Maarn, Maarsbergen, Amerongen", de bestemming "Agrarisch met waarden". Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft het college de omgevingsvergunning verleend. [appellant] heeft op 26 mei 2021 het college verzocht om handhavend op te treden tegen de aanleg van een moestuin en de aanplant van bomen op het perceel in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2503
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207011/1/R4

202207134/1/R1

Bij besluit van 15 september 2022 heeft de raad van de gemeente Hollands Kroon het bestemmingsplan "Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1" gewijzigd vastgesteld. Het plan is vastgesteld met het oog op de uitbreiding van Agriport A7. Het voornemen is op de gronden in het noorden van het plangebied een datacenter te realiseren. Deze gronden hebben een oppervlakte van circa 50 hectare. Dit gedeelte van het plangebied wordt aangeduid als deelgebied B1 en had een agrarische bestemming. De gronden in het zuiden van het plangebied zijn van Microsoft Data Center Netherlands B.V. dan wel Microsoft B.V. Deze gronden hadden al een bedrijfsbestemming en daarop wordt al een datacenter gerealiseerd. Dat gedeelte van het plangebied wordt aangeduid als Venster-West en wordt met het plan grotendeels conserverend bestemd. Verder is er een geluidszone rondom de gronden opgenomen. Agriport is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. Stichting Red de Wieringermeer kan zich niet met het plan verenigen. Zij vreest vooral voor de landschappelijke gevolgen en de gevolgen voor de leef- en omgevingskwaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2502
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202207134/1/R1

202207140/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bepaald dat de Zuiderdijk en de Schellinkhouterdijk tussen Zuiderdijk 1 in Venhuizen en de Protonweg in Hoorn zijn verboden voor motorfietsen in het weekend van 1 april tot en met 31 oktober. Op 18 juni 2020 heeft het college het verkeersbesluit ‘Pilot tijdelijk afsluiten Zuiderdijk voor motorfietsen in weekenden’ genomen. Dit besluit houdt in dat de Zuiderdijk en de Schellinkhouterdijk tussen Zuiderdijk 1 in Venhuizen en de Protonweg in Hoorn verboden zijn voor motorfietsen in de weekenden voor de duur van de pilotperiode van 1 augustus 2020 tot en met 30 september 2020. In het besluit is vermeld dat door bewoners van de Zuiderdijk meermaals is geklaagd over overlast van motorverkeer. De overlast betreft voornamelijk geluidsoverlast, de aantallen motorfietsen, de snelheid ervan en gevaarlijke verkeerssituaties met motorfietsen. De overlast wordt met name in de weekenden en op feestdagen ervaren, omdat het dan het drukst is op de Zuiderdijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2500
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202207140/1/A2

202302748/3/R2

Bij tussenuitspraak van 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4798, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het college van burgemeester en wethouders van Altena opgedragen om de gebreken in het besluit van 10 januari 2022 te herstellen met inachtneming van wat onder 9.2, 10.1 en 12.1 van die uitspraak is overwogen. De voorzieningenrechter heeft in zijn tussenuitspraak van 27 december 2023 overwogen dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat [appellant] in strijd met de artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo heeft gehandeld door een nieuwe woning te realiseren zonder dat daartoe een omgevingsvergunning was verleend. Bij herstelbesluit van 2 februari 2024 heeft het college het primaire besluit van 22 juni 2021 gewijzigd, in die zin dat de aan [appellant] opgelegde last onder dwangsom voor het verwijderen en het verwijderd houden van de woonvoorzieningen in het gedeelte van het pand aan de [locatie] niet verder strekt dan de op 23 juli 2002 vergunde situatie. [appellant] betoogt dat het college in het herstelbesluit niet goed ingaat op de door hem overlegde omgevingsvergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2454
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302748/3/R2

202303637/1/A2

Bij besluit van 10 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] staat sinds 2016 als woonachtig op het adres [locatie] in Amsterdam in de Basisregistratie Personen ingeschreven en is lange tijd als mantelzorger opgetreden van de eigenaar van die woning. In zijn aanvraag van 30 augustus 2021 stelt hij dat hij de woning moet verlaten omdat de dochter van de eigenaar zijn taken als mantelzorger heeft overgenomen en bij haar vader is ingetrokken. [appellant] vreest dakloos te worden. Verder stelt hij dat zijn - inmiddels - 15 jarige zoon bij hem wil komen wonen omdat de verstandhouding met zijn moeder, waar hij hoofdzakelijk bij verblijft, ernstig is verstoord. Ook wil [appellant] graag zijn partner uit het buitenland naar Nederland halen om, samen met zijn twee minderjarige kinderen, gezamenlijk gezinsleven te hebben. Het college heeft zich verder op het standpunt gesteld dat [appellant] ook niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring op grond van medische of sociale redenen, zoals genoemd in artikel 2.6.8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2495
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303637/1/A2

202304956/1/R1

Bij uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1143, heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak het beroep van [verzoekster] tegen het besluit van de raad van de gemeente Maastricht van 28 september 2021 ongegrond verklaard. [verzoekster] is eigenaar van het perceel [locatie 1]-[locatie 2]. Voor dit perceel gold ten tijde van de uitspraak van 22 maart 2023 het bestemmingsplan "Maastricht-West" dat was vastgesteld door de raad op 18 september 2012. Het perceel had de bestemming "Gemengd" en onder andere de functieaanduiding "specifieke vorm van detailhandel-meubelzaak". Op grond van artikel 7.1, aanhef en onder g, van de planregels mocht het perceel gebruikt worden voor detailhandel in volumineuze goederen, te weten meubels. Volgens [verzoekster] heeft zich voorafgaand aan de uitspraak van 22 maart 2023 een omstandigheid voorgedaan die, indien die bij hem bekend was geweest en hij die naar voren had kunnen brengen, tot een andere uitspraak zou hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2493
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Herziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202304956/1/R1

202400492/1/A2

Bij beslissing van 17 juli 2023 heeft de examencommissie van de faculteit Technology, Innovation & Science, namens het instellingsbestuur, aan [appellant] een bindend negatief studieadvies gegeven. [appellant] is in het studiejaar 2020/2021 begonnen met de driejarige bacheloropleiding Chemical Engineering - English stream aan De Haagse Hogeschool. In dit studiejaar is [appellant] vanwege de lockdown als gevolg van de coronapandemie naar Zuid-Korea teruggekeerd en heeft hij de opleiding zoveel mogelijk online gevolgd. Aan het einde van dit studiejaar heeft het instellingsbestuur besloten om in verband met de pandemie het uitbrengen van een studieadvies aan alle studenten voor dat jaar uit te stellen. [appellant] heeft in dit studiejaar 12 studiepunten behaald. Aan het einde van het studiejaar 2021/2022 heeft het instellingsbestuur bij beslissing van 14 juli 2022 het studieadvies aan [appellant] opnieuw uitgesteld. [appellant] had op dat moment 45 studiepunten van de propedeuse behaald. Aan dit tweede uitstel zijn voorwaarden verbonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2497
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400492/1/A2

202401822/2/A2

Op 18 januari 2024 heeft de minister besloten de bekostiging van de Isaac Beeckman Academie (hierna: de IBA) met ingang van 1 augustus 2024 te beëindigen. De IBA is een middelbare school in Kapelle die onderdeel is van de Stichting PVO. Het onderwijs wordt gekarakteriseerd door kleinschalig, persoonlijk onderwijs. In oktober 2023 heeft de minister geconstateerd dat voor het derde jaar op rij te weinig leerlingen stonden ingeschreven bij de IBA. Op verzoek van het bevoegd gezag heeft de minister de beëindiging van de bekostiging uitgesteld onder twee voorwaarden: 1) de kwaliteit van het onderwijs moet in het eerstvolgende herstelonderzoek van de Inspectie voldoende zijn, en 2) het bestuur moet aannemelijk maken dat de school per 1 oktober 2025 voldoende leerlingen zal hebben. Omdat naar het oordeel van de minister niet aan de voorwaarden is voldaan, heeft hij in januari 2024 besloten om de bekostiging vanaf 1 augustus 2024 te beëindigen. De medezeggenschapsraad heeft als vertegenwoordiger van de gehele schoolgemeenschap van de IBA, bestaande uit de MR, ouders en docenten, bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2453
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202401822/2/A2

202402314/1/A2

Bij beslissing van 29 augustus 2023 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden een verzoek van [appellant] om het predicaat 'cum laude' te verlenen voor het bachelordiploma Rechtsgeleerdheid afgewezen. Bij beslissing van 24 augustus 2022 heeft de examencommissie een verzoek van [appellant] om het predicaat 'cum laude' te verlenen voor het bachelordiploma Rechtsgeleerdheid afgewezen. Bij uitspraak van 31 mei 2023 heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Op 11 juli 2023 heeft [appellant] de examencommissie opnieuw verzocht om het predicaat ‘cum laude’ te verlenen. Volgens [appellant] volgt uit de uitspraak van 31 mei 2023 dat zijn werkzaamheden voor het zogenoemde huurteam een onderscheidend karakter hebben. Daarom moeten deze werkzaamheden als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in de Onderwijs en examenregeling van de Bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid 2021-2022 van de Universiteit Leiden worden aangemerkt, op grond waarvan het predicaat ‘cum laude’ moet worden toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2513
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402314/1/A2

202207465/1/V2

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2474
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207465/1/V2

202303645/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2475
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303645/1/V1

202400662/3/A2

Bij besluit van 13 april 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Silver voor de periode van één jaar aangewezen als opleidingsinstelling voor gezondheidspsychologen. Silver is een aanbieder van psychologische zorg. Zij heeft de minister verzocht om aangewezen te worden als opleidingsinstelling voor gezondheidspsychologen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit gezondheidspsychologen (hierna: het Besluit). Dit heeft uiteindelijk geleid tot het besluit van 13 april 2023 waarbij Silver voor de periode van één jaar is aangewezen als opleidingsinstelling. Als Silver na afloop van dat jaar zou voldoen aan de vereisten van het Besluit, dan zou de minister de aanwijzing omzetten naar een aanwijzing voor onbepaalde tijd. Bij besluit van 16 januari 2024 is deze termijn verlengd tot 1 juli 2024. Voor een beoordeling of een opleidingsinstelling voldoet aan de eisen uit het Besluit, vraagt de minister op grond van artikel 6, tweede lid, van het Besluit advies aan de Commissie Registratie en Toezicht van de FGzPt. In haar brief aan de minister van 30 april 2024 heeft de CRT geconcludeerd dat Silver op verschillende domeinen niet of slechts gedeeltelijk voldoet aan de eisen uit het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2467
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202400662/3/A2

202401517/2/R3

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Vrijstaande woning Schenkeldijk ong. Strijen" vastgesteld. Het plan voorziet in een vrijstaande woning met tuin aan de Schenkeldijk (ong) in Strijen. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen naast de locatie waar de woning is voorzien. Zij zijn van mening dat het plan leidt tot een aantasting van het landschap en dat het negatieve gevolgen heeft voor hun woon- en leefklimaat. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan en gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat het plan wordt geschorst totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak. [partij] wil een omgevingsvergunning aanvragen voor de bouw van de woning die het plan mogelijk maakt. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat met het verzoek een spoedeisend belang is gemoeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2468
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401517/2/R3

202401751/1/R4 en 202401751/2/R4

Bij brief van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen aan de Nationale Maatschappij tot Restaureren & Herbestemmen van cultureel Erfgoed B.V. (BOEI) meegedeeld dat aan haar van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend voor het verbouwen van de voormalige aula van de Wageningen University & Research aan de Generaal Foulkesweg 1 in Wageningen. Op het perceel Generaal Foulkesweg 1 in Wageningen geldt het bestemmingsplan "Wageningen, 2e herziening" en rusten de bestemmingen "Maatschappelijk" en "Waarde-Archeologie". Daarnaast geldt op het perceel het "Parapluplan parkeren en duurzaam bouwen". Op grond van artikel 3, lid 3.2, van het parapluplan dient bij functieverandering van een gebouw tenminste te worden voldaan aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen. [appellant] woont op het [locatie], op 45 meter afstand van het perceel Generaal Foulkesweg 1. [appellant] heeft de hoger beroepsgrond dat de rechtbank niet heeft onderkend dat 45 parkeerplaatsen zijn voorzien voor auto’s, terwijl de parkeerbehoefte 50 parkeerplaatsen is, op de zitting ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2470
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401751/1/R4 en 202401751/2/R4

202403401/1/V1 en 202403401/2/V1

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2473
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403401/1/V1 en 202403401/2/V1

202403437/1/V2 en 202403437/2/V2

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2472
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403437/1/V2 en 202403437/2/V2

202403516/1/V3 en 202403516/2/V3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2482
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403516/1/V3 en 202403516/2/V3

202403682/3/V3

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2483
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403682/3/V3

BRS.24.000135

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2442
Datum uitspraak
18 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000135

202202671/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2465
Datum uitspraak
17 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202671/1/V3

202305863/1/V2

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2462
Datum uitspraak
17 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305863/1/V2

202306030/1/V3

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2452
Datum uitspraak
17 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306030/1/V3

202306032/1/V3

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2451
Datum uitspraak
17 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306032/1/V3

202306868/1/V2

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2463
Datum uitspraak
17 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306868/1/V2

202307197/1/V2

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2461
Datum uitspraak
17 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307197/1/V2

202307343/1/V2

Bij besluit van 29 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2459
Datum uitspraak
17 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307343/1/V2
vorige pagina1...131132133...1.271volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon