Uitspraak 202205273/1/R4


Volledige tekst

202205273/1/R4.
Datum uitspraak: 15 november 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Herveld, gemeente Overbetuwe,

en

de raad van de gemeente Overbetuwe,
verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 augustus 2023, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. R. Benhadi, advocaat te Nijmegen, en de raad, vertegenwoordigd door N. Jansen en I. Reinders, zijn verschenen. Verder zijn ter zitting [partij A] en [partij B], bijgestaan door [gemachtigde C], als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het plan voorziet in de mogelijkheid een vrijstaande woning te realiseren op de gronden van de Sint Willibrordusstraat 16a in Herveld. Hiervoor hadden deze gronden een agrarische bestemming zonder bouwvlak. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Herveld, aan de noordoostkant van de kern. Ongeveer 300 meter ten noorden van het plangebied ligt de A15 en ongeveer 350 meter ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn Betuweroute. Ten oosten van het plangebied, aan [locatie] in Herveld, zijn de gronden van [appellante] gelegen. Deze gronden hebben een bedrijfsbestemming.

2.       [appellante] kan zich met het plan niet verenigen. De voorziene woning is namelijk gelegen op ongeveer 50 meter van het bedrijfsperceel en de gronden van het plangebied die (deels direct) aan haar bedrijfsperceel grenzen hebben de bestemming "Tuin". [appellante] vreest daardoor in haar bedrijfsvoering te worden beperkt.

Toetsingskader

3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Afstand tot bedrijfsperceel [appellante]

4.       De raad heeft aansluiting gezocht bij de richtafstanden van de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" (hierna: de VNG-brochure). Daarbij is de raad ervan uitgegaan dat het plangebied is gelegen in gemengd gebied. Ook is de raad ervan uitgegaan dat op het bedrijfsperceel van [appellante] een touringcarverhuurbedrijf planologisch is toegestaan, welke in categorie 3.2 van de VNG-brochure valt. Op grond van de VNG-brochure geldt bij een bedrijf in categorie 3.2 in een gemengd gebied een richtafstand van 50 meter tussen de grens van de bestemming van dat bedrijf en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Voor de gronden met de bestemming "Wonen" die binnen de afstand van 50 meter van het bedrijfsperceel vallen, heeft de raad de Bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken" opgenomen. Voor de gronden met de bestemming "Tuin" die binnen de afstand van 50 meter van het bedrijfsperceel vallen, heeft de raad de Bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing" opgenomen. Verder stelt de raad voor de gronden met de bestemming "Tuin" die binnen de afstand van 50 meter van het bedrijfsperceel vallen, dat daarvoor via een voorwaardelijke verplichting het in Bijlage 1 van de planregels opgenomen inrichtingsplan geldt. Op grond daarvan geldt volgens de raad dat de gronden binnen 50 meter van het bedrijfsperceel weliswaar als tuin zijn bestemd, maar niet als tuin zullen worden gebruikt, omdat die gronden via het inrichtingsplan zo zullen worden ingedeeld dat daar geen langdurig verblijf of gebruik als tuin zal plaatsvinden.

4.1.    [appellante] betoogt dat de raad niet zonder nader onderzoek van de richtafstanden van de VNG-brochure heeft mogen uitgaan. De raad heeft volgens [appellante] onvoldoende onderzocht welke specifieke activiteiten vallen onder het planologisch toegestane touringcarverhuurbedrijf. Daaronder vallen volgens [appellante] namelijk onder meer ook reparatie, onderhoud en revisie van touringcars en het tanken van brandstoffen. De raad heeft met de enkele verwijzing naar de richtafstanden van de VNG-brochure onvoldoende onderzocht of, gelet op de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten op het bedrijfsperceel van [appellante] , ter plaatse van de voorziene woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden bereikt, aldus [appellante] .

Verder betoogt [appellante] dat de VNG-brochure geen rekening houdt met cumulatie van geluidsbronnen. Ook daarom heeft de raad niet zonder nader onderzoek van de richtafstanden van de VNG-brochure mogen uitgaan. Volgens [appellante] is ter hoogte van het plangebied namelijk sprake van cumulatie van het geluid van verschillende planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten, het geluid van het verkeer als gevolg van die bedrijfsactiviteiten en het geluid van de A15 en de spoorlijn Betuweroute. Hiernaar is volgens [appellante] ten onrechte geen nader onderzoek gedaan.

Daarnaast betoogt [appellante] dat met het voorwaardelijk verplicht gestelde inrichtingsplan niet kan worden voorkomen dat gronden met de bestemming "Tuin" die binnen een zone van 50 meter van haar bedrijfsperceel zijn gelegen als tuin en verblijfplaats worden gebruikt.

4.2.    Indien aan de richtafstanden van de VNG-brochure wordt voldaan, mag de raad er in beginsel van uitgaan dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een woning. Een appellant kan echter concrete omstandigheden naar voren brengen die maken dat de raad niet mag volstaan met een verwijzing naar de relevante richtafstanden van de VNG-brochure. In dit geval heeft [appellante] onderbouwd gewezen op de specifieke aspecten van de planologisch toegestane bedrijfsvoering en op de cumulatie van geluidsbronnen. Gelet daarop heeft de raad niet kunnen volstaan met een verwijzing naar de richtafstanden van de VNG-brochure. De raad heeft daarmee onvoldoende onderzocht of, gelet op de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten op het perceel van [appellante] , ter plaatse van de voorziene woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.

Het betoog slaagt in zoverre.

4.3.    De richtafstanden van de VNG-brochure zien niet op buitenruimten, maar de geluidsbelasting op buitenruimten kan wel van belang zijn voor de vraag of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Voor de gronden met de bestemming "Tuin" die binnen de zone van 50 meter vanaf het bedrijfsperceel van [appellante] zijn gelegen betoogt [appellante] terecht dat het voorwaardelijk verplicht gestelde inrichtingsplan niet kan verhinderen dat die gronden als tuin en verblijfplaats worden gebruikt. Dat gebruik is onder de bestemming "Tuin" toegestaan en het inrichtingsplan maakt dat niet anders. Met de enkele verwijzing naar het inrichtingsplan heeft de raad dan ook onvoldoende onderzocht of, gelet op de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten op het perceel van [appellante] , ter plaatse van de voorziene tuin een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.

Het betoog slaagt ook in zoverre.

4.4.    Gelet op het voorgaande heeft de raad het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

5.       Wat [appellante] voor het overige heeft aangevoerd behoeft geen bespreking meer.

Conclusie

6.       Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht worden vernietigd.

7.       Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Bro ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

8.       De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep gegrond;

II.       vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Overbetuwe van 12 juli 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a";

III.      draagt de raad van de gemeente Overbetuwe op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor onder II vermelde onderdeel wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV.     veroordeelt de raad van de gemeente Overbetuwe tot vergoeding van bij [appellante]  in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.674,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V.      gelast dat de raad van de gemeente Overbetuwe aan [appellante]  het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.

w.g. Venema
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Es
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2023

826