Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.063
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204234/1/R3

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het college het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen het door [appellant] op haar erf gebouwde gedeelte van een schuur afgewezen. In 2013 is [appellant], op grond van een door het college op 18 januari 2013 verleende omgevingsvergunning, begonnen met de bouw van een schuur op het perceel [locatie 1] in Wierden. De bouw van deze schuur is in 2014 voltooid. In 2019 is [appellant] gestart met de uitbreiding van zijn woning op hetzelfde perceel. Daarvoor is een omgevingsvergunning verleend. De uitbreiding loopt tot aan de perceelsgrens van [locatie 2] in Wierden, het perceel van [partij] . In het kader van deze uitbreiding heeft [appellant] het kadaster gevraagd de perceelsgrens vast te stellen. Uit de gegevens van het kadaster bleek dat de in 2013/2014 gebouwde schuur van [appellant] over de perceelsgrens van [partij] is gebouwd. [appellant] heeft [partij] daarvan op de hoogte gesteld. Vervolgens heeft [partij] op 12 juni 2020 het college verzocht handhavend op te treden tegen de schuur die de perceelsgrens overschrijdt. Het college heeft dit verzoek afgewezen omdat er volgens het college geen sprake was van een publiekrechtelijke overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4321
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204234/1/R3

202204574/1/A2

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond namens het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de urgentieverklaring van [appellante] ingetrokken. Bij besluit van 12 juni 2020 heeft de SUWR namens het college een urgentieverklaring aan [appellante] verleend op grond van artikel 5.5 van Bijlage 1 van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2019 wegens uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang. De urgentieverklaring is ingetrokken op grond van artikel 2.4, eerste lid, onder a, van Bijlage 1 van de Verordening. Volgens de SUWR heeft [appellante] gedurende de eerste drie maanden na verlening van de urgentieverklaring niet ten minste drie keer gereageerd op aangeboden woonruimten die voldoen aan het zoekprofiel van de urgentieverklaring. [appellante] heeft één keer gereageerd op een woning die niet voldeed aan het zoekprofiel, terwijl er 44 passende woningen zijn aangeboden. Het college heeft geen toepassing gegeven aan de hardheidsclausule, omdat die slechts ziet op gevallen waarin een aanvraag voor een urgentieverklaring wordt geweigerd en niet op het intrekken daarvan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4323
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204574/1/A2

202205321/1/R1

Bij besluit van 23 mei 2018 heeft het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht geweigerd aan [appellant A] een watervergunning te verlenen voor het saneren van grond en het ophogen van het maaiveld in boezemgebied op het perceel aan de [locatie] in Abcoude. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] zijn mede-eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Abcoude. Op het perceel bevindt zich momenteel één woning met een tuin. Zij willen op een deel van het perceel vier nieuwe woningen bouwen met elk een eigen tuin en een eigen insteekhaven. Met het oog op de bouw van deze vier woningen, heeft [appellant A] een watervergunning aangevraagd. De watervergunning is gevraagd voor het dempen van een indirecte berging en het graven van vier insteekhavens, de aanleg van een groene oeverzone, het saneren en ontgraven van de woningbouwlocatie, het ophogen van het maaiveld in de tuin van de bestaande woning en het aanbrengen van oeverbeschoeiing bij de insteekhavens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4318
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202205321/1/R1

202205854/1/V1

Bij besluit van 5 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Deze uitspraak gaat over de vraag of een door de Afdeling getroffen voorlopige voorziening op verzoek van de staatssecretaris de Dublin-overdrachtstermijn van zes maanden kan opschorten. Het antwoord op die vraag is van belang voor de beantwoording van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag. En dus voor de vraag of de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen terecht niet in behandeling heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4198
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205854/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205854/1/V1

202206242/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft eerder in Amsterdam gewoond in een zelfstandige woonruimte met haar ex-partner. Haar ex-partner heeft haar in 1999 in Marokko achtergelaten. In mei 2019 is [appellante] weer naar Nederland teruggekeerd. Vanaf november 2020 woonde zij met haar minderjarige dochter [dochter 1] op verschillende locaties van de gemeentelijke noodvang voor gezinnen. Op 18 maart 2022 heeft [appellante] een aanvraag om een urgentieverklaring gedaan omdat zij en [dochter 1] de opvang zouden moeten verlaten en dus dakloos dreigden te worden. Verder heeft [appellante] de aanvraag gedaan vanwege de mantelzorg die zij aan haar in Amsterdam woonachtige [dochter 2] verleent. Ook heeft zij gewezen op haar psychische problematiek. Inmiddels wonen [appellante] en [dochter 1] in de gemeentelijk opvang Noordkaap Groepswonen in Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4285
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206242/1/A2

202206684/1/A2

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Nadat zij na haar scheiding uit haar toenmalige woning is gezet, heeft zij tijdelijk op het huis gepast van een oudoom in Amstelveen, onderdak gehad in een tuinhuis van haar ex-werkgever in Amsterdam, wisselend bij kennissen en haar dochter gelogeerd, in de garagebox van haar oudoom geslapen en in de corona periode via een speciale regeling in een hotel. Op de zitting heeft zij verteld dat zij momenteel nergens woont en dakloos is. Zij verblijft voor een groot deel van de week op straat, in een kelderbox of een auto. Het college heeft bij het besluit van 22 juni 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellante] geen urgent huisvestingsprobleem heeft omdat haar verblijf op verschillende adressen gelijk wordt gesteld met inwonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4329
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206684/1/A2

202207280/1/R3

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle het handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen. Op 19 augustus 2019 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen de eigenaren van het perceel met nummer ZLK00 N4183. [appellant] heeft een recht van overpad op dat perceel. Volgens [appellant] handelen de eigenaren in strijd met het bestemmingsplan doordat zij daar goederen opslaan die niet voor tuinonderhoud zijn. Het gaat om de opslag van goederen en (afval-) materialen als aanhangwagens, bakstenen, dakpannen, snoeihout, afvalcontainers, een tuintafel en -stoelen, plastic tassen, en dergelijke. [appellant] ondervindt overlast van dit gebruik langs de toegangsrit naar zijn perceel. Ook heeft dit volgens hem gevolgen voor zijn bedrijf. Het college heeft op 22 augustus 2019 en op 24 oktober 2019 controles uitgevoerd. Het college heeft vervolgens het verzoek om handhaving afgewezen. Volgens het college is er geen sprake van handelen in strijd met het bestemmingsplan, omdat de opslag van de goederen binnen de bestemmingsmogelijkheden valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4320
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207280/1/R3

202300223/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont samen met zijn vijf kinderen in een driekamerappartement van 62 m2. Volgens [appellant] is de situatie van het gezin in de huidige woning onhoudbaar en onverantwoord voor de psychische en fysieke gezondheid van zijn kinderen. Het ruimtegebrek zorgt volgens [appellant] dat zijn kinderen zich niet goed kunnen ontwikkelen en daarom heeft hij een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft bij het besluit op bezwaar van 5 oktober 2021 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Volgens het college is er geen urgent huisvestingsprobleem omdat [appellant] beschikt over een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd voor een zelfstandige woning. Dat de woning te klein is wordt niet aangemerkt als een urgent huisvestingsprobleem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4324
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300223/1/A2

202300557/1/A2

Bij besluit van 6 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont met haar minderjarige zoon samen met haar vader en jongere broer in de woonwagen van haar vader. Zij is in oktober 2020 met haar zoon bij haar vader ingetrokken omdat volgens [appellante] haar vorige woonsituatie onhoudbaar was vanwege haar gewelddadige ex-partner. De huidige woonsituatie is volgens [appellante] echter ondragelijk. Haar vader heeft ernstige lichamelijke klachten, haar broer heeft een posttraumatisch stresssyndroom en de woonruimte is zeer beperkt. De aanwezigheid van [appellante] en haar zoon in de woning is voor haar vader en broer te belastend en dit zorgt ook bij [appellante] voor stress. Zij heeft daarom een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij op die manier ook voor haar zoon een stabiele woonsituatie kan realiseren. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat geen sprake is van een noodsituatie die is ontstaan buiten verwijtbare schuld van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4325
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300557/1/A2

202300694/1/A2

Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont met haar twee kinderen op de tweede etage van een portiekwoning. Ze heeft een aanvraag om een urgentieverklaring gedaan omdat zij vanwege fysieke klachten niet kan traplopen en door een psychisch probleem geen gebruik kan maken van een lift. Het college heeft bij het besluit van 14 maart 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 4:5, aanhef en onder c, d, k en m, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Volgens het college kan [appellante] haar huisvestingsprobleem op een andere manier oplossen, bijvoorbeeld door het behandelen van haar psychische probleem waardoor zij geen gebruik kan maken van een lift.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4315
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300694/1/A2

202301442/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 1 november 2022, met vorderingsnummers 5511280229 en 5511280230, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 20 oktober 2022 twee maal spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Het college heeft daarbij vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 154,00 per overtreding, voor rekening van [appellante] komen. [appellante] betwist niet dat de aangetroffen kartonnen verpakking van haar afkomstig is en dat zij deze op straat heeft geplaatst. Zij wijst er op dat haar buren een afspraak hadden gemaakt om hun grofvuil aan te bieden op 20 oktober 2022. Volgens [appellante] had zij met haar buren afgesproken dat zij haar afval bij hun grofvuil zou plaatsen. [appellante] heeft haar afval op het in de grofvuilafspraak aangegeven tijdstip aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4317
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202301442/1/R4

202302414/1/V1

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Deze uitspraak gaat over de vraag of een door de Afdeling getroffen voorlopige voorziening op verzoek van de staatssecretaris de Dublin overdrachtstermijn van zes maanden kan opschorten. Het antwoord op die vraag is van belang voor de beantwoording van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag. En dus voor de vraag of de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen terecht niet in behandeling heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4199
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302414/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202302414/1/V1

202303521/2/A2

Bij besluit van 28 februari 2022 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring toegewezen. [appellant] heeft op 17 januari 2022 een aanvraag gedaan voor een urgentieverklaring. Op het moment van de aanvraag moest [appellant] na zijn scheiding binnen drie maanden zijn woning verlaten. [appellant] leidt aan diverse chronische medische aandoeningen, waaronder diabetes type 2 waarvoor hij insuline moet spuiten en regelmatig last heeft van hypo’s. Het dagelijks bestuur heeft bij het besluit van 28 februari 2022 aan [appellant] op medische gronden een urgentieverklaring verleend. Het dagelijks bestuur heeft zich hierbij gebaseerd op het GGD-advies van 22 februari 2022. Op basis van dit advies is een zoekprofiel vastgesteld voor een woning met één slaapkamer op de begaande grond of bereikbaar met een lift vanaf de 1e etage. Inmiddels heeft [appellant] met zijn urgentieverklaring een tweekamerwoning gekregen. Deze woning is volgens hem echter niet passend, omdat deze slechts één slaapkamer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4333
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303521/2/A2

202304768/1/A2

Bij beslissing van 15 mei 2023 heeft het het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam de inschrijving van [appellant] voor de opleiding Rechtsgeleerdheid aan de Erasmus School of Law definitief beëindigd. [appellant] staat sinds het studiejaar 2020-2021 ingeschreven voor de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het CvB heeft de inschrijving van [appellant] definitief beëindigd omdat [appellant] heeft gefraudeerd. [appellant] betoogt dat hij dubbel is bestraft voor dezelfde gedraging omdat de examencommissie hem heeft uitgesloten van het maken van tentamens voor een jaar en een voorstel tot uitschrijving heeft gedaan aan het CvB, welk voorstel door het CvB is overgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4339
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202304768/1/A2

202304769/1/A2

Bij beslissing van 15 mei 2023 heeft het CvB de inschrijving van [appellante] voor de opleiding Rechtsgeleerdheid aan de Erasmus School of Law definitief beëindigd. [appellante] staat sinds het studiejaar 2020-2021 ingeschreven voor de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het CvB heeft de inschrijving van [appellante] definitief beëindigd omdat [appellante] heeft gefraudeerd. [appellante] betoogt dat zij dubbel is bestraft voor dezelfde gedraging omdat de examencommissie haar heeft uitgesloten van het maken van tentamens voor een jaar en een voorstel tot uitschrijving heeft gedaan aan het CvB, welk voorstel door het CvB is overgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4338
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202304769/1/A2

202304780/1/V3

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4299
Datum uitspraak
21 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202304780/1/V3

202307018/2/V3

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4301
Datum uitspraak
21 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307018/2/V3

202201380/1/A3 en 202201380/2/A3

Op de zitting van 14 juni 2023 heeft [bestuurder], mede namens PAS, gesteld dat het hoger beroep is gericht tegen verschillende beslissingen van rechtbanken over procedures over de zogenoemde BTW-onderwijsvrijstelling en een besluit op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Bij brief van 11 mei 2021 heeft de waarnemend directeur Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen van het Ministerie van Financiën aan PAS informatie gegeven over de vormgeving van de BTW-onderwijsvrijstelling. Per e-mail van 3 juni 2021 heeft de waarnemend directeur medegedeeld dat het niet mogelijk is tegen die brief bezwaar te maken. PAS heeft vervolgens beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4290
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202201380/1/A3 en 202201380/2/A3

202301731/1/V3

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4293
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301731/1/V3

202301812/1/V3

Bij besluiten van 11 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4294
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301812/1/V3

202302418/2/R4

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lelystad Natural Dog Snacks gelast om de overtreding van artikel 3.140 van het Activiteitenbesluit milieubeheer te beëindigen en beëindigd te houden, door geen geurhinder meer te veroorzaken ter plaatse van één of meer geurgevoelige objecten. Daarbij heeft het college een dwangsom opgelegd van € 7.500,00 wanneer niet binnen de begunstigingstermijn van zes weken aan de last wordt voldaan, waarbij voor elke vier weken dat daarna niet aan de last wordt voldaan een nieuwe dwangsom wordt verbeurd met een maximaal te verbeuren dwangsombedrag van € 15.000,00. Natural Dog Snacks heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de volgens het college verbeurde dwangsom niet wordt ingevorderd voordat is beslist op haar hoger beroep. Volgens haar kan invordering tot een faillissement leiden en weegt het belang van het college bij onmiddellijke invordering daar niet tegen op. Natural Dog Snacks betoogt dat door haar vanaf 1 juli 2023 geen droogactiviteiten meer zijn uitgevoerd. Per die datum is de productie van hondensnacks volgens Natural Dog Snacks gestopt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4291
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302418/2/R4

202304699/1/V3

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4297
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304699/1/V3

202306640/1/V3

Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4283
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306640/1/V3

202306643/1/V3

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4277
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306643/1/V3

202306746/2/V2

Bij besluit van 8 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4295
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306746/2/V2

202306863/2/V3

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4284
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306863/2/V3

202307066/2/V1

Bij besluit van 8 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4307
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307066/2/V1

202303777/1/A2

Bij beslissing van 14 oktober 2022 is aan [appellant] medegedeeld dat zijn verzoek tot inschrijving voor de masteropleiding Geneeskunde door de Universiteit Maastricht is afgewezen. Bij beslissing van 4 mei 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het beroep richt zich tegen deze beslissing. Het college heeft geweigerd om [appellant] voor de masteropleiding Geneeskunde in te schrijven omdat hij een deel van het collegegeld voor het studiejaar 2018-2019 niet heeft betaald. [appellant] erkent dat hij een deel van zijn collegegeld niet heeft betaald. Dat is volgens hem echter geen schuld van hem aan de universiteit. Hij heeft zich per 1 september 2018 voor de masteropleiding Geneeskunde ingeschreven met het oog op door hem te volgen coschappen. Die coschappen begonnen pas in november 2018. Dat betekent dat de Universiteit Maastricht tegenover het collegegeld geen tegenprestatie heeft geleverd gedurende de periode september 2018 — november 2018. Hij is de universiteit over die periode dus niets verschuldigd vindt hij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4304
Datum uitspraak
20 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202303777/1/A2

202201656/1/V1

Bij besluit van 18 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4278
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202201656/1/V1

202202707/1/V2

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4271
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202707/1/V2

202206080/2/V2

Bij besluit van 19 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4279
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206080/2/V2

202207259/1/V2

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4280
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202207259/1/V2

202305672/2/R3

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "[locatie], Zwammerdam" vastgesteld. Het perceel [locatie] te Zwammerdam heeft in het bestemmingsplan "Limes" de bestemming "Bedrijf". [partij] heeft de raad benaderd met een voorstel om één woning met tuin te realiseren op het perceel. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken heeft de raad op 6 juli 2023 het bestemmingsplan "[locatie], Zwammerdam" vastgesteld. [verzoekster] is eigenaresse van het aangrenzend perceel (hierna: het terrein), dat in het bestemmingsplan "Limes" de bestemming "Bedrijf" heeft. Op het terrein is een bedrijf tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Zij verhuurt het terrein aan een bedrijf in de wegenbouw, dat het terrein gebruikt als opslagplaats. [verzoekster] vreest dat de gebruiksmogelijkheden van het terrein worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4281
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305672/2/R3

202305720/2/R3

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard aan Colonne B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de plaatsing van een nieuwe telecommast op de locatie achter Zuidbroek 154 te Bergambacht ter vervanging van de bestaande mast. Op het perceel staat in de bestaande situatie een antennemast met een hoogte van 30,5 m. Colonne wil deze mast vervangen door een nieuwe mast met een hoogte van 40 m. De nieuwe mast komt naast de huidige mast te staan, zodat de beschikbaarheid van de netwerken ook tijdens de bouw is geborgd. Na het in gebruik nemen van de nieuwe mast, wordt de oude gesloopt. [verzoeker] woont op ongeveer 160 m van het perceel en heeft zicht op de mast. Hij is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Hij vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat, waarbij hij met name vreest voor gezondheidsschade door elektromagnetische velden afkomstig van de mast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4287
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305720/2/R3

202305992/1/R2 en 202305992/2/R2

Bij besluit van 12 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen vier weken de strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bestemmingsplannen "Woonwijken Zevenbergen" en "Veegplan kernen 2017" te beëindigen en beëindigd te houden, door te zorgen dat alle vijf de woningen niet meer worden gebruikt voor de tijdelijke huisvesting van steeds wisselende bewoners. De dwangsom bedraagt € 10.000,00 per overtreding per woning. [verzoeker] is eigenaar van de rijtjeswoningen op de percelen [locatie A], [locatie B], [locatie C], [locatie D] en [locatie E] in Zevenbergen. Hij verhuurt de woningen aan Vuurin Facilities B.V., die de woningen met zijn toestemming weer verhuurt aan arbeidsmigranten. Enkele omwonenden hebben het college diverse malen verzocht om handhavend op te treden. [verzoeker] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat elke vorm van kamergewijze bewoning verboden is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4276
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305992/1/R2 en 202305992/2/R2

202306116/1/V3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4282
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306116/1/V3

202306604/2/R4

Bij de uitspraak van 26 oktober 2023 heeft de voorzieningenrechter aanleiding gezien op verzoek van HorseStables het besluit van 4 juli 2023, waarbij het besluit van 26 januari 2023 is herroepen en een nieuwe last onder dwangsom is opgelegd, bij wijze van ordemaatregel te schorsen voor zover daarbij een last onder dwangsom is opgelegd. De voorzieningenrechter zal beoordelen of aanleiding bestaat de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen. HorseStables exploiteert een timmerbedrijf op het perceel Jan Steenweg 3 en 3a in Batenburg. Volgens het college is dit gebruik in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Bij besluit van 4 juli 2023 heeft het college HorseStables gelast om de bedrijfsactiviteiten die te maken hebben met het uitoefenen van een timmerbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden. Indien de op 26 oktober 2023 getroffen voorlopige voorziening wordt opgeheven, zal de bij het besluit van 4 juli 2023 opgelegde last onder dwangsom herleven. HorseStables zal haar bedrijfsactiviteiten dan moeten beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4289
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306604/2/R4

202307053/2/V1

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4296
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307053/2/V1

202206056/3/V6

Bij e-mailbericht van 30 oktober 2023 heeft [verzoekster] verzocht om wraking van de zittingskamer belast met de behandeling van het hoger beroep in zaak nr. 202206056/1/V6. De staatsraden mr. N. Verheij, mr. A. Kuijer en mr. J.C.A. de Poorter zijn als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van het hoger beroep. [verzoekster] heeft aan het verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt omdat de staatsraden haar verzoek om uitstel van de zitting ongemotiveerd hebben afgewezen. Doordat zij daarvan pas telefonisch op de hoogte is gebracht nadat de zitting in haar afwezigheid was aangevangen, hebben de staatsraden haar voor een voldongen feit gesteld. [verzoekster] heeft in dit verband aangevoerd dat zij zo snel mogelijk nadat zij op 29 oktober 2023 bekend werd met de uitnodiging voor de zitting een gemotiveerd aanhoudingsverzoek heeft gedaan op maandagochtend 30 oktober 2023. Zij heeft in dit verzoek uiteengezet dat zij geen uitnodiging had ontvangen en dat PostNL ook geen bericht heeft achtergelaten dat er aangetekende post was binnengekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4286
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Wraking
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202206056/3/V6

BRS.23.000008

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4159
Datum uitspraak
17 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.23.000008

202107536/1/V3

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4270
Datum uitspraak
16 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107536/1/V3

202305984/1/V2 en 202305984/2/V2

Bij besluit van 13 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4273
Datum uitspraak
16 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305984/1/V2 en 202305984/2/V2

202306508/1/V2 en 202306508/2/V2

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4272
Datum uitspraak
16 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306508/1/V2 en 202306508/2/V2

202203315/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 15 april 2022 van de rechtbank Noord­-Holland, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Velsen van 20 mei 2021 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft het college het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 12 februari 2021 tot afwijzing van zijn aanvraag om hem een urgentieverklaring te verlenen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4303
Datum uitspraak
16 november 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203315/1/A2

202303997/3/A2

Bij brief, via e-mail ingekomen op 15 november 2023, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. G.T.J.M. Jurgens als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202303997/1/A2. De staatsraad heeft niet in de wraking berust. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt omdat de staatsraad geen aanleiding heeft gevonden om een door [verzoeker] genoemde persoon voor de zitting op te roepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4292
Datum uitspraak
16 november 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202303997/3/A2

202306823/1/A2

Bij besluit van 2 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om permanent te worden geregistreerd als kiezer buiten Nederland, ingewilligd. [appellant] is op 28 oktober 2022 naar België geëmigreerd. Hiervan heeft hij op 11 oktober 2022 aangifte gedaan bij de gemeente Sittard-Geleen. Op 2 november 2023 heeft hij het college verzocht om hem als kiezer buiten Nederland in het daarvoor bestemde register voor niet-ingezetenen op te nemen. Het college heeft dit verzoek bij besluit van diezelfde dag ingewilligd en hem opgenomen in het permanente register voor verkiezingen van de Tweede Kamer, het Europees Parlement en het Kiescollege Eerste Kamer. Verder heeft het college daarbij vermeld dat zijn verzoek te laat is ontvangen om deel te kunnen nemen aan de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2023. De uiterste datum hiervoor was 11 oktober. [appellant] is het niet eens met het registratiebesluit voor zover daarin is vermeld dat zijn aanvraag te laat is ontvangen om te kunnen deelnemen aan de aankomende verkiezing van de leden van de Tweede Kamer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4275
Datum uitspraak
16 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202306823/1/A2

202101840/1/V2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4216
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101840/1/V2

202205144/2/V1

Bij besluit van 12 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4218
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205144/2/V1

202207319/1/V2

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4217
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207319/1/V2

202300324/1/V3

Bij besluit van 16 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4208
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300324/1/V3

202302907/1/V3

Bij besluit van 9 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4219
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302907/1/V3

202303335/2/V3

Bij besluit van 25 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4220
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303335/2/V3

202303393/2/V3

Bij besluit van 23 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4221
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303393/2/V3

202303740/1/V3

Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4222
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303740/1/V3

202304966/1/V3

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4224
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304966/1/V3

202306095/1/V2

Bij besluit van 19 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4223
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306095/1/V2

202306514/1/V2

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4225
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306514/1/V2

202306577/2/V2

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de staatssecretaris het bezwaarschrift gericht tegen het besluit op grond van artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 van 5 juni 2023 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4226
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306577/2/V2

202306591/1/V2 en 202306591/2/V2

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4227
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306591/1/V2 en 202306591/2/V2

202306742/2/V3

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4213
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306742/2/V3

202306822/1/V3 en 202306822/2/V3

Bij besluit van 17 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4274
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306822/1/V3 en 202306822/2/V3

202306848/3/V2

Bij besluiten van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4228
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306848/3/V2

201906266/3/R1

Bij uitspraak van 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3292, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] heeft verzocht om schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4238
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201906266/3/R1

202100286/1/A2

Bij besluit van 21 november 2019, aangevuld bij besluit van 13 maart 2020, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag voor [appellant] over het jaar 2019 opnieuw berekend en vastgesteld. Deze uitspraak gaat alleen nog over de vraag of de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de huurtoeslag van [appellant] over de maanden november en december 2019 en het jaar 2020 terecht op nihil heeft vastgesteld, omdat haar toeslagpartner niet rechtmatig in Nederland verblijft. [appellant] heeft een relatie met [partner] en samen hebben zij een zoon, die door [partner] is erkend. De zoon is geboren op [geboortedatum] 2014 en heeft net als zijn moeder de Nederlandse nationaliteit. [partner] heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Met ingang van 1 juli 2019 staat [partner] ingeschreven op het adres van [appellant] en hun zoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4215
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202100286/1/A2

202101244/1/R2

Bij besluit van 14 december 2020 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Tilburg, hoogspanningsverbinding 150 kV Tilburg Noord-Best" vastgesteld. Het plan voorziet in de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding tussen de 150 kV-hoogspanningsstations in Tilburg Noord en Best en de verwijdering van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding in de nabijheid van hetzelfde tracé. Het ondergrondse tracé volgt grofweg de zuidzijde van de A58. Het plan heeft alleen betrekking op gronden binnen de gemeente Tilburg. [appellante] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie 1] in Berkel-Enschot. De woning van [appellante] is gelegen aan de [locatie 2], in de nabijheid van het ondergrondse hoogspanningstracé. Hij maakt zich ernstig zorgen over de gezondheid van zichzelf en zijn gezin en vreest dat het plan leidt tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Ook vreest hij door de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding in zijn bedrijfsvoering te worden beperkt en stelt dat het bestemmingsplan om die redenen vernietigd moet worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4240
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202101244/1/R2

202102147/1/A2

Bij besluit van 21 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag van [appellante] voor het jaar 2019 herzien naar onderscheidenlijk € 1.543,00, € 1.171,00 en € 2.759,00. 1. [appellante] en haar destijds minderjarige dochter hebben de Nederlandse nationaliteit. [appellante] is in 2018 getrouwd met [echtgenoot]. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij het besluit van 21 november 2019 bepaald dat [appellante] over de periode van 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 geen recht heeft op voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag, omdat haar partner met ingang van 3 oktober 2019 geen rechtmatig verblijf in Nederland meer heeft. De Belastingdienst/Toeslagen heeft zich gebaseerd op gegevens die hij heeft ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Uit artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen vloeit voort dat [appellante] in dat geval geen recht heeft op toeslagen, aldus de Belastingdienst/Toeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4265
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202102147/1/A2

202102633/1/R2

Bij besluit van 2 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Oirschot het bestemmingsplan "Ondergrondse 150kV Tilburg Noord - Best, gemeente Oirschot" vastgesteld. Het plan voorziet in de aanleg van een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding tussen de 150 kV-hoogspanningsstations in Tilburg Noord en Best en de verwijdering van de bestaande bovengrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding. Om de toekomstige veranderingen in het hoogspanningsnet te kunnen faciliteren en een goede oplossing te bieden voor de verouderde bestaande hoogspanningsverbinding heeft de landelijk netbeheerder TenneT het initiatief genomen de verbinding te verkabelen. Dit betekent dat de bovengrondse 150 kV-lijnverbinding wordt vervangen door een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding. Hierdoor verdwijnen 110 masten uit het landschap. Het ondergrondse tracé loopt langs de zuidzijde van de A58. Het plan heeft alleen betrekking op gronden binnen de gemeente Oirschot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4244
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202102633/1/R2

202103446/1/A3

Bij besluit van 3 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van [appellant] van 31 augustus 2018 om openbaarmaking van documenten afgewezen. Deze procedure gaat over twee verzoeken van [appellant] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur informatie openbaar te maken. Het eerste verzoek van 26 augustus 2018 heeft hij ingediend bij de gemeente Amsterdam. Dat verzoek gaat - kort samengevat - over de openbaarmaking van documenten over de relatie tussen de gemeente/GGD en Blijf Groep en het beleid en de praktijk wat betreft de maatschappelijke opvang en de crisis-, nood- en vrouwenopvang bij mensen met een afhankelijke verblijfsvergunning. Het tweede verzoek van 31 augustus 2018 heeft hij bij de GGD Amsterdam ingediend. Dat verzoek gaat over de openbaarmaking van documenten over de maatschappelijke opvang en opvang na huiselijk geweld bij mensen met een afhankelijke verblijfsvergunning. [appellant] heeft op verzoek van het college zijn verzoeken bij brief van 15 november 2018 verduidelijkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4266
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202103446/1/A3

202103467/1/R4

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Hardenberg het bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" gewijzigd vastgesteld. Plukon heeft een pluimveeslachterij aan de Langewijk 135 in Dedemsvaart. Deze inrichting ligt op het bedrijventerrein Rollepaal in Dedemsvaart. Plukon wil haar bedrijfsactiviteiten uitbreiden door de productiecapaciteit te verhogen en een verpakkingslijn te realiseren. Hiervoor moet het bedrijfsgebouw aan de Langewijk worden uitgebreid in de richting van en op een naastgelegen perceel. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Langewijk 135 in Dedemsvaart (de huidige locatie van Plukon) en het naastgelegen perceel en maakt deze uitbreiding mogelijk. Verder heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de inrichting door middel van het vergroten van de productiecapaciteit van het verwerken van 225.000 kippen per dag naar 360.000 kippen per dag binnen de bestaande opstallen en het bouwen van een geluidscherm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4251
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202103467/1/R4

202105823/1/R2

Bij besluit van 20 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen aan [vergunninghouder] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een berging op het kadastrale perceel, gemeente Heerlen, sectie M, nummer 3322, aan de achterzijde van de percelen aan de Kloosterkoolhof in Heerlen. Het bouwplan voorziet op het perceel in de bouw van een berging met overkapping met een oppervlakte van 12 m2 . De omgevingsvergunning is verleend voor de duur van tien jaren. In de aanvraag staat dat het tijdelijk op te richten bouwwerk zal worden gebruikt voor het opbergen van tuinspullen en het mogelijk houden van bijen. Het perceel staat bekend als 't Kloosterkoolhöfke en betreft het terrein achter de percelen aan het Kloosterkoolhof 2 tot en met 24 in Heerlen. Het perceel wordt beheerd en onderhouden door de vereniging 't Kloosterkoolhöfke, een initiatief van buurtbewoners, en is in gebruik als gezamenlijke buurttuin en speelplek voor kinderen. [vergunninghouder] is lid van het bestuur van de vereniging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4231
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105823/1/R2

202107242/1/A2

[appellant] heeft het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand bij brief van 2 mei 2019 verzocht om vergoeding van schade. De RvR heeft dit verzoek afgewezen. [appellant] heeft vervolgens de rechtbank bij brief van 21 juni 2019 verzocht om de RvR te veroordelen tot vergoeding van schade. Bij uitspraak van 8 november 2021 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om de RvR te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. [appellant] had tot 14 september 2016 een advocatenpraktijk in Den Haag, die zijn naam droeg. Hij behandelde hoofdzakelijk toevoegingszaken. In het voorjaar van 2016 is de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag een onderzoek gestart naar de praktijk van [appellant], na signalen van de president van de rechtbank Rotterdam over de praktijkvoering van [appellant] in verband met zijn handelwijze in toevoegingszaken. [appellant] heeft de rechtbank verzocht de RvR te veroordelen tot vergoeding van de inkomens- en reputatieschade. Hij stelt die schade te hebben geleden als gevolg van de onrechtmatige intrekkingsbesluiten van 6 december 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4269
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202107242/1/A2

202107413/1/R1

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "Sint-Oedenrode, verplaatsing AH" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de verplaatsing van de vestiging van Albert Heijn aan de Markt 18 in Sint-Oedenrode naar een locatie aan de Borchmolendijk. Het parkeerterrein en de entree van de winkel worden via deze weg ontsloten. Om de verplaatsing mogelijk te maken is de sloop van bestaande panden nodig. Boven de nieuwe supermarkt worden maximaal 6 appartementen gebouwd. Deze woningen, evenals het kantoor- en kantinegedeelte van de winkel, worden gesitueerd aan de Borchmolendijk. Volgens de plantoelichting heeft de beoogde supermarkt een bruto winkeloppervlak van ca. 1.500 m2 en een bruto vloeroppervlak van 1.900 m2. Met het plan is de bestaande Albert Heijn-supermarkt aan de Markt 18 met een omvang van 840 m2 wvo bij recht niet meer toegestaan. Daarmee voorziet het plan ook in een vergroting van de supermarkt. [appellant sub 2], wonend aan de [locatie 1], en [appellant sub 1], wonend aan [locatie 2], richten zich alleen tegen de planregeling voor de locatie van de nieuwbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4256
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202107413/1/R1

202108185/1/R3 en 202200313/1/R3

Bij besluit van 12 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog een omgevingsvergunning verleend aan [belanghebbende] voor het veranderen en vergroten van een woning op het perceel [locatie A] te Schiermonnikoog. [belanghebbende] heeft op 24 maart 2017 een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het uitbreiden van een woning op het perceel. Ingevolge het bestemmingsplan "Schiermonnikoog-Dorp" is aan het perceel de bestemming "Wonen", met de aanduiding "bouwklasse 2" toegekend. Omdat de uitbreiding van de woning wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden is het bouwplan in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. [appellant sub I] en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college ten onrechte twee omgevingsvergunningen heeft verleend voor de uitbreiding van de woning op het perceel. Daardoor bestaat nu een omgevingsvergunning om het pand op het perceel te verbouwen tot twee woningen waarvan één deel niet kan worden onttrokken en bestaat een andere omgevingsvergunning op basis waarvan een onttrekkingsvergunning kan worden verkregen voor ongeveer de helft van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4264
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202108185/1/R3 en 202200313/1/R3

202200070/1/R4

Bij besluit van 10 november 2021 heeft de raad van de gemeente Neder-Betuwe het bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 31" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het perceel Hoofdstraat 31-33 in Kesteren. Voorheen was op deze gronden een supermarkt gevestigd. Op het zuidwestelijke deel staat een (bedrijfs)woning. In het bestemmingsplan wordt voorzien in bebouwing van twee bouwlagen, met detailhandel en maatschappelijke voorzieningen op de begane grond en daarboven in totaal 13 appartementen. [appellante] kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan. Zij vreest als gevolg van de bouwmogelijkheden voor een aantasting van haar woon- en leefklimaat, omdat de omvang en situering van de in het plan voorziene bebouwing voor haar nadeliger is in vergelijking met de feitelijke situatie en de in het voorheen geldende bestemmingsplan "Kernen Neder-Betuwe" opgenomen mogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4253
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202200070/1/R4

202200212/1/R3

Bij besluit van 25 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van het perceel met kadastraal kenmerk Gemeente Hazerswoude, sectie K, nummer 437 G, in overeenstemming te (laten) brengen met de regels van het bestemmingsplan "Sierteeltgebied" door alle opgeslagen materialen en objecten van het perceel te (laten) verwijderen en aansluitend verwijderd te (laten) houden. Op 30 april en 23 oktober 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente het perceel van [appellant] bezocht. Hij heeft geconstateerd dat op het perceel veel goederen lagen opgeslagen. Volgens het college is deze opslag in strijd met het bestemmingsplan "Sierteeltgebied" en handelt [appellant] in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het heeft daarom bij besluit van 25 november 2019 handhavend opgetreden en [appellant] gelast om binnen acht weken het perceel in overeenstemming te (laten) brengen met het bestemmingsplan. Het college heeft daarbij een dwangsom vastgesteld van € 5.000,00 ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4233
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200212/1/R3

202200281/1/R3

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de raad van de gemeente Oegstgeest het bestemmingsplan "De Geesten" vastgesteld. Het bestemmingsplan "De Geesten" voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor het gebied in het zuiden van de bebouwde kom van Oegstgeest. Het plan is zowel consoliderend als ontwikkelingsgericht van aard. De beoogde ruimtelijke ontwikkelingen zijn vastgelegd in "Wilhelminapark en Geesten. Nota van Uitgangspunten" van 25 april 2019, bekrachtigd in de "Gebiedsvisie De Geesten" van 3 juni 2021 en vervolgens in het plan opgenomen. Uit paragraaf 3.3 van de plantoelichting volgt wat er in hoofdlijnen mogelijk wordt gemaakt met het plan. Op de locatie van de (voormalige) Julianaschool is de vestiging van de Leo Kannerschool voorzien. De ontwikkeling van de Blauwe Tram locatie (GGZ Rivierduinen) is al mogelijk gemaakt in het vorige plan "Wilhelminapark en geesten" uit 2010 en wordt in dit plan gehandhaafd. Het voorliggende plan voorziet wel in de verschuiving van de maatschappelijke bestemming in zuidelijke richting, waardoor ten noorden van dit vlak groen kan worden ontwikkeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4245
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200281/1/R3

202200358/1/R3

Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college besloten tot invordering van dwangsommen tot een bedrag van € 6.000,00, vanwege het gestelde niet naleven van een last onder dwangsom, opgelegd in verband met een vergunningvoorschrift over het uitvoeren van bouwkundige opnames aan woningen voorafgaand en na de tewaterlating van schepen van groter dan 60 m bij haar scheepswerf op de percelen Waterhuizen 5 en Waterhuizen 7 in Waterhuizen. Het gaat in dit geding in de eerste plaats om het niet uitvoeren van bouwkundige opnames aan woningen voorafgaand aan en na de tewaterlating van schepen van groter dan 60 m. In de tweede plaats gaat het in dit geding om gestelde overtredingen van het maximale geluidsniveau op beoordelingspunt T3. In de derde plaats gaat het in dit geding om een camera-opstelling op het perceel naast de scheepswerf, aan de Rijksweg West in Westerbroek. Het college heeft een verzoek van Pattje om daartegen handhavend op te treden, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4257
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200358/1/R3

202200681/1/R3

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van dakkapellen en het wijzigen van de gevel van het pand op het perceel [locatie 1] te Zijerveld en het gebruiken van dat pand als woning. Op het perceel staat een gebouw dat in 1908 is gebouwd als kantoor en berg- en schaftruimte voor de Nederlandse Heidemaatschappij. Het is later in gebruik genomen als woonboerderij en werd toen De Keet genoemd, ter herinnering aan het oorspronkelijke gebruik. De bewoning werd in de jaren 70 van de vorige eeuw beëindigd. Het gebouwd werd daarna gebruikt als bergruimte, waarvoor de voorgevel is opengebroken en daarin een schuifdeur is geplaatst, en staat inmiddels al lange tijd leeg. Bij het gebouw staan schuren en een stookhuisje. [vergunninghouder] heeft het perceel gekocht. Hij wil het gebouw renoveren en weer als woning in gebruik nemen. Hij heeft hiervoor een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4232
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200681/1/R3

202200786/1/A3

Bij besluit van 26 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem aan [appellante A] een vergunning verleend voor het plaatsen van een terras. [appellante A] exploiteert een restaurant met terras op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Haarlem. Naast het terras loopt een straat. Aan de overzijde van de straat, recht tegenover de percelen, heeft [appellante A] sinds 2014 een vergunning voor een terras. Met de huidige aanvraag wil zij aan de overzijde van de straat, schuin tegenover de percelen, nog een terras bewerkstelligen. Het college heeft de vergunning aanvankelijk verleend. Na bezwaar door [partij] en advies van de adviescommissie voor bezwaarschriften heeft de burgemeester de vergunning alsnog geweigerd, omdat in het Inrichtingsplan Rondje rond de Grote Kerk 2020 (hierna: het Inrichtingsplan) op deze locatie geen terras is ingetekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4239
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200786/1/A3

202200896/1/R4 en 202202086/1/R4

Bij besluit van 13 december 2021 heeft de raad van de gemeente Montfoort het bestemmingsplan "Reparatie 1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012" vastgesteld. De raad heeft op 26 oktober 2015 het bestemmingsplan "1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012" vastgesteld. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1353, het herzieningsplan op verschillende onderdelen vernietigd en de raad opgedragen om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen dat niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht hoeft te worden voorbereid. Die vernietiging heeft onder meer betrekking op [locatie 2]. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 2]. Op het [locatie 2] is een paardenhouderij gevestigd. [locatie 2] grenst aan het perceel [locatie 1]. [locatie 1] is eigendom van [partij B]. Op [locatie 1] is een kleinschalige paardenhouderij gevestigd. [locatie 2] is in 2006 kadastraal afgescheiden van [locatie 1].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4229
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202200896/1/R4 en 202202086/1/R4

202200907/1/R2

Bij besluit van 24 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand besloten tot invordering van door [wederpartij] verbeurde dwangsommen van in totaal € 15.000,00. Aan de [locatie] in De Moer is een agrarisch (pluimvee)bedrijf gevestigd, dat door [wederpartij] en zijn broer (Maatschap [wederpartij]) wordt geëxploiteerd. Op dit perceel bevindt zich onder meer een bedrijfswoning. Op 14 augustus 2018 is door de toezichthouder geconstateerd dat de bedrijfswoning sinds mei 2017 wordt gehuurd en bewoond door een persoon die geen binding heeft met het agrarisch bedrijf. Bij besluit van 19 februari 2019 heeft het college [wederpartij] gelast om het in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2011" bewonen van de bedrijfswoning behorend bij het agrarisch bedrijf aan de [locatie] als burgerwoning te staken, op verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per week, met een maximum van € 15.000,00. In de uitspraak van 8 mei 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat het bewonen van de bedrijfswoning door de bewoner in strijd is met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4230
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200907/1/R2

202200918/1/R2

Bij besluit van 15 december 2021 heeft de raad van de gemeente Roerdalen (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Recreatie aan de Meinweg" vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van het recreatiepark "Elfenmeer" tot twee nieuwe recreatieparken aan de Meinweg 1b en 7 in Herkenbosch mogelijk. Het recreatiepark "Elfenmeer" heeft een oppervlakte van ongeveer 37 ha en bestaat uit 858 recreatieve verblijfplaatsen. Het nieuwe recreatiepark "Boschbeek" ligt aan de noordwestzijde van het plangebied en heeft een oppervlakte van ongeveer 9 ha. Dit recreatiepark zal worden geëxploiteerd door Oostappen Groep B.V. en heeft 237 recreatieve verblijfplaatsen. Het nieuwe recreatiepark "Huttopia Camping de Meinweg" ligt aan de oostzijde van het plangebied en heeft een oppervlakte van 27 ha. Dit recreatiepark heeft 280 recreatieve verblijfplaatsen en zal door Huttopia NL B.V. worden geëxploiteerd. Het plan voorziet ook in een planologische regeling voor de tennisvereniging aan de Meinweg 1a in Herkenbosch. Deze vereniging ligt aan de zuidwestzijde van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4243
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202200918/1/R2

202202162/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Maassluis het bestemmingsplan "Vlietlocatie" vastgesteld. Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college aan ABB Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren (bouwen) van nieuwbouwplan Vlietzone aan de Arthur van Schendelstraat e.o. in Maassluis en het aanleggen of veranderen van een uitrit en wegen. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voorzien in de binnenstedelijke ontwikkeling van de "Vlietlocatie", gelegen tussen de Zuidvliet, de P.C. Hooftlaan, de Arthur van Schendelstraat en de Boogertstraat in Maassluis, als onderdeel van het ontwikkelingsprogramma "Sluispolder-West". Het is de bedoeling om zorgcentrum "De Vliet" en ontmoetingscentrum "De Vliet" te slopen en op de vrijgekomen plek en de aangrenzende openbare ruimte een supermarkt, commerciële ruimten, 24 sociale huurappartementen, 10 koopappartementen, 27 grondgebonden woningen en 59 parkeerplaatsen te realiseren. In het bestemmingsplan is ook de bestemming van een bestaande supermarkt aan de Lange Boonestraat, die naar de Vlietlocatie zal verhuizen, herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4246
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202162/1/R3

202202279/1/A2

Bij besluit van 4 december 2019 heeft de burgemeester van de gemeente Aalsmeer het aan [appellant] afgegeven rijbewijs ongeldig verklaard. [appellant] had een Pools rijbewijs en heeft dit in 2013 omgewisseld voor een Nederlands rijbewijs omdat hij al sinds 2011 woonde en werkte in Nederland. Op 21 november 2018 heeft hij een nieuw rijbewijs aangevraagd. In het aanvraagformulier is vermeld dat [appellant] zijn (oorspronkelijke) rijbewijs op of rond 31 oktober 2018 is verloren op zijn (toenmalige) werkplek in Amsterdam. Deze aanvraag heeft de burgemeester ingewilligd en op diezelfde dag is aan [appellant] een vervangend rijbewijs afgegeven. Gebleken is namelijk dat de plaatselijke autoriteiten het oorspronkelijke rijbewijs van [appellant] in Polen hebben ingenomen vanwege alcoholmisbruik in het verkeer en dat dit rijbewijs niet, zoals in voormeld aanvraagformulier is vermeld, is kwijtgeraakt. Het vervangende rijbewijs is daarom afgegeven op basis van door [appellant] verstrekte onjuiste gegevens. Het vervangende rijbewijs zou niet zijn afgegeven als de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest, aldus de burgemeester.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4248
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202202279/1/A2

202202365/1/R2

Bij besluit van 8 maart 2022 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "III Binnenstad (VDMA-terrein)" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om 750 woningen, 33.900 m2 aan commerciële functies, zoals kantoren, maatschappelijke voorzieningen en horeca, een stadsbos en een ondergrondse parkeergarage te realiseren. Het plangebied wordt begrensd door de Raiffeisenstraat, de Vestdijk en de woningen aan de Tramstraat. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen allebei aan de Stationsweg, op een afstand van ongeveer 80 m van het plangebied. Zij kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen, omdat zij onder meer vrezen voor negatieve gevolgen voor hun woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4236
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202202365/1/R2

202202653/1/R4

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de raad van de gemeente Lingewaard het bestemmingsplan "Buitengebied Lingewaard, [locatie A], Gendt" vastgesteld. Aan de gronden van het plangebied is de bestemming "Bedrijf - Agrarisch verwant" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 26" toegekend. Hier bevinden zich een agrarisch loonwerkbedrijf met als adres [locatie B] en een bedrijfswoning met als adres [locatie A] die planologisch met elkaar verbonden zijn. De woning was in het verleden in gebruik bij het loonwerkbedrijf, maar is nu als burgerwoning in gebruik. Het plan beoogt te voorzien in legalisatie van de woonsituatie met persoonsgebonden overgangsrecht voor de huidige bewoners [belanghebbende] en zijn echtgenote. [belanghebbende] is eigenaar van de woning en heeft geen binding meer met het loonwerkbedrijf. [appellant] is eigenaar van het loonwerkbedrijf en kan zich niet verenigen met het plan, omdat hij van mening is dat de woonsituatie met het persoonsgebonden overgangsrecht hem beperkt in zijn bedrijfsvoering. [appellant] betoogt dat de raad bij zijn keuze voor het persoonsgebonden overgangsrecht onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn belangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4267
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202202653/1/R4

202202981/1/A3

Bij besluit van 6 april 2021 heeft de burgemeester van Utrecht een aanvraag van 273 Horeca B.V. om een tijdelijke terrasvergunning ingewilligd. De Coöperatie exploiteert een kanoverhuurbedrijf aan de Oudegracht 275 te Utrecht. Zij gebruikt naar eigen zeggen al jarenlang ook een deel van de werf voor Oudegracht 273 voor het klaarleggen van de kano’s. Dit zou conform de afspraken met de gemeente zijn. Als gevolg van de besluitvorming mocht 273 Horeca B.V. in verband met COVID-19 tijdelijk een terras exploiteren op de werf voor Oudegracht 273. Volgens de Coöperatie belemmerde dit haar bedrijfsvoering en conflicteert deze besluitvorming met haar afspraken met de gemeente. Zij wil duidelijkheid over die afspraken, ook met het oog op eventuele toekomstige vergunningen voor Oudegracht 273.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4241
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202981/1/A3

202203272/1/R1

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Langedijk (thans Dijk en Waard) aan Exploitatie en Projectontwikkeling Maatschappij Brolan B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met 22 appartementen aan de Bovenweg 73-77 in Sint Pancras. Op de percelen bevinden zich een garagebedrijf met bovenwoning, een winkelruimte en een woning. Verder bevindt zich op de percelen een openbaar fietspad dat de verbinding vormt tussen de Bovenweg en de Elzenlaan. Aan de achterkant van de percelen bevindt zich een openbare speeltuin die grenst aan de Elzenlaan. [appellante] woont naast de percelen. Zij kan zich niet met het bouwplan verenigen. Zij is van mening dat haar woon- en leefklimaat door het bouwplan onevenredig wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4255
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203272/1/R1

202203400/1/A3

Bij besluit van 27 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weesp (nu Amsterdam) een aanvraag van [appellant] om een tweede parkeervergunning voor bewoners afgewezen. Als gevolg van een nieuwe parkeervisie van de gemeente, neergelegd in de Nota Parkeermaatregelen Weesp, is de Parkeerverordening Weesp 2021 ingevoerd. Daarin is onder meer neergelegd dat het college in de wijk van [appellant] een tweede bewonersvergunning kan verlenen indien de bewoner op 30 juni 2020 houder was van ten minste twee motorvoertuigen. Omdat [appellant] op die datum nog geen tweede auto had, heeft het college zijn aanvraag om een tweede parkeervergunning afgewezen. Het gevolg hiervan is dat [appellant] op maandag tot en met vrijdag van 10:00 tot 20:00 uur en op zaterdag van 10:00 tot 17:00 uur betaald moet parkeren voor zijn tweede auto, die hij in september 2020 heeft aangeschaft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4237
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203400/1/A3

202203810/1/R3

Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een omgevingsvergunning verleend aan de gemeente Den Haag voor het kappen van 49 populieren. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 49 populieren in stadsdeel Escamp (wijk Moerwijk) in Den Haag. Deze omgevingsvergunning maakt deel uit van de gemeentelijke projectmatige aanpak onveilige populieren. Aan het besluit van 23 juli 2019 ligt ten grondslag dat de te kappen bomen van matige tot slechte kwaliteit zijn. De bomen zijn door afbrekende takken onveilig voor hun omgeving. Omdat de bomen niet op duurzame wijze behouden kunnen blijven, is de kap van de bomen volgens het college noodzakelijk. Het college heeft verder aan de vergunning twee voorschriften verbonden. Er mag niet gekapt worden tijdens het broedseizoen en er geldt een herplantplicht van 49 bomen, te planten in het eerstvolgende plantseizoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4261
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202203810/1/R3

202203953/1/R1

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kapelle aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning op het perceel aan de Wilhelminastraat 64 te Wemeldinge. [appellant] heeft op 26 oktober 2020 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het legaliseren van de uitbreiding van de bestaande woning op het perceel. Het perceel heeft op basis van het geldende bestemmingsplan "Kom Wemeldinge" de bestemming "Wonen". Bij besluit van 28 januari 2021 heeft het college de omgevingsvergunning verleend. Op 28 april 2021 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar, onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [partij] gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat volgens de rechtbank niet aannemelijk is dat de woning gebruikt gaat worden om één huishouden in te vestigen. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van haar uitspraak opnieuw te beslissen op het bezwaar van [partij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4254
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203953/1/R1

202205273/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Overbetuwe het bestemmingsplan "Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid een vrijstaande woning te realiseren op de gronden van de Sint Willibrordusstraat 16a in Herveld. Hiervoor hadden deze gronden een agrarische bestemming zonder bouwvlak. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Herveld, aan de noordoostkant van de kern. Ongeveer 300 meter ten noorden van het plangebied ligt de A15 en ongeveer 350 meter ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn Betuweroute. Ten oosten van het plangebied, aan [locatie] in Herveld, zijn de gronden van [appellante] gelegen. Deze gronden hebben een bedrijfsbestemming. [appellante] kan zich met het plan niet verenigen. De voorziene woning is namelijk gelegen op ongeveer 50 meter van het bedrijfsperceel en de gronden van het plangebied die (deels direct) aan haar bedrijfsperceel grenzen hebben de bestemming "Tuin". [appellante] vreest daardoor in haar bedrijfsvoering te worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4252
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202205273/1/R4

202206430/1/R3

Bij besluit van 21 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught aan ProRail B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 267 bomen aan de oostzijde van het spoor tussen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Het college heeft aan ProRail B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 267 bomen aan de oostzijde van het spoor tussen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. De kap van de bomen is volgens het college noodzakelijk voor de uitvoering van het tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Meteren-Boxtel. Aan de omgevingsvergunning heeft het college een herplantplicht verbonden zoals bepaald in het tracébesluit. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] betogen dat zij een verslechtering van hun woon- en leefklimaat vrezen als gevolg van de kap van de bomen ten behoeve van de uitvoering van het tracébesluit. Zij verwachten meer hinder in de vorm van trillingen, geluid, fijnstof en stank. De bomen zouden volgens hen ook niet moeten worden gekapt, omdat zij zorgen voor koelte en veiligheid. Verder zijn er volgens hen alternatieven voor een verbreding van het tracé, waardoor de bomen zouden kunnen blijven staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4260
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202206430/1/R3

202206518/1/A2

Bij uitspraak van 19 oktober 2022 heeft de rechtbank de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.000,- voor immateriële schade. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht geen schadevergoeding voor de door [appellant sub 1] gestelde inkomensschade heeft toegekend. Ook is in geschil of de rechtbank kon volstaan met de toekenning van een schadevergoeding van € 3.000,- voor immateriële schade. [appellant sub 1] is geboren op [geboortedatum] 1983 en bezit de Soedanese nationaliteit. In 1998 is hij Nederland ingereisd. [appellant sub 1] beschikte sinds 9 juni 1999 over een verblijfsvergunning voor verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Met ingang van 1 april 2001 is deze vergunning van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Op 19 juni 2013 heeft de staatssecretaris het voornemen geuit om de verblijfsvergunning van [appellant sub 1] in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4268
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206518/1/A2

202206883/1/V6

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat [appellant] bij uitspraak van 3 augustus 2021 strafrechtelijk is veroordeeld tot 60 uur taakstraf, subsidiair 30 dagen hechtenis. Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij toch het Nederlanderschap had moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4258
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202206883/1/V6

202206974/1/R2

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "[locatie 1]-[locatie 2], Erp" vastgesteld. Het plangebied bestaat uit de percelen gelegen aan de [locatie 1]-[locatie 2] in Erp. Deze percelen zijn in eigendom van [partij]. Op deze percelen stond een bedrijfsverzamelgebouw met verschillende winkel- en kantoorfuncties. Het bestaande, verouderde pand uit 1975 is inmiddels gedeeltelijk gesloopt en [partij] wil het verbouwen tot een woongebouw met 19 appartementen. Het bestemmingsplan wijzigt de bestemming van "Gemengd" met functieaanduiding. [appellante] is gevestigd op het perceel [locatie 3], direct ten zuiden van het plangebied. [appellante] kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat het plan volgens haar niet passend is in de omgeving, niet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure) en het plan in strijd met de Detailhandelsvisie en het -beleid gemeente Meierijstad is vastgesteld. Ook vreest [appellante] voor meldingen van overlast door de bewoners van de voorziene appartementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4235
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206974/1/R2

202207381/1/R1

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Edam-Volendam het bestemmingsplan "Herontwikkeling De Watering aan de Krommert te Oosthuizen" vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk om 22 grondgebonden bungalows voor senioren met een optionele verdieping te realiseren. Daarbij is ook voorzien in tuinen en parkeerplaatsen. Op de locatie staan momenteel twee gebouwen, waarvan het ene in gebruik was als buitenschoolse opvang en het andere als cultureel centrum. Ten noordoosten en noordwesten van het plangebied ligt De Watering en aan de overige zijden wordt het plangebied begrensd door de bestaande woningen aan De Krommert. Het plan zal worden ontwikkeld door [partij]. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] en anderen wonen op De Krommert, in de directe nabijheid van het plangebied. Zij vrezen voor negatieve gevolgen van de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling voor hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4234
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202207381/1/R1

202300109/1/A2

Bij besluit van 11 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] voor een éénmalig woningaanbod afgewezen. Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft het college een urgentieverklaring aan [appellante] verleend waarmee zij kon reageren op een benedenwoning of flat met lift en drie, vier of vijf slaapkamers. Na afloop van de geldigheidstermijn van de urgentieverklaring heeft [appellante] op 14 december 2021 een aanvraag gedaan voor een éénmalig woningaanbod. Het college heeft bij het besluit van 29 maart 2022 de afwijzing van de aanvraag voor een éénmalig woningaanbod gehandhaafd op grond van artikel 4:8, vierde lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Volgens het college voldoet [appellante] niet aan de voorwaarden uit voormeld artikel, omdat zij passende woningen heeft geweigerd en niet op passende woningen heeft gereageerd waardoor de urgentieverklaring niet optimaal is benut. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4262
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300109/1/A2

202300391/4/A2

Bij uitspraak van 21 juni 2023, in zaak nr. 202300391/3/A2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het verzoek van [opposante] om het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht te veroordelen in de proceskosten als kennelijk ongegrond afgewezen. In de uitspraak waartegen [opposante] in verzet is gegaan heeft de Afdeling geoordeeld dat [opposante] met haar brief van 10 september 2022, gelet op de strekking ervan en de mededelingen die zij daar zelf over heeft gedaan, geen administratief beroep heeft ingesteld. Dat het college zich bereid heeft verklaard om de brief van 10 september 2022 alsnog in behandeling te nemen, betekende volgens de Afdeling niet dat het college met de beslissing van 27 februari 2023 aan [opposante] tegemoet is gekomen. Daarom heeft de Afdeling het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4184
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Verzet
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300391/4/A2

202300646/1/A2

Bij besluit van 20 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 19 april 2020 een urgentieverklaring aangevraagd voor zichzelf en haar op dat moment twee minderjarige dochters, omdat zij na een echtscheiding dakloos was geworden. Verder heeft [appellante] last van psychische en lichamelijke klachten, waaronder een posttraumatische stressstoornis en adenomyose. In februari 2022 heeft [appellante], tijdens de hogerberoepsprocedure bij de Afdeling, een woning geaccepteerd aan de [locatie] in Almere. [appellante] stelt dat zij de woning heeft geaccepteerd uit nood, maar dat de woning niet voldoet. Dit vanwege haar medische toestand en omdat zij haar twee dochters daar niet behoorlijk kan huisvesten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4259
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300646/1/A2
vorige pagina1...131132133...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon