Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.681
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.004552

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat zij op 29 augustus 2026 om 13:00 uur terugreist naar Paraguay.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5114
Datum uitspraak
28 augustus 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004552

202602438/1/A2

Bij beslissing van 15 april 2026 heeft de selectiecommissie Geneeskunde aan [appellante] het rangnummer 703 toegekend. Bij beslissing van 10 juni 2026 heeft het college van bestuur van de Universiteit Utrecht het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft zich ingeschreven voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Dit is een opleiding met een numerus fixus. Dit betekent dat er een maximum is gesteld aan het aantal studenten dat kan worden toegelaten tot de opleiding. Voor het studiejaar 2026-2027 hebben zich 1408 kandidaten aangemeld. Het rangnummer van de kandidaten wordt op twee manieren bepaald. De eerste 59 rangnummers worden toegekend aan de kandidaten met de beste score op de kennistoets. De andere kandidaten krijgen een rangnummer op basis van loting. [appellante] heeft op basis van loting het rangnummer 703 gekregen. Met dit rangnummer maakt zij geen aanspraak op een opleidingsplek. [appellante] is het niet eens met de wijze waarop haar rangnummer tot stand is gekomen. Tijdens de selectiedag heeft zij te maken gehad met twee technische problemen die van invloed zijn geweest op haar prestaties.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5090
Datum uitspraak
28 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202602438/1/A2

202404490/1/V3

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5058
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404490/1/V3

202500675/1/V2

Bij besluit van 25 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5046
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500675/1/V2

202601902/3/A3

Bij uitspraak van 10 juli 2026 in zaak nr. 202601902/2/A3, ECLI:NL:RVS:2026:4036, heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 juni 2026 in zaak nr. 25/1652 geschorst en bepaald dat DNB geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar van HRiF, totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd en DNB opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen op het bezwaar van HRiF. DNB is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. HRiF heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Het instellen van hoger beroep heeft geen schorsende werking. Omdat het verzoek van DNB niet binnen zes weken na de uitspraak op zitting kon worden behandeld, heeft de voorzieningenrechter op verzoek van DNB een ordemaatregel getroffen op 10 juli 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5040
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202601902/3/A3

202601949/1/R3 en 202601949/2/R3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd. Daarin is [verzoeker] onder meer gelast om de hoeveelheid dieren op het erf terug te brengen tot maximaal acht loopeenden, tien hennen en één haan. [verzoeker] woont op de [locatie A] in Oosterwolde. [partij A] woont naast [verzoeker], op de [locatie B]. De tuinen van deze percelen grenzen aan elkaar. [verzoeker] en [partij A] houden hanen en hennen op deze percelen. [verzoeker] houdt daarnaast ook loopeenden. [partij B] woont op [locatie C] in Oosterwolde. De tuinen van de woningen van [verzoeker] en [partij B] grenzen met de achterzijden ervan aan elkaar. [partij B] stelt overlast te ondervinden van de dieren die door [verzoeker] en [partij A] gehouden worden. Daarom heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden. [verzoeker] is gelast om het aantal dieren terug te brengen zodat een situatie ontstaat waarbij het houden van dieren een ondergeschikt gebruik is van haar erf binnen de woonfunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4980
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601949/1/R3 en 202601949/2/R3

202601972/1/R4 en 202601972/2/R4

Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning realiseren van een opbouw op een bijbehorend bouwwerk, het realiseren van meer oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken dan de verleende omgevingsvergunning toestaat en het realiseren van een carport op het voorerf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5039
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601972/1/R4 en 202601972/2/R4

202601980/1/R3 en 202601980/2/R3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd. Daarin is [verzoekster] onder meer gelast om de hoeveelheid dieren op het erf terug te brengen tot maximaal tien hennen en één haan. [verzoekster] woont op de [locatie A] in Oosterwolde. [partij A] woont naast [verzoekster], op de [locatie B]. De tuinen van deze percelen grenzen aan elkaar. [partij A] en [verzoekster] houden hanen en hennen op deze percelen. [partij A] houdt daarnaast ook loopeenden. [partij B] woont op [locatie C] in Oosterwolde. De tuinen van de woningen van [partij A] en [partij B] grenzen met de achterzijden ervan aan elkaar. [partij B] stelt overlast te ondervinden van de dieren die door [partij A] en [verzoekster] gehouden worden. Daarom heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden. [verzoekster] is gelast om het aantal dieren terug te brengen zodat een situatie ontstaat waarbij het houden van dieren een ondergeschikt gebruik is van haar erf binnen de woonfunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4979
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601980/1/R3 en 202601980/2/R3

BRS.25.002055

Bij besluit van 4 juli 2025 heeft de minister van Asiel en een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet ontvankelijk verklaaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4965
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002055

BRS.26.000630

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4963
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000630

BRS.26.000837

Bij besluit van 1 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4968
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000837

BRS.26.002920

Bij besluit van 9 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4971
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002920

BRS.26.003695

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 21 mei 2025 heeft de minister van Asiel en migratie aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4974
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003695

BRS.26.003841

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 21 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4976
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003841

BRS.26.004077

Bij besluit van 20 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5032
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004077

BRS.26.004161

Bij besluit van 17 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5029
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004161

BRS.26.004228

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4967
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004228

202504931/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 28 juli 2025 in zaak nr. 24/4762. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verklaring van geen bezwaar, die [appellant] nodig heeft voor zijn baan, mocht intrekken. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Die gewichtige redenen zijn volgens de minister dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn wettelijke taken uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief kan uitvoeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5068
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504931/2/A3

202504947/2/A3

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 28 juli 2025 in zaak nr. 24/4763. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verklaring van geen bezwaar, die [appellante] nodig heeft voor haar baan, mocht intrekken. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Die gewichtige redenen zijn volgens de minister dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn wettelijke taken uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief kan uitvoeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5070
Datum uitspraak
27 augustus 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504947/2/A3

BRS.25.002443

Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4959
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002443

BRS.25.002453

Bij besluit van 11 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4953
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002453

BRS.26.000182

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4912
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000182

BRS.26.001561

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4946
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001561

BRS.26.001750

Bij besluit van 21 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4941
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001750

BRS.26.002977

Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4935
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002977

BRS.26.003128

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4940
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003128

BRS.26.003721

Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4922
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003721

BRS.26.003863

Bij besluit van 20 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4951
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003863

BRS.26.003899

Bij besluit van 11 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4933
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003899

BRS.26.003933

Bij besluit van 8 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4955
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003933

BRS.26.003974

Bij besluit van 19 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4939
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003974

BRS.26.004143

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5064
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004143

BRS.26.004309

Bij besluit van 6 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4954
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004309

BRS.26.004314

Bij besluit van 7 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5028
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004314

BRS.26.004327

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4944
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004327

BRS.26.004333

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4943
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004333

202205747/1/R2 en 202205888/1/R2

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel het "Verkeersbesluit tot het instellen van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de dubbele spoorwegovergang in de Tongersestraat (gedeelte van de Tongersestraat vanaf de oostzijde van de spoorwegovergang 's-Hertogenbosch — Eindhoven tot aan de Van Salmstraat en Tongeren ten oosten van perceel Tongeren 2) in Boxtel" (verkeersbesluit Tongersestraat) vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellante sub 1], de werkgeversvereniging, de holding en anderen, SBBN en anderen, Boxly en Rogely en VHGHB beroep ingesteld. Deze uitspraak gaat over vier besluiten van de raad en het college van Boxtel. De besluiten zijn gebaseerd op het Maatregelenpakket Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Boxtel (het maatregelenpakket). De term ‘Programma Hoogfrequent Spoorvervoer’ wordt hierna afgekort tot PHS. Dit pakket moet een oplossing bieden voor de slechte staat van de leefbaarheid en verkeersveiligheid, die wordt veroorzaakt door de dubbele spoorwegovergang bij de Tongersestraat in Boxtel en het verkeer dat door het centrum rijdt. Het pakket bestaat uit vijf deelprojecten die samen de knelpunten moeten oplossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5002
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205747/1/R2 en 202205888/1/R2

202304680/1/R1

Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [appellant] gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het adres [locatie] in Badhoevedorp uiterlijk op 1 december 2021 te beëindigen en beëindigd te houden, onder oplegging van een dwangsom. De last onder dwangsom betreft de bouw en bewoning van een aanbouw achter de woning. De moeder van [appellant] heeft per brief van 17 augustus 2021, door het college ontvangen op 20 augustus 2021, namens [appellant] bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van 1 juni 2021. Het college heeft zich in het besluit van 17 mei 2022 op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Volgens hem is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. [appellant] voert aan dat hij als gevolg van een zeer ernstig motorongeluk op 30 mei 2021 lange tijd niet, althans zeer gebrekkig kon lezen en schrijven en dat het ongeluk grote impact op hem heeft gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4928
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304680/1/R1

202400271/1/R2

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Rietstok, Gemonde" vastgesteld. Het plan maakt 28 woningen mogelijk. Het gaat om levensloopbestendige woningen, eengezinswoningen en een aantal vrijstaande woningen. Het plangebied is gesitueerd aan de rand van het dorp Gemonde. [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellanten sub 4] zijn omwonenden. Zij vrezen onder meer voor water-, verkeer- en parkeeroverlast als gevolg van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. [appellant sub 1] en anderen betogen dat het college van GS de begrenzing van het werkingsgebied "Landelijke kern" niet heeft mogen wijzigen, omdat niet wordt voldaan aan de IOV. In de kern komt hun beroep erop neer dat het college van GS het herbegrenzingsbesluit onvoldoende heeft gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5011
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400271/1/R2

202400519/1/R1

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat op verzoek van Liander N.V. aan onder meer de vennootschap en anderen de plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een ondergrondse middenspanningsverbindingen op een aantal percelen in de gemeente Niedorp. Om de leveringszekerheid in de Kop van Noord-Holland te garanderen zijn diverse uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk nodig. Een onderdeel van de beoogde uitbreiding is de aanleg van nieuwe middenspanningsverbindingen. Voor zover van belang loopt het tracé met tien parallelle 20 kV kabels ondergronds over de kadastrale percelen in Niedorp, sectie F, nrs. […], […] en […]. In het "Bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp" hebben deze percelen de bestemming "Agrarisch met waarden". De percelen worden voor agrarische doeleinden gebruikt. De vennootschap en anderen zijn de te onderscheiden rechthebbenden op deze percelen. De vennootschap en anderen betogen dat de rechtbank zich ten onrechte onbevoegd heeft geacht om een oordeel te geven over hun beroepsgrond dat met de gedoogplicht een grotere belemmering wordt veroorzaakt dan strikt noodzakelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5008
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400519/1/R1

202401069/1/R1

De bezwaren tegen het bestemmingsplan ‘Stationsgebied’ van de gemeente Hoorn zijn ongegrond. Dit betekent dat het bestemmingsplan nu definitief is. Met dit plan, dat onderdeel is van het project ‘Poort van Hoorn’, wil de gemeente het stationsgebied vernieuwen door het knooppunt voor trein, bus, fiets en auto te verbeteren. De Albert Heijn-supermarkt in het stationsgebied wordt verplaatst naar een andere locatie en er komt een parkeergarage voor auto’s en fietsen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor de bouw van ruim 500 woningen, kantoren, horeca, detailhandel en maatschappelijke functies. Het busstation wordt verplaatst van de zuidzijde naar de noordzijde. Stichting De Betrokken Poorter, Vereniging van Eigenaars Stationsplein Hoorn, de Hoornse Ondernemers Federatie en Albert Heijn zijn het niet eens met dit bestemmingsplan en kwamen daartegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij voeren onder meer aan dat er voor dit plan een zogeheten milieueffectrapport had moeten worden opgesteld, dat de participatie niet goed is verlopen en ze willen dat er alleen een ondergrondse parkeergarage komt. Albert Heijn is het er niet mee eens dat met het plan haar supermarkt aan de Van Dedemstraat verdwijnt. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dus dat al deze bezwaren ongegrond zijn. Zo heeft de gemeenteraad volgens de hoogste algemene bestuursrechter zich terecht op het standpunt gesteld dat het niet nodig was om een milieueffectrapport op te stellen en dat alleen de mogelijkheid van ondergronds parkeren te duur zou worden. De gemeenteraad wil het stationsgebied grotendeels een nieuwe invulling geven en wil vooral inzetten op de “woon- en vervoersfunctie, aangevuld met publieksfuncties”. Hij heeft zich naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak op het standpunt kunnen stellen dat het behoud van de winkel van Albert Heijn met parkeerterrein niet in deze ontwikkeling past. Met de belangen van Ahold en Albert Heijn heeft de gemeenteraad rekening gehouden doordat de gemeenteraad planologisch wil meewerken aan een nieuwe vestiging van een Albert Heijn-supermarkt met dezelfde omvang op een andere locatie. Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5012
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202401069/1/R1

202401279/1/R1

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan voor de realisatie van drie woningen en een berging aan de [locatie 1] in Heerhugowaard. Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend, voor de bouw van een losstaande woning, twee aaneengesloten woningen, en een berging met een oppervlakte van ongeveer 40 m2 op het perceel aan de [locatie 1]. In het bouwplan is ervan uitgegaan dat de bestaande op het perceel aanwezige woning en schuur behouden blijven en dat het bestaande bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 360 m2 zal worden gesloopt. [appellanten] wonen aan het [locatie 2] in Heerhugowaard. Dit perceel grenst aan het perceel waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft. De rechtbank heeft het door hen tegen het besluit van 13 mei 2022 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak hebben zij hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5007
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401279/1/R1

202402163/1/R2

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren ongegrond verklaard die Stichting Platform Keelbos heeft tegen het bestemmingsplan ‘Recropassage Spinder’ van de gemeente Tilburg. Dat betekent dat het bestemmingsplan definitief is. Het bestemmingsplan maakt een zogeheten recropassage mogelijk vanaf de Stokhasseltlaan naar de Bos en Beemdweg in Tilburg. De recropassage, een samentrekking van 'recreatie' en 'passage', bestaat uit een ondergrondse natuurstrook en een fietspad onder de Midden-Brabantweg (N261), een veilige doorgang voor dieren, wandelaars en fietsers. De aanleg van deze passage is een verplichting die voortkomt uit afspraken met de gemeente Loon op Zand om natuur te compenseren vanwege de uitbreiding van De Efteling. Op basis van een overeenkomst tussen gemeente Tilburg en TenneT maakt het bestemmingsplan ook de landschappelijke inpassing mogelijk die nodig is vanwege de bouw van en kap van bomen voor een nieuw 380kV-station. Stichting Platform Keelbos is het niet eens met het bestemmingsplan en kwam daartegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De stichting komt op voor de belangen van bezoekers van locaties die worden gebruikt als homo-ontmoetingsplaats. Volgens haar wordt door dit bestemmingsplan het bestaande gebruik als homo-ontmoetingsplaats langs het Loonse Spinderspad onmogelijk gemaakt. In de uitspraak overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het gebruik van een bos of park als homo-ontmoetingsplaats om elkaar te ontmoeten, niet in strijd is met de bestemming. Het bestemmingsplan tast het gebruik van de locatie als homo-ontmoetingsplaats dus niet aan. Dit gebruik was in de vorige bestemmingsplannen toegestaan en blijft ook toegestaan in het bestemmingsplan ‘Recropassage Spinder’. Het plan heeft dan ook geen nadelige gevolgen voor de bezoekers van de homo-ontmoetingsplaats, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5024
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402163/1/R2

202402597/1/R3

In het besluit van 16 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem een omgevingsvergunning aan [partij] verleend voor het realiseren van een drijvende bootoverkapping (het botenhuis) op het perceel [locatie] in Woubrugge. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo ter legalisatie van een al gebouwd botenhuis van [partij]. Het college heeft daarbij gebruik gemaakt van de bevoegdheid op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). [appellant] is omwonende en vreest voor aantasting van zijn woongenot. Hij betwist dat het college in dit geval gebruik heeft mogen maken van de bevoegdheid om van het bestemmingsplan af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5021
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402597/1/R3

202402626/1/R3

Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen twee dakramen in de woning van [appellant] op het perceel [locatie] in ’s-Gravenzande, afgewezen. [partij] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen twee dakramen in het dak van de woning aan de [locatie] in ’s-Gravenzande. Volgens [partij] zijn deze dakramen in strijd met de in het Bouwbesluit 2012 (bouwbesluit) opgenomen eisen over de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag. [appellant] is eigenaar van de woning. Op 9 oktober 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente Westland een controle uitgevoerd op het perceel. De rechtbank heeft overwogen dat in dit geval niet artikel 2.84, eerste lid, van het Bouwbesluit, maar artikel 2.85 van het Bouwbesluit van toepassing is, omdat met het plaatsen van het dakraam sprake is van het gedeeltelijk veranderen van een bestaand bouwwerk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5020
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402626/1/R3

202402860/1/R3

Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser [appellant A] en [appellant B] onder oplegging van een dwangsom van € 15.000,00 ineens gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op het perceel [locatie] in Beuningen (het perceel) te beëindigen en beëindigd houden. [appellant A] en [appellant B] zijn sinds 1996 eigenaar van het perceel. Op dat perceel staat een vergunde recreatiewoning. Daarnaast zijn verschillende bouwwerken aanwezig. Op 15 maart 2022 en 18 juli 2022 hebben toezichthouders van de gemeente Losser het perceel bezocht. Zij hebben geconstateerd dat er op het perceel meerdere bouwwerken in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" aanwezig zijn. Voor een deel van die bouwwerken is ook niet de benodigde omgevingsvergunning verleend. Het gaat daarbij om een overkapping, een berging van meer dan 9 m2, een schuur met carport en een (hout)opslaghok. Daarnaast zijn een speeltoestel/huisje en een constructieve cirkel geconstateerd, die in strijd met het bestemmingsplan en zonder omgevingsvergunning op het perceel aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5027
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402860/1/R3

202402861/1/R3

Bij besluit van 7 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van de voortuin van de woning op het adres [locatie A] als opslag voor een aanhanger te staken en gestaakt te houden. Naar aanleiding van een melding heeft een toezichthouder van gemeente Vlaardingen op 14 februari 2022 en 16 juni 2022 controles uitgevoerd op het perceel. Bij die controles heeft de toezichthouder geconstateerd dat in de voortuin op het perceel een aanhanger gestald wordt. [appellant] heeft bij een van de controles verklaard dat de aanhanger al jarenlang in de voortuin op het perceel gestald wordt en dat de aanhanger alleen wordt gebruikt als zij op vakantie gaan. De aanhanger staat volgens [appellant] in de voortuin, omdat er geen alternatieve plek beschikbaar is om de aanhanger te stallen. Volgens het college is het stallen van de aanhanger in de voortuin op het perceel in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Holy-Noord". Om het stallen van de aanhanger te beëindigen, heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het gebruik van de voortuin op het perceel als opslag voor de aanhanger in strijd is met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5026
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402861/1/R3

202402954/1/R3

Bij besluit van 17 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland een omgevingsvergunning verleend aan gemeente Het Hogeland voor het verwijderen, verplaatsen en aanplanten van de begroeiing in het centrum van Winsum. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid en onder b, van de Wabo en artikel 2.2, eerste lid en onder g, van de Wabo voor het verwijderen van 29 bomen en opgaande begroeiing, en het verplaatsen van 3 lindebomen aan gemeente Het Hogeland. Op de locatie van deze bomen wil het college een winkelruimte, appartementen en woningen realiseren. [wederpartij] en anderen wonen in Winsum en vrezen voor de aantasting van de cultuurhistorische waarde van de omgeving. De rechtbank heeft overwogen dat het besluit van 20 mei 2022 in strijd met een zorgvuldige voorbereiding tot stand is gekomen. Zij heeft hiertoe overwogen dat de leden van de groep zich lieten bijstaan door [wederpartij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4984
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Kappen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402954/1/R3

202403027/1/R2

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Deurne het bestemmingsplan "Stationsstraat 111, Deurne" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een complex met acht wooneenheden mogelijk. Het complex is voorzien op de locatie van een bestaande dansschool en het braakliggende terrein eromheen. Hiervoor wordt de bestaande functie van een dansschool opgeheven en moet bebouwing van ongeveer 215 m² worden gesloopt. [appellanten sub 1] en [appellant sub 2] zijn direct omwonenden van het plangebied en vrezen voor de aantasting van hun woon-en leefklimaat. Zij vinden het complex te grootschalig voor de omgeving. [appellant sub 2] betoogt dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat geen behoefte bestaat aan de voorziene woningen. In een ander complex in de straat blijven zes woningen namelijk al meer dan een jaar onverkocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5000
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403027/1/R2

202403081/1/R3

Bij besluit van 26 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier het verzoek van FrisLeek om handhavend op te treden tegen het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het perceel Mulderspark 17 (het perceel) door Hummel Sorts B.V. afgewezen. Hummel Sorts is een groothandel in overige oude materialen en afvalstoffen en is gevestigd op het perceel. Op 24 december 2021 heeft Hummel Sorts een melding activiteitenbesluit gedaan voor het plaatsen van een sorteerinstallatie in loods 1 en het opslaan van gesorteerde materialen op het naastgelegen opslagterrein. Op het perceel is daarnaast, ten noorden van loods 1, Hummel Recycling B.V. gevestigd. Dat bedrijf verricht werkzaamheden die bestaan uit het voorbereiden tot recycling van gesorteerd materiaal. FrisLeek is een informele bewonersvereniging. Zij heeft op 14 februari 2022 een handhavingsverzoek ingediend, omdat Hummel Sorts volgens haar in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan werkzaamheden verricht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat Hummel Sorts handelt in strijd met artikel 4 van de voorschriften van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4997
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403081/1/R3

202403509/1/R2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Boekel geweigerd om het bestemmingsplan "Omgevingsplan: Veegplan 10B" vast te stellen. [appellanten] willen twee ruimte-voor-ruimte woningen bouwen ten noorden van de [locatie] in Boekel. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied 2016" staat het initiatief niet toe. Daarom hebben [appellanten] een aanvraag voor de wijziging van het bestemmingsplan ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft het college van burgemeester en wethouders van Boekel het "Omgevingsplan: Veegplan 10B" in procedure gebracht. De raad heeft geweigerd dit bestemmingsplan vast te stellen. Volgens de raad is het plan in strijd met de Kwaliteitsgids Vitaal Buitengebied Boekel (Kwaliteitsgids), op het punt van bescherming van de openheid van het landschap. [appellanten] zijn het niet eens met de weigering. Zij vinden dat de Kwaliteitsgids niet in de weg staat aan de vaststelling van het plan. Zij vinden ook dat het besluit van de raad in strijd is met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4985
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403509/1/R2

202403601/1/R3

In het besluit van 8 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd wegens het bouwen van een bouwwerk zonder omgevingsvergunning. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Den Haag, een rijksmonument. Op 12 januari 2022 heeft het college naar aanleiding van een verzoek om handhaving een bouwinspectie uitgevoerd. Daarbij is door het college geconstateerd dat er een terras met een overkapping en een berging (het bouwwerk) in de tuin waren gerealiseerd. Omdat er geen omgevingsvergunning voor het bouwwerk was verleend heeft het college in het besluit van 8 maart 2022 een last onder dwangsom opgelegd tot het verwijderen van het bouwwerk. Die last is gehandhaafd bij de beslissing op bezwaar van 5 oktober 2022. Daarna, op 5 juli 2023, hebben [appellanten] een legaliserende aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van een terras met overkapping met één wand, welke aanvraag op 12 september 2023 is gehonoreerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4989
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403601/1/R3

202405168/1/R3

In het besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd in verband met het bouwen en in stand houden van een fietsenberging in de voortuin zonder geldige omgevingsvergunning. [appellant] woont aan de [locatie] in Den Haag. Op 8 januari 2007 is een omgevingsvergunning verleend voor een overdekte fietsenberging in de voortuin. Naar aanleiding van een melding heeft op 8 juli 2021 een inspectie plaatsgevonden. De inspecteur heeft daarbij geconstateerd dat er zonder een geldige omgevingsvergunning een nieuwe overdekte fietsenberging is gebouwd die groter is dan de vorige fietsenberging. Het college heeft daarom op 29 juli 2021 een waarschuwingsbrief gestuurd om uiterlijk 16 september 2021 een omgevingsvergunning aan te vragen dan wel de overtreding te beëindigen door het bouwwerk te verwijderen of de verbouwing ongedaan te maken en het bouwwerk terug te brengen naar de laatste situatie waarvoor wel een vergunning is verleend. [appellant] heeft op 15 september 2021 een aanvraag ingediend voor het legaliseren van de fietsenberging. Op 28 januari 2022 heeft het college een besluit genomen op de aanvraag van [appellant] en de vergunning geweigerd. Het college heeft vervolgens in het besluit van 14 juni 2022 aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4990
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405168/1/R3

202405549/1/R1

Bij besluit van 5 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen aan stichting ZOWonen, gevestigd in Sittard, een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het gebouw aan Haagsittard 25 in Sittard. ZOWonen is eigenaar van het perceel aan Haagsittard 25 in Sittard. Op dit perceel staat het wooncomplex Hoeve Sittard. ZOWonen verhuurt het wooncomplex aan de Stichting LEVANTOGroep (Levanto). Levanto exploiteert het wooncomplex door hierin woonruimte aan te bieden aan volwassenen met psychiatrische problemen en/of meervoudige problematiek. Ten tijde van de aanvraag was het wooncomplex voorzien van 28 kamers voor individuele bewoning en drie gemeenschappelijke woonkamers met keukens. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Sittard op ongeveer 15 meter afstand tot het wooncomplex. [appellanten] betogen dat de rechtbank hun beroepsgrond waarin zij stellen dat met het bouwplan een met de bestemming "Wonen" strijdig gebruik is beoogd, ten onrechte niet heeft besproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4994
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405549/1/R1

202406400/1/A3

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen een verzoek om rectificatie van persoonsgegevens afgewezen. [appellante] heeft een rectificatieverzoek ingediend om een rapport van een verzekeringsarts van 17 januari 2023 aan te passen. Het UWV heeft het rectificatieverzoek afgewezen, omdat niet is gebleken van onjuistheden of onvolledigheden in het rapport. Het rectificatieverzoek heeft het UWV als patiëntverklaring toegevoegd aan het medisch dossier. Bij besluit van 12 juni 2023 heeft het UWV zijn besluit gehandhaafd. [appellante] betoogt dat haar rectificatieverzoek beoordeeld had moeten worden door een verzekeringsarts. Dit volgt volgens haar uit artikel 10 van het Reglement Behandeling bezwaarschriften UWV 2022 (het Reglement). Bovendien heeft de rechtbank volgens [appellante] ten onrechte geoordeeld dat het UWV het rectificatieverzoek mocht afwijzen, omdat uit een medisch rapport uit 2011 blijkt dat het rapport van 15 augustus 2012 onjuistheden bevat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5018
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202406400/1/A3

202406435/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen een verzoek om rectificatie van persoonsgegevens afgewezen. [appellante] heeft een rectificatieverzoek ingediend om een rapport van een verzekeringsarts van 15 augustus 2012 aan te passen. Het UWV heeft het rectificatieverzoek afgewezen, omdat niet is gebleken van onjuistheden of onvolledigheden in het rapport. Het rectificatieverzoek heeft het UWV als patiëntverklaring toegevoegd aan het medisch dossier. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft het UWV het besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten. [appellante] betoogt in de kern dat haar rectificatieverzoek beoordeeld had moeten worden door een verzekeringsarts. Dit volgt volgens haar uit artikel 10 van het Reglement Behandeling bezwaarschriften UWV 2022 (het Reglement). Verder blijkt volgens [appellante] uit een medisch rapport uit 2011 dat het rapport van 15 augustus 2012 onjuistheden bevat, wat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4930
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202406435/1/A3

202406492/1/R1

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Vechtstromen op grond van artikel 5.24 van de Waterwet de huidige en (eventuele) toekomstige rechthebbenden van (delen van) nader genoemde percelen in de nabijheid van de Glanerbeek de verplichting opgelegd om de tijdelijke werkzaamheden in het kader van de aanleg en verbetering van een waterstaatswerk te gedogen. Op 21 september 2021 heeft het dagelijks bestuur het "Projectplan Waterwet Glanerbeek, Traject Klooster-N35" vastgesteld. Dat projectplan voorziet, ter uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in verbetering van de ecologische kwaliteit van de Glanerbeek. Daartoe worden onder meer de vispasseerbaarheid en hydromorfologische omstandigheden van de Glanerbeek verbeterd en de beekbegeleidende bomen en struiken versterkt. Verder krijgt de Glanerbeek over een lengte van ruim 5 km langs beide oevers een andere natuurlijke inrichting en meer ruimte om te meanderen. Het projectplan is inmiddels onherroepelijk. [appellant] voert in hoger beroep aan dat het waterschap nalatig en misleidend te werk is gegaan. Hij wijst erop dat hij niet op de hoogte is gesteld van de vaststelling van het projectplan in 2021 en dat het waterschap ook nooit eerder heeft gezegd dat het gaat om een project ter uitvoering van de KRW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5005
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Water
  • uitspraakin de zaak202406492/1/R1

202406541/1/A3

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om inzage in zijn Passenger Name Records (PNR-gegevens) toegewezen. [appellant] ondervindt problemen bij het reizen naar het buitenland. Zo is hem meerdere keren de toegang tot Turkije geweigerd, waardoor hij zijn schoonfamilie niet kan bezoeken. [appellant] wil weten wat de rol is van de Nederlandse overheid in deze. Daarom heeft hij op 21 december 2022 op grond van artikel 25 van de Wet Politiegegevens verzocht om inzage in zijn PNR-gegevens. De minister heeft dit verzoek toegewezen en heeft hem een overzicht verstrekt van de registraties en meldingen waarin zijn gegevens door de Passagiersinformatie-eenheid Nederland (Pi-NL) zijn verwerkt. Daarbij heeft de minister te kennen gegeven dat uit de registers blijkt dat de PNR-gegevens van [appellant] niet aan andere bevoegde instanties zijn verstrekt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister heeft voldaan aan het verzoek van [appellant]. Volgens de rechtbank heeft de minister voldoende toegelicht op welke wijze en met welke gegevens is gezocht in het systeem. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit zorgvuldig is genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4986
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202406541/1/A3

202407279/1/R4

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Hazelaarweg 11, Wijchen" vastgesteld. Het plan voorziet in drie vrijstaande woningen aan de Hazelaarweg 11. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom in het noordoosten van de kern Wijchen. Volgens de plantoelichting zijn de woningen bedoeld voor senioren en wordt een bestaande woning in het plangebied gesloopt. [appellant] woont tegenover het plangebied en vreest voor nadelige gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat het plan leidt tot parkeerproblemen en verkeersonveilige situaties. Hij voert daartoe aan dat niet kan worden voldaan aan de norm in de planregels van 2,6 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. [appellant] betoogt dat het plan onvoldoende aansluit op de omgeving. Volgens hem is er geen rekening gehouden met de landschappelijke kwaliteiten van het gebied en past de beoogde bebouwingsdichtheid niet in de landelijke omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4987
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202407279/1/R4

202407297/1/R1

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [appellante sub 2] onder oplegging van een dwangsom van € 100.000,00 ineens gelast om het gebruik van het pand op het adres [locatie] in Hoofddorp als zelfstandig kantoor te staken en gestaakt te houden wegens strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. [appellante sub 2] is eigenaar van de bedrijfsruimte aan de [locatie] in Hoofddorp. Deze ruimte wordt gebruikt als zelfstandig kantoor voor een uitzendbureau. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Hoofddorp Noord" op grond waarvan het perceel de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 2" heeft. Volgens het college is het gebruik van de bedrijfsruimte als zelfstandig kantoor in strijd met het bestemmingsplan en daarom heeft het, na een daartoe strekkend verzoek van omwonende [partij], een last onder dwangsom opgelegd. [appellante sub 2] is het daar niet mee eens, omdat volgens haar het gebruik als zelfstandig kantoor wordt beschermd door het overgangsrecht uit artikel 39.2 van de regels bij het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4992
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407297/1/R1

202407472/1/A3

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] in Turkije. Hij verkreeg de Nederlandse nationaliteit door als minderjarige te delen in de naturalisatie van zijn vader en behield daarbij zijn Turkse nationaliteit. Op 14 november 2011 is aan [appellant] voor het laatst een Nederlands paspoort verstrekt. Op 6 december 2023 heeft [appellant] een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend. De minister heeft geweigerd om deze aanvraag in behandeling te nemen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [appellant] ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap niet meer bezit. Volgens de minister heeft hij het Nederlanderschap van rechtswege verloren op 14 november 2021 omdat hij zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit had en hij op dat moment gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Turkije. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er in de procedure over een paspoortaanvraag geen ruimte bestaat voor een Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5010
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202407472/1/A3

202407789/1/R2

Bij besluit van 20 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel [appellant] gelast om de bewoning van de bedrijfswoning aan de [locatie A] in Netersel te staken en gestaakt te houden. Daaraan heeft het een dwangsom van € 1.500,00 per week met een maximum van €15.000,00 verbonden. [appellant] woont op [locatie A] in Netersel en is mede-eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie B]. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek van [partij], die op [locatie B] woont, heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Volgens het college woont [appellant] in strijd met het bestemmingsplan in een bedrijfswoning. Volgens het college vinden er op dit moment namelijk geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten meer plaats op [locatie A] en [locatie B]. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is sprake van een overtreding omdat een bedrijfswoning wordt bewoond terwijl geen agrarisch bedrijf meer aanwezig is. [appellant] voert aan dat hij een ‘rustende boer’ is en daarom in de bedrijfswoning mag blijven wonen. [appellant] betoogt dat de rechtbank had moeten onderkennen dat het college moest afzien van handhaving, omdat hij de overtreding op korte termijn ongedaan zou maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5006
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407789/1/R2

202500105/1/A3

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] twee boetes opgelegd van in totaal € 20.250,00 en besloten om inspectiegegevens openbaar te maken. appellant] is eigenaar van verschillende panden in Den Haag. Op enig moment heeft hij besloten om zijn winkelpand aan de [locatie] in Den Haag te verbouwen tot drie woningen. Op 5 september 2022 ontving de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een handhavingsbrief van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) over werkzaamheden aan het pand. De toezichthouder heeft geconstateerd dat asbest was verwijderd en dat dit niet volgens de geldende regels was uitgevoerd. Uit het boeterapport blijkt dat arbeidsinspecteurs twee overtredingen hebben geconstateerd. Bij werkzaamheden zijn asbesthoudende golfplaten op het dak van een schuur en wandbeplating van een koelcel verwijderd. De rechtbank heeft overwogen dat niet in geschil is dat er geen veiligheids-en gezondheidsplan was opgesteld. Ook niet in geschil is dat het bedrijf dat de werkzaamheden heeft uitgevoerd niet gecertificeerd was. Volgens de rechtbank staat dus vast dat het Arbobesluit is overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5009
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500105/1/A3

202500474/1/A3

Op 4 juni 2022 is [appellante] door de bewaarder via een kennisgeving geïnformeerd over een bijhouding van de Basisregistratie Kadaster (BRK). Op 3 mei 2022 is een verklaring van erfrecht ingeschreven in de openbare registers. Op basis van de ingeschreven verklaring van erfrecht heeft bijhouding van de BRK plaatsgevonden. Uit de verklaring blijkt dat de eigendom van onroerend goed, te verdelen onder zeven erfgenamen, onder wie [appellante], voor de helft is bezwaard met het recht van vruchtgebruik. Voor iedere erfgenaam is als gevolg daarvan 1/14 deel onbezwaard en 1/14 deel bezwaard eigendom ingeschreven. [appellante] kan zich hier niet in vinden omdat volgens haar onjuist is dat nog vruchtgebruik op het onroerend goed zou rusten. Volgens de bewaarder kan hij bij het bijhouden van de registers alleen uitgaan van de inhoud van akten zoals deze staan ingeschreven in de openbare registers. Mocht het vruchtgebruik zijn geëindigd dan moet dat daarom blijken uit een notariële akte of een rechterlijke uitspraak. Hangende beroep heeft [appellante] alsnog een notariële akte laten opstellen en is het geregistreerde vruchtgebruik doorgehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4991
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500474/1/A3

202500552/1/A2

Bij besluiten van 4 maart 2022 heeft de Dienst Toeslagen, in het kader van de hersteloperatie toeslagen, aan [appellante] compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2008 en 2009 en dat geweigerd voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013. [appellante] heeft voor de jaren 2008 tot en met 2013 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen, die zij later moest terugbetalen. Op 13 november 2019 heeft zij een verzoek gedaan voor een zogenoemde herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag voor die jaren. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat sprake was van institutionele vooringenomenheid bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag voor die jaren. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het bedrag aan compensatie voor de toeslagjaren 2008 en 2009 te laag is, omdat de rentevergoeding over de gemiste kinderopvangtoeslag voor die jaren op onjuiste wijze is berekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4998
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500552/1/A2

202501103/1/A2

Bij besluit van 15 juli 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wht. Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen uitgevoerd. Dat gebeurt nu door de minister. [appellant] is aangemerkt als een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft een aanvraag ingediend voor overname van vijf geldschulden. In dit hoger beroep gaat het over twee van die schulden, namelijk een schuld bij Otto B.V. van € 1.229,95 en een schuld bij Santander Consumer Finance Benelux B.V. (Santander B.V.) van € 4.747,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5013
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501103/1/A2

202501381/1/R1

Bij besluit van 13 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen aan Woonstichting Kennemer Wonen een omgevingsvergunning verleend voor afwijken van het bestemmingsplan voor het bouwen van een appartementencomplex aan de Elkshove 8 in Bergen. Aan de Elkshove 2-8a in Bergen staat een appartementencomplex met een hellend dak, twee woonlagen en acht woningen. De Woonstichting wil het appartementencomplex slopen en een nieuw appartementencomplex met een plat dak en drie woonlagen met in totaal elf woningen bouwen, bestemd voor sociale huur. Hiervoor heeft de Woonstichting bij het college een aanvraag ingediend voor het verlenen van een omgevingsvergunning. [appellant] woont aan de [locatie], tegenover het appartementencomplex. [appellant] vreest dat het nieuwe appartementencomplex onaanvaardbare gevolgen zal hebben voor zijn woon- en leefklimaat. [appellant] heeft alternatieven aangedragen waarmee volgens hem een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4983
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501381/1/R1

202501388/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek van [appellant] om handhaving tegen een overtreding van artikel 4.3, onder d, van de Keur voor waterschap Hollandse Delta afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in [woonplaats]. Hij heeft op 6 april 2020 een verzoek gedaan om handhavend op te treden tegen een heg op het perceel aan de [locatie 2] in [plaats]. In het besluit van 6 oktober 2020 heeft het college het verzoek afgewezen omdat er geen overtreding was. Volgens het college stond de heg niet in de obstakelvrije zone en was de heg teruggesnoeid tot de toegestane hoogte van 75 centimeter. Het college heeft op 10 februari 2025 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Daarin staat dat het college overleg heeft gehad met de bewoners van het perceel. Naar aanleiding van dat overleg is een vergunning voor de heg aangevraagd. Op 7 november 2024 heeft het college die vergunning verleend en daaraan voorschriften verbonden. Het gaat om een heg tot maximaal 2 m hoog, die bij de uitweg maximaal 0,75 m hoog is over een afstand van 5 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5004
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202501388/1/R1

202501390/1/R1

Bij besluit van 7 januari 2019 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in [woonplaats]. Hij heeft op 29 juli 2018 een verzoek gedaan om handhaving vanwege negen overtredingen van artikel 4.3 van de Keur voor Waterschap Hollandse Delta 2014. [appellant] betoogt terecht dat het college ten onrechte heeft nagelaten gelijktijdig een handhavingsbesluit te nemen over de heg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5001
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • RO - Zuid-Holland
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202501390/1/R1

202501511/1/R2

Bij besluit van 18 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena geweigerd om een omgevingsvergunning te verlenen voor het renoveren van een gebouw op het perceel Keizersveer ongenummerd (kadastraal bekend gemeente Dussen, sectie R, nr. 2738). [appellante] is eigenaar van het perceel Keizersveer ongenummerd in Hank, kadastraal bekend als gemeente Dussen, sectie R, nummer 2738. Op het perceel rust op grond van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" de bestemming "Natuur", de aanduiding "Waterstaat - Waterstaatkundige functie" en de gebiedsaanduiding "overige zone - zeekleilandschap - eerste aanwaspolders". Ter plaatse is geen bebouwing toegestaan. Op het perceel staat sinds de jaren ’70 een bouwwerk, waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend. Op 17 juli 2023 is door een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat ter plaatse zonder omgevingsvergunning bouwwerkzaamheden werden verricht. [appellante] heeft vervolgens een omgevingsvergunning aangevraagd voor het renoveren van het gebouw. Het bouwplan is met het bestemmingsplan in strijd, omdat ter plaatse uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4837
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501511/1/R2

202501824/1/R1

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn aan de gemeente Hoorn een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de uitvoering van werkzaamheden aan de Geldelozeweg in Hoorn. De gemeente heeft zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uitgevoerd aan de Geldelozeweg. De werkzaamheden bestaan, voor zover relevant, uit het verbreden en ophogen van de weg en het vervangen van het asfalt door beton. Voor legalisering van deze werkzaamheden heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit "aanleggen" als bedoeld in van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo. [appellant] en anderen wonen aan de Geldelozeweg en hebben bezwaar tegen de omgevingsvergunning. Volgens hen is de omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan, omdat door de uitgevoerde werkzaamheden onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de Geldelozeweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4910
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501824/1/R1

202502117/1/R2

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van zijn woning aan de [locatie] in Kaatsheuvel. [partij] heeft werkzaamheden verricht om zijn woning te voorzien van een aanbouw en een dakopbouw. [appellant] woont daarnaast en heeft het college gevraagd de werkzaamheden aan de woning van [partij] te stoppen, omdat [partij] geen omgevingsvergunning heeft. Volgens [appellant] wordt de woning te groot en maakt dat inbreuk op zijn privacy. Een toezichthouder van de gemeente heeft geconstateerd dat een omgevingsvergunning vereist is voor de werkzaamheden. [partij] heeft deze vergunning vervolgens aangevraagd en het college heeft deze verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5025
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202502117/1/R2

202502454/1/A3

Bij besluit van 25 september 2023 heeft de burgemeester van Twenterand het pand en de bijbehorende schuren aan de [locatie] per 9 oktober 2023 voor zes maanden gesloten. Op 6 juni 2023 is de Sociale Recherche Twente onder leiding van een rechter-commissaris binnengetreden in de woning aan de [locatie] in Vroomshoop in het kader van een onderzoek naar uitkeringsfraude. [appellant] woonde toen in deze woning. Tijdens de huiszoeking is [appellant] gefouilleerd en is in zijn broekzak een zakje met een grotere hoeveelheid dan gebruikershoeveelheid witkleurige substantie, te weten 35,23 gram amfetamine, aangetroffen. Op de bar in de schuur van [appellant] zijn daarnaast een gripzakje met 2,56 gram amfetamine, twee weegschaaltjes en een grote hoeveelheid gripzakjes aangetroffen. Ook is er een kleine revolver met scherpe patronen in de schuur aangetroffen. De burgemeester heeft vervolgens op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de woning van [appellant] gesloten voor de duur van zes maanden. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De burgemeester heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat voldoende vaststaat dat hij, zijn gemachtigde en zijn bewindvoerder op de hoogte zijn geraakt van het besluit van 25 september 2023 en dat het besluit daarmee bekend is gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5014
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502454/1/A3

202502786/1/R3

In het besluit van 13 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden [wederpartij] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te beëindigen en beëindigd te houden door zijn ponton met (recreatie)woning, gelegen in de Alde Feanen, te verwijderen en verwijderd te houden uit het gehele grondgebied van de gemeente Leeuwarden. [wederpartij] exploiteert de jachtwerf '[naam] - Alde Feanen Boten'. Naast reparatie en onderhoud heeft [wederpartij] sinds 2019 een ponton met daarop een opbouw afgemeerd in het water. [wederpartij] verhuurt deze als recreatiewoning. Het gaat in deze zaak om de vraag of de ponton met opbouw een bouwwerk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4995
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502786/1/R3

202502847/4/A3

De gemeente Weert mag 1.105 e-mails van een oud-burgemeester openbaar maken. Dagblad De Limburger had op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van de e-mails van de voormalig burgemeester gevraagd, maar die verzette zich daartegen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zijn bezwaren ongegrond. In december 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak al een tussenuitspraak in deze zaak. Daarin oordeelde zij dat er in het oorspronkelijke besluit een bevoegdheidsgebrek zat. Voor zover het Woo-verzoek van De Limburger is gericht op e-mails die alleen aangelegenheden van de burgemeester betreffen, is niet het college van B&W, maar de huidige burgemeester bevoegd om te beslissen op het verzoek. Het college van B&W moest het verzoek daarom doorsturen aan de huidige burgemeester. Die besloot, mede namens het college van B&W, dat de e-mails openbaar gemaakt konden worden. Tegen dat besluit kwam de oud-burgemeester in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Volgens hem heeft de huidige burgemeester de opdracht in de tussenuitspraak niet goed uitgevoerd en heeft hij geen gelegenheid gekregen om zijn veiligheidssituatie toe te lichten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt nu in de einduitspraak dat aan de opdracht in de tussenuitspraak is voldaan. Het college van B&W heeft het verzoek aan de huidige burgemeester doorgezonden. De huidige burgemeester heeft kennisgenomen van alle e-mails en heeft daar vervolgens, mede namens het college van B&W, een besluit over genomen. Daarmee is het bevoegdheidsgebrek hersteld. Ook heeft de burgemeester zijn voorganger voldoende gelegenheid geboden om zijn zorgen naar voren te brengen over zijn veiligheid. Zo is de oud-burgemeester door zowel het college van B&W als de huidige burgemeester apart 'gehoord' over de voorgenomen openbaarmaking van de e-mails. Ook is hij tijdens de hele procedure een aantal keer in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt over zijn veiligheid toe te lichten, maar daarvan heeft de oud-burgemeester geen gebruikgemaakt. Hij heeft daarbij alleen verwezen naar enkele e-mails, maar heeft niet uitgelegd waarom openbaarmaking van deze e-mails tot veiligheidsrisico's zou leiden. De inhoudelijke bezwaren van de oud-burgemeester tegen het openbaar maken van zijn oude e-mails slagen dus niet. De e-mails mogen daarom openbaar worden gemaakt. Op één punt krijgt de oud-burgemeester wel gelijk. Hij heeft recht op een vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt in de bezwaarfase.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4988
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502847/4/A3

202502959/1/R1

Bij besluit van 22 november 2022 is het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer overgegaan tot invordering bij [appellant] van € 31.000,00 aan verbeurde dwangsommen. Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college [appellant] gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het adres [locatie] in Badhoevedorp uiterlijk op 1 december 2021 te beëindigen en beëindigd te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 15.500,00 per overtreding, dus een maximum van € 31.000,00. Het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar is bij besluit van 17 mei 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Het daartegen door [appellant] ingestelde beroep is bij uitspraak van 2 juni 2023 ongegrond verklaard. Op 23 maart 2022 is door een toezichthouder van de gemeente vastgesteld dat de aanbouw door de neef van [appellant] en zijn vriendin wordt bewoond. Op 14 oktober 2022 is door deze toezichthouder vastgesteld dat de aanbouw er nog ongewijzigd staat, het appartement volledig is ingericht met een woonkamer, een slaapkamer, een keuken en badkamer/toilet en dat dit door de neef van [appellant] en zijn vriendin wordt bewoond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5019
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502959/1/R1

202503631/1/A3

Bij besluit van 12 januari 2024 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden het verzoek van [appellant] en anderen op grond van de Wet open overheid (Woo) ingewilligd. [appellant] en anderen hebben bij het college een verzoek gedaan op grond van de Woo. Het verzoek ziet op een schouwrapport van 2023 ten aanzien van de Bezembinderssloot in Bunnik. In het verzoek staat ook dat als er geen schouw is uitgevoerd, er wordt verzocht om toezending van de laatste schouw ten aanzien van deze sloot. Het college heeft geen schouwrapport overgelegd. Dit rapport bestaat volgens het college niet omdat een schouw alleen wordt gedaan bij watervoerende sloten en Bezembinderssloot geen watervoerende sloot is. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. Het besluit van 12 januari 2024 was onzorgvuldig genomen omdat daarbij niet de informatie openbaar gemaakt was waar [appellant] en anderen om hadden verzocht. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten, omdat zij het aannemelijk acht dat het gevraagde schouwrapport niet onder het college berust. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het aannemelijk is dat het schouwrapport niet (meer) onder het college berust.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4999
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202503631/1/A3

202503796/1/R1

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk aan RSB Brothers B.V. (RSB) een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een appartementencomplex met daarin 50 woningen op het perceel sectie B, 6262, ten zuiden van de kruising tussen Plantage en Warande in Beverwijk. Het appartementencomplex heeft tien bouwlagen en een bouwhoogte van 32,7 m. Daarnaast omvat het bouwplan de aanleg van een parkeerplaats met 40 parkeerplekken. [appellant] woont aan de [locatie] in Beverwijk op ongeveer 30 m afstand tot het perceel waarop het bouwplan is voorzien. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hij stelt dat het appartementencomplex grote gevolgen heeft voor de privacy, bezonning en het straatbeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4996
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503796/1/R1

202504413/1/A2

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [appellant] heeft op 29 november 2023 bij de CSG een tegemoetkoming uit het Schadefonds aangevraagd, omdat hij op 16 september 2023 met een vuurwapen is beschoten. Hij heeft daaraan verschillende schotwonden overgehouden en moest daarvoor geopereerd worden. Op 8 februari 2024, gehandhaafd bij besluit van 1 augustus 2024 heeft de CSG geweigerd een tegemoetkoming uit het Schadefonds toe te kennen. De reden is dat [appellant] een eigen aandeel heeft in het geweldsmisdrijf waarvan hij slachtoffer is geworden. Hij begaf zich bewust in het drugsmilieu en het schietincident is hier een gevolg van geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4993
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504413/1/A2

202504728/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 22 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan AB twee lasten onder dwangsom opgelegd om binnen vier weken na de verzending van de besluiten kamerverhuur in de woningen op de adressen [locatie 1] en [locatie 2] in Maarssen te beëindigen en beëindigd te houden. Bij brieven van 25 mei 2022 en 21 juni 2022 heeft het college kenbaar gemaakt voornemens te zijn om de verbeurde dwangsommen in te vorderen. Bij de besluiten van 30 augustus 2023 heeft het college de bezwaren, onder verwijzing naar de adviezen van de adviescommissie bezwaarschriften, niet-ontvankelijk verklaard, omdat de bezwaren te laat zijn ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat AB te laat bezwaar heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5015
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504728/1/A2

202504905/1/A3

Bij besluit van 2 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [appellant] voor een gemeentelijk briefadres toegewezen per 25 juni 2024. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat hij het niet eens is met de datum waarop het college het briefadres heeft toegewezen. Volgens [appellant] had het briefadres per 6 juni 2024 moeten worden toegewezen, omdat hij op die datum een afspraak had bij de gemeente voor een eerste inschrijving. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag voor een gemeentelijk briefadres terecht heeft toegewezen per 25 juni 2024. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het college op basis van wat [appellant] in de aanvraag heeft opgeschreven ervan uit mocht gaan dat [appellant] een gemeentelijk briefadres wilde aanvragen per 25 juni 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5023
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202504905/1/A3

202505522/1/A3

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ambtshalve de adresgegevens van [appellante] in de basisregistratie personen (brp) gewijzigd. [appellante] stond met haar vier kinderen in de brp ingeschreven op het adres [locatie A] in Rotterdam. Na een melding van de politie over mogelijke uitkeringsfraude is het college een adresonderzoek gestart. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft het college met het besluit van 19 maart 2024 [appellante] per 12 februari 2024 in de brp ingeschreven op het adres [locatie B] in Rotterdam. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college in de melding van de politie in redelijkheid aanleiding heeft kunnen zien om een adresonderzoek te starten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5022
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202505522/1/A3

202505529/1/R1

Bij besluit van 2 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een bestaand gebouw aan de [locatie] te Weert tot zeven appartementen. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een bestaand gebouw tot zeven appartementen op het perceel aan de [locatie] in het centrum van Weert. Op elk van de drie bouwlagen aan de voorzijde van het bestaande pand wordt een appartement gerealiseerd. Het achterste deel van het pand wordt uitgebreid, en daar zullen op twee bouwlagen vier appartementen komen. Omdat door de uitbreiding het gebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, een bijgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt opgericht en een dakterras wordt gerealiseerd, heeft het college ook toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo voor het afwijken van het bestemmingsplan. Lema en [appellant] zijn eigenaar van verscheidene panden op en rond de Oelemarkt waarin horecabedrijven worden geëxploiteerd, waaronder café ’t Kruuënke direct naast het pand. Zij vrezen dat de bestaande en toekomstige exploitatiemogelijkheden van de horecabedrijven op de Oelemarkt in gevaar komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5003
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505529/1/R1

202505867/1/A3

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een VOG voor een chauffeurskaart. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat hij het risico voor de samenleving te groot vindt om [appellant] een VOG te verlenen. Binnen de terugkijktermijn van vijf jaar zijn er op naam van [appellant] zes feiten in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) geregistreerd. Het ging hierbij om overtredingen van de maximumsnelheid, een overtreding van de Taxiverordening van Amsterdam 2012 en een overtreding van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten. Hiervoor zijn er meerdere boetes aan hem opgelegd. Daarbij is hij twee keer veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen. In bezwaar is de staatssecretaris bij zijn besluit gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4982
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202505867/1/A3

202600007/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2025. Zijn gemachtigde is [persoon]. Bij brief van 28 maart 2025 is aan [persoon] meegedeeld dat het voornemen bestaat vanwege ernstige bezwaren hem in daarvoor in aanmerking komende zaken als gemachtigde te weigeren. [persoon] is in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk op dit voornemen te reageren. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5540
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202600007/2/A3

202600281/1/R1

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Hoorn het verzoek van [appellant] en anderen om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning uitvoeren van werkzaamheden aan de Geldelozeweg in Hoorn afgewezen. De gemeente heeft zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uitgevoerd aan de Geldelozeweg. De werkzaamheden bestaan, voor zover relevant, uit het verbreden en ophogen van de weg en het vervangen van het asfalt door beton. Voor legalisering van de werkzaamheden heeft de gemeente op 19 januari 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd. Op 16 maart 2023 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo verleend. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het handhavingsverzoek van [appellant] en anderen terecht heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4911
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600281/1/R1

202601300/1/R2

Bij besluit van 4 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena [appellante] onder oplegging een last onder dwangsom gelast om het bouwwerk op het perceel Keizersveer ongenummerd in Hank geheel te verwijderen. [appellante] is eigenaar van het perceel Keizersveer ongenummerd in Hank, kadastraal bekend als gemeente Dussen, sectie R, nummer 2738. Op het perceel rust op grond van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" de bestemming "Natuur", de aanduiding "Waterstaat - Waterstaatkundige functie" en de gebiedsaanduiding "overige zone - zeekleilandschap - eerste aanwaspolders". Ter plaatse is geen bebouwing toegestaan. Op het perceel staat sinds de jaren ’70 een bouwwerk, waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend. Op 17 juli 2023 is door een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat ter plaatse zonder omgevingsvergunning bouwwerkzaamheden werden verricht. Op 27 juli 2023 heeft het college een voornemen tot oplegging van een last onder dwangsom kenbaar gemaakt. [appellante] heeft vervolgens een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisatie van de bouwwerkzaamheden. Deze vergunning is door het college bij besluit van 18 april 2024 geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4838
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601300/1/R2

202601300/2/R2

Bij besluit van 4 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena [verzoekster] onder oplegging een last onder dwangsom gelast om het bouwwerk op het perceel [locatie] ongenummerd in Hank geheel te verwijderen. Bij besluit van 8 augustus 2025 heeft het college het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 maart 2026 heeft de rechtbank het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 202601300/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2026:4838), heeft de Afdeling op het hoger beroep van [verzoekster] beslist. Dat betekent dat geen sprake meer is van een geding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4839
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601300/2/R2

202601874/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2026 heeft de examinator van de Faculty of Psychology and Neuroscience van de Universiteit Maastricht aan [appellant] voor het vak Bad Habits het cijfer 4,3 toegekend. De examinator heeft bij de beslissing van 6 februari 2026 aan [appellant] het cijfer 4,3 voor het vak Bad Habits toegekend. [appellant] heeft tegen die beslissing administratief beroep ingesteld bij het CBE. Het CBE heeft het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] dat te laat heeft ingesteld en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. [appellant] voert in beroep aan dat hij te maken had met onvoorziene omstandigheden en dat hij daarna zo spoedig mogelijk administratief beroep heeft ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5017
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601874/1/A2

202601977/1/A2

Bij e-mail van 17 april 2026 heeft de examencommissie Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan [appellante] medegedeeld dat als zij meent dat zij tijdens haar scriptietraject onbehoorlijk is behandeld, zij een klacht kan indienen bij de Ombudsfunctionaris en dat niet meer inhoudelijk over dit scriptietraject met haar wordt gecorrespondeerd. Bij e-mail van 13 maart 2026 heeft [appellante] de examencommissie verzocht om een nadere uitleg en motivering van de wettelijke grondslag van beslissingen van de examencommissie gedurende de herkansing van haar scriptietraject. Het gaat hierbij om de herplaatsing naar een ander scriptiethema in het studiejaar 2022-2023, zonder de waarborgen van de procedure, zoals toegang tot Brightspace, de wijziging van het aantal en/of de structuur van de deeltoetsen binnen het Bachelor Thesis Project in het studiejaar 2025-2026, het opleggen van een formeel excuus als voorwaarde voor voortzetting van het scriptietraject vanaf het studiejaar 2023-2024, het niet toepassen of wijzigen van de gestructureerde begeleidingsonderdelen zoals opgenomen in de scriptiesyllabus 2024-2025, waaronder begeleidingsgesprekken en deelname aan peer review en het opleggen van aanvullende inschrijvingseisen en het daarin aanbrengen van wijzigingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5016
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601977/1/A2

202602154/1/A2 en 202602155/1/A2

Bij beslissing van 27 februari 2026 hebben het college van bestuur van Tilburg University (het college van bestuur van TiU) en het college van bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven (het college van bestuur van de TU/e) (gezamenlijk: de colleges) [appellant] tot en met 31 augustus 2026 een toegangsverbod opgelegd voor de terreinen en gebouwen van de TiU en de TU/e. Gedurende die periode is ook de inschrijving van [appellant] beëindigd. Naar aanleiding van veelvuldige meldingen over ongepast gedrag hebben de colleges bij beslissing van 27 februari 2026 de online en fysieke toegang tot de campussen in Eindhoven en Tilburg ontzegd. Het toegangsverbod geldt tot en met 31 augustus 2026. Gedurende die periode is ook de inschrijving van [appellant] aan beide universiteiten beëindigd. Tegen die beslissing heeft [appellant] op 8 april 2026 bezwaar gemaakt bij het college van bestuur van de TU/e en op 9 april 2026 bij het college van bestuur van TiU. Op 21 april 2026 hebben de colleges de ontvangst van de bezwaarschriften bevestigd en meegedeeld dat de bezwaren aan een gezamenlijke geschillencommissie zullen worden voorgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5031
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202602154/1/A2 en 202602155/1/A2

202601407/2/R4

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de raad van de gemeente Oudewater het bestemmingsplan "[locatie], Oudewater" vastgesteld. Het plan voorziet in een appartementengebouw voor 4 appartementen in 2 bouwlagen aan het [locatie] in Oudewater. In de bestaande situatie is op het perceel een verouderd gebouw van 1 bouwlaag aanwezig. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de bouw van die 4 appartementen. Door toepassing van de coördinatieregeling van de Wro worden beide besluiten gelijktijdig door de Afdeling behandeld. [verzoeker] en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied en hebben bezwaren tegen het plan over, onder andere, het beschermd stadsgezicht, parkeren en hun privacy naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4962
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202601407/2/R4

202602633/1/A2

[verzoekster] heeft administratief beroep ingesteld tegen de beslissing van de examencommissie Tilburg Law School (de examencommissie) van 4 augustus 2026, waarbij haar verzoek om een extra toetskans voor het vak Arbeidsrecht (680073-B-6) is afgewezen. Tegelijkertijd heeft [verzoekster] de voorzitter van het college van beroep voor de examens (CBE) gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een extra toetskans is door de examencommissie afgewezen, omdat [verzoekster] niet aan de voorwaarden voor de Laatste-vak-regeling als bedoeld in artikel 4.7a, eerste lid, aanhef en onder e, van de Onderwijs- en Examenregeling Tilburg Law School 2025-2026 voldoet. [verzoekster] heeft namelijk niet alle kansen in het collegejaar benut en heeft voor de kans die zij heeft benut niet minimaal het cijfer 4,5 behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4978
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202602633/1/A2

BRS.25.002191

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4932
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002191

BRS.26.000189

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4919
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000189

BRS.26.002307

Op 25 juni 2025 heeft het COA appellant aangezegd dat het zijn weigering de aangeboden woning te aanvaarden onterecht acht en dat zijn verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 van rechtswege eindigen indien hij de woning niet binnen 24 uur accepteert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4929
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002307

BRS.26.003431

Bij besluit van 21 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4927
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003431

BRS.26.003468

Bij besluit van 24 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4920
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003468

BRS.26.003514

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4926
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003514

BRS.26.003913

Bij besluit van 3 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4973
Datum uitspraak
25 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003913
vorige pagina1...567...1.267volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon