Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.25.000963

Uitspraak BRS.25.000963

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2665
Datum uitspraak
12 mei 2026
Inhoudsindicatie
Betrokkenen hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.25.000963
ECLI:NL:RVS:2026:2665
Datum uitspraak: 12 mei 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 4 juli 2025 in zaken nrs. NL25.10064 en NL25.10067 in het geding tussen:

[betrokkene 1] en [betrokkene 2]

en

de minister.

Procesverloop

Betrokkenen hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Bij uitspraak van 4 juli 2025 heeft de rechtbank deze beroepen gegrond verklaard, het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten vernietigd, de minister opgedragen om in ieder geval binnen vier weken na de dag van verzending van de uitspraak besluiten op de aanvragen te nemen en bepaald dat de minister aan betrokkenen afzonderlijk een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag dat hij die termijn overschrijdt, tot een maximum van € 7.500,00 per aanvraag.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkenen, vertegenwoordigd door mr. E.P.A. Zwart, advocaat in Purmerend, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        De minister klaagt in zijn enige grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij per betrokkene afzonderlijk een dwangsom moet betalen. Hij betoogt dat gezien de feiten en omstandigheden de rechtbank de inhoudelijke samenhang tussen de aanvragen als uitgangspunt had moeten nemen. De rechtbank heeft volgens de minister niet deugdelijk gemotiveerd waarom zij is afgeweken van de vaste rechtspraak van de Afdeling op dit punt.

1.1.        Aanvragen kunnen inhoudelijk zodanig met elkaar samenhangen, dat een redelijke toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb met zich brengt dat het bestuursorgaan slechts één rechterlijke dwangsom heeft verbeurd of kan verbeuren. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2219, onder 6. De minister betoogt terecht dat de rechtbank bij de twee afzonderlijke asielaanvragen van betrokkenen met gelijkluidende asielmotieven zo’n inhoudelijke samenhang als uitgangspunt heeft moeten nemen, gelet op de feiten en omstandigheden die betrokkenen hebben aangevoerd. De rechtbank heeft niet onderkend dat betrokkenen met de stelling dat hun afzonderlijke aanvragen twee afzonderlijke zaken zijn wegens hun leeftijdsverschil, niet aannemelijk hebben gemaakt dat de rechtbank in hun geval van dit uitgangspunt heeft moeten afwijken. De grief slaagt.

1.2.        Het hogerberoepschrift roept geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 24).

2.        Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, dat wil zeggen voor zover de rechtbank heeft vastgesteld dat de minister per betrokkene afzonderlijk een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de in die uitspraak genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00 per aanvraag. Gelet op de hiervoor onder 1.1 genoemde uitspraak van 14 mei 2025, onder 6, brengt een redelijke toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb in dit geval met zich dat de minister één dwangsom verbeurt voor betrokkenen gezamenlijk. De Afdeling zal de hoogte van deze dwangsom, zoals door de rechtbank vastgesteld, vaststellen op € 100,00 per dag, met een maximum van € 7.500,00. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.        vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 4 juli 2025 in zaken nrs. NL25.10064 en NL25.10067, voor zover zij heeft bepaald dat de minister van Asiel en Migratie aan betrokkenen elk afzonderlijk een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de in die uitspraak genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00 per aanvraag;

III.        vervangt de dwangsom in die uitspraak in zoverre dat de minister van Asiel en Migratie aan betrokkenen gezamenlijk een dwangsom van € 100,00 heeft verbeurd voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn heeft overschreden, met een maximum van € 7.500,00.

Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.

w.g. Essenburg
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schuurman
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2026

941-1173


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon