Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202501951/1/A3

Uitspraak 202501951/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2971
Datum uitspraak
13 mei 2026
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 13 februari 2025 van de rechtbank Den Haag. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit op bezwaar van 19 februari 2024 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft de burgemeester de oplegging van een last onder dwangsom op grond van artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Den Haag in stand gelaten. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202501951/1/A3.
Datum uitspraak: 13 mei 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Den Haag,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 februari 2025 in zaak nr. 24/2075 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Den Haag.

Openbare zitting gehouden op 13 mei 2026 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.M. Willems, voorzitter
griffier: mr. Y. Soffner
jurist: mr. R.F.I. de Lange

Verschenen:
Via videoverbinding: [appellant], bijgestaan door mr. L. Windhorst, advocaat in Den Haag;
De burgemeester, vertegenwoordigd door R.M. Noppers en G.A.A.M. Zwagemakers.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 13 februari 2025 van de rechtbank Den Haag. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit op bezwaar van 19 februari 2024 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft de burgemeester de oplegging van een last onder dwangsom op grond van artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Den Haag in stand gelaten.

De Afdeling

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4 tot en met 4.5 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat de burgemeester de last onder dwangsom mocht opleggen. Volgens vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan namelijk in beginsel uitgaan van de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal. Op grond van de bevindingen in de bestuurlijke rapportage is aannemelijk dat [appellant] op straat heeft postgevat met het kennelijk doel om in drugs te handelen en dus in strijd heeft gehandeld met artikel 2:74 van de APV. Hij heeft in hoger beroep ook geen redenen aangevoerd waarom niet van de juistheid daarvan kan worden uitgegaan. Wat [appellant] aanvoert over dat zijn strafzaak is geseponeerd, leidt niet tot een ander oordeel. Ten eerste heeft [appellant] de sepotbeslissing niet overgelegd en niet toegelicht wat de reden van het sepot is. Ten tweede is bij de beslissing van de officier van justitie om niet tot strafvervolging over te gaan sprake van een ander beoordelingskader dan bij het opleggen van een last onder dwangsom. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen. Verder heeft [appellant] ook in hoger beroep geen concrete aanknopingspunten aangevoerd dat de besluitvorming van de burgemeester onzorgvuldig of onevenredig is.

Het hoger beroep is ongegrond. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Soffner
griffier

818-1114


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon