Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.693
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.003973

Bij besluit van 13 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4785
Datum uitspraak
18 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003973

BRS.26.004085

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4766
Datum uitspraak
18 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004085

BRS.26.004182

Bij besluit van 17 april 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat verzoeker de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4795
Datum uitspraak
18 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004182

BRS.26.004224

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 6 augustus 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4811
Datum uitspraak
18 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004224

202307383/1/V1

Bij besluit van 8 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 3 juni 2021, aangevuld op 28 december 2022, heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 2 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4822
Datum uitspraak
17 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307383/1/V1

202403784/1/V3

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkenen opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hun meegedeeld dat zij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd worden. Bij besluit van 9 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4802
Datum uitspraak
17 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403784/1/V3

202500742/1/V2

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4786
Datum uitspraak
17 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500742/1/V2

BRS.25.000711

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4768
Datum uitspraak
17 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000711

BRS.26.003837

Bij besluiten van 2 oktober 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 17 juli 2026 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4813
Datum uitspraak
17 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003837

BRS.26.004010

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4779
Datum uitspraak
17 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004010

BRS.26.004026

Bij besluit van 28 april 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 30 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4809
Datum uitspraak
17 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004026

BRS.25.000719

De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 19 mei 2025 in zaak nr. NL25.9793.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4773
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000719

BRS.26.000168

Bij besluit van 16 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4757
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000168

BRS.26.000419

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4750
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000419

BRS.26.001033

Bij besluit van 26 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4758
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001033

BRS.26.001084

Bij besluit van 25 december 2025, aangevuld bij besluit van 26 december 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4767
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001084

BRS.26.002432

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4714
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002432

BRS.26.003026

Bij besluit van 24 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4704
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003026

BRS.26.003377

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4761
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003377

BRS.26.003750

Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4782
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003750

BRS.26.003755

Bij besluit van 17 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4765
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003755

BRS.26.003820

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4755
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003820

BRS.26.003938

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4756
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003938

BRS.26.004130

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4754
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004130

BRS.26.004263

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 7 augustus 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4798
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004263

BRS.26.004268

Bij besluiten van 24 februari 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en verzoekers opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. Bij uitspraak van 2 juli 2026 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven voor zover het gaat om de afwijzing van de aanvragen als ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4800
Datum uitspraak
14 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004268

202502448/1/V3

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, en een besluit tot signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS) opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4771
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502448/1/V3

202601441/2/A2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag afgewezen. [wederpartij] heeft van 2009 tot en met 2012 kinderopvangtoeslag ontvangen. Op 7 december 2020 heeft zij verzocht om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag afgewezen, omdat de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2010, 2011 en 2012 neerwaarts is bijgesteld op basis van kinderopvanggegevens en inkomensgegevens. Volgens de Dienst Toeslagen is niet gebleken van institutionele vooringenomenheid of van de kwalificatie Opzet of Grove Schuld (O/GS). Dit besluit heeft de Dienst Toeslagen in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] in aanmerking komt voor de forfaitaire Catshuisvergoeding van € 30.000,00. De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen daarom opgedragen om opnieuw op het bezwaar te beslissen en het definitieve compensatiebedrag vast te stellen. De Dienst Toeslagen is het hiermee niet eens en heeft de voorzieningenrechter verzocht om de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat op zijn hoger beroep is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4711
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601441/2/A2

202602279/1/A2

Bij beslissing van 2 juli 2026 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Maastricht University het verzoek van [verzoekster] om een extra toetskans voor de vakken Staats- en bestuursrecht en Straf- en strafprocesrecht (de vakken) en voor het eindwerkstuk Rechtsgeleerdheid (de scriptie) afgewezen. Daartegen heeft [verzoekster] administratief beroep ingesteld bij het College van Beroep voor de Examens (CBE). Ook heeft zij de voorzitter van het CBE verzocht een voorlopige voorziening hangende het administratief beroep te treffen. De voorzitter van het CBE heeft dit verzoek op 21 juli 2026 afgewezen. [verzoekster] heeft de examencommissie verzocht voor het einde van het studiejaar 2025-2026 een extra toetskans toe te kennen voor deze twee vakken. Door persoonlijke omstandigheden heeft zij dat studiejaar beide tentamenkansen niet met een voldoende af kunnen ronden. Ook heeft [verzoekster] verzocht een extra toetskans toe te kennen voor de scriptie. De scriptie is niet beoordeeld, omdat deze als gevolg van een vergissing niet het vereiste minimum aantal van 8.500 woorden bevatte. Met een extra toetskans kan de aangepaste scriptie alsnog worden beoordeeld, zodat [verzoekster] het scriptietraject kan afronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4770
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202602279/1/A2

BRS.26.002380

Bij besluit van 16 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4698
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002380

BRS.26.002710

Bij besluit van 27 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4692
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002710

BRS.26.003292

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4694
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003292

BRS.26.003584

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4701
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003584

BRS.26.003589

Bij besluit van 4 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4700
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003589

BRS.26.003743

Bij besluit van 4 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4783
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003743

BRS.26.003807

Bij besluit van 29 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4688
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003807

BRS.26.003918

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4702
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003918

BRS.26.003951

Bij besluit van 3 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4691
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003951

BRS.26.003964

Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4676
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003964

BRS.26.003982

Bij besluit van 15 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4693
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003982

BRS.26.004119

Bij besluit van 3 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4690
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004119

BRS.26.004154

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4705
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004154

BRS.26.004156

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4762
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004156

202601104/2/R4

[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad van 18 maart 2026, waarbij het door [appellanten] gemaakte bezwaar tegen het besluit van het college van 16 oktober 2025 over het op kosten van [appellanten] verwijderen van onjuist aangeboden huisvuil niet-ontvankelijk is verklaard. [appellanten] moeten voor het door hun ingestelde beroep griffierecht betalen. Zij zijn bij aangetekend verzonden brief van 15 april 2026 hierop gewezen. Nadat is gebleken dat [appellanten] het griffierecht niet hebben betaald, is aan hen bij aangetekend verzonden brief van 20 mei 2026 meegedeeld dat het te betalen griffierecht uiterlijk op 17 juni 2026, moet zijn betaald. Omdat [appellanten] in hun beroepschrift hebben aangegeven dat zij inmiddels de huur van hun woning hebben opgezegd, heeft de Afdeling bij de gemeente Zaanstad opgevraagd waar zij woonachtig zijn. Uit de verkregen informatie is gebleken dat [appellanten] niet meer op het opgegeven adres wonen, maar dat er geen nieuw adres bekend is. Het griffierecht is niet betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4677
Datum uitspraak
13 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601104/2/R4

202600081/5/R3

Bij besluit van 9 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer het besluit "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Oerdijk 34-36" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Deventer vastgesteld. Het besluit tot wijziging maakt tien woningen mogelijk op de percelen Oerdijk 34 en 36 in Schalkhaar. Op deze percelen stonden onder meer een winkelpand en zes woningen. De locaties van de voorziene woningen wijken af van de locaties van de bestaande bebouwing op het perceel. Daarom zijn met het besluit tot wijziging de positie en omvang van de bouwvlakken gewijzigd en is er een nieuw bouwvlak toegevoegd. [verzoekster] woont op [locatie] in Schalkhaar. Dit perceel grenst aan het plangebied. [verzoekster] heeft bezwaren tegen het besluit tot wijziging omdat deze niet voorziet in een regeling waardoor twee panden op de Oerdijk 34 en 36 behouden blijven. Zij betoogt onder meer dat de panden behouden moeten worden vanwege hun cultuurhistorische waarde. Daarnaast heeft zij bezwaren tegen de voorziene bebouwing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4708
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Omgevingsplan
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202600081/5/R3

202601515/2/R2

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b, Vlasroot" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Valkenswaard vastgesteld. Het wijzigingsbesluit maakt het mogelijk dat ter plaatse van de hoek De Vlasroot - Leenderweg in Valkenswaard, 21 appartementen en 27 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. De bestaande bebouwing, die bestaat uit detailhandel, appartementen en bedrijfsgebouwen, zal worden gesloopt. [verzoekers] wonen aan de [locatie] op ongeveer 56 m van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de mogelijkheden die het plan biedt en hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het wijzigingsbesluit wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. [verzoekers] betogen dat de raad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom op deze locatie een woongebouw met een bouwhoogte van vier bouwlagen passend is. Zij wijzen er in dit verband onder meer op dat een concrete stedenbouwkundige onderbouwing ontbreekt en dat de raad afwijkt van het eerdere uitgangspunt dat een bouwhoogte van drie bouwlagen het beste aansluit bij de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4707
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Omgevingsplan
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202601515/2/R2

202602009/2/A2

Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een verzoek van [verzoeker] om een extra toetskans afgewezen. Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft het CBE het door [verzoeker] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4687
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202602009/2/A2

BRS.26.002846

Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4662
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002846

BRS.26.002899

Bij besluit van 20 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de termijn van de aan appellant opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4658
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002899

BRS.26.003011

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4666
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003011

BRS.26.003303

Bij besluit van 1 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4639
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003303

BRS.26.003569

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4682
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003569

BRS.26.003647

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4683
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003647

BRS.26.003660

Bij besluit van 28 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4664
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003660

BRS.26.003699

Bij besluit van 19 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4661
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003699

BRS.26.003724

Bij besluiten van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd betrokkenen ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4697
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003724

BRS.26.003738

Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4670
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003738

BRS.26.003886

Bij besluit van 18 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4679
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003886

BRS.26.003908

Bij besluiten van 23 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4753
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003908

BRS.26.003937

Bij besluit van 9 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4667
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003937

202205284/1/R3

Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Doetinchem op ongeveer 70 m van de grens van het projectgebied en op ongeveer 125 m van het te bouwen hotel. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet is toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college een vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a en onder 3, van de Wabo en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4537
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205284/1/R3

202205285/1/R3

Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Doetinchem op ongeveer 165 m van de grens van het projectgebied. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet is toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college een vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a en onder 3, van de Wabo en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat met de uitgevoerde akoestische onderzoeken voldoende is onderbouwd dat ter plaatse van zijn woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4538
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205285/1/R3

202205286/1/R3

Bij besluit van 3 februari 2021 heeft de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Doetinchem op ongeveer 100 m van het te bouwen hotel en op ongeveer 60 m van de toegang. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet was toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken heeft het college een vergunning verleend met toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4539
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205286/1/R3

202205287/1/R3

Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant] woont aan de [locatie] in Doetinchem op ongeveer 200 m afstand van de grens van het projectgebied. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet is toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college een vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a en onder 3, van de Wabo en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4540
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205287/1/R3

202302533/1/R4

Bij besluit van 31 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee aan [appellante] twee lasten onder dwangsom opgelegd vanwege het overtreden van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). [appellante] exploiteert een landbouwbedrijf aan de [locatie] in Dirksland. Aannemingsbedrijf [naam bedrijf] voerde eind 2019 wegwerkzaamheden uit aan het tracé van de provinciale weg N215 tussen Dirksland en Melissant. [bedrijf] gebruikte het landbouwperceel - met toestemming van [appellante] - om vrijgekomen materialen van de wegwerkzaamheden op te slaan. Naar aanleiding van een klacht constateerden toezichthouders van de gemeente dat op het landbouwperceel asfaltschollen en funderingsmateriaal waren opgeslagen. Volgens het verslag van de toezichthouders gaat het om meer dan 45.000 m3 aan bouw- en sloopafval, terwijl [appellante] niet beschikt over de vereiste vergunning om dit te mogen opslaan op haar landbouwperceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4741
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302533/1/R4

202304851/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Hoorn het bestemmingsplan "De Vrijheid" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een appartementencomplex met 133 woningen en 153 parkeerplaatsen, waarvan 108 in een parkeergarage en 45 in de openbare ruimte op maaiveld. De nieuwbouw heeft diverse maximale bouwhoogten, variërend van 11 m tot 26 m, met een binnentuin. Het plangebied omvat de percelen Holenweg 6, 8 en 10 in Hoorn. Ten noorden van het plangebied ligt het spoor Hoorn-Enkhuizen en ten oosten een transformatorstation. Ten zuiden van het plangebied ligt de Henk Saaltinkstraat en de nieuwbouwwoonwijk Holenkwartier. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Holenweg. De Stichting richt zich volgens haar statuten op het bevorderen van de leefkwaliteit in Hoorn, onder meer in de wijken Venenlaankwartier en Holenkwartier. [appellant A] is eigenaar van een nieuwbouwappartement aan de [locatie 1] in Hoorn, ten zuidoosten van het plangebied. De afstand tussen zijn woning en het plangebied is ongeveer 60 m. [appellant B] woont aan de [locatie 2] in Hoorn, ten westen van het plangebied. De afstand tussen zijn perceel en het plangebied is ongeveer 15 m. De afstand tussen zijn perceel en de nieuwbouw is ongeveer 40 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4724
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202304851/1/R1

202400856/1/R2

Bij besluit van 14 april 2022 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Sint-Michielsgestel aan [wederpartij] een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van twee inritten voor de aanleg en het beheer van "Landgoed Theede" aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Sint-Michielsgestel. [wederpartij] woont op "Landgoed Theede" aan de [locatie 2] en wil twee inritten aanleggen voor zijn perceel en het perceel van zijn buurman over twee al bestaande duikers met dammen in de naastgelegen watergang. [appellant] is een omwonende en hij is het er niet mee eens dat [wederpartij] deze inritten wil aanleggen, omdat hij vreest voor de ruimtelijke uitstraling daarvan. Volgens hem is het gebruik van de gronden ter plaatse voor twee afzonderlijke inritten in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 2e actualisatie". Ook het college is tot die conclusie gekomen in zijn besluit op bezwaar. Zij willen dat er één gezamenlijke inrit wordt aangelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4730
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400856/1/R2

202402731/1/R4

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Hoogeerdstraat naast [nummer A] en [nummer B]" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twee woningen mogelijk op het perceel tussen de Hoogeerdstraat [nummer A] en [nummer B] in Niftrik. Het perceel krijgt de bestemming "Wonen - 1" met binnen het bouwvlak de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woningen". Aan de zijde van het plangebied dat aan de Hoogeerdstraat is gelegen, is het de bedoeling dat per woning drie parkeerplaatsen worden aangelegd. Het deel van het plangebied dat achter de voorziene woningen is gelegen, wordt op natuurlijke wijze ontwikkeld via een voorwaardelijk verplicht gesteld landschappelijk inrichtingsplan. Daarbij wordt voorzien in de ontwikkeling van een wadi met natuurvriendelijke oevers en rietkragen en een kruidenrijke zone van ongeveer 800 m2 met bosplanten, wilde bloemen en lage struiken langs de perceelgrenzen. Omwonenden vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door de voorziene woningen. Daarnaast is MHS Machinery schuin tegenover het perceel gevestigd op de Hoogeerdstraat 15. Dit bedrijf repareert en verhuurt pompinstallaties en compressoren. MHS Machinery vreest dat zij als gevolg van de voorziene woningen wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4738
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402731/1/R4

202402952/1/A3

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de bewaarder het verzoek van [appellant] om herstel van een bijwerking in de basisregistratie kadaster afgewezen. [appellant] heeft op 25 oktober 2022 aan de bewaarder verzocht om herstel van een bijwerking in de basisregistratie kadaster omdat hij van mening is dat hij eigenaar is van het doorgangspad tussen de Wildhage en de Dr. Hein Hoebenlaan in Breda en de grenzen in de basisregistratie kadaster onjuist zijn weergegeven. De bewaarder heeft naar aanleiding van dit verzoek gecontroleerd of de grenzen van de betrokken percelen overeenkomen met de grenzen zoals deze in de brondocumenten zijn vastgelegd. Uit deze brondocumenten, bestaande uit de relazen van bevindingen, volgt dat de grenzen correct zijn overgenomen op de kadastrale kaart. Hierop is het verzoek afgewezen omdat geen sprake is van een kennelijke misslag zoals bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4726
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402952/1/A3

202403439/1/R1

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Castricum het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren en Wonen" vastgesteld. Het parapluplan beoogt onder andere te voorzien in een nieuwe parkeerregeling voor het gehele grondgebied van de gemeente Castricum Aanleiding hiervoor is volgens de plantoelichting dat in het voorgaande parapluplan "Standplaatsen, terrassen en parkeren" niet is geregeld dat bij een wijziging van het bestaande gebruik in voldoende parkeerbehoefte moet worden voorzien. Met de vaststelling van het voorliggende parapluplan wordt hierin wel voorzien en is de parkeerregeling aangevuld. Het parapluplan voorziet daarnaast in een regeling voor laden en lossen. Tot slot voorziet het parapluplan in definitiebepalingen voor de begrippen "wonen" en "huishouden". Symbion is eigenaresse van het winkelcentrum aan het Bakkerspleintje in Castricum en van meerdere (winkel)panden in het centrum van Castricum, waaronder het pand aan de Dorpsstraat 62. Symbion heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het parapluplan omdat zij zich niet kan verenigen met de in de planregels opgenomen bouw- en gebruiksregels voor laden en lossen en de gebruiksregels voor parkeren. Zij vreest dat deze regels haar bouw- en gebruiksmogelijkheden voor haar winkelpanden verregaand beperken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4743
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403439/1/R1

202403616/4/R4

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2068, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Harderwijk opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 25 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stadsweiden - Randmeer" te herstellen. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk het woonzorgcentrum Randmeer en de appartementsgebouwen daaromheen in Harderwijk te herontwikkelen. Beoogd is de sloop van 101 wooneenheden en de realisatie van twee appartementsgebouwen met in totaal 156 wooneenheden. Verder wordt het appartementsgebouw aan de zuidwestzijde van het plangebied met 40 wooneenheden gerenoveerd. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft vastgesteld. De reden hiervoor is dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte ervan is uitgegaan dat 91 van de woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt aanleunwoningen zullen zijn. [appellante] betoogt dat de definitie van het begrip ‘aanleunwoning’ in de planregels rechtsonzeker is. [appellante] betoogt vervolgens dat de raad de parkeerbehoefte onjuist heeft vastgesteld, omdat de gehanteerde parkeernormen onvoldoende zijn gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4739
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403616/4/R4

202405484/1/R2

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "[locatie 1] Someren" vastgesteld. Op de [locatie 1] in Someren staat een woning die een recreatieve bestemming had. Deze woning is van [partijen]. Alleen gebruiken zij de woning niet recreatief, maar bewonen deze permanent. Met het bestemmingsplan "[locatie 1] Someren" wil de raad deze permanente bewoning mogelijk maken. Dit doet de raad door een woonbestemming aan de locatie toe te kennen met toepassing van de Ruimte-voor-ruimteregeling. [appellant] woont naast het plangebied en is het niet eens met de woonbestemming, omdat dit zijn woongenot aantast en volgens hem in strijd is met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4725
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405484/1/R2

202406424/1/R1

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf geweigerd aan [appellant A] een omgevingsvergunning te verlenen voor de verbouwing van de woning en de bouw van een aantal bouwwerken, waaronder een technische ruimte/berging, in en om die woning op het perceel [locatie] in Landgraaf. [appellant A] en [appellant B] zijn ieder voor de helft eigenaar van de woning op het perceel [locatie] in Landgraaf. Op 1 april 2020 heeft [appellant A] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning. De aanvraag is gedaan voor de activiteiten "bouwen" en "gebruiken in strijd met het bestemmingsplan", onder andere voor de bouw van een technische ruimte/berging. Het college heeft bij besluit van 22 februari 2022 de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geweigerd, omdat de vrees bestaat dat het aangevraagde zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Volgens het college hangt de activiteit bouwen onlosmakelijk samen met de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft daarom ook de aanvraag voor zover het de activiteit strijdig gebruik met het bestemmingsplan betreft geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4732
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406424/1/R1

202407752/1/A3

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de paspoortaanvraag van [appellante] niet in behandeling genomen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1997 in Turkije. Na haar geboorte heeft haar vader op 2 augustus 1997 het Nederlanderschap verkregen. Daarbij is een voorbehoud gemaakt dat de minderjarige kinderen het Nederlanderschap wordt onthouden en voor hen geen verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland is toegestaan. Hierdoor is [appellante] niet meegenaturaliseerd. Zij heeft op 6 december 2022 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Istanbul. Die aanvraag heeft de minister niet in behandeling genomen, omdat [appellante] het Nederlanderschap nooit heeft verkregen. Het bezit van het Nederlanderschap is een dwingende voorwaarde om een Nederlands paspoort te krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4723
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202407752/1/A3

202407785/1/R1

Bij besluit van 28 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een gebouw voor dak- en thuislozenopvang op de locatie Zeeburgerpad 103, 105 en 107 in Amsterdam. Het college heeft bij het in bezwaar gehandhaafde besluit aan de stichting een omgevingsvergunning voor de activiteit "bouwen" als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend voor het oprichten van een gebouw voor de opvang van dak- en thuislozen op de locatie Zeeburgerpad 103, 105 en 107 in Amsterdam. Het bedrijf van [appellanten] houdt zich op het perceel [locatie] met name bezig met het repareren van scheepsmotoren. [appellanten] vreest dat de komst van de dak- en thuislozenopvang leidt tot een belemmering van de bedrijfsvoering van het bedrijf van [appellanten]. Het gebouw voor de opvang van dak- en thuislozen is namelijk voorzien op korte afstand van zijn bedrijf. Vanwege deze korte afstand, vreest [appellanten] dat de dak- en thuislozen in de opvang mogelijk klachten zullen indienen over geluidsoverlast afkomstig van het bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4735
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407785/1/R1

202407868/1/A2

Op 31 januari 2024 heeft Stichting Parlan het verzoek van [wederpartij] om de kosten voor de buitenschoolse opvang (BSO) te vergoeden, afgewezen. [wederpartij] is een pleegouder die de zorgt voor zijn kleinzoon. De afspraken over pleegzorg in de regio in West-Friesland zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Pleegzorg. Deze is gesloten met de gemeenten in West-Friesland. De gemeente Stede Broec is een van de gemeenten. Deze gemeenten hebben de aanbesteding, ondertekening en uitvoering van de overeenkomst overgedragen aan de gemeente Hoorn. De gemeente Hoorn heeft de uitvoering van de jeugdzorg aanbesteed en voor de periode 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 gegund aan Parlan. Parlan is als jeugdzorgaanbieder werkzaam in de regio Alkmaar en omstreken. In die hoedanigheid sluit zij pleegcontracten met pleegouders, in dit geval met [wederpartij]. [wederpartij] betaalt voor de BSO van zijn pleegkind. Op 16 oktober 2023 heeft hij verzocht om de vergoeding van bijzondere kosten voor de BSO. Parlan heeft op 24 april 2024 aan [wederpartij] medegedeeld dat zij de kosten voor BSO voor de pleegkinderen niet vergoedt. Zij stelt dat de gemeente Stede Broec aansprakelijk is voor de financiële vergoeding voor pleegouders en dat de gemeente de BSO-kosten niet vergoedt vanuit de bijzondere kostenregeling, omdat deze kosten niet binnen de daarvoor gestelde categorieën vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4727
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407868/1/A2

202407876/1/A2

Op 29 september 2022 heeft Parlan het verzoek van [wederpartij] om de kosten voor de buitenschoolse opvang (BSO) te vergoeden, afgewezen. [wederpartij] is een pleegouder die de zorgt voor twee pleegkinderen en woont in [woonplaats], [gemeente], die valt onder de regio West-Friesland. De afspraken over pleegzorg in de regio zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Pleegzorg. Deze is gesloten met de gemeenten in West-Friesland. De gemeente [gemeente] is een van de gemeenten. Deze gemeenten hebben de aanbesteding, ondertekening en uitvoering van de overeenkomst overgedragen aan de gemeente Hoorn. De gemeente Hoorn heeft de uitvoering van de jeugdzorg aanbesteed en voor de periode 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 gegund aan Parlan. Parlan is als jeugdzorgaanbieder werkzaam in de regio Alkmaar en omstreken. In die hoedanigheid sluit zij pleegcontracten met pleegouders, in dit geval met [wederpartij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4728
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407876/1/A2

202407991/1/R2

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van twee tegeltableaus in de lege beeldnissen in de voorgevel van het rijksmonument Heilige Engelbewaarderschool aan de Koestraat 41 in Oirschot. Rijksmonument de Heilige Engelbewaardersschool is een wooncomplex met de naam ‘De Oirsprong’. Het is in eigendom van wooncorporatie Wooninc. [partij] heeft het initiatief ‘Kunst in de Koestraat’ opgezet om de twee lege beeldnissen in de voorgevel van het monument van kunst te voorzien. Het college heeft op aanvraag van [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en het in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument, zodat twee tegeltableaus in de lege beeldnissen kunnen worden geplaatst. Dat is inmiddels gebeurd. [appellant] is huurder van een appartement in het monument. Volgens [appellant] verzet het belang van monumentenzorg zich tegen de verlening van de vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4737
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407991/1/R2

202500492/1/R3

Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland beslist op een verzoek om handhaving van [appellant A] en [appellant B] en dat verzoek deels toe- en deels afgewezen. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 1] in Giethoorn. Op korte afstand van hun woning, op en rond het perceel [locatie 2] aan de Dorpsgracht, is al sinds vele jaren een verharde loswal (laad- en losplaats), ook wel aangeduid als betonnen verharding, aanwezig. De loswal wordt gebruikt door inwoners en bedrijven voor overslag van goederen. De goederen worden met voertuigen aan- of afgevoerd en op of van een boot of ponton geladen en vervolgens worden deze over het water vervoerd naar de in de directe omgeving gelegen campings, woningen of bedrijven die slechts beperkt over de weg bereikbaar zijn. Schuin tegenover de loswal, aan de overzijde van de Kerkweg ligt een parkeerterrein. [appellant A] en [appellant B] hebben het college gevraagd om handhavend op te treden tegen, voor zover in hoger beroep van belang, het parkeerterrein en (het gebruik van) de loswal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4716
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202500492/1/R3

202501348/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [bedrijf] een bestuurlijke boete opgelegd. [bedrijf] exploiteert een onderneming gericht op personenvervoer met touringcars. Een werknemer heeft op 8 maart 2022, terwijl hij stond te wachten op een groep schoolkinderen, contact gezocht met de werkplaats van [bedrijf]. Daarbij werd, op basis van telefonisch overleg, appberichten en foto’s van de binnenzijde van de wielkast van de touringcar, duidelijk dat een stabilisatorstang defect was. De werknemer heeft, nadat de kinderen waren ingestapt geprobeerd om met de bus te rijden. Omdat duidelijk werd dat er niet goed gestuurd kon worden, hebben de begeleiders van de schoolkinderen besloten om zelf vervangend vervoer te regelen. De werknemer is vervolgens uitgestapt en heeft zijn hoofd en bovenlichaam in de wielkast gestoken. Omdat de motor van de touringcar niet was uitgeschakeld en de luchtvering is gaan zakken, is hij bekneld geraakt en overleden als gevolg van het hierdoor opgelopen letsel. Volgens de rechtbank heeft de minister ten onrechte op basis van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit een bestuurlijke boete opgelegd. De touringcar werd namelijk gebruikt op de openbare weg voor het vervoer van personen en is daarom volgens de wetsgeschiedenis een arbeidsplaats en geen arbeidsmiddel. De minister betoogt in hoger beroep dat uit de wetsgeschiedenis wel blijkt dat de wetgever de door de rechtbank aangehaalde opvatting heeft verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4733
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501348/1/A3

202502584/1/R1

Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen ingevorderd bij Oostappen. Oostappen is eigenaar van vakantiepark De Berckt (vakantiepark), gelegen aan de Napoleonsbaan Noord 4 te Baarlo, gemeente Peel en Maas. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Napoleonsbaan Noord 4A te Baarlo". Uit artikel 4.1 van de planregels volgt dat het huisvesten van arbeidsmigranten niet is toegestaan op gronden met de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie". Het college heeft bij besluit van 23 juni 2020 Oostappen gelast het huisvesten van arbeidsmigranten op terreindelen van het vakantiepark waar dat niet is toegestaan, te beëindigen en beëindigd te houden, onder aanzegging van een dwangsom van € 250.000,00 per week dat niet aan de last is voldaan met een maximum van € 1.000.000,00. In beroep is vast komen te staan dat een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen is verbeurd. De rechtbank heeft overwogen dat de rechtsvordering tot invordering van de dwangsom niet is verjaard en dat het college mocht invorderen. Oostappen betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de bevoegdheid van het college tot invordering van de dwangsommen niet is verjaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4736
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502584/1/R1

202503197/1/A2

Bij besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester van Utrecht aanvragen van [appellante] om een exploitatievergunning en een vergunning tot het uitoefenen van een horecabedrijf met terras aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Utrecht, ingewilligd. [appellante] exploiteert een horecabedrijf met een terras aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Deze uitspraak gaat over het bekendmaken van een besluit via Zivver, een programma voor het beveiligd verzenden van e-mails. De burgemeester van Utrecht heeft een besluit op bezwaar met gebruik van Zivver beveiligd en digitaal verzonden aan de advocaat van een horecabedrijf in een zaak over een exploitatievergunning. Bij verzending van een bericht met gebruik van Zivver gaat automatisch een notificatiebericht uit naar de ontvanger waarin is vermeld dat het bericht klaarstaat in de Zivver omgeving. Volgens het bedrijf heeft de advocaat nooit een notificatiebericht per e-mail ontvangen. De advocaat heeft het bericht in de Zivver omgeving met het besluit volgens het bedrijf pas gezien en geopend bijna twee maanden daarna toen hij daarop inlogde om een ander bericht te openen. Drie dagen daarna stelde de advocaat beroep in tegen het besluit op bezwaar. Te laat, oordeelde de rechtbank Midden-Nederland. Het beroep is niet binnen de termijn van zes weken ingesteld en de termijn is niet verschoonbaar, aldus de rechtbank. Het bedrijf is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Volgens het bedrijf heeft het niet kenbaar gemaakt dat het voldoende bereikbaar is voor de ontvangst van een elektronisch verzonden bericht met gebruik van Zivver, zoals de Algemene wet bestuursrecht dat destijds voorschreef. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak nu de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er was sprake van een “bestendige e-mailpraktijk tussen bestuursorgaan en geadresseerde” en de verzending van het besluit met gebruik van Zivver is daarmee in overeenstemming. De burgemeester heeft het besluit op bezwaar dus op de juiste wijze bekendgemaakt. De beroepstermijn is overschreden en deze termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Het hoger beroep is ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4746
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202503197/1/A2

202503681/1/R2

Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan [belanghebbende A] en [belanghebbende B] medegedeeld dat van rechtswege een omgevingsvergunning is gegeven voor het bouwen van een trainingsruimte voor paarden aan de [locatie 1] in Liessel. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Liessel tegenover het perceel waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Weijers is het niet eens met deze vergunning, omdat hij vreest voor geuroverlast door het gebruik van de trainingsruimte voor paarden. Het geschil is beperkt tot de vraag of de trainingsruimte moet worden aangemerkt als dierenverblijf. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat de trainingsruimte zodanig wordt gebruikt dat sprake is van een dierenverblijf in de zin van artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. Volgens [appellant] is de trainingsruimte voor paarden wel aan te merken als dierenverblijf en is deze binnen de in artikel 3.5.1, onder g, van het wijzigingsplan "[locatie 1], Liessel" gestelde afstand op het bouwvlak voorzien, waardoor de omgevingsvergunning in strijd is met het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4731
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503681/1/R2

202503739/1/R1

Bij besluit van 18 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas een dwangsom ter hoogte van € 20.000,00 ingevorderd bij [appellant]. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie] te Horst. Hij verricht daarop bedrijfsactiviteiten die mede zien op de handel in en reparatie van voertuigen, en de handel in bulkgoederen en materialen. Het college heeft bij besluit van 28 november 2022 [appellant] onder meer gelast het opslaan van materialen en bulkgoederen waar dat niet is toegestaan, vóór 1 februari 2023 te beëindigen en beëindigd te houden onder aanzegging van een dwangsom van € 20.000,00. Tegen het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom heeft [appellant] geen bezwaar gemaakt, zodat het besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Op verzoek van [appellant] heeft het college bij besluiten van 24 januari 2023 en 3 maart 2023 de begunstigingstermijn verlengd tot 1 mei 2023. Toezichthouders van de gemeente hebben bij controles op 15 mei 2023, 23 mei 2023, 26 mei 2023 en 15 juni 2023 geconstateerd dat er op het perceel van [appellant] opslag van diverse bulkgoederen en materialen, zoals pallets, stenen, metalen en huisraad, plaats vond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4742
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503739/1/R1

202503769/1/A2

Bij besluit van 7 september 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) aan [appellant] een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. [appellant] is geboren in India. Partijen zijn het erover eens dat [appellant] de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG), zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (Regeling) in het Nederlands te volgen. [appellant] zou volgens de Regeling in beginsel deze cursus over verantwoord rijgedrag moeten volgen. Omdat hij onvoldoende Nederlands spreekt om die cursus te kunnen volgen, heeft het CBR in plaats daarvan aan hem een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. [appellant] stelt zich op het standpunt dat sprake is van discriminatie omdat het CBR op grond van de Regeling naar aanleiding van dezelfde gedraging een andere maatregel oplegt als betrokkenen de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4717
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503769/1/A2

202504197/1/R2

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het verwijderen en verwijderd houden van een stacaravan en de opslag van hout in kratten op het perceel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Aan de [locatie 1] in Rijsbergen is een perceel gelegen dat wordt bewoond door [wederpartij]. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert" rust op het perceel de bestemming "Bos". [appellant] is bewoner van het perceel aan de [locatie 2] in Rijsbergen. Hij heeft een handhavingsverzoek gedaan vanwege de volgens hem met het bestemmingsplan strijdige aanwezigheid van een caravan en opslag van hout op het perceel [locatie 1]. Het college heeft op 2 november 2022 geconstateerd dat er een caravan stond op het perceel en dat vrijgekomen hout van de kap van bomen op het perceel werd opgeslagen in kratten en te koop werd aangeboden aan particulieren. Daarom heeft het college [wederpartij] op 17 januari 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanwezig zijn van de caravan en het opslaan van hout in kratten op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4729
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504197/1/R2

202505044/1/A2

Bij beslissing van 9 juli 2025 heeft de examencommissie een tentamen van [appellante] ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan alle tentamens in de periode van 1 september 2025 tot 25 januari 2026. Bij beslissing van 5 september 2025 heeft de voorzitter van het college van beroep voor de examens van Hogeschool Rotterdam een verzoek van [appellante] om een voorlopige voorziening toegewezen en een verzoek om vergoeding van de proceskosten afgewezen. De hoogste algemene bestuursrechter zag zich in deze zaak voor de vraag gesteld of zij bevoegd is kennis te nemen van een beroep tegen een beslissing van de voorzitter van een CBE op een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Het antwoord is: nee. Er staat geen zelfstandig beroep open bij de bestuursrechter tegen een beslissing van de voorzitter van het CBE. Vervolgens is de vraag: wie moet beslissen op een verzoek om vergoeding van de proceskosten in de voorlopige voorzieningenprocedure, is dat de voorzitter van het CBE of het CBE? Antwoord: het CBE. En daarbij geldt dan dat er in beginsel geen grond voor een proceskostenvergoeding bestaat als de voorzitter van het CBE uit coulance een voorziening treft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4628
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505044/1/A2

202505119/1/R2

Bij uitspraak van 25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1920, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 april 2020 in zaak nr. 19/47 ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. In de uitspraak van 25 augustus 2021 heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college bevoegd is om handhavend op te treden tegen de caravan, de overkapping, het meterhuisje en de containers op het perceel kadastraal bekend gemeente Sint Odiliënberg, [locatie] dat in mede-eigendom is van [verzoekster]. Er is namelijk sprake van een overtreding, omdat de bouwwerken op dat perceel zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zijn gebouwd dan wel zonder die omgevingsvergunning in stand worden gehouden. Daarnaast heeft de Afdeling overwogen dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college geen aanleiding had moeten zien om af te wijken van het handhavend optreden, omdat het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. In het verzoek stelt [verzoekster] dat zij bekend is geworden met het schriftelijk verslag van een klantencontact uit 2017 waarin door de toezichthouder van de gemeente is genoteerd dat de caravan en de stalling op het perceel mogen en dat dit moet leiden tot herziening van de uitspraak van 25 augustus 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4718
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505119/1/R2

202505537/1/A3

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan [locatie] in Maastricht per 27 september 2023 voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie] in Maastricht. Op 2 augustus 2023 heeft de politie 62 kilogram heroïne in de schuur bij deze woning aangetroffen. De politie heeft ook een ijzeren pers en verschillende mallen aangetroffen die gebruikt worden voor het persen van blokken heroïne. De burgemeester heeft vervolgens op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet besloten de woning van [appellant] per 27 september 2023 te zullen sluiten voor de duur van drie maanden. De burgemeester heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten. Zij heeft hiertoe overwogen dat er een handelshoeveelheid harddrugs, te weten 62 kilogram heroïne, is aangetroffen in de schuur bij de woning op het adres [locatie] en dat er een zodanige relatie tussen de woning en de schuur bestaat dat die bouwwerken als één geheel moeten worden beschouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4740
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202505537/1/A3

202505732/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de examencommissie een bindend negatief studieadvies aan [appellante] gegeven. Tegen deze beslissing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzitter van het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [appellante] bevond zich tijdens het studiejaar 2024-2025 in haar eerste studiejaar van de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De examencommissie heeft aan haar bij de beslissing van 15 augustus 2025 een negatief bindend studieadvies gegeven. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat [appellante] niet de vereiste 60 studiepunten heeft gehaald. Naar aanleiding van het door [appellante] ingestelde administratief beroep heeft de examencommissie met haar een schikkingsgesprek gevoerd. In het schikkingsvoorstel van de examencommissie van 29 september 2025 staat dat de door [appellante] voor het eerst in administratief beroep overgelegde informatie ertoe heeft geleid dat de examencommissie een andere afweging heeft gemaakt. Hoewel zij de beslissing van 15 augustus 2025 als zorgvuldig genomen beschouwt, heeft zij besloten om het bindend studieadvies aan te houden. [appellante] heeft het CBE verzocht de examencommissie te veroordelen in de proceskosten van de voorlopige voorzieningsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4734
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505732/1/A2

202505886/1/A3

Bij besluit van 8 november 2022 heeft de Waarderingskamer het verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk toegewezen. [appellant] heeft de Waarderingskamer verzocht om documenten aan hem te verstrekken over de waardevaststelling van het mandelig gebied behorende bij het project De Stadstuin in Amersfoort. De Waarderingskamer is gedeeltelijk aan het verzoek van [appellant] tegemoetgekomen. De Waarderingskamer heeft op verzoek van [appellant] in augustus 2020 navraag gedaan bij de gemeente Amersfoort over De Stadstuin. Deze correspondentie heeft de Waarderingskamer, na anonimisering op grond van artikel 5.1 van de Woo, verstrekt. In de rapporten van onderzoeken die bij de gemeente Amersfoort hebben plaatsgevonden kwam De Stadstuin niet voor. Die onderzoeken vielen volgens de Waarderingskamer daarom buiten het verzoek van [appellant]. Verder heeft de Waarderingskamer de correspondentie van [appellant] met de Waarderingskamer niet verstrekt omdat [appellant] heeft verzocht om inzage in het toezicht van de Waarderingskamer op de gemeente Amersfoort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4722
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202505886/1/A3

202600001/1/A2

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de Dienst Wegverkeer (de RDW) de aanvraag van [appellant] om wijziging van het kentekenregister afgewezen. Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de RDW het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 29 december 2023 gedeeltelijk herroepen en bepaald dat duplicaatcode "1" wel geregistreerd blijft. [appellant] is eigenaar van een Volkswagen Kever met bouwjaar 1975. [appellant] heeft het voertuig in 1981 van Aruba naar Nederland laten overbrengen. In 1984 heeft het voertuig het kenteken […] gekregen. Het voertuig is sindsdien verschillende periodes geschorst geweest. Het voertuig staat sinds 22 april 2011 onafgebroken op naam van [appellant]. De kentekenplaten zijn voorzien van een duplicaatcode. De kentekenplaten van het voertuig waren op 1 juni 2016 voorzien van duplicaatcode "2"; er was een "2" op de kentekenplaten aangebracht. Sinds het besluit van 17 juni 2024 zijn de kentekenplaten voorzien van duplicaatcode "1". [appellant] stelt zich op het standpunt dat de RDW heeft nagelaten het geschil op een informele wijze op te lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4719
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202600001/1/A2

202600186/1/A2

Op 27 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Almelo een beslissing genomen over verschillende verzoeken van Stadstheater om verlening van subsidie. Bij besluit van 18 december 2024 heeft de gemeenteraad het door Stadstheater daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de beslissing niet op rechtsgevolg is gericht. De gemeenteraad heeft zich op het standpunt gesteld dat niet hij, maar het college van B&W bevoegd is om op de aanvragen om subsidie te beslissen. In hoger beroep is in geschil of de beslissing van de raad van 27 februari 2024 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Stadstheater en haar rechtsvoorgangers hebben sinds 1987 een theater in Almelo geëxploiteerd en daarvoor van het college van burgemeester en wethouders (college) verschillende subsidies ontvangen. In 2022 heeft Stadstheater het college laten weten dat zij zonder nadere ondersteuning niet meer in staat is het theater in stand te houden. Stadstheater heeft het college daarom verzocht om extra gelden beschikbaar te stellen voor de continuering van de programmering, de verbetering van de exploitatie en de daarvoor benodigde verbouwing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4721
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202600186/1/A2

202601147/1/A2

Bij beslissing van 11 december 2025 heeft de examencommissie zich op het standpunt gesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd bij een wekelijkse opdracht voor het vak SLC2002 Skills Development. Bij beslissing van 5 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] volgt de bacheloropleiding European Law School aan de Universiteit Maastricht. In het kader van het vak "SLC2002 Skills Development" (hierna ook: het vak) moet zij wekelijks opdrachten inleveren. Bij de beoordeling van één van de wekelijkse opdrachten heeft de examinator aanleiding gezien om een vermoeden van fraude te melden bij de examencommissie. Deze wekelijkse opdracht strekte ertoe dat een student zelf bronnen zoekt die passen bij een later te verrichten opdracht, dat de student deze bronnen correct vermeldt conform de aangeleverde juridische leidraad en dat de student een korte samenvatting geeft van de bronnen en duidt hoe deze passen bij de later te maken opdracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4720
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601147/1/A2

202601424/1/A2

Bij beslissing van 25 september 2025 heeft de Examencommissie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen wegens fraude al het in het kader van het vak Master’s Thesis Marketing Management gemaakte en/of ingeleverde werk van [appellant] ongeldig verklaard, hem uitgesloten van deelname aan dit vak voor de duur van één jaar en hem te kennen gegeven dat hij hierdoor niet langer in aanmerking komt voor het judicium (summa) cum laude. Bij beslissing van 31 maart 2026 heeft het College van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft het vak Master’s Thesis Marketing Management gevolgd. Naar aanleiding van de door hem ingeleverde thesis is het vermoeden van fraude ontstaan, aangezien die volgens de examinator een groot aantal niet-bestaande verwijzingen bevat. De examencommissie heeft uiteindelijk geconcludeerd dat [appellant] fraude heeft gepleegd, nadat nadere bestudering van het werk uitwees dat de bronnenlijst, behorend bij de thesis, inderdaad niet-bestaande verwijzingen bevat. De bronnenlijst is onderdeel van de thesis en de verwijzingen worden geacht gebruikt te zijn ter onderbouwing van argumenten in de thesis. Door het presenteren van niet-bestaande bronnen in de bronnenlijst is sprake van handelen waardoor een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4744
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601424/1/A2

202601619/1/A2

Bij beslissing van 16 december 2025 heeft de Examencommissie van de Erasmus School of History, Culture and Communication wegens fraude de door [appellante] voor het vak Media and Business Transformations (CM4101) ingeleverde Individual Papers 1 en 2 van [appellante] ongeldig verklaard, haar uitgesloten van de deelname aan de herkansing van Individual Paper 1 en haar een berisping gegeven. Bij beslissing van 7 april 2026 heeft het het College van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam het door [appellante] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt sinds het studiejaar 2025-2026 de masteropleiding Media & Business aan de Erasmus School of History Culture and Communication. Hiervoor heeft zij het vak Media and Business Transformations (het vak) gevolgd en twee papers ingeleverd, die als deeltoetsen gelden. De examinator van het vak heeft vervolgens aan de examencommissie gemeld dat er naar aanleiding van die deeltoetsen een vermoeden van fraude is gerezen, aangezien de meeste referenties onjuist zijn. [appellante] heeft hierop verklaard dat de onjuistheden in de bronvermelding pas in het laatste stadium van het schrijfproces zijn ontstaan toen zij ChatGPT een bronnenlijst volgens de APA-richtlijnen heeft laten opstellen. Zij is van de juistheid van de bronnenlijst uitgegaan zonder die te controleren. [appellante] betoogt dat het CBE eraan is voorbijgegaan dat het gebruik van AI in de Course guide uitdrukkelijk was toegestaan binnen het vak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4745
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601619/1/A2

202602009/1/A2

Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een verzoek van [appellant] om een extra toetskans afgewezen. Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft het college van beroep voor de examens Avans-Fontys Kamer JHS het door [appellant] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is in september 2025 begonnen met de hbo-opleiding Rechten. Het eerste studiejaar bestaat uit vier periodes, die elk worden afgerond met een beoordeling van een kennistoets, een zogenoemd beroepsproduct en een PPO-portfolio. In periode 3 heeft [appellant] een ‘niet voldaan’ gekregen voor het beroepsproduct, waarvoor hij zeven deelproducten heeft moeten inleveren en dat zeven studiepunten waard is. Om het beroepsproduct te halen moeten studenten ten minste een voldoende scoren voor elk van de zeven competenties die beschreven zijn in de rubric bij het beroepsproduct. [appellant] heeft een onvoldoende beoordeling gekregen voor de competentie beslissen, omdat hij volgens het docententeam niet in staat is geweest om de verplichte literatuur te gebruiken en hiernaar te verwijzen volgens de Leidraad voor juridische auteurs, zoals de rubric vereist. Deze onvoldoende beoordeling heeft tot de toekenning van de ‘niet voldaan’ geleid. [appellant] komt daardoor zeven studiepunten tekort om zijn propedeuse te halen. Hij heeft de examencommissie daarom verzocht om een extra toetskans voor het beroepsproduct, zodat hij dit alsnog kan halen en in september 2026 kan starten met de bacheloropleiding

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4669
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202602009/1/A2

202406847/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4685
Datum uitspraak
11 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406847/1/V1

202601891/2/A3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [wederpartij] op grond van de Wet basisregistratie personen om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. [wederpartij] heeft het college verzocht zijn persoonsgegevens te wijzigen in de brp. Het college heeft zijn verzoek afgewezen, omdat het college twijfelt over de geboorteverklaringen van [wederpartij] die zijn gebruikt voor de afgifte van zijn Nigeriaanse paspoort. [wederpartij] is het niet eens met dit besluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het paspoort van [wederpartij] ten onrechte niet heeft betrokken bij de beoordeling van zijn verzoek. Volgens de rechtbank komt aan een paspoort grote bewijswaarde toe en moet in beginsel van de juistheid van de gegevens in een door de bevoegde autoriteit afgegeven paspoort uit worden gegaan. Het college verzoekt de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank en dus hangende het hoger beroep geen nieuw besluit op het bezwaar van [wederpartij] hoeft te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4686
Datum uitspraak
11 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202601891/2/A3

BRS.26.003311

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4651
Datum uitspraak
11 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003311
vorige pagina1...789...1.267volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon